• Pampuskoepel

    Nee, de titel slaat niet op mij fysieke gesteldheid, maar op een bezoek dat ik vrijdag bracht aan het oude fort in de buurt bij Muiden op het eiland Pampus.

    Pampus werd gebouwd eind negentiende eeuw ter verdediging tegen de Duitsers. Het kostte miljoenen en is nooit echt gebruikt.

    Pampus betekent ondiepte. Het is een plek waar vroeger de zwaarbeladen koopvaardijschepen moesten stoppen om hun goederen op kleinere schepen over te laden of om ballast overboord te gooien.

    Tegenwoordig worden er rondleidingen en housefeesten op het eiland gegeven, dat wemelt van de muggen (minder leuk) en de zwaluwen (erg leuk).

    Meer over Pampus vind je hier http://www.pampus.nl/home/

    Pampuspispot 

    De latrines op Pampus. De officieren kregen houten deurtjes voor hun latrines, maar de soldaten kregen alleen een discreet tussenschot.

    Men at er voornamelijk rijst met ansjovis, want de Zuiderzee was destijds de kraamkamer van grote scholen ansjovis.

    Spijtig dat ze daar een Afsluitdijk hebben gebouwd, want ik ben een visliefhebber. Maar straks komt die dijk goed uit, want we rijden zo naar Friesland met K. Michel en Ester Naomi Perquin om met anderen voor te dragen bij www.dichteropdedeel.nl in Exmorra.

    Sterkte met de regen vandaag!

  • Van veel mensen kreeg ik te horen dat ik genoemd was bij Pauw en Witteman door Tommy Wieringa. Ik heb de aflevering vandaag even bekeken en plaats hieronder even een link naar het fragment (na 9.45 min) en de desbetreffende tekst.

    Vrees niet voor mijn gezondheid. Genoemd worden is altijd beter dan niet genoemd worden.

    Goed weekend!

    http://pauwenwitteman.vara.nl/typo3conf/ext/vara_flashplayer/player/player.swf

    Tommy Wieringa in gesprek met Paul Witteman donderdag 14 mei 2009 bij Pauw en Witteman
     
    Witteman: De vorige keer moest je bij wijze van spreken nog met een tasje boeken in je handen naar de boekhandelaar om te vragen: 'Willen jullie mijn boek niet in de etalage leggen?'
    Wieringa: Er waren er 437 van Joe Speedboat in de Nederlandse boekwinkel te vinden, dat wil zeggen eenderde boek per boekhandel.
    Witteman: En hoe heb je dat weten op te kalefateren, dat aantal?
    Wieringa: …dat is minder dan van een dichtbundel van Tsead Bruinja.
    (Gegrinnik in de zaal)
    Witteman: Nou noem je wel een naam.
    Wieringa: Maar goed dat was een reusachtig bezwaar, terwijl de recensies fantastisch waren, was het ('Joe Speedboat') nergens te vinden.
  • Pauze

    Heb even pauze genomen van het weblog schrijven, doordat ik nogal gammel terugkwam en tijd nodig had om te wennen.

    Er is op dit moment ook niet veel om over te schrijven, wat logisch is na zoveel nieuwe indrukken.

    Het leven thuis (het dak wordt op dit moment gerepareerd en mijn werkkamer geschilderd) is niet saai, maar zeker iets vlakker dan toen we nog op reis waren, behalve dan de dromen, maar die zijn dan weer zo heftig dat ik ze voorlopig nog even voor mezelf houd.

    Straks weer ouderwets vergaderen met het Lira-bestuur en dan vanavond naar de Kring, waar o.a. Elmar Kuiper en Rense Sinkgraven voorlezen.

    Wellicht leidt dat weer tot een iets interessanter weblogje morgen en anders blijft het hier nog eventjes stil.

  • Even een kort blogje, want we vertrekken vandaag.

    Gisteren hebben we een auto gehuurd en zijn daarmee naar Pretoria gereden. Het was een Volkswagen Chico, een jaren tachtig Polo voor de kenners, die hier blijkbaar vanwege de lage kosten nog steeds gemaakt wordt.

    De wagen had geen centrale portiervergrendeling, dus we moesten een beetje opletten, maar over het algemeen heb ik niet echt gevoeld dat we in gevaar verkeerden. Dat kwam ook doordat we niet door geweldadige wijken reden.

    Overal in de buurt wordt aan de weg gewerkt, waarbij je ook veel mensen niets ziet doen. Aan het begin van de werkzaamheden staat vaak een zwarte man met een rode vlag te zwaaien. Zo iemand doet dat de hele dag in de brandende zon met, als hij geluk heeft, een kapje voor zijn mond tegen de uitlaatgassen.

    In Pretoria zag ik op de hoek van de straat een blanke zwerver van in de twintig. Echt blank was hij niet. Zijn huid had een vreemde oranjegele kleur aangenomen, bijna de kleur van sommige aarde hier. Hij liep op een sok, had verder weinig kleren aan en zag eruit alsof hij verslaafd was.

    Vreemd dat een blanke bedelaar andere emoties bij je oproept dan een zwarte, maar deze zag er ook wel veel beroerder uit dan de zwarte bedelaars die we hebben gezien.

    Ik vroeg me af hoe zijn jeugd was geweest of er toch ook niet betere momenten in zijn leven waren geweest. Een verjaardagsfeest, waarop hij alle kaarsjes uit mocht blazen, een tafel met cadeautjes.

    Dat zijn vragen die je bij elke bedelaar zou moeten stellen. En dan hebben we het nog niet gehad over wat voor toekomst je ze zou willen toewensen.

    Dank voor het volgen van mijn reiservaringen en graag tot ziens in Nederland!

  • Op dinsdagochtend, na een bord muesli en roerei, haalden we de andere medewerkers van Savusa, Sas haar werk, en drie hoogleraren op die alle drie een Tutu leerstoel bekleden en onderzoek doen naar verzoening en sport in Zuid-Afrika.

    We werden met een bus naar een groot hotel-, entertainment-, en casinopark gebracht, een uitzonderlijk luxe oord, voor de plaatselijke rijken en gokverslaafden, bewaakt door mannen in legerkostuum met machinegeweren en ommuurd aan alle kanten.

    De verschillende hotels op het terrein zijn exuberant lelijke hoge gebouwen die Romeins moeten aandoen. De kamers zijn erg fijn, op de doordringende geur van nieuwe verf en een niet uit te krijgen airco na.

    IMG_0081

    Om twaalf uur ’ s middags werden we opgehaald door Jabu, een jonge zwarte man die elf van de twaalf Zuid-Afrikaanse talen spreekt en over de hele wereld cursussen geeft in het oplossen van conflicten. Jabu zou ons een rondleiding geven door Soweto (South Western Townships), de krottenwijken die iedereen vast wel kent van het nieuws.

    Soweto was oorspronkelijk niet opgezet als een plek om lang te blijven wonen, maar was bedoeld als tijdelijke behuizing voor de mannelijke mijnwerkers in de buurt van Johannesburg. Als die mijnwerkers hun werk niet meer konden doen door ziekte of ouderdom, moesten ze weer verkassen, terug naar hun eigen dorp en hun gezin. Veel van die mannen bleven echter en later volgden hun vrouwen en kinderen.

    In Soweto wonen zo’n 4,5 miljoen mensen en de huizen variëren van luxe woningen met garages en een enkele hummer tot krotten gemaakt van golfplaten. In sommige delen zie je overal in de berm vuilnis liggen, waar mensen doorheen scharrelen op zoek naar iets bruikbaars.

    Soweto is ook de plek waar in 1955, als ik het goed onthouden heb, het Freedom Charter werd opgesteld, een belangrijk document waarin de zwarte bevolking gelijke rechten opeiste. Dit belangrijke document, dat lang verboden was, heeft een conusvormig monument gekregen midden in Soweto. Op ijzeren platen kun je daar de hele tekst lezen en stilstaan bij de strijd die de zwarte bevolking heeft moeten voeren voor een fatsoenlijke behandeling.

    Niet ver van het monument bevindt zich de plek waar in de jaren zeventig zwarte scholieren protesteerden tegen het moeten leren van Afrikaans. Deze leerlingen van een plaatselijke middelbare school verrasten de geheime dienst en de politie met een vreedzaam protest, dat door een meedogenloze reactie van diezelfde politie al snel tot rellen leidde. In een speciaal museum zie je op de ene foto kinderen lachen en met kartonnen borden zwaaien, terwijl je ze op de andere borden boos, verward en verdrietig ziet rondrennen.

    Het eerste slachtoffer van de laffe blanke politie was Hector Pieterson (http://en.wikipedia.org/wiki/Hector_Pieterson), een jongetje van dertien dat getroffen werd door het eerste salvo aan schoten dat op de jonge weerloze menigte werd afgevuurd. Op een ontroerende foto zie je hoe het lichaam van Hector door een vriendje wordt gedragen, terwijl zijn zusje daarnaast meeloopt. Datzelfde zusje werkt nu in het museum. We waren net langs haar gelopen toen we het museum binnenliepen.

    IMG_0153

    Sas vertelde me kort daarna hoe Jabu de rellen had meegemaakt en de kinderen alle kanten op had zien rennen. Die informatie, de verschrikkelijke verhalen van ooggetuigen en de terloopse opmerking van Jabu dat hij zelf ook twee jaar in een golfplaten krot had gewoond, waar hij eerder nog over had vermeld dat die platen in de zomer gloeiend heet werden en in de zomer ijskoud en dat de bewoners als het regent hun matrassen overeind zetten en omarmen om te voorkomen dat ze al te nat worden, werden mij te veel. Ik liep naar het raam, staarde voor me uit en voelde mijn ogen branden. Hoe pathetisch het ook klinkt, ik wilde Jabu gewoon omarmen, vasthouden, iets goedmaken.

    Plotseling begreep ik de emotievolle reactie van Adriaan van Dis in zijn documentaireserie over Zuid-Afrika. Van Dis verdrinkt in een van die afleveringen bijna in de zee en lijkt zo overmand door de ellende die hij heeft gezien, in het heden en het verleden, dat hij bijna liever echt was verdronken. Ik vond destijds, dat die scene te overdreven was en eigenlijk uit de serie verwijderd had moeten worden, maar nu snap ik de wanhoop.

    Op dit moment lees ik overigens ‘ Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’ van Douwe Draaisma, een interessant boek over het geheugen. In dat boek kun je goed lezen hoe gebrekkig ons geheugen werkt. Het zou daarom best kunnen dat er van mijn herinnering aan de serie van Van Dis niets klopt en inderdaad nadat ik er even over nadacht, bleek mijn geheugen een spelletje met me te hebben gespeeld. Ik had twee scènes door elkaar gehaald. In de ene scene verdrinkt Van Dis bijna en wordt hij gered door een strandwacht, wat ik wat al te dramatisch vond, terwijl hij op een ander moment ziek in bed ligt en beweert lichamelijk onwel te zijn geworden door wat hij heeft gezien en gehoord. En zelfs deze herinnering kan weer gemankeerd zijn. Gelukkig schrijf ik nu een groot deel van wat ik meemaak op ;o)

    P.s. wie dezelfde tour wil maken door Soweto, kan contact opnemen  met de mensen van de organisatie Phaphama (info@phaphama.org). Je kunt voor meer informatie ook kijken op de website www.phaphama.org. Je krijgt voor rond de 60 euri een geweldige rondreis, een heerlijke maaltijd bij mensen thuis in Soweto en een ontroerende blik in een donker stuk geschiedenis, waarvan velen van ons maar zeer weinig weten.

  • Het regende voor de eerste keer afgelopen maandag toen ik vanuit Harare terugvloog naar Johannesburg en waar het vliegveld van Harare uiterst sober was ingericht, met een klein aantal winkeltjes, waarvan de helft gesloten was, was het vliegveld van Jo’burg een uitbunding gekleurd luxe kermis.

    Sas en ik wisselden onze verhalen uit en gingen iets eten bij Indian Cuisine, een van de weinige restaurants met gezond voedsel dat niet droop van het vet.

    De meeste bezoekers van dit vliegveld zie je bij Kentucky Fried Chicken en Wimpie’s (hamburgerketen) in de rij staan. Ook de mensen die op het vliegveld werken gaan vaak bij de fastfoodketens langs. Je herkent daarbij het manlijke personeel niet alleen aan hun uniform, maar ook aan de het hele witbrood dat ze vaak de hele dag met zich meedragen.

    Terwijl wij onze biriyani en curry verorberden, genoten we van het uitzicht op een wat verwarde man die zich tien minuten lang aan zijn zak zat te krabben. Met zijn rechterhand in zijn broekzak bleek hij zich niet alleen te ontdoen van een irritante jeuk, maar zichzelf ook te ‘plezieren’, aangezien de glimlach op zijn gezicht steeds groter werd, terwijl hij de voorbijgangers uitnodigend aankeek.

    We wachtten nog een paar uur op Harry, de baas van Sas, en werden toen naar een eenvoudig hostel gebracht vlakbij het vliegveld. Het viel me daar op hoe fel de eigenares omging met haar zwarte personeel, dat om geld vroeg of beltegoed voor hun mobieltjes.

    IMG_0072
     
    Ik las ’s avonds nog even mijn mail en schrok van de boze reacties op mijn volkskrantblog (qua inhoud redelijk identiek aan mijn Hyves en Typepadblog) van een fan en de zanger en zangeres van de Hermes House Band. Ik was misschien iets te ver gegaan in mijn giftige omschrijving van hun gedrag en zal de komende tijd eens nadenken over wat daar de oorzaak van was.

    Laat ik daarom hier nog maar eens vermelden dat ik er niet vanuit ging dat hun bedoelingen kwaadwillend waren en dat hun optreden op Hifa zelf een groot succes was. Ik zeg dit niet uit angst, maar gewoon als tegenwicht voor mijn opmerking over hun gedrag en optreden bij de ambassadeur en in de bus terug naar het hotel.

    Mijn allergie voor het corps of wat voor vorm van grote jolige schreeuwerige groepen, ligt natuurlijk deels aan mij. Het heeft iets te maken met hoe ik door de jaren heen vriendschappen heb ervaren en hoe groepen mij een onzeker gevoel kunnen geven. Ik ben van plan om daar in komende blogs meer aandacht aan te besteden. Niet om medelijden op te roepen, maar om iets uit te zoeken en daar werkt dit blog uitstekend voor.

  • ‘ Ga weg!’

    Dat waren de woorden die mijn gesprekspartner van gisteravond als eerste hoorde, toen ze na de onafhankelijkheid van 1980 zich op haar nieuwe werkplek meldde. Ze was de eerste zwarte lerares op een blanke school. Toen ze uiteindelijk toch les mocht geven, werden de blanke kinderen een voor een van haar school gehaald, totdat er vier overbleven. Haar man was de eerste zwarte leraar op een blanke ‘private school’ en is nu het hoofd van zo’n school.

    De plaats die zwarte mensen in deze samenleving hebben verworven ging dus duidelijk niet zonder slag of stoot en in het geval van die eerste zwarte mannelijke leraar ging er nog een andere lijdensweg aan vooraf.

    Zijn vader die als politieman voor de blanke regering gewerkt had, werd tijdens de oorlog door zijn zwarte ‘brothers’  voor de ogen van het hele gezin neergeschoten.

    Mensen werden in die tijd verraden door buren en familieleden, waardoor je nooit helemaal zeker wist, wie er in je omgeving voor had gezorgd dat je vader, moeder, zusje of broertje was afgevoerd.

    In dit geval ging het om een aantal verre ooms, ooms die bij familiebijeenkomsten nog altijd hun gezicht laten zien, waardoor die eerste zwarte leraar, wiens vader simpelweg zijn brood moest verdienen om zijn gezin te eten te geven, het niet voor elkaar krijgt om naar een dergelijke ‘ feest’  te gaan.

    Het is een van de vele voorbeelden van de gespletenheid van een land, waarin in een boerengezin een kind aanhanger kan zijn van een andere partij dan zijn ouders, waardoor hij onteigend moet worden, omdat anders de vijand hem en zijn ouders zullen martelen, waarna ze het vee ombrengen en dat vee is hier van onschatbare waarde. Je rijkdom als boer druk je uit in koeien, schapen en kippen en niet in geld.

    En dat gebeurt allemaal in gemeenschappen die ook buitengewoon ontroerende eigenschappen hebben.

    De lerares vertelde me hoe je in haar stam nooit mocht zeggen dat je wees was, ook al leefden je ouders niet meer. Zodra een vader en/of een moeder overlijdt, neemt een ander lid van de stam de verantwoordelijk van die ouder namelijk over. Je woont niet automatisch bij hen in, maar je gaat wel met je problemen naar hen toe.

    Ik vertelde daarop hoe we in het Fries als we over onze ouders spraken tegen anderen het altijd hadden over ‘ us heit’ (‘ us’  is onze) of ‘us mem’, omdat ‘ myn heit’ als onbeleefd en ongepast werd ervaren. Ook als je enigst kind was gebruikte je deze beleefdheidsvorm.

    In Zimbabwe gebruiken ze een soortgelijke vorm bijvoorbeeld als men aangeeft dat men vader het dorp in heeft zien lopen. Op zo’n moment ‘lopen’  vader het dorp binnen.

    In de afgelopen 29 jaar moeten er veel vader en moeders het dorp uit zijn gedragen of ter plekke vermoord en elke keer zijn er weer nieuwe vaders en moeders bijgekomen die de taak hebben overgenomen. Daar kwam geen enkel ingewikkeld bureaucratisch proces aan ten pas.  

  • Het is herfst hier, maar je zou met gemak een ei kunnen bakken op mijn rode hoofd. Vandaag is het zondag en de laatste dag van het festival. Ik ben even terug gegaan naar mijn kamer om alvast mijn koffer te pakken, terwijl een aantal van de Zimbabwaanse dichters zich te goed doen aan het gratis bier van de festivalorganisatie.

     

    Morgen vlieg ik naar Johannesburg, waar ik Sas weer zie, waarna we een paar dagen in Zuid-Afrika blijven. Via de mail en sms hebben we elkaar op de hoogte gehouden van onze ervaringen die beide vaak gingen over hoe zwarte mensen en blanke mensen hier met elkaar en hun gemeenschappelijke verleden omgaan.

     

    De laatste dag die ik op dit blog omschreven heb was afgelopen donderdag. 

     

    Op vrijdag was er een apart diva-programma gewijd aan de vrouwelijke dichters. Helaas was dat programma, een enkele uitzondering daargelaten, het zwakste van de hele week, vooral omdat de gedichten allemaal zo op elkaar leken en met name over the beautiful black African women ging en hun strijd.

     

    Meest indrukwekkend was een gedicht van Batsirai Easther Chigama, een jonge vrouw die normaal computers verkoopt, en die nu een sensueel gedicht voorlas met een brailletekst als uitgestrekte metafoor over hoe een man haar zou strelen. Na Chigama las Freedom, een dichters die nog als soldaat had gevochten, o.a. in Zambia. Freedom zag er behoorlijk afgeleefd uit, maar haar voordracht was vol energie en vooral moed, met veel politiek.

     

    Op vrijdagavond had ik kaartjes voor het concert van Malika, maar bleef ik hangen in een van de tentjes met goede wijnen Stephen (geluidstechnicus uit Amerika), Makeda (danseres uit Trinidad) en Togara (dichter die kortgeleden nog optrad op Poetry International) en diens vrouw.

     

    Zaterdag was er een slam die ik glorieus en geheel terecht verloor. De andere dichters waren echt geweldige slammers die half rapten en veel meer geëngageerde en ritmische gedichten voorlazen, waar het publiek hier erg van houdt. De slam werd gewonnen door Ewok, een dichter uit Zuid-Afrika, die in 2006 op Poetry mee heeft gedaan aan de slam.

     

    ’ s Avonds ging ik naar de dansvoorstelling van Makeda, waarin veel rasta-invloeden te horen waren. In de muziek had ze ook haar eigen stem verwerkt in het Engelse dialect van Trinidad. Stephen had daarvoor gigantische problemen met de lokale crew gehad die totaal niet vooruit te branden waren. Gelukkig was de voorstelling toch nog een succes.

     

    Mijn laatste optreden hier vond vanochtend plaats. Ik las ‘ Bregeman / Bruidegom’ en vertelde over hoe ik vroeger met mijn vader ging schaatsen. Vanwege het terugkerende refrein, werkte het gedicht goed.

     

    Ik kocht nog wat bundels en cd’s van mijn collega’s voor zover dat mogelijk was (de meeste dichters kunnen hun eigen boeken niet betalen en de boekhandels verkopen door de crisis alleen nog briefpapier en pennen), waarna de meeste dichters aan het bier gingen, maar dat had ik al gezegd.

    Ps. Helaas het optreden van de Hermes House Band, maar vanuit het hotel klonk het minder vals dan bij de ambassadeur en het publiek leek te genieten.

  • IMG_0036

     

    ‘I am so sick of the First World’, zei de presentratrice Xapa tegen me nadat ze me had verteld over het lot van het kleine eiland Myoti, boven Capo Verde. Dit eiland, waar zij en haar ouders vandaan kwamen, is aan het ‘zinken’ vanwege de stijgende zeespiegel en het broeikaseffect en met het zinken van dat eiland verdwijnt natuurlijk ook een deel van haar cultuur.

    Xapa is een vrouw van achter in de veertig die een beetje op Whoopi Goldberg lijkt, een trotse rasta, die ter introductie van de andere dichters vaak een eigen gedicht voorlas, o.a. een over reïncarnatie als reactie op een gedicht dat ik eerder had voorgelezen. Het gedicht ging vooral over hoe de blanke westerling de donkere Afrikaan steeds maar weer opnieuw tormenteerde en alles van hem had afgepakt, generatie op generatie.

    Het programma heette ‘Speaking in tongues’  en ik las in het Fries, Nederlands, Duits en Engels voor, waarbij ik een lange introductie hield over mijn opa en oma en vertelde hoe mijn opa nog graag een keer met oma wilde vrijen, maar dat ze hem had geweigerd en dat ze daar toen hij kort daarna gestorven was, erg veel spijt van had gehad.

    Grappig detail is, dat mijn grootouders op zondagmiddag, ook als er bezoek was, de tv aanzetten op het testbeeld, omdat de rubriek ‘Maria weet raad’ dan op de radio was. Maria hielp jonge mensen die onzeker waren over hun lichaam en die allerlei vragen hadden over seks.

    Na mijn optreden en een aantal geweldige voordrachten in de vele talen die deze regio rijk is, waaronder natuurlijk ook de talen met de vele klikgeluiden, werd ik opgehaald door een vriendelijke buschauffeur die me naar de residentie van de ambassadeur zou brengen, waar ik was uitgenodigd om Koninginnedag te vieren.

    Ik liep daar eerst wat verdwaasd rond tussen het gegoede volk, van wie ik eerder de gigantische gepoetste wagens met zwart personeel had zien staan op de oprit, maar werd gelukkig opgevangen door Annelie, een medewerkster van de ambassade die onder andere over mensenrechten ging.

    Annelie vertelde me over hoe ze net nog bij een tweetal mannen langs was geweest in het ziekenhuis die daar half dood gemarteld lagen te creperen onder politiebewaking. Door bij dit soort mensen langs te gaan, bestaan ze en kan de regering hen net iets minder makkelijk vermoorden.

    Een groepje vrouwen nodigde me daarna uit om bij hen aan tafel aan te schuiven, waarschijnlijk omdat een van hen Fries was, Ik luisterde nieuwsgierig naar hun gesprekken over hoe het was voordat Zimbabwe onafhankelijk was geworden.

    Aan tafel zaten zwarte, Aziatische en blanke vrouwen van in de vijftig die lachend spraken over hun herinneringen aan een tijd, waarin zwarte mensen geen bier mochten drinken, nee zelfs geen leeg bierflesje in huis mochten hebben en bovendien geen stap mochten zetten in een groot gedeelte van de binnenstad van Harare.

    Een donkere mevrouw wist precies te vertellen wanneer ze voor het eerst door de winkelstraat First Street wandelde, hoe ze had genoten van de kerstverlichting en dat ze diezelfde dag, in een winkel waar ze vroeger niet mocht komen, een prachtige paarse jurk had gekocht.

    Tussen de verhalen door hoorde ik het nieuws van de gebeurtenissen in Apeldoorn. Iedereen was behoorlijk geschokt en ik begreep dat, maar hoop ook dat we nuchter kunnen blijven en niet in een aantrekkelijke massapsychose verzeilen. Een geval als dit moet toch vooral gezien worden als een uitzondering.

    Het veldje met witte tafeltjes en zwart personeel dat de haring en bitterballen rondbracht, liep ondertussen leeg op enkele volhardende aangeschoten ambassadeurs en bandleden van de Hermes House Band na.die allemaal ook talloze blikjes Heiniken hadden geleegd.

    Die bandleden speelden hun coversset vrij ongeïnspireerd (en zongen vals) toen ik net was aangekomen, wellicht ook omdat niemand op dat moment echt luisterde. Na afloop waren ze allemaal met kleren aan in het zwemband gesprongen.

    Aardige lui die studenten van de HHB, maar het bleken ook onuitstaanbare brallende dronken kakstudenten in de bus. Ze bleven maar schreeuwen, naar mensen buiten de bus en de chauffeur. Dat geschreeuw en gekeet was allemaal vast niet kwaad bedoeld, maar op mij kwam het totaal ongepast over, een slecht voorbeeld van de arrogantie van mensen uit the First World.

    Vanavond speelt de band op het festival, een eigenaardige bijdrage van de Staat der Nederlanden aan dit culturele evenement. Ik dacht dat we wel iets beters en verfijnders te bieden hadden dan de HHB, alhoewel de Zimbabwanen de feestmuziek zeker zullen weten te waarderen.

    Nu maar hopen dat ze iets minder vals zingen dan bij de ambassadeur en na afloop niet al te veel mensen beledigen.

  • Voor het Poetry Cafe staat een man met langgerekt kunstwerk vol scenes uit de hele wereld. Door aan een aantal wieltjes te draaien bewegen de poppetjes in zijn voorstelling, waarond Jezus aan het kruis en vissers in Malawi.

    Een van de scenes is x-rated. Hij tilt daarbij het dak van een huisje op, waarin verschilleden Jamaicanen zich aan elkaar vergrijpen. Zodra hij ziet dat er kinderen meekijken, gaat het dak weer dicht.

    IMG_0026 

    en Jamaica:

    IMG_0027