• Twee politiemannen vergezelden wethouder Laurens Ivens die in de bibliotheek van Amsterdam-Noord een boek in ontvangst kwam nemen. Het bewaakte boek in kwestie was Het Plein van Jan-Willem Anker, een bevriende dichter die samen met zijn vriendin Anna enige tijd door een groepje hangjongeren getergd werd. In zijn dagboek volgen we een half jaar aan overlast, buurtvergaderingen en toenadering, maar vooral ook een half jaar aan bureaucratie.

    Jan-willem-anker-plein

    Ik moest denken aan een verhaal dat dichter Arjan Hut op Facebook schreef over Camminghaburen. Hij vertelde over de plaatsing van een container waarin de huisraad van een aan lager wal geraakte buurman werd gestopt toen zijn huis werd leeggehaald. Hut toonde hetzelfde soort begrip en mededogen als Anker voor zijn medebuurtbewoners. Daar zit ook een boek in.

    De Amsterdamse agenten stonden vlak achter me. Terwijl Anker werd geïnterviewd, hoorde ik hen via hun mobilofoon kletsen met hun bureau. Ze leken wel zin te hebben een vechtpartij. Misschien was het een rustig dagje en was hen reuring beloofd.

    Download

    Echte heibel ontstond er niet, op wat gepruttel van twee mannen na, een grote gezette man met lang grijs haar in zwart leren jas en een klein tenger kereltje met spijkerjack en korte stekeltjes. De dikke en de dunne waren vast trouwe lezers van de website van het Parool. Daarop stond onlangs een interview met Anker waarboven de kop “Wonen tussen de etters van de vogelbuurt is een hel” prijkte. Een uitspraak die de schrijver van Het Plein nooit had gebezigd. Tussen het interview door beschuldigden ze Anker van effectbejag. Hij zou over de ruggen van de onschuldige hangjongeren een stapje hoger op de literaire ladder willen komen. Hun protest bleef binnen de perken. Werkloos hingen de rubberen bullenpezen van het gezag in de schedes.

    Bullepezen

    Als de twee beschaafde onruststokers het boek gaan lezen, zullen ze in Anker een bondgenoot zien die er juist op uit is hun wijk te verbeteren, door haar te begrijpen en door contact te zoeken met zowel het stadsdeel als de kwajongens. Anker verdiept zich daarnaast in de geschiedenis en het handelen van zijn kwelgeesten. Zo poogt hij in de achtergelaten energydrankblikjes een politieke daad te zien en haalt hij daarbij de Engelse filosoof Theodor Dalrymple aan: “Waarom smijten jongeren, vooral jonge mannen, troep op straat? Dalrymple hinkt op twee gedachten. Hij beschouwt een dergelijke handeling als subversief verzet tegen een maatschappij die hun de welvaart onthoudt waar zij recht op menen te hebben, of er is simpelweg sprake van barbarij.”

    Dat wil niet zeggen dat Anker zo nu en dan niet recht en keukenmes in eigen hand had willen nemen, maar hij deed dat niet. Hij las, schoffelde en ruimde op. Hij bromde, dacht en schreef een inzichtelijk en vermakelijk literair dagboek, zeer geschikt voor verveelde agenten.

    P.s. Anker schreef een brief aan zijn buurtgenoten. Die is hier te lezen: https://www.facebook.com/permalink.php?story_fbid=105045703169636&id=100009926192399

    P.s.s. Op 25 juni was Anker te gast bij Kunststof op Radio 1. Die uitzending is hier terug te beluisteren http://www.radio1.nl/popup/terugluisteren-programma/13/2015-06-25

    Het Plein
    Jan-Willem Anker
    De Arbeiderspers
    EPUB ISBN: 9789029538411
    Prijs: € 12,99
    Papieren boek ISBN: 9789029538404
    Prijs: € 18,99

  • Ik dacht altijd dat het grootste gevaar voor brugklassers is dat ze buiten de boot vallen. Je hoeft maar iets verkeerds te doen en je ligt er uit. Zo herinner ik me de ongeschreven regel dat je nooit je leren schooltas bij het handvat moest vasthouden, behalve als je hem met je hand over de schouder op je rug droeg. Een andere optie was het zware onding onder de arm te nemen. De brugklas was een uitstekende voedingsgrond voor vroege rugklachten en een toekomstig fysioabonnement.

    Oldskool_schooltas

    Afgelopen dinsdag las ik dat er nog een groter gevaar op de loer ligt. Op de website van de Leeuwarder Courant stond dat brugklassers niet meer gewend zijn om te fietsen. Door hun geringe ervaring in het verkeer raken ze verzeild in allerlei ongelukjes.

    Ik was wel gewend om te fietsen toen ik naar de openbare MAVO ging in Kollum. Maar wij woonden op een steenworp afstand, dus liep ik. Het grootste gevaar voor mij was dat mijn vader op diezelfde school als conciërge werkte. Toen de zittenblijvers Tina en Petra uit Zwaagwesteinde een videoband van de Blue Lagoon hadden gehuurd voor een klassenavond, dacht mijn vader dat het om soft porno ging. Hij opperde dat niet alle brugklassers de naaktscènes zouden waarderen en noemde mij als voorbeeld. Bedankt, Pa!

     

    Gelukkig ging ik het jaar daarop, uit de buurt van mijn vader, naar het RSG in Leeuwarden. Fietsen was geen optie. Ik kreeg een maandkaart voor de bus en stond iedere ochtend om tien voor zeven de slaap uit mijn ogen te wrijven tussen oudere jongens die naar de MTS, MEAO en MDS gingen. Wanneer de bus door het Zwaagwesteinde van Tina en Petra reed, hoopten we op een stoere chauffeur die extra gas zou geven. Wie op de achterbank zat, veerde dan bij de verkeersdrempels met zijn hoofd bijna tegen het plafond.

    Download

    Na een paar jaar was de lol eraf. De reis duurde te lang. In die oude FRAM-bussen leek het bovendien wel alsof de uitlaatgassen zo terug de bus in werden geleid. Met koppijn stampte ik het laatste rijtje Franse woorden erin. Petite jolie migraine. De enige verlichtende omstandigheid bestond uit het instappen van een door mij stilletjes aanbeden meisje uit Oudwoude. Soms lukte het me een plek voor haar vrij te houden, maar wanneer ze bevallig naast me neerstreek, klapte ik van verlegenheid dicht. Verder dan “hoi” kwam de liefde niet.

    37331797

    Met de ongelukjes viel het intussen wel mee. Totdat ik van Pake een mobyletje kreeg. Dat brommertje ging zo traag dat ik regelmatig ingehaald werd door racefietsers. Die ene keer dat ik er in slaagde iemand aan te rijden, bleef de schade beperkt tot schrik.

    Het grootste gevaar lag voor mij niet op de weg maar in het intermenselijke verkeer.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

  • Als dichter is de taal je belangrijkste gereedschap, maar je moet ook over een goede stem beschikken om je gevoelige verzen stevig voor te kunnen dragen. Eerder had ik daar niet veel over te klagen, maar onlangs moesten mijn versleten stembanden naar de garage. Het was tijd voor onderhoud.

    De KNO-arts stak in het ziekenhuis een grote ijzeren stang in mijn keel en liet mij allerlei klanken over hem uitstorten. De gebruikelijke fluwelen oe’s en ah’s veranderden prompt in ongeoefende Mongoolse keelzang. Volgens hem waren de klepjes boven mijn stembanden aangetast door maagzuur (in mijn geval rode-wijn-en oude-kaas-zuur). Braaf begon ik omeprazol te slikken. Dat was garage nummer 1.

    MK_keelspiegelen

    Garage nummer 2 was een logopedist. Ik was te vaak hees en was bang dat het mij optredens zou kosten. Een goede vriendin is logopedist, dus was de stap snel gezet. Ik schreef me in bij haar praktijk en leerde dat ik mijn zinnen als een nachtkaars uit laat gaan ver voordat ik aan het einde ben beland. Ik moest herhaaldelijk “mijn fiets is af” zeggen, waarbij mijn ‘affffff’ klonk als een leeglopende fietspomp.

    Maar de beste garage is garage nummer 3: zanglerares Aukje. Door haar zing ik nu elke ochtend onder de douche een speciale toonladder, waarbij ik mijn lippen flink laat bibberen en flapperen, zodat de lucht vanuit de juiste plek komt. Ze leert me op mijn adem te vertrouwen en meer van mezelf te laten zien. Mijn problemen hebben deels met verlegenheid te maken. Het is beter om voluit te gaan en je niet te veel in te houden. Ik moet leren galmen!

     

    Soms denk ik dat ze ons op school met Nederlands een mooie auto hebben gegeven, maar vergeten zijn daar fatsoenlijke rijlessen bij te doen. Nu leer ik het op de weg en in de garage. Do-re-mi-vroemmmm.

    *

    pArt is een uitgvave van Special Arts http://www.specialarts.nl/.


    IMG

  • Het was een mooie week in Rotterdam.

    Wie het gemist heeft, kan een aantal van de programma's terug kijken via Poetry's Youtube kanaal - https://www.youtube.com/user/poetryinternational

    Speak

    Hieronder de filmpjes van de programma's die ik presenteerde (inclusief versprekingen en de soms wat onhandige uitspraak van de exotische namen – excuses daarvoor). Onder de filmpjes heb ik links geplaatst naar de pagina's met de gedichten en bio's van Poetry International. Er zaten wat mij betreft alleen maar sterke dichters bij. Na de voordrachten interview ik de dichters nog zo'n 15 tot 20 minuten.

     

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/2212/Durs-Grunbein

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/12400/Els-Moors

     

     

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/10960/Togara-Muzanenhamo

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/26845/Guo-Jinniu

     

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/26840/Yanko-Gonzalez

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/14835/Peter-Verhelst

     

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/26951/Justyna-Bargielska

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/24140/Philip-Nikolayev

    Veel mensen kwamen na afloop naar me toe. De ene vond het interview te weinig over het schrijven gaan, de andere vond het te 'cognitief' ('te weinig emotie') en weer iemand anders vond mij te agressief.

    Ik heb in ieder geval genoten van alle voordrachten en de gesprekken (inclusief aantrekkelijke zijpaden), hoe cognitief, agressief of onliterair dan ook.

    PEACE OUT!

    Peace 

    Meer programma's kun je bekijken op: https://www.youtube.com/user/poetryinternational

  • De fatale sprong van de jonge Chinese fabrieksarbeider Xu Lizhi uit het raam van zijn minuscule kamertje zorgden ervoor dat zijn gedichten een groter publiek vonden. Een van die literaire ramptoeristen was ik. Zijn nagelaten gedichten gaven mij een blik op het werk in de fabrieken waar onze telefoons en tablets worden gemaakt en waar ‘zelfs de machines in slaap sukkelen’. Ik las over het willen ontsnappen aan de slopende monotonie en een sollicitatie bij een bibliotheek. Hij werd niet aangenomen, wilde niet terug naar fabriek en besloot daarom een einde te maken aan zijn leven. Xu Lizhi werd niet veel ouder dan zijn opa, in 1943 door Japanse soldaten levend in brand gestoken.  

    Ik las Xu Lizhi’s gedichten en gebruikte er stukken uit voor een nieuwe tekst die ik voordroeg in Balk eind vorig jaar tijdens een avond gewijd aan dichter en socialist Herman Gorter. Ik was blij met dat gedicht. De vorm was spannend en nieuw voor mij en de mengeling van neologismen en zelf bedacht dialect brachten me een stap verder in mijn eigen experiment. Bovendien ontstond er een mooie verbinding tussen het tragische levensverhaal van Xu Lizhi en de idealistische Gorter die graag over arbeiders schreef. Alles klopte. 

    Download

    Ik moest aan dat gedicht denken tijdens een gesprek met dichter Frank Keizer en redactrice Evi Hoste. Keizer deelde ooit het artikel over Xu Lizhi. Zonder hem was het gedicht er niet geweest. We zaten op een terras aan het IJ van de zon te genieten en spraken over “The Body of Michael Brown” dat de Amerikaanse dichter Kenneth Goldsmith onlangs voorlas op een universiteit. Dat gedicht is een herschrijving van het lijkschouwingsrapport van Michael Brown, een zwarte tiener die werd neergeschoten door de politie in Ferguson. De macabere slotregel luidt: "The remaining male genitalia system is unremarkable." 

    This-is-your-problem
    Bron: http://www.marriedtothesea.com/

    Op internet brak de pleuris uit. Goldsmith werd een racist genoemd die zich als blanke dichter nooit de ellende van de zwarte bevolking had mogen toe-eigenen. Hij wierp tegen dat hij door het herhalen van de zakelijke woorden van de lijkschouwer juist met zo weinig mogelijk ‘kleur’ de tragedie ter sprake had willen brengen. Het gedicht verschilde bovendien niet veel van eerder gepubliceerd werk waarin hij over andere ‘horrific tragedies’ had geschreven.  

    Dergelijke beschuldigingen kreeg ik niet over me heen in Balk of op Facebook. Toch ging ik mij op het zonovergoten terras afvragen of ik het recht heb over mensen als Xu Lizhi te schrijven en er uiteindelijk geld aan te verdienen. Ik keek naar het pontje dat zich van Amsterdam Centraal behendig langs rondvaartboten en vrachtschepen manoeuvreerde richting Amsterdam-Noord. Wie of wat ben ik, vroeg ik me af? Een poëtische journalist of een kapitalistische culturele kolonialist? 

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

    Hieronder het gedicht.

    *

     

    NU DAN DE NEDERLAAG GELEDEN IS

    xu lihzi liep langs het spoor 
    tot hij bij de stad 
    tot hij bij de lopende band
    tot hij bij de plek aankwam
    waar hij zijn jeugd en lichaam inruilde
    voor een stofsmogstofhoest
    en een leven dat hem koud liet
    beide propte hij in een schandalig gedicht
    dat op een website staat
    lieplangs het spoor

    xu lizhi leek volgens de dorpsoudsten 
    op zijn grootvader bamboestok 
    die van het oplossen van raadsels hield
    duivelse japanners hebbben hem levend verbrand
    snippers 1943 su-hu-lingers

    xu lihzi dunne klerenhanger 
    volgens de dorpsoudsten liep hij langs het spoor
    tot hij bij zijn stad aankwam 
    waar zelfs de machines in slaap sukkelen
    de ma’ahn van ijzer is
    een vierkante kamer
    beät hij besliep hij bescheet hij bedacht hij
    beschreef xu zonder zon
    en ging maar niet dood loonstrook
    als hij een raam opent
    verschuift hij het deksel van een kist
    loonstrook

    xu lihzi liepin zijn laatste schandalige gedicht loonstrook
    zegt ‘ie dat ‘ie nog een keer de oceaan wil zien
    een berg wil beklimmen 
    dat hij zijn verloren ziel terug zou willen roepen intercom
    maar dat hem het niet lukt
    intercom
    dat we niet rouwig hoeven te zijn
    het was prima toen hij kwam intercom
    het was prima toen hij ging
    prima de xu lihzi nam stappen 
    toen hij niet door de bibliotheek werd aangenomen
    kloonstrook intercom spoor

    nu is er een xu aan de wereld ontsnapt
    die van zijn raam een deur makte
    van de straat een gr’f

    en ik lig er niet wakker van 6.0

     

  • Saskia Stehouwer wint C. Buddingh-Prijs

    Wachtkamers is beste poëziedebuut

    donderdag 11 juni 2015

    Dichteres Saskia Stehouwer (1975) krijgt de C. Buddingh'-Prijs 2015 toegekend voor haar debuutbundel 'Wachtkamers', uitgegeven bij Uitgeverij Marmer. Stehouwer ontving de prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut van het afgelopen jaar vanavond tijdens de spannende uitreiking op het 46e Poetry International Festival. 'Ondanks de zeer heldere taal, slaagt de auteur erin de lezer permanent te verrassen', oordeelde de jury bestaande uit Jan Baetens, Hester Knibbe en Marije Koens. Ook Rens van der Knoop, Jeroen van Rooij en Runa Svetlikova maakten kans op de prijs, die bestaat uit 1.200 euro en vooral bedoeld is om extra aandacht te vragen voor sterke poëziedebuten. Het postuum verschenen 'Ademgebed' van Martijn Teerlinck verdient volgens de jury een eervolle vermelding.

    De jury beoordeelt de inzet van de bundel als klassiek maar voegt er aan toe dat dit bewust-traditionele, dat sterk afsteekt tegen de tijds- en trendgevoeligheid van veel hedendaagse poëzie, zich allerminst vertaalt zich in een klassieke zegging. 'Ondanks de zeer heldere taal, slaagt de auteur erin de lezer permanent te verrassen bij elke nieuwe regel, waarvan verschillende – met name de duistere – direct in het hoofd blijven hangen. Stehouwer tracht in haar poëzie een uiterste grens te bereiken, 'het onmogelijke tot stand te brengen', zoals Paul Rodenko zou zeggen. De jury viel voor haar streng opgelegde onderzoekende houding, voor de gedisciplineerde nieuwsgierige blik waarmee ze observeert en de eigenzinnige toon waarop ze haar waarnemingen dwingend en authentiek weet te verwoorden.'

    Mr

    Tweeëntwintig dichtbundels kreeg de jury toegestuurd van zestien verschillende, zowel grote als kleine uitgeverijen. Een aanzienlijk deel van de debuten kwam van dichters die eerder de finale van de NK Poetry Slam bereikten. Een grote felicitatie gaat dus uit naar het slamcircuit. De jury constateerde een evenwichtige balans tussen vrouwelijke en mannelijke dichters, maar stelde eveneens vast dat de lijst weinig diversiteit in achtergrond vertoont. Het roept de vraag op of uitgevers een dichtende praktijk over het hoofd zien.

    De C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie is een initiatief van Poetry International en wordt sinds 1988 uitgereikt aan de schrijver van het beste poëziedebuut. In het verleden kende de prijs winnaars als Anna Enquist, Michaël Zeeman, Tonnus Oosterhoff, Joke van Leeuwen en Mark Boog, die na hun debuut allen uitgroeiden tot dichters van naam. Ellen Deckwitz (2012), Henk Ester (2013) en Maarten van der Graaff (2014) waren de laatste winnaars.

  • “Ik ben wel zo’n beetje ontbundeld,” zei dichter Eeltsje Hettinga tegen mij in een van de pauzes tijdens het Oranjewoud Festival afgelopen zaterdagmiddag. Hij wilde daarmee niet zeggen dat hij uitgeschreven was maar dat hij juist benieuwd was naar nieuwe vormen. Trots had hij eerder in onze literaire tipi aan het publiek verteld over de expositie ‘Improvisaties op Wind, Water en Wad’ in museum Belvédère, een “associatieve” tentoonstelling met werk van meer dan zeventig kunstenaars uit Nederland en Duitsland. Hettinga las voor uit de catalogus waarin onder meer gedichten van hem, zijn broer Tsjêbbe Hettinga en Albertina Soepboer zijn opgenomen.

    Www-omslag-2d

    Hettinga was nog niet helemaal ontbundeld. Voor een korte film uit de reeks ‘It fûnis / it font’ die hij met videokunstenares Lotte Middendorp maakte, wilden hij en Middendorp de letters uit rietstengels laten bestaan. Het bijeen binden van de kwetsbare stengels bleek een tijdrovende klus die de dichter een nieuwe blik gaf op het brede assortiment lijm en plakband van ijzerwarenhandel Auke Rauwerda en het fysieke aspect van de taal. Wellicht kijkt Hettinga toch een beetje uit naar de eenvoudige wereld van zijn toetsenbord.

    Download

    Anna Brouwer, met haar zestien jaar de benjamin van het literaire deel van het festival, kent de mogelijkheden van dat toetsenbord goed. Zij publiceerde op aanraden van een klasgenoot een verhaal op de online community Wattpad en vond een publiek van meer dan 400.000 lezers. In eerste instantie baarde het mij zorgen dat ze daar geen cent aan verdiende, maar toen ze vertelde dat ze voor school een eigen bedrijfje had opgericht dat online armbandjes verkocht en dat haar groepje het enige was dat winst had gemaakt, twijfelde ik niet langer aan haar glorieuze toekomst.

    10479436_895473507175628_2518318376845983250_n
    Anna Brouwer draagt voor in de literaire tipi

    Hettinga en Brouwer zijn niet de enige schrijvers voor wie het boek iets anders is gaan betekenen. Op het blog van productiehuis de Wintertuin las ik dat ook voor succesvolle romanschrijvers het vinden van een nieuw publiek noodzakelijk is geworden. Door de teruglopende verkoop is de roman voor mensen als Niels ’t Hooft en Niña Weijers een visitekaartje geworden dat schrijfopdrachten en optredens moet generen. Van alleen de royalties kunnen zij niet leven.

    Voor dichters die proberen hun eigen rok of broek op te houden, zoals ik, zijn optredens altijd al een belangrijke bron van inkomsten geweest, maar vooral ook een uitdaging. ’s Avonds tijdens het festival deelde ik het podium van een inktzwarte tipi met saxofoniste Femke IJlstra. Door de intensiteit en de discipline waarmee zij speelde, kwam voor mij de lat hoger te liggen. De gedichten die ik vijf jaar geleden schreef voor ons project ‘Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers’ moest ik voorlezen alsof ze op dat moment gebeurden, alsof ze niets met papier en alleen maar met oor en hart te maken hadden. Ik moest mij ontbundelen.

    CGUKwDLWgAEuRYx
    Foto door Monique Vogelsang

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

  • Een muis liep over mijn kussen vlak nadat ik het jaren zeventig-nachtlampje uit had gedaan en mijn collega-dichters een goede nacht had toegewenst. Het was januari 2002 en wij hadden ons eerste optreden gegeven in het legendarische hippiedorp Ruigoord bij Amsterdam. Ik was te moe en vooral ook te high om me druk te maken over ongedierte.

    In juni 2000 kwam ik voor het eerst in Ruigoord. Dichter Bart FM Droog nam me mee vanuit Groningen omdat hij er met zijn groep De Dichters uit Epibreren ging optreden. Ik stond op het punt te debuteren met een Friese bundel en was hongerig naar goede poëzie en een stevig netwerk.

    Foto 1
    Het Vurige Tongen Festival vorig weekend – foto door Saskia Stehouwer

    In het kerkje luisterde ik naar de dichters als Gust Gils en Adriaan Morriën, dichters op leeftijd die ik niet durfde aan te spreken. Ik zag een stuk literaire geschiedenis de laatste literaire adem uitblazen, met verve. Morriën droeg een scherp gedicht voor waarin hij zich afvroeg waarom niemand met hem over de dood wilde praten en Gust Gils las uit de bundel met de mooiste titel ooit: Afschuwelijke roze yogurtman.

    Twee jaar later stond ik op dezelfde planken als de door mij bewonderde dichters. In die tijd werd het dorp nog bevolkt door kunstenaars en andere bont uitgedoste paradijsvogels. Zij hadden begin jaren zeventig onder leiding van de schrijvers Hans Plomp en Gerben Hellinga Ruigoord gekraakt. Het dorp zou worden gesloopt om plaats te maken voor de petrochemische industrie. De oliecrisis en de krakers werkten de ‘vooruitgang’ tegen.

    Hellinga en Plomp kende ik uit een boek dat als bijbel diende tijdens mijn studententijd in Groningen. Mijn vrienden en ik waren halve hippies onderweg naar een beter leven. We waren geïnteresseerd in astrologie, hekserij en de verruiming van onze geesten. Bijna alle drugs die er bestonden waren door Hellinga en Plomp uitgeprobeerd en beschreven in Uit je bol. Wij lazen dat boek stuk.

    Download

    In Uit je bol stonden ook tips over eten met afrodisische werking. Ik heb voor menig meisje een pannetje staan koken met die geile ingrediënten. De resultaten waren wisselend. Vaak hadden de prei en basilicum louter een lustopwekkende uitwerking op mijn linkerhand.

    Plomp en zijn psychonauten lopen nog steeds rond in ’t Ruyghe Oort, waar ik afgelopen weekend weer voordroeg, al zijn zij officieel uitgekocht en naar Amsterdam verkast. Het groene landjuweel ligt strak ingesnoerd tussen de vrachtschepen, brandstofsilo’s en fabrieksloodsen. Niemand mag er meer wonen, maar het dorp met zijn ateliers en festivals houdt stand. En er treden daar nog steeds dichters in de voetsporen van hun voorgangers.

    Foto 2
    Het Vurige Tongen Festival vorig weekend – foto door Saskia Stehouwer

    De muis in kwestie is inmiddels in de kringloop der natuur opgenomen. Huismuizen worden hoogstens dertig maanden oud. Hopelijk trippelt een deel van het nageslacht van mijn nachtbrakertje nu over het kussen van een andere hongerige dichter. Je moet ergens beginnen.

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    Foto 4

  • Saskia Stehouwer – Wachtkamers

    Saskia Stehouwer is voor de C. Buddingh'-Prijs genomineerd met haar debuut Wachtkamers (Uitgeverij Marmer). Zondag leest zij met de andere genomineerden om 14:00 uur voor in Boekhandel Donner te Rotterdam.

    Hieronder de voordrachten van de andere genomineerden.

    Rens van der Knoop – twee mannen spreken elkaar onopgemerkt aan

    Runa Svetlikova – Deze zachte witte kamer

     

    Jeroen van Rooij – Niemand had er enig idee van wat er aan de hand was 

  • Bij ons om de hoek wordt regelmatig iemand omgelegd, maar ik ben daar nooit bij, zie hoogstens de volgende dag de rood-witte politielinten wapperen. Vorige week zag ik op het nieuws hoe een paar straten verderop een man uit zijn auto stapte en werd beschoten. De kogels raakten een tram, de man viel neer en  de schutters gingen er vandoor op een scooter.

    Pol

    Bijna dagelijks fiets ik door die straat, ook op het late tijdstip van de moord. Toch voel ik mij nog steeds veilig in Amsterdam-West, waarschijnlijk omdat het ging om een afrekening in het criminele circuit. Bij het horen van die uitdrukking verdwenen mijn zorgen en betrokkenheid als wolken voor de zon. Laat hen elkaar maar afmaken, dacht ik en vergat prompt dat het kinderen zijn geweest die vroeger hele andere, vast minder criminele, dromen koesterden.

    In diezelfde week zat ik voor een magnetisch bord met de vierjarige Lilian in Amstelveen. Lilian wilde me laten zien hoe goed ze woorden kon maken. Letters en cijfers werden in een voor mij onsamenhangende volgorde op het bord geplaatst en ik moest ze voorlezen. Het hoefde niets te betekenen, alles mocht. Lilian maakt prachtige nieuwe woorden.

    Mang

    Haar vader Egbert was via Skype aan het vergaderen. Hij sprak met verschillende mensen over Burundi. De organisatie waar hij voor werkt probeerde de oppositie ervan te overtuigen geen nieuwe burgeroorlog te beginnen. De Burundische vrede was broos, leerden we.

    Op het nieuws hoorde ik een verhaal dat mij niet raakte, over een president die te lang op het pluche bleef zitten en een generaal die tegen hem in opstand kwam. Het raakte me even oppervlakkig als het schietincident. Ik moest meer weten.

    Wist u dat er in Burundi een poëziewedstrijd bestaat waaraan alleen maar koeienherders deelnemen, een soort hiphop battle voor Burundische cowboys waarbij de herders zo mooi mogelijk opscheppen over hun prestaties en talenten? Zou u daar niet iets over willen zien in de nieuwsrubrieken? Die herders zijn niet alleen goed in improvisatie. Ze kennen een hele reeks gedichten uit het hoofd die ze gebruiken om de koeien naar een bron of weide te leiden en ze reciteren verzen die de kudde duidelijk maken dat het tijd is om gemolken te worden. Dat is weer eens wat anders dan het “heu jongens” dat mijn nichtje en ik tegen de koeien van mijn oom riepen in de weilanden rondom Oostrum. Wij rijmden niet, wij tikten de achterblijvers op de kont met een tak.

    Ik had er ook geen weet van dat men in Burundi hetzelfde woord voor de maag van een koning gebruikt als voor de vier magen van de koe.

    En ik weet niks van de man die alleen stierf op de Amsterdamse stoeptegels en wat koeien voor hem betekenden.

     

    *

     

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    P.s. In Kirundi (een van de talen die gesproken wordt in Burundi) begroet men elkaar met Amashyo ("Dat je maar grote kuddes mag hebben"). Het antwoord is Amashon-gore ("Ik hoop dat het kuddes vrouwtjes zijn"). 

    Meer op: http://www.everyculture.com/wc/Brazil-to-Congo-Republic-of/Burundians.html#ixzz3awOIjBcg

    P.s.s. ze verschepen Friezen naar Burundi!