Anton de Goede van de VPRO interviewde mij dit weekend voor Villa VPRO en De Avonden. De uitzending van Villa VPRO is te beluisteren op http://www.vpro.nl/ rond 37.11 min.
Jelle van der Meulen, muzikant, docent en recensent van de Friese literatuur voor NBD/Biblion is van huis uit geen Fries. Tijdens zijn studie Nederlands volgde hij het als bijvak en sindsdien volgt hij de Friese literatuur op de voet. Zijn website is een goede Nederlandstalige bron voor wie meer over Friese boeken wil lezen.
Van der Meulen schreef over Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers het volgende:
"Het is een prachtig boek geworden, dit samenwerkingsverband tussen de dichter Tsead Bruinja, beeldend kunstenares Mirka Farabegoli en saxofoniste Femke IJlstra. Deze drie kunstenaars zijn alle drie in Friesland geboren, verhuisd naar een stad, maar raakten Friesland niet helemaal kwijt. Uitgangspunt van hun samenwerking was een poging om een gevoel uit te beelden van weemoed naar vroeger en het 'thuiskomen in de breedste zin van het woord'. Dat is bijzonder goed gelukt.
Alleen al in de verschillende muziekstukken van Femke IJlstra klinkt er genoeg weemoed door. Bij elk van de zes stukken op de cd geeft IJlstra in het boek een kleine toelichting, maar dat is nauwelijks nodig om te begrijpen wat de stukken verbeelden. Zo staat er bij het derde nummer 'Femke en la Gran Ciudad', een compositie van Guillermo Lago voor sopraansaxofoon en tape, dat het op swingende wijze de tweestrijd tussen de grote stad en het Friese platteland toont. In de toelichtingen bij de andere stukken staan verder woorden als 'heimwee', 'terugkeer naar de natuur en stilte in Friesland', 'ouderlijk huis', 'oude slaapkamerraam', 'afscheid'. Dat zijn allemaal herkenbare elementen die op een sprankelende en spannende manier in deze muziek zitten, maar de beste typering geeft IJlstra ook zelf, als ze zegt dat de stukken haar veel vrijheid geven om te doen wat ze graag wil met haar muziek: verhalen uitbeelden.
Dat is ook wat Tsead Bruinja doet in de Fries-Nederlandse gedichten in deze bundel: verhalen vertellen en dan vooral veel verhalen over vroeger. Dat is niets nieuws, dat deed hij in zijn poëzie vaker. Tegelijkertijd zitten er ook heel veel lijntjes naar het heden in de gedichten. Het eerste gedicht, dat aan de zes afdelingen in de bundel voorafgaat, begint haast homerisch (en als ik citeer, citeer ik de Friese versie en voor wie dat niet kan lezen: koop deze tweetalige gebonden dichtbundel met 37 gedichten in het Fries en uiteraard net zoveel in het Nederlands, met elf etsen paginagroot (25 x 20 cm) afgedrukt en dan ook nog herhaaldelijk details uitvergroot, plus een cd met unieke nummers voor slechts €22,50 en lees de Nederlandse vertalingen):
bonken fertel my fan de siel dy't om jim hinne plakt sit
fan it pún fan de huzen fan de fijannen
fan de swalker dy't om jin hinne rust
wêr't er begûn is wat er fernield hat wat byinoar brocht
Dan volgt de eerste afdeling 'Boartersplak', met veel herinneringen aan de jeugd van de dichter, bij pake en beppe bijvoorbeeld, maar de titel 'boartersplak' is behoorlijk misleidend. Kun je het 'kealleleafdeleafdessfertriet' nog wel humoristisch opvatten, bij de werkloosheid van heit is dat al lastiger en de dan nog jonge dichter is in het gedicht 'Fennema' bepaald niet blij dat er een nieuwe familie het huis van zijn gezin komt overnemen. Bij dit gedicht staat een mooi dreigende ets van Mirka Farabegoli waarin ze het gedicht niet alleen invult, maar ook aanvult, zoals in veel van de etsen het geval is.
Het gedicht 'walkman' begint heel speels met 'wy hienen in spultsje betocht / by eltse ramp of oarloch dienen wy / wa't it hurdste laitsje koe', maar in de laatste strofe 'fergie it laitsjen ús / waard de wrâld grutter / de pine djipper / it hert lytser'. Het gedicht 'beafeart' is ronduit grimmig waar het gaat over een borstenbegraafplaats voor afgezette borsten, de pijn van de moeders, zusters, vrouwen en de machteloosheid van de zonen, broers en vaders. Opvallend is dat bij dit gedicht een van de lieflijkste etsen van dit boek is afgedrukt.
De gedichten zijn lang niet allemaal in hetzelfde lettertype en in dezelfde kleur afgedrukt. Het gedicht 'aksint' is zelfs lastig leesbaar, omdat de letters verticaal zijn afgedrukt in plaats van horizontaal. Het gedicht gaat over het Friese accent dat de dichter wilde kwijtraken en weer terugvond, maar legt vooral bloot waar de dichter niet over wilde/durfde schrijven. Het eindigt met een mooi eenvoudig en tegelijk groots beeld: 'der streamde in sleat yn my dy't in rivier wurde woe / in sleat dy't dreamde fan oseanen'. Die variatie in lettertypen en kleuren werkt wonderwel in deze bundel; bij dit gedicht geeft het onder andere de problematiek van het opschrijven van iets pijnlijks aan. Bij andere gedichten kan ik eerlijk gezegd niet altijd goed verklaren waarom een afwijkend lettertype of kleur werkt en wat het dan precies doet.
Ook in de andere delen van de bundel gat het veel over vroeger, maar bijna altijd is er ook de verbinding met het heden. Moeiteloos verbindt de dichter in het gedicht 'Achter op in âlde fyts' een verhaal over een ophefmakende opmerking van zijn oma met de eerste ontmoeting van zijn eigen geliefde en rondt dat af met ' beppe soe it sûnder mis allegearre prachtig fûn ha'. Vooral in het derde deel staan van dat soort gedichten, hoewel de dichter zelf die verbinding tussen dingen van vroeger en nu soms te ver vindt gaan en niet altijd vindt passen: 'eins fyn ik dat dit net kin nammen ut 'e popwrâld / yn in frysk fers sa neist pake en beppe of heit en mem'.
Tot nu toe vond ik Bruinja's gedicht 'leave nimmen wit hoe't wy yn eardere libbens' (uit De wizers yn it read, 2000) het mooiste Friese liefdesgedicht dat ik kende, maar in deze bundel staat het gedicht 'bêd' dat daar wel heel dicht bij in de buurt komt, misschien wel omdat dat gedicht ook nog speelt met de twee talen waarin de dichter leefde/leeft: zijn moedertaal, het Fries, en de taal waarin hij nu al weer zo lang leeft en die de taal van zijn geliefde is, het Nederlands. Het gedicht begint zo:
'de nammen dy'tst brûkst foar it iten it bestek en it servys op tafel binne net de earste nemmen
dy't ik learde foar iten bestek en servys
(…)
en eindigt met:
'foar dy dingen dingen brûkst no
deselde nammen
dyn bêd en tuten alle jierren wurde se langer
Ongetwijfeld speelt bij mijn waardering voor dit gedicht ook een rol dat ik inmiddels de geliefde van de dichter een soort antwoord op dit gedicht heb horen voordragen, een uiteraard Nederlandstalig gedicht met de veelzeggende Friese titel 'Hûs' (Huis).
De laatste afdeling van de bundel 'by in freon del gean' laat nog weer eens goed de werkwijze van de dichter zien. Als in een raamvertelling begint deze afdeling met een gedicht over opa die blokken aan de trappers heeft gemaakt, zodat de kleinzoon op de te grote 'derdehands' herenfiets kan fietsen en eindigt deze ook weer met een gedicht dat begint met 'pake sloech spikers troch de trapers sadat ik op de hearefyts koe', waarin verschillende elementen uit de bundel terugkomen. Tussen deze twee gedichten in staan vier gedichten die zich in deze tijd afspelen en waarvan de eerste drie beginnen met de zin 'ûnder it bêd yn it nije hûs / fan myn bêste freon en syn frânske frou / stean fjouwer klossen' en het vierde gedicht begint met een variant daarop.
Na eerste lezing vond ik deze nieuwe gedichten van Tsead Bruinja een beetje tegenvallen. Ze leken me minder beelden te bevatten dan zijn vorige poëzie. Bij nader inzien valt dat wel mee. Misschien zijn deze gedichten wel iets makkelijker toegankelijk dan van een deel van Bruinja's vorige poëzie, maar ik kan me ook voorstellen dat dat een bewuste keus geweest is van de dichter, omdat de beelden van de muziek en de etsen een belangrijke rol spelen. Bovendien is het vooral de grote samenhang tussen deze gedichten in deze bundel en de combinatie van de gedichten, de muziek en de vaak toch ook wat raadselachtige beelden van de etsen die van deze uitgave een juweeltje maken."
P.s. van der Meulen maakt deel uit van het duo Hoed en Rand. Zij maakten eerder een muzikale bewerking van het gedicht 'wylst ús hier tinner wurdt / terwijl ons haar dunner wordt' uit Angel(Bornmeer, 2008). Ik heb destijds de tekeningen van Ramon Verberne gebruikt om er een clipje bij te maken.
terwijl ons haar dunner wordt en in de bomen de apen lachen
terwijl we steeds vaker het dak op moeten om de weggewaaide pannen terug te leggen
terwijl ons haar dunner wordt en de apen in de bomen lachen
terwijl de dokter ons vaker ziet zitten in de snotterige en kuchende wachtkamer
terwijl de apen lachen
terwijl de één na de ander sterft en zijn daden niet meeneemt het graf in
blijven de apen jong en lachen
terwijl de boeren en scheten je overal heen vergezellen en je darmen en longen slijten
terwijl het beschutte plekje onder de bomen lokt
lachen de apen om de kracht die wegglipt uit je appelschillende handen
je kijkt haar aan en je kijkt anders naar de grond terwijl dit alles
wordt de honger van de apen groter
terwijl het vergeven verschrompelt en woede alleen maar vervelt
Het duo zingt Nederlandstalige poëzie, luister- en drinkliedjes. De melodieën bij de gedichten maken ze zelf. Voor hun eigen liedjes zijn de inspiratiebronnen onder andere de zee en de liefde.
Was net in gesprek met Anton de Goede van de VPRO. Komende dinsdag is het interview te beluisteren bij de Avonden en daarnaast, mits er geen beroemdheid overlijdt of een kabinet valt, is er een item bij Villa VPRO op Radio 1 komende maandagmiddag.
Tijdens ons gesprek ging het ook kort over waar de titel van de bundel vandaan komt. Het was de titel van een gedicht dat ik schreef na mijn eerste gesprek met saxofoniste Femke IJlstra, die me vertelde waar ze vandaan kwam.
Femke kwam langs in Amsterdam en speelde op de bank een prachtig stuk muziek, waarna ik onderstaand nieuw gedicht voorlas. Het haalde uiteindelijk de bundel niet, omdat ik het niet helemaal vond passen en het minder goed vond dan de gedichten in de rest van de bundel.
De titel bleef echter in mijn hoofd doorzingen en die hebben we gehouden. Even overwoog ik nog Hotel Hoogtevrees, de titel van een andere gedicht, maar ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb, want Kees 't Hart kwam dit jaar met een roman getiteld Hotel Vertigo.
stofzuigerzangers
wie staat er midden in het dorp altijd voor het raam van de nette voorkamer met de stofdoek in de handen arbeidsvitaminen op de radio stofzuigerstang tegen de bank
en zingt ze terwijl de politie voorbij fiets denkt ze aan haar melkrijder en haar vijf kinderen
allemaal op de christelijke school aan deze kant van het dorp
bijna op een kluitworp afstand van ons
*
wie rijdt er met de vrachtwagen van unigro de steeg in bij de vivo
is het de vader van je beste vriend uit het vorige dorp
als hij voetballen kijkt op tv doet hij dat met het geluid van de radio
mag je het plein af om te zien of hij het is gaat de bel nog niet
is er tijd genoeg voor het handopsteken en hoi zeggen tegen de vader in de cabine
*
je kunt gebeten worden door een radio-actieve spin
je kunt web schieten uit je polzen
als je over het paadje door het bosje loopt
je kunt dichter worden het verleden door de sapcentrifuge drukken tot de laatste druppel
stofsûgersjongers
wa stiet der midden yn it doarp altyd foar it rút fan de kreaze foarkeamer mei de stofdoek yn `e
hannen arbeidsfitaminen op de radio stofsûgerstange tsjin
de bank
en sjongt se wylst de polysje foarby fytst tinkt se oan har molkrider en har fiif bern
allegear op de kristlike skoalle oan dizze kant fan it
doarp
hast op in klútwurp ôfstân fan ús
*
wa riidt der mei de frachtauto fan unigro de steech yn by de vivo
is it de heit fan dyn bêste freon út it foarige doarp
at er fuotbaljen sjocht op tv docht er dat mei lûd fan de radio
meist it plein ôf om te sjen of hy it is giet de bel noch net
is der tiid genôch foar it hânopstekken en hoi sizzen tsjin de heit yn de kabine
*
kinst biten wurde troch in radio-aktive spin
kinst web sjitte út dyn polzen
ast oer it paadsje troch it boskje rinst
kinst dichter wurde it ferline troch de sopsintrifúzje drukke oant de lêste drip
Marc Neys, alias Swoon, heeft een prachtige film gemaakt bij het gedicht 'De bern ha it fjoer oanstutsen / De kinderen hebben het vuur aangestoken.' Ik raad u aan voor een paar minuten uw gordijnen dicht te trekken en de video op full screen te zetten.
Tijdens een festival in Nicaragua raakte ik bevriend met een Ierse dichter die me, toen we het carnaval waren ontvlucht en een aantal goede flessen rode wijn hadden genuttigd, op zijn telefoon het laatste berichtje van zijn zus liet zien. Voor hem schreef ik dit gedicht, of eigenlijk voor ons en onze zusters en glazen.
er spelen te veel mariachi’s in deze straat liedjes over vrouwen die komen vrouwen die weggaan en een lekkende badkamerkraan er spelen te veel mariachi’s
er staan te veel telefoonnummers in het geheugen van onze mobieltjes nummers en berichten van dooien die we niet durven wissen te veel nummers
en er zijn niet genoeg flessen wijn om onze paarden de hele avond de boulevard op en neer te laten draven daarom stap ik over op rum er zijn te veel mensen
er zijn niet genoeg kooitjes met kanaries voor de mijnschachten waar we nog in af moeten dalen mijn moeder probeert aan de keukentafel er één bij te brengen smeert echte boter om het dichte snaveltje
er zijn te veel gangen te veel paden één wordt ons fataal
er spelen te veel mariachi’s in deze straat vannacht is in nederland het kabinet gevallen maar ik had het met jou over je zuster over mijn zuster en over de paarden er zijn niet genoeg ministers
er zijn te veel presidenten de wereld is één groot poëziefestival en de ene dichter veel belangrijker dan de andere pak ze hun kanarie af en hijs ze met vlag en al op hun brandend paard
want er zijn te veel jezussen aan boord van dit schip te veel zeilen
en er is niet genoeg water voor hen om over te lopen
waarom loopt er niemand met de paarden? rolt er van jouw paarse tong
en tussen mijn paarse lippen vandaan komt waarom rent er niemand met onze paarden?
en waarom redde verdomme niemand maar dan ook niemand geen dooie geen minister geen president of kanarie op het moment dat we ze echt nodig hadden
onze zusters en onze glazen?
er zijn te veel mariachi’s in deze straat vannacht en ik heb niet genoeg bij me om het schoolgeld van al hun kinderen mee te betalen
WÊROM TINKT DER NET IEN OM DE HYNDERS?
der spylje te folle mariachi's yn dizze strjitte ferskes oer froulju dy't komme en fuortgean en in lekkende badkeamerkraan der spylje te folle mariachi's
der stean te folle tillefoannûmers yn it geheugen fan ús mobyltsjes nûmers en berjochten fan deaden dy't we net fuort doarre te smiten te folle nûmers
en der binne net genôch flessen wyn om ús hynders de hiele jûne de bûlevaar op en del drave te litten dêrom stap ik oer op rum der binne te folle minsken
der binne net genôch koaikes mei kanarjes foar de mynskachten dêr't wy noch yn omleechgean moatte mem besiket oan de keukenstafel noch ien by te bringen smart boerebûter om it tichte snaffeltsje
der binne te folle gongen te folle paden ien wurdt ús fataal
der spylje te folle mariachi's yn dizze strjitte fannacht is yn nederlân it kabinet fallen mar ik hie it mei dy oer dyn suster oer myn suster en oer de hynders der binne net genôch ministers
der binne te folle presidinten de wrâld is ien grut poëzijfestival en de iene dichter folle wichtiger as de oare pak se harren kanarjes ôf en hys se mei flach en al op harren baarnend hynder
want der binne te folle jezussen oan board fan dit skip te folle seilen
en der is net genôch wetter foar harren om oerhinne te rinnen
wêrom rint der net ien mei de hynders? rôlet der fan dyn pearse tonge
en tusken myn pearkse lippen wei komt wêrom rint der net ien mei ús hynders?
en wêrom rêde ferdomme net ien mar dan ek gjinien gjin deade gjin minister gjin presidint of kanarje op it stuit dat wy se echt noadich hienen
ús susters en ús glêzen?
der binne te folle mariachi's yn dizze strjitte fannacht en ik ha net genôch by my om it skoaljild fan al harren bern mei te beteljen
En morgenavond presenteren Femke IJlstra, Mirka Farabegoli en ik het boek, met muziek, beeld en voordrachten van Saskia Stehouwer, Robert Anker, Mowaffk Al-Sawad, Saskia de Jong, Ester Naomi
Perquin en Nyk de Vries. De gastenlijst is op 2 mensen na vol, dus mocht je willen komen, mail dan even naar tseadbruinja(a)hotmail.com.
Locatie:
Stichting Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam Datum:
donderdag 2 mei 2013 Aanvang: 20.30 uur (deuren open om
20.00 uur) Toegang: gratis Reserveren: tseadbruinja@hotmail.com
Mijn moeder en tante overleden beiden aan de gevolgen van borstkanker en toen een goede vriendin me belde met het nieuws dat ook zij borstkanker had en twijfelde over het weg laten halen van haar borst, omdat ze zo trots was op haar lichaam, schreef ik dit gedicht.
BEDEVAART
er moet ergens een borstenbegraafplaats zijn een laatste rustplaats voor onze moeders zusters en vrouwen hun afgesneden theezakje c75 of dubbel d
een plek waar ze heen kunnen als ze last hebben van fantoompijn of genieten van fantoomgenot
en wij zonen broers en vaders kunnen stilstaan niet bij het verlies van leven maar van een hap leven
een oord waar de borsten wachten op hereniging met de lichaamsdelen waar ze bij hoorden
netjes bevroren gebalsemd of in een minuscule urn
er moet ergens een begraafplaats zijn voor de trots van onze vrouwen
een eindpunt
voor een bedevaart van melk lust en verdriet
*
BEAFEART
der moat earne in boarstebegraafplak wêze in lêste rêstplak foar ús memmen susters en froulju harren ôfsnijde teesekje 75c of dûbel d
in plak dêr't se hinne kinne at se lêst ha fan fantoompine of genietsje fan fantoomgenot
en wy soannen broers en heiten stilstean kinne net by it ferlies fan libben mar fan in hap libben
in oarde dêr't de boarsten wachtsje op it wersjen mei de lea dêr't se by hearden
netsjes beferzen balseme of yn in minuskule urne
der moat earne in begraafplak wêze foar de grutskens fan ús froulju
Toen ik dit gedicht inlas, moest ik denken aan een van de eerste Friese gedichten die ik schreef. Minstens twaalf jaar nadat mijn moeder voor het eerst in het ziekenhuis opgenomen was en tien jaar na haar overlijden, maakte ik schoon bij uitgever Wolters-Noordhoff te Groningen. Waarschijnlijk was ik net begonnen met het lezen van Friese poëzie en geïnspireerd door het werk van mensen als Albertina Soepboer en Tsjêbbe Hettinga schreef ik onderstaand gedicht op gele post-its die ik van de vele bureau's leende.
ÉÉN BORST
in het ziekenhuis rende ik de trap op sloeg ik treden over
stoof in de gang vlak voor mijn moeder langs zag haar niet
thuis had ze nooit een ochtendjas aan thuis hing zoiets in de kast
kijk maar
ze knoopt het bovenstuk van haar pyjama weer open
en ik weet niet meer wat ik verwachtte waar haar borst was leek het dichtgeschroeid
het zag er netjes uit
moeder zei aan de eettafel tegen een vriendje
ik ben hartstikke kaal
hij geloofde het niet als stan laurel tilde ze haar pruik op
kijk maar
ze was daarvoor een keer van de trap gevallen en een poosje buiten westen geweest
ze was een keer misselijk omdat de nieuwe hagelwitte televisie pijn aan haar ogen deed
*
IEN BOARST
yn it sikehûs rûn ik hurd de trep op sloech ik treden oer
stode yn ’e gong lyk by mem del seach har net
thús hie se noait in ochtendjas oan thús hong soks yn de kast
sjoch mar
se knopet it boppestik fan har pyama wer iepen
en ik wit net mear wat ik ferwachte wêr’t ien boarst wie like it tichtskroeid
it seach der kreas út
mem sei oan ’e iterstafel tsjin myn maat
ik bin hartstikkene keal
hy leaude it net as stan laurel tilde se de prûk op
sjoch mar
se wie dêrfoar in kear fan de trep fallen en in skoftsje út ’e wei
se wie in kear mislik omdat de nije hagelwite televyzje har sear oan de eagen die
Mijn vrouw en ik spreken dezelfde taal, maar haar ouders en grootouders spraken in een andere taal met haar dan de mijne met mij. Daarover gaat het volgende gedicht uit de bundel.
BED
de namen die je gebruikt voor het eten het bestek en het servies op tafel zijn niet de eerste namen
die ik leerde voor eten bestek en servies en wanneer je me aanraakt raak je soms een heel ander deel van me aan
dan waar mijn zusje me kneep als ik haar had geplaagd of waar mijn moeder me net wat beter waste
wij slapen in hetzelfde bed maar het jouwe is korter en het mijne klinkt meer als het mekkeren van een geit
je vader en moeder je opa’s en oma’s ze heten anders
ze hebben je nooit zo vastgehouden een kus gegeven of je gezicht gewassen met een ruw washandje
wij leven in dezelfde wereld ik hou je vast geef je een kus
voor die dingen gebruik je nu dezelfde namen
je bed en kussen ieder jaar worden ze langer
*
BÊD
de nammen dy'tst brûkst foar it iten it bestek en it servys op tafel binne net de earste nammen
dy't ik learde foar iten bestek en servys en ast my oanrekkest rekkest soms in hiel oar part fan my oan
as wêr't myn suske my knypte at ik har narre hie of wêr't ús mem my krekt wat better wosk
wy sliepe yn itselde bêd mar dines is koarter en mines klinkt mear as it mekkerjen fan in geit
jim heit en mem jim pakes en beppes se hjitte oars
se ha dy noait oankrûpt in tút jûn of in stryk om 'e kop mei in rûch waskhantsje
wy libje yn deselde wrâld ik krûp dy oan jou dy in tút
De afgelopen maaden trok filmmaker Frithjof Kalf met vijf dichters door de
straten van Amsterdam West, de Dichtersbuurt. De dichters – Tsead Bruinja, Menno Wigman, Annemieke Gerrist, Henk van der Waal en Mustafa Stitou - waren gekoppeld aan buurtbewoners die ze niet
kenden. Ze begonnen voor een deur waarachter zich een leven bevond waarvan ze
niets wisten.
Ze zijn met ‘hun’ bewoners gaan praten: wat was hun geschiedenis, wat
bewoog ze, waar zat de poëzie in hun leven? Naar aanleiding daarvan schreven ze
een gedicht. Gedichten waarin een heel
leven samengebald werd. In een
tweede bezoek legden ze het voor aan de
bewoners.
Dat leidde tot soms ontroerende confrontaties. Poëzie als biografie, als portret of als
spiegel: dichter dan zo kunnen dichter en onderwerp elkaar niet naderen.
Deze film is speciaal gemaakt voor het Poëziefestival De Nieuwe Liefde en
gaat op zaterdag 25 mei in première. De presentatie is in handen van Hadassah
de Boer en alle hoofdrolspelers, zowel de dichters als de geïnterviewden zijn
bij de première aanwezig.
Locatie: De Nieuwe Liefde, Da Costakade 102, 1053 WP Amsterdam Datum: zaterdag 25-05-2013 Aanvang: 15:00 uur Prijs: € 12,50
Hedwig Terpstra van het Friese literaire tijdschrift Ensafh interviewde mij over de nieuwe bundel in de restauratieruimte van een kringloopwinkel te Zwolle, ooit aangeraden door de perfect ingeburgerde Rodaan Al-Galidi.
In de tekst is onder andere het origineel van onderstaand gedicht over mijn oma (en over hoe ik mijn vrouw probeerde te veroveren) te lezen:
achter op een oude fiets
oma zei op de
ouderensociëteit tegen een dorpsgenoot dat haar man
tijdens het hooien toch ook wel eens met een ander in de berm had
gelegen
zij meende dat
het algemeen bekend was dat de
gepensioneerde boer het niet altijd even nauw nam met de huwelijkse trouw niets bleek
minder waar
op hoge
leeftijd zorgde ze voor een flink schandaal wat haar bijna
op uitsluiting van de soos kwam te staan
in datzelfde
terpdorp stonden op zaterdagavond de jonge
vrijgezelle vrouwen voor hun ouderlijk huis te wachten op jonge
mannen uit de omliggende dorpen
die op fietsen
en brommertjes geduldig rondjes langs de dames maakten en bij elke
mogelijke aanstaande vaart minderden om te kijken
of ze achterop sprong
mijn eigen
vrouw die mijn oma alleen van een videobandje kent trof ik bij
een wekelijkse maaltijd van vrienden
waarna zij tot
tweemaal toe vertrok op een
blind date
totdat ik haar
na een groot aantal glazen whisky slingerend
over schoon gestrooide straten naar huis
mocht brengen
en wij begin
maart 2004 zoenden op een koude
stoep voor haar huis in
amsterdam-west
ik mocht niet
mee naar binnen want haar
zwangere huisgenote zou wakker
kunnen worden
die eerste
zoen in de kou was een triomf maar voor mij
was het al aan toen ze
achterop sprong
mijn oma zou
het ongetwijfeld allemaal prachtig hebben gevonden
er kwam ruimte in haar boekenkast maar de planken bleven niet lang leeg tien titels met het woord zelf erin tien met het woord help dertig met nu niet weer ze keken me aan
en ik las zum kotzen in de fik ermee geef me verdomme mijn vrouw terug
totdat ik zelf de knieën in de meditatiemat drukte om naalden tussen mijn tenen vroeg en de smerige tegels van de douchewand ohmde
maar haar nu is nog vaak slaap die niet komt een buik vol doorgeslikt sorry
schuldgevoel
ik loop niet naar de winkel om een aansteker of benzine een nieuwe klok of familieverpakking batterijen
ik zet een stoel naast haar neer ook al blijft het landschip achter de ramen hetzelfde
we zitten niet in een huis zeg ik wij zitten in een langzaam rijdende auto
onder de stoel de moersleutel in mijn bloedrode hand
DÛSSEL
der kaam rûmte yn har boekekast mar de planken bleaunen net lang leech tsien titels mei it wurd sels deryn tsien mei it wurd help tritich mei no net wer se seagen my oan
en ik lies koarje opbaarne dy brut jou my ferdomme myn wiif werom
oant ik sels de knibbels yn de meditaasjematte drukte om nullen tusken de teannen frege en de smoarge tegels fan de dûsmuorre ohmde
mar har no is noch faak sliep dy't net komt in búk fol trochslokt sorry
skuldgefoel
ik rin net nei de winkel om in oanstekker of benzine in nije klok of famyljeferpakking batterijen
ik set in stoel neist har del ek al bliuwt it lânskip achter de ruten itselde
wy sitte net yn in hûs sis ik wy sitte yn in starich ridende auto