“We hebben een verrasing voor je,” zei Gene Barry, therapeut, dichter en directeur van het vriendelijkste poëziefestival in de wereld nabij de Ierse stad Cork. Ik was net aangekomen met de ochtendvlucht en overhandigde na een stevige omhelzing Gene de see-buy-fly-tas met oude kaas en jenever.
Ik heb eerder wel eens een grap gemaakt over de vriendelijkheid waarmee dit festival zich afficheert, vanwege alle problemen en ruzietjes binnen de gelederen van de oorspronkelijke organisatie. Maar van die oude club is nu een gezonde kern overgebleven die uitblinkt in gastvrijheid en geestdrift voor de poëzie. Die geestdrift probeert men over te dragen door dichters niet alleen in kroegen maar ook in banken, drogisterijen en kledingwinkels voor te laten lezen. De poëzie wordt nog net niet bij de mensen thuis gebracht.

Martin Reints en Alexander Hutchison lezen voor in een slagerij
Mijn verrassing reed statig pruttelend voor me langs. Het was een witte Rolls Royce uit de jaren vijftig met achter het stuur de vijfenzestigjarige potige ex-boxer, ex-timmerman en ex-uitsmijter Tom die een van de mooiste pubs in Ierland runt, de Spinning Wheel te Castletownroche. Het is het enige café waar ik ’s nachts om vier uur een pony doorheen heb zien lopen en dat was geen dronken zinsbegoocheling.
Het was de vierde keer dat ik te gast was bij het festival. Tijdens de eerste editie werden mijn vrouw en ik ’s avonds om een uur of negen van het vliegveld linea recta naar een pub gebracht waar een man of dertig naar elkaars gedichten zaten te luisteren en grinnikten om elkaars grappen. Zeven uur later zaten we met ongeopende koffers en gesmeerde kelen uit volle borst met iedereen mee te ouwehoeren. Binnen een nacht waren we vrienden voor het leven geworden.
Ik was gevraagd het festival dit jaar te openen en had op Schiphol een kort praatje geschreven geïnspireerd door de speech van Obama voor de Afrikaanse Unie. De toespraak van de Amerikaanse president waarin hij de groeiende middenklasse en het ondernemerschap van Afrika prees, was in mijn ogen een teleurstellend vlak betoog. Het hoogste doel voor de Afrikanen leek de volledige omarming van het kapitalisme. Het was alsof een directeur een continent marktkooplui en consumenten stond toe te spreken. De Nobelprijswinnaar bleek een ouderwetse koopman.
Ik schreef op de luchthaven een pleidooi voor de aandacht en besloot de dichters op te roepen van het vriendelijkste festival in de wereld het festival te maken met de beste luisteraars. Vlak voor aanvang van de festiviteiten voelde mijn pamflet wat potsierlijk aan, mede door de Rolls waarin ik was opgehaald. Gelukkig waren mijn woorden niet aan dovemansoren gericht. Zo’n vijf dagen lang waren onze enige ondernemingen investeringen in het aandeel Guinness en elkaars poëzie.
De wereld hoeft van mij geen winkelcentrum te worden. Geef mij liever een gezonde afzetmarkt voor vriendschap, verhalen en idealen.
*
Kort filmje over The Spinning Wheel:
Website van het festival: http://www.fermoypoetryfestival.com/
