• Tijdens het woensdagmiddagprogramma in het Poetry Cafe lag de focus op humor. Hoogtepunt vormde een voordracht van een prozatekst bestaande uit verzonnen brieven van een beambte aan een vrouw met wie hij wilde trouwen.

     

    De beambte was niet erg goed in Engels en zijn vreemde zinnen in combinatie met zijn onhandigheid met vrouwen maakten het verhaal erg grappig. De mooiste zin was ‘ When will I see your figure?’ waarbij de schrijver aangaf dat de beambte figure phonetisch had gespeld, namelijk als ‘figerr’.

     

    De inspiratie voor het verhaal had hij opgedaan bij het stiekem rondneuzen in zijn vaders papieren als jongetje van een jaar of tien, waarbij hij een van diens liefdesbrieven, of eigenlijk meer een memo, aan zijn moeder had gevonden.

     

    ’ s Avonds, na een trekje van mijn eerste Zimbabwaans-Amerikaanse wietsigaar, ging ik met  Amerikaanse lichttechnicus  Stephen naar een voorstelling over ‘ border jumpers’, mensen  die hun geluk zoeken in Zuid-Afrika. Een jonge acteur vertelde in zijn eentje het verhaal over twee jongens, waarbij een al gauw het leven laat als de twee samen met een hele groep, ieder met een hand aan een stok, een grote rivier proberen over te steken. Als hij op de oever erachter komt dat zijn vriend verdronken is, maakt hij van ijzerdraad een poppetje dat hij toespreekt alsof het zijn verloren vriend Jakob is.

     

    Na een aantal wrange maar luchtig vertelde anekdotes over zijn pogingen om in Johannesburg aan werk te komen, waarbij hij voortdurend wordt opgelicht of achternagezeten door honden, redt de jongen het en belandt in Kaapstad waar hij van ijzerdraad kunstwerken maakt om te verkopen.

     

    Het was een schitterende voorstelling en geweldig om te zien hoe levendig het publiek bij een toneelvoorstelling kan zijn.

     

    De laatste voorstelling die avond vond een paar kilometer verderop plaats, wat een mooie dodemansrit door avondlijk Harare opleverde. Onze chauffeur, een meisje van Indische afkomst, sprak met haar vriendin over alle grote gaten in de weg. Die gaten waren zo groot en gevaarlijk, dat zij ze uit hun hoofd hadden geleerd. Enigszins verbaasd en geamuseerd reageerden ze dan ook op het feit dat er een bekend gat in de snelweg gedicht was. Dat gat was zo groot geweest dat er eenden in zwommen als het goed geregend had.

     

    De voorstelling die we voor onze kiezen kregen was een fraai staaltje propaganda, aangeboden met complimenten van de Chinese regering.  We kregen acrobatiek, goochelaars en veel dans te zien, waarbij benadrukt werd dat veel van deze kunsten afkomstig waren uit Tibet, een ‘ integraal deel van China’ . De Richard Gere in mij werd een beetje onrustig, vooral bij de aankondiging van de dans ‘The Happy Tibetans’ (dat volgens mij beter herdoopt had kunnen worden tot ‘Here’s a couple of them who we haven’t kicked the shit out off’), maar ik bleef op mijn stoel zitten en heb gelachen en soms ook genoten van de vuurspuwers, de volksdansen en de trucjes met de doekjes uit de mouw.

     

    De propaganda ging aan het Zimbabwaanse publiek voorbij, die vonden het gewoon prachtig om al die dansers en acrobaten te zien. In een land als dit kan ik me dat overigens goed voorstellen. De mensen hebben hun handen vol aan het overleven en het in de gaten houden van de fratsen van hun eigen politici.

  • Nadat ik een ochtendlang tevergeefs een poging had gedaan om op mijn kleine laptopje toegang tot het internet te krijgen, begaf  ik me naar het business center, een klein hokje op de eerste verdieping met drie computers, een bewaker en een medewerkster. Het aantal personeelsleden viel mee. Op de meeste werkplekken zie je gigantische hoeveelheden personeel rondlopen, met allemaal maar een beetje werk.

     

    Het internet is hier natuurlijk niet erg snel, maar het werkt en weldra lukte het me m’n eerste blogje online te zetten, waarbij gezegd moet worden dat ik met mijn blogjes steeds een dag achterloop.  

     

    De rest van de ochtend las ik wat in een Kurt Cobain biografie en wandelde zo rond een uur of half twee door de lange gang naar de lift. Beneden stond Bob, mijn persoonlijke begeleider op me te wachten. Hij zei dat hij me overal gezocht had, wat vreemd was, want ik had het grootste deel van de ochtend op mijn kamer gezeten.

     

    Het festivalterrein is gesitueerd in een park achter het hoge luxe hotel (19 verdiepingen) en op het terrein vind je veel eettentjes, poppodia en wat kleinere ronde ommuurde tradtionele gebouwtjes met een rieten dak, waarin doeken dienst doen als deur.

     

    In een van die gebouwtjes bevindt zich het Hivos Poetry Cafe, waar ik samen met een aantal andere Afrikaanse dichters optrad en Chirikure Chirikure de presentatie verzorgde. Chiri was nogal zenuwachtig omdat de helft van de dichters niet kwam opdagen, evenals het publiek.

     

    Om tien over drie zat de zaal echter goed vol met zo’n veertig man publiek en bovendien waren alle dichters aanwezig.

     

    Na een optreden van een wat bleu meisje, een reus van een kerel met gigantische stem en een jonge rapper genaamd Utmost, allemaal zwart en Zimbabwaans, was het mijn beurt.

     

    Chiri had me tijdens de optredens een brief toegeschoven met de mededeling dat ik ook best een van de andere dichters mocht vragen om iets met me te doen op het podium. Ik koos ervoor om Utmost te vragen de Engelse vertaling van een gedicht uit Angel voor te dragen, waarop hij grapte dat hij niet kon lezen. Ik grapte terug dat hij dan zelf maar iets moest bedenken. Dit gedicht en een van de ‘Eenzame uitvaart’-gedichten, inclusief lange introductie over het project, waren de grootste successen. Veel mensen kwamen daarna naar me toe om te praten over de ‘lonely funeral’.

     

    Voor het optreden had Chiri me tijdens mijn introductie vanaf het podium een stuk land beloofd, wat natuurlijk een dikke knipoog was naar het landjepik van zijn regering. Chiri en de andere dichters waren erg goed in dit soort verhuld commentaar. Zo vertelde hij me over een gedicht dat hij op cd had gezet met de titel ‘ we need to change the baby’s diaper’. Dat gedicht had hij geschreven in een verkiezingsperiode waarin de machthebbers zieltjes probeerden te winnen met de slogan ‘ change!’ .

     

    Chiri

    `s Avonds was er een grote show met dansers, dichters, een band met koor en videoprojectie, afgesloten met vuurwerk. Chiri en ik stonden behoorlijk ver achteraan, wat achteraf ook veiliger bleek, want in de menigte werden die avond enkele van de andere festivalartiesten bestolen.

     

    De show bestond uit verhalen en gedichten over heel Afrika, waarbij verschillende scenes werden uitgebeeld door acteurs, onder andere bij een lied waarin een vader werd gesmeekt om de oorlog te stoppen. Veel verhalen handelden over de lijdensweg van de zwarte mensen en het woord struggle kwam meer dan eens voorbij. Het was een schitterend spektakel, maar het was een beetje jammer dat er in de voorstelling ook een soort Africa’s Greatest Hits zat verwerkt, hoewel het laatste ‘ Something so strong’ door het koor prachtig werd gezongen

     

    Chiri en ik liepen terug naar het hotel, een afstand van nog geen honderd meter, en onderweg kwamen we verschillende kindjes tegen van zo’n jaar of zes, die allemaal hun hand ophielden.

     

    Bij het hotel aangekomen zei Chiri tegen me:

    ‘Als een haai sterft en op het strand aanspoelt, neemt het hele ecosysteem hapjes van het dode dier. Begrijp je dat?’ Ik zei dat ik dacht dat ik het wel begreep, waarop hij het enigszins aangeschoten herhaalde:

    ‘ Als een haai sterft…’

    Ik zei dat ik het toch niet helemaal begreep, waarop hij over zijn kin wreef, me aankeek en zei:

    ‘Jij bent die haai.’

  • In het vliegtuig naar Harare raakte ik aan de praat met een ouder blank echtpaar uit Zimbabwe. Ze vroegen of het mijn eerste bezoek was aan Harare en ik vertelde hen dat het mijn eerste bezoek was aan Afrika.

    De man was boer geweest en net als bij veel blanke boeren was zijn boerderij in beslag genomen door de regering. Het stel leefde nu van het inkomen van de vrouw, maar wat voor werk zij deed werd door de korte vlucht niet duidelijk.

    Ik werd op Harare Airport hartelijk onthaald door een medewerkster van het festival die nu als vrijwilligster actief was en normaal over de hele wereld voor rijke mensen werkte, bijvoorbeeld als bouwopzichter. Ze heet Kathryn en is klein en zwart, maar ik kon me goed voorstellen hoe ze mannen voor haar kon laten werken.

    Ik had 3 flessen rode wijn en een fles whisky meegenomen van Jo’burg als cadeautjes en beloofde Kathryn meteen een fles, waarop zei voor de zekerheid nog even informeerde of het geen merlot was, want daar hield ze niet van.

    Ik was tegelijk aangekomen met een jongen en een meisje uit Amerika, die behoorlijk schrokken toen Kathryn hen vertelde dat de pinautomaten in Zimbabwe niet werkten en dat credit cards over het algemeen niet werden geaccepteerd. Wester Union zou uitkomst bieden.

    We reden met nog wat gasten naar het hotel, waarna ik met Chirikure Chirikure, een belangrijk en politiek dichter en bovendien de programmeur van het poëziegedeelte van het festival, naar het Book Cafe ging om wat te drinken.

    In het Book Cafe, een soort veranda in een winkelcentrum, worden literaire avonden gehouden en vinden optredens van bandjes plaats. Er komen veel schoolverlaters om daar met hun laptops samen aan verschillende projecten te werken.

    Een van de organisatoren vroeg me of ik op wilde treden als opwarmertje voor de avond met beginnende bandjes die daarna door een jury beoordeeld zouden worden. Chirikure had gezegd dat ze ons dat eigenlijk niet moesten vragen, maar uiteindelijk hapten we beiden toch toe.

    Chirikure hield een ultrakorte speech waarin hij de jonge kunstenaars zei dat ze zich volledig moesten inzetten voor hun roeping, omdat het mogelijk was om van de pen of van de muziek te leven en dat ze zich vooral waardig moesten gedragen en mee moesten helpen om van Zimbabwe een betere plek te maken. Het was een inspirerende toespraak waarvoor hij een welverdiend applaus kreeg.

    Ik las na een kort optreden van de verschillende bands samen, twee gedichten voor die redelijk goed vielen, met name door de licht komische introducties die ik erbij hield en was blij om me nuttig te kunnen maken.

    Bookcafe

    Gedurende de rest van de avond traden er verschillende bands op, sommige speelden rock met een Afrikaans tintje en andere speelden traditionele muziek waarbij veel gedanst werd. Een van de dansers sprong zo hoog dat hij bijna het plafond raakte met zijn halflange dreads.

    Het commentaar van de jury was meestal dat men beter had moeten soundchecken en ook beter op de kleding had moeten letten.

    De wedstrijd werd gewonnen door een jongen die met zonnebril op rapte over hoe alles in zijn land ' two for one dollar' was geworden, een uitdrukking die je vaakt hoort omdat men meestal geen wisselgeld heeft. Alles was in zijn rap two for one dollar: meisjes, bananen en brood.

    We bleven tot het einde van de show en reden toen terug naar het hotel voor een receptie bij de ‘ artistic director’ . Die was echter zo druk en luidruchtig dat ik besloot na 1 glas wijn terug te gaan naar mijn hotelkamer. Na Anderhalve dag onderweg te zijn geweest en alle nieuwe indrukken was ik behoorlijk moe.

  • IMG_0016

    (Gisteren) Het is National Freedom Day (27 april) in Zuid-Afrika en op televisie is een interview te zien met een correspondent in een groot stadium waar de festiviteiten gehouden zullen worden. Daarnaast zien we twee vrouwelijke performing poets in prachtige kleren uit hun hoofd een gedicht voorlezen.
     
    Ik loop langs de enige andere gasten in de ontbijtkamer en hoor Fries. We wisselen even wat woorden in het Fries, waarbij ik vraag of er vlees in het gebakken ei zit, wat zo blijkt te zijn, maar verder ontstaat er niet echt een gesprek.

    De blanke eigenaresse van het hotel brengt ons vervolgens naar het vliegveld, waar Sas haar reis voort zal zetten naar Port Elizabeth en ik me veel te vroeg en een beetje zenuwachtig naar mijn gate zal begeven.

    Het was rustig op de weg naar het vliegveld vanwege de feestdag en de eigenaresse van het hotel zei dat het op andere dagen wel anders was. De files schijnen verschrikkelijk te zijn. Ze zei ook dat ze haar personeel vrij had gegeven, waar ik maar niet tegenin bracht dat ik toch echt bij het ontbijt zwart personeel had gezien.

    het vliegveld aangekomen stonden er wat politiemannen om paspoorten te checken, niet van ons, maar van de autobestuurders. De eigenaresse beklaagde zich erover dat je altijd zo aardig tegen deze mensen moest doen, waar volgens Sas een verkapte racistische boodschap in verscholen zat, want de politiemannen (en bijna al het personeel op het vliegveld) zijn zwart.
     
    Die verhouding ligt bij de reizigers weer totaal andersom. Die zijn over het algemeen behoorlijk blank.

    Toen ik naar de wc ging, wees een zwarte man me heel onderdanig en vriendelijk op het elektrische apparaat waar je je handen mee kan drogen, waar hij meteen nadat ik klaar was en volledig onnodig een doekje overheen haalde.

    Veel is veranderd in Zuid-Afrika, maar er is ook nog veel hetzelfde.

  • Airportgl-01

    Na 3 films (The Curious Case of Benjamin Button, Frost/Nixon en Quantum of Solace) een rock documentaire, een aflevering van Frasier, een dikke Nederlandse vrouw voor me die haar stoel te ver naar achteren zette, een smerige veganistische maaltijd, ettelijke glazen water, tomatensap en thee, zijn we aangekomen in Johannesburg, waar de tegels van het vliegveld buitenaards glimmen.

    Dit is mijn eerste verblijf in een Afrikaans en ik heb geen idee wat ik er precies van moet verwachten.

    Toen we uit het vliegveld stapten rook ik dezelfde zoete geur als ik op het vliegveld van Jakarta had geroken zo’n twee jaar geleden. Daarnaast rook het op de taxistandplaats naar rook afkomstig van houtkachels.

    De taxichauffeur die ons ophaalde van het Airport Game Lodge hotel, vroeg ons of we uit de Niederlands kwamen en checkte even of we geen bezwaar hadden tegen de operaradiozender die hij op had staan. We reden van ‘ die grootpad’  (snelweg) af een onverharde weg op en meteen werd onze chauffeur gebeld.

    Ik keek naar de honden aan de kant van de weg en vroeg me af of het zwerfhonden waren, terwijl Sas met de chauffeur sprak. Er bleken vanavond vage lui gesignaleerd te zijn op deze weg, maar veel meer wist de man ons niet te vertellen.

    Even later reed er een rode golf voor ons langs, maar die reed weer door toen we tijdelijk stopten, waarna wij de laatste honderd meters naar het hotel aflegden, veilig achter een hek.

    Een beetje spannend dus, deze eerste kennismaking, maar tot nu het alles reg gekom.  

  • http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/typo3conf/ext/vara_flashplayer/player/player.swf

    De mensen van De Wereld Draait Door waren zo aardig om het opgenomen gedicht dat niet uitgezonden werd toch nog op hun website te plaatsen. Hierboven dus het filmpje en hieronder de tekst.

    Benieuwd of Komrij het had geraden!

    we zoeken een dier met de letter a

     

    we zoeken een dier met de letter A

    roept ze vanaf het tv-scherm

     

    ze wil me blij maken

    en ik zou blij zijn

    met haar duizend euro

     

    kat rat poema zebra paard giraf

     

    ze wil me blij maken


    het geld brandt al
    in mijn broekzak

     

    we zoeken een dier met de letter A


    slak pad kakkerlak

     

    elke bal die we raken

    is een verrassing

     

    bange bibberende tim

    heeft het goed

    maar half

     

    dus dertig euro

     

    domkop

     

    we zoeken een dier

     

    jaguar houtworm wandelende tak

     

    nee we zoeken een dier

     

    dier met de letter A

  • Er zingen meer vogels dan thuis hier bij hotel de Overste Hof in Landgraaf. Het is een hotel aan de voet van de beroemde skiheuvel Snowworld, waar wij slapen na een poëzieavond met Ruben van Gogh, Maria van Daalen en Hagar Peeters.

    Peeters interviewde ons en dat deed ze voor het eerst, maar wel erg goed. Het was bijvoorbeeld prettig om weer eens na te denken over wat ik nu precies met Bang voor de bal bedoelde als bundel. Niet dat ik op nieuwe ideeën kwam, maar het was wel fijn om opnieuw voor een publiek te moeten definiëren hoe ik in die gedichten onderzocht wat angst voor mezelf en angst in de maatschappij voor mij betekende.

    De nazit (Sas zei nog tegen me dat je in dat woord toch altijd 'nazi' blijft lezen, wat ik inderdaad ook heb) was kort maar plezierig en de witte wijn goed te drinken.

    Wij begeven ons zo naar het ontbijt en nemen dan een taxi naar Heerlen om met de Lentetoer van de NS heerlijk eerste klas terug naar Amsterdam te rijden.

    Zonnige zaterdag!

    Hagar_ruben 

    Hagar Peeters en Ruben van Gogh achter de interviewtafel

  • Aftersun

    Vroeger sliep ik in april of mei altijd een paar nachten slecht. Het openlucht zwembad was dan net open en na schooltijd lagen wij, tussen de bommetje en dodemanssprongen van de hoge, te zonnen op een grasveldje met cola en chips en onze blikken gericht op het voorbijlopend vrouwelijk schoon.

    De zonnebrand vergat ik dan vaak, met als resultaat dat ik met rode schoudertjes in mijn nest lag en niet op mijn linker- of rechterzijde kon liggen.

    Gisteren tijdens de opnames van de documentaire was ik weer 'een beetje dom'. Ik had geen zonnebrand meegenomen en kwam met een kop als een bietje van de boot af.

    In de supermarkt te Grou, waar ik ook mijn avondeten voor in de trein aanschafte, hadden ze ook aftersun, maar dat heeft niet kunnen voorkomen dat mijn gezicht nu nog lichtelijk in brand staat.

    Vanavond tijdens de Avond van de Poëzie te Landgraaf ben ik in ieder geval goed zichtbaar.

    Voor wie in de buurt woont en zin heeft om te komen, hieronder wat informatie over die avond en daaronder enkele fotos van gisteren.

    AVOND VAN DE POEZIE

    Op vrijdagavond 24 april 2009 zal in Theater Landgraaf de Zevende Avond van de Poëzie georganiseerd worden. Dit jaar staat de Avond van de Poëzie in het teken van Dichter des Vaderlands. Hagar Peeters een van de genomineerden als Dichter des Vaderlands, interviewt drie van haar mededingers en wel: Tsead Bruinja, Maria van Daalen en Ruben van Gogh.

    Waar: Theater Landgraaf, Kerkberg 4, Landgraaf
    Aanvang: 20.00 uur
    Entree: € 7,50

    www.theaterlandgraaf.nl

    P.s. Door een misverstand staat mijn naam bij een lijst van voordragende dichters vanavond in het Groninger Museum (http://www.groningermuseum.nl/index.php?id=4315). Ik lees daar vanavond helaas niet voor.

    Boot 

    De boot van de provincie Fryslân waar we op voeren.

    Camera 

    Deel van de cameraploeg verwikkeld in een moeilijk shot.

    Stinnesolo 

    Onderdeel van het moeilijke shot.

    Bootstinne 

    Gedicht met en vanaf boot.

  • 02102007   

    Terwijl de mussen op het balkon een vogelhuisje inspecteren bij gebrek aan dakpannen in onze buurt, stap ik zo in de trein richting Fryslân voor filmopnames in Grou.

    Er wordt een documentaire gemaakt over het project Woordenstroom (http://www.provinciegroningen.nl/actueel/582459?view=Standard&search=true), waarbij dichters samenwerkten met typografen en ik mocht samenwerken met René Knip (http://www.atelierreneknip.nl/).

    Meer over ons project vind je hier:

    en hier (voordracht van het gedicht):

    Een korte uitleg over het project is hier http://www.tseadbruinja.nl/galery12.htm te lezen en foto's zijn op Flickr te vinden: http://www.flickr.com/photos/12708654@N03/sets/72157602088630894/.
    Hieronder een korte uitleg en een vertaling van het gedicht:

    ijveren op zwart

     

    wind vult de jas

    de stetson

     

    die ene die houdt van al het andere

    zegt hij of zeg ik

     

    of de grond niet een deur is

    of die golf niet een deur is

     

    zegt hij of ik me toe

    hoe diep je

               naast me komt liggen

     

    paard dat voor de golven uit

    het water ontdraaft

     

    het ijvert op zijn zwarte glansrug

    het ijvert op zijn pluizige zwiepstaart

     

    kleur wint grond

    en ik zeg af

    of toe

    Het gedicht werd geïnspireerd door een gesprek aan boord met typograaf René Knip over de liefde en over zijn hobby zeezeilen. Vandaar een uitdrukking als 'hoe diep je naast me komt liggen' (een vergelijking van twee geliefden als twee bootjes). Het is een gedicht over hoe we ons gedragen in relaties, hoe we willen verdwijnen, hoe je bij iemand wilt zijn (toezeggen) en alleen wilt zijn (afzeggen).
     
    Grou waar het gedicht vlakbij geschreven is, is de geboorteplaats van de gebroeders Halbertsma, dichters/schrijvers en verzamelaars van volksverhalen ('Rimen en teltsjes'). Ik heb het gedicht o.a. als eerbetoon aan hen een sprookjesachtig karakter gegeven – bijv. het verdwijnen in het water.
     
    Tijdens de tocht vielen de kleuren om ons heen me op. Paarden spelen al langer een rol in mijn werk als symbolen van kracht en misschien ook wel van duisternis en dood. Ik laat in het gedicht een Fries paard als een phoenix uit het water verrijzen, als een soort donkere en krachtige belofte, alsof de liefde opnieuw geboren wordt. We doen ons best op ons gedrag, maar de kleuren in de natuur komen soms zo sterk op je over dat je daarachter een wil of een persoonlijkheid vermoed, alsof het paard dat ik me voorstel zijn best doet om zo zwart mogelijk te zijn.
     
    Ik kan moeilijk voor René spreken, maar je ziet hoe hij gekozen heeft voor materiaal dat in het landschap wegvalt. Het wit van de lucht is het typografisch wit geworden en de taal van de typografie komt bijna overeen met de kale takken die we nu in de winter zien.

  • Hieronder een bericht uit ons wijkkrantje. Bij de Notenboer waren ze erg enthousiast. Ik durf al bijna de straat niet meer op!

    Beroemdindebaarsjes 

    Mocht je de tekst niet goed kunnen lezen, dan helpt het om op het plaatje te klikken.