• Hoteldeur 

    Vanochtend keek ik voor het laatst naar bovenstaande balkondeuren in het hotel van Walsum in Rotterdam.

    Het zit erop en we zijn weer thuis, waar ik straks ga voorlezen met Joris van Casteren, Henk van der Waal en Peter van Lier, drie dichters die net als ik in de Amsterdamse wijk de Baarsjes wonen.

    De voordracht vindt plaats in de Jeruzalemkerk die zich op 1 minuut lopen van mijn huis bevindt, wat een welkome afwisseling is na de nachtelijke wandelingen die ik de hele week maakte van de sigarenbar Tin Tin naast de Rotterdamse Schouwburg naar de Mathenesserlaan, waar nogal wat ongure types rondliepen.

    Jeruzalemkerk

    P.s. wie de volgende grap http://www.huubmous.nl/2009/06/20/tsead-bruinja-wint-gysbert-japicxprijs/ heeft gelezen, kan ik melden dat er niks van waar is, maar we blijven hopen!

    Betrouwbaarder informatie over de prijs vind je op:

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Gysbert_Japicxpriis (Nederlands)

    http://fy.wikipedia.org/wiki/Gysbert_Japicxpriis (Fries)

    Op het online tijdschrift Ensafh kun je in het Fries iets lezen over de mogelijke kanshebbers op deze mooie prijs: http://www.ensafh.nl/?p=2434

  •  Maghiel_bei_yang 

    Deze week keek ik soms wat onwennig toe bij de publieke gesprekken met de dichters, maar het interview van Maghiel van Crevel met de Chinese dichters Bei Dao en Yang Lian over ballingschap en de gebeurtenissen in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede, was fantastisch. Van Crevel was scherp en legde de verbannen dichters op vriendelijke wijze en in goed Engels het vuur aan de schenen, waarbij de dichters ook scherpe antwoorden gaven.

    Toen ze beweerden dat ze teleurgesteld waren in de huidige Chinese poëzie, reageerde de Poolse dichter Piotr Sommer met het verhaal van de uit ballingschap teruggekeerde Poolse grote schrijvers (zoals Milosz) die weliswaar werk maakten dat erg geschikt was om te vertalen en dat groot succes had geoogst in het buitenland, maar dat door de jongere generaties Poolse dichters voornamelijk als saai werd ervaren, onder andere omdat de taal van de bannelingen zo weinig in contact leek te staan met de ontwikkeling van de taal in het land waar ze zo lang niet meer welkom waren geweest.

    Zowel Bei Dao als Yang Lian herkenden zich niet in het beeld en zeiden dat er in het Chinees, wellicht omdat het om een totaal ander schrift gaat, slang en straattaal geen plaats of invloed hebben in de literaire taal.

    Helaas kon ik niet beoordelen of ze daar gelijk in hadden.

    Tijdens het hele festival worden traditioneelgewijs foto's gemaakt door Pieter Vandermeer en Tineke de Lange die op de hoge ramen van de Schouwburg worden geplakt. Je krijgt door de week heen daardoor een prachtige herinnering en blik op het festival. De fotograaf zelf blijft dan vaak uit beeld. Daarom hieronder een foto van Pieter:

    Muur4 

    Hieronder een voorbeeld van de muur met daarvoor Piotr Sommer en ondergetekende:

    Muur2 

    Straks presenteer ik de uitkomst van de vertaalworkshops rondom het werk van L.F. Rosen en Sigitas Parulskis, waarbij vertalingen worden voorgelezen in het Duits, Engels, Fries, Gronings, Herbreeuws, Litouws en Wit-Russisch (16.00 uur tuin Cafe Floor) en vanvond presenteer ik een internationaal programma met dichters uit Ierland, Rusland en Engeland, namelijk Matthew Sweeney, Vera Pavlova en George Szirtes. Ze lezen gedichten voor die soms behoorlijk naargeestig kunnen zijn, gedichten die bovendien niet zelden over de dood gaan, waarbij we zo nu en dan op het kerkhof gaan kijken waar ‘tongen geplant staan als weelderige struiken van stilte’ om met de woorden van George Szirtes te spreken.

    Het is tot nu toe een mooi festival geweest, waarbij door de grotere publiciteit er meer drukte is en ook meer sfeer. Het vuur was misschien niet helemaal weg, maar het is nu weer helemaal terug.

    Maanden geleden vond de dichter F. Starik het nodig om tegen directeur Bas Kwakman, die toen net de verkiezing van de Dichter des Vaderlands mede had georganiseerd, te zeggen: 'Dus jij bent de klootzak die dit op zijn geweten heeft.'

    Ik was op dat moment natuurlijk ook niet helemaal tevreden met de gang van zaken rondom die verkiezing (logisch als je verliest, zullen jullie zeggen), maar schrok toen van die woorden.

    Gelukkig gaan ze nu op voor de organisator van een succesvol, spannend en goed bezocht Poetry International.

    Ik zal het vanavond eens tegen hem zeggen!

  • Vertaal

    Gisteravond voerde ik met Karol Lesman, vertaler van het Pools naar het Nederlands, een toneelstukje op voor het publiek in de kleine zaal tijdens een programma over vertalen.

    We hadden al onze mails verzameld en Liesbeth Huijer van Poetry had die omgezet in een strakke powerpointpresentatie.

    Ik wilde de vragen en antwoorden die we elkaar hadden gesteld en gegeven, tijdens het vertalen van het werk van de Poolse dichter Piotr Sommer, voor het publiek opnieuw opvoeren en hen daarmee meenemen in het wordingsproces van de tekst.

    's Middags tijdens het oefenen en soundchecken leek mijn idee gedoemd te mislukken. We lazen de tekst te snel voor en de verwijzigingen naar verbeteringen en alternatieven waren onduidelijk, waardoor het publiek er niets van zou kunnen volgen.

    Die mislukking konden we gelukkig snel omzetten in een zeer informatief toneelstukje, onder andere door meer rust te nemen en steeds de delen van de vertalingen waar het om ging en de wijzigingen daarin ook voor te lezen.

    Ik plakte er nog even een introductie voor, waarin ik uitlegde hoe we te werk waren gegaan en aan het einde van het programma, toen alles goed was gegaan, kon ik een zucht van verlichting slaken (ik wilde schrijven 'zicht van verluchting' – nog niet helemaal wakker blijkbaar).

    Woensdag is geloof ik traditioneel een beetje een dipjesdag voor medewerkers en dichters op Poetry. Dagen werken, drinken, werken en weinig slapen heffen dan hun tol en iedereen heeft wat minder energie.

    Ik stond nog wat te tollen van de blijdschap dat onze lezing toch gelukt was, maar moest meteen door naar de foyer omdat Jan-Willem van Poetry en ik daar plaatjes zouden gaan draaien. Hij had mij dat net gevraagd en ik had stoer mijn laptop (die net wat te traag was) en mijn Ipod meegesleurd.

    Op deze dipjesdag kregen we de voetjes echter niet van de vloer (of de hoefjes in de lucht, zoals Peter van Lier zou zeggen), maar genoten we wel van fijne muziek. En nee, ik heb bijna geen Marillion gedraaid ;o).

    Vandaag hoef ik me alleen maar voor te bereiden op de presentatie van twee programma's die morgen plaatsvinden. Ik las net de vertalingen van Rob Schouten van het werk van de Hongaars/Britse dichter en beeldend kunstenaar George Szirtes.

    Szirtes schrijft prachtige naargeestige gedichten, waaronder het onderstaande gedicht, waarmee ik jullie wederom schaamteloos probeer over te halen om morgen te komen luisteren naar deze dichter en zijn collega's.

    Wellicht draait er daarna een veel betere DJ ;o)

    Gekkenhuis

     

    Het punt met het gekkenhuis is dat het mannelijk is.

    Het punt met het gekkenhuis is dat het vasthoudt aan z’n geloof.

    Het punt met het gekkenhuis is dat gezondheid bourgeois is.

    Het punt met het gekkenhuis is dat niemand acteert.

    Het punt met het gekkenhuis is dat niemand binnenkomt door gewoon aardig te zijn.

    Het punt met het gekkenhuis is dat het de geest bevrijdt.

    Het punt met het gekkenhuis is dat je er gewoon mag denken wat je wilt.

    Het punt met het gekkenhuis is dat iedereen er binnen kan.

    Er is niks bijzonders aan het gekkenhuis, mensen komen en gaan er voortdurend.

    Er is niks bijzonders aan het gekkenhuis, we gaan allemaal dood.

    Er is niets terminaals aan het gekkenhuis, je gaat mee met het tochtje.

    Er is niks droevigs aan het gekkenhuis, geween en tandengekners, dat is niks.

    Er is niets gek aan het gekkenhuis, het is standaard gezond.

    Wij zijn standaard gezond, gek door ontwerp, maar de gekken zijn   

        bewonderenswaardiger.

    Bewonderenswaardig is de mensaap, de bard, de mitochondria, de opgezwollen larynx,

    Bewonderenswaardig de orchidee, de knoflook, het vuur in het gesloten boek,

    Bewonderenswaardig het geschreeuw der gekwelden, de verloren stem van de   

       nachtegaal, het gelach

    in ogenschijnlijk alles wat gezond is maar naar gekte neigt

    zoals zonlicht, trage regen, elke hangende druppel, de brede weg,

    het vollopende oog, schaduwen, picnics, publieke vervoersmiddelen, donder.

    Natuur is gekte met methode en daarom des te gekker.

    Cultuur is gekte die iedereen erft.

    Wetenschap is gekte die verliefd is op getallen, de ware amour fou.

    Gezondheid is gekte die van minuut tot minuut verschuift, gesundheit!

    Geld is gekte die je zakken vult en een zilver slakkenspoor in de tuin achterlaat.

    Het punt met het gekkenhuis is beschrijf het niet.

    Het punt met het gekkenhuis is verander het niet.

    Het punt met het gekkenhuis is leef er

    om jezelf te gewennen aan z’n smetteloze manieren

    om voor altijd in het huis des Heren te verblijven

    met de profeet, de dichter, de dwerg, de geleerde, het vuur.

     

     

    Szirtes 


    Land: Hongarije
    Taal: Hongaars
    Geboortejaar: 1948

    George Szirtes kwam in 1956, na de Hongaarse opstand, als vluchteling naar Groot-Brittannië. Hij schrijft zijn eigen gedichten in het Engels, maar is ook een bekend vertaler van Hongaarse poëzie. Szirtes gebruikt in zijn eigen poëzie vaak vaste vormen zoals het sonnet of de sestina en beschreef zijn gedichten eens als gebouwen. Zijn laatste bundel The Burning of the Books and Other Poems verscheen in 2009.

    Poëzievoordracht: vr 19 juni, 20:00 u – kleine zaal

  • Muzikant2 

    Gisteravond kondigde Erik Menkveld met genoegen de muzikant Pierre Bastien (Bastien had ooit met Robert Wyatt gewerkt, een door Menkveld bewonderde muzikant) aan, die met allerlei vreemde materialen muziek maakte. Zo spande hij bijvoorbeeld steeds meer elastiekjes in een soort rekje waarna een ronddraaiende kromme spijker die elastiekjes aansloeg. Ondertussen hoorde je het geluid van een naald op een singletje en het geflap van een stukje papier.

    Tijden het programma in de kleine zaal, dat ik presenteerde, viel me op hoe groot te verschillen waren tussen de geprojecteerde vertalingen van het werk van de Poolse dichter Piotr Sommer van wie ik samen met Karol Lesman de Nederlandse vertaling had verzorgd. Het leek erop dat de Engelse vertalers de tekst veel vlotter hadden gemaakt dan die wezenlijk was. Het hortende dat in het origineel leek te zitten, bleek bijna compleet verdwenen.

    Vandaag schoof ik aan bij de vertaalworkshops rondom het werk van de Nederlandse dichter L.F. Rosen en de Litouwer Sigitas Parulskis om voor de presentatie op vrijdag ook een Friese vertaling te maken.

    De vertaling van de Nederlandse gedichten vormde niet echt een probleem, behalve dan dat er wat lange woorden in stonden die letterlijk vertaald wat onnatuurlijk overkwamen.

    Bij de Litouwse gedichten bleven we bij elke regel steken, mede omdat de Engelse werkvertaling vrij beroerd was. De Ierse dichter Matthew Sweeny ontplofte daarom herhaaldelijk op zeer vermakelijke wijze en begon de Amerikaanse vertaalster (gelukkig niet aanwezig) voor rotte vis uit te maken.

    Vanavond houd ik met Karol Lesman een lezing over het vertalen/redigeren van het werk van Piotr Sommer. Op het laatste moment kwamen we er daarbij achter dat we een accentstreepje op een  'z' over het hoofd hadden gezien, wat het verschil betekende tussen een plaatsnaam of het woord 'klokken'.

    Gelukkig kon Sommer er tijdens een biertje om lachen.

  • Kindofquestion

    De avond over digitale poëzie van gisteren verliep erg rommelig, maar tussen alle technische problemen door waren er pareltjes te zien, waaronder de reactie van een Amerikaans/Koreaans stel op de interview vragen die het festival hen had toegezonden.
    Op de foto's zie je daar fragmenten van.
    Ik kan de link naar hun werk zo snel niet vinden. Hoop die morgen te plaatsen, want ze maken interessante digital poetry.
    Helaas moet ik het kort houden, want ik moet zo naar de Schouwburg voor een scholierenprogramma met de Palestijnse dichter Mourid Barghouti, die gisteravond tijdens het internationale programma een indrukwekkende voordracht hield, o.a. over hoe zijn grootvader toe had moeten zien bij de sloop van zijn huis door Israëlische bulldozers.
    Stel je voor dat je dorp opeens een andere naam krijgt, dat het huis dat je ouders hebben gekocht wordt afgepakt en dat je niet meer je eigen huis of dorp in mag en uiteindelijk verbannen wordt uit je eigen land en dorp simpelweg omdat je zegt dat je het er niet mee eens bent. Dat je moet toekijken hoe je vader, ooms en opa’s, moeder, tantes en oma’s vernederd worden, opeens niet meer volwaardige burgers zijn. Als je je dat voorstelt en dan beseft dat je met al die ellende ook iets positiefs kunt doen, namelijk een gedicht schrijven als een daad van verzet, dan voel je een klein, heel klein beetje waar Mourid Barghouti doorheen gegaan is.
     
    Stel je daarna voor hoe je ook uit de landen waar je als banneling geleefd hebt, wordt verbannen en hoe je werkeloos moet toekijken hoe verdeeld je volk is geraakt en hoe corrupt je regering geworden is.
    Als je dan naast al je politieke gedichten, ook nog schitterend over bomen kunt schrijven, niet bitter bent geworden en kunt relativeren, ben je een held.

    Dangerous

    Dacht het wel!

  • Leiden01


    Vijfendertig keer mocht ik gisteren mijn handtekening zetten op het bovenstaande blad, dat deel uitmaakte van een bibliofiele uitgave met gedichten van Han Ruijgrok, Frans Terken, Edith de Gilde en mij, plus enkele etsen van Rien van der Nat.


    Organisator Ruijgrok maakte zich om twee uur nog wat zorgen om de opkomst, maar die zorgen bleken ongegrond, want rond kwart over twee stonden er meer dan honderd mensen op het Pieterskerkhof in Leiden.


    Rein_van_der_nat_leiden


    Meteen na het programma ben ik weer op de trein gesprongen naar Rotterdam, alwaar gisteravond de bloemlezing Zij kwamen om een dichter te zien werd gepresenteerd, een boek + cd met een selectie van opnames en gedichten van veertig jaar Poetry International.


    Kees ’t Hart presenteerde op zijn eigen olijke en recalcitrante manier het programma en ging o.a. in gesprek met Erik Menkveld en Ramsey Nasr (met wie ik werkelijk waar een genoeglijk kopje thee heb gedronken), die een aantal van de vertalingen hadden ingesproken.


    Zowel Menkveld en Nasr hadden er bewust voor gekozen om de toon van de originele voordracht, bijvoorbeeld de zangerige manier van voorlezen van Brodsky, niet over te nemen, omdat dat potsierlijk zou worden. 


    ’t Hart vond dat eigenlijk wel een beetje jammer, maar je vroeg je af of hij dat zei omdat hij werkelijk nieuwsgierig was of eigenlijk gewoon zin had om een potje te sarren (waar overigens niks mis mee is als je vooral diplomatieke antwoorden krijgt op je vragen). 


    Poetry_zondag 


    De hoogtepunten van de avond vormden voor mij de bijdragen uit Zuid-Afrika van Charl-Pierre Naudé en Gert Vlok Nel, die een schitterend lied over Timotei shampoo zong.


    Engelse vertalingen van Naudé zijn te lezen op Poetry International Web (http://southafrica.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=5373) en enkele Nederlandse vertalingen en artikelen van de hand van Robert Dorsman kun je vinden op DBNL (http://www.dbnl.nl/auteurs/auteur.php?id=naud002). Hieronder een voorproefje:



    Inisiasie

     

    Dit was op een van daardie dae wanneer,


    so meen sommige mense, niks gebeur nie.


    Niks het op die hoewe beweeg nie


    behalwe onbespeurbaar, die aarde.


    In die verte was die smeulende geweerlope


    van ’n steengroef se gruishope.


    Ek onthou hoe helder die venster


    se skaduwee op die vloer lê;


    die beklemmende slaap daarna:


    realiteit en droom is twee emmers


    van dieselfde waterdraer.


    In die middag en my droom se gedeelde halflig


    moes ek heidense maskers aanpas,


    oorspronklikes van my eie vervalste gesig.


    Die kussing se rooster was in my gesig afgedruk soos vlerke,


    toe ek wakker skrik en vaskyk teen my muurplakkaat


    van ’n Afrika-gesig met diep inisiasiemerke.


    Initiatie





     


    Het gebeurde op zo’n dag wanneer er,


    althans volgens sommigen, niets gebeurt.


    Niets bewoog op het erf,


    behalve, onwaarneembaar, de aarde.


    Ginds kwam rook uit de hopen gruis –


    de smeulende geweerlopen van een steengroeve.


    Ik herinner me hoe helder het raam


    zijn schaduw wierp op de grond;


    de beklemmende slaap daarna:


    droom en werkelijkheid als twee emmers


    van dezelfde waterdrager.


    ’s Middags laat moest ik in het gedeelde halflicht


    van mijn droom heidense maskers passen,


    exemplaren van mijn eigen vervalste gezicht.


    De vouwen in het kussen stonden als vleugelpatroon afgedrukt op


    mijn gezicht


    toen ik wakkerschrok en recht in de poster aan de muur keek


    met het Afrikaanse masker met de diepe merktekenen van initiatie.


     

    Vertaling: Robert Dorsman

    Ik ontmoette Naudé voor het eerst toen ik jaren geleden als broekje kwam kijken bij het festival en ik met hem en een Taiwanese dichteres naar een kroeg ging, waar een Israëlische man mijn hand las en, terwijl ik hoopte niet bijgelovig te zijn, het toch verbazingwekkend bij het rechte eind had.


    Vandaag schrijf ik introducties bij de voordrachten van Arjen Duinker, Sigitas Parulskis (Litouwen) en Piotr Sommer (Polen), bereid ik me voor op het scholierenproject van morgenmiddag rondom de Palestijnse kwestie en de dichter Mourid Barghouti en hoop ik nog een fikse wandeling te maken richting de Erasmusbrug, een dagelijks rondje dat ik vorig jaar ook elke dag maakte, bij de afwezigheid van mijn vertrouwde zwembad.


    Wellicht tot vanmiddag of vanavond in de Rotterdamse Schouwburg, waar er ondere gepraat zal worden over digitale poëzie door Yra van Dijk en Jan Baeke en er voorgedragen wordt door Yang Lian (China), Mourid Barghouti (Palestina) en Nachoem M. Wijnberg.


    Fijne dag!

  • IMG_0328 

    Het openingsprogramma in de Rotterdamse schouwburg was een groot succes. De zaal zat, door wat aanpassingen aan de tribune, lekker vol en de show was strak geregisseerd.

    Een groot deel van de dichters trad op, steeds in groepjes van twee of drie, met daar tussenin een act van de Kift of een Kunstenaarscollectief (zie bovenstaande foto).

    De Koningin die ook te gast was, genoot bovendien zichtbaar van de knappe jonge balletdanser die een solo uitvoerde op de muziek van Johnny Cash.

    Er waren geen suzuki's, wel geweldige dichters en een verdwaalde geest die pamfletten rondstrooide en die later werd verwijderd.

    IMG_0329 

    En nu moet ik snel naar een optreden in Leiden, want ik heb me een beetje verslapen na een avondje goed drinken bij de Sigarenbar Tin Tin.

    Kom vanavond vooral kijken, drinken en luisteren (en neem je mooiste strooibiljet mee)!

  • IMG_0321 

    Muzikant en goede vriend Jaap van Keulen was vergeten te vertellen dat we op een personeelsfeest moesten optreden gisteren in Enschede.

    Op zich was het best een aardig idee van de organisatie Media-Lab, die kunst wil op onverwachte plekken, maar het personeel van het Waterschap Regge en Dinkel zat toch meer te wachten op het volgende biertje en het dienblad met bitterballen, dan op de verfijnde kunsten van Bart FM Droog en mij.

    We sloegen ons er waardig doorheen en zo nu en dan kregen we het publiek mee. 

    Toen we besloten hadden de kletsende werknemers van het waterschap niet meer te plezieren en iets meer te gaan jammen, werd het optreden zelfs nog erg goed.

    Weer wat geleerd.

    IMG_0312

  • Gevaarlijk 

    Geen gevaarlijke poëzie op Poetry International (http://www.ad.nl/cultuur/3282705/Rauw_schurend_ongezellig.html)? Lijkt me wel! Hoewel het etiket 'gevaarlijk' verschrikkelijk plat is. Alle gevaarlijke Nederlandse dichters raad ik aan bovenstaande kleuter-Jackass stunt uit te voeren, met de mond open.

    Luister daarna naar dit ongevaarlijk ontroerende lied van Craig Armstrong en Paul Buchanan:

    Vanavond treed ik met Bart FM Droog en Jaap van Keulen op in Enschede en verder bereid ik me voor op het presenteren bij Poetry.

    Dinsdagmiddag is mijn eerste klus het leiden van een scholierenprogramma met de Palestijnse dichter Mourid Barghouti, waardoor ik me nu aan het verdiepen ben in het conflict tussen de Joden en de Palestijnen.

    Het voelt vreemd om aan dit programma deel te nemen, omdat het conflict zo gecompliceerd is en van 'hen'. Elke bemoeienis van mij of pogingen iets aan de scholieren te verduidelijken voelt nu al onecht, met name doordat ik er zo weinig van weet en wat ik ervan weet, waarschijnlijk sterk gekleurd is.

    Maar er wordt druk geprint en gegoogled.

    Daarnaast houd ik mijn oren en hart dinsdag open. Benieuwd naar wat Barghouti voor kleur zal toevoegen en wat voor gedichten de scholieren hebben geschreven.

    Hieronder een kort gedicht en de bio van Barghouti:

    Interpretaties

      

    Een dichter schrijft in een café

    een oude vrouw denkt dat hij een brief schrijft aan zijn moeder

    het jonge meisje denkt dat hij zijn liefje schrijft

    de kleuter denkt dat hij tekent

    de koopman denkt dat hij met handel bezig is

    de reiziger denkt dat hij een kaart schrijft

    de ambtenaar denkt dat hij zijn schulden telt

    de geheime agent

    loopt langzaam op hem af

     

     

    Mourid Bargouti

    Vertaling: Kees Nijland en Asad Jaber

     

    Barghouti 

    Land: Palestina
    Taal: Arabisch
    Geboortejaar: 1944

    Mourid Barghouti leefde dertig jaar in ballingschap in Egypte, Libanon, Jordanië, Koeweit en Hongarije. De jaren van ballingschap drukten een stempel op zijn poëzie: Barghouti heeft een afkeer van retoriek en mooie woorden. Naar eigen zeggen schreef hij zijn bundel Trottoirgedichten uit 1980 met een camera, visueel, concreet zonder abstracte woorden. Zijn weerzin tegen retoriek is ook zichtbaar in de bundel Middernacht uit 2005. De bundel bevat aangrijpende treurdichten, bijtende ironie en galgenhumor. 

    Poëzievoordracht: ma 15 juni, 21:30 u – kleine zaal, Schouwburg, Rotterdam

    Meer gedichten in een Engelse vertaling, vind je op: http://palestine.poetryinternational.org.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=14328 (lees voor 'I have no problem')

  • Normaalgesproken houd ik tijdens het baantjeszwemmen mijn ogen onderwater open, en kijk ik vrolijk in het rond, maar vanochtend zwom ik half slapend door het chloor. Misschien kwam dat door een droom die ik vanochtend had. Ik stond op het punt om samen met Sas mijn geboortehuis te kopen, dat overigens daadwerkelijk te koop staat (http://www.huizenzoeker.nl/koop/friesland/rinsumageest/heechfinne-4/foto.html).

    Heechfinne  

    In m'n droom bleek het huis zodanig in prijs gedaald, van vier naar drie ton, dat we het bijna konden betalen. De zon scheen en verscheidene mensen die ik tijdens mijn jeugd had gekend, kwamen een praatje maken en verzekerden me dat het een goede keuze was.

    Waarom ik uitgerekend vanochtend daarover moest dromen, begreep ik niet helemaal, maar wellicht had het iets te maken met het interview in Groningen twee dagen geleden. Anneke Claus, Elmar Kuiper en ik lazen daar voor en stelden elkaar vragen over het schrijven en op een gegeven moment kruisden Kuiper en ik vriendelijk de degens over hoe we in ons werk omgaan met de agrarische elementen, die je vaak terugvindt in de Friese poëzie, ook al zijn de dichters zelf geen boeren (op hobbyboer Bartle Laverman na dan).

    Ik had aangegeven dat ik wel begreep dat mensen me wantrouwden als ik sprak over mijn jeugd en de buurman die veel van het werk op het land nog met paard en wagen deed. Dat wantrouwen bestaat er dan meestal uit, dat ik die herinnering zou gebruiken als verkooptruc. Ik geloof echter niet dat mijn poëzie dermate nostalgisch en traditioneel is, dat dit argument opgaat.

    In de inleiding op de bloemlezing Droom in blauwe regenjas – nieuwe Friese dichters is daar wellicht wel sprake van, maar dan ook vooral omdat ik die agrarische wereld veelvuldig tegenkwam in de gedichten die Hein Jaap Hilarides en ik voor dat boek hadden geselecteerd.

    Kuiper had dus wel degelijk een punt, maar heeft me, gezien mijn dromen, niet kunnen losweken van de nostalgie naar de ongecompliceerde buitenwereld van mijn jeugd.

    De huidige bewoner van mijn geboortehuis (Heechfinne 4, Rinsumageest) heeft veel veranderd aan het huis, maar één ding herken ik nog, namelijk het prachtige oude tegelwandje achter de allesbrander in de woonkamer, waar ik pinda's heb gedopt met de buurman tot ik er van moest overgeven en waar ik samen met mijn moeder op de bank als jongetje van een jaar of zeven Dallas keek.

    Heechfinne2 

    P.s. het bovenste raam aan de voorkant van het huis ben ik als klein jongetje uitgevallen terwijl ik naar de lucht keek. Mijn moeder stormde bezorgd het huis uit en was er verbaasd over dat ik niks mankeerde. Ongemerkt liep ik vast schade op aan het nostalgiegebied in mijn hersenen ;o)

    P.s.s. vanavond lees ik voor in Leeuwarden samen met o.a. Hein Jaap Hilarides en Pier Boorsma (Theater de Bres, Schoolstraat 4). Ik moet daarvoor maar even langs bij Tresoar (het Friese letterkundige museum). Eens kijken of ze dit 'letterkundige' monument niet kunnen aanschaffen.