• Even een kort blogje, want we vertrekken vandaag.

    Gisteren hebben we een auto gehuurd en zijn daarmee naar Pretoria gereden. Het was een Volkswagen Chico, een jaren tachtig Polo voor de kenners, die hier blijkbaar vanwege de lage kosten nog steeds gemaakt wordt.

    De wagen had geen centrale portiervergrendeling, dus we moesten een beetje opletten, maar over het algemeen heb ik niet echt gevoeld dat we in gevaar verkeerden. Dat kwam ook doordat we niet door geweldadige wijken reden.

    Overal in de buurt wordt aan de weg gewerkt, waarbij je ook veel mensen niets ziet doen. Aan het begin van de werkzaamheden staat vaak een zwarte man met een rode vlag te zwaaien. Zo iemand doet dat de hele dag in de brandende zon met, als hij geluk heeft, een kapje voor zijn mond tegen de uitlaatgassen.

    In Pretoria zag ik op de hoek van de straat een blanke zwerver van in de twintig. Echt blank was hij niet. Zijn huid had een vreemde oranjegele kleur aangenomen, bijna de kleur van sommige aarde hier. Hij liep op een sok, had verder weinig kleren aan en zag eruit alsof hij verslaafd was.

    Vreemd dat een blanke bedelaar andere emoties bij je oproept dan een zwarte, maar deze zag er ook wel veel beroerder uit dan de zwarte bedelaars die we hebben gezien.

    Ik vroeg me af hoe zijn jeugd was geweest of er toch ook niet betere momenten in zijn leven waren geweest. Een verjaardagsfeest, waarop hij alle kaarsjes uit mocht blazen, een tafel met cadeautjes.

    Dat zijn vragen die je bij elke bedelaar zou moeten stellen. En dan hebben we het nog niet gehad over wat voor toekomst je ze zou willen toewensen.

    Dank voor het volgen van mijn reiservaringen en graag tot ziens in Nederland!

  • Op dinsdagochtend, na een bord muesli en roerei, haalden we de andere medewerkers van Savusa, Sas haar werk, en drie hoogleraren op die alle drie een Tutu leerstoel bekleden en onderzoek doen naar verzoening en sport in Zuid-Afrika.

    We werden met een bus naar een groot hotel-, entertainment-, en casinopark gebracht, een uitzonderlijk luxe oord, voor de plaatselijke rijken en gokverslaafden, bewaakt door mannen in legerkostuum met machinegeweren en ommuurd aan alle kanten.

    De verschillende hotels op het terrein zijn exuberant lelijke hoge gebouwen die Romeins moeten aandoen. De kamers zijn erg fijn, op de doordringende geur van nieuwe verf en een niet uit te krijgen airco na.

    IMG_0081

    Om twaalf uur ’ s middags werden we opgehaald door Jabu, een jonge zwarte man die elf van de twaalf Zuid-Afrikaanse talen spreekt en over de hele wereld cursussen geeft in het oplossen van conflicten. Jabu zou ons een rondleiding geven door Soweto (South Western Townships), de krottenwijken die iedereen vast wel kent van het nieuws.

    Soweto was oorspronkelijk niet opgezet als een plek om lang te blijven wonen, maar was bedoeld als tijdelijke behuizing voor de mannelijke mijnwerkers in de buurt van Johannesburg. Als die mijnwerkers hun werk niet meer konden doen door ziekte of ouderdom, moesten ze weer verkassen, terug naar hun eigen dorp en hun gezin. Veel van die mannen bleven echter en later volgden hun vrouwen en kinderen.

    In Soweto wonen zo’n 4,5 miljoen mensen en de huizen variëren van luxe woningen met garages en een enkele hummer tot krotten gemaakt van golfplaten. In sommige delen zie je overal in de berm vuilnis liggen, waar mensen doorheen scharrelen op zoek naar iets bruikbaars.

    Soweto is ook de plek waar in 1955, als ik het goed onthouden heb, het Freedom Charter werd opgesteld, een belangrijk document waarin de zwarte bevolking gelijke rechten opeiste. Dit belangrijke document, dat lang verboden was, heeft een conusvormig monument gekregen midden in Soweto. Op ijzeren platen kun je daar de hele tekst lezen en stilstaan bij de strijd die de zwarte bevolking heeft moeten voeren voor een fatsoenlijke behandeling.

    Niet ver van het monument bevindt zich de plek waar in de jaren zeventig zwarte scholieren protesteerden tegen het moeten leren van Afrikaans. Deze leerlingen van een plaatselijke middelbare school verrasten de geheime dienst en de politie met een vreedzaam protest, dat door een meedogenloze reactie van diezelfde politie al snel tot rellen leidde. In een speciaal museum zie je op de ene foto kinderen lachen en met kartonnen borden zwaaien, terwijl je ze op de andere borden boos, verward en verdrietig ziet rondrennen.

    Het eerste slachtoffer van de laffe blanke politie was Hector Pieterson (http://en.wikipedia.org/wiki/Hector_Pieterson), een jongetje van dertien dat getroffen werd door het eerste salvo aan schoten dat op de jonge weerloze menigte werd afgevuurd. Op een ontroerende foto zie je hoe het lichaam van Hector door een vriendje wordt gedragen, terwijl zijn zusje daarnaast meeloopt. Datzelfde zusje werkt nu in het museum. We waren net langs haar gelopen toen we het museum binnenliepen.

    IMG_0153

    Sas vertelde me kort daarna hoe Jabu de rellen had meegemaakt en de kinderen alle kanten op had zien rennen. Die informatie, de verschrikkelijke verhalen van ooggetuigen en de terloopse opmerking van Jabu dat hij zelf ook twee jaar in een golfplaten krot had gewoond, waar hij eerder nog over had vermeld dat die platen in de zomer gloeiend heet werden en in de zomer ijskoud en dat de bewoners als het regent hun matrassen overeind zetten en omarmen om te voorkomen dat ze al te nat worden, werden mij te veel. Ik liep naar het raam, staarde voor me uit en voelde mijn ogen branden. Hoe pathetisch het ook klinkt, ik wilde Jabu gewoon omarmen, vasthouden, iets goedmaken.

    Plotseling begreep ik de emotievolle reactie van Adriaan van Dis in zijn documentaireserie over Zuid-Afrika. Van Dis verdrinkt in een van die afleveringen bijna in de zee en lijkt zo overmand door de ellende die hij heeft gezien, in het heden en het verleden, dat hij bijna liever echt was verdronken. Ik vond destijds, dat die scene te overdreven was en eigenlijk uit de serie verwijderd had moeten worden, maar nu snap ik de wanhoop.

    Op dit moment lees ik overigens ‘ Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’ van Douwe Draaisma, een interessant boek over het geheugen. In dat boek kun je goed lezen hoe gebrekkig ons geheugen werkt. Het zou daarom best kunnen dat er van mijn herinnering aan de serie van Van Dis niets klopt en inderdaad nadat ik er even over nadacht, bleek mijn geheugen een spelletje met me te hebben gespeeld. Ik had twee scènes door elkaar gehaald. In de ene scene verdrinkt Van Dis bijna en wordt hij gered door een strandwacht, wat ik wat al te dramatisch vond, terwijl hij op een ander moment ziek in bed ligt en beweert lichamelijk onwel te zijn geworden door wat hij heeft gezien en gehoord. En zelfs deze herinnering kan weer gemankeerd zijn. Gelukkig schrijf ik nu een groot deel van wat ik meemaak op ;o)

    P.s. wie dezelfde tour wil maken door Soweto, kan contact opnemen  met de mensen van de organisatie Phaphama (info@phaphama.org). Je kunt voor meer informatie ook kijken op de website www.phaphama.org. Je krijgt voor rond de 60 euri een geweldige rondreis, een heerlijke maaltijd bij mensen thuis in Soweto en een ontroerende blik in een donker stuk geschiedenis, waarvan velen van ons maar zeer weinig weten.

  • Het regende voor de eerste keer afgelopen maandag toen ik vanuit Harare terugvloog naar Johannesburg en waar het vliegveld van Harare uiterst sober was ingericht, met een klein aantal winkeltjes, waarvan de helft gesloten was, was het vliegveld van Jo’burg een uitbunding gekleurd luxe kermis.

    Sas en ik wisselden onze verhalen uit en gingen iets eten bij Indian Cuisine, een van de weinige restaurants met gezond voedsel dat niet droop van het vet.

    De meeste bezoekers van dit vliegveld zie je bij Kentucky Fried Chicken en Wimpie’s (hamburgerketen) in de rij staan. Ook de mensen die op het vliegveld werken gaan vaak bij de fastfoodketens langs. Je herkent daarbij het manlijke personeel niet alleen aan hun uniform, maar ook aan de het hele witbrood dat ze vaak de hele dag met zich meedragen.

    Terwijl wij onze biriyani en curry verorberden, genoten we van het uitzicht op een wat verwarde man die zich tien minuten lang aan zijn zak zat te krabben. Met zijn rechterhand in zijn broekzak bleek hij zich niet alleen te ontdoen van een irritante jeuk, maar zichzelf ook te ‘plezieren’, aangezien de glimlach op zijn gezicht steeds groter werd, terwijl hij de voorbijgangers uitnodigend aankeek.

    We wachtten nog een paar uur op Harry, de baas van Sas, en werden toen naar een eenvoudig hostel gebracht vlakbij het vliegveld. Het viel me daar op hoe fel de eigenares omging met haar zwarte personeel, dat om geld vroeg of beltegoed voor hun mobieltjes.

    IMG_0072
     
    Ik las ’s avonds nog even mijn mail en schrok van de boze reacties op mijn volkskrantblog (qua inhoud redelijk identiek aan mijn Hyves en Typepadblog) van een fan en de zanger en zangeres van de Hermes House Band. Ik was misschien iets te ver gegaan in mijn giftige omschrijving van hun gedrag en zal de komende tijd eens nadenken over wat daar de oorzaak van was.

    Laat ik daarom hier nog maar eens vermelden dat ik er niet vanuit ging dat hun bedoelingen kwaadwillend waren en dat hun optreden op Hifa zelf een groot succes was. Ik zeg dit niet uit angst, maar gewoon als tegenwicht voor mijn opmerking over hun gedrag en optreden bij de ambassadeur en in de bus terug naar het hotel.

    Mijn allergie voor het corps of wat voor vorm van grote jolige schreeuwerige groepen, ligt natuurlijk deels aan mij. Het heeft iets te maken met hoe ik door de jaren heen vriendschappen heb ervaren en hoe groepen mij een onzeker gevoel kunnen geven. Ik ben van plan om daar in komende blogs meer aandacht aan te besteden. Niet om medelijden op te roepen, maar om iets uit te zoeken en daar werkt dit blog uitstekend voor.

  • ‘ Ga weg!’

    Dat waren de woorden die mijn gesprekspartner van gisteravond als eerste hoorde, toen ze na de onafhankelijkheid van 1980 zich op haar nieuwe werkplek meldde. Ze was de eerste zwarte lerares op een blanke school. Toen ze uiteindelijk toch les mocht geven, werden de blanke kinderen een voor een van haar school gehaald, totdat er vier overbleven. Haar man was de eerste zwarte leraar op een blanke ‘private school’ en is nu het hoofd van zo’n school.

    De plaats die zwarte mensen in deze samenleving hebben verworven ging dus duidelijk niet zonder slag of stoot en in het geval van die eerste zwarte mannelijke leraar ging er nog een andere lijdensweg aan vooraf.

    Zijn vader die als politieman voor de blanke regering gewerkt had, werd tijdens de oorlog door zijn zwarte ‘brothers’  voor de ogen van het hele gezin neergeschoten.

    Mensen werden in die tijd verraden door buren en familieleden, waardoor je nooit helemaal zeker wist, wie er in je omgeving voor had gezorgd dat je vader, moeder, zusje of broertje was afgevoerd.

    In dit geval ging het om een aantal verre ooms, ooms die bij familiebijeenkomsten nog altijd hun gezicht laten zien, waardoor die eerste zwarte leraar, wiens vader simpelweg zijn brood moest verdienen om zijn gezin te eten te geven, het niet voor elkaar krijgt om naar een dergelijke ‘ feest’  te gaan.

    Het is een van de vele voorbeelden van de gespletenheid van een land, waarin in een boerengezin een kind aanhanger kan zijn van een andere partij dan zijn ouders, waardoor hij onteigend moet worden, omdat anders de vijand hem en zijn ouders zullen martelen, waarna ze het vee ombrengen en dat vee is hier van onschatbare waarde. Je rijkdom als boer druk je uit in koeien, schapen en kippen en niet in geld.

    En dat gebeurt allemaal in gemeenschappen die ook buitengewoon ontroerende eigenschappen hebben.

    De lerares vertelde me hoe je in haar stam nooit mocht zeggen dat je wees was, ook al leefden je ouders niet meer. Zodra een vader en/of een moeder overlijdt, neemt een ander lid van de stam de verantwoordelijk van die ouder namelijk over. Je woont niet automatisch bij hen in, maar je gaat wel met je problemen naar hen toe.

    Ik vertelde daarop hoe we in het Fries als we over onze ouders spraken tegen anderen het altijd hadden over ‘ us heit’ (‘ us’  is onze) of ‘us mem’, omdat ‘ myn heit’ als onbeleefd en ongepast werd ervaren. Ook als je enigst kind was gebruikte je deze beleefdheidsvorm.

    In Zimbabwe gebruiken ze een soortgelijke vorm bijvoorbeeld als men aangeeft dat men vader het dorp in heeft zien lopen. Op zo’n moment ‘lopen’  vader het dorp binnen.

    In de afgelopen 29 jaar moeten er veel vader en moeders het dorp uit zijn gedragen of ter plekke vermoord en elke keer zijn er weer nieuwe vaders en moeders bijgekomen die de taak hebben overgenomen. Daar kwam geen enkel ingewikkeld bureaucratisch proces aan ten pas.  

  • Het is herfst hier, maar je zou met gemak een ei kunnen bakken op mijn rode hoofd. Vandaag is het zondag en de laatste dag van het festival. Ik ben even terug gegaan naar mijn kamer om alvast mijn koffer te pakken, terwijl een aantal van de Zimbabwaanse dichters zich te goed doen aan het gratis bier van de festivalorganisatie.

     

    Morgen vlieg ik naar Johannesburg, waar ik Sas weer zie, waarna we een paar dagen in Zuid-Afrika blijven. Via de mail en sms hebben we elkaar op de hoogte gehouden van onze ervaringen die beide vaak gingen over hoe zwarte mensen en blanke mensen hier met elkaar en hun gemeenschappelijke verleden omgaan.

     

    De laatste dag die ik op dit blog omschreven heb was afgelopen donderdag. 

     

    Op vrijdag was er een apart diva-programma gewijd aan de vrouwelijke dichters. Helaas was dat programma, een enkele uitzondering daargelaten, het zwakste van de hele week, vooral omdat de gedichten allemaal zo op elkaar leken en met name over the beautiful black African women ging en hun strijd.

     

    Meest indrukwekkend was een gedicht van Batsirai Easther Chigama, een jonge vrouw die normaal computers verkoopt, en die nu een sensueel gedicht voorlas met een brailletekst als uitgestrekte metafoor over hoe een man haar zou strelen. Na Chigama las Freedom, een dichters die nog als soldaat had gevochten, o.a. in Zambia. Freedom zag er behoorlijk afgeleefd uit, maar haar voordracht was vol energie en vooral moed, met veel politiek.

     

    Op vrijdagavond had ik kaartjes voor het concert van Malika, maar bleef ik hangen in een van de tentjes met goede wijnen Stephen (geluidstechnicus uit Amerika), Makeda (danseres uit Trinidad) en Togara (dichter die kortgeleden nog optrad op Poetry International) en diens vrouw.

     

    Zaterdag was er een slam die ik glorieus en geheel terecht verloor. De andere dichters waren echt geweldige slammers die half rapten en veel meer geëngageerde en ritmische gedichten voorlazen, waar het publiek hier erg van houdt. De slam werd gewonnen door Ewok, een dichter uit Zuid-Afrika, die in 2006 op Poetry mee heeft gedaan aan de slam.

     

    ’ s Avonds ging ik naar de dansvoorstelling van Makeda, waarin veel rasta-invloeden te horen waren. In de muziek had ze ook haar eigen stem verwerkt in het Engelse dialect van Trinidad. Stephen had daarvoor gigantische problemen met de lokale crew gehad die totaal niet vooruit te branden waren. Gelukkig was de voorstelling toch nog een succes.

     

    Mijn laatste optreden hier vond vanochtend plaats. Ik las ‘ Bregeman / Bruidegom’ en vertelde over hoe ik vroeger met mijn vader ging schaatsen. Vanwege het terugkerende refrein, werkte het gedicht goed.

     

    Ik kocht nog wat bundels en cd’s van mijn collega’s voor zover dat mogelijk was (de meeste dichters kunnen hun eigen boeken niet betalen en de boekhandels verkopen door de crisis alleen nog briefpapier en pennen), waarna de meeste dichters aan het bier gingen, maar dat had ik al gezegd.

    Ps. Helaas het optreden van de Hermes House Band, maar vanuit het hotel klonk het minder vals dan bij de ambassadeur en het publiek leek te genieten.

  • IMG_0036

     

    ‘I am so sick of the First World’, zei de presentratrice Xapa tegen me nadat ze me had verteld over het lot van het kleine eiland Myoti, boven Capo Verde. Dit eiland, waar zij en haar ouders vandaan kwamen, is aan het ‘zinken’ vanwege de stijgende zeespiegel en het broeikaseffect en met het zinken van dat eiland verdwijnt natuurlijk ook een deel van haar cultuur.

    Xapa is een vrouw van achter in de veertig die een beetje op Whoopi Goldberg lijkt, een trotse rasta, die ter introductie van de andere dichters vaak een eigen gedicht voorlas, o.a. een over reïncarnatie als reactie op een gedicht dat ik eerder had voorgelezen. Het gedicht ging vooral over hoe de blanke westerling de donkere Afrikaan steeds maar weer opnieuw tormenteerde en alles van hem had afgepakt, generatie op generatie.

    Het programma heette ‘Speaking in tongues’  en ik las in het Fries, Nederlands, Duits en Engels voor, waarbij ik een lange introductie hield over mijn opa en oma en vertelde hoe mijn opa nog graag een keer met oma wilde vrijen, maar dat ze hem had geweigerd en dat ze daar toen hij kort daarna gestorven was, erg veel spijt van had gehad.

    Grappig detail is, dat mijn grootouders op zondagmiddag, ook als er bezoek was, de tv aanzetten op het testbeeld, omdat de rubriek ‘Maria weet raad’ dan op de radio was. Maria hielp jonge mensen die onzeker waren over hun lichaam en die allerlei vragen hadden over seks.

    Na mijn optreden en een aantal geweldige voordrachten in de vele talen die deze regio rijk is, waaronder natuurlijk ook de talen met de vele klikgeluiden, werd ik opgehaald door een vriendelijke buschauffeur die me naar de residentie van de ambassadeur zou brengen, waar ik was uitgenodigd om Koninginnedag te vieren.

    Ik liep daar eerst wat verdwaasd rond tussen het gegoede volk, van wie ik eerder de gigantische gepoetste wagens met zwart personeel had zien staan op de oprit, maar werd gelukkig opgevangen door Annelie, een medewerkster van de ambassade die onder andere over mensenrechten ging.

    Annelie vertelde me over hoe ze net nog bij een tweetal mannen langs was geweest in het ziekenhuis die daar half dood gemarteld lagen te creperen onder politiebewaking. Door bij dit soort mensen langs te gaan, bestaan ze en kan de regering hen net iets minder makkelijk vermoorden.

    Een groepje vrouwen nodigde me daarna uit om bij hen aan tafel aan te schuiven, waarschijnlijk omdat een van hen Fries was, Ik luisterde nieuwsgierig naar hun gesprekken over hoe het was voordat Zimbabwe onafhankelijk was geworden.

    Aan tafel zaten zwarte, Aziatische en blanke vrouwen van in de vijftig die lachend spraken over hun herinneringen aan een tijd, waarin zwarte mensen geen bier mochten drinken, nee zelfs geen leeg bierflesje in huis mochten hebben en bovendien geen stap mochten zetten in een groot gedeelte van de binnenstad van Harare.

    Een donkere mevrouw wist precies te vertellen wanneer ze voor het eerst door de winkelstraat First Street wandelde, hoe ze had genoten van de kerstverlichting en dat ze diezelfde dag, in een winkel waar ze vroeger niet mocht komen, een prachtige paarse jurk had gekocht.

    Tussen de verhalen door hoorde ik het nieuws van de gebeurtenissen in Apeldoorn. Iedereen was behoorlijk geschokt en ik begreep dat, maar hoop ook dat we nuchter kunnen blijven en niet in een aantrekkelijke massapsychose verzeilen. Een geval als dit moet toch vooral gezien worden als een uitzondering.

    Het veldje met witte tafeltjes en zwart personeel dat de haring en bitterballen rondbracht, liep ondertussen leeg op enkele volhardende aangeschoten ambassadeurs en bandleden van de Hermes House Band na.die allemaal ook talloze blikjes Heiniken hadden geleegd.

    Die bandleden speelden hun coversset vrij ongeïnspireerd (en zongen vals) toen ik net was aangekomen, wellicht ook omdat niemand op dat moment echt luisterde. Na afloop waren ze allemaal met kleren aan in het zwemband gesprongen.

    Aardige lui die studenten van de HHB, maar het bleken ook onuitstaanbare brallende dronken kakstudenten in de bus. Ze bleven maar schreeuwen, naar mensen buiten de bus en de chauffeur. Dat geschreeuw en gekeet was allemaal vast niet kwaad bedoeld, maar op mij kwam het totaal ongepast over, een slecht voorbeeld van de arrogantie van mensen uit the First World.

    Vanavond speelt de band op het festival, een eigenaardige bijdrage van de Staat der Nederlanden aan dit culturele evenement. Ik dacht dat we wel iets beters en verfijnders te bieden hadden dan de HHB, alhoewel de Zimbabwanen de feestmuziek zeker zullen weten te waarderen.

    Nu maar hopen dat ze iets minder vals zingen dan bij de ambassadeur en na afloop niet al te veel mensen beledigen.

  • Voor het Poetry Cafe staat een man met langgerekt kunstwerk vol scenes uit de hele wereld. Door aan een aantal wieltjes te draaien bewegen de poppetjes in zijn voorstelling, waarond Jezus aan het kruis en vissers in Malawi.

    Een van de scenes is x-rated. Hij tilt daarbij het dak van een huisje op, waarin verschilleden Jamaicanen zich aan elkaar vergrijpen. Zodra hij ziet dat er kinderen meekijken, gaat het dak weer dicht.

    IMG_0026 

    en Jamaica:

    IMG_0027

  • Tijdens het woensdagmiddagprogramma in het Poetry Cafe lag de focus op humor. Hoogtepunt vormde een voordracht van een prozatekst bestaande uit verzonnen brieven van een beambte aan een vrouw met wie hij wilde trouwen.

     

    De beambte was niet erg goed in Engels en zijn vreemde zinnen in combinatie met zijn onhandigheid met vrouwen maakten het verhaal erg grappig. De mooiste zin was ‘ When will I see your figure?’ waarbij de schrijver aangaf dat de beambte figure phonetisch had gespeld, namelijk als ‘figerr’.

     

    De inspiratie voor het verhaal had hij opgedaan bij het stiekem rondneuzen in zijn vaders papieren als jongetje van een jaar of tien, waarbij hij een van diens liefdesbrieven, of eigenlijk meer een memo, aan zijn moeder had gevonden.

     

    ’ s Avonds, na een trekje van mijn eerste Zimbabwaans-Amerikaanse wietsigaar, ging ik met  Amerikaanse lichttechnicus  Stephen naar een voorstelling over ‘ border jumpers’, mensen  die hun geluk zoeken in Zuid-Afrika. Een jonge acteur vertelde in zijn eentje het verhaal over twee jongens, waarbij een al gauw het leven laat als de twee samen met een hele groep, ieder met een hand aan een stok, een grote rivier proberen over te steken. Als hij op de oever erachter komt dat zijn vriend verdronken is, maakt hij van ijzerdraad een poppetje dat hij toespreekt alsof het zijn verloren vriend Jakob is.

     

    Na een aantal wrange maar luchtig vertelde anekdotes over zijn pogingen om in Johannesburg aan werk te komen, waarbij hij voortdurend wordt opgelicht of achternagezeten door honden, redt de jongen het en belandt in Kaapstad waar hij van ijzerdraad kunstwerken maakt om te verkopen.

     

    Het was een schitterende voorstelling en geweldig om te zien hoe levendig het publiek bij een toneelvoorstelling kan zijn.

     

    De laatste voorstelling die avond vond een paar kilometer verderop plaats, wat een mooie dodemansrit door avondlijk Harare opleverde. Onze chauffeur, een meisje van Indische afkomst, sprak met haar vriendin over alle grote gaten in de weg. Die gaten waren zo groot en gevaarlijk, dat zij ze uit hun hoofd hadden geleerd. Enigszins verbaasd en geamuseerd reageerden ze dan ook op het feit dat er een bekend gat in de snelweg gedicht was. Dat gat was zo groot geweest dat er eenden in zwommen als het goed geregend had.

     

    De voorstelling die we voor onze kiezen kregen was een fraai staaltje propaganda, aangeboden met complimenten van de Chinese regering.  We kregen acrobatiek, goochelaars en veel dans te zien, waarbij benadrukt werd dat veel van deze kunsten afkomstig waren uit Tibet, een ‘ integraal deel van China’ . De Richard Gere in mij werd een beetje onrustig, vooral bij de aankondiging van de dans ‘The Happy Tibetans’ (dat volgens mij beter herdoopt had kunnen worden tot ‘Here’s a couple of them who we haven’t kicked the shit out off’), maar ik bleef op mijn stoel zitten en heb gelachen en soms ook genoten van de vuurspuwers, de volksdansen en de trucjes met de doekjes uit de mouw.

     

    De propaganda ging aan het Zimbabwaanse publiek voorbij, die vonden het gewoon prachtig om al die dansers en acrobaten te zien. In een land als dit kan ik me dat overigens goed voorstellen. De mensen hebben hun handen vol aan het overleven en het in de gaten houden van de fratsen van hun eigen politici.

  • Nadat ik een ochtendlang tevergeefs een poging had gedaan om op mijn kleine laptopje toegang tot het internet te krijgen, begaf  ik me naar het business center, een klein hokje op de eerste verdieping met drie computers, een bewaker en een medewerkster. Het aantal personeelsleden viel mee. Op de meeste werkplekken zie je gigantische hoeveelheden personeel rondlopen, met allemaal maar een beetje werk.

     

    Het internet is hier natuurlijk niet erg snel, maar het werkt en weldra lukte het me m’n eerste blogje online te zetten, waarbij gezegd moet worden dat ik met mijn blogjes steeds een dag achterloop.  

     

    De rest van de ochtend las ik wat in een Kurt Cobain biografie en wandelde zo rond een uur of half twee door de lange gang naar de lift. Beneden stond Bob, mijn persoonlijke begeleider op me te wachten. Hij zei dat hij me overal gezocht had, wat vreemd was, want ik had het grootste deel van de ochtend op mijn kamer gezeten.

     

    Het festivalterrein is gesitueerd in een park achter het hoge luxe hotel (19 verdiepingen) en op het terrein vind je veel eettentjes, poppodia en wat kleinere ronde ommuurde tradtionele gebouwtjes met een rieten dak, waarin doeken dienst doen als deur.

     

    In een van die gebouwtjes bevindt zich het Hivos Poetry Cafe, waar ik samen met een aantal andere Afrikaanse dichters optrad en Chirikure Chirikure de presentatie verzorgde. Chiri was nogal zenuwachtig omdat de helft van de dichters niet kwam opdagen, evenals het publiek.

     

    Om tien over drie zat de zaal echter goed vol met zo’n veertig man publiek en bovendien waren alle dichters aanwezig.

     

    Na een optreden van een wat bleu meisje, een reus van een kerel met gigantische stem en een jonge rapper genaamd Utmost, allemaal zwart en Zimbabwaans, was het mijn beurt.

     

    Chiri had me tijdens de optredens een brief toegeschoven met de mededeling dat ik ook best een van de andere dichters mocht vragen om iets met me te doen op het podium. Ik koos ervoor om Utmost te vragen de Engelse vertaling van een gedicht uit Angel voor te dragen, waarop hij grapte dat hij niet kon lezen. Ik grapte terug dat hij dan zelf maar iets moest bedenken. Dit gedicht en een van de ‘Eenzame uitvaart’-gedichten, inclusief lange introductie over het project, waren de grootste successen. Veel mensen kwamen daarna naar me toe om te praten over de ‘lonely funeral’.

     

    Voor het optreden had Chiri me tijdens mijn introductie vanaf het podium een stuk land beloofd, wat natuurlijk een dikke knipoog was naar het landjepik van zijn regering. Chiri en de andere dichters waren erg goed in dit soort verhuld commentaar. Zo vertelde hij me over een gedicht dat hij op cd had gezet met de titel ‘ we need to change the baby’s diaper’. Dat gedicht had hij geschreven in een verkiezingsperiode waarin de machthebbers zieltjes probeerden te winnen met de slogan ‘ change!’ .

     

    Chiri

    `s Avonds was er een grote show met dansers, dichters, een band met koor en videoprojectie, afgesloten met vuurwerk. Chiri en ik stonden behoorlijk ver achteraan, wat achteraf ook veiliger bleek, want in de menigte werden die avond enkele van de andere festivalartiesten bestolen.

     

    De show bestond uit verhalen en gedichten over heel Afrika, waarbij verschillende scenes werden uitgebeeld door acteurs, onder andere bij een lied waarin een vader werd gesmeekt om de oorlog te stoppen. Veel verhalen handelden over de lijdensweg van de zwarte mensen en het woord struggle kwam meer dan eens voorbij. Het was een schitterend spektakel, maar het was een beetje jammer dat er in de voorstelling ook een soort Africa’s Greatest Hits zat verwerkt, hoewel het laatste ‘ Something so strong’ door het koor prachtig werd gezongen

     

    Chiri en ik liepen terug naar het hotel, een afstand van nog geen honderd meter, en onderweg kwamen we verschillende kindjes tegen van zo’n jaar of zes, die allemaal hun hand ophielden.

     

    Bij het hotel aangekomen zei Chiri tegen me:

    ‘Als een haai sterft en op het strand aanspoelt, neemt het hele ecosysteem hapjes van het dode dier. Begrijp je dat?’ Ik zei dat ik dacht dat ik het wel begreep, waarop hij het enigszins aangeschoten herhaalde:

    ‘ Als een haai sterft…’

    Ik zei dat ik het toch niet helemaal begreep, waarop hij over zijn kin wreef, me aankeek en zei:

    ‘Jij bent die haai.’

  • In het vliegtuig naar Harare raakte ik aan de praat met een ouder blank echtpaar uit Zimbabwe. Ze vroegen of het mijn eerste bezoek was aan Harare en ik vertelde hen dat het mijn eerste bezoek was aan Afrika.

    De man was boer geweest en net als bij veel blanke boeren was zijn boerderij in beslag genomen door de regering. Het stel leefde nu van het inkomen van de vrouw, maar wat voor werk zij deed werd door de korte vlucht niet duidelijk.

    Ik werd op Harare Airport hartelijk onthaald door een medewerkster van het festival die nu als vrijwilligster actief was en normaal over de hele wereld voor rijke mensen werkte, bijvoorbeeld als bouwopzichter. Ze heet Kathryn en is klein en zwart, maar ik kon me goed voorstellen hoe ze mannen voor haar kon laten werken.

    Ik had 3 flessen rode wijn en een fles whisky meegenomen van Jo’burg als cadeautjes en beloofde Kathryn meteen een fles, waarop zei voor de zekerheid nog even informeerde of het geen merlot was, want daar hield ze niet van.

    Ik was tegelijk aangekomen met een jongen en een meisje uit Amerika, die behoorlijk schrokken toen Kathryn hen vertelde dat de pinautomaten in Zimbabwe niet werkten en dat credit cards over het algemeen niet werden geaccepteerd. Wester Union zou uitkomst bieden.

    We reden met nog wat gasten naar het hotel, waarna ik met Chirikure Chirikure, een belangrijk en politiek dichter en bovendien de programmeur van het poëziegedeelte van het festival, naar het Book Cafe ging om wat te drinken.

    In het Book Cafe, een soort veranda in een winkelcentrum, worden literaire avonden gehouden en vinden optredens van bandjes plaats. Er komen veel schoolverlaters om daar met hun laptops samen aan verschillende projecten te werken.

    Een van de organisatoren vroeg me of ik op wilde treden als opwarmertje voor de avond met beginnende bandjes die daarna door een jury beoordeeld zouden worden. Chirikure had gezegd dat ze ons dat eigenlijk niet moesten vragen, maar uiteindelijk hapten we beiden toch toe.

    Chirikure hield een ultrakorte speech waarin hij de jonge kunstenaars zei dat ze zich volledig moesten inzetten voor hun roeping, omdat het mogelijk was om van de pen of van de muziek te leven en dat ze zich vooral waardig moesten gedragen en mee moesten helpen om van Zimbabwe een betere plek te maken. Het was een inspirerende toespraak waarvoor hij een welverdiend applaus kreeg.

    Ik las na een kort optreden van de verschillende bands samen, twee gedichten voor die redelijk goed vielen, met name door de licht komische introducties die ik erbij hield en was blij om me nuttig te kunnen maken.

    Bookcafe

    Gedurende de rest van de avond traden er verschillende bands op, sommige speelden rock met een Afrikaans tintje en andere speelden traditionele muziek waarbij veel gedanst werd. Een van de dansers sprong zo hoog dat hij bijna het plafond raakte met zijn halflange dreads.

    Het commentaar van de jury was meestal dat men beter had moeten soundchecken en ook beter op de kleding had moeten letten.

    De wedstrijd werd gewonnen door een jongen die met zonnebril op rapte over hoe alles in zijn land ' two for one dollar' was geworden, een uitdrukking die je vaakt hoort omdat men meestal geen wisselgeld heeft. Alles was in zijn rap two for one dollar: meisjes, bananen en brood.

    We bleven tot het einde van de show en reden toen terug naar het hotel voor een receptie bij de ‘ artistic director’ . Die was echter zo druk en luidruchtig dat ik besloot na 1 glas wijn terug te gaan naar mijn hotelkamer. Na Anderhalve dag onderweg te zijn geweest en alle nieuwe indrukken was ik behoorlijk moe.