•  

    Vanaf december vorig jaar fotografeert dichter Tsead Bruinja iedere dag het uitzicht vanuit zijn werkkamer en post dat dan op Facebook. Bij het verschijnen van zijn nieuwe dichtbundel Binnenwereld, Buitenwijk sprak Mathijs Deen met hem over aandacht, toewijding, poëzie en de populier op zijn binnentuin, die hij iedere dag op de foto zet.

    IMG_4729

    IMG_4728

  • Kim Moore is de dochter van een steigerbouwer uit Leicester. Ze werd daar in 1981 geboren en erfde van haar ouders een prachtig “common” arbeidersaccent. Als ze “water” zegt, hoor je “wha’uhr”. Vele juffen en meesters probeerden het haar af te leren. Moore schrijft diep doorvoelde gedichten waardoor hele roedels wolven trekken, gedichten over de ziel en over “haar mensen”, “mensen die vloeken zonder te beseffen dat ze vloeken” en “mensen die onderkruiper schreeuwden en bakstenen gooiden naar de politie.”

     

    Moore woont in Barrow, Cumbria, in het noordwesten van Engeland. Als je bij haar de deur uitgaat en de straat afloopt, ontwaar je tussen de rijen huizen de zee.  Ik leerde haar kennen tijdens een festival in Fermoy, county Cork, Ierland en genoot van de gedichten uit haar eerste bundel If we could speak like wolves / Als we als wolven konden spreken. Maar misschien is voordragen hier niet het juiste woord. Met een accent als dat van Moore heb je het soms over “voorknauwen”, maar dan wel op een zeer aangename zachte en muzikale wijze.

    Kim-moore-if-we-could-speak-like-wolves_(1)

    Afgelopen weekend wandelde Moore over het strand van Vlieland, sliep ze in een tent op camping Stortemelk en zwom ze in de Noordzee. Samen met Bas Kwakman, directeur van Poetry International,  organiseer ik op het eiland een poëzieavond. We vragen de dichters er een vakantie van te maken. We zwemmen met ze, we koken voor ze en afgelopen maandag schuilden we samen met ze voor de regen.

    Moore is wel wat regen gewend. Die wolven huilen niet voor niets zo hard in haar gedichten, bijvoorbeeld wanneer ze schrijft over een gewelddadige periode in haar leven: “In dat jaar was mijn lichaam een rookpilaar / en konden zelfs zijn handen mij niet houden. / … / En in dat jaar sprak mijn tong de taal van insecten en herkende zelfs mijn vader mij niet”. Ik was ontroerd toen ze vertelde hoe diezelfde vader in de zaal stond toen zij dit gedicht voorlas. Moore wist niet dat haar ouders gekomen waren. En haar ouders wisten beiden niets van het geweld dat haar was aangedaan. Haar vader stormde huilend de zaal uit.

    Tegenwoordig gaat het veel beter met Moore. De wolven janken nog steeds, maar het leed is kleiner. Met een gezonde dosis sarcasme schrijft ze over haar werk als muziekdocent. Ze vervloekt de kinderen “die op het mondstuk tikken / met de muis van hun hand om een plopgeluid te maken” of “die de trompet op de grond laten vallen en dan lachen.” Van Moore mogen ze ieder weekend buitenshuis marcheren in de kou en geteisterd worden door “de drang om elke dag te oefenen zonder vooruitgang”.

    11911411_10152921318572186_392576922_nKim Moore in actie samen met Jan Glas die de vertalingen van Willem Groenewegen voordroeg

    Terwijl ik deze column tik, stapt ze op de boot naar Harlingen. Ik blijf nog een dagje. Ik ga haar humor, haar zachte geknauw en vooral haar wolven missen.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    Kim Moore heeft een website: https://kimmoorepoet.wordpress.com/

    *

    P.s. twee dagen nadat ik deze column had ingeleverd, kreeg ik de kans om Moore uit te nodigen voor het Amsterdams Read My World festival. Op 2 en 3 oktober komt Moore daar voordragen. http://www.readmyworld.nl/

    P.s.s. de vertalingen in deze column zijn in opdracht van Poetry International gemaakt door Willem Groenewegen. http://www.willem-groenewegen.nl/

    11891410_1162113977149138_8124708321545844533_o
    Het was een warme dag voor we op de boot richting Vlieland stapten en we hadden tijd over waardoor we in Harlingen kibbeling en hoedjes konden aanschaffen. Foto door Saskia Stehouwer.

  • Binnenwereld_buitenwijk_omslag

    Met o.a. Lies van Gasse, Frank Keizer, Elmar Kuiper, Hannah van Binsbergen, Saskia Stehouwer, Dennis Gaens, Harold K, Jaap van Keulen en Frank Tazelaar.

    Woensdagavond 16 september wordt mijn nieuwe bundel ten doop gehouden. Wees welkom voor een avond met voordrachten van diverse dichters, optredens van muzikanten en live gemaakte & gebeamde tekeningen.

    De bundel is vanaf volgende week verkrijgbaar en grotendeels nu al te beluisteren via soundcloud:

     

    Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam
    Aanvang: 20.00 uur
    Toegang: gratis

    Reserveren verplicht. Stuur a.u.b. daarvoor even een mailtje naar mij op tbruinja[at]gmail.com onder de titel "reservering".

    Facebookevent: https://www.facebook.com/events/1479524255676032/

    Informatie over de bundel:

    Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden
    Uitgeverij Cossee - www.uitgeverijcossee.nl 
    ISBN 978 90 5936 609 1 | nur 306
    Paperback | 13,6 x 21,5 cm | ca. 64 blz.
    Ca. € 16,90 | Verschijnt augustus 2015

    PERS

    Recensie-exemplaren aanvragen:

    NL: Om recensie-exemplaren op te vragen, neemt u contact op met Eva Bouman
    via bouman[at]cossee.com of 020 – 528 99 11.

    BE: Vlaamse pers gelieve contact op te nemen met Elien Delaere van Van Halewyck
    via elien[at]vanhalewyck.be of 0032 – 16 46 84 81.

    A06A5540
    Foto door Evelyn Flores

  • “We hebben een verrasing voor je,” zei Gene Barry, therapeut, dichter en directeur van het vriendelijkste poëziefestival in de wereld nabij de Ierse stad Cork. Ik was net aangekomen met de ochtendvlucht en overhandigde na een stevige omhelzing Gene de see-buy-fly-tas met oude kaas en jenever.

    Ik heb eerder wel eens een grap gemaakt over de vriendelijkheid waarmee dit festival zich afficheert, vanwege alle problemen en ruzietjes binnen de gelederen van de oorspronkelijke organisatie. Maar van die oude club is nu een gezonde kern overgebleven die uitblinkt in gastvrijheid en geestdrift voor de poëzie. Die geestdrift probeert men over te dragen door dichters niet alleen in kroegen maar ook in banken, drogisterijen en kledingwinkels voor te laten lezen. De poëzie wordt nog net niet bij de mensen thuis gebracht.

    Slager
    Martin Reints en Alexander Hutchison lezen voor in een slagerij

    Mijn verrassing reed statig pruttelend voor me langs. Het was een witte Rolls Royce uit de jaren vijftig met achter het stuur de vijfenzestigjarige potige ex-boxer, ex-timmerman en ex-uitsmijter Tom die een van de mooiste pubs in Ierland runt, de Spinning Wheel te Castletownroche. Het is het enige café waar ik ’s nachts om vier uur een pony doorheen heb zien lopen en dat was geen dronken zinsbegoocheling.

    11825142_655522791216233_4365114624821895192_n

    Het was de vierde keer dat ik te gast was bij het festival. Tijdens de eerste editie werden mijn vrouw en ik ’s avonds om een uur of negen van het vliegveld linea recta naar een pub gebracht waar een man of dertig naar elkaars gedichten zaten te luisteren en grinnikten om elkaars grappen. Zeven uur later zaten we met ongeopende koffers en gesmeerde kelen uit volle borst met iedereen mee te ouwehoeren. Binnen een nacht waren we vrienden voor het leven geworden.

    Ik was gevraagd het festival dit jaar te openen en had op Schiphol een kort praatje geschreven geïnspireerd door de speech van Obama voor de Afrikaanse Unie. De toespraak van de Amerikaanse president waarin hij de groeiende middenklasse en het ondernemerschap van Afrika prees, was in mijn ogen een teleurstellend vlak betoog. Het hoogste doel voor de Afrikanen leek de volledige omarming van het kapitalisme. Het was alsof een directeur een continent marktkooplui en consumenten stond toe te spreken. De Nobelprijswinnaar bleek een ouderwetse koopman.

    Ik schreef op de luchthaven een pleidooi voor de aandacht en besloot de dichters op te roepen van het vriendelijkste festival in de wereld het festival te maken met de beste luisteraars. Vlak voor aanvang van de festiviteiten voelde mijn pamflet wat potsierlijk aan, mede door de Rolls waarin ik was opgehaald. Gelukkig waren mijn woorden niet aan dovemansoren gericht. Zo’n vijf dagen lang waren onze enige ondernemingen investeringen in het aandeel Guinness en elkaars poëzie.

    De wereld hoeft van mij geen winkelcentrum te worden. Geef mij liever een gezonde afzetmarkt voor vriendschap, verhalen en idealen. 

    *

    Kort filmje over The Spinning Wheel:

     

    Website van het festival: http://www.fermoypoetryfestival.com/

  • Emmenaar is gelukkiger dan Amsterdammer,” prijkte onder een foto van een gezellig zomers terras in Amsterdam. De foto vergezelde een kort interview met Martijn Burger, wetenschappelijk directeur van de Erasmus Happiness Economics Research Organisation. Volgens deze directeur van het geluk wonen er in kleine steden minder geesteszieken, alleenstaanden en armen en zijn er minder veiligheidsproblemen. Daardoor zouden Emmenaren, en waarschijnlijk ook Leeuwarders, gemiddeld gelukkiger zijn dan Hagenaren, Rotterdammers of Amsterdammers.

    Ik kan me moeilijk voorstellen dat ik gelukkiger zou zijn in Emmen. Ik ben er aan het eind van een winterse maandagmiddag wel eens doorheen geslenterd op zoek naar een restaurant. Rond half zes waren de meeste winkels dicht en liep ik door een spookstad.

    Goost

    De grote steden zouden vooral singles de kans bieden om te werken aan hun geluk. “De relatiemarkt is daar beter,” zegt Burger. Waarbij hij voor het gemak vergeet dat meer keuze op je tinder- of grinderapp een grotere kans geeft op een RSI duim. Al kan men daar dan wel weer een fysiotherapeut mee verblijden.

    In “niet-westerse landen” ( idioot eigenlijk hoe men de meest uiteenlopende landen zo makkelijk bij elkaar veegt) blijken inwoners van grote steden gelukkiger te zijn dan op het platteland. In hun geval ligt het geluk vooral op het gebied van werk en uitzicht op welvaart.

    Als dat werk er niet is, moet je het maken, bedacht een Chinese man in de stad Wuhan, ooit kortstondig de hoofdstad van China. De gelukzoeker kocht, volgens de website van de Guardian, een borstbeeld van Mao Zedong en een Chinese vlag en plaatste die in een appartement dat hij vrolijk omdoopte tot politiebureau. Een verzameling stunguns, handboeien en een sirene voor op het dak van zijn auto maakten het plaatje compleet. Zo’n twee jaar lang wist ‘inspector Lei’ rond te komen van het verkopen van valse staatsdocumenten, een geheel eigen vorm van Happiness Economics Research.

    D
    Het kantoor van Lei

    Helaas bleek de voorspoed van de inspecteur eindig. En dat had weer alles te maken met de liefde. Tingting, zijn vriendin, was herhaaldelijk gewaarschuwd over de praktijken van Lei, maar zij wilde niet luisteren. Totdat ze bij hem weg wilde en hij begon te dreigen met het openbaar maken van een sextape. Dat ging Tingting te ver. Ze ging naar de echte politie, en die rolde de hele handel op. Het mooiste deel van de buit was het 18e eeuwse boek Het Verhaal van de Steen. Dat boek speelt zich af in “Het land van de illusie” en opent met de zin: “De waarheid wordt fictie wanneer de fictie waar is”.

    F
    De pakken van Lei

    Voor geluk heb je helemaal geen grote of kleine stad nodig. Klap je laptop open en lees het bizarre nieuws onderaan de websites van kranten. Prijs jezelf gelukkig dat je daar de hoofdpersoon niet van bent.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Twintig procent van de Nederlanders wordt opgelicht op het internet las ik op de website Liwwadders.nl. Ook ik krijg dagelijks mailtjes waarin mij indrukwekkende erecties, gigantische Afrikaanse geldsommen en winstgevende investeringen worden aangeboden. Bijna was ik in zo’n ‘phising’ mailtje getrapt toen ik bericht kreeg van een goede vriend. Hij zou in het buitenland zijn portemonnee zijn kwijtgeraakt en zocht dringend hulp. Na een telefoontje bleek hij zich gewoon in Nederland te bevinden met zijn portemonnee op zak.

    Eigenlijk ben ik nieuwsgieriger naar hoeveel mensen er op straat voor de gek worden gehouden. Vooral omdat ik afgelopen week zelf slachtoffer werd van een oplichter. Hij deed zich voor als mijn nieuwe buurman. “Ik heet Nico,” zei hij. “Ik ben een Kroaat, maar ik ben nog nooit in Kroatië geweest.” Waarna hij hard om zichzelf moest lachen. Kroatische Nico had zijn sleutels binnen laten liggen. Hij moest nodig een trein halen om aan het werk te gaan. De alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen toen hij zei dat hij leraar was. Hij zag er eerder uit als iemand die gespecialiseerd was in ‘Creatief met aluminiumfolie, aansteker en theelepel’. Maar ik trapte erin. Ik wilde mijn nieuwe buurman te vriend houden en gaf hem zeven euro.

    Avonturen_van_pinokkio

    Daarna werd hij wat overmoedig en vroeg hij of hij tevens mijn ns-kortingskaart mocht lenen. Dat werd me wat te bont. Nico had er alle begrip voor en beloofde ’s avonds met de zeven euri en een bloemetje langs te komen. Ik zei dat het bloemetje echt niet hoefde en sprong op mijn fiets. Ik zag Nico nog wat ongerust achterom kijken toen hij voor mij uit de stad in fietste en ik afsloeg. ’s Avonds was hij waarschijnlijk op zoek naar nog zo’n slimme buurman. Aan ons belletje trok hij niet.

    Ik was vergeten dat Kroaten uitmuntende zwetsers zijn. Zo trakteerde een Kroatische dichter mij tijdens een festival in Montenegro op een reeks prachtige moppen over de plaatselijke bevolking en hun vermeende luiheid. Een van die grappen speelde zich af in de Middeleeuwen. Er was voedselschaarste in Montenegro en de koning besloot dat het oneervol was om samen met zijn volk aan de hongersdood ten prooi  te vallen. Hij nodigde zijn onderdanen uit een berg op te wandelen en stelde hen daar voor zich massaal de diepte in te werpen. De Montenegrijnen zouden snel uit hun lijden verlost zijn. Na dit wat macabere voorstel stak een boer zenuwachtig zijn vinger op. “Ik zie een aardappelveld, Heer,” sprak de boer hoopvol. “Zijn ze al geschild?” wilde de koning weten. “Nee, ik geloof het niet,” antwoordde de boer. “Dan moeten we toch maar springen,” zei de koning.

    Ik heb eerbied voor Nico en zijn volk de Kroaten. Ik hoop dat hij zijn hemelse trein heeft gehaald.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • kies vrienden die geïnteresseerd zijn in agenten en jou
    vergeet niet dat als je je niet vertrouwd voelt met je huidige agenten
    het goed is om te proberen nieuwe te vinden

    meld je aan voor schietles als je geïnteresseerd bent
    breng een bezoek aan de winkels die gespecialiseerd zijn
    in het verkopen

    praat met de mensen die je er ontmoet stel hen vragen
    dat is een prachtige manier om nieuwe vrienden te maken

    agenten verwachten van vrienden dat het mensen zijn
    die anders zijn met dezelfde interesses
    dat geeft hun vriendschappen meerwaarde

    veel grote bibliotheken organiseren boekenclubs

    hier heb je een bibliotheekkaart
    maak er een gewoonte van minstens een keer per week
    met een agent de bibliotheek te bezoeken

    agenten realiseren zich dat zij dingen gemeen hebben 

    in veel gevallen kan je het verschil tussen een agent
    en een andere agent interessanter maken

    zorg ervoor dat je makkelijk praat
    geniet van hetzelfde gevoel voor humor
    gebruik de tijd om een relatie te ontwikkelen

    zoek agenten van rond jouw leeftijd en ontmoet hen 
    ga aan de oude tafel zitten met hen en met hen
    en met hen

    begin niet over vriendschap voor ze hun magazijn
    op een andere vriend van de wet hebben geleegd

    en zeg geen gemene dingen
    spreek hen nooit tegen

     

  • Aaan het NK Schaken is dit jaar ook een cultureel festival verbonden. Dichteres Annelie David verzorgt het literaire deel van dat festival. Zij nodigde een aantal dichters uit om de schakers te leren kennen en daarna een gedicht voor hen te schrijven.

    Ik sprak via Skype met Anish Giri, zoon van een Russische moeder en een Nepalese vader, die binnenkort gaat trouwen met zijn Georgische vriendin. Daarnaast las ik interviews met Giri waarin hij o.a. gevraagd werd naar zijn favoriete voetbalelftal tijdens een WK. Hij gaf Duitsland de meeste kansen en zij over Nederland dat de goals bij hen uit de lucht leken te komen vallen. "Het is alsof er ervoor en erna niets is. Dat kan niet kloppen."

    Anish
    www.anishgiri.nl

    Om enigszins aan te sluiten bij het schaakthema, maakte ik twee varianten van het gedicht, met twee verschillende openingen. De tweede (onderste) maakte ik voor de sier erbij maar gaandeweg ging ik er meer van houden dan van de oorspronkelijke versie. 

    schakel in de keten

    het is zonde om te leven alsof er ervoor
    en erna niets is

    alsof jij alle voorbereidingen
    zelf hebt getroffen

    er zijn stellingen groter dan je bord
    er zijn lichaam en taal die je moet ontwikkelen

    er zijn mensen die je moet leren lezen
    je moeder je vrouw een kind

    maar het is ook zonde om te leven
    alsof er geen wetten zijn
    om te breken

    alsof je geen belangrijke zet bent
    in een reeks waarover zich men
    later moet buigen

    alsof je daden niet nu al
    door je voorvaders worden bekeken

    ze zeggen dat je punten verliest als schaker
    wanneer je gaat trouwen
    maar je wint

    je leert opnieuw kijken
    en je leert anders lopen

    dat het zonde is om te leven
    alsof jij diegene bent

    die de eerste stap heeft gezet

    *

    schakel in de keten

    ze zeggen dat je punten verliest als schaker
    wanneer je gaat trouwen
    maar je wint

    er zijn stellingen groter dan je bord
    er zijn lichaam en taal die je moet ontwikkelen

    er zijn mensen die je moet leren lezen
    je moeder je vrouw
    een kind

    het is zonde om te leven alsof er ervoor
    en erna niets is

    alsof jij alle voorbereidingen
    zelf hebt getroffen 

    je leert opnieuw kijken
    je leert anders lopen

    dat het zonde is om te leven
    alsof jij diegene bent

    die de eerste stap heeft gezet

    het is zonde om te spelen
    alsof er geen wetten zijn
    om te breken

    alsof je daden niet nu al
    door voorvaders worden bekeken

    alsof je geen belangrijke zet bent
    in een reeks waarover men zich
    later zal buigen

    het is zonde om te leven alsof er ervoor
    en erna niets gebeurt

    *

    Meer over de Dichters en de schakers: www.nkschaken.nl

    Na afloop van mijn voordracht stelde Tom Bottema mij enkele vragen:

    2015-07-04 | Voor Tsead Bruinja is de opningszin belangrijk

    Tsead Bruinja (1974) had de opdracht aangenomen om een gedicht over Anish Giri te schrijven. Een ontmoeting tussen de twee bleek gezien het drukke programma van Giri niet makkelijk te realiseren. Uiteindelijk skypten Bruinja en Giri bijna een uur met elkaar terwijl Giri op dat moment voor een schaaktoernooi in Noorwegen verbleef. Volgens Bruinja was dat echter voldoende tijd om een beeld van de nummer één van Nederland te krijgen. Na de opening en loting sprak Tom Bottema kort met de dichter.

    Ik heb het zelf maar één keer gespeeld, schaken. Maar dat maakte voor het gedicht met Giri niet zoveel uit. Ik ben altijd benieuwd wie ik ontmoet. Hoe is zijn leven, wat voor keuzes maakt zo iemand. Wat zijn zijn normen en wat zijn zijn waarden.

    Wat viel je op aan Giri?

    Dat hij gezien wordt als een aardige schaker. Ik vind hem een goede observator. Er was toen ik hem sprak net een wedstrijd van het Nederlands elftal aan de gang. Hij zei daarover: ze (Nederland) maken wel veel goals maar ervoor en erna gebeurt er eigenlijk niet veel.

    Giri heeft een interessante achtergrond, vader uit Nepal, moeder uit Rusland en daar doet hij ook wat mee. Hij kent bijvoorbeeld gedichten van Poesjkin, hij is op de hoogte van de Russische geschiedenis.

    Zie je overeenkomsten tussen schaken en dichten?

    Schakers zijn heel erg bezig met de opening, daar steken ze heel veel tijd in. Ik ben als dichter altijd heel erg bezig met de eerste regel. Als ik die heb, dan gaat het lopen. Ik heb vaak al stukken klaar en wordt het soms een beetje knippen en plakken. Verder: net als bij schaken zijn er ook bij gedichten verschillende varianten mogelijk. Neem nu het gedicht over Anish. Daar dacht ik vlak voor de opening over: het kan ook anders en toen heb ik een tweede versie gemaakt.

    Voel je ooit schaamte als je een gedicht gemaakt heb, dat je je teveel blootgegeven hebt?

    Nee. Ik blijf er wel onzeker over. Maar iets in je weet: dit gedicht is goed, het is af.

    Vond Anish het gedicht mooi?

    Dat kom ik natuurlijk nooit echt te weten. Poëzie in een andere taal dan je moedertaal is bovendien soms moeilijk te begrijpen. Maar ik heb hem in de ogen gekeken toen ik het voorlas.

  • Tijdens de glorietijd van uitgeverij Bornmeer, toen de literaire cowboys Robert Seton en Louw Dijkstra wonderen verrichtten in de Friese poëzie, dankzij vertalingen van Nijntje en de Kameleon, was er ook geld voor vertaalde poëzie. Vanuit Leeuwarden werden Iraanse, Afghaanse en Irakese dichters op de rest van Nederland afgevuurd, gesubsidieerd door wat nu het Nederlands Letterenfonds is. Ik leerde Rodaan Al Galidi en Mowaffk Al-Sawad kennen, beiden uit Irak, en luisterde naar hun boze verhalen over Amerika, het land van mijn favoriete schrijvers.

    Mowaffk
    meer over dit boek van Al-Sawad

    Niet veel later ontmoette ik de Friese dichter Elmar Kuiper die tevens door Bornmeer uitgegeven zou worden. We reisden samen naar Toulouse voor een minderheidstalenfestival, deelden daar wegens beperkt budget een hotelbed en slachtten voor de ogen van Marokkaanse kinderen en andere nietsvermoedende marktbezoekers een witte overall gevuld met ballonnen vol nepbloed. Ik denk niet dat de omstanders er ook maar iets van begrepen, maar op mij had de radicale performance een grote invloed.

    In 2008, zeven jaar na Toulouse, stapten Kuiper en ik in het vliegtuig naar Schotland voor een literair festival. We lazen voor, dronken whisky en filmden Schotse dichters die gedichten van Friese schrijvers in hun dialect hadden vertaald. Er werd geen taal geslacht, er werden bruggen geslagen.

    Een van de hoofdgasten van het festival was Brian Turner, een sergeant uit het Amerikaanse leger die tijdens de Tweede Golfoorlog diende in Irak en daar de bundel Here bullet over schreef. Ik wilde Turner eigenlijk niet spreken. De woede van mijn Irakese vrienden was ook mijn woede geworden.

    Toch ging ik luisteren naar de sergeant die indruk maakte met zijn genuanceerde verhaal. Turner had zich duidelijk verdiept in de geschiedenis en de literatuur van het land. Net als de Irakezen had hij onnodig geleden. Bovendien nam hij verantwoordelijkheid voor het leed dat hij anderen had aangedaan. Hij toonde begrip en berouw.

     

    Kuiper en ik vroegen de oud-sergeant of we hem mochten filmen. Met vuur las hij zijn monoloog voor tegen een kogel, die hij uitdaagde het karwei af te maken en hem naar de andere wereld te helpen. Ondertussen dacht ik na over hoe ik deze nieuwe vriendschap aan Al Galidi en Al-Sawad ging uitleggen.

    Die uitleg kan ik hen nu eindelijk geven door Turners memoires Mijn leven als een vreemd land (De Arbeiderspers) bij hen aan te bevelen. Ik hoop dat u en zij dat boek gaan lezen. Niet alleen om erachter te komen hoe je door een banaan een paar dagen te laten rotten deze later kunt gebruiken om aan je seksuele gerief te komen, maar vooral om het verhaal te lezen van een jonge Amerikaan die net als zijn opa, vader en oom besluit om zijn land te gaan dienen, een keuze die hem een literaire carrière en een horde angstaanjagende nachtmerries opleverde.

    P.s. ik raad mensen die het boek van Turner gaan lezen of hebben gelezen ook van harte het boek Stemmen onder de zon van Mowaffk Al-Sawad aan. Al-Sawad vertelt daarin de andere kant van het verhaal:

    In het Westen is soms nog wel bekend dat een deel van het Iraakse volk na de tweede Golfoorlog in opstand kwam tegen Saddam Hoessein, maar hoe dramatisch het daarna verliep is nauwelijks tot ons doorgedrongen. Mowaffk Al-Sawad was erbij. Hij kwam na het mislukken van de opstand terecht in een opvangkamp midden in de woestijn in het niemandsland tussen Irak en Saoedi-Arabië. Op die plek, in van elkaar met prikkeldraad afscheiden kampementen, verbleef hij samen met duizenden anderen vier jaar, vergeten door de rest van de wereld. Zijn broer zat een kampement verder. Door middel van briefjes gebonden aan vliegers konden ze met elkaar in contact blijven en berichten uitwisselen.Die brieve n zijn de bron voor de roman 'Stemmen onder de zon', waarin Al-Sawad zijn ervaringen in de hete woestijn vertelt. Bloemrijk verhaalt hij over de schokkende ervaringen van de vluchtelingen die nergens welkom waren, over de ontberingen en vernederingen in het kamp en over de grote hongerstaking. In zijn brieven haalt hij flink uit naar Saddam Hoessein, maar ook naar de Saoedi's, de Amerikanen en de verstikkende invloed van enkele imams in het kamp. Dit boek vertelt een schokkend relaas aan de westerse lezer.

    Het boek is te bestellen bij uitgeverij Passage: www.uitgeverijpassage.nl

    ForeignCountryUS1-176x300

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl