•  Afluister

    Helemaal klaar om op reis te gaan naar Groningen, waar ik mag invallen voor Johanna Geels (http://johannageels.punt.nl/) in een programma met Elmar Kuiper en Anneke Claus. Het optreden vindt plaats in café Wolthoorn (Turftorenstraat 6) en begint om 20.15 uur.

    Anneke Claus stelde het programma samen op uitnodiging van de literaire studentenclub Flanor (http://www.flanor.nl/log/) en vertelde me dat we ook met elkaar in gesprek zouden gaan, o.a. over wat we naast het schrijven van gedichten doen.

    Van Elmar Kuiper weet ik dat hij tevens beeldend kunstenaar is. Hij maakt films en schilderijen en is daarnaast psychiatrisch verpleegkundige. Anneke Claus maakt muziek en organiseert in Groningen literaire evenementen, zoals Dichters in de Prinsentuin.

    Ik moet maar eens goed gaan nadenken over hoe ik het vergaderen en besturen interessant kan maken.

    Het lijkt me daarnaast lastig om echt iets zinnigs te vertellen over het presenteren van literaire avonden. Ik denk dat ik dan liever gewoon maar een vertaling voorlees van Piotr Sommer, een van de grote Poolse dichters, die ik volgende week mag aankondigen tijdens Poetry International en van wie ik samen met Karol Lesman aan zijn Nederlandse vertalingen heb gewerkt.

    Het volgende gedicht deed me denken aan dat geniepige schroefje van Mabel Wisse Smit, maar is gelukkig van een hele andere orde:

    Afgeluisterd

     

    En natuurlijk tsjilpen de vogels nog steeds, en hoe!

    Zelfs als ze niet tsjilpen.

    Wat zeg ik, de draden tsjilpen bijna net zo goed,

    je hoort geen verschil. Verder is het welluidend

    en zinnelijk, zonder meer fonetisch.

    En de bloemen bloeien, om het kleurrijk te maken,

    en dan verwelken ze, eerst op de graven, want daar zijn ze gesneden,

    door alles, nog het meest door die ziel van ons

    die over laantjes tussen de bomen door lopen,

    alsof er niets is gebeurd.

    En je kunt niet om de donkerbruine blik van de violen heen

    die vandaag vrijwel ontbreken in de bloembedden,

    verdrongen door Oost-Indische kers en afrikaantjes. Er zijn ook geen bloembedden.

    Alle bruine ogen rotten reeds onder de zoden.

    Piotr Sommer
    Vertaald door Karol Lesman en Tsead Bruinja

    Sommer 

    Land: Polen
    Taal: Pools
    Geboortejaar: 1948

    Piotr Sommer publiceerde diverse dichtbundels, enkele bloemlezingen, jeugdpoëzie en vertalingen van werk van hedendaagse dichters als Seamus Heaney. Zijn eigen poëzie kenmerkt zich door een tedere omgang met het leven van alledag en de vermijding van routine, in bijvoorbeeld gesprekken met familie of vrienden. Sommer concretiseert gebeurtenissen en koppelt die aan een bijzondere aandacht voor de muzikaliteit van het gedicht.

    Poëzievoordracht: di 16 juni, 21:30 u – kleine zaal, Schouwburg, Rotterdam

  • Stekelvarken

    Vandaag wil ik het gedicht schrijven voor de tentoonstelling in Duitsland en om in de stemming te komen lees ik de Verzamelde gedichten van Faverey, waarbij ik meteen na het eerste gedicht, de bundel al weer dicht heb geslagen:

    Stilstand

    in aanbouw, afbraak
    in aanbouw. 'Leegte,

    zo statig op haar stengel';
    land in zicht, geblinddoekt.

     

    Eigenlijk wil ik die laatste regel weglaten en alleen maar herhaaldelijk voor me uitzingen:

    stilstand in aanbouw, afbraak
    in aanbouw. 'leegte,

    zo statig op haar stengel'

     

    Die laatste regel is me te hoopvol en te Homerisch, te veel een verwijzing naar Odysseus (al kan ik daar heel goed naast zitten). Zonder die regel is het gedicht voor mij een ijzersterk mantra over de leegte.

    Terwijl ik dat aangepaste mantra herhaal, realiseer ik me dat ik misschien wel onbewust ooit het beeld van Favery heb geleend voor een gedicht uit Dat het zo hoorde, dat begint met de regel:

    ik zei ik zie de roos
    als een wrak in aanbouw

     

    Het maakt niet uit. Water onder de brug.

    Om nog meer in de stemming te komen en vooral ook om nog maar niet aan het werkelijke schrijven van het gedicht te hoeven beginnen, maak ik een bewerking van een gedicht van de Engelse dichter Philip Larkin, waarvan ik al maanden de volgende regel met me meedraag:

    …we should be kind
    While there is still time.

    De rest van dat gedicht hoorde ik voorgelezen worden door de weduwe van John Thaw (Inspector Morse) tijdens een van de afleveringen van My life in verse op de BBC.

    Ik kocht bij Athenaeum in Amsterdam de verzamelde gedichten en las het gedicht de afgelopen week met enige regelmaat, vanwege de troost, vanwege het kleine en misschien ook wel vanwege de jaloersmakende techniek.

    Die jaloezie heeft alles te maken met het feit dat ik graag een nieuwe bundel wil maken en daarbij moet kiezen tussen iets compleet nieuws (geen idee hoe) of het gebruiken van bestaand ongepubliceerd werk.

    Ben daar nog niet uit.

    Eerst maar eens het gedicht voor de Baldessari tentoonstelling schrijven.

    Hieronder mijn bewerking van het gedicht, dat ik, met alle respect voor de echte vertalers, absoluut geen vertaling zou willen of durven noemen:

    de grasmaaier

    Twee keer, sloeg de maaier af; gebukt, vond ik

    Een egel in de messen vastgedraaid,

    omgekomen. Hij had zich in het hoge gras bewogen.

     

    Eén keer, eerder had ik hem gezien, en zelfs te eten gegeven.
    Nu had ik zijn onopvallende wereld onherstelbaar

    verscheurd. Hem begraven was geen troost:

     

    De volgende ochtend stond ík op en hij niet.

    De eerste dag na de dood, een nieuwe afwezigheid

    die altijd hetzelfde blijft; we zouden voorzichtig moeten zijn

     

    Met elkaar, we zouden lief moeten zijn

    Nu we de tijd nog hebben.

     

    P.s. waar nu 'egel' staat, stond eerst 'stekelvarken'.  door een opmerkingen van een goede lezer, heb ik dat veranderd. Een egel is in het Fries een 'stikelbaarch'. Waarschijnlijk maakte ik daardoor en door mijn voorkeur voor dat mooie lange woord 'stekelvarken' die keuze.

     

    P.s.s. een andere lezer merkte op dat er wel erg veel komma's in het gedicht staan. Wellicht verwijder ik die later. In het origineel staan ze ook en ze zorgen wat mij betreft voor het hortende ritme dat overeenkomt met de haperende grasmaaier, dus ik laat ze nog even staan. 

     

     

    Bewerking van 'The Mower' van Philip Larkin. Het origineel is te lezen via deze link:  http://www.wussu.com/poems/pltm.htm.

  • Laars

    Op uitnodiging van de onvolprezen meertalige poëziewebsite Lyrikline (http://www.lyrikline.org/), waar je niet alleen internationale poëzie in vele talen kan lezen, maar ook horen, toog ik met Thomas Möhlmann, dichter en medewerker van het Nederlands Literair Productie en Vertalingenfonds (http://www.nlpvf.nl/nl/), jaren geleden naar Leipzig.

    Ik mocht daar voorlezen met de Litouwse dichter Sigitas Parulskis in een stand op de Buch Messe, op een tijd waarop de meeste bezoekers de reis naar huis of naar de plaatselijke Biergarten hadden aanvaard.

    Niettemin was het een zeer interessante kennismaking met de mensen van Lyrikline en met Parulskis. Niet zo zeer met de persoon Parulskis, want die zei niet veel en schaamde zich voor zijn gebrekkige Engels, maar wel met zijn werk dat in projectie mee te lezen viel.

    Ik vond het werk schitterend, omdat het iets hards, maar ook liefs had, in die zin dat hij niet alleen maar de wreedheid of onverschilligheid van de wereld toonde, maar ook de kleine persoonlijke verhalen die bij de voorwerpen en wezens op die wereld horen, waardoor de tragiek van hun verhalen nog harder aankwam.

    Omdat ik was uitgenodigd om een vertaling te maken van een dichter uit Oost-Europa door het inmiddels ter ziele gegane Friese kwaliteits internettijdschrift Farsk, dat nu omgedoopt is in Ensafh (http://www.ensafh.nl/), besloot ik via een Duitse en een Engelse vertaling een poging te doen om een Friese en Nederlandse bewerking van een gedicht van Parulskis te maken.

    Waarom vertel ik u dit nu allemaal? Omdat ik u de komende week ga proberen te overtuigen om over een week naar Poetry International te komen in Rotterdam, waar gedurende de hele week fantastische dichters voorlezen, waaronder Sigitas Parulskis. Het kost bovendien niet veel meer dan een treinkaartje.

    Het programma is op http://www.poetry.nl/read/2009NL/programmaoverzicht te lezen en mijn bewerking van het gedicht van Parulskis hieronder:

    Subjektieve Kroniek

    'Allemaal zijn we al gestorven'
    César Vallejo

    Gestorven is Julius, die de koeien voerde, de hoorns doorboorden
    zijn dronken lijf, het vee heeft een hekel aan mensen die het hok uit kunnen
    gestorven is Daktariûnus, die men ook wel kleine wolk noemde,
    elke keer als hij de oven aanstak kwam hij er zwart geblakerd weer uit
    gestorven is Vytautas Norkûnas, die alleen woonde en zowel in de winter
    als in de zomer dezelfde laarzen droeg
    gestorven is ook de lamme Liudvikas Trumpa, om als jongeman
    niet in dienst te hoeven, ramde hij een spijker door zijn eigen voet
    gestorven is Valerka, die op zijn moter de dood invloog, de sporen
    van zijn voeten zijn nog op de telefoonmast na te lezen
    gestorven is mijn neefje Vidas, die van vissen hield, toen hij begraven
    en de aardappelen gepoot werden, zwommen twee zwanen het meer over
    gestorven is Valdas, de gewichtheffer, die graag meereisde met vrachttreinen
    hij werd fijngeknepen tussen diezelfde wielen
    gestorven is de zoon van mijn vried, dood, een doodgeborene
    gestorven is de zoon van god, ook dood voordat hij geboren werd
    gestorven is iedereen die ik niet kende, die ik niet heb begroet
    van wie ik nooit iets heb geweten
    gestorven de huizen en tempels, zaden en vruchten
    gestorven de boeken en het bidden, gestorven het medelijden
    ook het zelfmedelijden, alles dood
    gestorven alles – alles van waarde
    gestorven alles – niets is van belang

    Sigitas
     
    Land: Litouwen
    Taal: Litouws
    Geboortejaar: 1965

    Sigitas Parulskis is dichter, proza-, hoorspel- en toneelschrijver, vertaler, essayist en criticus. In zijn dichtwerk, waarbij hij meestal de vrije versvorm hanteert, komen vaak beelden uit zijn kindertijd op het platteland voor, waarbij hij het ‘heilige’ ontmythologiseert en het ‘lagere’ poëtiseert. De ervaringen die hij opdeed als parachutist voor het Sovjetleger gebruikte hij als uitgangspunt voor zijn beste roman Trys sekund?s dangaus (Drie hemelseconden). Parulskis is tegenwoordig verbonden aan de Universiteit van Vilnius als docent Creatief Schrijven.

    Poëzievoordracht:di 16 juni, 21:30 u – kleine zaal

  • Een vale man van middelbare leeftijd met een voorliefde voor wodka, eenzaamheid en stilte, werkt op een containerschip en is op weg naar huis. Dat huis staat in Patagonië en het staat met nog wat houten huizen in een besneeuwde bergachtige wereld, met als belangrijkste onderdeel een houtzagerij. In het dorpje woont zijn moeder die dementerend weg ligt te kwijnen onder dikke lagen dekens, af en toe soep verorberend, en zijn achterlijke dochter die hij waarschijnlijk nooit heeft ontmoet. 

    De man komt, zegt bijna niets, eet wat, drinkt te veel, wordt half bevroren op een buitenplee gevonden, geeft zijn dochter wat geld en is vertrokken.

    Die dochter blijft in het laatste shot achter met een gigantische sleutelhanger, bestaande uit het woord 'Liverpool'.

    Dat is nog lang niet de hele film 'Liverpool' van Lisandro Alonso die in een filmpje op Youtube zegt dat hij niet geïnteresseerd is in verhalen (als ik het goed begrijp, want het staat er in het Spaans 'No me interesa contar historias').

    Hieronder een trailer van de film, die deze week in het Filmmuseum draait. Verwacht niet naar een film te kijken, maar naar een reeks van zo'n tien droevige schilderijen:

    Loop onderweg naar het filmmuseum even langs de kiosk om de Trouw te kopen, waarin Menno Wigman zegt zo nu en dan 's nachts langs het huis van een criticus te fietsen, waarbij hij die criticus 'nog nooit ziek van ontregeling een dichtbundel van zich af heeft zien werpen'. Zou het Victor Schiferli of Rob Schouten zijn? Wie van beiden leeft op de begane grond en heeft altijd zijn gordijnen open? Wat drinkt hij bij het niet 'ziek van ontregeling' wegwerpen van de brave bundeltjes? God mag het weten!

    Vergist u niet, Wigman heeft een goed stuk geschreven over gevaarlijke poëzie en met name gepleit voor de krachtige horrorgedichten van de Duitser Gottfried Benn (in een schitterende vertaling van Wigman zelf), van wie ik nu toch echt eens een boek ga kopen:

    Kleine aster

    Een verzopen bierbezorger werd op de tafel gehesen
    Iemand had hem een donkerlichtlila aster
    tussen de tanden geklemd.
    Toen ik vanuit de borstkas
    onder de huid
    met een lang mes
    tong en gehemelte uitsneed,
    moet ik haar aangestoten hebben, want ze gleed
    in de aangrenzende hersenen.
    Ik bedde haar in zijn borstholte
    tussen de houtwol
    toen hij werd dichtgeregen.
    Drink je dronken in je vaas!
    Rust zacht,
    kleine aster!

    Ik zelf houd me vrij ongevaarlijk bezig met de beslissing of ik een grote of een kleine tas mee ga nemen naar de jaarlijkse ledenvergadering van de VvL en de Lira. Een grote om nog wat exemplaren van Angel uit te delen, die nog in tig dozen in de gang en op Sas haar kamer staat, of een kleine, om niet te veel mee te hoeven slepen.

    Life is a bitch and then you die ;o)

  • Strandschep

    Vanochtend heb ik met gebruik van enkele passages uit de triomftoespraak van Geert Wilders onderstaand gedicht geschreven voor het radioprogramma Dit is de dag:

    een dagje strand

     

    het was vast een korte nacht voor de buren van geert wilders

    je zou er bijna undercover naast proberen te wonen

     

    alleen al om te zien of de andere buren

    hem feliciteren of negeren

     

    en of dat nu echt madlener was

    die in de zwaar bewaakte slaapkamer

    de gordijnen dicht deed

     

    om daarna lieve woordjes in de rode oortjes

    van geertje ik-schuif-bij-geen-enkel-praatprogramma-aan

    wilders te fluisteren

     

    het was vast een korte natte en geweldige nacht

     

    dat is goed nieuws voor nederland

    goed nieuws voor de mensen die het niet cadeau krijgen

    gewone nederlanders die hard moeten werken

     

    hun kinderen zullen opgroeien in een roze nederlands nederland

     

     

    In de eennalaatste versie volgden nog deze regels:

     

    en goede handel drijven in kleurrijke hoofddoekjes en boerka’s

     

    vannacht was het d-day voor onze pvv-ers

    die vandaag met bier schepjes emmers

    en een dik duits woordenboek

    zullen arriveren op het strand

    klaar om te strijden

     

    en haring te eten

     

    dus stroopt de mouwen op vrienden

    de turbo gaat er op

    de beuk gaat er nu pas echt in

     

    voor de mensen die het niet cadeau krijgen

    gewone nederlanders die hard moeten werken

     

    voor een roze nederlands nederland

     

    Dat Duitse woordenboek vond ik echter een beetje flauw en de laatste herhalingen net iets te veel.

     

    Voor wie het hele gedicht van Wilders zelf wil lezen: http://www.pvv.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=2028&Itemid=1

     

  • Het is natuurlijk niet één van de beste openingszinnen als je voor moet lezen op een begrafenis:

    'Ik ben de laatste tijd niet erg goed in het onthouden van namen en toen ik het bericht binnenkreeg dat Philip overleden was, hoopte ik maar dat het niet de Philip was van Marjan, die twee lieve mensen die ons zo ontzettend hartelijk hebben ontvangen tijdens het kunstweekend een paar weken geleden.'

    Ik had tijdens de zeer persoonlijke kerkdienst op die zinnen zitten kauwen en me afgevraagd of ik ze zou gebruiken of niet. Misschien was het beter om helemaal niets te zeggen, zeker na een aantal ontroerende bijdragen van een vriend, de kompanjon, de zoon en dochter en de vrouw van Philip.

    Ik deed het toch en vertelde daarnaast ook nog dat het gedicht dat ik voorlas oorspronkelijk geschreven was voor een Eenzame Uitvaart en dat ik blij was dat er bij deze uitvaart de kerk zo vol zat.

    Al mijn woorden, behalve de voordracht van het gedicht, vielen naar mijn gevoel een beetje in het water, maar dat kon ook niet anders naar de oprechte woorden van mensen die Philip echt hadden gekend, terwijl ik hem maar twee dagen had meegemaakt.

    Misschien maak ik me ook wel gewoon te druk, al voelt het nog steeds alsof het iets te veel een optreden was en iets te weinig een eerbetoon.

    De volgende keer schrijf ik een nieuw gedicht en laat ik de introductie weg.  

     

    P.s. toen ik een bijpassend plaatje zocht, vond ik een foto van een beeldje dat wat relativering bood. Peinzen is prima, maar dan wel met een lach:

    Peinzend

  • Baldpalm 

    Dit is het prachtige uitzicht uit één van de nepramen die de kunstenaar John Baldessari (http://www.baldessari.org/)heeft laten plaatsen in het museum Haus Lange in Krefeld (Duitsland).

    Het museum is oorspronkelijk ontworpen als huis voor de familie Lange door Mies van der Rohe (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Mies_Van_der_Rohe) die erg van grote ramen hield.

    Baldessari reageerde op het ontwerp van Van der Rohe door de ramen aan de buitenkant af te laten plakken met doeken, waarop de muurstructuur was gekopiëerd.

    Baldhaus 

    Dit is de achterkant van het museum. Als je binnen bent, kijk je door de nepramen naar het strand en de zee met daarop surfers. 

    Buiten zijn de doeken door het weer al wat aangetast, waardoor de medewerkers maatregelen hebben moeten nemen (met het nietpistool):

    Baldnietje 

    Erik Lindner (http://www.eriklindner.nl/) en ik gaan op uitnodiging van de Wintertuin op deze vervreemdende ruimte reageren, wat we eerder hebben gedaan bij een voorstelling van Margritte in Rotterdam. En grappig genoeg, blijkt Baldessari ook weer te hebben gereageerd op Margritte, o.a. met de volgende twee kunstmeubels die in het museum te vinden zijn tegen de enige witte wand die daar overgelaten is (de rest is behangen met de muurdoeken).

    Baldneus 

    De Neusvaas

    Baldoor 

    De oorbank.

    Over een week moet het gedicht af zijn en over drie weken lezen Erik Lindner en ik onze gedichten voor in het museum.

    Meer over het museum en de tentoonstelling: http://www.kunstmuseenkrefeld.de/

    Het gedicht dat ik als 'ingreep' schreef bij de tentoonstelling in Rotterdam:

    Margritte

    de dag dat ik het jaar 2003 vergat

    ik neem een hap uit de rug van een van de hengsten

    die de brandende stal uit kwamen rennen

    ik neem een hap van de paradijsvogel

    en haal de brandende sleutel uit zijn darmen

    ik buig me over een bord met soep

    en blaas zacht over de lepel met heet water

    alsof het een vriend is

    een man in een te kleine boot

    ver van de kust

    de ober komt en vraagt of alles naar wens is

    hoe het met de vriend gaat

    en vertrekt

    ik blijf met mijn vriend en de soep achter en zie

    hoe jij aan de andere kant van het raam

    naar de brandende sleutel zoekt

    wij vatten de missie

    van het postmodernisme

    wij lezen dezelfde teksten

    vuur is niet het ergste dat ons kan overkomen

  • Schoolbankje

    Onze vrienden raken zwanger, soms voor de eerste keer en vaak voor de tweede keer. Als ze langskomen nemen ze natuurlijk die kinderen of dikke buik mee en dat is vaak erg gezellig, maar het is vooral ook interessant om ze in de hoedanigheid van ouder of aankomende ouder te zien.

    Wat mij daarbij opvalt, is hoe jong ze er blijven uitzien. Ik bedoel daarmee, dat ze er niet veel ouder uitzien dan toen ik ze net leerde kennen, behalve dan dat er bij de vrouwen misschien enige lichamelijke veranderingen optreden (vinden ze vast niet leuk om te horen), die overigens vaak ook weer niet erg radicaal zijn.

    Het gekke is, dat ik mijn eigen ouders alleen maar kan voorstellen als volwassen mensen. Ik kende hen niet als kind of als puber, heb niet met hen gestudeerd. De grootste verandering was waarschijnlijk dat ze hooguit wat grijzer en dikker werden en in het geval van mijn moeder dat ze overleed, maar ik zag nooit de jonge versie van hen terug in de volwassen versie, ook niet na het bekijken van jeugdfoto's.

    Bij vrienden met kinderen, van wie ik de meesten niet veel langer ken dan een jaar of vijf, zie ik daarentegen nog steeds die jeugdigde gezichten van vijf jaar of langer geleden, terwijl hun eigen kinderen waarschijnlijk daarin binnenkort vooral de volwassen ouder zien.

    Het moet net zoiets zijn als teruggaan naar je geboortedorp en je oude school binnenlopen, om je daar te verbazen over hoe klein het gebouw en de stoelen zijn, waarom ik mijn eigen ouders als 'oud' en volwassen herinner en mijn vrienden met kinderen zo lang 'jong' eruit blijven zien.

  • Spreekstoel 

    Bij het Letterkundig museum zijn ze nog met de verbouwing bezig. Hopelijk verrichten de bouwvakkers beter werk dan de wat klungelige manier waarop men afgelopen donderdag de reclameborden op het spreekgestoelte had geplakt waarachter P.C. Hooft laureaat Hans Verhagen het woord zou voeren.

  • Pluis 

    Gisteren gingen we wandelen door het Rembrandtpark en het Vondelpark. Even leek het of we ons in hartje winter bevonden.