• "Hij heet geen Shit," riep Groninger dichter en getuige Bart FM Droog zo'n tien jaar geleden in een Amsterdams stadsdeelkantoor. Ik ging trouwen en de huwelijksambtenaar had grote moeite mijn naam fatsoenlijk over haar lippen te krijgen. Het hielp ook niet dat haar speech een bij elkaar geknipt allegaartje was, dat mij vooral deed denken aan de manier waarop ik vroeger versjes schreef voor de poeziealbums (ik weet dat er een trema op hoort) van klasgenootjes. Ik bladerde dan door de albums van mijn zus, pikte regels uit verschillende gedichten en flanste zo een geheel nieuwe tekst in elkaar; een niet erg veelbelovend begin van een dichterscarrière. En dan hebben we het nog niet eens over de vijf op mijn eindexamen Nederlands.82483-38-a

    Onze huwelijksceremonie werd gelukkig overgedaan door iemand met een veel ontwikkelder taalgevoel. Dichter Thomas Möhlmann, een van de masterminds achter het koppelen van mijn vrouw en mij, verbond ons voor de tweede keer in de echt op het zonovergoten strand van Zandvoort. Wij wierpen een lege whiskyfles met een briefje erin de zee in en kregen daarna een prachtige bloemenregen over ons heen. Hulde!

    20150905-Nynke Laverman-3

    Afgelopen weekend kwam het huwelijk twee keer voorbij. De eerste keer was zaterdag tijdens een optreden met Nynke Laverman en Sytze Pruiksma in de Mauritiuskerk te  IJlst. Laverman zong bloedstollend mooi "as de dea myn namme neamde / en myn libben kaam oan ein" over een huwelijk met de dood en de overgave aan het einde. Onder de douche zing ik nu iedere dag nog "dan joech ik oer", overigens zonder enige vorm van doodsverlangen.

    Het tweede huwelijk vond plaats op zondag in Heiloo. Ik was door goede vriend David Lee gevraagd om als ceremoniemeester op te treden tijdens zijn huwelijk met Carola Schambach. Lee heeft een joodse achtergrond en Schambach is meer geïnteresseerd in het aardse. Beide interesses waren prachtig verweven in een korte dienst die ze samen geschreven hadden en waarbij ik zo nu en dan in het Nederlands en het Engels het woord mocht doen tot we aan het einde allemaal "mazzeltov" riepen en de bruidegom een leeggedronken wijnglas in een theedoek wikkelde en het stuktrapte.

    Images

    Ik heb alleen op foto's gezien hoe mijn vrouw en ik keken toen we elkaar in het Amsterdamse stadsdeelkantoor en op het strand van Zandvoort ons jawoord gaven. Nu had ik alle tijd, en de beste plaats, om het geluk in Davids en Carola's ogen te zien. De zachtheid en de overgave daarin gingen bij mij door merg en been. Ik zou er bijna huwelijksambtenaar voor worden.

    Mocht u weten hoe mijn naam uitgesproken dient te worden dan kunt u een antwoord achterlaten op weblog Tzum. Redacteur Coen Peppelenbos plaatste daar een quiz over dit heikele punt. Het is geen "Shit" in ieder geval. Succes!

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  •  Afgelopen maandag was ik te gast bij Amsterdam FM om met Peter de Rijk over 'Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden' (Uitgeverij Cossee) te praten. Het hele gesprek is hierboven na te beluisteren. 

    Binnenwereld_buitenwijk_omslag

  • "Je raakt iets aan wat ook van hen is," antwoordde de jonge dichteres Marieke Rijneveld afgelopen zaterdagmiddag tijdens de Uitmarkt in de Balie te Amsterdam. Boekenspecialist Wim Brands had Rijneveld en haar collega Maarten van der Graaff een half uur lang aan de tand gevoeld over hun gedichten en het gesprek was uitgekomen op het geloof. Rijneveld sprak over een roman waaraan ze werkte en vertelde dat ze daarin afstand van het geloof wilde nemen, maar dat ze ook voorzichtig wilde zijn vanwege haar familie. Haar zorgvuldigheid trof me.

    Toen Brands zich daarvoor versprak en haar bundel Kalfsvlees noemde, verbeterde Rijneveld hem geduldig en zei dat de titel eigenlijk Kalfsvlies was. De presentator gaf zijn fout ruiterlijk toe en vroeg meteen: "Waarom is Kalfsvlies een betere titel dan Kalfsvlees?" De dichteres, tevens boerendochter, legde uit dat een kalf bij de geboorte een vruchtvlies over zijn kop heeft. De moeder moet dit vlies weglikken zodat het kalf adem kan halen.

    Je zou in dat vlies bijna een metafoor zien voor de beschermende laag van een religieuze opvoeding, maar die gedachte verdween snel toen Rijneveld meldde dat ze haar brood verdiende met strontschuiven en melken bij een bedrijf dat iets met koeien deed. De voorzichtige dochter die van het geloof was gevallen, bleek volledig geaard.

    New_born_Frisian_red_white_calf

    Het lezen van Rijnevelds poëzie levert hetzelfde beeld op. In Kalfsvlies is een dichteres aan het woord met respect voor haar familie en, zoals mijn beppe zou zeggen, "een goeie kop op de schouders". Zo opent de bundel met de praktische vraag: "Hoe ga je naar bed als je net een schaap hebt overreden?" In de regels die daarop volgen wordt de veroorzaker van het ongeluk getroost met drank en liggen "koude handen als rauwe sukadelappen" op ogen waaruit even later de wijntranen komen biggelen. Rijneveld grossiert in dit soort vette opeengestapelde beelden en ik houd daar wel van. Er zijn al genoeg gedichten waarin zo veel mogelijk gezegd wordt in zo weinig mogelijk woorden. Klets mij maar de oren van de kop.

    Uiteindelijk huilt de automobilist niet meer "om het schaap maar om wie de bestuurder troost". Waarna je als lezer achterblijft met de vraag wat nu eindelijk de geschiedenis is tussen die twee. Het schaap verdwijnt volledig uit beeld.

    Ik had Rijneveld willen vertellen over de elektrische strontschuiver in de boerderij aan het einde van de landweg waar ik opgroeide, over hoe klasgenoot Bram en ik daarop gingen staan als we zeker wisten dat zijn vader binnen lag te dutten, over de golven koeienstront die voor ons uit rolden en dat er later wapens in het hooi gevonden waren. Maar ik stapte op mijn fiets naar huis waar de stamppot met rookworst klaarstond en mijn vrouw wachtte. Ik wilde iets aanraken wat ook van mij was.

    Rijneveld-kalfsvlies-729x1024

  •  

    Vanaf december vorig jaar fotografeert dichter Tsead Bruinja iedere dag het uitzicht vanuit zijn werkkamer en post dat dan op Facebook. Bij het verschijnen van zijn nieuwe dichtbundel Binnenwereld, Buitenwijk sprak Mathijs Deen met hem over aandacht, toewijding, poëzie en de populier op zijn binnentuin, die hij iedere dag op de foto zet.

    IMG_4729

    IMG_4728

  • Kim Moore is de dochter van een steigerbouwer uit Leicester. Ze werd daar in 1981 geboren en erfde van haar ouders een prachtig “common” arbeidersaccent. Als ze “water” zegt, hoor je “wha’uhr”. Vele juffen en meesters probeerden het haar af te leren. Moore schrijft diep doorvoelde gedichten waardoor hele roedels wolven trekken, gedichten over de ziel en over “haar mensen”, “mensen die vloeken zonder te beseffen dat ze vloeken” en “mensen die onderkruiper schreeuwden en bakstenen gooiden naar de politie.”

     

    Moore woont in Barrow, Cumbria, in het noordwesten van Engeland. Als je bij haar de deur uitgaat en de straat afloopt, ontwaar je tussen de rijen huizen de zee.  Ik leerde haar kennen tijdens een festival in Fermoy, county Cork, Ierland en genoot van de gedichten uit haar eerste bundel If we could speak like wolves / Als we als wolven konden spreken. Maar misschien is voordragen hier niet het juiste woord. Met een accent als dat van Moore heb je het soms over “voorknauwen”, maar dan wel op een zeer aangename zachte en muzikale wijze.

    Kim-moore-if-we-could-speak-like-wolves_(1)

    Afgelopen weekend wandelde Moore over het strand van Vlieland, sliep ze in een tent op camping Stortemelk en zwom ze in de Noordzee. Samen met Bas Kwakman, directeur van Poetry International,  organiseer ik op het eiland een poëzieavond. We vragen de dichters er een vakantie van te maken. We zwemmen met ze, we koken voor ze en afgelopen maandag schuilden we samen met ze voor de regen.

    Moore is wel wat regen gewend. Die wolven huilen niet voor niets zo hard in haar gedichten, bijvoorbeeld wanneer ze schrijft over een gewelddadige periode in haar leven: “In dat jaar was mijn lichaam een rookpilaar / en konden zelfs zijn handen mij niet houden. / … / En in dat jaar sprak mijn tong de taal van insecten en herkende zelfs mijn vader mij niet”. Ik was ontroerd toen ze vertelde hoe diezelfde vader in de zaal stond toen zij dit gedicht voorlas. Moore wist niet dat haar ouders gekomen waren. En haar ouders wisten beiden niets van het geweld dat haar was aangedaan. Haar vader stormde huilend de zaal uit.

    Tegenwoordig gaat het veel beter met Moore. De wolven janken nog steeds, maar het leed is kleiner. Met een gezonde dosis sarcasme schrijft ze over haar werk als muziekdocent. Ze vervloekt de kinderen “die op het mondstuk tikken / met de muis van hun hand om een plopgeluid te maken” of “die de trompet op de grond laten vallen en dan lachen.” Van Moore mogen ze ieder weekend buitenshuis marcheren in de kou en geteisterd worden door “de drang om elke dag te oefenen zonder vooruitgang”.

    11911411_10152921318572186_392576922_nKim Moore in actie samen met Jan Glas die de vertalingen van Willem Groenewegen voordroeg

    Terwijl ik deze column tik, stapt ze op de boot naar Harlingen. Ik blijf nog een dagje. Ik ga haar humor, haar zachte geknauw en vooral haar wolven missen.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    Kim Moore heeft een website: https://kimmoorepoet.wordpress.com/

    *

    P.s. twee dagen nadat ik deze column had ingeleverd, kreeg ik de kans om Moore uit te nodigen voor het Amsterdams Read My World festival. Op 2 en 3 oktober komt Moore daar voordragen. http://www.readmyworld.nl/

    P.s.s. de vertalingen in deze column zijn in opdracht van Poetry International gemaakt door Willem Groenewegen. http://www.willem-groenewegen.nl/

    11891410_1162113977149138_8124708321545844533_o
    Het was een warme dag voor we op de boot richting Vlieland stapten en we hadden tijd over waardoor we in Harlingen kibbeling en hoedjes konden aanschaffen. Foto door Saskia Stehouwer.

  • Binnenwereld_buitenwijk_omslag

    Met o.a. Lies van Gasse, Frank Keizer, Elmar Kuiper, Hannah van Binsbergen, Saskia Stehouwer, Dennis Gaens, Harold K, Jaap van Keulen en Frank Tazelaar.

    Woensdagavond 16 september wordt mijn nieuwe bundel ten doop gehouden. Wees welkom voor een avond met voordrachten van diverse dichters, optredens van muzikanten en live gemaakte & gebeamde tekeningen.

    De bundel is vanaf volgende week verkrijgbaar en grotendeels nu al te beluisteren via soundcloud:

     

    Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam
    Aanvang: 20.00 uur
    Toegang: gratis

    Reserveren verplicht. Stuur a.u.b. daarvoor even een mailtje naar mij op tbruinja[at]gmail.com onder de titel "reservering".

    Facebookevent: https://www.facebook.com/events/1479524255676032/

    Informatie over de bundel:

    Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden
    Uitgeverij Cossee - www.uitgeverijcossee.nl 
    ISBN 978 90 5936 609 1 | nur 306
    Paperback | 13,6 x 21,5 cm | ca. 64 blz.
    Ca. € 16,90 | Verschijnt augustus 2015

    PERS

    Recensie-exemplaren aanvragen:

    NL: Om recensie-exemplaren op te vragen, neemt u contact op met Eva Bouman
    via bouman[at]cossee.com of 020 – 528 99 11.

    BE: Vlaamse pers gelieve contact op te nemen met Elien Delaere van Van Halewyck
    via elien[at]vanhalewyck.be of 0032 – 16 46 84 81.

    A06A5540
    Foto door Evelyn Flores

  • “We hebben een verrasing voor je,” zei Gene Barry, therapeut, dichter en directeur van het vriendelijkste poëziefestival in de wereld nabij de Ierse stad Cork. Ik was net aangekomen met de ochtendvlucht en overhandigde na een stevige omhelzing Gene de see-buy-fly-tas met oude kaas en jenever.

    Ik heb eerder wel eens een grap gemaakt over de vriendelijkheid waarmee dit festival zich afficheert, vanwege alle problemen en ruzietjes binnen de gelederen van de oorspronkelijke organisatie. Maar van die oude club is nu een gezonde kern overgebleven die uitblinkt in gastvrijheid en geestdrift voor de poëzie. Die geestdrift probeert men over te dragen door dichters niet alleen in kroegen maar ook in banken, drogisterijen en kledingwinkels voor te laten lezen. De poëzie wordt nog net niet bij de mensen thuis gebracht.

    Slager
    Martin Reints en Alexander Hutchison lezen voor in een slagerij

    Mijn verrassing reed statig pruttelend voor me langs. Het was een witte Rolls Royce uit de jaren vijftig met achter het stuur de vijfenzestigjarige potige ex-boxer, ex-timmerman en ex-uitsmijter Tom die een van de mooiste pubs in Ierland runt, de Spinning Wheel te Castletownroche. Het is het enige café waar ik ’s nachts om vier uur een pony doorheen heb zien lopen en dat was geen dronken zinsbegoocheling.

    11825142_655522791216233_4365114624821895192_n

    Het was de vierde keer dat ik te gast was bij het festival. Tijdens de eerste editie werden mijn vrouw en ik ’s avonds om een uur of negen van het vliegveld linea recta naar een pub gebracht waar een man of dertig naar elkaars gedichten zaten te luisteren en grinnikten om elkaars grappen. Zeven uur later zaten we met ongeopende koffers en gesmeerde kelen uit volle borst met iedereen mee te ouwehoeren. Binnen een nacht waren we vrienden voor het leven geworden.

    Ik was gevraagd het festival dit jaar te openen en had op Schiphol een kort praatje geschreven geïnspireerd door de speech van Obama voor de Afrikaanse Unie. De toespraak van de Amerikaanse president waarin hij de groeiende middenklasse en het ondernemerschap van Afrika prees, was in mijn ogen een teleurstellend vlak betoog. Het hoogste doel voor de Afrikanen leek de volledige omarming van het kapitalisme. Het was alsof een directeur een continent marktkooplui en consumenten stond toe te spreken. De Nobelprijswinnaar bleek een ouderwetse koopman.

    Ik schreef op de luchthaven een pleidooi voor de aandacht en besloot de dichters op te roepen van het vriendelijkste festival in de wereld het festival te maken met de beste luisteraars. Vlak voor aanvang van de festiviteiten voelde mijn pamflet wat potsierlijk aan, mede door de Rolls waarin ik was opgehaald. Gelukkig waren mijn woorden niet aan dovemansoren gericht. Zo’n vijf dagen lang waren onze enige ondernemingen investeringen in het aandeel Guinness en elkaars poëzie.

    De wereld hoeft van mij geen winkelcentrum te worden. Geef mij liever een gezonde afzetmarkt voor vriendschap, verhalen en idealen. 

    *

    Kort filmje over The Spinning Wheel:

     

    Website van het festival: http://www.fermoypoetryfestival.com/

  • Emmenaar is gelukkiger dan Amsterdammer,” prijkte onder een foto van een gezellig zomers terras in Amsterdam. De foto vergezelde een kort interview met Martijn Burger, wetenschappelijk directeur van de Erasmus Happiness Economics Research Organisation. Volgens deze directeur van het geluk wonen er in kleine steden minder geesteszieken, alleenstaanden en armen en zijn er minder veiligheidsproblemen. Daardoor zouden Emmenaren, en waarschijnlijk ook Leeuwarders, gemiddeld gelukkiger zijn dan Hagenaren, Rotterdammers of Amsterdammers.

    Ik kan me moeilijk voorstellen dat ik gelukkiger zou zijn in Emmen. Ik ben er aan het eind van een winterse maandagmiddag wel eens doorheen geslenterd op zoek naar een restaurant. Rond half zes waren de meeste winkels dicht en liep ik door een spookstad.

    Goost

    De grote steden zouden vooral singles de kans bieden om te werken aan hun geluk. “De relatiemarkt is daar beter,” zegt Burger. Waarbij hij voor het gemak vergeet dat meer keuze op je tinder- of grinderapp een grotere kans geeft op een RSI duim. Al kan men daar dan wel weer een fysiotherapeut mee verblijden.

    In “niet-westerse landen” ( idioot eigenlijk hoe men de meest uiteenlopende landen zo makkelijk bij elkaar veegt) blijken inwoners van grote steden gelukkiger te zijn dan op het platteland. In hun geval ligt het geluk vooral op het gebied van werk en uitzicht op welvaart.

    Als dat werk er niet is, moet je het maken, bedacht een Chinese man in de stad Wuhan, ooit kortstondig de hoofdstad van China. De gelukzoeker kocht, volgens de website van de Guardian, een borstbeeld van Mao Zedong en een Chinese vlag en plaatste die in een appartement dat hij vrolijk omdoopte tot politiebureau. Een verzameling stunguns, handboeien en een sirene voor op het dak van zijn auto maakten het plaatje compleet. Zo’n twee jaar lang wist ‘inspector Lei’ rond te komen van het verkopen van valse staatsdocumenten, een geheel eigen vorm van Happiness Economics Research.

    D
    Het kantoor van Lei

    Helaas bleek de voorspoed van de inspecteur eindig. En dat had weer alles te maken met de liefde. Tingting, zijn vriendin, was herhaaldelijk gewaarschuwd over de praktijken van Lei, maar zij wilde niet luisteren. Totdat ze bij hem weg wilde en hij begon te dreigen met het openbaar maken van een sextape. Dat ging Tingting te ver. Ze ging naar de echte politie, en die rolde de hele handel op. Het mooiste deel van de buit was het 18e eeuwse boek Het Verhaal van de Steen. Dat boek speelt zich af in “Het land van de illusie” en opent met de zin: “De waarheid wordt fictie wanneer de fictie waar is”.

    F
    De pakken van Lei

    Voor geluk heb je helemaal geen grote of kleine stad nodig. Klap je laptop open en lees het bizarre nieuws onderaan de websites van kranten. Prijs jezelf gelukkig dat je daar de hoofdpersoon niet van bent.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Twintig procent van de Nederlanders wordt opgelicht op het internet las ik op de website Liwwadders.nl. Ook ik krijg dagelijks mailtjes waarin mij indrukwekkende erecties, gigantische Afrikaanse geldsommen en winstgevende investeringen worden aangeboden. Bijna was ik in zo’n ‘phising’ mailtje getrapt toen ik bericht kreeg van een goede vriend. Hij zou in het buitenland zijn portemonnee zijn kwijtgeraakt en zocht dringend hulp. Na een telefoontje bleek hij zich gewoon in Nederland te bevinden met zijn portemonnee op zak.

    Eigenlijk ben ik nieuwsgieriger naar hoeveel mensen er op straat voor de gek worden gehouden. Vooral omdat ik afgelopen week zelf slachtoffer werd van een oplichter. Hij deed zich voor als mijn nieuwe buurman. “Ik heet Nico,” zei hij. “Ik ben een Kroaat, maar ik ben nog nooit in Kroatië geweest.” Waarna hij hard om zichzelf moest lachen. Kroatische Nico had zijn sleutels binnen laten liggen. Hij moest nodig een trein halen om aan het werk te gaan. De alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen toen hij zei dat hij leraar was. Hij zag er eerder uit als iemand die gespecialiseerd was in ‘Creatief met aluminiumfolie, aansteker en theelepel’. Maar ik trapte erin. Ik wilde mijn nieuwe buurman te vriend houden en gaf hem zeven euro.

    Avonturen_van_pinokkio

    Daarna werd hij wat overmoedig en vroeg hij of hij tevens mijn ns-kortingskaart mocht lenen. Dat werd me wat te bont. Nico had er alle begrip voor en beloofde ’s avonds met de zeven euri en een bloemetje langs te komen. Ik zei dat het bloemetje echt niet hoefde en sprong op mijn fiets. Ik zag Nico nog wat ongerust achterom kijken toen hij voor mij uit de stad in fietste en ik afsloeg. ’s Avonds was hij waarschijnlijk op zoek naar nog zo’n slimme buurman. Aan ons belletje trok hij niet.

    Ik was vergeten dat Kroaten uitmuntende zwetsers zijn. Zo trakteerde een Kroatische dichter mij tijdens een festival in Montenegro op een reeks prachtige moppen over de plaatselijke bevolking en hun vermeende luiheid. Een van die grappen speelde zich af in de Middeleeuwen. Er was voedselschaarste in Montenegro en de koning besloot dat het oneervol was om samen met zijn volk aan de hongersdood ten prooi  te vallen. Hij nodigde zijn onderdanen uit een berg op te wandelen en stelde hen daar voor zich massaal de diepte in te werpen. De Montenegrijnen zouden snel uit hun lijden verlost zijn. Na dit wat macabere voorstel stak een boer zenuwachtig zijn vinger op. “Ik zie een aardappelveld, Heer,” sprak de boer hoopvol. “Zijn ze al geschild?” wilde de koning weten. “Nee, ik geloof het niet,” antwoordde de boer. “Dan moeten we toch maar springen,” zei de koning.

    Ik heb eerbied voor Nico en zijn volk de Kroaten. Ik hoop dat hij zijn hemelse trein heeft gehaald.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl