• Was gisteren bij een boeiende avond over 'Dichters van het nieuwe millennium' in Perdu te Amsterdam en dacht met weemoed terug aan 'De eerste generatie dichters van de eenentwintigste eeuw', de door Daniel Dee samengestelde bloemlezing 'Vanuit de lucht' en het tourneetje dat volgde.

    Vanuit_de_lucht

    De pers was niet onder de indruk destijds ;o)

    'Er zijn misschien wel blijvende dichters bij, maar geen blijvende gedichten.' – Poëziekrant, juni 2002
    'Onnodig moeilijk' – Nymph
    'Een allegaartje van weinig originele stijlen, en dan nog op een laag niveau' – Biblion
    'Een heel belangrijk boek – zeer prettige kennismaking – een absolute must' – Knetterende Letteren
    'Komrij was weinig onder de indruk' – Volkskrant
    'In zekere zin is dit poëzie van luxeproblemen, welvaartspoëzie' – Awater
    'Een bundel met begrijpelijke gedichten, enkele ontoegankelijke verzen én geraaskal' – AD
    'Al met al kan ik zeggen dat de Nederlandse poëzie de komende jaren niets te vrezen heeft' – Meander
    'Veel lucht en weinig diepgang in de poëzie op komst' – Vrij Nederland
    'Bijzondere gedichten in deze bundel en sprankelende strofen' – NRC Handelsblad
    'Aan waarachtig poëtisch talent is er inmiddels geen gebrek' – De Provinciale Zeeuwse Courant
    'Vanuit de lucht als satellietfoto een bont, rijk geschakeerd landschap' – Nieuwsblad van het Noorden

    Wie de hele stukken wil lezen (en nog wat gerelateerde artikelen) kan terecht op: http://www.tseadbruinja.nl/vanuit.htm

     

    Uitgeverij Passage schreef destijds het volgende over de bloemlezing:

    "Er waait een jonge wind door de poëzie. Met name op podia, maar ook in verschillende tijdschriften en lokale bloemlezingen blijkt dat poëzie leeft onder de jonge generatie. In deze bloemlezing verzamelt Daniël Dee de spraakmakendste dichters geboren na 1970, zowel uit Nederland als uit Vlaanderen. De eerste generatie dichters van de 21e eeuw timmert al driftig aan de weg; in deze bundel staan ze voor het eerst tezamen. Een waardig vervolg op het veelbesproken Sprong naar de sterren. (Bron: website Uitgeverij Passage).

    De dichters die opgenomen waren in de bloemlezing: 

    Joost Baars, Maria Barnas, Tsead Bruinja, Joris Buitendijk, Yorgos Dalman, Daniël Dee, albrecht b doemlicht, Diann van Faassen, Andy Fierens, Sieger M. Geertsma, Peter de Groot, Klaske Havik, Tjitse Hofman, Willem Groenewegen, Tjitske Jansen, Petra Else Jekel, Jannah Loontjens, Frederik Lucien De Laere, Thomas Möhlmann, Ayatollah Musa, Tjitske Mussche, Ramsey Nasr, Hagar Peeters, Kasper Peters, Alfred Schaffer, Benne van der Velde, Steven Verhelst en Jan Wijffels.

    Voor meer over 'De dichters van het nieuwe millennium':

    https://www.vantilt.nl/…/dichters-van-het-nieuwe-millennium/

    9789460042669_Dichters-van-het-nieuwe-millennium1-1024x918

    Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw

    Redactie: Jeroen Dera, Sarah Posman, Kila van der Starre

    "De poëzie in de 21e eeuw leeft volop. Iedere week kun je wel ergens dichters zien en horen optreden, de jaarlijkse Gedichtendag is veranderd van één dag naar één week en zonder stads- of dorpsdichter is een gemeente niet langer compleet. Maar wie bevolken eigenlijk het poëzielandschap? In dit boek,Dichters van het nieuwe millennium, maakt de lezer kennis met 24 uiteenlopende dichters uit Nederland en Vlaanderen die in dit millennium debuteerden. Welke wereld scheppen zij, hoe verhouden ze zich tot de taal en op welke manier geven ze hun dichterschap vorm? Of het nu gaat om de voormalige Nederlandse Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr of jong talent Maarten van der Graaff, om de humor en het absurdisme van de Vlaamse dichter Delphine Lecompte of de witte fuckende konijnen van Els Moors, om het teksttheater van Tjitske Jansen of het retorische spel van Geert Buelens: de actuele Nederlandstalige poëzie wil de wereld in. Dit boek toont poëzieliefhebbers en studenten hoe ze de poëzie van vandaag kunnen lezen: in 24 hoofdstukken gaan literatuurwetenschappers in op de thema’s en vormkwesties die de oeuvres van de dichters van 21e eeuw bepalen. De beschouwingen gaan vergezeld van telkens één gedicht, zodat lezers worden aangespoord mee te analyseren."

    Evenementen en recensies rondom 'Dichters van het nieuwe millennium' vind je bij Kila van der Starre: http://kilavanderstarre.com/dichters-van-het-nieuwe-millennium-evenementen-en-recensies/

  •  

    NIEUWE TRUI EEN NACHT IN DE VRIEZER DOEN

    de koolmees die ieder jaar terugkomt
    naar het huisje op ons balkon
    dat wij willen schoonmaken steeds
    maar nooit schoonmaken

    landt op een tak van de boom met paarse bladeren
    waarvan ik de naam niet weet
    en niet ga opzoeken voor dit gedicht

    het heeft geregend
    de takt veert
    vers water valt

    laatst zat hij op een dikkere tak
    en pikte naar ik aanneem
    mieren van de bast
    waarvan ik hem er een
    in de mond van zijn vrouwtje
    zag drukken

    soms zingt hij voor hij uitvliegt
    op de dunne clematisrank
    die voor het ronde deurgat groeit
    en nu eind april vol knoppen zit

    een ander zijn
    diens verongelukte zijn

    ieder ons
    hetzelfde verongelukte

    dit ons
    een ons

    de laatste ander zijn
    verongelukt
    verbrijzeld zijn

    de kat van de buren liep weg
    toen een monteur de nieuwe ketel
    kwam installeren

    ze wordt doof

    nooit meer trippelt ze op me af
    als ik in de morgen de deur open
    naar het dakterras

     

    © Tsead Bruinja

    Dit optreden werd opgenomen tijdens de uitzending van Opium op 4 op 8 juli 2016. Bob Driessen speelde sax.

    Meer van Bob:

    www.discogs.com/artist/405612-Bob-Driessen

  •  

     
    Dit zijn foto's van ons optreden in Berlijn. We lazen gedichten en zongen in het Nederlands, Fries en het Zeeuws-Vlaams. Er werd muziek gemaakt door Jan Klug en Broeder Dieleman, terwijl Lies van Gasse live schilderde. De voordrachten werden verzorgd door Frank Keizer, Lies van Gasse, Tsead Bruinja en Els Moors.
     
    Mocht je ons willen uitnodigen voor een optreden dan kan dat! Graag zelfs ;o) Stuur daarvoor een mailtje naar tbruinja(@)gmail.com.
     
    Berlijn8
    Berlijn1
    Berlijn2 Berlijn3

    Berlijn4
    Berlijn5
    Berlijn6
    Berlijn7
  • Pratenbreien.fd12b1fefa13c564c62bf869aab0bda3147

    Vanavond ga ik met Broeder Dieleman, Els Moors, Frank Keizer, René Everts en Emma Burns "Praten en breien" te Middelburg.

    …Broeder Dieleman en dichter Tsead Bruinja zetten op 17 mei een avond lang muzikanten en dichters bij elkaar. Samen maken zij een uniek programma dat ze 's avonds voor u brengen. De avond start om 20.00 uur. Kaarten kosten €4,-

    Verwacht verhalen over Friese opa's en oma's, witte fuckende konijnen en de socialist Herman Gorter en een hoop muzikale spontaniteit.

    De dichters zijn Frank Keizer, Els Moors, Emma Burns en Tsead Bruinja. De muzikanten zijn Broeder Dieleman en René Everts (saxofoon).

    Praten en Breien
    Datum: dinsdag 17 mei
    Tijd: 20.00
    Locatie: Kloveniersdoelen
    Tickets: €4,-

    Kaarten zijn te koop in de Drvkkery en online viawww.drukkerijmiddelburg.nl/tickets

    Web: http://kloveniersdoelen.nl/agenda/praten-en-breien.html

  • Mijn eerste column voor deze krant begon met de dood. Erik Menkveld, een bevriend schrijver,  overleed op 30 maart 2014 op 54 jarige leeftijd. Terwijl ik niet geloofde in een hiernamaals, schreef ik toch een brief aan hem. Die vorm koos ik omdat Menkveld aan zijn helden, onder wie de Boeddha, saxofonist John Coltrane en dichter Martinus Nijhoff prachtige literaire brieven had geschreven, verzameld in Met de meeste hoogachting (Uitgeverij Van Oorschot). De column werd geweigerd. Men vreesde dat de lezers niet bekend genoeg waren met Menkvelds werk.

    Mijn eerste column voor deze krant begon met vriendschap. Ik stond in de keuken van Margo en Gene Barry ergens op het Ierse platteland niet ver van Cork toen ik door de krant werd gebeld. Een dag daarvoor zou ik in een kasteel een poëzieworkshop geven. Op het allerlaatste moment, toen wij de poort uit wilden rijden, kwam de enige gegadigde opdagen. In het smalle poortje reed zijn vader de spiegel van de auto. Aan de keukentafel bespraken we alsnog de gedichten van Martin Reints, over afleiding en denken in de poëzie. De dag daarna werd ik gebeld. Ik zal niet snel vergeten hoe blij Gene voor mij was.

    Www.blackwatercastle.com-castletownroche_croftoncroker-1824

    Mijn eerste column voor deze krant begon met muziek. Toen de column over Menkveld geweigerd werd, schreef ik een tweede eerste column, over zanger Jack Bottleneck met wie ik op school zat in Damwoude. Vijfentwintig jaar geleden verloren wij elkaar uit het oog, maar niet uit het hart. Dankzij Facebook en een optreden te Dokkum hernieuwden we onze vriendschap. Ik schreef over Bottlenecks kleurrijke verleden en hing het verhaal op aan een uitspraak over de uitsluiting van  Wâldpiken bij de ‘Kulturele Haadstêd’. Die column werd geaccepteerd.

     

    Vorige week vertelde radiomaker Willem Wâldpyk, manager van Jack Bottleneck, hoe hij bij een vergadering van Omrop Fryslân dreigend tegenover een andere Wâldpyk had gestaan. Men was ervan geschrokken. Ik genoot van het verhaal. Het verbaasde me niets dat de ruzie maar van korte duur was. Het bloed moet soms koken en bij Wâldpiken gebeurt dat misschien soms net even wat rapper.    

    Die verhalen zullen vanaf nu weer in gedichten belanden, want er komt met deze column helaas een einde aan mijn bijdragen aan deze krant. Ik ben de redactie van de Leeuwarder dankbaar voor de kans die zij mij gaven en de vrijheid die ik na die eerste geweigerde column genoot. Ik heb veel geleerd van dit hardop denken op papier en dank u voor het volgen van mijn verhalen en gedachten.

    Het is lente; tijd om iets nieuws te beginnen. Ik raad u aan de Verzamelde Gedichten van Erik Menkveld te lezen. U zult dan bijvoorbeeld deze vrolijke regels tegenkomen: “Graasgenot? Op dit gazon? Nog geen gierkar rijdt hier mijn humeur in reetketel”.

    *

    Willem Wâldpyk kwam langs om een Friese voordracht op te nemen. voor zijn programma Noardewyn. Hieronder het resultaat.

     

  • Iets meer dan twaalf jaar geleden werd ik voor de gek gehouden door een vrouw. Ik was net verhuisd van een klein kamertje in Diemen naar een omgebouwd bezemhok op een zolder in Amsterdam-West. Collega-dichter en vriend Thomas Möhlmann die even verderop woonde, nodigde mij uit om iedere donderdagavond bij hem en zijn geliefde Esther aan te schuiven voor de maaltijd, waarbij ook altijd een goede vriendin van hen aanwezig zou zijn.

    De dame in kwestie was cum laude afgestudeerd op jazz in het werk van de schrijver Bernlef. Ze had een half jaar daarvoor Thomas en mij aangemoedigd bij een literair voetbaltoernooi in Wassenaar. Ik speelde nog voor Groningen. Wij waren het enige team dat dronk en blowde op het veld en mede daardoor waarschijnlijk het eerste dat het veld moest ruimen. Vrolijk stronken reed ik mee terug naar Amsterdam in haar oude Citroën.

    Een half jaar later zat ik haar twee donderdagavonden lang te plagen, want ze ging op internetdate, maar eigenlijk was ik jaloers. De derde avond bleef ze hangen en dronk ze niet alleen samen met ons een fles rosé leeg maar sneuvelde er ook nog een fles whisky. Er werd haar een fiets aangeboden omdat ze onmogelijk in de oude Citroën naar huis kon rijden, maar dat hoefde niet; mijn pakjesdrager zou haar wel houden.

    Die nacht sloeg Saskia Stehouwer een arm om mijn buik vol drank en slingerden we naar haar huis. We hebben een half uur staan zoenen op haar stoep. Ik mocht niet mee naar binnen want daar lag een zwangere huisgenoot te slapen (die daarna evengoed werd gewekt om bijgepraat te worden).

    Het jaar daarop schoven we een briefje in die whiskyfles. Ik wierp hem zo ver mogelijk in zee. De kleine dronken fietstocht was uitgelopen op een huwelijk dat mij nog steeds gelukkig maakt (en u ook, want Sas was de afgelopen twee jaar de voortreffelijke redacteur van deze column). Tegen die tijd was het duidelijk geworden dat de alcohol een zeer tijdelijke vriend was geweest van mijn vrouw. Na drie maanden stond de wijn aan een kant van de tafel; aan de andere kant een grote pot thee.

    Gespreid

    Deze week las ik op de website van The Guardian dat het versieren veel makkelijker kan. Daar is helemaal geen drank of geplaag voor nodig. Het draait eigenlijk louter om lichaamstaal. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen die datingsites en apps gebruiken als een blok vallen voor mannen die op hun foto of filmpje met hun benen wijd open zitten of de armen gespreid houden en hun brede torso laten zien. Voor mij komt die kennis te laat. Wie weet kunt u er nog iets mee.

    Dit is mijn een-na-laatste column voor deze krant. Ik schreef hem met mijn benen over elkaar.

  • "Ga eens in gesprek met je huisdier", stond er afgelopen maandag als kop boven een stuk in de Trouw over filosofe Eva Meijer. Meijer publiceerde het boek Dierentalen waarin ze onder andere vertelt over hoe dolfijnen elkaar bij naam noemen. Ik vraag me dan meteen af hoe een dolfijnenkalf aan zijn of haar naam komt, maar het beantwoorden van dat soort vragen schijnt niet het doel van Meijers boek te zijn. Het gaat haar erom dat we het dier meer als een individu met rechten moeten leren zien in plaats van als een object. Laten we "niet alleen denken over, maar ook mét dieren."

    Ik kan me geen gesprek herinneren met onze hond Astrid, maar ik zal ongetwijfeld tegen haar hebben aangekletst, want ik doe dat nu ook tegen de kat van onze buren, Djessims. Hele uitgebreide gesprekken zijn dat niet. Het gaat voornamelijk om "hallo, schatje", "wat ben je lief" en "wil je weer naar huis?".

    IMG_5046

    Met Astrid voerde ik tijdens mijn vroege tienerjaren iets langere conversaties. Tijdens oud en nieuw, misschien in 1989 of 1990, kroop ik naast haar onder het bed van mijn ouders, of eigenlijk het bed waar mijn vader en zijn nieuwe vrouw in sliepen. Astrid liep nooit de trap op, maar als ze vuurwerk hoorde, en in Kollum werd er flink met carbidbussen geknald, stoof ze naar boven. Ik probeerde haar gerust te stellen, maar ik denk niet dat ze mij verstond. Ze bleef maar piepen.

    Jaren daarvoor gaf Astrid geen gehoor aan de woorden van mijn moeder toen ze een bunzing zag. Mijn moeder vertelde hoe ze Astrid angstig waarschuwde niet achter het beest aan te gaan, omdat het gemeen kon bijten en misschien wel ziektes met zich meedroeg. Maar Astrid zette de achtervolging in, nam het roofdiertje tussen haar kaken en sloeg het dood tegen een puinmuurtje. Mijn moeder glunderde. Een week later stond de bunzing opgezet op een boomstammetje in de gang. Voordat ik de trap opging naar mijn slaapkamer liet ik graag mijn vingers over de boze hoektanden in het open bekje gijden.

    Na het overlijden van mijn moeder en het hertrouwen van mijn vader ging Astrid naar mijn opa, de vader van mijn moeder, in Oostrum. Een keer per week sprong ze op de achterbank van de rode Opel Kadett wanneer Pake Klaas naar Âldtsjerk reed om het graf van zijn dochter op te zoeken. Hij schijnt daar hele verhalen tegen haar te hebben gehouden. Van hem hoorden we dat bij het eerste bezoek Astrid, voor hem uit, in een keer het graf wist te vinden. Ze zat daar op hem te wachten terwijl hij met verse bloemen in zijn armen en schoongespoelde groentepotjes van HAK aan kwam lopen. De steen werd geboend. Het gesprek was begonnen.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • "Laten we helden zijn," riep CPNB-voorzitter Geneviève Waldmann vanaf een balkon in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Onder luid applaus opende ze met haar heroïsche oproep het Boekenbal. Waldmann riep ons echter niet op om net als Bowie de bakens te verzetten en experimentele literatuur te schrijven in navolging van diens Berlijnse trilogie; zij vroeg ons om alsjeblieft allemaal jaarlijks een extra boek aan te schaffen zodat het gemiddelde van zes naar zeven boeken opgekrikt zou worden. De literatuurliefhebber zou moeten uitblinken in zijn winkelgedrag.

    De rest van het programma was van een soortgelijke droefheid. Dat lag niet aan de inrichting van de zaal. Het theater was smaakvol omgebouwd tot een club met een rond podium in het midden en publiek aan beide kanten.  Bovendien stond er prima witte en rode wijn op tafel, wellicht indachtig "Hier is… Adriaan van Dis". Hadden ze die oude coryfee, zo keurig afgeslankt voor De Wereld Draait Door en nog altijd beter in zijn talen dan Ivo Niehe, maar gevraagd, bedacht ik mij later.

    DiwnvISLbH9sYPvx3pYG

    Helaas kregen wij zanger en entertainer Sven Ratzke voor onze kiezen, ook meertalig, maar daar was dan ook wel alles mee gezegd. Ratzke vond dat bij een feest voor de literatuur vooral smakeloze beledigingen hoorden. Op zich heb ik daar niet zo'n probleem mee, maar dan verwacht ik wel niveau en niet een presentator die mij verveelt met slappe seksuele toespelingen en stompzinnige clichés. Keer op keer werden wij, het publiek "achter" het podium, aangesproken als de mensen op de "cheap seats". Het deed bijna evenveel pijn als de nieuwe vulling die ik deze week van mijn tandarts kreeg.

    Het artistieke hoogtepunt van de avond vormde de bijdrage van Nick & Simon. De Volendammers keken verdwaasd rond in de nachtclub, maar brachten "Gute Nacht, Freunde" van Reinhard Mey tenminste alsof ze het meenden, een verademing tijdens het cynische Circus Ratzke. Spijtig was het dan wel weer dat Nick op een valse gitaar speelde die lelijk beschilderd was met reclame voor het album "Open". Maar als er deze avond al helden waren, waren het wat mij betreft Nick & Simon.

    Ratzke zelf zorgde voor het dieptepunt. Toen hij alle gasten terug het podium opriep om de avond af te sluiten met een groepsverkrachting van Loud Reeds "A perfect day" en de twee Volendammers ontbraken, maakte hij meteen de grap dat zij hem al met de poet gesmeerd zouden zijn. Wat hij niet zag, maar het publiek op de cheap seats wel, was dat Nick en Simon die niets wisten van het slotnummer, terug waren gekomen en braaf in de deuropening klaarstonden.

    "Was ich noch zu sagen hätte," was het thema van de boekenweek. Ik had willen roepen: "Halt's Maul, blöde Holländer, just for one koopavond." Maar ik ben niet zo'n held. 

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    Deze week draaide ik een cd van Frans Halsema met een wat melig liedje ter ere van de boekenweek. Enjoy:

    https://play.spotify.com/track/6jpgxpBn93qut15nAO89eO

    $_84

  • Door de stompzinnige uitlatingen van Donald Trump zou je bijna geloven dat Amerika collectief achterlijk aan het worden is. Al loopt Europa met haar steun aan het pers-onvrije Turkije en Polen niet ver achter. Voor wie het nieuws volgt, is het lang zoeken naar tekenen van vrijheid en intelligentie. Maar alle hoop is niet vervlogen. Aan de dovenuniversiteit Gaullaudet in Washington D.C. wordt nog fatsoenlijk nagedacht, onder andere over architectuur.

    Voor studenten van Gaullaudet, schrijft NRC, “is het ontwerpen van DeafSpace, ruimtes die speciaal zijn ontwikkeld voor doven en slechthorenden, een tweede natuur geworden.” Zo houden de jonge architecten onder andere rekening met dove mensen die al lopend een praatje willen maken. Dat is de normaalste zaak van de wereld voor mensen die kunnen horen. Zij hoeven elkaar niet de hele tijd aan te kijken. Maar mensen die in gebarentaal met elkaar spreken moeten elkaar kunnen zien en niet afgeleid worden door onnodige obstakels. Een lichte helling in de vloer is voor hen veel prettiger dan een trapje en een brede gang veel handiger dan een smalle.

     

    Ten tijde van prikkeldraad aan de Europese grenzen en muren tussen Mexico en Amerika, lees ik graag over dit soort elegante oplossingen. Het geeft hoop en doet mij bovendien anders kijken naar de ruimtes waarin ik me begeef.

    Dat gebeurde ook toen ik luisterde naar blinde mensen die geïnterviewd werden terwijl zij door gebouwen liepen en daarbij met hun tong klakten om de ruimte in te schatten. Ik was gevraagd om op basis van die gesprekken een gedicht te schrijven voor het boek Architectuur door andere ogen. Sindsdien voel ik meer aan dikke armleuningen bij trappen, geniet ik van solide deuren en doe ik soms mijn ogen dicht om te genieten van het 'uitzicht' op auto’s die over natte wegen suizen.

    4a8998cf2164c5b2b796831c3922f262
    In 2005 was er tijdens Poetry International aandacht voor poëzie in gebarentaal. Twee Amerikaanse hippies van in de veertig stalen de show. De dove Peter Cook liet zijn gedichten gesproken ‘ondertitelen’ door zijn ‘horende’ vriend Kenny Lerner. Cook maakte met de duim en wijsvinger van zijn rechterhand een rondje dat de zon voor moest stellen en liet die achter zijn horizontaal gehouden linkerarm opkomen. Daarna zette Cook zijn horizon rechtop en maakte er een boom van. Een denkbeeldige wind waaide door de takkenvingers. Maar de zon scheen fel die dag, waarschuwde Lerner. En voor we het wisten, was de boom gevallen. “And the sun burned the tree down,” bulderde hij. Wij klapten zoals doven klappen: met beide handen zwaaiend naar Cook en Lerner.

    Misschien is het nog niet zo'n slecht idee, dat leiden van de blinden door de blinden. Als de doven dan ook nog onze parlementen ontwerpen en er hun gedichten voorlezen, komen we er wel.

     
    Dit is een ander gedicht, maar het illustreert wel goed de werkwijze van het Peter Cook en Kenny Lerner


    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Door Merijn Schipper

    Geëngageerde poëzie – het is een lastig begrip. Zijn gedichten geëngageerd als ze sociaal-maatschappelijke of ecologische kwesties aankaarten? Of pas als ze oproepen tot bezinning en verzet? Of is alle poëzie uiteindelijk in zichzelf al een daad van engagement, omdat ze in deze op efficiëntie en output gerichte economische samenleving een antipool is? Een échte poëzienerd zou gedichten ook kunnen zien als het summum van efficiëntie en output: het is een product (output), dat veelal in kort bestek zeer gestileerd een veelvoud van betekenissen, beelden en vormen voor het voetlicht plaatst, wat niet zelden een haarscherpe weergave is van een ervaring (efficiëntie). Maar dat terzijde.

    ProductDecisions2

    Nou ja, grofweg: poëzie kujn je in brede zin ene geëngageerde daad van verzet noemen vanwege haar uniciteit in de massacultuur, en in engere zin bekommert geëngageerde poëzie zich om de kwetsbaren van de wereld. In beide opzichten kan Tsead Bruinja in Binnenwereld buitenwijk, naatuurlijke omstandigheden als een geëngageerd dichter gelezen worden. De politiek, de al maar sterker wordende veiligheidsstaat, het dreigende verlies van vrijheid en onze houding ten opzichte van vreemdelingen komen ter sprake.

    Neem het gedicht ‘Western Union’, dat het contrast tussen burgers en illegalen pijnlijk invoelbaar maakt. Het opent met bootvluchtelingen van een brede achtergrond (er zitten ‘koks zangers vissers timmerlui/ dokters en wetenschappers’ tussen) die naar Europa reizen om daar de banen aan te nemen waar wijzelf liever van afzien. Het werk dat deze rechteloze groep doet is ‘als ze uitglijden over een gladde vloer’ onverzekerd. ‘[Terwijl] u een pensioen opbouwt,’ schrijft Bruinja, ‘loopt een van hen langs een muziekwinkel/ en neuriet keurig ingeburgerd’ een maar al te alledaags liedje, dat niet bepaald het toonbeeld is van pure poëzie, maar dat ik omwille van die ongemakkelijke alledaagsheid, toch maar citeer:

    Is het lang geleden is het lang geleden
    dat mijn hartje riep

    met zijn ding dinge dong

    is het lang geleden is het lang geleden
    in de zomerzon ging het

    BIM BAM BOM

    Waarop de man geld stuurt ‘naar een nichtje/ dat haar vader in brand zag staan’. Zij zijn als wij, lijkt het gedicht te zeggen. Het gedicht brengt van deze groep zijn negatieve labels terug naar het menselijke. Het toont de onpersoonlijke ander als iemand zoals jij en ik.

    Emmer

    In deze gespannen tijd, waarin de economische crisis nog merkbaar en de dreiging van aanslagen voelbaar is, waarin de politiek naar rechts neigt, de geloofssystemen te versnipperd zijn om een eenduidig antwoord te geven op de vragen die ons gesteld worden en ook het humanisme te polyfoon is om richting te geven, is het wellicht ook aan de dichters om mythen te herscheppen of nieuwe uit de oude te creëren. Ook daarvoor schrikt Bruinja niet terug. Zijn gedichten bevatten vaak bijzondere universele trekjes, waarin men de taal van vogels lijkt te kunnen verstaan of zich buigt over Nietzsches ‘Bejahung des Lebens’. ‘Fukushima’, dat overigens ook niet wars is van engagement, roept associaties op met de werelden die Italo Calvino oproept met zijn Cosmokomische verhalen:

    de aarde is een tas om de schouders van de maan
    de aarde is een tas met slappe hengsels
    uitgerekte hengsels
    want de zon is zo zwaar

    Het is een metagedicht, het beschouwt zichzelf terwijl het ‘geschreven’ wordt: ‘ik werd verliefd op de eerste regel haar a’s lonkten/ haar beelden schreeuwden om vervolg’. In de televisie waarop de ramp wordt gevolgd, verdwijnt de beeldspraak in een tunnel, waardoor de dichter zich afvraagt of hij iets moet met de associatie van de lekkende kerncentrale. En dan:

    ermee onder de armen naar een radioactief strand
    waar oude mannen op klapstoeltjes
    tevreden in hun emmers kijken
    naar vissen die veel groter worden?

    of zwemt in datzelfde water de aarde?

    was het niet een tas
    maar een emmer?

     
    Alles draagt het andere in dit gedicht: de maan de aarde, de zon die zo zwaar is en aan de aarde lijkt te hangen, en het water de aarde. Maar geruststellend is het niet: de ramp voltrekt zich, niets kan voorkomen dat het teniet gedaan wordt. Het is geen vrolijk stemmend universum, maar wel een waarin alles met alles samenhangt, waarin als iets kapot gaat, het grotere geheel op het spel komt te staan.

    Wie ooit had gedacht dat dichters narcistische pennenlikkers zijn, die in stoffige zoldertjes en schemerachtige souterrains literaire onanie bedrijven, wordt met Binnenwereld buitenwijk in het ongelijk gesteld. We hebben soms fictie nodig om de werkelijkheid te zien.

    *

    Bron: Awater, winter 2016

    Voorplat Awater Winter 2016

    Web: http://www.poezieclub.nl/