• Rouw

    Gisteren of vandaag is er voor het eerst een gedicht van mij gebruikt voor een overlijdensadvertentie.

    Als het voor een onbekende was geweest, was het misschien als een klein succesje gevierd hier ten huize, maar de overledene was een lieve man van in de vijftig die we leerden kennen in Sloten tijdens een kunstweekend een poosje geleden. Hij heette Phillip en stierf onverwacht tijdens een vakantie aan hartproblemen.

    Wij werden destijds in Sloten voortreffelijk opgevangen door Phillip en zijn vrouw Marjan. Het waren twee hardwerkende openhartige en levenslustige mensen bij wie de voordeur altijd openstond.

    We dronken wijn (een heerlijk rode Spaanse die Frison heette) en spraken over ons werk. Phillip had later tegen de mede-organisatoren gezegd dat hij echt geïnteresseerd was geraakt in poëzie.

    Frison

    Het was een mooi weekend en het leek een begin van een vriendschap, waarbij je elkaar misschien niet heel vaak ziet, maar elkaar wel kent en bij een volgende gelegenheid glimlachend een nieuwe fles wijn opentrekt en met groot gemak het gesprek voortzet.

    Dat gesprek zal er niet meer van komen en dat is k*t.

    *

    Hieronder het gedicht bij de advertentie. Het is eerder gepubliceerd in Batterij (Contact, 2004) en werd geschreven bij een Eenzame uitvaart. Vreemd hoe een dergelijke tekst zowel gebruikt kan worden voor het overlijden van iemand, bij wie niemand op de begrafenis dreigt te komen, als bij iemand die waarschijnlijk een 'volle bak gaat trekken'.

    Ik ga het gedicht woensdag voor die 'volle bak' en vooral voor Phillips vrouw Marjan en hun kinderen voorlezen. Een eer.

    adem

     

    voor wie na dit lichaam

    verschijnt en in zijn bed

    klimt vannacht

     

    kruip dicht tegen haar aan

    kruip dicht tegen hem aan

     

    houd jezelf vast en

    luister naar je adem

     

    loop desnoods naar het

    koude raam en bevochtig

     

    voor wat na dit lichaam

    verdwijnt en geen meer

    havent

     

    ik dank je alvast

    voor de weg die je was

     

    en blaas

    voor wie hier na

    voor wat hier na komt

     

    adem 

    het mechaniek knarst

     

    de lucht achter de bomen

    loopt vast

  • Zit helemaal in Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje ondergedompeld. Net als bij Kluun is het zo'n boek dat ik het liefst binnen een paar uur wil uitlezen.

    Ik kreeg het boek gisteren van Sas toen we vooraf aan de voorstelling Brigadier Fub of het eeuwige menselijke (http://www.theatergroepcarver.nl/actueel.php) wat tijd over hadden en ik een muziekblaadje of een pageturner zocht.

    De voorstelling was best aardig, maar er zat niet echt een plot in. Drie vrouwen en één man van over de vijftig waren in trainingspakken gekleed met grote billen en een bult over de hele breedte van hun schouder. Daarnaast hadden ze allemaal ongeveer dezelfde pruik op en dezelfde rode schoenen aan.

    Fub 

    (De foto is afkomstig uit een artikel over het stuk op recensiewebsite 8Weekly: http://www.8weekly.nl/artikel/7226/theatergroep-carver-brigadier-fub-of-het-eeuwig-menselijke.html)

    Het script deed me het meest denken aan het absurde werk van Gumbah of Hans Teeuwen, waarbij de grappen/monologen dit keer verdeeld waren over vier personen, die elkaar soms erg merkwaardig aankeken.

    De grappen waren erg goed en de westerse mens werd met al zijn onzinnige gedrag, met name het reizen op cruiseschepen, goed te kijk gezet, hoewel ik, wellicht door het lezen van Alleen maar nette mensen bij het Volkse taalgebruik van de personages in Brigadier Fub, een beetje het idee kreeg dat er een intellectueel leentjebuur had gespeeld bij de gesprekken van 'gewone mensen'. De zaal lachtte vooral om 'de anderen' en niet om zichzelf.

    Niettemin ben ik blij dat ik naar het stuk ben geweest en neem ik me maar weer eens voor om wat vaker van de bank af te komen en naar het theater te gaan.

    Voor wie vanavond zin heeft om naar een mooie avond over het werk van Louis Th. Lehmann te gaan, raad ik aan om zich om 20.00 op de Weimarstraat 36 te melden in Den Haag, waar muziek van Lehmann gespeeld zal worden door Guus Janssen en gezongen door Caroline Erkelens en ik een aantal gedichten van Lehmann zal voorlezen, een hele eer. Meer op http://www.borderkitchen.nl/ en op http://www.epibreren.com/lehmann/. Hieronder één van mijn lievelingsgedichten van Lehmann:

    Arktophile rap

    Wie was Edward Bear?
    Wie meende het eerst zijn beeltenis te maken?
    Waarom kwam die in de mythologie?

    Wie deed geloven
    dat beren vriendelijk zijn
    en in het gezelschap van kinderen zouden passen?

    Misschien de leider
    van de dansende beer.
    die bij wijze van PR
    en met grote voorzorg
    kinderen liet kennismaken
    met de mythische stamvader,
    voor wie het weet
    de dreigende slaaf
    met zijn kleine oogjes
    in mensenbanden.

    Hoe kwamen er berenateliers,
    Teddy-fabrieken?
    'Knopf im Ohr'.
    Wie weet meer?

    Ongeveer een eeuw geleden
    kreeg een Teddybeer een tweede naam:
    Winnie-the-Pooh!
    Wie kent die niet?
    Maar Winnie-the-Pooh
    (daar helpt geen lieve moedertje
    of vadertje Disney aan)
    was en bleef
    een literair beest:
    strictly for grown-ups!

    Maar de Teddybeer
    metamorfoseerde weer.
    Door technologie
    en mythologie
    (ook genaamd: science-fiction).
    Hij verbleekte tot geel,
    kreeg puntige oortjes
    en ronde vlekken
    en een zig-zag staart.
    Hij werd een wezen in een pantheon;
    de hemel van de pokémon.

    Picachu in de poppenwagen,
    Picachu in de kinderwagen,
    het kind loopt er naast
    Picachu zittend op de top
    van een verticale draad.

    Winnie-the-Pooh werd Picachu.
    (herhaal tot hoorders onrustig worden)

    Uit de bundel Toeschouw (De Bezige Bij, 2003)

  • Erik_jan_harmens 

    Gisteren werd de bloemlezing Ik ben een bijl gepresenteerd bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Erik Jan Harmens verdedigde zich nog even tegen alle aanvallen op het feit dat hij het manifest had ondertekend met zijn naam en Landsmeer als standplaats. Moet daar nodig eens gaan kijken.

    Er is redelijk wat discussie over dat manifest en de inleiding bij de bloemlezing. Ik ben het ook lang niet overal mee eens, maar volgens mij moet je het toch vooral ook zien als een mening. Mocht de directie van het Fonds voor de Letteren hun handtekening eronder zetten of de verzamelde Nederlandstalige poëziecritici, dan hebben we het ergens anders over.

    En dan nog, als dichter laat je je toch niet vertellen wat je wel of niet zou moeten doen.

    Vandaag heb ik de bloemlezing voor het eerst in zijn geheel gelezen. De enige algemene noemer voor de gedichten die er in staan, die ik op dit moment kan bedenken, is 'ruw'. De poëzie in Ik ben een bijl heeft iets ruigs. Het beste voorbeeld daarvan is een van de gedichten van Eus, die helaas nog altijd niet een bundel heeft gepubliceerd:

    Fedde logeert
    een paar dagen
    bij mij

    gisteren maakte hij
    volgens geheim recept
    'soep van het kamp'

    vandaag knipte ik
    de takken uit zijn haren
    terwijl hij
    de overlijdensadvertenties las

    daarna pakte hij het telefoonboek
    en streepte enkele namen door

    Een schitterend gedicht, waarin natuurlijk wel erg veel wordt afgebroken en dat bovendien behoorlijk veel weg heeft van de poëzie van Jan Arends, maar dat tegelijkertijd ook bewonderenswaardig teder en woest is.

    Ik_ben_een_bijl 

    Erik Jan Harmens was erg blij met het omslag van de bundel, maar begreep het niet helemaal, waarop iemand grapte dat de vormgever wellicht de titel verkeerd had gelezen, namelijk als 'Ik ben een bel'. Vervolgens kwam de vormgever naar voren om uit te leggen dat het om een vorm van straatpoëzie ging die hij bij de inhoud van de bundel vond passen.

    Zelf zag ik het omslag als een symbool voor de dichter die bij de lezer aanbelt met zijn gedicht en die vervolgens, als voor hem de deur wordt opengedaan, vrolijk een bijl tevoorschijn tovert. 

    De titel is overigens afkomstig uit het volgende gedicht van Tommy Wieringa:

    Hoewel zacht

    Je krijgt geen toegang tot de oester
    door te dreigen met verdwijnen of een kus

    Zij is gebouwd
    op hard en bitter zwijgen

    Zij denkt dat iedereen een meeuw is
    met honger in zijn hoofd

    Maar ik ben geen meeuw
    Ik ben een bijl

    Wat me weer doet denken aan misschien wel de mooiste strofe in de bloemlezing, uit het gedicht 'Scheur' van Ruth Lasters:

    Alsof de lucht audities houdt voor de ultieme meeuw,
    alle tragere, grauwere zal laten neerstorten elk ogenblik,
    daar rekenen we ergens

    op…

    Ik ga de komende weken nog een paar keer proberen de bloemlezing in zijn geheel te lezen om te kijken waarom deze gedichten bij elkaar horen.

    Misschien moet ik daarbij vooral de volgende ijzersterke regels van Annemieke Gerrist goed voor ogen houden:

    Het is een groot misverstand
    om eerlijk te zeggen waar het op staat of ergens in te geloven

    Voor wie meer wil weten over de discussie, het manifest e.d.:

    Inleiding bij de bloemlezing – http://www.trouw.nl/opinie/letter-en-geest/article2766531.ece/Poezie._Ik_wil_een_bijl_.html?part=1

    Pagina 1 op de Contrabas met links naar reacties – http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2009/05/een-overzicht.html

    Pagina 2 op de Contrabas met reacties daaronder – http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2009/05/harmens-en-pfeijffer-schrijven-manifest-voor-een-riskante-literatuur.html#comments

    Interview met Erik Jan Harmens – http://www.woestenledig.com/woestenledig/2009/05/erik-jan-harmens-verklaart-zich-nader.html

  • Gewassenflyer

    © Sieger MG 

    Op 23 februari 2003 presenteerde ik mijn derde Friestalige bundel Gegrommel fan satyn / Gegrommel van satijn in het Prinsentheater te Groningen. Ik wilde op die avond laten zien wat er allemaal voor moois te vinden was in de Nederlandse poëzie van dat moment, waarbij ik de nadruk legde op de jonge dichters met wie ik veel had opgetreden tijdens de tour rondom de bloemlezing Vanuit de lucht (http://www.tseadbruinja.nl/vanuit.htm).

    Vanuit_de_lucht

    Met Sieger MG (destijds nog Sieger M. Geertsma, kijk ook eens op Sieger zijn mooie site http://www.siegermg.nl/), een van de dichters uit Vanuit de lucht, zat ik destijds in de groep Gewassen. We traden op met een human beatbox (Raoul Thepen, http://www.jijji.nl/), videoprojectie (Alan D. Joseph, maakt nu o.a. schitterende videoclips http://www.alan3d.com/) en muziek (Michiel Rasker  http://www.michielrasker.nl/ en soms DJ Voja).

    Toen ik gisteren eindelijk had uitgevogeld hoe ik mijn videobanden over kon zetten op DVD en die weer in kon laden op mijn computer (sorry voor het ingewikkelde verhaal), maakte ik een reis terug in de tijd naar 2003.

    Ik zou drie maanden na de presentatie van Groningen, waar ik negen jaar had gewoond, verhuizen naar Amsterdam. Gewassen hield het daarna helaas nog maar een paar maanden vol. De afstand en onderlinge wrijvingen nekten ons.

    Hieronder een aantal filmpjes van voordrachten en optredens van die dag, waaronder een prachtige voordracht van Daniël Dee met zijn band De M.d.k.l.n.k.r.s., inmiddels ook ter ziele.

    Zowel Gewassen als Daniël Dee en zijn band hadden overigens niet kunnen bestaan zonder de inspirerende optredens van de Dichters uit Epibreren (http://www.epibreren.com/), die jaren daarvoor al de Nederlandse en buitenlandse podia veroverden met hun combinatie van poëzie en muziek.






  • Jaaptanja 

    Dit zijn Tanja van Susteren en Jaap van Keulen, met wie ik de afgelopen dagen vooral wachtend doorbracht. Op deze foto zijn we aan het wachten om te gaan oefenen, of eigenlijk meer het oefenen aan het uitstellen.

    Ons laatste optreden was in maart in Deventer en dat ging best goed, maar het liefst willen we natuurlijk dat de vonken er vanaf vliegen. Grappig genoeg, gebeurde dat bij het oefenen. We zaten er ondanks een paar foutjes helemaal in en het swingde de pan uit (ik zou 'swong' als verleden tijd van 'zwingen' eigenlijk veel mooier vinden).

    De volgende dag bestond het wachten vooral uit het in de auto zitten (zo'n drie uur) en het in het hotel wachten op de organisatie, wat we na drie kwartier voor gezien hielden, omdat we Bremen nog even wilden bekijken in het daglicht.

    De binnenstad was vol blije mensen die allemaal het beste voorhadden met de wereld.

    Dom 

    Ik respecteer die goede voornemens en goede daden, maar soms krijg je daar een wat wee glimlachje bij cadeau, waar ik niet echt goed tegen kan.

    Die mensen wachten eigenlijk ook op de terugkeer van een speciaal iemand, maar maken zich in de tussentijd nuttig, dus laat ze maar lachen. Ik kijk de andere kant wel op.

    Het was prachtig weer voor onze wandeling, maar toen we een hapje gingen eten (we hadden een half uur op onze pizza en soep gewacht), begon het plots hard te waaien, waardoor we onze maaltijd naar binnen schrokten.

    Wachten deden we vervolgens onder een parasol halverwege de wandeling naar het hotel, omdat het keihard was gaan regenen. Uiteindelijk zijn we er toch maar doorheen gerend, om vervolgens in het hotel te wachten tot we naar het theater mochten om op te bouwen.

    In het theater schreeuwden alle artietsten bij het opbouwen door elkaar heen, maar wij hoefden niet te wachten, want wij waren er het eerst en hadden de meest gecompliceerde technische wensen.

    Daarna begon het grote grote wachten, want wij stonden als laatste op het programma en de overige dichters namen allemaal tien minuten extra, waardoor de show i.p.v. om elf uur, om twaalf uur was afgelopen, maar toen was er dan ook een fantastisch applaus van een heerlijk publiek (zo'n 350 man, waarbij er gezegd moet worden dat er zo'n 150 niet meer in de zaal konden. die werden naar huis gestuurd door de regen) en een heerlijk gevulde dranktafel:

    Booze   

  •  Kirch

    Vandaag ga ik op pad naar Bremen voor de Evangelischer Kirchentag. Ik ben niet gelovig, maar ben opgevoed met respect voor andersdenkenden, dus bij ons in huis werd er niet gevloekt en ik mocht ik nu nog eens vloeken, dan klinkt er ondanks mijn ongeloof altijd ergens ver weg een stemmetje, dat ik daarvoor zal boeten.

    Mijn ouders hebben zich tijdens mijn jeugd ingezet voor het Openbaar Onderwijs en wij droegen ook t-shirts en tasjes met daarop de slogan 'Niet apart maar samen'. Ik hang die kreet en het Openbaar Onderwijs nog altijd aan, maar kon het tijdens mijn middelbare schooltijd niet volhouden om Openbaar Onderwijs te volgen. Het dichtstbijzijnde Openbare VWO was op 30 km afstand, wat betekende dat ik per dag minstens drie uur onderweg was.

    Tot mijn zestiende kon ik het opbrengen om die afstand naar Leeuwarden af te leggen, eerst met de bus en later soms op een oude brommer, die het nogal eens begaf. Ik stapte daarna over op een christelijke school veel dichter bij huis in Buitenpost en voelde me daar thuis. Het was waarschijnlijk een beetje boertjes onder elkaar, vanuit het perspectief van mijn ex-medeleerlingen in Leeuwarden bekeken, maar het voelde vertrouwd.

    Mijn vader was inmiddels hertrouwd met een vrouw die gelooft en zij en haar drie kinderen kwamen bij ons in wonen, wat betekende dat we voor het eerst van mijn leven voor het eten moesten bidden. Ik was niet onder de indruk, want de nieuwe kinderen probeerden tijdens het bidden vooral om ons aan het lachen te maken, waardoor wij op onze kop zouden krijgen.

    Ik had ook kort een gelovig vriendinnetje. Als ik met haar naar de kerk ging op zondagmiddag, was ik de enige die naar de preek luisterde van de jongelui, die het vooral met elkaar hadden over wie wie de vorige avond op de bek had gepakt, ook niet geheel oninteressant.

    Tijdens mijn studie Engels ben ik het Oude Testament gaan lezen, onder meer om zo de referenties in literatuur beter te kunnen begrijpen. Ik deed dat in eenzaamheid in een dorpje in het Noorden van Groningen met uitzicht op grote lege vlaktes en had binnen de kortste keren de meest enge dromen van mijn leven.

    Ik droomde onder andere dat ik in een zolderkamertje met verschillende onderdelen van een hondenkop, vlees, botten en organen, die kop weer opnieuw in elkaar moest zetten, een beetje zoals het meisje in de film Existenz die een pistool van pezen en vlees maakt. Toen dat me gelukt was en er zelfs leven in de hondenkop kwam, klonk er onderaan de trap gerommel. Het klonk alsof er een kwade God wakker geworden was, die niet blij was met mijn werkzaamheden.

    Ik heb daarna het Oude Testament maar even terzijde gelegd.

    Existenz-thumb 

    P.s. mijn geheugen bleek weer niet helemaal perfect te werken. Ik haalde het vlezige gat, waar een soort gamepoort in verdween in de rug van het meisje door elkaar met het geweer, dat voornamelijk uit botten bestond.

  • Pak_supercap

    Naast mijn tandenborstelbeker in het kastje boven het aanrecht, staat een flink aantal potten vitamines en andere voedingssupplementen. Het begon ooit met een simpel potje Davitamon multi's en is uitgegroeid tot een kleurrijke verzameling.

    Toen ik onlangs minder begon te drinken en te blowen, ben ik ook maar eens wat minder energiepilletjes gaan nemen. Het resultaat van beide chemische bezuinigingen was een grotere natuurlijke, maar een wat kleinere emotionele energie.

    De dagen zijn wat vlakker en ik heb opeens, hoewel ik eerder ook wel last van dwangneuroses had (gas checken e.d.), behoefte aan een grote regelmaat in mijn leven. Dat uit zich in op zeer gezette tijden eten, elke dag een kilometer zwemmen en een verhoogde consumptie van sci fi.

    Soms leidt het daarnaast tot weerzin tegen het voordragen van gedichten, maar dan wil ik nog wel eens iets roken en ben ik zo weer boven Jan.

    Ik denk dat mijn lichaam aan het wennen is aan de nieuwe chemische huishouding en hoewel ik door die verandering er weliswaar magerder, maar niet productiever op geworden ben, houd ik nog even vol. Dat lijf moet het voorlopig, op een enkele noodgeval na, zelf maar even doen.

    5thgear_over

    Ik zit nu in de trein naar Arnhem om te gaan oefenen met Jaap van Keulen (muzikant) en Tanja van Susteren (flamencodanseres). Morgen rijden we naar Bremen waar de Hoge School in het kader van de Evangelische Kirchtag (zo'n 300.000 gelovigen komen op die dag naar de Duitse stad) een internationale poëzieavond organiseert.

    Wij sluiten het programma af. Ik weet nog niet of ik nuchter ga blijven. In mijn potje met maagtabletten zit voor de veiligheid toch een oppepper. 

  • The_country_between_pb_lg

    Een aantal jaren geleden trad ik op tijdens het festival Struga Poetry Evenings in Macedonië. Ik leerde daar o.a. de Amerikaanse dichteres Carolyn Forché kennen.

    Carolyn was een bewogen dichteres die in verschillende oorlogshaarden ter wereld goed werk had verricht, o.a. door daar radiotstations te ondersteunen.

    Nu ik terug ben uit Afrika, heb ik moeite om nieuw werk te schrijven. Ik heb daar zoveel dichters gehoord die echt iets hadden meegemaakt en daar echt iets over konden zeggen, dat mijn eigen kleine problemen en gigantische welvaart me even met stomheid hebben geslagen.

    Dat is geen slechte zaak, want daardoor ben ik weer meer gaan lezen o.a. in het werk van Forché. Hieronder een van de gedichten die vanochtend, in de zon op het balkon, aankwam als een kaakslag, uit de bundel The Country between us (Harper & Row Publishers, 1981):

    The Colonel
     
    What you have heard is true. I was in his house.
    His wife carried a tray of coffee and sugar. His
    daughter filed her nails, his son went out for the
    night. There were daily papers, pet dogs, a pistol
    on the cushion beside him. The moon swung bare on
    its black cord over the house. On the television
    was a cop show. It was in English. Broken bottles
    were embedded in the walls around the house to
    scoop the kneecaps from a man's legs or cut his
    hands to lace. On the windows there were gratings
    like those in liquor stores. We had dinner, rack of
    lamb, good wine, a gold bell was on the table for
    calling the maid. The maid brought green mangoes,
    salt, a type of bread. I was asked how I enjoyed
    the country. There was a brief commercial in
    Spanish. His wife took everything away. There was
    some talk of how difficult it had become to govern.
    The parrot said hello on the terrace. The colonel
    told it to shut up, and pushed himself from the
    table. My friend said to me with his eyes: say
    nothing. The colonel returned with a sack used to
    bring groceries home. He spilled many human ears on
    the table. They were like dried peach halves. There
    is no other way to say this. He took one of them in
    his hands, shook it in our faces, dropped it into a
    water glass. It came alive there. I am tired of
    fooling around he said. As for the rights of anyone,
    tell your people they can go f— themselves. He
    swept the ears to the floor with his arm and held
    the last of his wine in the air. Something for your
    poetry, no? he said. Some of the ears on the floor
    caught this scrap of his voice. Some of the ears on
    the floor were pressed to the ground.

    May 1978

    Carolyn Forché

    Meer gedichten en een artikel over 'The Colonel kun je lezen op http://www.english.illinois.edu/Maps/poets/a_f/forche/forche.htm

  • Mandela 

    In Sri Lanka zijn ze nog ver verwijderd van de verzoeningscommissies, zoals ze die in Zuid-Afrika hebben gekend, maar het lijkt me de enige oplossing voor twee verschillende volken die samen in één land moeten leven.

    Bovenstaand beeld is te vinden (en te koop voor 20.000 euri) op het vliegveld van Johannesburg. Deze Mandela is geheel gemaakt van kraaltjes en minstens 2,5 meter hoog.

    Je vindt die kralenbeeldjes in Zimbabwe en Zuid-Afrika. Sas had voor mij een wijze uil meegenomen, die gelukkig iets kleiner was dan Mandela:

    Uilschildpad 

    Naast de uil, zie je een houten schildpad die ik voor Sas had meegenomen uit Harare. Op het terrein van het festival, een park achter het hotel, waren overal beeldhouwers en schilders te vinden:

    Beeldmarkt 

    Een schilderij uit Zuid-Afrika is met het meest bijgebleven. We zagen het tijdens onze tour door Soweto in een kerk waar verschillende malen de politie huis had gehouden en men op een dag, toen men ging kijken naar een kogelgat in het plafond, erachter kwam dat op die plek een handgranaat was verstopt, waarvan de geheime politie blijkbaar hoopte, dat die bij het extatische gezang van de gemeente uit het plafond zou vallen om vervolgens een bloedbad aan te richten.

    Het schilderij is me bijgebleven, omdat er een goeie grap in verwerkt zat. Kijk maar:

    Neus 

    Kijk maar eens goed naar de neus van het blanke meisje! De schilder heeft haar een prachtige platte negerneus gegeven.

    Als laatste een standbeeld uit de andere kant van de Zuid-Afrikaanse samenleving, maar dan wel wat onbeleefd van achteren:

    Arbeider 

    Dit beeld van een arbeider stond midden op een plein (met neplucht daarboven, waardoor het de hele dag 5 uur 's middags leek op een herfstdag) van het ommuurde superluxe hotel waar we een poosje verbleven in Zuid-Afrika. De kleur van de arbeider is zeer waarschijnlijk niet helemaal waarheidsgetrouw.

  • Raamdeel

    Onderweg naar Dichter op de Deel maakten we een tussenstop bij het standbeeld van Cornelis Lely op de Afsluitdijk en dronken een kop koffie in het café. Bovenstaande foto nam ik daarbinnen. Op de sticker op het raam stond: 'Veroorzaakt door de firma 'Out of the Sun' uit Monster'. Naast de sticker zag je grote scheuren in het raam zitten, waar wellicht een zeilbootje met de mast tegen gebotst was. Weer eens iets anders dan een musje.

    Dichter op de Deel bood een zeer afwisselend programma met nog meer bezoekers dan vorig jaar. Zo'n 80 mensen uit de omgeving schoven aan in de schuur van Dien de Boer om te luisteren naar poëzie en muziek.

    Hieronder een paar foto's:

    Feddemadeel 

    Presentator en dichter Anne Feddema, met aan zijn voeten het hondje Nynke dat 's nachts schijnt te snurken, waardoor Feddema nu slaapt met oordopjes. Guido van Driel, beeldend kunstenaar en man van dichteres Annelie David, heeft hem gistermiddag ook horen knorren.

    Diendeel 

    Dien L. de Boer met een van de muzikanten van de Bende van Drie (leuk bandje!)

    Micheldeel 

    K. Michel las nieuw werk, waaronder een schitterend gedicht over het hiernamaals, dat inmiddels al een klassieker is.

    Esterdeel 

    Ester Naomi Perquin was net voor het eerst op de Afsluitdijk geweest en kreeg veel enthousiaste reacties, waarbij ze even moest wennen aan de lichamelijkheid van het Friese publiek dat vrolijk een hand op je schouder legt of je hand vastpakt terwijl ze je bedankt.