Het Olympische vuur, de verharding en het opzeggen van het PVDA lidmaatschap waren onderwerpen bij Dit is de Dag. Dat leverde de onderstaande gedichtencolumn op:
WIE ERFT HET VUUR EN WIE DE ARMOEDE
honderd ossen werden verbrand voor de olympische tempel van
zeus en tijdens de gehele spelen werd dat vuur brandende
gehouden
pas in 1928 tijdens de
olympische spelen in amsterdam werd die traditie in ere
hersteld op de ossen na
de fakkelestafette werd voor
het eerst gelopen tijdens de spelen van 1936 te
berlijn
en de fakkelhouder ontworpen
door de firma krupp ook zeer talentvol in het
fabriceren van tanks en bekend van hitlers
uitspraak dat de duitse jeugd hard moest zijn als
kruppstaal
stond symbool voor de
diefstal van het vuur door prometheus voorvechter van de mens en de menselijkheid
maar men vraagt zich af of
wij het gestolen licht ooit hebben gezien of
aanvaard
wat wel vaststaat is dat we
harder geworden zijn dat we onze idealen zijn gaan
verhandelen voor welvaart
zodat we op onze eigen arcadische
troon kunnen blijven zitten
terwijl in de betegelde buitenwijken van stockholm en parijs de kansarme
jeugd collectief en sportief
Afgelopen zondag werden de gedichten, de etsen en de muziek besproken in het Friese radioprogramma Buro de Vries. Het Friestalige gesprek is hieronder te beluisteren, met daaronder een filmpje dat Mirka Farabegoli maakte van de etsen en het boek.
Wie weten wil wie Sandy is, komt morgen naar het nieuwe poëzie festival in De Nieuwe Liefde (Da Costakade 102) te Amsterdam. Voor haar schreef ik onderstaand gedicht:
VERHUISD NAAR DISNEYLAND
in de zee is een vis die met mij wil vechten
in de lucht hangt de maan waar mijn ogen op rusten
's nachts in het witte licht koelen mijn voetzolen af
ik droom van een vis
*
het motregent zout boven de pannen van mijn vader hij kookt
mijn moeder past op kinderen van anderen ik ben geen zoon
mijn vader kookt
*
ik zwem bij het strand langs de kade
want in de zee is een
vis die met mij wil vechten
en schattig in de zon de flatgebouwen
en heerlijk dat gevoel van succes in je werk
een vriendin die je zomaar opbelt en je bij de thee vertelt
Speciaal voor Poëziefestival De Nieuwe Liefde maakte filmmaker Frithjof Kalf de documentaire Dichter & buur die op het festival in première gaat. Schuilt er poëzie in ieder huis?
Vijf dichters uit de wijde buurt rond De Nieuwe Liefde gingen op bezoek bij vijf uiteenlopende bewoners uit verschillende Dichtersstraten. Vooraf wisten de dichters, Tsead Bruinja, Menno Wigman, Annemieke Gerrist, Henk van der Waalen Mustafa Stitou, niet bij wat voor soort persoon ze op bezoek gingen. Ze kregen een naam en een adres. Dat was alles. Tijdens het bezoek vertelden de bewoners over hun leven en hun favoriete gedicht. Aan de hand van het levensverhaal en het gedicht maakten de vijf dichters een nieuw gedicht, dat ze tijdens een tweede bezoek voorlezen aan de bewoners. Dichter dan dit kunnen dichter en buurtbewoner elkaar niet naderen.
De presentatie van het programma zal in handen zijn van Hadassah de Boer en iedereen die aan de documentaire heeft meegewerkt, is bij deze première aanwezig. Het openingswoord wordt verzorgd door stadsdeelvoorzitter Godfried Lambriex. Dit is een samenwerkingsproject naar een idee van dichter Tsead Bruinja met al die buurtbewoners die hun verhalen deelden.
Locatie: De Nieuwe Liefde (Grote zaal), Da Costakade 102, Amsterdam
P.s. tijdens het festival zijn er ook een aantal open podia, waar zaterdagavond om 19.15 uur wordt voorgelezen door mijn vrouw Saskia Stehouwer, gevolgd door Annelie David.
Foto van Maria van Daalen tijdens een vorige editie gemaakt door Simon Bleeker
Al vijf edities lang maakt Dien L. de Boer haar boerderij te Exmorra (Vlakbij Bolsward0 beschikbaar voor poëzie en muziek tijdens het programma 'Dichter op de deel', zo ook komende zondag. Voor 5 euro geniet u van de poëzie van Menno Wigman , Tsead Bruinja, Joost Oomen, Thomas Möhlmann, Maud Verhauwaert, Else Kampen, Sigrid Kingma, Rense Sinkgraven en Dien L. de Boer zelf. Daarnaast is er muziek door Talking Cows, bestaande uit
saxofonist Frans Vermeerssen, pianist Robert Jan Vermeulen, drummer Yong
Sun en bassist Dion Nijland.
Het wordt opnieuw een mooie middag vol poëzie & muziek onder het gebinte van de boerderij in Exmorra.
Na vier succesvolle edities wordt het
Lustrum gevierd, onder meer met een vertaalproject: de Friesedichters lezen
een Nederlandse vertaling van hun werk, maar er zullen ook Friese vertalingen te
horen zijn van de Nederlandse dichters.
Het programma wordt feestelijk afgesloten met een maaltijd van gerookte
vis, soep en brood en er is gelegenheid een gesigneerde bundel aan te
schaffen van de optredende dichters.
Mijn moeder gaat kapot. Ze heeft een hok, nog net geen kist, waar ze haar stoel bepist en steeds dezelfde dag uitzit. Uitzicht op bomen heeft ze, in die bomen vogels en geen daarvan die zijn verwekker kent.
Ik ben al meer dan veertig jaar haar zoon en zoek haar op en weet niet wie ik groet. Ze heeft me voorgelezen, ingestopt. Ze wankelt, hapert, stokt. Ze gaat kapot.
Geen dier, zegt men, dat aan zijn moeder denkt. Ik lepel bevend eten in haar mond en weet haast zeker dat ze me nog kent.
Het zullen merels zijn. Ze zingen door. De aarde roept. Krijgt vloek na vloek gehoor.
Ús mem giet stikken. Se hat in hok, krekt noch gjin kiste, wêr't se har stoel bepisset en hieltyd deselde dei útsit. Útsicht op beammen hat se, yn dy beammen fûgels en net ien dêrfan dy't syn oansetter ken.
Ik bin al mear as fjirtich jier har soan en sykje har op en wit net wa't ik groetsje. Se hat my foarlêzen, bestoppe. Se wankelet, haperet, stûket. Se giet stikken.
Gjin dier, wurdt der sein, dat oan de mem tinkt. Ik leppelje triljend har it iten yn `e mûle en bin der hast wis fan dat se my noch ken.
It sille lysters wêze. Se sjonge troch. De ierde ropt. Fynt flok nei flok gehoar.
Snoep bij de Wandel Vierdaagse, nut en onnut van het ecoduct, duurzame varkens en de slachtpartij in Londen waren onderwerpen van gesprek bij Dit is de dag. En Egbert Jan Weeber was te gast om te praten over de bijen, die we moeten redden.
Ik maakte voor hen dit:
SNOEP VERSTANDIG
varkensvlees in honing-sinaasappelmarinade geroosterd varkensvlees met honing varkensvlees gemarineerd in ketjap en honing varkensrollade met honing mosterdglazuur varkensvlees met honing-kruidenkorst of met honing en abrikozen
er zijn vele redenen om bijen te koesteren bovendien hoef je ze niet te vertroetelen ze worden graag bij elkaar gepropt in een bijenstal- flat of paleis
behalve bij de oude maya's die maakten soldatenpoppen gaven ze speren en schilden en vulden ze met wespen muggen en bijen
een soort opgefokte mensachtige piñatas variant van de mexicaanse ezeltjes van papier-maché die gevuld worden met zoetigheden
je kunt bijen inzetten om mijnen te zoeken ze hebben geen wegen of weiland nodig geen groepsbedden schuurpalen of neveldouches
U kunt een bijdrage leveren aan een speciaal ontworpen ecologisch bijenpaleis via http://www.ilovebeeing.nl/bijenpaleis/. Hieronder het filmpje waarin Egbert Jan Weeber u oproept dat te doen (en kappen met dat gif a.u.b.):
Ik zal tijdens de presentatie zeker onderstaand gedicht uit de bundel voordragen, waarvan ik me net bedacht dat het eigenlijk 'harde politiefilm snelle motoren' zou moeten zijn (of zoals ik via google las – harde politiefilm snelle momenten), maar dit is ook mooi en toepasselijker, bijna een tekst voor een contactadvertentie.
harde politieman snelle motor
in een oude schuur zitten vier jonge blazers van de dorpsfanfare met tussen hen in een fles whisky
de een heeft al baardgroei bij de ander is het dons dat de klok slaat
ze spelen mee met de beat uit een speelgoedkeyboard ze staren naar de fles en mijmeren over jeltsje van de
videotheek hoe ze voorover leunt als ze de kortingsbonnen uit de krant knipt
de stad waar ze gaan studeren het uit huis en het laatste optreden van de fanfare wie er aan de weg zal staan
is het richt van wie henk de pony mocht borstelen en de stal uitmestte
die hem in de bar-dancing lang aankeek maar die laatste stap nooit aandurfde net als henk
is het het buurmeisje nynke waar wiebe mee op zwemmen zat
voor diploma c zuster van zijn beste vriend van wie het zwempak net wat
doorzichtiger was dan ze zelf dacht
of was het jan die pieter een steen op zijn kop liet
vallen steen die aan een touw over een hoge tak hing en als val diende voor vijanden die ze nooit hadden gezien
jan zijn vader was bij de politie als er wat loos was vroeg hij wat er gebeurd was en stoof snel de tegenovergestelde kant op
jan had een snorretje net als zijn vader en een paar van de jongens alleen nog maar dons
dons dons wordt baard voor alle jongens en zolang hun kop het nog doet blazen ze alle vier ’s
nachts
in een oude schuur met een fles whisky tussen hen in en posters aan de muur van richt nynke jan en jeltsje terwijl ze de kortingsbonnen uit de krant knipt
harde politieman snelle motor
yn in âld skuorre sitte fjouwer jonge blazers fan de doarpsfanfare mei tusken harren yn in flesse wisky
de ien hat al burd by de oare is it dûns dat de klok slacht
se spylje mei de beat mei út in boartersguodkeyboard se stoarje nei de flesse en mimerje oer jeltsje fan de fideoteek hoe’t se foaroer linet at se de koartingsbonnen út de krante knipt
de stêd dêr’t se studearje sille it út hûs en it lêste optreden fan de fanfare wa’t der oan de dyk stean sil
is it richt fan wa’t henk de pony boarstelje mocht en de stâl útmjokse
dy’t him yn de bar-dancing lang oanseach mar noait dy lêste stap oandoarde lykas henk
is it it buorfamke nynke dêr’t wiebe mei op swimmen siet
foar diploma c suster fan syn bêste maat fan wa’t it swimpak krekt wat
trochsichtiger wie as se sels tocht
of wie it jan dy’t pieter in stien op ’e kop falle liet stien dy’t oan in tou oer in hege takke hong en as fal foar fijannen tsjinne dy’t se noait sjoen hienen
jan syn heit wie by de plysje at der wat loas wie frege er wêr’t it bard wie en stode gau de oare kant op
jan hie in snorke lykas syn heit en guon fan de jonges allinnich noch mar dûns
dûns dûns wurdt burd foar alle jonges en salang at de kop it docht blaze se alle fjouwer nachts
yn in âld skuorre mei in flesse wisky tusken harren yn en posters oan de muorre fan richt nynke jan en jeltsje wylst se de koartingsbonnen út de krante knipt
Zaterdagmiddag ben ik te gast bij Opium Radio. Waar verder gesproken zal worden over welke vijf kleine theatervoorstellingen uitgekozen zijn voor het Nederlands Theater Festival, dat begin september wordt gehouden bij de start van het nieuwe toneelseizoen, door Arthur Japin. Daarnaast vertelt kleinkunstkenner Daan Bartels over wat volgens hem de nieuwe klassieke kleinkustliedjes zijn en komt Ernst Daniel Smid aan het woord over wat Verdi's opera La Traviata zo bijzonder maakt.
Vorige week was Nynke Laverman te gast bij Opium in het kader van haar prachtige nieuwe cd 'Alter'. Haar optredens zijn o.a. te beluisteren in het eerste uur (na 11 min.) en in het tweede uur (na 9 min.) via http://avro.nl/audioplayer/?p=opiumzat.
Hieronder twee van de liedjes van de cd en een item dat Omrop Fryslân over de nieuwe plaat maakte.
Het mooiste nummer op de cd vind ik tot nu toe het duet met dichter Tsjêbbe Hettinga dat ook via soundcloud te beluisteren is:
Daarnaast zal het boek ongetwijfeld bij verschillende boekhandels in Friesland liggen en in het westen zeker bij boekhandel Perdu aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam.
Ernst Bruinsma merkte nog een rare fout op aan het einde van deze tekst. De vormgeefster is Monique Vogelsang en niet Vogelvanger. Monique maakt mooi werk, bekijk het op:
…Zoals de meeste mannen had ik in mijn tienerjaren de neiging als ik eenmaal goed en wel in een meisje was na hooguit een minuut te ontbranden. Zoals de meeste mannen had ik daarna geleerd me te beheersen. (Bijvoorbeeld door heel intensief te denken aan het harige gezicht van een bepaalde voetballer of aan een diep bord vol spinazie à la crème: de bijdrage van deze en andere visioenen aan een succesvol verloop van de coïtus valt moeilijk te overschatten. Je zou er zelfs een soort dialectiek van de liefde op kunnen baseren, maar als ik daarover begin, blijf ik éch klem zitten tussen deze haakjes.)…
Ik moest even denken aan het geweldige lied van Meindert Talma 'Voetballers met baarden en snorren', met wat lijkt op een heus kozakkenkoor. Benieuwd of Wouter daar ook naar geluisterd heeft.
Aan het einde van het gesprek met Anton de Goede voor de Avonden, lees ik de Nederlandse vertaling van het gedicht 'Fennema' (eigenlijk meer een reeks), waarvan ik vanochtend zelf het Friese origineel heb opgenomen. Over het huis waar we uit moesten in de jaren tachtig later meer. Hier eerst:
FENNEMA
fennema had een zuur hoofd en met dat hoofd en dat wijf zou hij in ons huis wonen
ik wilde de vette ratten die ik onder uit de kruipruimte vandaan had gehaald bij de verbouwing nieuw leven inblazen en loslaten
wij wachtten op de zomervakantie met het verhuizen
ik speelde weken daarvoor met mijn aanstaande buurjongetjes die nederlands spraken
wij spelen soldaatje als iemand op je schiet en raakt ben je tien seconden dood
binnen de kortste keren kreeg ik het aan de stok met de commandant
over wanneer je echt dood was
hij schoot mis dat valt niet te controleren zei ik
*
fennema had twee zonen ze keken gemeen uit de ogen maar niet zo zuur als hun vader
op mijn slaapkamer lachte de ene me uit hier zal ik me wel vermaken
maar ik geloof niet dat hij uren door het raam de weilanden over vloog of brood met aardbeien en suiker in de tuin opat
een speelgoedtrekker met trappers en gras dat zijn vader net gemaaid had op de kar
*
moeder roept op de veranda naar de blonde jongen van het loonbedrijf of hij komt eten
vierkante pakken hooi poept zijn machine uit
ik denk ook niet dat de zoon van fennema in bomen klimt en zich door de wind laat wiegen met een vriendje zich verstopt voor diens ouders
voor geen eind aan dit op bed zonder televisie
*
wij rijden er met het hele gezin langs ik val uit de gerooide bomen
het is beter zo het huis verzakt en is later niets meer waard
maar moeder is al lang dood en het huis staat er nog
als ik dood ben zoek ik haar op gaan we samen terug jagen we fennema eruit
fennema hie in soere kop en mei dy kop en dat wiif soe er yn ús hûs wenje ik woe de fette rotten dy’t ik ûnder út 'e krûprûmte helle hie by de ferbouwing nij libben ynblaze en loslitte
wy wachten op de simmerfakânsje mei it ferfarren
ik boarte wiken dêrfoar mei myn oankommende buorjonkjes dy’t hollânsk praten
wij spelen soldaatje als iemand op je schiet en raakt ben je tien seconden dood
binnen de koartste kearen krige ik lijen mei de kommandant
oer wannear'tst echt dea wiest
hij schoot mis dat valt niet te controleren sei ik
*
fennema hie twa soannen se seagen gemeen út ’e eagen mar net sa soer as harren heit
op myn sliepkeamer lake de iene my út hjir sil ik my wol fermeitsje
mar ik leau net dat hy oeren troch it rút de lannen oer flein hat of bôle mei ierdbeien en sûker yn ’e tún opiet
in boartersguodtrekker mei trapers en gers dat syn heit krekt meand hie op ’e karre
*
mem baltet op de feranda nei de blonde jonge fan it leanbedriuw oft er komt te iten
fjouwerkante pakken hea poept syn masine út
ik tink ek net dat de soan fan fennema yn beammen klimt en de wyn him widzje lit mei in maat him ferstoppet foar dy syn âlden
foar gjin ein oan dit op bêd sûnder tillevyzje
*
wy ride dêr del mei it hiele húshâlden ik rûgelje út de roaide beammen
it is better sa it hûs fersakket en is letter neat mear wurdich
mar mem is al lang dea en it hûs stiet der noch
at ik dea bin sykje ik har op geane we tegearre werom jeie we fennema der út
Later meer recent materiaal (o.a. het gedicht 'Fennema' uit
de nieuwe bundel), maar nu eerst een aantal filmpjes en geluidsopnames van wat
langer geleden.
Op uitnodiging van Poetry International werd ik in 2006
gevraagd om een gedicht te schrijven bij een schilderij van Rembrandt. Ik koos
'Jeremiah treurend om de verwoesting van Jeruzalem'. De VPRO maakte een filmpje
van mijn voordracht voor het schilderij.
het weiland in september ligt er weelderig bij als een luie
rentenier die in de bloei van zijn leven het werk neer kan leggen. hoge inzet.
oud geld. een man die desondanks geen plaats wil maken, die het werken is gaan
zien als spelen. hij neemt de zeis om het laatste gras neer te bedden en op te
voeren
hoe kan hier een slotakkoord zijn aanvang vinden hoe kan hiervoor een instrument uit ons
die bestookt door dromen die we als cruciale bondgenoten
zien een schuur invluchten bij de minste regen
zegt ze
teken een cirkel op de grond met twee slapende mensen daarin om voorlopig
Twee jaar daarvoor schreef ik op uitnodiging van Aïda en de Hortus een gedicht geïnspireerd door de maretak die zich als een parasiet met een appelboom had laten vergroeien:
'Famke ûnder de appelbeam' kwam terecht in de bundel Gers dat alfêst laket (Bornmeer, 2005) en later ook in Geboorte van het zwarte paard (Cossee, 2008). De openingscyclus van Gers dat alfêst laket / Gras dat alvast lacht las ik voor op muziek van Jaap van Keulen tijdens 'Disorientation – new ways of storytelling' in Filmtheater Rialto te Amsterdam in 2005. Ons publiek bestond uit tien mensen die verspreid door een bioscoopzaal zaten. Ons eerste optreden was daardoor niet erg goed, maar het tweede optreden ging vooraf door een aantal prachtige korte films van Marc de Cloe en dat inspireerde ons tot het volgende:
GERS DAT ALFÊST LAKET
elk wurd dat ik by dy dellis oan ’e grûn en foar dyn fuotten is in wurd tefolle
it kâlde gers dêrûnder krekt meand krekt wiet fan de moanne it leit in dei
no wachtsje op de sinne en hân foar de mûle en hân foar de grap
wachtsje op hoe’t
krekt meand gers laket
sjocht my oan kom oerein laket laket laket
elk wurd wier wurd laket laket bliid
as in bêd dat noch net op makke is
laket krekt meand en glêd
krekt meand en bliid laket it gers mei de hân op de mûle
en elk wurd dat ik skylk skynber sêft by dy dellis op it nije gers en foar dyn djoere fuotten is in wurd tefolle dat laket en laitsje sil
*
GRAS DAT ALVAST LACHT
elk woord dat ik bij je neerleg aan de grond en voor je voeten is een woord te veel
het koude gras daaronder pas gemaaid net nat van de maan het ligt een dag
nu wachten op de zon en hand voor de mond en hand voor de grap
wachten op hoe
pas gemaaid gras lacht
kijkt mij aan kom overeind lacht lacht lacht
elk woord waar woord lacht lacht blij
als een bed dat nog niet op gemaakt is
lacht pas gemaaid en glad
pas gemaaid en blij lacht het gras met de hand op de mond
en elk woord dat ik later schijnbaar zacht bij je neerleg op het nieuwe gras en voor je kostbare voeten is een woord te veel dat lacht en lachen zal
*
pake harret de seine en laket
syn kâlde yltige hannen bjinne de bonken skjin
oansketten gûchelhannen troch har broekje
it kreaket wer de tiid
*
opa scherpt de zeis en lacht
zijn koude eeltige handen boenen de botten schoon
aangeschoten goochelhanden door haar broekje
het kraakt weer de tijd
*
hy krôket wer de minime god fan it ferskil
hy krôket en ferskoot de pion
pake laket
no sjen wa’t de ring past
wa’t om it boadskip te stjoeren falt
en roppe hiel lûd roppe
*
hij boert weer de minieme god van het verschil
hij boert en verschuift de pion
opa lacht
nu zien wie de ring past
wie om de boodschap te sturen valt
dan roepen heel hard roepen
*
ûnder in heap seinen sliept it lekker
gers dat alfêst laket groetet de sinne
har laits
is de wurgens út naaid
* onder een stapel zeisen slaapt het zacht
gras dat alvast lacht groet de zon
haar lach
is de moeheid uit genaaid
*
wa sjongt wa de búk yn
wa komt foar wa de bosk út
wa laket as in mes har de takomst yn
en koest troch de tonger hinne har it longerjen yn
wa segenet de sinne op ’e nij mei in berte
en is it nije gers
*
wie zingt wie de buik in
wie komt voor wie het bos uit
wie lacht als een mes haar de toekomst in
en slaapt door de donder heen haar het verlangen in