• Sunsation

    Festival Sunsation is begonnen als een poëtische viering van de zomerzonnewende dat jaarlijks terug zou keren. Sunsation is uitgegroeid tot een multidisciplinair festival. Naast poëzie is er muziek, theater en beeldende kunst te bewonderen.
     
    Dit jaar vindt het festival plaats op zaterdag 19 juni, van 05.00 tot 09.00 uur in de ochtend. Decor is het Observatorium, een landschapskunstwerk van Robert Morris, gelegen midden in de polder tussen Swifterbant en Lelystad. Het thema dit jaar is het Noorderlicht.
     
    PROGRAMMA
    05.00-05.20 Monolithic (noo)
    05.20-05.25 Originally Fake (ned)
    05.30-05.40 Tonnus Oosterhoff (ned)
    05.45-05.55 Tsjebbe Hettinga (ned)
    06.00-06.15 Henry Bowers & DJ Lo Kut (zwe)
    06.20-06.35 Kirtana Rasa (est)
    06.40-06.50 Philip Tafdrup (den)
    06.55-07.05 Bart FM Droog (ned)
    07.10-07.20 Tsaed Bruinja (ned)
    07.25-07.45 Arjen Duinker en Kees ‘t Hart (ned)
    07.50-08.15 Nynke Laverman (ned)
    08.20-08.40 Gerrit Komrij (ned)
    08.45-09.00 Svatja Vatra (est)
    Presentatie Ruben van Gogh (ned)

    http://www.festivalsunsation.nl/

  • Afslag 

    Kreeg net uit Slovenië te horen dat John Jansen van Galen gisteren het radio 1 programma 'Met het oog op morgen' afsloot met het volgende gedicht uit Overwoekerd:

    we reden door dezelfde straat
    ik wist dat je een omweg nam
    en dat er een afslag kwam

    we liepen op hetzelfde strand
    ik wist dat je een omweg nam
    en dat er een afslag kwam

    we leven op dezelfde planeet
    bij ieder van ons hang ik een telefoon
    aan de muur

    ik wilde niet dat er een afslag kwam
    ik wilde slingers nachten lang

    er is een straat een strand een planeet
    en een nacht waar we over en door elkaar heen bewegen
    zoals stemmingen en herinneringen
    zich in ons verdringen bij een weerzien

    een gezamenlijk verleden
    klinkt zo koel

    we reden door dezelfde straat
    ik wist dat je een omweg nam

    © Tsead Bruinja

    Waarom koos hij dit gedicht?

    "Ik was op het strand (met dikke zeemist, later een zonnige avond op Scheveningen) en nam een afslag. Het is een dun lijntje, maar het is een lijntje."

    Prima lijntje!

    De voordracht van dit gedicht, en van vele anderen, is te beluisteren op http://weblogs.nos.nl/methetoogopmorgen/johns-keuze/.

  • Bij de presentatie was deze uitvoering van 'Overwoekerd' al te horen en nu kan ik jullie de demo laten horen, wellicht later ook te horen op een Meindert Talma (www.meinderttalma.nl) plaat!
     

     

  • Verwelken 
    Verwelken doen we morgen

    Door Eppie Dam

    Wie in 2000 zijn poëziedebuut maakt en in 2010 de tiende bundel publiceert, mag een productief dichter worden genoemd. Overwoekerd is de titel van Tsead Bruinja's nummer tien, een volledig Nederlandstalige bundel, uitgegeven door Cossee. Drie van de negen voorgangers schreef hij ook al in het Nederlands, vier in het Fries; de overige twee verschenen in beide talen.
     
    Overwoekerd telt 55 gedichten, verdeeld over zeven rubrieken. De indeling is amper dwingend en oogt even willekeurig als de vaak open titels van de afzonderlijke gedichten. Bruinja laat als dichter veel open. In een van de gedichten laat hij anderen aan het woord over zijn poezie: 'de een zei gatenkaas tegen mijn gedichten / de ander zei licht valt van bovenaf door zijn regels'. Dat mag gezegd zijn van poëzie die van nature ademt en doorschijnend is.

    Op de recensiewebsite Poëzierapport tekent Willem Thies, in 2008, Bruinja als ,,een dichter die teder en liefdevol kan zingen, maar ook stevige, ruige beelden en klanken kan gebruiken.
    Zachtmoedig én stoer. Een strelende hand én een vuist.'' De woorden 'stoer' en 'vuist' mogen minder toepasselijk zijn, in essentie is het een typering die Bruinja's poëzie recht doet. Hij oogst van twee wallen, kent van het leven de lichtzijde en de duistere kant, zoals het een dichter van formaat betaamt.

    De menselijke staat in al zijn facetten vormt de grondtoon van deze doorleefde en bezielde bundel. Het bestaan wordt overwoekerd door de dood, woede en verdriet, haat en liefde, geilheid en geloof, jaloezie en muziek. Maar, zo laat de dichter tienmaal weten, hij is 'er niet mee bezig'. Soms leidt die ongebonden houding tot inzicht, gevolgd door mildheid en aanvaarding.

    Wat de wrede scherprechter betreft: 'nu zie ik voor me / hoe onze namen verdwijnen in een eindeloze grijze landingsbaan / voor het nageslacht' en 'elke dag is een goede / om met dat verdwijnen / te beginnen'. In een ander gedicht calculeert hij 'een te verdragen aantal tegenslagen' in. En, weer een ander gedicht, 'verwelken doen we morgen wel'.

    Met 'Overwoekerd' schreef Tsead Bruinja een verontrustend, maar tegelijk vrolijk en bemoedigend dichtwerk. Hij herkent de chaos van de wereld en erkent het onverbiddelijke van de tijd, maar hij weigert er op voorhand aan ten onder te gaan. Zonder bitterheid of verbetenheid, enkel in het besef dat de kaarten van het bestaan nu eenmaal zo zijn geschud. Het weerhoudt hem niet om zich, vol overgave en met speelse vitaliteit, te richten op 'ons dagelijkse leven'.

    'Wat durven wij te hopen', 'Bruintje Beer op de helft van zijn adembenemende graf', 'Goed nieuws', 'Mijn kokosnoot niet te lang' en 'Uw plaats in ons meedogenloze archief' zijn de parels in deze rijk geschakeerde bundel. Waarbij aangetekend dat Bruinja de Nederlandse taal vooral niet minder tot glans weet te brengen dan de Friese.

     
    Bron: Leeuwarder Courant, 21-05-2010 (http://www.leeuwardercourant.nl/)
  • BigSmile_Logo

    Wim Brands had een leuke verrassing voor me toen ik om half tien studio Desmet binnen liep. Ik moest binnen een half uur een gedicht schrijven over Jack de Vries, omdat ik dat eerder in zijn uitzending en ook al vaak voor 'Dit is de dag' had gedaan.

    Gelukkig had ik iets veel wezenlijkers meegemaakt dan het debacle dat Jack heet. Ik had de avond daarvoor de nieuwe aangrijpende bundel van Vrouwkje Tuinman (http://www.vrouwkje.com/) en fotografe Andrea Stultiens (http://www.andreastultiens.nl/) gelezen over het verlies van twee vrienden en in het geval van de fotografe, een zus, waarbij je via gedichten en foto's de ziekenhuisopname en de uitvaart van twee jonge mensen stap voor stap meemaakt.

    Intensive_care_01

    Web: http://www.dejongehond.nl/data/intensive_care.html

    De gedichten en de foto's in dat boek hielden me bezig en moesten wel in het gedicht, misschien eigenlijk meer een poëtische collumn, belanden:

    vlezige adjudante
     
    het was onrustig in het zaaltje waar nobelprijswinnaar j.m. coetzee
    een lintje opgespeld kreeg door een stuntelende wethoudster
     
    dhoya een vriend van mijn vrouw
    die net terug was van een stage
    als jachtopziener in zuid-afrika
    begon over de vlezige sergeante
    van jack de vries
     
    ik verbeterde hem
    adjudante
     
    als hyena’s lachten wij om jack
    en het abominabele engels
    van de wethoudster
    met het lintje
     
    er zijn hyenavrouwtjes waarbij de clitoris
    net zo groot is als een kleine penis
    zei dhoya
     
    waarna twee academici
    en ik zeg dit niet met dédain
    ik houd van academici
    ben er met één getrouwd
    een volledig uitgeschreven
    interview voorlazen
     
    coetzee’s gezicht bleef onbewogen
    geen grijns grimas of flauw lachje
    kon er vanaf
     
    ik dacht aan jack
    zijn rode oortjes
    en zijn vlezige adjudante
     
    fietste naar huis
    waar de nieuwe bundel
    van vrouwkje tuinman
    op de deurmat lag
    over twee jonge mensen
    die te jong stierven
     
    op de foto’s zien we
    een geranimeerde vrouw aan de beademing
    een gereanimeerde overleden vrouw
    die wordt aangekleed voor de begrafenis
     
    blote schouder
    bh bandje
    glanzend haar
     
    een aangeklede gereanimeerde overleden vriendin in de kist
    tijdens de dienst opgebaard en vanaf het hoofdeinde gefotografeerd
    de borsten in de paarse trui kleine heuvels
     
    ik dacht niet meer aan hyena’s
    niet meer aan jack de vries

    © Tsead Bruinja

    Terwijl ik het gedicht schreef, zag ik Wim Brands aan de andere kant van het studioraam juist met het boek van Vrouwkje zwaaien. Zij bleek een uur na mij bij hem te gast te zijn.

    Terugluisteren kan via:

    http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/43257527/

    Vrouwkje is te horen in het vierde uur en ik in het derde.

  • Achterkant 

    Het is voor dichters bijna onmogelijk geworden nog op televisie te komen, maar de radio, voor zover de culturele programma's niet verbannen zijn naar de kabel of het internet, biedt gelukkig nog redelijk aandacht aan de poëzie.

    Hoewel, op zondag 23 mei wordt er op Nederland 2 om 14.00 uur een documentaire uitgezonden over Elmar Kuiper en de 'wording van een gedicht', maar dan weer wel door Omrop Fryslân. Vrees niet, de docu wordt vast ondertiteld.

    Een trailer kun je nu al bekijken door op onderstaande link te klikken.

    Oerdak_elmar_kuiper 
    http://www.memphisfilm.net/flv.php?nume=77/Trailer-Oerdak_Versie2.flv

    Zelf ben ik de komende tijd op radio 6 en 5 te beluisteren, vanavond bij de Avonden, waarin ik reageer op het volgende gedicht van Hélène Gelèns, dat weer een reactie was op een ander gedicht voor het door Daniël Dee en Jeroen van Kan bedachte onderdeel 'De Ketting' (http://boeken.vpro.nl/dossiers/42520794/):

    sluitingstijd
     
    je bepaalt: dat is pluis, dat is niet pluis
    dit hier pluis, dat daar niet pluis
    vroeger pluis, nu niet pluis en straks
     
    vanuit het donker applaus
    en je zegt ijdelheid ijdelheid
    alles is ijdelheid, je schrapt
    (ijdelheid der ijdelheden)
    en zegt alles is! alles is!
    alles is maar wat het is, je schrapt
    zegt alles alles – zeg je ineens
    vijf uur is de sluitingstijd van alles
     
    terwijl je nog schrapt: alle all al a
    applaus vanuit het donker
    en je weet niet: pluis of niet pluis

    © Hélène Gelèns

    Ik wilde iets met een pluisje doen en dat op een Short Cuts-achtige manier, waarop je het pluisje volgt langs verschillende gebeurtenissen, maar op de dag dat ik het gedicht wilde schrijven stortte in Libië een vliegtuig neer:

    Airplane-seat 

    vanuit het donker applaus
     
    in oude vliegtuigen stonden de stoelen los in de cabine
    nu zitten ze vast aan rails
     
    er kan een uitklaptafeltje aan uw stoel zitten
    een netje met spuugzakje en vluchtinstructies
     
    op goedkope vluchten zijn de stoelen
    niet verstelbaar
     
    en op de meeste vluchten is er geen
    elektronisch verstelbare onderrugondersteuning
    aanwezig in de economy class
     
    op militaire vluchten staan de stoelen andersom
    bij een crash wordt de passagier dan in zijn stoel gedrukt
    in plaats van eruit geslingerd
     
    deze stoelen zijn duurder
    omdat er extra versteviging voor nodig is
    die het vliegtuig zwaarder maakt
     
    een typische vliegtuigstoel bestaat uit
    een aluminium frame met daarop blokken schuim
    bekleed met vuurafwerende kevlar
     
    in de jaren zeventig en tachtig was rood en oranje in
    nu blauw en grijs
     
    de passagiers in de stoelen bij het raam
    moeten bij het opstijgen en de landing ervoor zorgen
    dat de luikjes die hen overdag beschermen tegen de felle zon
    en die ’s nachts iedereen in slaap houden
     
    omhoog zijn geschoven

    © Tsead Bruinja

    Wie er na vanavond nog niet genoeg van heeft, kan morgenochtend wederom naar radio 6 luisteren, waarop ik vanaf 10.00 uur door Wim Brands aan de tand gevoeld zal worden over mijn nieuwe bundel (http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/43257527/).

    En voor de volhouders is er op donderdagavond 20 mei twee uur Bruinja bij de IKON op radio 5 bij Oba Live, vanaf 19.00 (http://www.obalive.nl/). Ik ben gevraagd om voor die uitzending iets mee te nemen dat voor mij persoonlijk de essentie van de christelijke culturele traditie is.

    Misschien moet ik de 'fine bliksems' van vroeger uit Damwoude eens vragen of ze me nog een kleikluit kunnen sturen die ze vroeger naar ons 'openbare stinksigaren' gooiden.

  • Kalf 
    kalverliefdeliefdesverdriet
     
    een groene doos strijkers
    lag onder mijn eenpersoonsbed
     
    oudejaarsavond 1990
    de gordijnen waren dicht
    het licht uit
     
    ik had last van kalverliefdeliefdesverdriet
    en de strijkers die betaald waren van uren
    bierkratten tillen en chipszakken bijvullen
    boden weinig troost
     
    het was liefdesverdriet om een kassameisje
    met lange krullen sproeten in de winter
    en de mooiste lach van het hele dorp
     
    op de ijsbaan was het gelukt
    haar een baantje met me te laten oprijden
    en in de disco had ik het weekend daarvoor
    nog een waterig biertje voor haar gekocht
     
    oudejaarsavond kwart voor twaalf
    voorzichtig werd de deurklink
    van mijn jongenskamer
    omlaag geduwd
     
    of ik mee naar buiten kwam
    vroeg mijn stiefzus
     
    mijn kop knalt bijna uit elkaar
    fluisterde ik
     
    waarna ik de doos strijkers
    onder het eenpersoonsbed vandaan trok
    en aan haar overhandigde
     
    kom op joh
    kom mee
     
    nee
    dank je
    mompelde ik
    en trok de deken
    over mijn ogen
     
    epiloog
     
    het vuurwerk van de liefde
    dat drie lange jaren op zich liet wachten
    vond plaats in datzelfde krakkemikkige
    eenpersoons jongensbed
     
    maar niet op oudejaarsavond 1990
     
    waarop mijn stiefzus
    verdween in de nacht
    met een groene doos strijkers
     
    voorzichtig trok zij de deur
    achter zich dicht

    Dit gedicht werd geschreven voor het radioprogramma Dit is de dag (http://www.eo.nl/ditisdedag):

    Uitzending woensdag 12 mei 2010

    Presentatie: Michiel Gouman & Andries Knevel
     
    Onderwerpen onder voorbehoud

    10.30 uur – Talkshow met Jan Mans, Marion van San, Willem van Rhenen en Steven Pont
     
    *
    Door een ontploffing bij het bedrijf SE Fireworks werd tien jaar geleden een complete woonwijk weggevaagd. Er vielen op die bewuste 13e mei 23 doden en bijna duizend gewonden. Jan Mans, destijds burgemeester van Enschede en momenteel interim-burgemeester van Maastricht, blikt vanmorgen terug op dit drama.
     
    * Uit onderzoek van misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink bleek deze week dat Maria Mosterd niet in handen is gevallen van een loverboy, maar haar verhaal grotendeels heeft verzonnen. Volgens hoogleraar Jeugd en Educatie Marion van San is dat niet meer dan logisch. Al in 2004 deed zij onderzoek naar loverboys in Amsterdam en kwam zij tot de opvallende conclusie dat loverboys helemaal niet bestaan. In de dagelijkse Dit is de Dag-talkshow reageert de hoogleraar op het verhaal van Maria Mosterd.
     
    * Steeds meer werkenden hebben last van psychische aandoeningen als gevolg van werkdruk. Het aantal meldingen hierover is ten opzichte van 2008 met  bijna een kwart gestegen. En het aantal burn-outgevallen is vorig jaar zelfs met bijna 50 procent gegroeid. Valt het werk ons te zwaar? Komt het door de economische crisis? En wat valt er aan te doen? Vanmorgen een reactie hierop van bedrijfsarts Willem van Rhenen, tevens directielid medische zaken bij Arboned Nederland.
     
    * In de rubriek 'Achter de voordeur' aandacht voor de verschillen tussen jongens en meisjes in de opvoeding. 'Jongens kunnen hun mannelijke energie niet kwijt, omdat de opvoeding te vaak komt van vrouwelijke medewerkers', concludeert ontwikkelingspsycholoog Steven Pont. Hoe pak je dit probleem aan?

  • Babydrummer 

    Voormalig directeur van Poetry International Tatjana Daan maakt regelmatig erg nuttig lesmateriaal voor de Gedichtendag, dat ik graag gebruik voor workshops. Toen ik gisteren wat op mijn naam zat te googlen kwam ik een les tegen rondom een gedicht uit Bang voor de bal (Cossee, 2007). Het leek me aardig om de vragen die in het materiaal gesteld worden hier te plaatsen en deels te beantwoorden. Wellicht dat een middelbare scholier er nog eens iets aan heeft.

    Eerst het gedicht:

    de werkelijke slachtoffers
     
    in de zwevende kamer van de oefenruimte
    haalt de drummer na het tv optreden
    de grijze strepen ducktape van zijn bekkens
    trekt een oude trui uit de basdrum
     
    en giet melk op zijn vellen
     
    een oma en haar kleinkind komen te vroeg
    terug van een israëlisch strand
     
    een zwartgeblakerd perfect rond raketgat
    in de keukenmuur
     
    de drummer giet melk op zijn vellen
    corrigeert fouten in de solo
     
    leest in een achtergelaten tijdschrift
     
    in elk veld een rode bloem
    zodat de theeplukkers
    niet kleurenblind worden
     
    sluit de deur van de oefenruimte
    neemt plaats in de sedan
     
    roffelt met zijn handen op het dashboard
    en eet alle snoepjes op
     
    dat er op het bord in die keuken pruimen lagen
    en trossen volrijpe druiven
     
    dat onze magen eerst onze ogen uit jagen sturen
    en onze handen daarna soms te traag volgen
     
    dat er niet genoeg is voor die ogen
    en onze harten sponzen zijn
     
    mag geen reden zijn om met lege handen
    achter te blijven en in de spiegeling van dat bord
    in het kijken zelf een dovend vuur te zien

    P.s. in het lesmateriaal eindigt het gedicht helaas na druiven. Het laatste deel stond op de volgende pagina.

    Hieronder de vragen van Tatjana Daan en een paar van mijn antwoorden:

    1. In dit gedicht zitten twee termen die niet iedereen misschien thuis kan brengen: ‘ducktape’ is een waterdicht, meestal grijskleurig, breed plakband. Het wordt onder andere gebruikt voor noodreparaties aan rubberboten, maar ook bijvoorbeeld veel op muziekpodia om apparatuur en draden tijdelijk vast te zetten. Een ‘zwevende kamer’ is een geluidsdichte ruimte. Zijn er nog andere woorden die iemand niet kent? Achterhaal met woordenboek of via internet de betekenis.

    2. Bruinja gebruikt in dit gedicht geen hoofdletters of interpunctie, en doet dit ook in zijn andere werk niet. Wel witregels. Probeer te ontdekken waarom de witregels staan waar ze staan. Wordt het een heel ander gedicht als je de witregels weghaalt, vind je?

    Ik gebruik geen interpunctie omdat ik het lelijk vind staan in mijn eigen werk. Het is vooral een beeldkwestie. In prozagedichten gebruik ik het inmiddels wel en vraagtekens komen sinds kort ook voor, om het lezen van de gedichten iets makkelijker te maken. Als je de witregels weghaalt valt de rust weg, wat mij betreft.

    3. Vertelt Bruinja in dit gedicht één verhaal of zijn er verschillende parallelle verhalen?

    Opdracht: Nummer de strofes en probeer per strofe te onderscheiden welke verhaallijn Bruinja volgt. (Strofe 1: verhaal van de drummer. Strofe 2: verhaal van de drummer. Strofe 3: verhaal van een oma met kleinkind. In strofe 4 wordt het lastig: is dit nog steeds het verhaal van een oma met kleinkind? In dat geval wordt in deze strofe hun dood gesuggereerd. Of is dit een derde losse verhaallijn over een keuken die door een raket is getroffen? Strofe 5: verhaal van de drummer. Strofe 6: verhaal van de drummer. Strofe 7: weer lastig. Is dit een nieuwe losse verhaallijn over theevelden of is dit wat de drummer in het tijdschrift leest? Strofe 8: verhaal van de drummer. Strofe 9: verhaal van de drummer. Strofe 10: verhaal van de keuken, en eventueel dus ook het verhaal van de oma met kleinkind.) Je kunt dus, afhankelijk van hoe je het gedicht interpreteert, 2, 3 of 4 losse verhaal-lijnen ontdekken.

    4.  Is er volgens jou een verband tussen die verhaallijnen te leggen? Er lijkt geen ander verband tussen de verhaallijnen te worden gesuggereerd dan die van gelijktijdigheid. Bruinja geeft weer wat er op verschillende plekken gelijktijdig gebeurt. Wat zou hij hiermee willen uitdrukken? (Hoe in de wereld, en ook in je hoofd, tegelijkertijd of vlak na elkaar allerlei verschillende dingen kunnen gebeuren? Terwijl zich in Israël een ramp voltrekt, zit iemand ergens anders een zak snoep leeg te eten, of leest over een bloem op een theeveld?)

    Ik houd er vooral om verschillende dingen naast elkaar te zetten. Ik heb de verschillende fragmenten/verhaallijnen niet noodzakelijkerwijs op hetzelfde moment geschreven. Als ik een dergelijk gedicht in elkaar schroef, geniet ik van hoe ze samen een nieuw vertellen. In dit gedicht speelt overigens een andere drummer mee, namelijk één uit Batterij (Contact, 2004):

    hier zit een gelukkige drummer
    hier zit een man met zijn handen op de rug
    tegenover een bezield publiek
     
    die laat zijn ogen rusten op de bekkens
     
    stok op de rand
    stok op de rand
     
    troebele dagen
    breng hem een glas
     
    de drummer die naar de projectie
    van zijn rug kijkt op het lakenscherm
    in een pand
     
    strijk dit glad
     
    leg je arm om zijn middel
    laat je nagels rusten op het bot
    van zijn bekken
     
    wees in kilte
    bedreven


    De drummer is voor mij tegelijkertijd een verteller die met elke tik een nieuw deel van het verhaal vertelt en een god die bepaald wat er gebeurt, ook in het gedicht over Israël.

    5. Wat Bruinja in zijn gedichten lijkt te doen is zappen. Of laten zien hoe zijn hoofd zapt. Ook de drummer uit de eerste verhaallijn wordt op een zappende manier beschreven. Hij doet nu eens dit, dan eens dat, er zit geen lijn in. Zappen is wat je kan doen als je je niet op de plaats van de ramp bevindt. Zoals je slecht nieuws op tv kan wegzappen, kan je ook de gruwelen die zich op de wereld voltrekken uit je hoofd zetten. Kan je ook zappen, denk je, als je je op de plaats van de ramp bevindt? Als je zelf slachtoffer bent?

    Mooie vraag!

    Wat is voor jou het effect van dit naast elkaar plaatsen van het alledaagse en het rampzalige? Creëert de dichter zo betrokkenheid bij de ramp, of neemt hij juist afstand?
    In de verhaallijn over de door een raket geraakte keuken verwerkt Bruinja in de twee slotregels ook een alledaags detail: ‘dat er op het bord in die keuken pruimen lagen / en trossen volrijpe druiven’. Wat vind je schrijnender: het contrast tussen ‘het zwart-geblakerd volmaakt ronde raketgat’ en de ‘volrijpe druiven’ in de keuken, of dat tussen de gebombardeerde keuken en de zorgeloze drummer elders op de wereld?

    Deze vraag is moeilijk te beantwoorden omdat het hier niet om het echte slot gaat, waarin het gedicht een andere kant op gaat.

    Alleen in de laatste strofe gebruikt Bruinja de verleden tijd. Waarom, denk je? Gaat hij daar even terug in de tijd, terwijl hij daarvóór steeds het verloop van de tijd beschreef? Wat is het effect van die slotregel?

    Waarom heet dit gedicht ‘de werkelijke slachtoffers’? (Wie zijn de werkelijke slachtoffers? De oma met kleinkind? Dat lijkt niet logisch, want als zij zich in die keuken bevonden was de toevoeging ‘werkelijke’ nergens voor nodig geweest. Of zijn ‘de werkelijke slachtoffers’ de druiven en pruimen? Dat laatste lijkt logischer, omdat de slotverzen het karakter hebben van een soort terugblik, alsof ze achteraf iets vaststellen dat over het hoofd was gezien. Maar dan zouden oma en kleinkind de ‘zogenaamde’ slachtoffers zijn…)

    Zou je Bruinja op grond van dit gedicht een denker – iemand die ideeën ontwikkelt – noemen of iemand die weergeeft wat er door zijn hoofd gaat? Is het een dichter die dingen verzint of die ‘samples’ neemt uit de werkelijkheid? (Een ‘sample’ is een ‘uitsnede’, een stukje uit een groter geheel.)

    Groot denker natuurlijk ;o)))

    Probeer te bedenken waarom Bruinja geen hoofdletters en punten gebruikt in zijn gedicht. (Reflecteert dit zijn visie op taal en wereld? Geen afgeronde zinnen maar een brei van in elkaar overvloeiende werkelijkheden?)

    Puur weer vanwege het beeld. Ik houd van de vloeibaarheid van gebeurtenissen en personen, maar het gaat me er niet om om aan te tonen hoe de wereld of de mens in elkaar zit. De belangrijkste reden voor het schrijven van dit gedicht was het plezier in het schrijven en het aan elkaar plakken van verschillende delen, die elkaar vervolgens besmetten en mij een verhaal vertellen dat ik nog niet kende.

    Bron van het lesmateriaal: http://www.gedichtendag.org/sites/gedichtendag/files/site74_20081219145040_1_lessuggesties2v.o.2008_kleur.pdf

  • Een oude Amerikaanse hippie zei ooit tegen Mirka Farabegoli:

    IMG_1099_resize

    Dat gebeurde in Bolivia waar Farabegoli, beeldend kunstenaar, meewerkte aan een grote muurschildering. Ze gebruikte de uitspraak van de Amerikaan voor een expositie bij Kunstvereniging Diepenheim (Grotestraat 17, Diepenheim) en verwerkte ook de invloeden van de Boliviaanse cultuur (het carnaval, de maskers en de felle kleuren) in haar werk.

    IMG_1108_resize 

    Een jaar of vier geleden had ik haar een workshop gegevens over de verschillende manieren van werken met beeldend kunstenaars en nu vroeg ze mij gedichten te schrijven bij haar expositie. Graag!

    IMG_1098_resize


    WOLK – BOUW – BAST


    wolk

     
    ik siet yn ’e beam nei it lijen
    lilkens wie in wolk om my
    hinne
    yn `e takkebosk
     
    en yn dy wolk wurden
    fan him syn mem
    en
    my
     
    syn heit is in fûgeltsjeman
    dy’t de wite bôle droech yt
     
    de
    bôle smakket
    nei waskpoeier
     
    syn omke wennet yn mexico
    en wy binne
    stil as syn mem
    nei por favor sjocht
     
    ik siet yn ’e beam
    nei it
    lijen
     
    sit dêr
    noch

    *

    wolk
     
    ik zat in de boom na
    de ruzie
    woede was een wolk om mij heen
    in de takkenbos
     
    en in die
    wolk woorden
    van hem zijn moeder
    en mij
     
    zijn vader is een
    vogeltjesman
    die het witte brood droog eet
     
    het brood smaakt
    naar
    waspoeder
     
    zijn oom woont in mexico
    en wij zijn stil als zijn
    moeder
    naar por favor kijkt
     
    ik zat in de boom
    na de
    ruzie
     
    zit daar

    nog

    IMG_1103_resize


    IMG_1101_resize

    IMG_1102_resize

    bast
     
    yn augustus lit it fluwiel los
    begjint de jûkte
     
    yn
    april  of maaie
    ferliest it hart
    de hoarnen
     
    ik bin sa eal
    net
    minder wyld ek
     
    mear in geit of in ko
    dy’t har hiele
    libben
    itselde oan de kop ha
     
    boppedat
    waakse myn hoarnen
    nei
    binnen
     
    kin der net mei fjochtsje
    my net noflik oan de
    beam
    skjirje
     
    der allinnich mar oan tinke
    en oan `e kop
    klauwe

    *
     
    bast
     
    in augustus laat het fluweel los
    begint
    de jeuk
     
    in april of mei
    verliest het hert
    het gewei
     
    ik ben
    zo edel niet
    minder wild ook
     
    meer een geit of een koe
    die hun hele
    leven
    hetzelfde aan hun kop hebben
     
    bovendien
    groeien mijn
    hoorns
    naar binnen
     
    kan er niet mee vechten
    niet fijn langs de
    boom
    schuren
     
    er alleen maar aan denken
    en aan mijn hoofd
    krabben

    IMG_1109_resize


    wier

     
    ik mei net tinke
    krekt har mem
    en meast is
    dat
    ek net wier
     
    fral net at der fjoer
    út har mûle
    komt
     
    fjoer út har
    reade rok
     
    en har rûne

    eagen
     
    dy’t dwers troch
    my hinne gean
     
    de
    hoarnen
    ôfbaarne

    *

    waar
     
    ik mag niet denken
    net haar
    moeder
     
    en meestal is dat
    ook niet waar
     
    vooral niet als er
    vuur
    uit haar mond komt
     
    vuur uit haar
    rode rok
     
    en haar
    ronde
    ogen
     
    die dwars door
    mij heen gaan
     
    de
    hoorns

    afbranden

    IMG_1104_resize

    bou
     
    se bringt it tún yn `e bou
    folt de
    ôfbaarnde hoarne
    mei dong
     
    bedobbet ’m seis moanne
    en fermingt de
    ynhâld
    mei wetter
     
    dat oer de eker sil
     
    ik sykje de wolk
    en
    mysels yn de beam
    sjoch nei de fûgels
     
    en freegje alle jierren
    it
    fjoer út har rok en eagen
    om wat der wol
     
    en net omheech
    komt

    *
     
    bouw
     
    ze maakt van de tuin bouwland
    vult de
    afgebrande hoorn
    met mest
     
    begraaft ’m zes maanden
    en vermengt de
    inhoud
    met water
     
    dat over de akker zal
     
    ik zoek de wolk
    en
    mezelf in de boom
    kijk naar de vogels
     
    en vraag ieder jaar
    het vuur
    uit haar rok en ogen
    om wat er wel
     

    en niet omhoog komt

    Mirka

    Meer op: http://www.mirkafarabegoli.com/

  • Busje_jaap_resize

    Op Koninginnedag stond bovenstaand busje geparkeerd voor het dorpshuis van Beetsterzwaag, waar ik met buseigenaar en muzikant Jaap van Keulen, Ralph Boelens (muziek) en dichter Bart FM Droog (http://www.bartfmdroog.com/ & http://www.vkblog.nl/blog/6633/) een optreden mocht verzorgen voor een handjevol geïnteresseerden en een groepje vrolijke drinkers.

    Bart_fm_droog_ralph_boelens_jaap_van_keulen_resize

    Tijdens ons eerste blokje probeerde ik de drinkers nog te bereiken door wat harder te spreken, maar dat was zinloos. In het tweede blokje besloten we meer voor onszelf te spelen en plotseling was er ook meer aandacht van het publiek, wat inmiddels voor een groot deel uit familie bestond.

    Ralph_boelens_bart_fm_droog_resize

    Er was wat onduidelijkheid over waar we nu moesten optreden. Bart en Ralph besloten daarom tot een impromptu vleugje romantiek in 'de koepel', waarvoor Bart eerder inspiratie opgedaan had bij het accordeonduo dat ook in de feestzaal optrad.|
     
    Bart_fm_droog_accordeon_duo_resize

    Na afloop scharrelde ik met Sas en Ralph over de plaatselijke rommelmarkt, aten we kibbeling en stapten we in de auto voor een nachtje Eenrum bij Bart en vriendin Noor Agter, die prachtige beeldende kunst maakt (http://www.nooragter.nl/). Als beloning voor het eerdere leed kregen we daar een vurrukkullukke zelfgesjouwde Hollandsche garnalencocktail uit Zoutkamp.
     
       Tsead_sas_resize