• De eerste Bruinja die in deze krant aan het woord kwam, was mijn vader Foeke Bruinja. Hij sprak tijdens een avond over de samenvoeging van een aantal dorpen tot het huidige Damwoude. Het moet eind jaren zestig zijn geweest. Diezelfde vader zat enkele dagen voor kerst tegenover mij aan tafel in het huis van mijn zus en haar man in Beetsterzwaag. Eerder had ik hem al eens gevraagd naar zijn verhouding met zijn vader. Aangezien hij niet veel over hem sprak, dacht ik dat mijn opa en hij misschien geen goede relatie hadden gehad. Niets bleek minder waar. Mijn opa, die ook de naam Tjeerd Pieter Bruinja droeg, en die ik alleen ken van foto’s waarop ik meer aandacht lijk te hebben voor mijn grote oranje kiepauto dan voor hem, bleek een man van weinig woorden. Trots dat hij zijn naam doorgegeven had, overleed hij, voordat ik hem kon leren kennen.

    Wellicht was ik nog meer geïnteresseerd geraakt in het verleden van mijn vader door het lezen van Nyk de Vries zijn nieuwe roman Renger. De Vries verwerkt daarin op ontroerende wijze het verhaal van zijn vader, een achterdochtige bouwvakker die de crisis van de jaren dertig nog heeft meegemaakt en die in zijn schuur te Noordbergum alle plankjes, spijkers en schroeven die op de bouwplaats overblijven bewaart. Die vader verbergt een groot geheim dat na zijn leven aan het licht komt. Hij heeft op verschillende rekeningen een klein vermogen gespaard, een erfenis waarmee Nyk de Vries later in alle vrijheid zijn prachtige roman schrijft.

    Te Beetsterzwaag vlak voor de kerst kwamen er geen riante spaarbankboekjes tevoorschijn, maar mijn vader en mijn stiefmoeder hadden wel het trouwboekje van pake Tsead en beppe Aal meegenomen. Wij controleerden de jaren van hun overlijden en berekenden onze eigen leeftijd. We zagen dat zo’n tien jaar voor het nakomertje Foeke er een eerdere Foeke was geweest die het niet had overleefd. En toen vertelde mijn vader over de oorlog.

    Het was 1945. Het einde van de oorlog naderde. De Duitsers waren teruggedrongen tot het Noorden en pake Tsead, de pachtboer van weinig woorden, werd opgeroepen om schuttersputjes te gaan graven in Drenthe. Na enkele dagen stonden de uiers van de koeien bijna op ploffen. Beppe Aal richtte zich daarom tot de plaatselijke bevelhebbers en moet daarbij flink voortvarend te werk zijn gegaan. Want even later zat ze op de bok van een wagen om haar man op te halen. De koeien konden weer worden gemolken.

    Diezelfde nacht, volgende week vrijdag zeventig jaar en precies negen maanden geleden, waren pake Tsead en beppe Aal zo blij om elkaar weer te zien dat ze een tweede Foeke verwekten. Wij keken elkaar aan, daar in Beetsterzwaag vlak voor de kerst 2015. Wij keken elkaar aan dankzij de Duitsers.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

    Illustratie-1-mans-schuttersput

  • een menigte aan golven door dit volk
    en door dit terrein doen slaan
    kost moedbomen die ik niet heb

    dit haardvuur brandende houden
    de horde vlammen
    onder hopeloos bedwang
    in deze pot

    het kost moeite
    die ik doe

    ik stap op hem af
    door het rumoer van het  personeel
    onder armen door

    en leg hem voor
    hoe het proces zou
    kunnen versnellen

    maar hij staat met de rug naar mij toe
    elastiekjes om zijn oren en een kat
    voor zijn gezicht

    ik zou de rimpeling aan het oppervlak
    willen breken

    het potlood en de pen op zijn bureau
    recht willen leggen

    ik zal een menigte aan golven
    door dit volk doen slaan

    dus ik ga

    *

    ook al komt het geluid uit hun snavels
    het zijn de schaduwen van de duiven
    die onophoudelijk hard naar mij schreeuwen

    en het plein oversteken waar ook een deel
    van het personeel met enige regelmaat
    te vinden is    

    gaat alleen met geld
    dat ik aan een mager jongetje geef
    dat wellicht de volgende zijn zal

        golf

    ik staar voor me uit alsof ik ze niet zie
    het personeel dat weet dat mij
    iemand mankeert

    en in hun kelders slapen de ratten
    in de oevers rond hun bossen
    nestelen vogels

    en toch ga ik met hen naar bed

    *

    braamlip

           dichtgeschoven
    zielloze borstkas
        in haar mand
    met huid van hout
       grootmens

        het lichaam
    stond haar af
    en stuurde haar weg

    naar waar hij en ik
    haar niet meer konden
        kunnen vangen

    wij zijn het personeel
    van william blake
    de ene avond

    de andere staan we
    in dienst van het hout

    zolang we deze mond
       bevolken

    ademen we uit

    zoete zwarte bramen

    *

    en al dat frontale naakt

    hoe vast zit het aan elkaar
    meer wil hij niet weten

    hoe lang duurt het voordat
    haar oor speelser is
    dan zijn tong

    daar zint het publiek op

    ik strompelde weg
    met mijn overall
    op de knieën

    was het hem goed
    of kon hij echt niet anders?

    speelt door hun hoofd

    *

    hij spreekt alsof hij een kind in heeft geslikt
    dat een konijn in heeft geslikt

    er hangt iets aan zijn horens
    hij gaat de stappen sexier maken
    het woestijnzand

    korrel voor korrel

    met jou erop

    dit is geen interview
    dit is een gesprek
    over een auditie

    hij is ruimhartig
    iedereen mag zijn pasjes laten zien
    en een dansje komen doen

    hij heeft altijd behoefte aan nieuw personeel
    dat hem de weg overhelpt

    hun ruggen

    *

    en merkwaardig hoe we hier
    op werden voorbereid

    door onze eigen verhalen
    organen speelser

    dan onze tongen

    *

    ik wilde niet dat het een staartje zou krijgen
    ik wilde het gezegd hebben en dat hij er dan mee
    aan de slag zou gaan

    ik had me op hem verkeken

    zodra het op zijn bordje lag
    prikte hij de vork erin
    en hield de lap vlees omhoog
    ontevreden met zijn kattenvoer

    het personeel
    hun geklooi

    kon mij nooit uit mijn humeur halen
    maar hij

    hij haalt bij mij het bloed onder de nagels vandaan
    hij trekt aan mijn rugharen

    het waait hem aan
    waar zij op wachten

    *

    uit onze bramen stootblokken
    startblokken mogelijkheden

    om dichterbij het hout te komen
    moet ik gaan zitten

    om de slag te pakken te krijgen
    moet ik de pols van het hout volgen

    bloed onder nagels laten ijlen

    zorg de arme kant

    het gras lonkt

    er zijn vestingen waar aangeroepen wordt
    in tongen dwingender dan mijn heupen

    stoeptegels lichten elke avond op

    er zitten stenen in mijn broekzak
    er is woedende lust die mij op de hielen zit

    een ander leven heb ik aangeroepen
    hard vlees dat om mijn heupen klemt

    ik mors op tijdschriften
    tijdens het plassen

    ik neem passeren
    ter harte

  • Afgelopen zaterdag stond ik in de Utrechtse zaal de Helling samen met vierhonderd man als sardientjes in blik bij een soloconcert van Steve Hogarth, zanger van mijn favoriete band Marillion. Het was warm. Ventilatoren bliezen ons koude lucht in de nek, de muziek stond keihard en ik kreeg last van claustrofobie. Dat ik kort voor aanvang moest denken aan het publiek in de Parijse zaal Bataclan, hielp waarschijnlijk ook niet. Mijn verbeelding maakt soms rare sprongen.

     
    Filmpje van het optreden in Oslo tijdens dezelfde tour

    Ik probeerde zo stilletjes mogelijk de zaal te verlaten en kwam tot rust op het toilet, waar ik mij ontdeed van een Japanse maaltijd en door de deur mijn vrouw hoorde vragen of het wel goed ging. Ook zij bleek last te hebben van de drukte en het geluid. De rest van het concert beleefden we staand tegen de achterwand, een groot deel met herriestoppers in onze oren. Het bleek moeilijk om terug in de sfeer te komen, maar het lukte.

    Misschien moet ik naar Zuid-Korea om van mijn angst af te komen. Daar gaan werknemers sinds kort onder dwang van hun werkgever in een kist liggen, las ik op de website van de BBC. Het kistgebeuren maakt deel uit van een nieuwe vorm van groepstherapie, niet ter genezig van claustrofobie, maar ter voorkoming van zelfmoord, een populaire bezigheid onder de Zuid-Koreanen. Om beter met stress te leren omgaan trekt men een ceremoniële lange witte jas aan met een feestelijke gele zoom om daarin vervolgens de eigen begrafenis te oefenen.

    _86666216_coffinscrop

    _86655692_lyingincoffins

    Jammerend schrijven de werknemers achter hun bureau hun afscheidsbrieven waarna ze video's te zien krijgen van mensen die met andersoortige tegenslagen te maken hebben, zoals een misvormde landgenoot die leert zwemmen of een kankerpatiënt tijdens haar laatste dagen. Het kan altijd erger, moet de werknemer maar denken.

    Het lijkt een nobele daad van de Koreaanse werkgever, maar het doet mij denken aan de vangnetten die de Chinezen buiten hun fabrieken hangen zodat arbeiders die uit het raam willen springen niet te pletter vallen en later misschien weer achter de lopende band plaats kunnen nemen. Vanwege mijn hoogtevrees, die ervoor zorgt dat ik bovenop hoge gebouwen de drang krijg de snelste weg naar beneden te zoeken, is ook dat beeld mij goed bijgebleven.

    De Koreanen doen meer aan het verbeteren van de werksituatie dan de Chinezen. Naast het oefenen van de eigen begrafenis behoort ook een verplichte gezamenlijke lachsessie aan het begin van de dag tot het pretpakket en mag men onder werktijd een dutje doen van een uur. Die sigaar uit eigen doos moet echter later wel worden ingehaald.

    Ik ben de BBC en de Zuid-Koreanen dankbaar. Door hen zijn mijn vele luxe-angsten weer wat gerelativeerd. Bij een volgend concert ga ik eerst naar de praxis voor zes planken en een bakje spijkers.

    *

    Deze column verscheen in de Leeuwarder Courant op 18-12-2015 – http://www.lc.nl/

  • HET WERD

    het werd uitgeleverd in een deken
    het werd uitgeleverd tijdens een etentje
    men schudde elkaar de hand
    en het werd uitgeleverd

    het werd uitgeleverd in een kist
    het werd afgeleverd voor een deur
    men schudde elkaar de hand
    het groeide in ontvangst

    het werd uitgeleverd na een handtekening
    het werd geleefd in een kooi
    men wierp eten naar binnen
    en het werd geaccepteerd

    het had zich bezeerd en het werd uitgeleverd
    het was de verkeerde grens overgestoken
    en het werd uitgeleverd

    het koesterde een droom en leverde die uit
    voordat het zelf werd uitgeleverd

    was het maar omgekomen voordat
    het werd uitgeleverd

    dan werd er nu niet op gewacht

     

     

  • Een gedicht is een instrument waarmee je je blik op de wereld scherp kunt stellen. Het dwingt je tegelijk naar binnen en naar buiten te kijken. Daar heb je wat aan. Lees, lees, lees, poëzie! – Anne Vegter

     
    Leer poëzie lezen met Dichter des Vaderlands Anne Vegter en de dichters Tsead Bruinja, Ellen Deckwitz, Maarten van der Graaff, Vrouwkje Tuinman, Maud Vanhauwaert en Charles Ducal.
     
    Hoe raakt een breed publiek vertrouwd met onze poëzie? Dichter des Vaderlands Anne Vegter neemt de handschoen op en daagt alle lezers van Nederland uit om niet langer bang te zijn voor ‘lastige’ gedichten. Gedichten willen gelezen worden en de Dichter des Vaderlands biedt je daarbij de helpende hand. Weg met die angst voor het niet-begrijpen, weg met het idee ‘dat is niks voor mij’! Samen met de dichters Vrouwkje Tuinman, Ellen Deckwitz, Charles Ducal, Maarten van de Graaff, Tsead Bruinja en Maud Vanhauwaert trekt Anne Vegter van provincie naar provincie op zoek naar lezers die nog met een boog om de poëzie heen lopen. Vegter en haar zes poëziemusketiers lezen er niet alleen gedichten, maar geven direct ook een energieke masterclass poëzie lezen waarin zij aan de hand van eigentijdse gedichten hun verrassende en verhelderende kijk op poëzie delen. Binnen een uur zie je dat poëzie niet alleen met je verstand maar met alle zintuigen te lezen is! Een ervaring die verloopt van ‘Wat staat hier?’ naar ‘Wow, nu zie ik het!’
     
    ‘Ik zal niet rusten voordat poëzie breed wordt herkend als drager van informatie over de wereld waarin het allemaal gebeurt met u als lezer daar middenin.’
     
    Hallogedicht
     
    FERME INTRODUCTIE IN DE POËZIE
     
    Met de voordrachten van de gastdichters en de keuze van de gedichten die op de snijtafel belanden belooft Hallo Gedicht! naast een stoomcursus poëzie lezen ook een ferme introductie in de Nederlandstalige poëzie van de afgelopen vijftig jaar. De meeste gedichten die tijdens de tour worden ‘ontraadseld’ zijn terug te vinden in de bloemlezing ‘Je bent mijn liefste woord’. Anne Vegter selecteerde voor die uitgave de meest sprekende gedichten bij bijzondere gebeurtenissen in een mensenleven, van de hand van hedendaagse dichters als Els Moors, Dennis Gaens, Peter Verhelst, Tonnus Oosterhoff, Joost Zwagerman, Marije Langelaar, K. Michel, Fritzi Harmsen van Beek, Gerrit Kouwenaar, H.H. ter Balkt en Hans Faverey. Toch ontkomen ook gedichten van Paul van Ostaijen, Lucebert en C.O. Jellema, gedichten die niet in de bloemlezing staan, niet aan het scherp-analytische mes.
     
    HALLO GEDICHT! LEESWIJZER
     
    Tijdens Hallo Gedicht! worden steeds drie gedichten tot op het bot gefileerd. Eén analyse komt van Anne Vegter, één van haar gast. En samen ontleden ze het derde gedicht. Het totaal van de uitge-sproken analyses wordt gebundeld in de Leeswijzer Leeswijzer Hallo Gedicht! De leeswijzer vormt een toolbox met daarin de gereedschappen die ook bij het lezen, ontrafelen en begrijpen van andere gedichten kunnen worden gebruikt. Ook zeer geschikt voor het voortgezet onderwijs!
     
    ‘Mijn doel is om een vuur te ontsteken dat lezers meesleurt naar het hart van de taal, waar denken, voelen en willen versmelten tot de compacte “energybomb” van het gedicht.’
     
    HALLO GEDICHT! TOUROVERZICHT
     
    GRONINGEN
    28 januari (Gedichtendag), 13:30 uur
    Groninger Forum Bibliotheek
    Gastdichter: Ellen Deckwitz – i.s.m. SLAG / Poëziemarathon
     
    ROTTERDAM
    30 januari (Poëzieweek), 16:00 uur
    Waalse Kerk
    Gastdichter: Ellen Deckwitz – i.s.m. Poetry International
     
    ARNHEM
    2 februari (Poëzieweek), 19:30 uur
    Rozet
    Gastdichter: Tsead Bruinja – i.s.m. Bibliotheek Arnhem en ArtEZ
     
    LEEUWARDEN
    18 februari, 20:00 uur
    Tresoar
    Gastdichter: Tsead Bruinja
     
    MIDDELBURG
    27 februari, 16:00 uur
    Kloveniersdoelen
    Gastdichter: Maud Vanhauwaert – i.s.m. De Drvkkerij
     
    UTRECHT
    29 februari, 20:30 uur
    Theater Kikker
    Gastdichter: Maud Vanhauwaert – i.s.m. Literatuurhuis
     
    ASSEN
    12 maart, 20:00 uur
    De Kolk / Boekengala
    Gastdichter: Tsead Bruinja – i.s.m. Bibliotheek Assen
     
    ALMERE
    18 maart, 12:00 uur
    Arte College (schoolprogramma)
    Gastdichter: Vrouwkje Tuinman
     
    AMSTERDAM
    29 maart, 20:00 uur
    Boekhandel van Rossum
    Gastdichter: Ellen Deckwitz
     
    EINDHOVEN
    10 april, 16:00 uur
    Grootletterfestival / Verzorgingshuis Peppelrode
    Gastdichter: Vrouwkje Tuinman
     
    MAASTRICHT
    21 april, 16:00 uur
    Bibliotheek Maastricht
    Gastdichter: Vrouwkje Tuinman
     
    DEVENTER
    24 april, 15:00 uur
    Oude Mariakerk
    Gastdichter: Vrouwkje Tuinman – i.s.m. Deventer Literair
     
    GENT
    10 mei, 14:00 uur
    Poëziecentrum
    Gastdichter: Charles Ducal
     
    DEN HAAG
    12 mei, 15:00 uur
    Koninklijke Bibliotheek
    Gastdichter: Maarten van der Graaff
     
    AMSTERDAM
    25 mei, 19:00 uur
    Trippenhuis
    Tourslot Koninklijke Academie voor Wetenschappen en Kunsten
     
    ROTTERDAM
    22 november
    De Doelen
    Slotpresentatie en presentatie Leeswijzer Hallo Gedicht!
    Dag van het Literatuuronderwijs
     
     
    Hallo Gedicht! wordt mede mogelijk gemaakt door Poetry International, NRC, KB, Poëzieclub, NTR, Stichting Lezen en Het Nederlands Letterenfonds.
  •  

    Voor de meeste volwassenen is het Sinterklaasfeest een kostenpost; voor mij betekent het kassa. Ieder jaar mag ik aantreden als presentator en jury van een wedstrijdje sneldichten tijdens het Sinterklaasgala in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Daar zingt men uit volle borst sinterklaasliedjes, wordt er naar korte filosofische en politieke bespiegelingen geluisterd en is er gelegenheid voor ouderwetse Hollandsche spelletjes, zoals zaklopen.

    Dit jaar liet de organisatie geen zwart geschminkte pieten door de gangen huppelen. In plaats van de gebruikelijke dartele jonge meisjes en jongens van de toneelschool, was de organisatie op zoek gegaan naar Amsterdamse allochtonen. Enkele vrouwen, maar vooral mannen van middelbare leeftijd liepen in gewone kleren door het pand. Het enige dat wees op hun rol als hulpje van Sinterklaas, was een naambordje met 'Piet' erop.

    Brompot Frank Lammers, onlangs nog op het witte doek te bewonderen als zeeheld Michiel de Ruyter, kroop in de huid van een chagrijnige en oversekste Sint. Hij had een sinterklaaspak aan, maar de grijze nepbaard hing losjes onder zijn kin. We keken naar een stel 'buitenlanders' dat zichtbaar de weg kwijt was onder leiding van een tokkie.

    SetRatioSize1366645-sinterklaasgala-header

    De bezoekers van het gala wordt ieder jaar gevraagd een cadeautje mee te nemen. Die pakjes vormen de prijzen die gewonnen kunnen worden bij het zaklopen en het sneldichten. Dit jaar moest het volk echter een lesje worden geleerd. De zaklopers kregen geen cadeaus maar chocolademunten. Daarmee zouden ze later pakjes kunnen kopen.

    Als Hollandsche spelleider kreeg ik gezelschap van Jahan, een grijze Iraniër die al vierentwintig jaar in Nederland woont. Hij had een boekje met in het Nederlands geschreven gedichten meegenomen. Jahan verstond weinig van wat ik zei, waardoor alle grappen die ik maakte een vroegtijdige dood stierven. Wel wilde hij graag zijn eigen geëngageerde gedichten voorlezen. Niemand luisterde naar zijn mooie doorvoelde woorden. Men kwam voor de lol.

    Na afloop vanhet festijn mochten de bezoekers met de meeste munten in de grote zaal naar voren komen. In plaats van cadeaus viel hen de hoon van Sinterklaas ten deel: "Jullie klagen over graaiers, maar jullie zijn zelf de ergsten." De allochtone hulppieten keken ernaar en grinnikten alsof ze het begrepen. De enige goede grap was dat iedereen na afloop als cadeau een vluchteling mee zou krijgen om in huis te nemen.

    Links Nederland, waar ik mezelf voor het gemak maar even onder schaar, is verslaafd aan een braaf soort zelfkastijding. Men bekent schuld als een malle: "Weet je wel hoeveel wij verdienen aan de wapenhandel?" "Wij willen een groenere aarde, maar niet op de fiets om boodschappen." Het zijn moderne aflaatbrieven. Onze bekentenissen zijn ongevaarlijk. Wij slaan onszelf voor de bühne met gouden kettingen. En ik stapel als een volleerde Ome Willem deze moraal op deze moraal.

    Omewillem

  • Door Willem Thies

    In het onlangs verschenen Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden zet Tsead Bruinja (1974) de lijn van Overwoekerd (2010) voort – enerzijds schrijft hij gedichten gesitueerd in de huiselijke sfeer, het alledaagse leven, de geborgen en besloten (maar niet gesloten) ‘binnenwereld’; anderzijds richt hij zijn blik op politici, rampen, oorlogen, het nationale en internationale nieuws, de ‘buitenwereld’. De thematische verdeling gaat samen met een stilistische: gedichten die de intieme, soms banale ‘binnenwereld’ tot bereik hebben, zijn doorgaans zachter, tederder, soms weifelend, tastend; gedichten waarin de (ver)houding tot de ‘buitenwereld’ centraal staat, zijn directer, ‘frontaal’, dik aangezet en ‘druk’ (inspringingen, cursiveringen en flarden in het Engels).

    Met name de openingsafdeling, ‘binnenwereld’, bevat sterke, soms indringende gedichten. Zoals ‘satelliet diplomaat’, dat aanvangt met: ‘welke handen startten de machine / die de planken zaagde voor je bed? // wie bracht de boom plantte hem / en wie kwam hem halen?’ Verderop in dit gedicht wordt met ‘planken’ niet het grondmateriaal van het bed aangeduid maar is het een pars pro toto voor de (planken) vloer: ‘wanneer je ’s nachts wakker geschud door een vraag / het plafond bekijkt // de maan door een kier in de gordijnen de planken beschijnt // een satelliet op 36.000 km hoogte eerst jouw huis / en dan dat van de timmerman passeert’. Zo is, via de planken, de vloer met het bed verbonden, het lyrisch subject met de timmerman, met de boom en diens planter.

    IMG_4940

    Die ‘planken’ zou men zelfs als symbool kunnen opvatten voor de intieme ‘binnenwereld’: ‘en stof dat we omhoog stampen / van tussen de planken’ (‘pokon ja!’); ‘er nieuwe planken in de vloeren / van paradiso en perdu gelegd worden’ (‘bazige woorden’). Ze vormen de vloer waarmee we in contact, in verbinding, staan met ons ‘thuis’, en via die vloer met onze geliefde(n), wier voeten op diezelfde planken steunen – het is de vloer die ons draagt.

    Een prachtig gedicht is ‘ik geef je het woord’. Een man neemt het gezang van vogels op en vertraagt de opname – ‘de vogel zingt nu laag en langzaam / de opgenomen vogel heeft de hartslag / van een mens’. Nu versnelt de man juist het opgenomen gezang van een mens, zó dat de hartslag van mens en vogel synchroon lopen, en hij speelt de opname af in het bos – ‘hij wacht // en de vogel antwoordt / de vogel heeft hem verstaan // dat vertelde een vriend me / ik heb hem verstaan’. Een lyrisch gedicht, rijk aan klankverwantschappen: langer-gezang-vertraagt-laag-langzaam-verstaan. Bruinja speelt met het ritme – dit wisselt van langgerekt, gedragen en plechtstatig (veel lange a’s – met een ‘zangerig effect’, als van een vogel) naar kortademiger, feller, ‘plomper’ (‘de hartslag van een mens’ – met een meer ‘prozaïsch’ effect), totdat de twee sporen of ritmes gesynchroniseerd zijn. Daarbij speelt hij met het dubbelzinnige van ‘verstaan’, dat zowel ‘begrijpen’ als ‘de taal spreken/volgen’ betekent.  

    In ‘nest van zou en had nest van nu’ wordt nostalgische twijfel vormgegeven, en wel zó dat deze treurzang wordt omgezet in een liefdeslied: ‘ik had het anders moeten doen / ik had meer moeten denken aan het moment (…) dat jij mijn hand optilde en opschoof / van tussen je benen naar je lies (…) ik had meer moeten denken / aan van die hete zomerdagen / dat jij de trap opkwam / en naar mij lachte’. Dat besef daalt nú in – en zo memoreert hij deze momenten alsnog, houdt ze vast en koestert ze.

    Van de geëngageerde gedichten, die vooral in de tweede en derde afdeling, respectievelijk ‘buitenwijk’ en ‘natuurlijke omstandigheden’, te vinden zijn, ben ik minder onder de indruk (er is ook nog een vierde afdeling: ‘wingewest’). Achter in de bundel, op p. 61, in een bio’tje, staat: ‘Hij schreef vijf jaar lang gedichten bij de actualiteit voor het Radio 1-programma Dit is de dag en is columnist van Leeuwarder Courant.’ Voor dit EO-nieuwsprogramma schreven tal van poëten dagelijks binnen een uurtje een gedicht naar aanleiding van een (of meerdere) van de behandelde nieuwsitems. Niet zelden kreeg zo’n gedicht de vorm van een collage, waarin de verschillende items in scheervlucht aan bod kwamen – gemengd met wat bij elkaar gegooglede achtergrondinfo.   

    Een gevaar is dat dergelijke gedichten lang niet altijd voortkomen uit een diepgevoelde persoonlijke betrokkenheid, maar dat ze routineus en bijna ‘fabrieksmatig’ tot stand komen. Het zijn gelegenheidsgedichten, actualiteitsgedichten, Googlegedichten. Het engagement is vaak te expliciet en opgelegd; er is weinig ruimte voor diepere lagen of een lading, een spanningsveld.

    In het gedicht ‘afschafpolderoprotpolder 2010’ schakelt het gedicht van de verandering van de habitat van de grutto op de Nederlandse gronden naar het afschaffen van de kickbokscursus voor Marokkanen in Utrecht, en Mark Ruttes reactie daarop.

    afschafpolderoprotpolder 2010

    het water werd weggepompt
    moeras en veen werden landbouwgrond
    de grutto paste zich aan en broedde in gras
    dat door warmere winters steeds vroeger gemaaid kon
    de grutto paste zich aan legde het ei eerder vertrok sneller
    kwam te vroeg aan in west-afrika waar de rijst net was gezaaid
    en de boeren naar de wapens grepen

    op tv ontduikt mark rutte een vraag
    over de grote groep succesvolle allochtonen
    die hij met zijn partijprogramma schoffeert
    door uit te leggen hoe trots hij is
    op het afschaffen van de kickbokscursus
    voor marokkanen in utrecht

    dat kunnen ze mooi niet meer gebruiken
    als ze weer eens iemand in elkaar willen slaan

    typ maar in:
    10 print “met de gevolgen heb ik niets te maken”
    sluit af met: 20 go to 10

    Bruinja gaat in deze geëngageerde gedichten vaak weinig subtiel te werk: hij is niet wars van effectbejag, bedient zich van allerlei retorische trucs, zoals nadrukkelijke montagetechnieken en opzichtige, soms gemakzuchtige, herhalingen.

    Het gedicht ‘western union’ eindigt met de strofe: ‘en stuurt geld naar een nichtje / dat haar vader in brand zag staan’ – duidelijk spelend op het (schok)effect.

    ‘drone 3 – afstandbestuurbare karma-agent’ bevat de strofen: ‘dronepiloot hoeft geen pokeravond te missen / vijf jaar lang is zijn goeiesmogges // what motherfucker is going to die today?’

    Het gedicht ‘nu dan de nederlaag geleden is’ is echter wel degelijk een aangrijpend in memoriam voor Xu Lizhi, de dichter-fabrieksarbeider (werkend voor het bedrijf Foxconn, in Shenzhen, China) die op zijn 24ste zelfmoord pleegde, omdat hij volkomen terneergedrukt werd door een totalitair kapitalisme, dat de mens zelfs van zijn ziel berooft.    

    Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden is een wisselvallige bundel – ik mis de oude, zangerige, muzikale Tsead Bruinja, van Overwoekerd en daarvóór, die gelukkig nu en dan toch nog zijn stem laat horen.

    P.s. Zowel 'Satellietdiplomaat' als 'Ik geef je het woord' werden geschreven voor het radioprogramma 'Dit is de dag' (de zondageditie). 'Nest van zou en had nest van nu' werd geschreven voor Tirade. 'Afschafpolderoprotpolder 2010' werd geschreven voor de NRC. Het werd geïnspireerd door het interview met Rutte en het verhaal van de grutto zoals dat verteld wordt in 'Kening fan 'e greide'. Ik ga geen lagen aanwijzen. 'Nu dan de nederlaag geleden is' werd geschreven in opdracht van het Gorterfestival te Balk. Het nichtje dat haar vader in brand zag staan, komt niet uit het nieuws. Het werd mij verteld door een dierbare vriend. Die 'vader' was zijn broer.

    Bron: Poëziekrant December 2015

    IMG_0003

  • "Een balans tussen succes en excentriciteit, tussen een noodzakelijk pragmatisme en een kern van persoonlijke authenticiteit," dat is de reden voor professor Will Brooker om een jaar lang het leven van David Bowie te leiden. Brooker, verbonden aan de Kingston University van Londen, leest twaalf maanden lang de boeken die Bowie las, woont op de plekken waar Bowie woonde en eet wat Bowie at. Dat betekent dat hij tijdens sommige weekenden niet meer tot zich mag nemen dan melk en rode pepers. Of door de neusgaten van de professor ook even grote bergen cocaïne verdwijnen als bij The Thin White Duke, is onbekend.

    5165

    Ik hoorde het nieuws over Brooker bij radioprogramma Nooit Meer Slapen en las erover bij de Guardian website. Even stond ik zelf weer bij ons thuis op de gang tegen mijn casiohorloge te roepen "come in, KITT", waarna ik mij voorstelde hoe de zwarte sportwagen uit Knight Rider om de hoek kwam racen om samen met mij het kwaad te bestrijden. Wie het leven van acteur David Hasselhoff zou proberen te leiden zou zich overigens naast het opzetten van een wanstaltige muziekcarrière ook moeten bekwamen in het alcoholisme. Ik herinner mij een door Hasselhoffs dochter geüploade clip van haar dronken pa die een broodje hamburger probeert te eten. Hij maakt er een ontzettende kliederboel van. Dan liever een jaartje melk en rode pepers.

    De onconventionele Professor Brooker publiceerde eerder over de wereld van Batman, Star Wars en Blade Runner. Maar hij hield het niet bij het schrijven van secundaire literatuur; hij schreef mee aan een stripboekserie waarin vrouwen eens niet als rondborstige sexsymbolen werden voorgesteld; die trend heeft zich nog niet echt doorgezet superheldenfilms. Daarin dragen vrouwen nog steeds strakke stoeipakjes die aan bovenkant opbollen door een overdosis siliconen of een ouderwetse push-up beha.

    De rechtschapen feministische academicus is inmiddels aan het eind van Bowie zijn jaren tachtig beland. Hij hoeft geen drugs meer te gebruiken en mag in de zon zitten. Het is de tijd waarin Bowie de band Tin Machine begint en de tijd waarin ik voor het eerst echt naar hem begin te luisteren. Ik herinner mij een concert op het ter ziele gegane Super Channel waarbij gitarist Reeves Gabrels een ijzeren dildo uit zijn broekzak haalde en er zijn gitaar mee te lijf ging. Mijn interesse was gewekt!

    Brookers diepgaande studie resulteerde onlangs in een opmerkelijke tweet. De professor had een nieuw Bowienummer gedroomd. Hij schreef er meteen teleurgesteld achteraan dat hij het complete lied weer was vergeten. Gelukkig komt Bowie begin volgend jaar met een nieuwe plaat. In het tijdschrift Uncut werd het album al geprezen als een nieuw begin. Laten we voor de professor hopen dat zijn onderwerp gezond blijft eten en veel gaat reizen.

     

    Knight-rider-wrist-watch

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  •  

    Zo uit zijn mouw

    Download
    door Ezra de Haan (Schrijver, dichter en journalist)

    Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) is een dichter naar mijn hart. Wie hem ooit in het Fries of Nederlands heeft horen voordragen, liefst zou ik ‘zingen’ schrijven, vergeet het nooit meer. Bruinja recenseert, presenteert en interviewt met slechts één doel: de poëzie aan de man brengen. Zijn bundel Overwoekerd (2010) werd genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Vijf jaar lang schreef hij gedichten gebaseerd op de actualiteit voor het radioprogramma Dit is de dag.

    Waar in de bundel Overwoekerd de nodige aandacht was voor ‘de wereld buiten’, lijkt Bruinja in Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden, de naam zegt het al, zich op de wisselwerking tussen de wereld en hemzelf te richten. Hij richt zich op het bewust zijn. Neem het gedicht ‘Satelliet diplomaat’ waarin vragen worden gesteld. Zinnige vragen die je meestal laat liggen.

    Uit: Satelliet diplomaat

    welke handen startten de machine
    die de planken zaagde voor je bed?

    wie bracht de boom plantte hem
    en wie kwam hem halen?

    naar welk huis keerden ze aan het einde
    van hun lange dag terug?

    als ze mochten kiezen waar jij op hun planken
    van zou mogen dromen
    wat zouden ze je toewensen?

    niet slechts geen oorlog of honger
    geen groot verlies of verdriet
    en dat is wat je verdient

    Dit fragment is typerend voor de gedachtegang in veel gedichten in deze bundel. Om te beginnen het ontbreken van een kapitaal. Het nalaten van het zetten van een punt. De zinnen lijken nederig te worden. Gedachten die een optie vormen. Geen bevel. En toch durf ik het geëngageerd te noemen. Bruinja laat datgene wat de wereld en zijn bewoners overkomt niet langer over zijn kant gaan. Hij wijst ons erop dat het plaatsnemen achter een vergadertafel ons niet anders maakt dan degene die aan de ontbijttafel zat. Dat het verleidelijk is een mooie regel als ‘de aarde is een tas om de schouders van de maan’ niet te ge- of misbruiken als je iets over de lekkende kerncentrale van Fukushima wilt zeggen.

    Interessant aan deze nieuwe bundel van Bruinja is het vernieuwende eraan. Vooral in de afdeling ‘Buitenwijk’ merk je dat het repeterende van zinnen, of delen ervan, voor intensivering zorgt. Iets wat ik, in mindere mate, al tegenkwam in het gedicht ‘De vuurtoren van het licht de contouren’, een gedicht dat Bruinja voor Tsjêbbe Hettinga schreef. In ‘Wat je met een stad kunt doen’ gebeurt veel. Je komt readymades tegen, uit de krant geknipt en in het gedicht opgenomen, je ziet een tekst inklinken en tot de essentie komen, er worden teksten door de mangel gehaald, de kop gaat eraf, zodat ze begrijpelijke wartaal vormen en er worden gedachten en geschiedenislessen aan toegevoegd. ‘Ik ben je journalist niet/ ik ben de tweedehands duimzuiger van je tijd.’ Bruinja toont ons de taal die de media ons schenkt en doet er het zijne mee. Een beetje zoals Beatlegende William S. Burroughs dat deed. Van hem zijn de woorden: ‘When you cut the wordlines the future leaks out.’Hij was zich als geen ander bewust van het woordvirus waar Bruinja dankbaar gebruik van maakt. Het is een procedé dat schitterende poëzie en glasheldere taal oplevert.

    Uit: Jouw wereld en jou wereld van krentenbrood

    politici moeten een verhaal vertellen
    en cijfers zijn belangrijke personages in dat verhaal
    maar de verteller moet geen onderdeel
    van het verhaal worden de politicus
    moet het verhaal worden

    Letterlijk overal haalt Bruinja zijn materiaal vandaan: citaten van zichzelf bejubelende SP-leiders, zichzelf verdedigende burgemeesters, rechtse, nationalistische lulkoek of het levensverhaal van een Chinese dichter. En wellicht om directe verwijten op zijn gedichten te voorkomen, want we verwijten immers graag in dit kleine landje, geeft Bruinja in het gedicht ‘In kannen en kruiken’ ook aandacht aan alle voornemens die elke dag langs onze oren scheren.

    Uit: In kannen en kruiken

    zijn we van plan zal gaan gebeuren
    komt er aan kan niet lang meer duren
    hebben we aan gedacht is bij ons in goede handen
    komen we samen uit gaan we aan werken
    kunt u ons op afrekenen is in kannen en kruiken.

    In de afdeling ‘natuurlijke omstandigheden’ komen we de woorden ‘moe’ en ‘woedend’ tegen. Vol afschuw dicht hij over moderne verschijnselen als de drone, maar ook vol wijsheid over gevoelige onderwerpen als geloof en vrijheid. In het gedicht ‘eerst zien dan geloven’ gebruikt hij de taal van de Arabisch orale traditie, mooie sprookjesachtige regels vol daadkracht. En slim duikt hij er dan tussen, toont ons beide kanten van de spiegel.

    Uit: Eerst zien dan geloven

    wij moeten overtuigd zijn van een/ onze vrijheid
    een stem die zich lichtjes verheft
    en blijven oefenen

    ook als we met beide schouders de grond raken
    onze wortels vernield voor ons ogen worden gehouden
    het kwade nalaten

    ‘Wingewest’ is de toegift in de bundel. Weer neemt de dichter stappen die aangeven wat zijn poëtische toekomst bieden zal. Er worden klanken weergegeven. Woorden of regels worden cursief tussen of achter strofes geplaatst. Tussenfluisteringen zou ik ze willen noemen. Soms vervagen die zelfs doordat ze lichtgrijs van kleur zijn. Het geeft een verwantschap met het werk van Tonnus Oosterhoff en staat tegelijkertijd helemaal op zichzelf. Wanneer je het leest wil je het Bruinja horen voorlezen, fluisteren, ritmisch doen dansen. Vooral omdat het qua taal soms voorbij het begrip gaat en toch aanspreekt. Dat de dichter op de drempel van een nieuw hoofdstuk staat mag helder zijn. ‘Binnenwereld, buitenwijk’ is daar een goed voorbeeld van. Zelfs schrijft hij:

    roekeloos zegt de één
    magisch zegt de ander

    Ik kies voor het laatste. Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden is een magische bundel.

    *

    Bron: http://literatuurplein.nl/recensie.jsp?recensieId=829

  • Anderhalve man en een paardenkop, meer publiek valt je soms niet ten deel als 'internationaal' dichter. In enkele gevallen heb je daar een flinke reis voor gemaakt. Je vraagt je af wat het nut is van de lange tocht, verlangt naar de zachte kussens van je bank en rent naar de bar zodra het verantwoorde literaire avondje is afgelopen.

    Maar er zijn verzachtende omstandigheden. Onder de dichters die je ontmoet in binnen- en buitenland zitten ook potentiële beste vrienden. Voor het leven had ik daaraan willen toevoegen, maar een van die vrienden is afgelopen zondag overleden. Onze vriendschap is eenzijdig geworden.

    Alexander Hutchison, geboren in 1943 in een Schots vissersdorp, was een goede vriend en dichter die het meest trieste festival tot een waar feest kon maken. We ontmoetten elkaar in 2008 voor een doe-het-zelf-winkel in St. Andrews, een stadje vlakbij Edinburgh. Ik was daar heen gevlogen met de Friese dichter Elmar Kuiper voor het Stanza Poetry Festival. Elmar had zijn camera bij zich en wilde Sandy, zoals Hutchison door vrienden werd genoemd, filmen terwijl hij een gedicht voordroeg. Sandy zag er de humor wel van in om tussen de kruiwagens en stenen siereenden zijn gedicht 'No, no' voor te dragen.

     

    We bleven vrienden op Facebook en kwamen elkaar weer tegen in de zomer van 2012 tijdens een festival in Montenegro, waar het publiek bestond uit die spreekwoordelijke anderhalve man en een paardenkop. Die uitdrukking, die ik voor de zekerheid even opzocht, komt uit Tijl Uilenspiegel. Wanneer Tijl alleen thuis is, steekt een ruiter zijn hoofd door de onderdeur, terwijl het paard ook naar binnen kijkt. De ruiter vraagt: "Is er iemand thuis?" "Jawel," antwoordt Tijl, "anderhalve man en een paardenkop."

    Anderhalve man en een paardenkop

    Enfin, op dat festival in Montenegro was weinig publiek, dus lazen we voor aan elkaar en zongen we na afloop liedjes in de bar van het hotel. Sandy koos voor liedjes uit de lange folktraditie van Schotland en Engeland. Ik zong 'Rinskje' van Meindert Talma, een lied over een bedrogen man die zijn vrouw 'noait mear sjen wol', waarbij je aan het einde lekker in het Fries kunt vloeken. Daarna zocht ik met mijn aangeschoten vingers via internet teksten op van Marillion. Sandy vond het allemaal prima, zo lang ik maar meedeed.

    Tijdens festivals beloven dichters elkaar gouden bergen. Ze gaan ervoor zorgen dat je poëzie wordt gepubliceerd en ze zullen je naam doorgeven aan de belangrijkste festivalorganisatoren over de hele wereld. Als je lang genoeg lult, heb je de Nobelprijs in handen. Maar Sandy kwam gewoon langs in Amsterdam. We aten 's ochtends een stukje spacecake, liepen samen te te gniffelen en te genieten van Rembrandts etsen in het Rijksmuseum. Ik trakteerde op haring en oude jenever. En 's avonds zongen we voor elkaar. Geen enkel gedicht werd voorgelezen.

    Tsead and sandy
    Sandy en ik in Ierland afgelopen augustus

    *

    Meer over Hutchison op http://www.alexanderhutchison.com/

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl