Voor de meeste volwassenen is het Sinterklaasfeest een kostenpost; voor mij betekent het kassa. Ieder jaar mag ik aantreden als presentator en jury van een wedstrijdje sneldichten tijdens het Sinterklaasgala in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Daar zingt men uit volle borst sinterklaasliedjes, wordt er naar korte filosofische en politieke bespiegelingen geluisterd en is er gelegenheid voor ouderwetse Hollandsche spelletjes, zoals zaklopen.
Dit jaar liet de organisatie geen zwart geschminkte pieten door de gangen huppelen. In plaats van de gebruikelijke dartele jonge meisjes en jongens van de toneelschool, was de organisatie op zoek gegaan naar Amsterdamse allochtonen. Enkele vrouwen, maar vooral mannen van middelbare leeftijd liepen in gewone kleren door het pand. Het enige dat wees op hun rol als hulpje van Sinterklaas, was een naambordje met 'Piet' erop.
Brompot Frank Lammers, onlangs nog op het witte doek te bewonderen als zeeheld Michiel de Ruyter, kroop in de huid van een chagrijnige en oversekste Sint. Hij had een sinterklaaspak aan, maar de grijze nepbaard hing losjes onder zijn kin. We keken naar een stel 'buitenlanders' dat zichtbaar de weg kwijt was onder leiding van een tokkie.
De bezoekers van het gala wordt ieder jaar gevraagd een cadeautje mee te nemen. Die pakjes vormen de prijzen die gewonnen kunnen worden bij het zaklopen en het sneldichten. Dit jaar moest het volk echter een lesje worden geleerd. De zaklopers kregen geen cadeaus maar chocolademunten. Daarmee zouden ze later pakjes kunnen kopen.
Als Hollandsche spelleider kreeg ik gezelschap van Jahan, een grijze Iraniër die al vierentwintig jaar in Nederland woont. Hij had een boekje met in het Nederlands geschreven gedichten meegenomen. Jahan verstond weinig van wat ik zei, waardoor alle grappen die ik maakte een vroegtijdige dood stierven. Wel wilde hij graag zijn eigen geëngageerde gedichten voorlezen. Niemand luisterde naar zijn mooie doorvoelde woorden. Men kwam voor de lol.
Na afloop vanhet festijn mochten de bezoekers met de meeste munten in de grote zaal naar voren komen. In plaats van cadeaus viel hen de hoon van Sinterklaas ten deel: "Jullie klagen over graaiers, maar jullie zijn zelf de ergsten." De allochtone hulppieten keken ernaar en grinnikten alsof ze het begrepen. De enige goede grap was dat iedereen na afloop als cadeau een vluchteling mee zou krijgen om in huis te nemen.
Links Nederland, waar ik mezelf voor het gemak maar even onder schaar, is verslaafd aan een braaf soort zelfkastijding. Men bekent schuld als een malle: "Weet je wel hoeveel wij verdienen aan de wapenhandel?" "Wij willen een groenere aarde, maar niet op de fiets om boodschappen." Het zijn moderne aflaatbrieven. Onze bekentenissen zijn ongevaarlijk. Wij slaan onszelf voor de bühne met gouden kettingen. En ik stapel als een volleerde Ome Willem deze moraal op deze moraal.

