• Door Arie van den Berg

     

    Vergeet de heuse verdichting in deze bundel. De dichter onderzoekt het spanningsveld tussen eigen beweegredenen en externe bronnen, in de vorm van sampling. En dat werkt soms krachtig.

    Leek Tsead Bruinja in zijn eerste bundels introvert – sinds Bang voor de bal (2007) is de werkelijkheid van alledag bepalend in zijn poëzie. Die terloopse ommezwaai maakt hem tot wat hij buiten de poëzie misschien al was: een extraverte introvert. Deze bijzondere eigenschap verbergt hij overigens vaardig in een werkwijze die zich het beste laat omschrijven als ‘sampling’, een collagetechniek met van elders geleende zinsneden. Hij gebruikt dus andermans maskers om uit te drukken wat hem zelf beweegt.

    In zijn nieuwe bundel, Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden, onderzoekt Bruinja het spanningsveld tussen de twee: zijn eigen beweegredenen en zijn externe bronnen. Dat suggereert systematiek, maar daarvoor zijn Bruinja’s formuleringen te terloops en soms zelfs te nonchalant. Van heuse verdichting is in zijn poëzie geen sprake, en dat kan en mag je als lezer van sampling ook niet verwachten. Niettemin zijn de beste verzen vaak onverhoeds raak in hun slotregels. Een goed voorbeeld daarvan is het afsluitende distichon van ‘Bouillon’: ‘nog even en ik ga de poëzie in / om de wereld te verbeteren’.

    Deze paradox beheerst vooral de tweede afdeling van de bundel, ‘buitenwijk’. Daarin toont Bruinja zich bij uitstek een maatschappelijk geëngageerde dichter. Maar pas op, stelt hij zelf in het gedicht ‘Wat je met een stad kunt doen’: ‘de dichter is geen historicus/ de dichter is de conciërge van de tijd’.

    Binnenwereld buitenwijk luidt de titel op het voorplat. Op de rug en titelpagina wordt dat Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden. En aan het slot van de bundel verschijnt nog: 'Wingewest’. Die vierde afdeling had mogen ontbreken. Poëtisch is Bruinja daarin op zijn zwakst. Elk van de acht gedichten is niet meer dan een echokuil van opgevangen buitenruis – vaak, maar vooral ook vaag politiek gekleurd.

    Poëtisch sterk wordt Bruinja wanneer hij zijn eigen ervaringen of het gebrek daaraan kruist met andermans tekort en kracht. Dit gebeurt in ‘Een blinde zegt maak met mij deze kamer’, het mooiste gedicht van de bundel, dat begint met de regels:

    geef mij een indrukwekkende tafel met een dik blad
    een stevige deur die je zegt dit is een belangrijke ruimte
    een deur met gezag

    geef mij een uitzicht met de roestige geur van regen
    auto’s die na een bui over de weg suizen
    zonlicht dat m’n huid verwarmt

    De stijl is even lapidair en opsommend als in andere verzen in deze bundel, maar de inhoudelijke dwarspaden en kruisingen zijn suggestiever, dus sneller herkenbaar, bijvoorbeeld aan het slot van het gedicht: ‘zeg me hoeveel van wat je weet je hebt gezien/ hoe weinig aangeraakt// en merk wanneer je zachter praat/ dat deze kamer kleiner wordt// ik heb niet veel eelt op mijn handen/ niet veel op mijn hart of tong// roep me// dan weet ik/ waar we staan.’

    Persoonlijk is, of lijkt Bruinja vooral in de eerste afdeling ‘binnenwereld’. Die opent, na de vervreemdende titel ‘Satelliet diplomaat’, met de aansprekelijke regels ‘welke handen startten de machine / die de planken zaagde voor je bed?’ Daarmee zijn we in het huis van de dichter. Gastvrij laat hij ons kennismaken met zijn alledaags bestaan, zijn echtgenote en vrienden.

    Veel minder persoonlijk zijn de maatschappijkritische verzen in de bundel. Soms zijn die ook uitsluitend opgebouwd uit citaten, zoals ‘In kannen en kruiken’, dat niet meer dan een opsomming is van clichématige toezeggingen. Maar dan blijkt hoe krachtig sampling kan werken:

    zijn we van plan zal gaan gebeuren
    komt er aan kan niet lang meer duren
    hebben we aan gedacht hadden we ons voorgenomen
    zullen we niet vergeten is bij ons in goede handen
    komen we samen uit gaan we aan werken
    kunt u op ons afrekenen in kannen en kruiken 

    Hierna gaat het gedicht nog elf regels door met soortgelijke kreten, al wordt daarin soms aan de zekerheid gemorreld met uitspraken als ‘dat hangt ervan af ligt moeilijk ligt lastig’. Die dubbelheid uit zich ook in de laatste regels: ‘waren we al aan het doen / was mij ontschoten’. Dit had Deelder kunnen zijn, maar het is vintage Bruinja.

    E959d658686c92d1139256a9b002d28c

    Bron: NRC, 23-10-2015 - http://www.nrc.nl/

  • Mijn vrouw en ik werden door Antoine Achten uitgenodigd om twee nachten te verblijven in B & B De Kemp te Vortum-Mullem. We mochten betalen met een gedicht. Het gezin Achten was erg gastvrij. We mochten aanschuiven voor eten en verhalen, liepen door het bos richting de Maas en bewonderden de architectuur van het huis dat ontworpen werd door het bureau Onix.

    Hieronder een indruk van dat speciale ontwerp (bron: www.houtblad.nl) en daar weer onder het gedicht dat ik er schreef.

    De_kemp1

    De_kemp5

    De_kemp9

    *

    onder het juiste gebint

    ik schoof een kozijn voor mijn toekomst
    de zon scheen fel

    ik heb aan dat raam mijn vingers gebrand

    nu zoek ik een kader om te zien
    hoe de zon over het land komt

    ik zoek een kader
    zet er een stoel achter

                        ik zoek een beschutte plek
                               plaats er een kader voor

    ik zoek een kader om te zien hoe de zon opkomt

    ik trek mijn leven achter een einder vandaan
    ik trek een oud verhaal gerijpt uit de kelder
    zoek het juiste gebint
    waaraan ik het hang te drogen
    boven een nieuw vuur

    ik schoof een kozijn voor mijn toekomst
    en wilde de ramen wijd opengooien

    de zon scheen fel
    ik heb mijn vingers gebrand

    ik zoek een kader
    en leg een passe-partout om haar lichaam
    om haar lichaam onder een dun laken
    op een breed bed

    ik zoek een kader
    en zet er een bank voor

    ga met haar zien
    hoe de zon ondergaat

    *

    Meer informatie over deze locatie en de B & B op dekemp-vortum.nl

    Het zwart dat je ziet is verbrand hout. Meer daarover op: http://www.bright.nl/

    150225-blackbird-shoguban

     

  • "Kom d'r bij Van der Bij, kom d'r Bij," zong mijn Kollumer overbuurjongen Bert Klaver. Ik dacht altijd dat hij zong over de man naar wie de plaatselijke Van der Bijhal was vernoemd, maar heb het hem nooit gevraagd. Ik kende de sporthal van binnen en van buiten omdat wij daar gymnastiekles hadden met de lagere school. Enkele klasgenoten vonden het dan leuk om in mijn iets groter uitgevallen linkerborst te knijpen en 'pikeboarst' naar mij te roepen. Vanwege zijn zeer witte benen kreeg klasgenoot Romke op zijn beurt regelmatig 'pikegaas' naar zijn hoofd geslingerd. Ik heb daar vast aan meegedaan.

    De kinderen die nu in de sporthal spelen, eten en slapen, blijft dit soort pesterijen hopelijk bespaard. Zij hebben al genoeg meegemaakt tijdens hun zware tocht vanuit Eritrea en Syrië. Bovendien neem ik aan dat de Kollumers geen herhaling van de vechtpartijen uit 1999 wensen, toen men er nog van overtuigd was dat Marianne Vaatstra door vluchtelingen om het leven was gebracht en er gedemonstreerd werd tegen de verplaatsing van een asielzoekerscentrum.

    Sling-shot

    Later leerde Bert Klaver mij een katapult te maken. Hij gebruikte daarvoor het ijzeren handvat van een emmer uierzalf dat hij behendig omboog, waarna een dik elastiek, waarschijnlijk gepikt van een postbode, het wapen vervolmaakte. Als je genoeg van die elastiekjes had, kon je er ook een soort knots van maken. Maar dat is weer een ander verhaal. Wij waren zeer handig in het vervaardigen van wapentuig in de Friese Wouden.

    Misschien had Bert de techniek geleerd van zijn vader Ale die met een grote tankauto van de Melkweg door de provincie mocht rijden, met, als ik het mij goed herinner, posters van mooie vrouwen tegen de achterwand van zijn cabine. Ale kwam van het platteland en hield in zijn vrije tijd schapen. Wellicht was zo'n katapult in zijn jongensjaren nuttig gebleken.

    Download

    Wij schoten met lood. Dat lag bij Bert en Ale achter het hok. De eerste slachtoffers waren wij zelf. Ik voel de venijnige tikjes van het lood nog op mijn kont en bovenbenen. De volgende waren de eenden in de vijver aan het begin van Van Limburg Stirumweg. En onze laatste doelwitten waren de zoenende stelletjes die voor de Van der Bijhal stonden. Mobieltjes waren er nog niet, maar de politie had ons al snel in de smiezen. Zodoende leerde Bert mij niet alleen de kalverliefde te verstoren, maar ook hoe je via steegjes en struiken aan de blauwe broeken kon ontkomen.

    Die kalverliefde wens ik de kinderen uit Eritrea en Syrië inmiddels wel toe. In plaats van vechtpartijen moet er in de vele sporthallen van ons land toch ook eens iets moois kunnen opbloeien. Bert en ik zullen niet op hen schieten. Als we er beiden nog rondliepen, zouden we hen vooral flauwe liedjes leren.  

    *

    Deze column verscheen op 16-10-2015 in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • "Dank voor het komen," zei de bebaarde Braziliaanse dichter Ricardo Domeneck (bouwjaar 1977) nadat hij het podium had beklommen. Om zijn dankwoord vervolgens droogkomisch af te sluiten met 'weer een volle zaal om teleur te stellen'. Domeneck die in Berlijn woont, was naar Amsterdam gekomen voor de presentatie van zijn bundel Het verzamelde lichaam (Uitgeverij Perdu).

    Ik weet weinig van Brazilië, behalve dan de verhalen over de vernietiging van het regenwoud en de drugsoorlogen. Mijn kennis van de Braziliaanse poëzie reikt niet veel verder dan de erotische gedichten van Carlos Drummond de Andrade, auteur van 'Billehoning billekleur billelief' (hele gedicht onderaan dit bericht) waarin het achterwerk in al haar glorie wordt geprezen: "…billen duizendvormig, multibil unibil / bil in bloei, bil in al / manebil en zon in / billegloren." Andrades gedichten kent u misschien uit de documentaire 'O Amor Natural' van Heddy Honigmann. Een bejaard stelletje steelt in die docu de show door te glimlachend te beweren dat de erotiek aan hen niet verloren is gegaan en dat hun liefdesleven nog altijd bruist.

     

    Andrades landgenoot Domeneck sprak ook over de liefde maar uitgebreider over slavernij, racisme en genocide. Hij vertelde over Portugese houthakkers die trouwden met inheemse vrouwen, niet uit liefde maar om aan goedkope arbeidskrachten te komen. Volgens de traditie behoorde de familie van de bruid namelijk aan de bruidegom. Halfbloedjes uit deze verstandshuwelijken werden door beide bevolkingsgroepen met de nek aangekeken. Zij werden later de meest gevreesde indianenjagers.

    Ook sprak Domeneck over de politiek van nu en hoe zijn liefdesgedichten, omdat ze over homoseksuele relaties gaan, in Berlijn normale liefdesgedichten zijn, maar in zijn katholieke thuisland als politiek worden ervaren. Een van die liefdesgedichten deelde hij met ons. Lange tijd schreef Domeneck bij iedere verjaardag van zijn vriendje een gedicht. "Een volledige verkwisting van woorden," zei hij, "maar ik heb tenminste de gedichten nog."

    38583a982d1aab1c5396e7009da3b17c_f5150

    Het gedicht 'Tekst waarin de dichter zijn vijfentwintigjarige minnaar viert' (hele gedicht onderaan dit bericht) opent met de regels "Er waren / oorlogen die langer duurden / dan jij. Ik wens je geluk / vandaag / want je overtrof met succes de levensverwachting / van een giraf of een vleemuis." Aan het einde wordt de jarige job vergeleken met een ander dier: 'Ik vier je geest onder je haren, in erectie, / als aanhangsel van je lichaam / je penis. / Ergens /  bereikt een varken, jouw tijdgenoot, / het toppunt van zijn rondbuikige bestaan, / en ik vraag, / uitgeput en zwetend, of de minnaars, / nu hun wimpers / eindelijk verenigd zijn, schaapjes tellen / voor/  ze inslapen, euforisch en drachtig."

    Ik weet dankzij Het verzamelde lichaam weer iets meer van Brazilië, haar poëzie en haar achtergrond. Landschildpadden schijnen 250 jaar oud te kunnen worden. Ik heb nog 210 jaar te gaan om mijn geliefde ermee te mogen vergelijken.

    *

    P.s. deze column verscheen op 9-10-2015 in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

    IMG_0001

    Het gedicht van Ricardo Domeneck vertaald door Bart Vonck

    *

    Andrade_2
    Het gedicht van Carlos Drummond de Andrade vertaald door August Willemsen

    *  

    Ricardo_domeneck_verzamelde_lichaam_small
     

    Het verzamelde lichaam
    Ricardo Domeneck
    Vertaald uit het Portugees door Bart Vonck
    Uitgeverij Perdu
    ISBN 978-90-5188-102-8
    ca. 120 p | € 19,95

    Web: http://www.perdu.nl/

     

  • Wat is lekker bij Wat?
     
    Interview met Tsead Bruinja over zijn bundel Binnenwereld, buitenwijk

    door Lennert Ras

    Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) debuteerde in 2000 met de bundel De wizers yn it read / De wijzers in het rood, een Friese bundel. Op 16 september 2015 lanceerde hij zijn elfde bundel Binnenwereld, buitenwijk uitgegeven bij Cossee. Tsead was onder andere redacteur bij het literaire tijdschrift Awater, presenteert en interviewt al jaren dichters bij Poetry International, zat in de commisie Letteren van de Raad van Cultuur, maakt deel uit van het bestuur van de Lira en werkt graag interdisciplinair samen met onder andere muzikanten en vormgevers.
     
    A06A5540
    © Evelyn Flores

    Je hebt in een interview met Kenneth van Zijl gezegd, dat een dichter niet kan schrijven zonder geëngageerd te zijn. Vind je dat nog steeds?

    Jazeker. Maar engagement wordt vaak te nauw omschreven, alsof het altijd over politiek moet gaan. Het gaat om betrokkenheid. Betrokkenheid bij de poëzie en betrokkenheid bij de wereld en die wereld behelst meer dan alleen de politiek.

    Geldt dat engagement dan ook voor bijvoorbeeld “O Krinklende winklende waterding” van Guido Gezelle?

    Ja, hij was een priester, en zeker geëngageerd. Het gaat erom op welke manier je de taal tegemoet treedt, op een betrokken manier.

    Je schrijft in het gedicht ‘Eerst zien dan geloven’, geschreven voor het oorspronkelijk Iraanse Tweede Kamerlid Fred Terphuis, dat de wortels van onze cultuur bedreigd worden. Ik interpreteerde dat, als: door onze tolerantie worden onze waarden bedreigd, bijvoorbeeld door fundamentalisten.

    Nee, ik doelde in dit gedicht juist op de praktijken van Wilders. Het is eerder een pleit voor de Islam, om verhalen te lezen en om je te verdiepen in andere culturen. Het gedicht begint met een anekdote uit de Koran, waarin een worstelaar overtuigd wordt door zijn god. Ik geloof zelf helemaal niet, maar heb wel respect voor gelovige mensen. In Overwoekerd zit een spiritueel stuk. Alhoewel ik niet geloof, vind ik wel dat religie hele mooie kunst heeft opgeleverd.

    In een interview zei je, dat er in een bundel er altijd een paar uitschieters zijn en niet alle gedichten hoogtepunten kunnen zijn. Soms stel je gedichten samen uit meerdere fragmenten afkomstig uit afgekeurde gedichten. Ben je kritisch op je eigen werk?

    Ja, ik ben absoluut heel kritisch over wat ik schrijf. Ik gooi niet weg wat ik niet publiceer. En in een bundel vind je altijd een paar gedichten echt goed en andere goed. Sommige gedichten die ik in opdracht heb geschreven, passen niet in de bundel. Van de gedichten die ik afgelopen vijf jaar heb geschreven, zijn er minstens veertig niet in de bundel terecht gekomen. Het kan zijn dat ze wel in een volgende bundel komen, als ze daar wel in passen of dat ik er delen uit hergebruik.

    Schrijf je je gedichten snel?

    Mijn gedichten moeten snel geschreven worden. Meestal schrijf ik een gedicht in een uur. Zoals ik eerder zei, zijn er ook gedichten die ik samenstel uit fragmenten van andere gedichten. Dan vallen opeens verschillende fragmenten op hun plek en soms moet je er nog wat bij schrijven. Maar die knip-en-plakgedichten zijn de uitzondering.

    Schrijf je het liefst in het Fries of in het Nederlands? Je hebt ook Engelse literatuur gestudeerd. Heb je ooit overwogen in het Engels te schrijven?

    Het verschil tussen de Nederlandse en de Friese taal wordt steeds kleiner, misschien ook wel in de poëzie die ik in beide talen schrijf, maar in beide dicht ik met evenveel plezier. Mijn idioom is kleiner in het Fries, maar groot genoeg om me volledig in uit te drukken. Ik werk daar ook aan door Fries te lezen. Ik ben ooit begonnen met in het Engels te schrijven op mijn dertiende. Uiteindelijk kom je erachter dat je de nuances van die taal niet goed genoeg beheerst. Je zou er dan echt moeten gaan wonen, om goed die nuances onder de knie te krijgen.

    Wat zijn je voorbeelden qua Engelse en Nederlandse dichters?

    Jack Kerouac en Allen Ginsberg, Walt Whitman, William Carlos Williams. Whitman omdat hij de wereld omarmt en schakelt tussen positieve en negatieve dingen en die bijna gelijk stelt. Het zijn mensen die hun betrokkenheid bij de wereld tonen. Kerouac benoemt een soort zen-blues in de dingen, wat me aanspreekt. In de Nederlandse poëzie spreekt het werk van Martin Reints me aan en dat van Arjan Duinker, Eva Gerlach en de laatste jaren ook van jonge dichters, als Maarten van de Graaff, Frank Keijzer en Hannah van Binsbergen. Ook vanwege hun engagement.

    Soms heb ik het idee, dat mensen zo uitgebuit worden op hun werk, dat ze geen energie meer hebben om nog betrokken te zijn. Ook schijnen mensen te emigreren vanwege de hardheid van het maatschappelijk leven hier.

    Ik kan me voorstellen dat het politieke klimaat je niet aanstaat, maar doe er dan wat aan. We leven in een democratie. Dat mensen geen puf meer over hebben om nog betrokken te zijn, daar geloof ik niet in. Dan heb je je leven verkeerd ingericht, of heel veel pech gehad. Maar je ziet wel dat arbeidsvoorwaarden steeds slechter worden. Ik zit in het bestuur van de Lira, de auteursrechten organisatie en ben aangesloten bij de Vereniging voor letterkundigen, een soort vakbond voor schrijvers. De Lira verdeelt kabelgelden onder rechthebbenden, zoals scenarioschrijvers, en leenrecht onder schrijvers van boeken. We voeren ook rechtszaken voor onze rechthebbenden. Ik adviseerde samen met anderen de Raad van Cultuur, die weer het ministerie adviseert, over hoe de literaire wereld ondersteund zou kunnen worden. Ik heb daarbij gepleit voor Poetry International en het Nederlands Letterenfonds, dat onder andere schrijvers steunt met werkbeurzen.

    Hoe zie je je eigen ontwikkeling door de jaren heen?

    Mijn bundels zijn steviger geworden en veel meer een geheel. Ik ben beter geworden in het componeren van een bundel.

    Hoe kwam je er ooit bij om bundels te maken met als titel: Kut- en Klotegedichten?

    Ik woonde in Groningen en uitgeverij Passage, waar Daniel Dee bij zat, vroeg ons om bloemlezingen te maken, want die verkochten goed. Ik wilde dat wel doen, maar het moest wel een beetje spannend zijn. We riepen tijdens een avond wat mogelijke titels en een van ons zei toen ‘kutgedichten’. Dat zijn we gaan doen. Overigens staat er heel veel serieuze poëzie in Kutgedichten. Wij zagen die bloemlezing juist als een uitdaging om met een grappige titel interessante poëzie onder de aandacht te brengen.

    Je vertaalde een lied van Bob Dylan in het Fries. Ben je fan?

    Nee, vroeger was hij geen idool. Maar nu luister ik naar hem met plezier. Zijn brutaliteit spreekt me aan. Hij is een beetje opstandig en speelt nummers vaak helemaal anders, dat vind ik te gek. Dylan is ook geen populist. Hij heeft schijt aan het publiek en blijft daarmee zo dicht mogelijk bij zichzelf. (Bekijk op YouTube)

    Blijf jij in je gedichten ook dicht bij jezelf?

    Natuurlijk, dat kan niet anders. Anders kun je niet schrijven.

    Ooit het idee gehad om zelf liedjes te gaan schrijven?

    Tijdens mijn jeugd heb ik dat wel geprobeerd, maar mijn teksten waren te vaag en te springerig. Mijn talent ligt meer in het schrijven van gedichten. Ik sluit alleen niet uit dat ik het in de toekomst toch nog eens ga proberen in de muziek.

    Je werkt veel samen met muzikanten, bijvoorbeeld met Jaap van Keulen, waarom?

    Als jongen luisterde ik veel muziek en ik maak graag gebruik van herhalingen. Ik houd van jazz en progressieve of symfonische rock, zoals Yes, Porcupine Tree en King Crimson. Muziek beïnvloedt absoluut mijn poëzie. Ik gebruik het soms ook bij het schrijven. Zo heb ik ooit een gedicht geschreven na het luisteren van flamencomuziek. Door andere maatsoorten te beluisteren, probeer ik ook in mijn gedichten andere ritmes te krijgen. Ik probeer mijn poëzie zo te vernieuwen en mezelf niet te herhalen. Ik werk al jaren samen met Jaap van Keulen. Hij speelt gitaar en maakt soundscapes, terwijl ik voordraag. Bij mijn vorige Friestalige bundel zat een cd van de klassieke saxofoniste Femke IJlstra, die mij benaderde om samen een voorstelling te maken. Het werd uiteindelijk een rijkelijk geïllustreerd boek met etsen van Mirka Farabegoli en muziek van IJlstra. Ik geloof erg in cross over. Ik raak ook vaak geïnspireerd door films en beeldende kunst.

    Heb je wel eens een beeldgedicht geschreven of gedichten van jou naast kunstwerken gehangen, waarover je schreef?

    Ik heb onlangs met beeldend kunstenaar Milou van Ham teksten geschreven voor op een flatgebouw in Utrecht. Dat vraagt om een ander soort tekst. Ik heb eerder wel bij schilderijen geschreven en het is wel voorgekomen dat ik een gedicht voorlas bij een schilderij.

    Zijn er naast herhaling ook andere stijlmiddelen die je veel gebruikt?

    Ja, de ready made. Zo gebruik ik veel citaten (onder andere van politici, Red.). En ik gebruik graag dialect, of nepdialect.

    Dichters zouden ook geïnspireerd kunnen worden door Frans Bauer?

    Ja, als er dichters zijn die van Frans Bauer houden, hoeven dat nog geen slechte dichters te zijn. Ik heb een hekel aan mensen, die je vertellen wat je wel of niet mooi mag vinden, en dat je anders dom bent. Geef mij overigens maar de eerste plaat van Henk Wijngaard.

    Je benoemt Bart FM Droog en Tjitse Hofman als “dat waren de mannen”.

    Ja, zij maakten deel uit van Dichters uit Epibreren in Groningen tijdens mijn studententijd daar. Die jongens traden op met muziek gespeeld door Jan Klug. Ze droegen alles uit het hoofd voor en ze deden het goed bij het publiek. Dat vonden wij inspirerend.

    In Overwoekerd had je een gedicht over oorlog die binnen komt, via de boxen waar je anders muziek uit hoort en lawaai bij de buren.

    Ja, oorlog of buren, dat is allemaal onderdeel van de wereld en dat komt in mijn poëzie samen. Je brengt alles in verband. Dingen doen wat met elkaar en daar maak je een gedicht van. Ik gebruikte in mijn vorige bundel een quote van F. van Dixhoorn bij een afdeling gedichten: “Wat is lekker bij wat?” Daar gaat het in mijn poëzie over. Ik vind het interessant om te kijken wat goed smaakt bij wat.

    *

    Bron: Meander, oktober 2015.

  • Een speldenprik in het universum
     
     
    Welke handen startten de machine/ die de planken zaagde voor je bed? dicht Tsead Bruinja. Van zo'n gedachte kun je wakker geschud worden. Wie bracht de boom plantte hem/ en wie kwam hem halen? Dat bed heeft een leven geleid waar je geen weet van hebt. Een satelliet op 36.000 kilometer passeert eerst jouw huis en dan dat van de timmerman. Je sluit je ogen, en er geen verschil meer is/ tussen wie je bent (…) in of buiten je bed.
     
     
     
    Bruinja schreef het gedicht in opdracht van het EO-radioprogramma Dit is de dag voor oud-ambassadeur Edy Korthals Altes (1924), die in 1986 in gewetensnood kwam omdat hij niet langer verantwoordelijkheid kon dragen voor de wapenwedloop tussen de Navo en de Sovjet-Unie.
     
    De achtergronden van de gedichten staan niet in de bundel, maar zijn via Soundcloud te vinden. Als je niet weet dat het aan de oud-ambassadeur is opgedragen, zul je er ondanks de titel Satelliet diplomaat een doodgebloed huwelijk in teruglezen.
    Dueker-NeedleThreadOrange1
    In Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden probeert Bruinja het universum te omvatten: van interne overpeinzingen en twijfels tot externe nieuwsgebeurtenissen en de ruimte daarbuiten (satellieten, de maan). Hij laat zien hoe nietig de mens in wezen is, een speldenprik in het universum.
     
    Met name in het eerste deel Binnenwereld leidt dat soms tot schrijnende inzichten, zoals in Nest van zou en had van nu: (…) ik had meer moeten denken/ aan van die hete zomerdagen/ dat jij de trap opkwam/ en naar mij lachte.(…) maar ik denk er nu aan/ ik neem het nu mee /ik schiet de eksternesten/ uit de bomen/ om ons huis heen. De 'ik' mag dan wel proberen het gevaar op afstand te houden door de eksters uit de bomen te schieten, maar de lezer voelt dat 'maar ik neem het nu mee' mosterd na de maaltijd is.
     
     
     
    In de delen Buitenwijk en Natuurlijke omstandigheden komt de moeilijk te doorgronden en absurde buitenwereld binnen in gedichten over IS, drones, vluchtelingen: vijfhonderd koks zangers vissers timmerlui/ dokters en wetenschappers stappen vol goede moed/ aan boord van een droom om schoonmaker te worden. Een van hen neuriet keurig ingeburgerd: is het lang geleden is het lang geleden/ dat mijn hartje riep// met z'n ding dinge dong (…) en stuurt geld naar zijn nichtje/ dat haar vader in brand zag staan.' Dat soort schrijnende zinnetjes maken de bundel.
     
    *
     
    P.s. deze recensie stond in het Parool op 8-10-2015
     
    Tsead Bruinja - Binnenwereld, buitenwijk HR voor web_2
    Binnenwereld buitenwijk
    natuurlijke omstandigheden

    Tsead Bruinja
    Uitgeverij Cossee
    ISBN 978 90 5936 609 1
     
    Te koop bij de boekhandel en de uitgeverij:
    http://www.cosseewebshop.com/
  • Broeder Dieleman betrommelde de populieren en ging 'Afschafpolderoprotpolder 2010' te lijf met zijn dubmixer.

    Met dank aan Mark Rutte voor de inspiratie.

     

    AFSCHAFPOLDEROPROTPOLDER 2010

    het water werd weggepompt
    moeras en veen werden landbouwgrond
    de grutto paste zich aan en broedde in gras
    dat door warmere winters steeds vroeger gemaaid kon
    de grutto paste zich aan legde het ei eerder vertrok sneller kwam te vroeg aan in west-afrika waar de rijst net was gezaaid 
    en de boeren naar de wapens grepen

    op tv ontduikt mark rutte een vraag
    over de grote groep succesvolle allochtonen 
    die hij met zijn partijprogramma schoffeert
    door uit te leggen hoe trots hij is
    op het afschaffen van de kickbokscursus
    voor marokkanen in utrecht

    dat kunnen ze mooi niet meer gebruiken
    als ze weer eens iemand in elkaar willen slaan

    typ maar in:

    10 print “met de gevolgen heb ik niets te maken”
    sluit af met: 20 go to 10

    *

     

    Binnenkort verschijnt Dielemans nieuwe album + boek 'Uut de bron' 

    http://www.wintertuin.nl/broeder-dieleman-brengt-gelimiteerd-boek-met-nieuw-album-uit/

    Uutdebron_250

    http://www.snowstar.nl/store/cds/uut-de-bron/

  • 't Kan vriezen het kan dooien
     
    Bij het Friesch Dagblad wordt 'Binnenwereld buitenwijk' iets minder enthousiast ontvangen dan door Trouw, de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden. Die kritiek is natuurlijk prima en wellicht ook terecht, maar de kop boven het stukje en de inleiding lijken zich maar op één aspect van de hele recensie te richten. Ik vraag me bijna af of ze door één en dezelfde persoon geschreven zijn.
     
     
     
    Wisselvallige poëziebundel van Tsead Bruinja
     
     
    'Binnenwereld, buitenwijk' heet de nieuwe dichtbundel van Tsead Bruinja. De bundel staat vol gedichten die het moeten hebben van de retorische effecten, en tegelijkertijd een grote maatschappelijke betrokkenheid verraden. Bruinja’s experimenten vliegen echter helaas nogal eens uit de bocht, met als resultaat een wisselvallige bundel.
     
    De dichter Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) onderzoekt in zijn nieuwe bundel 'Binnenwereld, buitenwijk' de relatie van de mens tot de natuur, en dat doet hij vaak op een heel verrassende manier. Het gedicht Ik geef je het woord begint bijvoorbeeld zo: ‘Een man luistert naar de vogels / maar dan net iets langer dan jij en ik / hij neemt het gezang op en rekent uit / hoeveel sneller het hart van de vogel klopt.’
     
    Even later zijn de versregels korter, als een verteller die zijn stem laat dalen: ‘Hij neemt de tijd / en vertraagt / de opname.’ Het gedicht sluit af met een intieme constatering: ‘en de vogel antwoordt / de vogel heeft hem verstaan / dat vertelde een vriend me / ik heb hem verstaan.’ In dit gedicht speelt Bruinja met snelheid, door de strofes van het gedicht in lengte te laten variëren.
     
    Het is een flonkerend gedicht, en een geslaagd vormexperiment, waarin Bruinja het maximale uit zijn materiaal haalt. Maar – en dat is het slechte nieuws – dat is in Binnenwereld, buitenwijk zeker niet altijd het geval.
     
    Bocht
     
    Gebombardeerd
     
    Indrukwekkend is het gedicht 'Wat je met een stad kunt doen'. Daarbij wordt het zinnetje ‘een stad wordt eerst een paar dagen gebombardeerd’ telkens herhaald als een refrein, en tussendoor wordt een fictief verhaal over een Afrikaans volk verteld, dat allerlei bijzondere rituelen heeft waarmee ze mensen op het goede pad houden.
     
    Dit gedicht heeft een verpletterend effect, zeker als je aan het eind beseft dat Bruinja onze tijd schetst als een terugkeer naar een soort ‘natuurstaat’ van vernietiging, waarbij de techniek wordt gebruikt om de vijand te elimineren. ‘Karretjes werden door de hettieten al gebruikt / als wapens om hun vijanden mee te rammen / in volle vaart.’
     
    Cruciale plekken
     
    Bruinja dicht over holle woorden in de politiek, over drones, over speelgoed en menselijke verlangens. Het valt op dat op de cruciale plekken in de bundel (het begin en eind van elke afdeling) de sterkste gedichten staan. Wat daartussenin staat is vaak minder van kwaliteit – de stijlmiddelen die Bruinja gebruikt, zoals retorische vragen, herhaling en collageachtige technieken komen in heel wat gedichten niet goed tot hun recht.
     
    Dat is jammer. Want de dichter reflecteert wel op thema’s die ertoe doen. Tot de gedichten die je bijblijven behoort 'In de handen van je zoon' waarin Bruinja erin slaagt om je te verplaatsen in het hoofd van een vluchteling, die je voor even zelf wordt: ‘Te moe om je zegeningen te tellen / te woedend om het speelgoed in de handen van je zoon / dat heel andere kilometers heeft afgelegd / te bewonderen.'
     
    Bron: Het Friesch Dagblad, 3-10-2015
     
    Poëzie Tsead Bruinja FD 3-10-page-001
  • Er kronkelen wormen op de website van The New York Times. Een vriendelijke grijze verslaggever vertelt ons in een filmpje dat door aanpassing van een van hun neuronen, de wormen op afstand bestuurd kunnen worden met behulp van ultrasone geluiden. Al doorklikkend lees ik op nu.nl dat de Amerikaanse defensie chips wil implanteren in de hersenen van getraumatiseerde soldaten, niet om hen op afstand te kunnen besturen, maar om hen te helpen met het herstel van hun geheugen. Het klinkt goed, maar ik vertrouw dat zaakje niet, zeker niet uit de mond van een wereldmacht die haar oorlogen via joysticks beslecht.

     

    Misschien moet ik meer fiducie hebben in de wetenschap. DARPA, de organisatie die werkt aan de desbetreffende traumachips, heeft ook meegewerkt aan het bedenken van het internet en de GPS. Stel dat ik later dementeer, dan kunnen hun chips mij niet alleen een deel van mijn geheugen teruggeven; ze kunnen mijn geliefde ook op de hoogte houden van waar ik met mijn rollator naartoe scharrel.

    Naast de geheugenchip zou die geïmplanteerde tomtom veel leed kunnen voorkomen. Dementerende bejaarden schijnen regelmatig de huwelijkse trouw te vergeten en vol goede moed aan een nieuwe seksuele jeugd te beginnen. Je moet hen dat natuurlijk gunnen, maar wat mij betreft mogen gênante situaties waarbij ik met de broek naar beneden in de kamer van een buurvrouw word gevonden,  voorkomen worden.

    Geheu

    Een geheugenchip zou ook nuttig kunnen zijn voor het schrijven van columns en gedichten. Ik maak graag gebruik van anekdotes uit het verleden, maar meestal herinner ik mij maar een klein deel van wat er voorviel. Met een geheugenupgrade, liefst al te implanteren in de baarmoeder, zou ik mij eindelijk de strenge winter van 1978-1979 voor de geest kunnen halen. Nu moet ik het doen met een foto van een gigantische muur van sneeuw achter ons huis. In die muur is een gang gegraven waarop mijn oudere zus en ik als jongetje van vier te zien zijn. Ik weet er niets meer van.

    Ik zou alle keren dat mijn overleden moeder me met haar prikvingers in mijn zij kietelde en “ibetsje, pabbetsje, po” riep, opnieuw willen beleven. Maar ik zou haar dan niet alle dingen kunnen zeggen die ik haar had willen zeggen. Een volledig hersteld geheugen zou mij wel eens compleet kunnen gaan frustreren. Bovendien zorgen gebrekkige herinneringen vaak voor mooie gesprekken. Door mijn chiploze brein moet ik nu mijn vader opbellen of mijn zus opzoeken in Beetsterzwaag om te horen hoe het er tijdens die strenge winter aan toeging.

    Misschien moeten de ingrepen in mijn brein zich beperken tot het wormige kronkel-gen. Wormen, fruitvliegjes en mensen schijnen dezelfde methodes te gebruiken om genen uit en aan te zetten. Mocht ik er in het bejaardenhuis op uittrekken, dan piept men mij zo terug.

      

  •  

    Dit is The Venopian Solitude die The Red Hot Chili Peppers covert. Komende vrijdag brengt ze eigen werk tijdens het Read My World te Amsterdam:

    Talkin’ ‘Bout Our Ge Ge Generation – 2 OKT Tolhuistuin – 22:00 – 23:00

    Wat gebeurt er wanneer vier artiesten, die elkaar nog nooit hebben ontmoet, één dag samenwerken aan een optreden? Kim Moore (Groot-Brittannië), Dennis Gaens (Nijmegen), The Venopian Solitude (Maleisië) en muzikant Zea (Amsterdam / Friesland) laten komende vrijdag een unieke verzameling gedichten en liedjes horen in het Engels, Nederlands, Fries en Bahasa Malaysia.

    Check www.readmyworld.nl/programma voor de rest van het programma!