• Een vale man van middelbare leeftijd met een voorliefde voor wodka, eenzaamheid en stilte, werkt op een containerschip en is op weg naar huis. Dat huis staat in Patagonië en het staat met nog wat houten huizen in een besneeuwde bergachtige wereld, met als belangrijkste onderdeel een houtzagerij. In het dorpje woont zijn moeder die dementerend weg ligt te kwijnen onder dikke lagen dekens, af en toe soep verorberend, en zijn achterlijke dochter die hij waarschijnlijk nooit heeft ontmoet. 

    De man komt, zegt bijna niets, eet wat, drinkt te veel, wordt half bevroren op een buitenplee gevonden, geeft zijn dochter wat geld en is vertrokken.

    Die dochter blijft in het laatste shot achter met een gigantische sleutelhanger, bestaande uit het woord 'Liverpool'.

    Dat is nog lang niet de hele film 'Liverpool' van Lisandro Alonso die in een filmpje op Youtube zegt dat hij niet geïnteresseerd is in verhalen (als ik het goed begrijp, want het staat er in het Spaans 'No me interesa contar historias').

    Hieronder een trailer van de film, die deze week in het Filmmuseum draait. Verwacht niet naar een film te kijken, maar naar een reeks van zo'n tien droevige schilderijen:

    Loop onderweg naar het filmmuseum even langs de kiosk om de Trouw te kopen, waarin Menno Wigman zegt zo nu en dan 's nachts langs het huis van een criticus te fietsen, waarbij hij die criticus 'nog nooit ziek van ontregeling een dichtbundel van zich af heeft zien werpen'. Zou het Victor Schiferli of Rob Schouten zijn? Wie van beiden leeft op de begane grond en heeft altijd zijn gordijnen open? Wat drinkt hij bij het niet 'ziek van ontregeling' wegwerpen van de brave bundeltjes? God mag het weten!

    Vergist u niet, Wigman heeft een goed stuk geschreven over gevaarlijke poëzie en met name gepleit voor de krachtige horrorgedichten van de Duitser Gottfried Benn (in een schitterende vertaling van Wigman zelf), van wie ik nu toch echt eens een boek ga kopen:

    Kleine aster

    Een verzopen bierbezorger werd op de tafel gehesen
    Iemand had hem een donkerlichtlila aster
    tussen de tanden geklemd.
    Toen ik vanuit de borstkas
    onder de huid
    met een lang mes
    tong en gehemelte uitsneed,
    moet ik haar aangestoten hebben, want ze gleed
    in de aangrenzende hersenen.
    Ik bedde haar in zijn borstholte
    tussen de houtwol
    toen hij werd dichtgeregen.
    Drink je dronken in je vaas!
    Rust zacht,
    kleine aster!

    Ik zelf houd me vrij ongevaarlijk bezig met de beslissing of ik een grote of een kleine tas mee ga nemen naar de jaarlijkse ledenvergadering van de VvL en de Lira. Een grote om nog wat exemplaren van Angel uit te delen, die nog in tig dozen in de gang en op Sas haar kamer staat, of een kleine, om niet te veel mee te hoeven slepen.

    Life is a bitch and then you die ;o)

  • Strandschep

    Vanochtend heb ik met gebruik van enkele passages uit de triomftoespraak van Geert Wilders onderstaand gedicht geschreven voor het radioprogramma Dit is de dag:

    een dagje strand

     

    het was vast een korte nacht voor de buren van geert wilders

    je zou er bijna undercover naast proberen te wonen

     

    alleen al om te zien of de andere buren

    hem feliciteren of negeren

     

    en of dat nu echt madlener was

    die in de zwaar bewaakte slaapkamer

    de gordijnen dicht deed

     

    om daarna lieve woordjes in de rode oortjes

    van geertje ik-schuif-bij-geen-enkel-praatprogramma-aan

    wilders te fluisteren

     

    het was vast een korte natte en geweldige nacht

     

    dat is goed nieuws voor nederland

    goed nieuws voor de mensen die het niet cadeau krijgen

    gewone nederlanders die hard moeten werken

     

    hun kinderen zullen opgroeien in een roze nederlands nederland

     

     

    In de eennalaatste versie volgden nog deze regels:

     

    en goede handel drijven in kleurrijke hoofddoekjes en boerka’s

     

    vannacht was het d-day voor onze pvv-ers

    die vandaag met bier schepjes emmers

    en een dik duits woordenboek

    zullen arriveren op het strand

    klaar om te strijden

     

    en haring te eten

     

    dus stroopt de mouwen op vrienden

    de turbo gaat er op

    de beuk gaat er nu pas echt in

     

    voor de mensen die het niet cadeau krijgen

    gewone nederlanders die hard moeten werken

     

    voor een roze nederlands nederland

     

    Dat Duitse woordenboek vond ik echter een beetje flauw en de laatste herhalingen net iets te veel.

     

    Voor wie het hele gedicht van Wilders zelf wil lezen: http://www.pvv.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=2028&Itemid=1

     

  • Het is natuurlijk niet één van de beste openingszinnen als je voor moet lezen op een begrafenis:

    'Ik ben de laatste tijd niet erg goed in het onthouden van namen en toen ik het bericht binnenkreeg dat Philip overleden was, hoopte ik maar dat het niet de Philip was van Marjan, die twee lieve mensen die ons zo ontzettend hartelijk hebben ontvangen tijdens het kunstweekend een paar weken geleden.'

    Ik had tijdens de zeer persoonlijke kerkdienst op die zinnen zitten kauwen en me afgevraagd of ik ze zou gebruiken of niet. Misschien was het beter om helemaal niets te zeggen, zeker na een aantal ontroerende bijdragen van een vriend, de kompanjon, de zoon en dochter en de vrouw van Philip.

    Ik deed het toch en vertelde daarnaast ook nog dat het gedicht dat ik voorlas oorspronkelijk geschreven was voor een Eenzame Uitvaart en dat ik blij was dat er bij deze uitvaart de kerk zo vol zat.

    Al mijn woorden, behalve de voordracht van het gedicht, vielen naar mijn gevoel een beetje in het water, maar dat kon ook niet anders naar de oprechte woorden van mensen die Philip echt hadden gekend, terwijl ik hem maar twee dagen had meegemaakt.

    Misschien maak ik me ook wel gewoon te druk, al voelt het nog steeds alsof het iets te veel een optreden was en iets te weinig een eerbetoon.

    De volgende keer schrijf ik een nieuw gedicht en laat ik de introductie weg.  

     

    P.s. toen ik een bijpassend plaatje zocht, vond ik een foto van een beeldje dat wat relativering bood. Peinzen is prima, maar dan wel met een lach:

    Peinzend

  • Baldpalm 

    Dit is het prachtige uitzicht uit één van de nepramen die de kunstenaar John Baldessari (http://www.baldessari.org/)heeft laten plaatsen in het museum Haus Lange in Krefeld (Duitsland).

    Het museum is oorspronkelijk ontworpen als huis voor de familie Lange door Mies van der Rohe (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Mies_Van_der_Rohe) die erg van grote ramen hield.

    Baldessari reageerde op het ontwerp van Van der Rohe door de ramen aan de buitenkant af te laten plakken met doeken, waarop de muurstructuur was gekopiëerd.

    Baldhaus 

    Dit is de achterkant van het museum. Als je binnen bent, kijk je door de nepramen naar het strand en de zee met daarop surfers. 

    Buiten zijn de doeken door het weer al wat aangetast, waardoor de medewerkers maatregelen hebben moeten nemen (met het nietpistool):

    Baldnietje 

    Erik Lindner (http://www.eriklindner.nl/) en ik gaan op uitnodiging van de Wintertuin op deze vervreemdende ruimte reageren, wat we eerder hebben gedaan bij een voorstelling van Margritte in Rotterdam. En grappig genoeg, blijkt Baldessari ook weer te hebben gereageerd op Margritte, o.a. met de volgende twee kunstmeubels die in het museum te vinden zijn tegen de enige witte wand die daar overgelaten is (de rest is behangen met de muurdoeken).

    Baldneus 

    De Neusvaas

    Baldoor 

    De oorbank.

    Over een week moet het gedicht af zijn en over drie weken lezen Erik Lindner en ik onze gedichten voor in het museum.

    Meer over het museum en de tentoonstelling: http://www.kunstmuseenkrefeld.de/

    Het gedicht dat ik als 'ingreep' schreef bij de tentoonstelling in Rotterdam:

    Margritte

    de dag dat ik het jaar 2003 vergat

    ik neem een hap uit de rug van een van de hengsten

    die de brandende stal uit kwamen rennen

    ik neem een hap van de paradijsvogel

    en haal de brandende sleutel uit zijn darmen

    ik buig me over een bord met soep

    en blaas zacht over de lepel met heet water

    alsof het een vriend is

    een man in een te kleine boot

    ver van de kust

    de ober komt en vraagt of alles naar wens is

    hoe het met de vriend gaat

    en vertrekt

    ik blijf met mijn vriend en de soep achter en zie

    hoe jij aan de andere kant van het raam

    naar de brandende sleutel zoekt

    wij vatten de missie

    van het postmodernisme

    wij lezen dezelfde teksten

    vuur is niet het ergste dat ons kan overkomen

  • Schoolbankje

    Onze vrienden raken zwanger, soms voor de eerste keer en vaak voor de tweede keer. Als ze langskomen nemen ze natuurlijk die kinderen of dikke buik mee en dat is vaak erg gezellig, maar het is vooral ook interessant om ze in de hoedanigheid van ouder of aankomende ouder te zien.

    Wat mij daarbij opvalt, is hoe jong ze er blijven uitzien. Ik bedoel daarmee, dat ze er niet veel ouder uitzien dan toen ik ze net leerde kennen, behalve dan dat er bij de vrouwen misschien enige lichamelijke veranderingen optreden (vinden ze vast niet leuk om te horen), die overigens vaak ook weer niet erg radicaal zijn.

    Het gekke is, dat ik mijn eigen ouders alleen maar kan voorstellen als volwassen mensen. Ik kende hen niet als kind of als puber, heb niet met hen gestudeerd. De grootste verandering was waarschijnlijk dat ze hooguit wat grijzer en dikker werden en in het geval van mijn moeder dat ze overleed, maar ik zag nooit de jonge versie van hen terug in de volwassen versie, ook niet na het bekijken van jeugdfoto's.

    Bij vrienden met kinderen, van wie ik de meesten niet veel langer ken dan een jaar of vijf, zie ik daarentegen nog steeds die jeugdigde gezichten van vijf jaar of langer geleden, terwijl hun eigen kinderen waarschijnlijk daarin binnenkort vooral de volwassen ouder zien.

    Het moet net zoiets zijn als teruggaan naar je geboortedorp en je oude school binnenlopen, om je daar te verbazen over hoe klein het gebouw en de stoelen zijn, waarom ik mijn eigen ouders als 'oud' en volwassen herinner en mijn vrienden met kinderen zo lang 'jong' eruit blijven zien.

  • Spreekstoel 

    Bij het Letterkundig museum zijn ze nog met de verbouwing bezig. Hopelijk verrichten de bouwvakkers beter werk dan de wat klungelige manier waarop men afgelopen donderdag de reclameborden op het spreekgestoelte had geplakt waarachter P.C. Hooft laureaat Hans Verhagen het woord zou voeren.

  • Pluis 

    Gisteren gingen we wandelen door het Rembrandtpark en het Vondelpark. Even leek het of we ons in hartje winter bevonden.

  • Rouw

    Gisteren of vandaag is er voor het eerst een gedicht van mij gebruikt voor een overlijdensadvertentie.

    Als het voor een onbekende was geweest, was het misschien als een klein succesje gevierd hier ten huize, maar de overledene was een lieve man van in de vijftig die we leerden kennen in Sloten tijdens een kunstweekend een poosje geleden. Hij heette Phillip en stierf onverwacht tijdens een vakantie aan hartproblemen.

    Wij werden destijds in Sloten voortreffelijk opgevangen door Phillip en zijn vrouw Marjan. Het waren twee hardwerkende openhartige en levenslustige mensen bij wie de voordeur altijd openstond.

    We dronken wijn (een heerlijk rode Spaanse die Frison heette) en spraken over ons werk. Phillip had later tegen de mede-organisatoren gezegd dat hij echt geïnteresseerd was geraakt in poëzie.

    Frison

    Het was een mooi weekend en het leek een begin van een vriendschap, waarbij je elkaar misschien niet heel vaak ziet, maar elkaar wel kent en bij een volgende gelegenheid glimlachend een nieuwe fles wijn opentrekt en met groot gemak het gesprek voortzet.

    Dat gesprek zal er niet meer van komen en dat is k*t.

    *

    Hieronder het gedicht bij de advertentie. Het is eerder gepubliceerd in Batterij (Contact, 2004) en werd geschreven bij een Eenzame uitvaart. Vreemd hoe een dergelijke tekst zowel gebruikt kan worden voor het overlijden van iemand, bij wie niemand op de begrafenis dreigt te komen, als bij iemand die waarschijnlijk een 'volle bak gaat trekken'.

    Ik ga het gedicht woensdag voor die 'volle bak' en vooral voor Phillips vrouw Marjan en hun kinderen voorlezen. Een eer.

    adem

     

    voor wie na dit lichaam

    verschijnt en in zijn bed

    klimt vannacht

     

    kruip dicht tegen haar aan

    kruip dicht tegen hem aan

     

    houd jezelf vast en

    luister naar je adem

     

    loop desnoods naar het

    koude raam en bevochtig

     

    voor wat na dit lichaam

    verdwijnt en geen meer

    havent

     

    ik dank je alvast

    voor de weg die je was

     

    en blaas

    voor wie hier na

    voor wat hier na komt

     

    adem 

    het mechaniek knarst

     

    de lucht achter de bomen

    loopt vast

  • Zit helemaal in Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje ondergedompeld. Net als bij Kluun is het zo'n boek dat ik het liefst binnen een paar uur wil uitlezen.

    Ik kreeg het boek gisteren van Sas toen we vooraf aan de voorstelling Brigadier Fub of het eeuwige menselijke (http://www.theatergroepcarver.nl/actueel.php) wat tijd over hadden en ik een muziekblaadje of een pageturner zocht.

    De voorstelling was best aardig, maar er zat niet echt een plot in. Drie vrouwen en één man van over de vijftig waren in trainingspakken gekleed met grote billen en een bult over de hele breedte van hun schouder. Daarnaast hadden ze allemaal ongeveer dezelfde pruik op en dezelfde rode schoenen aan.

    Fub 

    (De foto is afkomstig uit een artikel over het stuk op recensiewebsite 8Weekly: http://www.8weekly.nl/artikel/7226/theatergroep-carver-brigadier-fub-of-het-eeuwig-menselijke.html)

    Het script deed me het meest denken aan het absurde werk van Gumbah of Hans Teeuwen, waarbij de grappen/monologen dit keer verdeeld waren over vier personen, die elkaar soms erg merkwaardig aankeken.

    De grappen waren erg goed en de westerse mens werd met al zijn onzinnige gedrag, met name het reizen op cruiseschepen, goed te kijk gezet, hoewel ik, wellicht door het lezen van Alleen maar nette mensen bij het Volkse taalgebruik van de personages in Brigadier Fub, een beetje het idee kreeg dat er een intellectueel leentjebuur had gespeeld bij de gesprekken van 'gewone mensen'. De zaal lachtte vooral om 'de anderen' en niet om zichzelf.

    Niettemin ben ik blij dat ik naar het stuk ben geweest en neem ik me maar weer eens voor om wat vaker van de bank af te komen en naar het theater te gaan.

    Voor wie vanavond zin heeft om naar een mooie avond over het werk van Louis Th. Lehmann te gaan, raad ik aan om zich om 20.00 op de Weimarstraat 36 te melden in Den Haag, waar muziek van Lehmann gespeeld zal worden door Guus Janssen en gezongen door Caroline Erkelens en ik een aantal gedichten van Lehmann zal voorlezen, een hele eer. Meer op http://www.borderkitchen.nl/ en op http://www.epibreren.com/lehmann/. Hieronder één van mijn lievelingsgedichten van Lehmann:

    Arktophile rap

    Wie was Edward Bear?
    Wie meende het eerst zijn beeltenis te maken?
    Waarom kwam die in de mythologie?

    Wie deed geloven
    dat beren vriendelijk zijn
    en in het gezelschap van kinderen zouden passen?

    Misschien de leider
    van de dansende beer.
    die bij wijze van PR
    en met grote voorzorg
    kinderen liet kennismaken
    met de mythische stamvader,
    voor wie het weet
    de dreigende slaaf
    met zijn kleine oogjes
    in mensenbanden.

    Hoe kwamen er berenateliers,
    Teddy-fabrieken?
    'Knopf im Ohr'.
    Wie weet meer?

    Ongeveer een eeuw geleden
    kreeg een Teddybeer een tweede naam:
    Winnie-the-Pooh!
    Wie kent die niet?
    Maar Winnie-the-Pooh
    (daar helpt geen lieve moedertje
    of vadertje Disney aan)
    was en bleef
    een literair beest:
    strictly for grown-ups!

    Maar de Teddybeer
    metamorfoseerde weer.
    Door technologie
    en mythologie
    (ook genaamd: science-fiction).
    Hij verbleekte tot geel,
    kreeg puntige oortjes
    en ronde vlekken
    en een zig-zag staart.
    Hij werd een wezen in een pantheon;
    de hemel van de pokémon.

    Picachu in de poppenwagen,
    Picachu in de kinderwagen,
    het kind loopt er naast
    Picachu zittend op de top
    van een verticale draad.

    Winnie-the-Pooh werd Picachu.
    (herhaal tot hoorders onrustig worden)

    Uit de bundel Toeschouw (De Bezige Bij, 2003)

  • Erik_jan_harmens 

    Gisteren werd de bloemlezing Ik ben een bijl gepresenteerd bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Erik Jan Harmens verdedigde zich nog even tegen alle aanvallen op het feit dat hij het manifest had ondertekend met zijn naam en Landsmeer als standplaats. Moet daar nodig eens gaan kijken.

    Er is redelijk wat discussie over dat manifest en de inleiding bij de bloemlezing. Ik ben het ook lang niet overal mee eens, maar volgens mij moet je het toch vooral ook zien als een mening. Mocht de directie van het Fonds voor de Letteren hun handtekening eronder zetten of de verzamelde Nederlandstalige poëziecritici, dan hebben we het ergens anders over.

    En dan nog, als dichter laat je je toch niet vertellen wat je wel of niet zou moeten doen.

    Vandaag heb ik de bloemlezing voor het eerst in zijn geheel gelezen. De enige algemene noemer voor de gedichten die er in staan, die ik op dit moment kan bedenken, is 'ruw'. De poëzie in Ik ben een bijl heeft iets ruigs. Het beste voorbeeld daarvan is een van de gedichten van Eus, die helaas nog altijd niet een bundel heeft gepubliceerd:

    Fedde logeert
    een paar dagen
    bij mij

    gisteren maakte hij
    volgens geheim recept
    'soep van het kamp'

    vandaag knipte ik
    de takken uit zijn haren
    terwijl hij
    de overlijdensadvertenties las

    daarna pakte hij het telefoonboek
    en streepte enkele namen door

    Een schitterend gedicht, waarin natuurlijk wel erg veel wordt afgebroken en dat bovendien behoorlijk veel weg heeft van de poëzie van Jan Arends, maar dat tegelijkertijd ook bewonderenswaardig teder en woest is.

    Ik_ben_een_bijl 

    Erik Jan Harmens was erg blij met het omslag van de bundel, maar begreep het niet helemaal, waarop iemand grapte dat de vormgever wellicht de titel verkeerd had gelezen, namelijk als 'Ik ben een bel'. Vervolgens kwam de vormgever naar voren om uit te leggen dat het om een vorm van straatpoëzie ging die hij bij de inhoud van de bundel vond passen.

    Zelf zag ik het omslag als een symbool voor de dichter die bij de lezer aanbelt met zijn gedicht en die vervolgens, als voor hem de deur wordt opengedaan, vrolijk een bijl tevoorschijn tovert. 

    De titel is overigens afkomstig uit het volgende gedicht van Tommy Wieringa:

    Hoewel zacht

    Je krijgt geen toegang tot de oester
    door te dreigen met verdwijnen of een kus

    Zij is gebouwd
    op hard en bitter zwijgen

    Zij denkt dat iedereen een meeuw is
    met honger in zijn hoofd

    Maar ik ben geen meeuw
    Ik ben een bijl

    Wat me weer doet denken aan misschien wel de mooiste strofe in de bloemlezing, uit het gedicht 'Scheur' van Ruth Lasters:

    Alsof de lucht audities houdt voor de ultieme meeuw,
    alle tragere, grauwere zal laten neerstorten elk ogenblik,
    daar rekenen we ergens

    op…

    Ik ga de komende weken nog een paar keer proberen de bloemlezing in zijn geheel te lezen om te kijken waarom deze gedichten bij elkaar horen.

    Misschien moet ik daarbij vooral de volgende ijzersterke regels van Annemieke Gerrist goed voor ogen houden:

    Het is een groot misverstand
    om eerlijk te zeggen waar het op staat of ergens in te geloven

    Voor wie meer wil weten over de discussie, het manifest e.d.:

    Inleiding bij de bloemlezing – http://www.trouw.nl/opinie/letter-en-geest/article2766531.ece/Poezie._Ik_wil_een_bijl_.html?part=1

    Pagina 1 op de Contrabas met links naar reacties – http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2009/05/een-overzicht.html

    Pagina 2 op de Contrabas met reacties daaronder – http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2009/05/harmens-en-pfeijffer-schrijven-manifest-voor-een-riskante-literatuur.html#comments

    Interview met Erik Jan Harmens – http://www.woestenledig.com/woestenledig/2009/05/erik-jan-harmens-verklaart-zich-nader.html