Voormalig directeur van Poetry International Tatjana Daan maakt regelmatig erg nuttig lesmateriaal voor de Gedichtendag, dat ik graag gebruik voor workshops. Toen ik gisteren wat op mijn naam zat te googlen kwam ik een les tegen rondom een gedicht uit Bang voor de bal (Cossee, 2007). Het leek me aardig om de vragen die in het materiaal gesteld worden hier te plaatsen en deels te beantwoorden. Wellicht dat een middelbare scholier er nog eens iets aan heeft.
Eerst het gedicht:
de werkelijke slachtoffers
in de zwevende kamer van de oefenruimte
haalt de drummer na het tv optreden
de grijze strepen ducktape van zijn bekkens
trekt een oude trui uit de basdrum
en giet melk op zijn vellen
een oma en haar kleinkind komen te vroeg
terug van een israëlisch strand
een zwartgeblakerd perfect rond raketgat
in de keukenmuur
de drummer giet melk op zijn vellen
corrigeert fouten in de solo
leest in een achtergelaten tijdschrift
in elk veld een rode bloem
zodat de theeplukkers
niet kleurenblind worden
sluit de deur van de oefenruimte
neemt plaats in de sedan
roffelt met zijn handen op het dashboard
en eet alle snoepjes op
dat er op het bord in die keuken pruimen lagen
en trossen volrijpe druiven
dat onze magen eerst onze ogen uit jagen sturen
en onze handen daarna soms te traag volgen
dat er niet genoeg is voor die ogen
en onze harten sponzen zijn
mag geen reden zijn om met lege handen
achter te blijven en in de spiegeling van dat bord
in het kijken zelf een dovend vuur te zien
P.s. in het lesmateriaal eindigt het gedicht helaas na druiven. Het laatste deel stond op de volgende pagina.
Hieronder de vragen van Tatjana Daan en een paar van mijn antwoorden:
1. In dit gedicht zitten twee termen die niet iedereen misschien thuis kan brengen: ‘ducktape’ is een waterdicht, meestal grijskleurig, breed plakband. Het wordt onder andere gebruikt voor noodreparaties aan rubberboten, maar ook bijvoorbeeld veel op muziekpodia om apparatuur en draden tijdelijk vast te zetten. Een ‘zwevende kamer’ is een geluidsdichte ruimte. Zijn er nog andere woorden die iemand niet kent? Achterhaal met woordenboek of via internet de betekenis.
2. Bruinja gebruikt in dit gedicht geen hoofdletters of interpunctie, en doet dit ook in zijn andere werk niet. Wel witregels. Probeer te ontdekken waarom de witregels staan waar ze staan. Wordt het een heel ander gedicht als je de witregels weghaalt, vind je?
Ik gebruik geen interpunctie omdat ik het lelijk vind staan in mijn eigen werk. Het is vooral een beeldkwestie. In prozagedichten gebruik ik het inmiddels wel en vraagtekens komen sinds kort ook voor, om het lezen van de gedichten iets makkelijker te maken. Als je de witregels weghaalt valt de rust weg, wat mij betreft.
3. Vertelt Bruinja in dit gedicht één verhaal of zijn er verschillende parallelle verhalen?
Opdracht: Nummer de strofes en probeer per strofe te onderscheiden welke verhaallijn Bruinja volgt. (Strofe 1: verhaal van de drummer. Strofe 2: verhaal van de drummer. Strofe 3: verhaal van een oma met kleinkind. In strofe 4 wordt het lastig: is dit nog steeds het verhaal van een oma met kleinkind? In dat geval wordt in deze strofe hun dood gesuggereerd. Of is dit een derde losse verhaallijn over een keuken die door een raket is getroffen? Strofe 5: verhaal van de drummer. Strofe 6: verhaal van de drummer. Strofe 7: weer lastig. Is dit een nieuwe losse verhaallijn over theevelden of is dit wat de drummer in het tijdschrift leest? Strofe 8: verhaal van de drummer. Strofe 9: verhaal van de drummer. Strofe 10: verhaal van de keuken, en eventueel dus ook het verhaal van de oma met kleinkind.) Je kunt dus, afhankelijk van hoe je het gedicht interpreteert, 2, 3 of 4 losse verhaal-lijnen ontdekken.
4. Is er volgens jou een verband tussen die verhaallijnen te leggen? Er lijkt geen ander verband tussen de verhaallijnen te worden gesuggereerd dan die van gelijktijdigheid. Bruinja geeft weer wat er op verschillende plekken gelijktijdig gebeurt. Wat zou hij hiermee willen uitdrukken? (Hoe in de wereld, en ook in je hoofd, tegelijkertijd of vlak na elkaar allerlei verschillende dingen kunnen gebeuren? Terwijl zich in Israël een ramp voltrekt, zit iemand ergens anders een zak snoep leeg te eten, of leest over een bloem op een theeveld?)
Ik houd er vooral om verschillende dingen naast elkaar te zetten. Ik heb de verschillende fragmenten/verhaallijnen niet noodzakelijkerwijs op hetzelfde moment geschreven. Als ik een dergelijk gedicht in elkaar schroef, geniet ik van hoe ze samen een nieuw vertellen. In dit gedicht speelt overigens een andere drummer mee, namelijk één uit Batterij (Contact, 2004):
hier zit een gelukkige drummer
hier zit een man met zijn handen op de rug
tegenover een bezield publiek
die laat zijn ogen rusten op de bekkens
stok op de rand
stok op de rand
troebele dagen
breng hem een glas
de drummer die naar de projectie
van zijn rug kijkt op het lakenscherm
in een pand
strijk dit glad
leg je arm om zijn middel
laat je nagels rusten op het bot
van zijn bekken
wees in kilte
bedreven
De drummer is voor mij tegelijkertijd een verteller die met elke tik een nieuw deel van het verhaal vertelt en een god die bepaald wat er gebeurt, ook in het gedicht over Israël.
5. Wat Bruinja in zijn gedichten lijkt te doen is zappen. Of laten zien hoe zijn hoofd zapt. Ook de drummer uit de eerste verhaallijn wordt op een zappende manier beschreven. Hij doet nu eens dit, dan eens dat, er zit geen lijn in. Zappen is wat je kan doen als je je niet op de plaats van de ramp bevindt. Zoals je slecht nieuws op tv kan wegzappen, kan je ook de gruwelen die zich op de wereld voltrekken uit je hoofd zetten. Kan je ook zappen, denk je, als je je op de plaats van de ramp bevindt? Als je zelf slachtoffer bent?
Mooie vraag!
Wat is voor jou het effect van dit naast elkaar plaatsen van het alledaagse en het rampzalige? Creëert de dichter zo betrokkenheid bij de ramp, of neemt hij juist afstand?
In de verhaallijn over de door een raket geraakte keuken verwerkt Bruinja in de twee slotregels ook een alledaags detail: ‘dat er op het bord in die keuken pruimen lagen / en trossen volrijpe druiven’. Wat vind je schrijnender: het contrast tussen ‘het zwart-geblakerd volmaakt ronde raketgat’ en de ‘volrijpe druiven’ in de keuken, of dat tussen de gebombardeerde keuken en de zorgeloze drummer elders op de wereld?
Deze vraag is moeilijk te beantwoorden omdat het hier niet om het echte slot gaat, waarin het gedicht een andere kant op gaat.
Alleen in de laatste strofe gebruikt Bruinja de verleden tijd. Waarom, denk je? Gaat hij daar even terug in de tijd, terwijl hij daarvóór steeds het verloop van de tijd beschreef? Wat is het effect van die slotregel?
Waarom heet dit gedicht ‘de werkelijke slachtoffers’? (Wie zijn de werkelijke slachtoffers? De oma met kleinkind? Dat lijkt niet logisch, want als zij zich in die keuken bevonden was de toevoeging ‘werkelijke’ nergens voor nodig geweest. Of zijn ‘de werkelijke slachtoffers’ de druiven en pruimen? Dat laatste lijkt logischer, omdat de slotverzen het karakter hebben van een soort terugblik, alsof ze achteraf iets vaststellen dat over het hoofd was gezien. Maar dan zouden oma en kleinkind de ‘zogenaamde’ slachtoffers zijn…)
Zou je Bruinja op grond van dit gedicht een denker – iemand die ideeën ontwikkelt – noemen of iemand die weergeeft wat er door zijn hoofd gaat? Is het een dichter die dingen verzint of die ‘samples’ neemt uit de werkelijkheid? (Een ‘sample’ is een ‘uitsnede’, een stukje uit een groter geheel.)
Groot denker natuurlijk ;o)))
Probeer te bedenken waarom Bruinja geen hoofdletters en punten gebruikt in zijn gedicht. (Reflecteert dit zijn visie op taal en wereld? Geen afgeronde zinnen maar een brei van in elkaar overvloeiende werkelijkheden?)
Puur weer vanwege het beeld. Ik houd van de vloeibaarheid van gebeurtenissen en personen, maar het gaat me er niet om om aan te tonen hoe de wereld of de mens in elkaar zit. De belangrijkste reden voor het schrijven van dit gedicht was het plezier in het schrijven en het aan elkaar plakken van verschillende delen, die elkaar vervolgens besmetten en mij een verhaal vertellen dat ik nog niet kende.
Bron van het lesmateriaal: http://www.gedichtendag.org/sites/gedichtendag/files/site74_20081219145040_1_lessuggesties2v.o.2008_kleur.pdf





















