• Muzikant2 

    Gisteravond kondigde Erik Menkveld met genoegen de muzikant Pierre Bastien (Bastien had ooit met Robert Wyatt gewerkt, een door Menkveld bewonderde muzikant) aan, die met allerlei vreemde materialen muziek maakte. Zo spande hij bijvoorbeeld steeds meer elastiekjes in een soort rekje waarna een ronddraaiende kromme spijker die elastiekjes aansloeg. Ondertussen hoorde je het geluid van een naald op een singletje en het geflap van een stukje papier.

    Tijden het programma in de kleine zaal, dat ik presenteerde, viel me op hoe groot te verschillen waren tussen de geprojecteerde vertalingen van het werk van de Poolse dichter Piotr Sommer van wie ik samen met Karol Lesman de Nederlandse vertaling had verzorgd. Het leek erop dat de Engelse vertalers de tekst veel vlotter hadden gemaakt dan die wezenlijk was. Het hortende dat in het origineel leek te zitten, bleek bijna compleet verdwenen.

    Vandaag schoof ik aan bij de vertaalworkshops rondom het werk van de Nederlandse dichter L.F. Rosen en de Litouwer Sigitas Parulskis om voor de presentatie op vrijdag ook een Friese vertaling te maken.

    De vertaling van de Nederlandse gedichten vormde niet echt een probleem, behalve dan dat er wat lange woorden in stonden die letterlijk vertaald wat onnatuurlijk overkwamen.

    Bij de Litouwse gedichten bleven we bij elke regel steken, mede omdat de Engelse werkvertaling vrij beroerd was. De Ierse dichter Matthew Sweeny ontplofte daarom herhaaldelijk op zeer vermakelijke wijze en begon de Amerikaanse vertaalster (gelukkig niet aanwezig) voor rotte vis uit te maken.

    Vanavond houd ik met Karol Lesman een lezing over het vertalen/redigeren van het werk van Piotr Sommer. Op het laatste moment kwamen we er daarbij achter dat we een accentstreepje op een  'z' over het hoofd hadden gezien, wat het verschil betekende tussen een plaatsnaam of het woord 'klokken'.

    Gelukkig kon Sommer er tijdens een biertje om lachen.

  • Kindofquestion

    De avond over digitale poëzie van gisteren verliep erg rommelig, maar tussen alle technische problemen door waren er pareltjes te zien, waaronder de reactie van een Amerikaans/Koreaans stel op de interview vragen die het festival hen had toegezonden.
    Op de foto's zie je daar fragmenten van.
    Ik kan de link naar hun werk zo snel niet vinden. Hoop die morgen te plaatsen, want ze maken interessante digital poetry.
    Helaas moet ik het kort houden, want ik moet zo naar de Schouwburg voor een scholierenprogramma met de Palestijnse dichter Mourid Barghouti, die gisteravond tijdens het internationale programma een indrukwekkende voordracht hield, o.a. over hoe zijn grootvader toe had moeten zien bij de sloop van zijn huis door Israëlische bulldozers.
    Stel je voor dat je dorp opeens een andere naam krijgt, dat het huis dat je ouders hebben gekocht wordt afgepakt en dat je niet meer je eigen huis of dorp in mag en uiteindelijk verbannen wordt uit je eigen land en dorp simpelweg omdat je zegt dat je het er niet mee eens bent. Dat je moet toekijken hoe je vader, ooms en opa’s, moeder, tantes en oma’s vernederd worden, opeens niet meer volwaardige burgers zijn. Als je je dat voorstelt en dan beseft dat je met al die ellende ook iets positiefs kunt doen, namelijk een gedicht schrijven als een daad van verzet, dan voel je een klein, heel klein beetje waar Mourid Barghouti doorheen gegaan is.
     
    Stel je daarna voor hoe je ook uit de landen waar je als banneling geleefd hebt, wordt verbannen en hoe je werkeloos moet toekijken hoe verdeeld je volk is geraakt en hoe corrupt je regering geworden is.
    Als je dan naast al je politieke gedichten, ook nog schitterend over bomen kunt schrijven, niet bitter bent geworden en kunt relativeren, ben je een held.

    Dangerous

    Dacht het wel!

  • Leiden01


    Vijfendertig keer mocht ik gisteren mijn handtekening zetten op het bovenstaande blad, dat deel uitmaakte van een bibliofiele uitgave met gedichten van Han Ruijgrok, Frans Terken, Edith de Gilde en mij, plus enkele etsen van Rien van der Nat.


    Organisator Ruijgrok maakte zich om twee uur nog wat zorgen om de opkomst, maar die zorgen bleken ongegrond, want rond kwart over twee stonden er meer dan honderd mensen op het Pieterskerkhof in Leiden.


    Rein_van_der_nat_leiden


    Meteen na het programma ben ik weer op de trein gesprongen naar Rotterdam, alwaar gisteravond de bloemlezing Zij kwamen om een dichter te zien werd gepresenteerd, een boek + cd met een selectie van opnames en gedichten van veertig jaar Poetry International.


    Kees ’t Hart presenteerde op zijn eigen olijke en recalcitrante manier het programma en ging o.a. in gesprek met Erik Menkveld en Ramsey Nasr (met wie ik werkelijk waar een genoeglijk kopje thee heb gedronken), die een aantal van de vertalingen hadden ingesproken.


    Zowel Menkveld en Nasr hadden er bewust voor gekozen om de toon van de originele voordracht, bijvoorbeeld de zangerige manier van voorlezen van Brodsky, niet over te nemen, omdat dat potsierlijk zou worden. 


    ’t Hart vond dat eigenlijk wel een beetje jammer, maar je vroeg je af of hij dat zei omdat hij werkelijk nieuwsgierig was of eigenlijk gewoon zin had om een potje te sarren (waar overigens niks mis mee is als je vooral diplomatieke antwoorden krijgt op je vragen). 


    Poetry_zondag 


    De hoogtepunten van de avond vormden voor mij de bijdragen uit Zuid-Afrika van Charl-Pierre Naudé en Gert Vlok Nel, die een schitterend lied over Timotei shampoo zong.


    Engelse vertalingen van Naudé zijn te lezen op Poetry International Web (http://southafrica.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=5373) en enkele Nederlandse vertalingen en artikelen van de hand van Robert Dorsman kun je vinden op DBNL (http://www.dbnl.nl/auteurs/auteur.php?id=naud002). Hieronder een voorproefje:



    Inisiasie

     

    Dit was op een van daardie dae wanneer,


    so meen sommige mense, niks gebeur nie.


    Niks het op die hoewe beweeg nie


    behalwe onbespeurbaar, die aarde.


    In die verte was die smeulende geweerlope


    van ’n steengroef se gruishope.


    Ek onthou hoe helder die venster


    se skaduwee op die vloer lê;


    die beklemmende slaap daarna:


    realiteit en droom is twee emmers


    van dieselfde waterdraer.


    In die middag en my droom se gedeelde halflig


    moes ek heidense maskers aanpas,


    oorspronklikes van my eie vervalste gesig.


    Die kussing se rooster was in my gesig afgedruk soos vlerke,


    toe ek wakker skrik en vaskyk teen my muurplakkaat


    van ’n Afrika-gesig met diep inisiasiemerke.


    Initiatie





     


    Het gebeurde op zo’n dag wanneer er,


    althans volgens sommigen, niets gebeurt.


    Niets bewoog op het erf,


    behalve, onwaarneembaar, de aarde.


    Ginds kwam rook uit de hopen gruis –


    de smeulende geweerlopen van een steengroeve.


    Ik herinner me hoe helder het raam


    zijn schaduw wierp op de grond;


    de beklemmende slaap daarna:


    droom en werkelijkheid als twee emmers


    van dezelfde waterdrager.


    ’s Middags laat moest ik in het gedeelde halflicht


    van mijn droom heidense maskers passen,


    exemplaren van mijn eigen vervalste gezicht.


    De vouwen in het kussen stonden als vleugelpatroon afgedrukt op


    mijn gezicht


    toen ik wakkerschrok en recht in de poster aan de muur keek


    met het Afrikaanse masker met de diepe merktekenen van initiatie.


     

    Vertaling: Robert Dorsman

    Ik ontmoette Naudé voor het eerst toen ik jaren geleden als broekje kwam kijken bij het festival en ik met hem en een Taiwanese dichteres naar een kroeg ging, waar een Israëlische man mijn hand las en, terwijl ik hoopte niet bijgelovig te zijn, het toch verbazingwekkend bij het rechte eind had.


    Vandaag schrijf ik introducties bij de voordrachten van Arjen Duinker, Sigitas Parulskis (Litouwen) en Piotr Sommer (Polen), bereid ik me voor op het scholierenproject van morgenmiddag rondom de Palestijnse kwestie en de dichter Mourid Barghouti en hoop ik nog een fikse wandeling te maken richting de Erasmusbrug, een dagelijks rondje dat ik vorig jaar ook elke dag maakte, bij de afwezigheid van mijn vertrouwde zwembad.


    Wellicht tot vanmiddag of vanavond in de Rotterdamse Schouwburg, waar er ondere gepraat zal worden over digitale poëzie door Yra van Dijk en Jan Baeke en er voorgedragen wordt door Yang Lian (China), Mourid Barghouti (Palestina) en Nachoem M. Wijnberg.


    Fijne dag!

  • IMG_0328 

    Het openingsprogramma in de Rotterdamse schouwburg was een groot succes. De zaal zat, door wat aanpassingen aan de tribune, lekker vol en de show was strak geregisseerd.

    Een groot deel van de dichters trad op, steeds in groepjes van twee of drie, met daar tussenin een act van de Kift of een Kunstenaarscollectief (zie bovenstaande foto).

    De Koningin die ook te gast was, genoot bovendien zichtbaar van de knappe jonge balletdanser die een solo uitvoerde op de muziek van Johnny Cash.

    Er waren geen suzuki's, wel geweldige dichters en een verdwaalde geest die pamfletten rondstrooide en die later werd verwijderd.

    IMG_0329 

    En nu moet ik snel naar een optreden in Leiden, want ik heb me een beetje verslapen na een avondje goed drinken bij de Sigarenbar Tin Tin.

    Kom vanavond vooral kijken, drinken en luisteren (en neem je mooiste strooibiljet mee)!

  • IMG_0321 

    Muzikant en goede vriend Jaap van Keulen was vergeten te vertellen dat we op een personeelsfeest moesten optreden gisteren in Enschede.

    Op zich was het best een aardig idee van de organisatie Media-Lab, die kunst wil op onverwachte plekken, maar het personeel van het Waterschap Regge en Dinkel zat toch meer te wachten op het volgende biertje en het dienblad met bitterballen, dan op de verfijnde kunsten van Bart FM Droog en mij.

    We sloegen ons er waardig doorheen en zo nu en dan kregen we het publiek mee. 

    Toen we besloten hadden de kletsende werknemers van het waterschap niet meer te plezieren en iets meer te gaan jammen, werd het optreden zelfs nog erg goed.

    Weer wat geleerd.

    IMG_0312

  • Gevaarlijk 

    Geen gevaarlijke poëzie op Poetry International (http://www.ad.nl/cultuur/3282705/Rauw_schurend_ongezellig.html)? Lijkt me wel! Hoewel het etiket 'gevaarlijk' verschrikkelijk plat is. Alle gevaarlijke Nederlandse dichters raad ik aan bovenstaande kleuter-Jackass stunt uit te voeren, met de mond open.

    Luister daarna naar dit ongevaarlijk ontroerende lied van Craig Armstrong en Paul Buchanan:

    Vanavond treed ik met Bart FM Droog en Jaap van Keulen op in Enschede en verder bereid ik me voor op het presenteren bij Poetry.

    Dinsdagmiddag is mijn eerste klus het leiden van een scholierenprogramma met de Palestijnse dichter Mourid Barghouti, waardoor ik me nu aan het verdiepen ben in het conflict tussen de Joden en de Palestijnen.

    Het voelt vreemd om aan dit programma deel te nemen, omdat het conflict zo gecompliceerd is en van 'hen'. Elke bemoeienis van mij of pogingen iets aan de scholieren te verduidelijken voelt nu al onecht, met name doordat ik er zo weinig van weet en wat ik ervan weet, waarschijnlijk sterk gekleurd is.

    Maar er wordt druk geprint en gegoogled.

    Daarnaast houd ik mijn oren en hart dinsdag open. Benieuwd naar wat Barghouti voor kleur zal toevoegen en wat voor gedichten de scholieren hebben geschreven.

    Hieronder een kort gedicht en de bio van Barghouti:

    Interpretaties

      

    Een dichter schrijft in een café

    een oude vrouw denkt dat hij een brief schrijft aan zijn moeder

    het jonge meisje denkt dat hij zijn liefje schrijft

    de kleuter denkt dat hij tekent

    de koopman denkt dat hij met handel bezig is

    de reiziger denkt dat hij een kaart schrijft

    de ambtenaar denkt dat hij zijn schulden telt

    de geheime agent

    loopt langzaam op hem af

     

     

    Mourid Bargouti

    Vertaling: Kees Nijland en Asad Jaber

     

    Barghouti 

    Land: Palestina
    Taal: Arabisch
    Geboortejaar: 1944

    Mourid Barghouti leefde dertig jaar in ballingschap in Egypte, Libanon, Jordanië, Koeweit en Hongarije. De jaren van ballingschap drukten een stempel op zijn poëzie: Barghouti heeft een afkeer van retoriek en mooie woorden. Naar eigen zeggen schreef hij zijn bundel Trottoirgedichten uit 1980 met een camera, visueel, concreet zonder abstracte woorden. Zijn weerzin tegen retoriek is ook zichtbaar in de bundel Middernacht uit 2005. De bundel bevat aangrijpende treurdichten, bijtende ironie en galgenhumor. 

    Poëzievoordracht: ma 15 juni, 21:30 u – kleine zaal, Schouwburg, Rotterdam

    Meer gedichten in een Engelse vertaling, vind je op: http://palestine.poetryinternational.org.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=14328 (lees voor 'I have no problem')

  • Normaalgesproken houd ik tijdens het baantjeszwemmen mijn ogen onderwater open, en kijk ik vrolijk in het rond, maar vanochtend zwom ik half slapend door het chloor. Misschien kwam dat door een droom die ik vanochtend had. Ik stond op het punt om samen met Sas mijn geboortehuis te kopen, dat overigens daadwerkelijk te koop staat (http://www.huizenzoeker.nl/koop/friesland/rinsumageest/heechfinne-4/foto.html).

    Heechfinne  

    In m'n droom bleek het huis zodanig in prijs gedaald, van vier naar drie ton, dat we het bijna konden betalen. De zon scheen en verscheidene mensen die ik tijdens mijn jeugd had gekend, kwamen een praatje maken en verzekerden me dat het een goede keuze was.

    Waarom ik uitgerekend vanochtend daarover moest dromen, begreep ik niet helemaal, maar wellicht had het iets te maken met het interview in Groningen twee dagen geleden. Anneke Claus, Elmar Kuiper en ik lazen daar voor en stelden elkaar vragen over het schrijven en op een gegeven moment kruisden Kuiper en ik vriendelijk de degens over hoe we in ons werk omgaan met de agrarische elementen, die je vaak terugvindt in de Friese poëzie, ook al zijn de dichters zelf geen boeren (op hobbyboer Bartle Laverman na dan).

    Ik had aangegeven dat ik wel begreep dat mensen me wantrouwden als ik sprak over mijn jeugd en de buurman die veel van het werk op het land nog met paard en wagen deed. Dat wantrouwen bestaat er dan meestal uit, dat ik die herinnering zou gebruiken als verkooptruc. Ik geloof echter niet dat mijn poëzie dermate nostalgisch en traditioneel is, dat dit argument opgaat.

    In de inleiding op de bloemlezing Droom in blauwe regenjas – nieuwe Friese dichters is daar wellicht wel sprake van, maar dan ook vooral omdat ik die agrarische wereld veelvuldig tegenkwam in de gedichten die Hein Jaap Hilarides en ik voor dat boek hadden geselecteerd.

    Kuiper had dus wel degelijk een punt, maar heeft me, gezien mijn dromen, niet kunnen losweken van de nostalgie naar de ongecompliceerde buitenwereld van mijn jeugd.

    De huidige bewoner van mijn geboortehuis (Heechfinne 4, Rinsumageest) heeft veel veranderd aan het huis, maar één ding herken ik nog, namelijk het prachtige oude tegelwandje achter de allesbrander in de woonkamer, waar ik pinda's heb gedopt met de buurman tot ik er van moest overgeven en waar ik samen met mijn moeder op de bank als jongetje van een jaar of zeven Dallas keek.

    Heechfinne2 

    P.s. het bovenste raam aan de voorkant van het huis ben ik als klein jongetje uitgevallen terwijl ik naar de lucht keek. Mijn moeder stormde bezorgd het huis uit en was er verbaasd over dat ik niks mankeerde. Ongemerkt liep ik vast schade op aan het nostalgiegebied in mijn hersenen ;o)

    P.s.s. vanavond lees ik voor in Leeuwarden samen met o.a. Hein Jaap Hilarides en Pier Boorsma (Theater de Bres, Schoolstraat 4). Ik moet daarvoor maar even langs bij Tresoar (het Friese letterkundige museum). Eens kijken of ze dit 'letterkundige' monument niet kunnen aanschaffen.

  •  Afluister

    Helemaal klaar om op reis te gaan naar Groningen, waar ik mag invallen voor Johanna Geels (http://johannageels.punt.nl/) in een programma met Elmar Kuiper en Anneke Claus. Het optreden vindt plaats in café Wolthoorn (Turftorenstraat 6) en begint om 20.15 uur.

    Anneke Claus stelde het programma samen op uitnodiging van de literaire studentenclub Flanor (http://www.flanor.nl/log/) en vertelde me dat we ook met elkaar in gesprek zouden gaan, o.a. over wat we naast het schrijven van gedichten doen.

    Van Elmar Kuiper weet ik dat hij tevens beeldend kunstenaar is. Hij maakt films en schilderijen en is daarnaast psychiatrisch verpleegkundige. Anneke Claus maakt muziek en organiseert in Groningen literaire evenementen, zoals Dichters in de Prinsentuin.

    Ik moet maar eens goed gaan nadenken over hoe ik het vergaderen en besturen interessant kan maken.

    Het lijkt me daarnaast lastig om echt iets zinnigs te vertellen over het presenteren van literaire avonden. Ik denk dat ik dan liever gewoon maar een vertaling voorlees van Piotr Sommer, een van de grote Poolse dichters, die ik volgende week mag aankondigen tijdens Poetry International en van wie ik samen met Karol Lesman aan zijn Nederlandse vertalingen heb gewerkt.

    Het volgende gedicht deed me denken aan dat geniepige schroefje van Mabel Wisse Smit, maar is gelukkig van een hele andere orde:

    Afgeluisterd

     

    En natuurlijk tsjilpen de vogels nog steeds, en hoe!

    Zelfs als ze niet tsjilpen.

    Wat zeg ik, de draden tsjilpen bijna net zo goed,

    je hoort geen verschil. Verder is het welluidend

    en zinnelijk, zonder meer fonetisch.

    En de bloemen bloeien, om het kleurrijk te maken,

    en dan verwelken ze, eerst op de graven, want daar zijn ze gesneden,

    door alles, nog het meest door die ziel van ons

    die over laantjes tussen de bomen door lopen,

    alsof er niets is gebeurd.

    En je kunt niet om de donkerbruine blik van de violen heen

    die vandaag vrijwel ontbreken in de bloembedden,

    verdrongen door Oost-Indische kers en afrikaantjes. Er zijn ook geen bloembedden.

    Alle bruine ogen rotten reeds onder de zoden.

    Piotr Sommer
    Vertaald door Karol Lesman en Tsead Bruinja

    Sommer 

    Land: Polen
    Taal: Pools
    Geboortejaar: 1948

    Piotr Sommer publiceerde diverse dichtbundels, enkele bloemlezingen, jeugdpoëzie en vertalingen van werk van hedendaagse dichters als Seamus Heaney. Zijn eigen poëzie kenmerkt zich door een tedere omgang met het leven van alledag en de vermijding van routine, in bijvoorbeeld gesprekken met familie of vrienden. Sommer concretiseert gebeurtenissen en koppelt die aan een bijzondere aandacht voor de muzikaliteit van het gedicht.

    Poëzievoordracht: di 16 juni, 21:30 u – kleine zaal, Schouwburg, Rotterdam

  • Stekelvarken

    Vandaag wil ik het gedicht schrijven voor de tentoonstelling in Duitsland en om in de stemming te komen lees ik de Verzamelde gedichten van Faverey, waarbij ik meteen na het eerste gedicht, de bundel al weer dicht heb geslagen:

    Stilstand

    in aanbouw, afbraak
    in aanbouw. 'Leegte,

    zo statig op haar stengel';
    land in zicht, geblinddoekt.

     

    Eigenlijk wil ik die laatste regel weglaten en alleen maar herhaaldelijk voor me uitzingen:

    stilstand in aanbouw, afbraak
    in aanbouw. 'leegte,

    zo statig op haar stengel'

     

    Die laatste regel is me te hoopvol en te Homerisch, te veel een verwijzing naar Odysseus (al kan ik daar heel goed naast zitten). Zonder die regel is het gedicht voor mij een ijzersterk mantra over de leegte.

    Terwijl ik dat aangepaste mantra herhaal, realiseer ik me dat ik misschien wel onbewust ooit het beeld van Favery heb geleend voor een gedicht uit Dat het zo hoorde, dat begint met de regel:

    ik zei ik zie de roos
    als een wrak in aanbouw

     

    Het maakt niet uit. Water onder de brug.

    Om nog meer in de stemming te komen en vooral ook om nog maar niet aan het werkelijke schrijven van het gedicht te hoeven beginnen, maak ik een bewerking van een gedicht van de Engelse dichter Philip Larkin, waarvan ik al maanden de volgende regel met me meedraag:

    …we should be kind
    While there is still time.

    De rest van dat gedicht hoorde ik voorgelezen worden door de weduwe van John Thaw (Inspector Morse) tijdens een van de afleveringen van My life in verse op de BBC.

    Ik kocht bij Athenaeum in Amsterdam de verzamelde gedichten en las het gedicht de afgelopen week met enige regelmaat, vanwege de troost, vanwege het kleine en misschien ook wel vanwege de jaloersmakende techniek.

    Die jaloezie heeft alles te maken met het feit dat ik graag een nieuwe bundel wil maken en daarbij moet kiezen tussen iets compleet nieuws (geen idee hoe) of het gebruiken van bestaand ongepubliceerd werk.

    Ben daar nog niet uit.

    Eerst maar eens het gedicht voor de Baldessari tentoonstelling schrijven.

    Hieronder mijn bewerking van het gedicht, dat ik, met alle respect voor de echte vertalers, absoluut geen vertaling zou willen of durven noemen:

    de grasmaaier

    Twee keer, sloeg de maaier af; gebukt, vond ik

    Een egel in de messen vastgedraaid,

    omgekomen. Hij had zich in het hoge gras bewogen.

     

    Eén keer, eerder had ik hem gezien, en zelfs te eten gegeven.
    Nu had ik zijn onopvallende wereld onherstelbaar

    verscheurd. Hem begraven was geen troost:

     

    De volgende ochtend stond ík op en hij niet.

    De eerste dag na de dood, een nieuwe afwezigheid

    die altijd hetzelfde blijft; we zouden voorzichtig moeten zijn

     

    Met elkaar, we zouden lief moeten zijn

    Nu we de tijd nog hebben.

     

    P.s. waar nu 'egel' staat, stond eerst 'stekelvarken'.  door een opmerkingen van een goede lezer, heb ik dat veranderd. Een egel is in het Fries een 'stikelbaarch'. Waarschijnlijk maakte ik daardoor en door mijn voorkeur voor dat mooie lange woord 'stekelvarken' die keuze.

     

    P.s.s. een andere lezer merkte op dat er wel erg veel komma's in het gedicht staan. Wellicht verwijder ik die later. In het origineel staan ze ook en ze zorgen wat mij betreft voor het hortende ritme dat overeenkomt met de haperende grasmaaier, dus ik laat ze nog even staan. 

     

     

    Bewerking van 'The Mower' van Philip Larkin. Het origineel is te lezen via deze link:  http://www.wussu.com/poems/pltm.htm.

  • Laars

    Op uitnodiging van de onvolprezen meertalige poëziewebsite Lyrikline (http://www.lyrikline.org/), waar je niet alleen internationale poëzie in vele talen kan lezen, maar ook horen, toog ik met Thomas Möhlmann, dichter en medewerker van het Nederlands Literair Productie en Vertalingenfonds (http://www.nlpvf.nl/nl/), jaren geleden naar Leipzig.

    Ik mocht daar voorlezen met de Litouwse dichter Sigitas Parulskis in een stand op de Buch Messe, op een tijd waarop de meeste bezoekers de reis naar huis of naar de plaatselijke Biergarten hadden aanvaard.

    Niettemin was het een zeer interessante kennismaking met de mensen van Lyrikline en met Parulskis. Niet zo zeer met de persoon Parulskis, want die zei niet veel en schaamde zich voor zijn gebrekkige Engels, maar wel met zijn werk dat in projectie mee te lezen viel.

    Ik vond het werk schitterend, omdat het iets hards, maar ook liefs had, in die zin dat hij niet alleen maar de wreedheid of onverschilligheid van de wereld toonde, maar ook de kleine persoonlijke verhalen die bij de voorwerpen en wezens op die wereld horen, waardoor de tragiek van hun verhalen nog harder aankwam.

    Omdat ik was uitgenodigd om een vertaling te maken van een dichter uit Oost-Europa door het inmiddels ter ziele gegane Friese kwaliteits internettijdschrift Farsk, dat nu omgedoopt is in Ensafh (http://www.ensafh.nl/), besloot ik via een Duitse en een Engelse vertaling een poging te doen om een Friese en Nederlandse bewerking van een gedicht van Parulskis te maken.

    Waarom vertel ik u dit nu allemaal? Omdat ik u de komende week ga proberen te overtuigen om over een week naar Poetry International te komen in Rotterdam, waar gedurende de hele week fantastische dichters voorlezen, waaronder Sigitas Parulskis. Het kost bovendien niet veel meer dan een treinkaartje.

    Het programma is op http://www.poetry.nl/read/2009NL/programmaoverzicht te lezen en mijn bewerking van het gedicht van Parulskis hieronder:

    Subjektieve Kroniek

    'Allemaal zijn we al gestorven'
    César Vallejo

    Gestorven is Julius, die de koeien voerde, de hoorns doorboorden
    zijn dronken lijf, het vee heeft een hekel aan mensen die het hok uit kunnen
    gestorven is Daktariûnus, die men ook wel kleine wolk noemde,
    elke keer als hij de oven aanstak kwam hij er zwart geblakerd weer uit
    gestorven is Vytautas Norkûnas, die alleen woonde en zowel in de winter
    als in de zomer dezelfde laarzen droeg
    gestorven is ook de lamme Liudvikas Trumpa, om als jongeman
    niet in dienst te hoeven, ramde hij een spijker door zijn eigen voet
    gestorven is Valerka, die op zijn moter de dood invloog, de sporen
    van zijn voeten zijn nog op de telefoonmast na te lezen
    gestorven is mijn neefje Vidas, die van vissen hield, toen hij begraven
    en de aardappelen gepoot werden, zwommen twee zwanen het meer over
    gestorven is Valdas, de gewichtheffer, die graag meereisde met vrachttreinen
    hij werd fijngeknepen tussen diezelfde wielen
    gestorven is de zoon van mijn vried, dood, een doodgeborene
    gestorven is de zoon van god, ook dood voordat hij geboren werd
    gestorven is iedereen die ik niet kende, die ik niet heb begroet
    van wie ik nooit iets heb geweten
    gestorven de huizen en tempels, zaden en vruchten
    gestorven de boeken en het bidden, gestorven het medelijden
    ook het zelfmedelijden, alles dood
    gestorven alles – alles van waarde
    gestorven alles – niets is van belang

    Sigitas
     
    Land: Litouwen
    Taal: Litouws
    Geboortejaar: 1965

    Sigitas Parulskis is dichter, proza-, hoorspel- en toneelschrijver, vertaler, essayist en criticus. In zijn dichtwerk, waarbij hij meestal de vrije versvorm hanteert, komen vaak beelden uit zijn kindertijd op het platteland voor, waarbij hij het ‘heilige’ ontmythologiseert en het ‘lagere’ poëtiseert. De ervaringen die hij opdeed als parachutist voor het Sovjetleger gebruikte hij als uitgangspunt voor zijn beste roman Trys sekund?s dangaus (Drie hemelseconden). Parulskis is tegenwoordig verbonden aan de Universiteit van Vilnius als docent Creatief Schrijven.

    Poëzievoordracht:di 16 juni, 21:30 u – kleine zaal