• “Gefeliciteerd met je mooie prijs,” mailde mijn vader mij naar aanleiding van een bericht op Wâldnet jaren geleden. Maar de vlag kon niet uit. Het bericht was een poets die kunsthistoricus Huub Mous mij had gebakken. Die verklaarde onterecht, ook op Liwwadders.nl, dat mijn jonge oeuvre bekroond zou worden met de Gysbert Japicxpriis. Ik zou het nieuws zelfs voortijdig aan hem gelekt hebben. Maar geen prijs voor de zoon, geen eer voor de vader.

    Zaterdagavond zaten mijn vrouw en ik op de bank naar The Voice UK te kijken. Er werd zo nu en dan prachtig gezongen; het ene achtergrondverhaal was nog zieliger dan het ander. Tussen de schoonheid en tragiek door werden mijn oren echter te vaak getrakteerd op smakeloze toonladderacrobatiek. Ik vluchtte naar facebook, zodat ik toch op de bank kon blijven zitten.

    Mijn vrouw wil op dat soort momenten het liefst dat ik met haar mee blijf kijken. Gedeelde smart is halve smart. Maar dit keer kon ze mijn escapisme goedkeuren. Vooral toen ik haar een foto liet zien van een ludiek protest voor het Museum of Fine Arts in Boston. De actievoerders hielden borden omhoog met teksten als “We’re not iconoclasts Renoir just sucks at painting” en “reNOir”.  Een van de demonstranten had geen bord maar een halve burrito in zijn hand. Ook idealisten moeten eten.

    Rn

    Het hardst lachten we om “God hates Renoir”, een knipoog naar de “God hates fags”-borden van homofobe christenen, zoals je die ziet in documentaires. Het was organisator Max Geller echter menens. Op de website van The Guardian deed hij onbedoeld grappig uit de doeken waarom hij  een hekel heeft aan Renoir: “In het echt zijn bomen mooi. Maar wanneer je Renoir moet geloven, zou je denken dat een boom niet meer is dan een verzameling groene krullen.”

    Het is makkelijk lachen wanneer het om iemand anders gaat. Toen Huub Mous mij te kakken zette, vond ik dat totaal niet grappig. Ik vreesde voor mijn reputatie en schakelde onmiddellijk een advocaat in. Eigenlijk had de kunsthistoricus mij mooi te pakken. Ik wilde dolgraag die prijs winnen en voelde mij, misschien wel onbewust, betrapt in mijn ambitie.

    Een jaar daarvoor stond Mous met dichter Eeltsje Hettinga in boekhandel De Tille, tussen de optredens van een aantal Friese dichters door, koeien- en kippengeluiden te maken. De mannen protesteerden tegen het onrecht dat ik Hettinga had aangedaan door zijn werk niet in de aldaar gepresenteerde bloemlezing op te nemen. Dat had anders gemoeten, want de poëzie van Eeltsje Hettinga was en is zeer de moeite waard. Maar ik werd nijdig en kon beide heren wel wat aandoen. Nu kan ik daarom lachen. Kom maar op met dat bord “God hates Bruinja”. Ik zal vol overtuiging in jullie protest meelopen.

    Cowchick

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Ik raad u aan vanavond naar De Lezer te gaan met Charlotte Mutsaers,Marieke Rijneveld, Saskia Stehouwer en Mathijs Gomperts bij Perdu in Amsterdam.

    De Lezer is een serie vraaggesprekken tussen een dichter en een geoefende lezer, met een bijzonder kenmerk: het is de dichter die de vragen stelt over zijn eigen werk en de lezer die daarop antwoordt. Dat levert spannende gesprekken op met een soms verrassend poëticaal resultaat. Grenzen worden afgetast: tussen een dichter en zijn werk, tussen lezer en dichter, tussen lezer en gedicht.

    Ditmaal interviewt Mathijs Gomperts (als dichter) Charlotte Mutsaers (als lezer), en bevraagt Saskia Stehouwer (als dichter) Marieke Rijneveld (als lezer) over haar bundel 'Wachtkamers'.

    Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam
    Aanvang: 20.30 uur (zaal open om 20.00 uur)
    Entree: € 7,- / € 5,- euro (met kortingspas)

    Eventpagina: https://www.facebook.com/

    Download (1)

     

  • Als ik zou mogen stemmen bij de volgende Leeuwarder gemeenteraadsverkiezingen zou ik (volkomen uit eigenbelang) voor de PVDA gaan. Afgelopen dinsdag stond namenlijk op de website van Omrop Fryslân dat de socialisten tegen "oanpassingen oerkaping stasjon Ljouwert" zijn, gesteund door de rijksdienst voor de monumentenzorg en de organisatie Hûs en Hiem, die "de bouwkunstige schoonheid van Fryslân wil bevorderen", wat taalkunstig dan weer lekker lelijk klinkt.

    Eind 2011 werden in de overkapping van het station regels aangebracht die ik samen met Pingjummer typograaf en vormgever René Knip had uitgezocht. Ze maakten onderdeel uit van een opknapbeurt die de atmosfeer op het station een stuk aangenamer heeft gemaakt. Op de tekentafel te Pingjum zag het er prachtig uit. Bovendien had ProRail beloofd ons werk te laten uitlichten met heuse 'uplighters'. Ons werk zou weergaloos schitteren boven de hoofden van toeristen, scholieren en forenzen. Eindelijk zou ik het Friese volk weten te bereiken.

    Gelijk

    Ik schreef gedachten op van reizigers, over het al dan niet bellen van een nieuwe geliefde, het stoppen met roken en of ze thuis de vette hap in de kleren zouden ruiken, stiekem weggekaand vlak voor het avondeten. Verder vroeg Knip mij om regels in verschillende talen, waaronder het Liwadders. Ik pikte van een website de schijnbaar onschuldige vraag: "Hewwe wij samen op skoal seten?". Die vraag is eigenlijk een waarschuwing die je inzet wanneer iemand net wat te familiair met je omgaat; een veel voorkomende ziekte bij managers en politici.

    Kilo's van mijn diepe zieleroerselen en dierbaar jatwerk werden uit staal gesneden en op balken bevestigd. De letters waren zelfs zo zwaar dat de oplevering moest worden uitgesteld. Ik vreesde voor de ruggen van de arbeiders op hun hoogwerkers. Gelukkig bleven die recht.

    Toen de klus geklaard was, eeuwige roem en positieve banksaldi aan de horizon gloorden, bleken de "uplighters" een raar soort instagrameffect te veroorzaken. De lampen wierpen een nare slagschaduw waardoor je de letters dubbel zag. Knip en ik pleitten nog voor (eer)herstel maar bij ProRail was de peroonkas leeg. Men moest onze boodschappen zo maar zien te ontcijferen. Geheel begrijpelijk reageerde de pers niet al te enthousiast.

    Werk_in_uitvoering

    Nu worden enkele van die regels in hun overbelichte bestaan bedreigd. Er moeten meer treinen tussen Leeuwarden en de Hanzestad gaan rijden en daarvoor zou spoor 8 tot onder de kap moeten worden doorgetrokken. Een deel van het historische dak gaat er dan aan. Als progressieve groenlinkser zou ik daar geen moeite mee moeten hebben, maar ondanks de gebrekkige uitvoering, is het broddelwerkje mij dierbaar geworden. De woorden en compositie voelen als een deel van mij. Ik zou dus bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen op de PVDA stemmen. Dan rijden er maar wat minder treinen. Thuiswerken is ook mooi en staan is goed voor de bloedsomloop.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Doppelmeister maakt prachtige filmpjes voor het poëziekanaal van de VPRO.

    Vandaag plaatsten ze dit filmpje met mijn vrouw Saskia Stehouwer.

    Saskia Stehouwer begint haar werkdag met misschien wel de meest hemelse geur die er is. Die van vers gebakken brood.

    DichterBij is een serie over eigentijdse Vlaamse en Nederlandse dichters. Iedere maandag verschijnt er op dit VPRO Poëzie-kanaal een nieuwe aflevering.

    Meer op: https://www.youtube.com/channel/UC42CgKe3GL3IKQs79LHKEtA

  • Mijn pake van moeders kant heette Klaas Willem Dijkstra. Zijn zoon kreeg bij de geboorte de naam Willem Klaas Dijkstra mee. Toen mijn jongste zusje Elisabeth ter wereld kwam, kreeg zij, om pake Klaas te plezieren (en omdat ik al vernoemd was naar mijn vaders vader), Klaske als tweede naam. En meer dan dertig jaar later gaf een jonge Australische vader zijn dochter de mythisch aandoende naam Lanesra. Lanesra’s moeder vond het prachtig. Totdat ze erachter kwam dat haar dochters naam de omkering was van Arsenal, de favoriete voetbalclub van haar man.

    Het is niet om u op ideeën te brengen, maar soms kiezen ouders ervoor hun kinderen op te tuigen met de namen van literatoren. De Amerikanen Sue en Tom Klebold noemden hun twee zonen naar Lord Byron, de romantische dichter en rokkenjager, en naar Dylan Thomas, de grote Welshe woordkunstenaar en nog grotere drinkebroer. “Ga in die goede nacht niet al te licht. / De oude dag moet laaien en weerstaan; / Raas, raas tegen het sterven van het licht,” luidt de schitterende opening van een van Thomas' beroemdste gedichten, hier in vertaling van Paul Claes.

    522828389_325963c22d_b

    De jonge Dylan Klebold bereikte die ‘oude dag’ nooit. Op 20 april 1999 schoot hij op zeventienjarige leeftijd samen met klasgenoot Eric Harris twaalf leerlingen en een leraar dood op Columbine High School en pleegde daarna zelfmoord, volgens de ene theorie omdat hij vaak gepest werd, volgens de andere omdat hij te veel moorddadige computerspelletjes speelde. Zanger Marilyn Manson, die zichzelf vernoemde naar een actrice die zelfmoord pleegde en een massamoordenaar die zich later in de gevangenis tot de Heer bekeerde, brak zijn tour af, nadat er werd beweerd dat ook zijn shockrock als inspiratie had gediend.

    Moeder Sue Klebold publiceerde onlangs het boek A mother’s reckoning. Daarin probeert ze uit te zoeken hoe haar zoon tot zijn daad kon komen en of haar als moeder iets  te verwijten viel. Ik las een interview met haar op de website van The Guardian en bleef lezen, onder andere door de poëtische namen van haar zoons. Klebold, die na de gebeurtenissen op Columbine High aan paniekaanvallen leed en borstkanker wist te overleven, zet zich nu in voor “suicide and murder-suicide prevention”.

    Het gedicht van Dylan Thomas richt zich overigens niet alleen tot de ouden van dagen. De dichter spreekt over ‘De woeste, die zong van de zonneschicht, / Tot ook hij leerde treuren om haar baan” en over “De sombere, die met doods verblind gezicht / Ogen als meteoren op ziet gaan”. Beiden wordt opgedragen te razen tegen het sterven van het licht. In het geval van de erfgenaam van Thomas’ naam had men gehoopt dat ook hij de pen had opgenomen en niet het zwaard.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • “Het verschil tussen wachten en verwachten leerde je / van een kat die twee keer van huis liep en maar één keer terugkwam.” Zo opent het gedicht ‘En of het zo door kan gaan’ van de twintigjarige Else Kemps. Ze won er de eerste prijs mee in De Türing Nationale Gedichtenwedstrijd. Kemps, die een nurkse kwetsbaarheid combineert met gelaagde beeldenreeksen, won 10.000 euro, afkomstig uit de beursgang van Tomtom.

    “Je denkt aan de zuurstoffles die je opa kunstmatig in coma hield. / Of het zo door kon gaan, vroeg je tante steeds, en op Google Maps // heeft zijn fiets nog drie jaar voor de deur gestaan”, vervolgt Kemps, die naast begenadigd dichter en performer ook student is bij de opleiding Creative Writing te Arnhem waar ik samen met collega-schrijvers lesgeef.

    Mi

    De dag na haar zegetocht moest Else net als haar medestudenten aantreden voor de Schouw, een voortgangsgesprek met vier docenten én drie soorten vlaai. Het was een feestelijke dag, maar niet voor iedereen. Sommige studenten kregen een waarschuwing omdat ze achterliepen; anderen kregen te horen dat ze te weinig ontwikkeling toonden. Daarnaast waren er studenten die ondanks hun talent en hoge cijfers toch in huilen uitbarstten.

    Nu zij de eindstreep naderen en zelf een schrijfpraktijk op moeten zetten, staren ze in de angstaanjagende leegte van het beginnende zzp’rschap. Ze vragen zich af hoe ze straks in ‘s hemelsnaam brood op de plank krijgen en of ze überhaupt ‘schrijver’ willen worden. Betekent leven van de pen niet dat je de meest mensonterende schnabbels aan moet pakken en dat je popiejopie moet gaan lopen doen op een podium terwijl dat totaal niet bij je introverte karakter en gevoelige teksten past? “Ik neem wel een simpel baantje in een winkel,” snikten ze, klaar om ‘under te performen’ en uitgebuit te worden door de vrije markt.

    Ik deed tijdens mijn studie schoonmaakwerk en stond daarna achter de balie van een muziekzaak. Ik durfde niet veel van mijn toekomst te verwachten. Dus ik begrijp heel goed dat deze studenten zichzelf in proberen te dekken en dat ze hun ‘hoofd’ voor zichzelf willen houden, maar liever wil ik dat ze op de toppen van hun kunnen sterke verhalen blijven vertellen:  

    “Daarna was er / S. de man die zei niet verder te willen en daarom al die tijd gebleven is // ’s Nachts vertel je hem over de keer dat iemand je uitschold / voor ‘hoer’ omdat je stilstond op een zebrapad. Alles wat hij zegt // is dat ‘lopen’ in het Russisch twee werkwoordsvormen heeft, / afhankelijk van of men een bestemming heeft of niet.”

    Ik hoop kortom dat onze studenten, net als Else, erop leren te vertrouwen dat er veel valt te winnen wanneer je je eigen richting volgt.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

  • Van absoluut gehoor had ik wel eens gehoord. Het schijnt een kwelling te zijn. Je kunt niet van muziek genieten omdat je afgeleid wordt door instrumenten die net niet goed gestemd zijn. Het is waarschijnlijk een beetje als het luisteren naar de Voice, waar je ook regelmatig een vers gedresseerde popster de bocht uit hoort vliegen, waarna de jury, op Anouk na, alle fouten gladstrijkt. Ali B., Miss Montreal en Marco Borsato leiden ongetwijfeld aan een absoluut kassagehoor.

    Het mooie van dit soort ergernissen is dat je ze ook weer kunt vergeten, maar dat blijkt niet voor iedereen het geval. Op de website van de BBC las ik over mensen die last hebben van (of misschien wel gezegend zijn met) een absoluut geheugen. Nima Veiseh, een Amerikaanse dertiger, is zo iemand. Volgens Veiseh veranderde zijn geheugen resoluut door de liefde. Op 15 december 2000, op de zestiende verjaardag van zijn beste vriend, ontmoette hij zijn eerste vriendinnetje. Sindsdien kan Veiseh bij elk plekje op de harde schijf in zijn hoofd.

    Echte Bakker Wallpaper 700x351

    Mijn vrouw en ik hebben geen kinderen, maar we zien wel de zoontjes van onze buren opgroeien. Zij zijn nu acht en zes en al een paar jaar bezig om herinneringen op te bouwen die zij zich misschien later nog voor de geest zullen kunnen halen. Maar ze zullen vergeten hoe de jongste het uitschreeuwde van het lachen terwijl zijn broertje bovenop hem zat toen hij anderhalf was of hoe de oudste op mijn schoot wilde omdat hij bang was voor het vuurwerk toen hij vijf was.  Zelf weet ik eigenlijk ook alleen maar van verhalen van anderen dat ik vroeger verliefd was op de dochter van bakker Heslinga. Wel meen ik mij het zoete Franse suikerbrood te herinneren dat we bij Heslinga kochten, maar dat at ik dan ook tot mijn achtste.

    Wie zich de liefde niet herinnert, is ook niet belast met oud liefdesverdriet. Dat is anders voor Nima Veiseh. Alle schaamte en pijn uit zijn verleden blijft bestaan en slijt nooit. Veiseh zegt over die onmogelijkheid om de mindere momenten uit zijn verleden te vergeten iets moois: “Mensen zeggen wel dat je moet vergeten en vergeven, maar doordat vergeten een luxe is die ik niet heb, moet ik leren om oprecht te vergeven. Niet alleen anderen, maar ook mijzelf.”

    Veisehs wijze uitspraak wierp mij terug naar 2001. Een jaar nadat hij zijn eerste vriendinnetje leerde kennen, bedroog ik een grote liefde en verknalde ik een veelbelovende relatie. Jaren kwelde ik mijzelf door alle huilbuien, smeekbedes en mooie momenten steeds weer opnieuw in mijn hoofd af te spelen. Ik herinner ze mij te goed, maar gelukkig niet meer absoluut. Al houd ik mezelf graag voor dat ik haar gulle lach nog volledig kan zien en horen.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Oud Leeuwarder Kees 't Hart, die eind jaren negentig een prachtig gedicht schreef over 'De ijzerwarenwinkel Auke Rauwerda', was dit jaar juryvoorzitter van de VSB Poëzieprijs. Onder zijn voorzitterschap werden de poëtische waren genomineerd van Toon Tellegen, Maud Vanhauwaert, Ilja Leonard Pfeijffer, Geert van Istendael en Pieter Boskma. In de Groene Amsterdammer en in de NRC werd geprotesteerd tegen deze keuze. en werden dichters genoemd die jammerlijk ontbraken.

    Mijn laatste bundel deed ook mee aan de VSB-race, viel buiten de boot en prijkte op geen van de protestlijstjes. Dat hoort erbij. Een jury kan nooit de beste bundels nomineren. Het gaat altijd om de persoonlijke keuze van een aantal liefhebbers die voor een kleine vergoeding zich door een stapel goede en soms slaapverwekkend middelmatige gedichten heen moeten worstelen.

    MV5BODQxODgyNjE1OV5BMl5BanBnXkFtZTcwNjQyNDc0MQ@@._V1_SY317_CR3,0,214,317_AL_

    Als miskend genie hoop je dan toch nog met enkele gedichten opgenomen te worden in de bijbehorende bloemlezing De honderd beste gedichten, dit jaar samengesteld door juryvoorzitter 't Hart. Voorheen telde ik eerst hoeveel van mijn gedichten waren opgenomen en vooral of het er niet minder waren dan van collega's die ik onaardig of overschat vond. Daarna verdween het boek verder ongelezen in de boekenkast.

    Dit jaar was het anders. Op 19 januari scrollde ik de volgende facebookstatusupdate tevoorschijn: "Beste selectie in jaren! En dat zeg ik niet eens omdat er één gedicht van mezelf bij zit." Die uitspraak was afkomstig van dichter Ingmar Heytze. In een hip koffiehuis onder het genot van een emmer cappuccino las ik daarom toch maar De honderd beste gedichten, waarvan enkele, zonder Heytze's uitspraak, ongetwijfeld aan mijn ijdele aandacht zouden zijn ontsnapt.

    Het mooiste gedicht was van Luuk Gruwez, die alleen al daarvoor de VSB had mogen krijgen. Het heet 'Timiditeit' en het is zo goed dat ik het hier in zijn geheel opneem:

    TIMIDITEIT

    Mijn lichaam had nergens iets te verbergen, maar het
    verborg zich toch uit huiver voor de grote vinder
    die er enkel op uit was het mee te nemen naar elders.
    Het dierf niet te kijken, zocht beschutting achter

    veel te kleine handen en met die handen wist het zich
    geen raad. Het kroop in de kast om zoek te raken,
    dook dieper onder, zette zijn tanden in de bruidsjapon
    van zijn ma, bedekte heel zijn muizenziel,

    alsook het kippenvel rondom zijn kindertepels,
    met alle onzichtbaarheid van de wereld.
    Niets had mijn lichaam te verbergen, maar het verborg

    zich, duwde zich af tegen de randen van zichzelf,
    schaamrood op de wangen, zweet in de handen.
    En nooit kon het de grote vinder verhinderen.

    Luuk Gruwez

    9200000036222545

    Met de uitreiking van de VSB Poëzieprijs (aan Ilja Leonard Pfeijffer) is de Poëzieweek begonnen. Ik daag u uit om u door een gedicht te laten vinden.

    www.poezieweek.com

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Hoe beoordeel je een school? Volgens de regering moet je daarvoor kijken naar "innovatief onderwijs, een  inspirerende manier van lesgeven en aandacht voor leerlingen en de sfeer op school". De Mienskip in Buitenpost en de Sint Michaëlschool in Harlingen vielen in de prijzen dit jaar,  las ik op de website van de Leeuwarder. Ze krijgen een kusje van meester Rutte en een stempeltje in hun schrift. De komende drie jaar mogen zij zich "excellente school" noemen. Ongetwijfeld leveren deze scholen knap werk. Maar moet je als school deel willen nemen aan een dergelijke publieke keuring? De pluimen voor De Mienskip en de Stin Michaëlschool lijken me een klap in het gezicht van hardwerkende leerkrachten op andere Friese scholen.

    Mijn oude middelbare school, formerly-known-as R.S.G. Leeuwarden, formerly-known-as Slauerhoff college, heden ten dage opererend onder de revolutionaire vlag O.S.G. Piter Jelles, stuurde mij een vragenlijst voor hun eregalerij. Ik was gevleid. Ik ging akkoord. Ik was echter vergeten dat een dergelijke questionaire (excusez voor de meertaligheid.  Zie het maar als bewijs van excellent onderwijs.) minder positief uit zou kunnen pakken voor de Leeuwarder instelling die ik in het vierde jaar verruilde voor het Lauwerscollege te Buitenpost.

    Krul

    Bij vraag vijf was het raak. "Wat kunt u vertellen over de klas waar u in zat?" wilde de communicatiemederwerker weten. Ik schreef: "Het was een klas met aardige mensen, maar ook met snobs die mensen van buitenaf graag het gevoel gaven dat zij ‘boertjes’ waren. Ik was een van die boertjes."

    Vraag zes leverde minder problemen op. Ik wist met gemak twee docenten te noemen die fantastisch lesgaven. "Bleeksma was een goede docent Latijn. Hij kon prachtig vertellen over de oudheid. Het vertalen uit het Latijn heeft later bovendien goed geholpen bij het leren van andere talen. Met tekenleraar en beeldend kunstenaar Theo van Egeraat ben ik in Groningen bevriend geraakt. Terwijl ik op school vreselijk slecht was in tekenen, mocht ik met mijn gedichten zijn expositie openen." 

    Bij vraag zeven ging het echter alweer mis. Ik moest de school beschrijven in maximaal vijf steekwoorden. "Afstandelijk en verheven", meldde ik, "maar met docenten van hoog niveau".

    Aan het einde mocht ik nog vertellen over hoe O.S.G.P.J. een bijdrage leverde aan wie ik als persoon ben geworden. "De kleine pesterijtjes hebben van mij een sterker mens gemaakt die het vrij snel doorheeft wanneer iemand onzin verkoopt," zei ik en "ik ben door de veel betere en intiemere sfeer op het Lauwerscollege te Buitenpost de mensen uit de Friese Wouden weer meer gaan waarderen. Ik weet nu veel beter waar ik vandaan kom."

    De communicatiemanager bedankte me vriendelijk. Ze vond het "super" dat ik wilde meewerken. Misschien heeft ze mijn antwoorden niet gelezen. Ik ben benieuwd naar de verhalen van de andere 'pommeranten' die de eregalerij zullen sieren.

    Super_tv

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Terwijl afgelopen maandag de wereld rouwde om David Bowie en er eindelijk eten werd gebracht naar de belegerde Syrische stad Madaya, probeerde ik uit te vogelen of Friesland misschien groter was dan ik tot dan toe had gedacht. Aanleiding voor mijn zoektocht was een bezoek van Henrike Olasolo, een Amsterdamse Bask die samen met zijn vrouw Cristina Richarte de uitgeverij Zirimiri Press bestiert en sinds 2009 romans en gedichtenbundels uitgeeft die oorspronkelijk in minderheidstalen zijn geschreven.

    Henrike had tijdens onze Indiase maaltijd laten vallen dat Santa Clara, een eiland voor de kust van San Sebastián, kortgeleden door Friezen zou zijn ingenomen en dat die stunt een jaarlijks terugkerende activiteit was geworden. Nu is er niet veel in te nemen aan dit eiland dat zo'n 400 meter lang is en naast een vuurtoren vooral uit veel rotsen bestaat, maar toch werd ik nieuwsgierig.

    S

    De imperialisten hadden volgens Henrike het eiland omgedoopt tot Zuid-Friesland. Die clue hielp. Op youtube vond ik onder de titel 'Baskooge – South Frisia' meer informatie. Een Star Wars achtige openingstekst schoof over een zwart scherm terwijl er een tekst werd gezongen in een taal die ik in eerste instantie niet verstond. Totdat ik het woord 'heimat' ontwaarde. Santa Clara bleek ingenomen door een delegatie van ons Oost-Friese broedervolk, dat eigenlijk nauwer verwant is aan de Groningers, zeker nadat zij rond de zeventiende eeuw het Fries inruilde voor het Nedersakisch. Ik werd steeds minder enthousiast over dit nieuwe stuk Fries grondgebied.

    Wie de rest van het filmpje bekijkt ziet de Oost-Friezen aardappelen, kool en worst delen met wat Basken en vervolgens onder vals gezang van een volkslied de vlag hijsen. Frisia non cantat, inderdaad. Die vlag is misschien nog wel het meest beschamende onderdeel van de expeditie. In plaats van de pompeblêden gebruiken de watjes uit Oost-Friesland namelijk hartjes. Het is begrijpelijk dat de Basken dit vredelievend volkje vrolijk lieten begaan en hen zelfs een tijdelijke burgemeester gund

    Volgens website baskooge.de vond de laatste inname van Santa Clara eind 2007 plaats. Sindsdien is het eiland verstoken gebleven van het Duitse carnaval. Ik stel voor dat we alsnog een zwaarbewapende delegatie die kant op sturen namens de Culturele Hoofstad 2018, liefst met het zwaard van Grutte Pier, een krat sûkerbôle en een paar vaten beerenburg aan boord, zodat er tenminste één keer in de geschiedenis van Súd-Fryslân "Frysk bloed tsjoch op!" gezongen wordt, de Basken erachter komen hoe bloed door aderen kan kolken en koken en dat het geen fucking hartjes zijn die op die vlag thuishoren.

    Voor een ding ben ik Henrike overigens wel dankbaar. Onderaan het lemma 'Oost-Friesland' op wikipedia wordt vermeld dat daar in de jaren zeventig Tiroler sexfilms werden gemaakt die de lokale cultuur op de hak namen. Daar wil ik meer over weten!

     

    *

     

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/