• Florian Cats maakte voor útjouwerij de Afûk een filmpje, waarin Femke IJlstra de wapenen opneemt ;o)

    Stofsûgersjongers – Stofzuigerzangers from deMoanne on Vimeo.

    Anton de Goede van de VPRO interviewde mij dit weekend voor Villa VPRO en De Avonden. De uitzending van Villa VPRO is te beluisteren op http://www.vpro.nl/ rond 37.11 min.

    De uitzending van de Avonden vindt morgenavond plaats http://programma.vpro.nl/deavonden

  • Jelle van der Meulen, muzikant, docent en recensent van de Friese literatuur voor NBD/Biblion is van huis uit geen Fries. Tijdens zijn studie Nederlands volgde hij het als bijvak en sindsdien volgt hij de Friese literatuur op de voet. Zijn website is een goede Nederlandstalige bron voor wie meer over Friese boeken wil lezen.

    Mes
    Bron: http://vaagmagazine.com/2012/08/vork-en-mes-altijd-bij-de-hand/

    Van der Meulen schreef over Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers het volgende:

    "Het is een prachtig boek geworden, dit samenwerkingsverband tussen de dichter Tsead Bruinja, beeldend kunstenares Mirka Farabegoli en saxofoniste Femke IJlstra. Deze drie kunstenaars zijn alle drie in Friesland geboren, verhuisd naar een stad, maar raakten Friesland niet helemaal kwijt. Uitgangspunt van hun samenwerking was een poging om een gevoel uit te beelden van weemoed naar vroeger en het 'thuiskomen in de breedste zin van het woord'. Dat is bijzonder goed gelukt.

    Femke_cd_klein

    Alleen al in de verschillende muziekstukken van Femke IJlstra klinkt er genoeg weemoed door. Bij elk van de zes stukken op de cd geeft IJlstra in het boek een kleine toelichting, maar dat is nauwelijks nodig om te begrijpen wat de stukken verbeelden. Zo staat er bij het derde nummer 'Femke en la Gran Ciudad', een compositie van Guillermo Lago voor sopraansaxofoon en tape, dat het op swingende wijze de tweestrijd tussen de grote stad en het Friese platteland toont. In de toelichtingen bij de andere stukken staan verder woorden als 'heimwee', 'terugkeer naar de natuur en stilte in Friesland', 'ouderlijk huis', 'oude slaapkamerraam', 'afscheid'. Dat zijn allemaal herkenbare elementen die op een sprankelende en spannende manier in deze muziek zitten, maar de beste typering geeft IJlstra ook zelf, als ze zegt dat de stukken haar veel vrijheid geven om te doen wat ze graag wil met haar muziek: verhalen uitbeelden.

    Dat is ook wat Tsead Bruinja doet in de Fries-Nederlandse gedichten in deze bundel: verhalen vertellen en dan vooral veel verhalen over vroeger. Dat is niets nieuws, dat deed hij in zijn poëzie vaker. Tegelijkertijd zitten er ook heel veel lijntjes naar het heden in de gedichten. Het eerste gedicht, dat aan de zes afdelingen in de bundel voorafgaat, begint haast homerisch (en als ik citeer, citeer ik de Friese versie en voor wie dat niet kan lezen: koop deze tweetalige gebonden dichtbundel met 37 gedichten in het Fries en uiteraard net zoveel in het Nederlands, met elf etsen paginagroot (25 x 20 cm) afgedrukt en dan ook nog herhaaldelijk details uitvergroot, plus een cd met unieke nummers voor slechts €22,50 en lees de Nederlandse vertalingen):

    bonken fertel my fan de siel
    dy't om jim hinne plakt sit

    fan it pún
    fan de huzen
    fan de fijannen

    fan de swalker
    dy't om jin hinne rust

    wêr't er begûn is
    wat er fernield hat
    wat byinoar brocht

    Dan volgt de eerste afdeling 'Boartersplak', met veel herinneringen aan de jeugd van de dichter, bij pake en beppe bijvoorbeeld, maar de titel 'boartersplak' is behoorlijk misleidend. Kun je het 'kealleleafdeleafdessfertriet' nog wel humoristisch opvatten, bij de werkloosheid van heit is dat al lastiger en de dan nog jonge dichter is in het gedicht 'Fennema' bepaald niet blij dat er een nieuwe familie het huis van zijn gezin komt overnemen. Bij dit gedicht staat een mooi dreigende ets van Mirka Farabegoli waarin ze het gedicht niet alleen invult, maar ook aanvult, zoals in veel van de etsen het geval is. 

    Fennemakopie

    BW stofsugersjongersDEF_Page_20
    Het gedicht 'walkman' begint heel speels met 'wy hienen in spultsje betocht / by eltse ramp of oarloch dienen wy / wa't it hurdste laitsje koe', maar in de laatste strofe 'fergie it laitsjen ús / waard de wrâld grutter / de pine djipper / it hert lytser'. Het gedicht 'beafeart' is ronduit grimmig waar het gaat over een borstenbegraafplaats voor afgezette borsten, de pijn van de moeders, zusters, vrouwen en de machteloosheid van de zonen, broers en vaders. Opvallend is dat bij dit gedicht een van de lieflijkste etsen van dit boek is afgedrukt. 

    BW stofsugersjongersDEF_Page_16
    De gedichten zijn lang niet allemaal in hetzelfde lettertype en in dezelfde kleur afgedrukt. Het gedicht 'aksint' is zelfs lastig leesbaar, omdat de letters verticaal zijn afgedrukt in plaats van horizontaal. Het gedicht gaat over het Friese accent dat de dichter wilde kwijtraken en weer terugvond, maar legt vooral bloot waar de dichter niet over wilde/durfde schrijven. Het eindigt met een mooi eenvoudig en tegelijk groots beeld: 'der streamde in sleat yn my dy't in rivier wurde woe / in sleat dy't dreamde fan oseanen'. Die variatie in lettertypen en kleuren werkt wonderwel in deze bundel; bij dit gedicht geeft het onder andere de problematiek van het opschrijven van iets pijnlijks aan. Bij andere gedichten kan ik eerlijk gezegd niet altijd goed verklaren waarom een afwijkend lettertype of kleur werkt en wat het dan precies doet. 

    Ook in de andere delen van de bundel gat het veel over vroeger, maar bijna altijd is er ook de verbinding met het heden. Moeiteloos verbindt de dichter in het gedicht 'Achter op in âlde fyts' een verhaal over een ophefmakende opmerking van zijn oma met de eerste ontmoeting van zijn eigen geliefde en rondt dat af met ' beppe soe it sûnder mis allegearre prachtig fûn ha'. Vooral in het derde deel staan van dat soort gedichten, hoewel de dichter zelf die verbinding tussen dingen van vroeger en nu soms te ver vindt gaan en niet altijd vindt passen: 'eins fyn ik dat dit net kin nammen ut 'e popwrâld / yn in frysk fers sa neist pake en beppe of heit en mem'. 

    Tot nu toe vond ik Bruinja's gedicht 'leave nimmen wit hoe't wy yn eardere libbens' (uit De wizers yn it read, 2000) het mooiste Friese liefdesgedicht dat ik kende, maar in deze bundel staat het gedicht 'bêd' dat daar wel heel dicht bij in de buurt komt, misschien wel omdat dat gedicht ook nog speelt met de twee talen waarin de dichter leefde/leeft: zijn moedertaal, het Fries, en de taal waarin hij nu al weer zo lang leeft en die de taal van zijn geliefde is, het Nederlands. Het gedicht begint zo:

    'de nammen dy'tst brûkst
    foar it iten it bestek en it servys op tafel
    binne net de earste nemmen

    dy't ik learde foar iten bestek en servys

    (…)


    en eindigt met:

    'foar dy dingen dingen brûkst no

    deselde nammen

    dyn bêd en tuten
    alle jierren wurde se
    langer

     

    Ongetwijfeld speelt bij mijn waardering voor dit gedicht ook een rol dat ik inmiddels de geliefde van de dichter een soort antwoord op dit gedicht heb horen voordragen, een uiteraard Nederlandstalig gedicht met de veelzeggende Friese titel 'Hûs' (Huis). 

    De laatste afdeling van de bundel 'by in freon del gean' laat nog weer eens goed de werkwijze van de dichter zien. Als in een raamvertelling begint deze afdeling met een gedicht over opa die blokken aan de trappers heeft gemaakt, zodat de kleinzoon op de te grote 'derdehands' herenfiets kan fietsen en eindigt deze ook weer met een gedicht dat begint met 'pake sloech spikers troch de trapers sadat ik op de hearefyts koe', waarin verschillende elementen uit de bundel terugkomen. Tussen deze twee gedichten in staan vier gedichten die zich in deze tijd afspelen en waarvan de eerste drie beginnen met de zin 'ûnder it bêd yn it nije hûs / fan myn bêste freon en syn frânske frou / stean fjouwer klossen' en het vierde gedicht begint met een variant daarop. 

    Na eerste lezing vond ik deze nieuwe gedichten van Tsead Bruinja een beetje tegenvallen. Ze leken me minder beelden te bevatten dan zijn vorige poëzie. Bij nader inzien valt dat wel mee. Misschien zijn deze gedichten wel iets makkelijker toegankelijk dan van een deel van Bruinja's vorige poëzie, maar ik kan me ook voorstellen dat dat een bewuste keus geweest is van de dichter, omdat de beelden van de muziek en de etsen een belangrijke rol spelen. Bovendien is het vooral de grote samenhang tussen deze gedichten in deze bundel en de combinatie van de gedichten, de muziek en de vaak toch ook wat raadselachtige beelden van de etsen die van deze uitgave een juweeltje maken."

    Bron: http://home.planet.nl/~meul2882/fries/Bruinja,Tsead.html

    P.s. van der Meulen maakt deel uit van het duo Hoed en Rand. Zij maakten eerder een muzikale bewerking van het gedicht 'wylst ús hier tinner wurdt / terwijl ons haar dunner wordt' uit Angel (Bornmeer, 2008). Ik heb destijds de tekeningen van Ramon Verberne gebruikt om er een clipje bij te maken.


     

      terwijl ons haar dunner wordt 
      en in de bomen de apen lachen 

      terwijl we steeds vaker het dak op moeten 
      om de weggewaaide pannen terug te leggen 

      terwijl ons haar dunner wordt 
      en de apen in de bomen lachen 

      terwijl de dokter ons vaker ziet zitten 
      in de snotterige en kuchende wachtkamer 

      terwijl de apen lachen 

      terwijl de één na de ander sterft 
      en zijn daden niet meeneemt 
      het graf in 

      blijven de apen jong 
      en lachen 

      terwijl de boeren en scheten 
      je overal heen vergezellen 
      en je darmen en longen slijten 

      terwijl het beschutte plekje 
      onder de bomen 
      lokt 

      lachen de apen 
      om de kracht die wegglipt 
      uit je appelschillende 
      handen 

      je kijkt haar aan 
      en je kijkt anders naar de grond 
      terwijl dit alles 

      wordt de honger van de apen 
      groter 

      terwijl het vergeven verschrompelt 
      en woede alleen maar vervelt 

      lachen de apen 

      blijft de woede jong 

    HoedenderandMarina01a
    Website: http://www.hoedenderand.nl/

    Het duo zingt Nederlandstalige poëzie, luister- en drinkliedjes. De melodieën bij de gedichten maken ze zelf. Voor hun eigen liedjes zijn de inspiratiebronnen onder andere de zee en de liefde. 


     

  • Was net in gesprek met Anton de Goede van de VPRO. Komende dinsdag is het interview te beluisteren bij de Avonden en daarnaast, mits er geen beroemdheid overlijdt of een kabinet valt, is er een item bij Villa VPRO op Radio 1 komende maandagmiddag.

    Anton

    (Portert van Anton de Goede – bron: http://showcase.thebluebus.nl/)

    Tijdens ons gesprek ging het ook kort over waar de titel van de bundel vandaan komt. Het was de titel van een gedicht dat ik schreef na mijn eerste gesprek met saxofoniste Femke IJlstra, die me vertelde waar ze vandaan kwam. 

    Femke kwam langs in Amsterdam en speelde op de bank een prachtig stuk muziek, waarna ik onderstaand nieuw gedicht voorlas. Het haalde uiteindelijk de bundel niet, omdat ik het niet helemaal vond passen en het minder goed vond dan de gedichten in de rest van de bundel. 

    Prul

    De titel bleef echter in mijn hoofd doorzingen en die hebben we gehouden. Even overwoog ik nog Hotel Hoogtevrees, de titel van een andere gedicht, maar ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb, want Kees 't Hart kwam dit jaar met een roman getiteld Hotel Vertigo

     

    stofzuigerzangers

    wie staat er midden in het dorp altijd voor het raam
    van de nette voorkamer met de stofdoek in de handen
    arbeidsvitaminen op de radio stofzuigerstang tegen de bank

    en zingt ze terwijl de politie voorbij fiets
    denkt ze aan haar melkrijder
    en haar vijf kinderen

    allemaal op de christelijke school
    aan deze kant van het dorp

    bijna op een kluitworp afstand
    van ons

    *

    wie rijdt er met de vrachtwagen van unigro
    de steeg in bij de vivo

    is het de vader van je beste vriend
    uit het vorige dorp

    als hij voetballen kijkt op tv
    doet hij dat met het geluid
    van de radio

    mag je het plein af om te zien of hij het is
    gaat de bel nog niet

    is er tijd genoeg voor het handopsteken
    en hoi zeggen tegen de vader in de cabine

    *

    je kunt gebeten worden
    door een radio-actieve spin

    je kunt web schieten
    uit je polzen

    als je over het paadje
    door het bosje loopt

    je kunt dichter worden
    het verleden door de sapcentrifuge drukken
    tot de laatste druppel

    Vi

    stofsûgersjongers

    wa stiet der midden yn it doarp altyd foar it rút
    fan de kreaze foarkeamer mei de stofdoek yn `e
    hannen
    arbeidsfitaminen op de radio stofsûgerstange tsjin
    de bank

    en sjongt se wylst de polysje foarby fytst
    tinkt se oan har molkrider
    en har fiif bern

    allegear op de kristlike skoalle
    oan dizze kant fan it
    doarp                 

    hast op in klútwurp ôfstân
    fan ús

    *

    wa riidt der mei de frachtauto fan unigro
    de steech yn by de vivo

    is it de heit fan dyn bêste freon
    út it foarige doarp

    at er fuotbaljen sjocht op tv
    docht er dat mei lûd
    fan de radio

    meist it plein ôf om te sjen of hy it is
    giet de bel noch net

    is der tiid genôch foar it hânopstekken
    en hoi sizzen tsjin de heit yn de kabine

    *

    kinst biten wurde
    troch in radio-aktive
    spin

    kinst web sjitte
    út dyn polzen

    ast oer it paadsje
    troch it boskje rinst

    kinst dichter wurde
    it ferline troch de sopsintrifúzje drukke
    oant de lêste drip

     

    © Tsead Bruinja

     


    Uni

  • Marc Neys, alias Swoon, heeft een prachtige film gemaakt bij het gedicht 'De bern ha it fjoer oanstutsen / De kinderen hebben het vuur aangestoken.' Ik raad u aan voor een paar minuten uw gordijnen dicht te trekken en de video op full screen te zetten.

    De bern ha it fjoer oanstutsen from Swoon on Vimeo.

    Hieronder de Nederlandse vertaling/ondertiteling.

    DE KINDEREN HEBBEN HET VUUR AANGESTOKEN

    wij geven te veel licht samen
    jij en ik denken dat ze ons niet zien
    maar ze zien ons

    net alsof ze naar een hemel kijken
    vol vallende sterren op vlieland
    eind augustus

    het is nacht op het eiland verlangen
    dat schuimkoppen van verwijt en verlangen aanvreten
    en gulle golven van belofte zand aanzetten

    de kinderen hebben het vuur aangestoken op het strand
    het bijna op een volwassen zuipen gezet
    en het aan elkaar bekend

    zien elkaar elkaar elkaar

    een boot kan me meenemen
    maar daarvoor moet ik zieker zijn
    en minder licht geven

    een boot komt niet
    hoe ik ook vloek

    brandt af
    op andere golven

    gesmolten goud

    de kinderen hebben het vuur aangestoken
    en wij

    wij geven te veel licht

     

    © Tsead Bruinja


    'Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers' is te bestellen via afuk.nl/?page=shop_product&productID=4563


  •  

    Tijdens een festival in Nicaragua raakte ik bevriend met een Ierse dichter die me, toen we het carnaval waren ontvlucht en een aantal goede flessen rode wijn hadden genuttigd, op zijn telefoon het laatste berichtje van zijn zus liet zien. Voor hem schreef ik dit gedicht, of eigenlijk voor ons en onze zusters en glazen.

    Vogeltjesman
    Ets door Mirka Farabegoli - http://www.mirkafarabegoli.com/

     

    WAAROM LET NIEMAND OP DE PAARDEN?

    er spelen te veel mariachi’s in deze straat
    liedjes over vrouwen die komen vrouwen die weggaan en een lekkende badkamerkraan
    er spelen te veel mariachi’s

    er staan te veel telefoonnummers in het geheugen van onze mobieltjes
    nummers en berichten van dooien die we niet durven wissen
    te veel nummers

    en er zijn niet genoeg flessen wijn om onze paarden de hele avond
    de boulevard op en neer te laten draven 
    daarom stap ik over op rum
    er zijn te veel mensen

    er zijn niet genoeg kooitjes met kanaries
    voor de mijnschachten waar we nog in af moeten dalen
    mijn moeder probeert aan de keukentafel er één bij te brengen 
    smeert echte boter om het dichte snaveltje

    er zijn te veel gangen te veel paden
    één wordt ons fataal

    er spelen te veel mariachi’s in deze straat
    vannacht is in nederland het kabinet gevallen
    maar ik had het met jou over je zuster
    over mijn zuster en over de paarden
    er zijn niet genoeg ministers

    er zijn te veel presidenten
    de wereld is één groot poëziefestival
    en de ene dichter veel belangrijker dan de andere
    pak ze hun kanarie af en hijs ze met vlag en al
    op hun brandend paard

    want er zijn te veel jezussen aan boord van dit schip 
    te veel zeilen

    en er is niet genoeg water voor hen om over te lopen

    waarom loopt er niemand met de paarden?
    rolt er van jouw paarse tong

    en tussen mijn paarse lippen vandaan komt
    waarom rent er niemand met onze paarden?

    en waarom redde verdomme niemand maar dan ook niemand
    geen dooie geen minister geen president of kanarie
    op het moment dat we ze echt nodig hadden

    onze zusters en onze glazen?

    er zijn te veel mariachi’s in deze straat vannacht
    en ik heb niet genoeg bij me
    om het schoolgeld van al hun kinderen
    mee te betalen

     

    Boek_stofsugersjongers
    WÊROM TINKT DER NET IEN OM DE HYNDERS?

    der spylje te folle mariachi's yn dizze strjitte
    ferskes oer froulju dy't komme en fuortgean en in lekkende badkeamerkraan
    der spylje te folle mariachi's

    der stean te folle tillefoannûmers yn it geheugen fan ús mobyltsjes
    nûmers en berjochten fan deaden dy't we net fuort doarre te smiten
    te folle nûmers

    en der binne net genôch flessen wyn om ús hynders de hiele jûne
    de bûlevaar op en del drave te litten 
    dêrom stap ik oer op rum
    der binne te folle minsken

    der binne net genôch koaikes mei kanarjes
    foar de mynskachten dêr't wy noch yn omleechgean moatte
    mem besiket oan de keukenstafel noch ien by te bringen
    smart boerebûter om it tichte snaffeltsje

    der binne te folle gongen te folle paden
    ien wurdt ús fataal

    der spylje te folle mariachi's yn dizze strjitte
    fannacht is yn nederlân it kabinet fallen
    mar ik hie it mei dy oer dyn suster
    oer myn suster en oer de hynders
    der binne net genôch ministers

    der binne te folle presidinten
    de wrâld is ien grut poëzijfestival
    en de iene dichter folle wichtiger as de oare
    pak se harren kanarjes ôf en hys se mei flach en al
    op harren baarnend hynder

    want der binne te folle jezussen oan board fan dit skip
    te folle seilen

    en der is net genôch wetter foar harren om oerhinne te rinnen

    wêrom rint der net ien mei de hynders?
    rôlet der fan dyn pearse tonge

    en tusken myn pearkse lippen wei komt
    wêrom rint der net ien mei ús hynders?

    en wêrom rêde ferdomme net ien mar dan ek gjinien
    gjin deade gjin minister gjin presidint of kanarje
    op it stuit dat wy se echt noadich hienen

    ús susters en ús glêzen?

    der binne te folle mariachi's yn dizze strjitte fannacht
    en ik ha net genôch by my
    om it skoaljild fan al harren bern
    mei te beteljen

    © Tsead Bruinja
    Uit de bundel 'Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers' (Afûk, 2013)
    Web:  http://afuk.nl/?page=shop_product&productID=4563

     

    PS.

    En zo zagen Daniël Dee, Mowaffk Al-Sawad, Sieger M.G. en ik er twaalf jaar (en kilo's) geleden er ongeveer uit:

     

    En morgenavond presenteren Femke IJlstra, Mirka Farabegoli en ik het boek, met muziek, beeld en voordrachten van Saskia Stehouwer, Robert Anker, Mowaffk Al-Sawad, Saskia de Jong, Ester Naomi
    Perquin en Nyk de Vries. De gastenlijst is op 2 mensen na vol, dus mocht je willen komen, mail dan even naar tseadbruinja(a)hotmail.com.

    Locatie:
    Stichting Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
    Datum:
    donderdag 2 mei 2013
    Aanvang: 20.30 uur (deuren open om
    20.00 uur)
    Toegang: gratis
    Reserveren:
    tseadbruinja@hotmail.com

    Carne

  • Bedevaartkopie
    De ets is gemaakt door Mirka Farabegoli
    (www.mirkafarabegoli.com/)

     

    Mijn moeder en tante overleden beiden aan de gevolgen van borstkanker en toen een goede vriendin me belde met het nieuws dat ook zij borstkanker had en twijfelde over het weg laten halen van haar borst, omdat ze zo trots was op haar lichaam, schreef ik dit gedicht.

    BEDEVAART

    er moet ergens een borstenbegraafplaats zijn
    een laatste rustplaats voor onze moeders
    zusters en vrouwen hun afgesneden
    theezakje c75 of dubbel d

    een plek waar ze heen kunnen
    als ze last hebben van fantoompijn
    of genieten van fantoomgenot

    en wij zonen broers en vaders kunnen stilstaan
    niet bij het verlies van leven 
    maar van een hap leven

    een oord waar de borsten wachten
    op hereniging met de lichaamsdelen
    waar ze bij hoorden

    netjes bevroren
    gebalsemd
    of in een minuscule urn

    er moet ergens een begraafplaats zijn
    voor de trots van onze vrouwen

    een eindpunt

    voor een bedevaart van melk
    lust en verdriet

    *

    BEAFEART

    der moat earne in boarstebegraafplak wêze
    in lêste rêstplak foar ús memmen
    susters en froulju harren ôfsnijde
    teesekje 75c of dûbel d

    in plak dêr't se hinne kinne
    at se lêst ha fan fantoompine
    of genietsje fan fantoomgenot

    en wy soannen broers en heiten stilstean kinne
    net by it ferlies fan libben
    mar fan in hap libben

    in oarde dêr't de boarsten wachtsje
    op it wersjen mei de lea
    dêr't se by hearden

    netsjes beferzen
    balseme
    of yn in minuskule urne

    der moat earne in begraafplak wêze
    foar de grutskens fan ús froulju

    in einpunt

    foar in beafeart fan molke
    lust en fertriet

     

    © Tsead Bruinja


    IMG_0001
    Toen ik dit gedicht inlas, moest ik denken aan een van de eerste Friese gedichten die ik schreef. Minstens twaalf jaar nadat mijn moeder voor het eerst in het ziekenhuis opgenomen was en tien jaar na haar overlijden, maakte ik schoon bij uitgever Wolters-Noordhoff te Groningen. Waarschijnlijk was ik net begonnen met het lezen van Friese poëzie en geïnspireerd door het werk van mensen als Albertina Soepboer en Tsjêbbe Hettinga schreef ik onderstaand gedicht op gele post-its die ik van de vele bureau's leende.

     

    ÉÉN BORST

    in het ziekenhuis rende ik de trap op
    sloeg ik treden over

    stoof in de gang vlak voor mijn moeder langs
    zag haar niet

    thuis had ze nooit een ochtendjas aan
    thuis hing zoiets in de kast

    kijk maar

    ze knoopt het bovenstuk
    van haar pyjama
    weer open

    en ik weet niet meer wat ik verwachtte
    waar haar borst was
    leek het dichtgeschroeid

    het zag er netjes uit

    moeder zei aan de eettafel tegen een vriendje

    ik ben hartstikke kaal

    hij geloofde het niet
    als stan laurel
    tilde ze haar pruik op

    kijk maar

    ze was daarvoor een keer van de trap gevallen
    en een poosje buiten westen geweest

    ze was een keer misselijk
    omdat de nieuwe hagelwitte televisie
    pijn aan haar ogen deed

    *

    IEN BOARST

    yn it sikehûs rûn ik hurd de trep op
    sloech ik treden oer

    stode yn ’e gong lyk by mem del
    seach har net

    thús hie se noait in ochtendjas oan
    thús hong soks yn de kast

    sjoch mar

    se knopet it boppestik
    fan har pyama
    wer iepen

    en ik wit net mear wat ik ferwachte
    wêr’t ien boarst wie
    like it tichtskroeid

    it seach der kreas út

    mem sei oan ’e iterstafel tsjin myn maat

    ik bin hartstikkene keal

    hy leaude it net
    as stan laurel
    tilde se de prûk op

    sjoch mar

    se wie dêrfoar in kear fan de trep fallen
    en in skoftsje út ’e wei

    se wie in kear mislik
    omdat de nije hagelwite televyzje
    har sear oan de eagen die

     

    © Tsead Bruinja

    Geboorte_klein

    De geboorte van het zwarte paard
    www.uitgeverijcossee.nl/

    K 2 jpg18
    (Mijn moeder met haar ouders en mijn jongere zusje voor het huis van mijn opa en oma in Oostrum)

  • Matras
    Mijn vrouw en ik spreken dezelfde taal, maar haar ouders en grootouders spraken in een andere taal met haar dan de mijne met mij. Daarover gaat het volgende gedicht uit de bundel.

      

    BED

    de namen die je gebruikt
    voor het eten het bestek en het servies op tafel
    zijn niet de eerste namen

    die ik leerde voor eten bestek en servies
    en wanneer je me aanraakt raak je soms
    een heel ander deel van me aan

    dan waar mijn zusje
    me kneep als ik haar had geplaagd
    of waar mijn moeder me net
    wat beter waste

    wij slapen in hetzelfde bed
    maar het jouwe is korter
    en het mijne klinkt meer
    als het mekkeren van een geit

    je vader en moeder
    je opa’s en oma’s
    ze heten anders

    ze hebben je nooit zo vastgehouden
    een kus gegeven
    of je gezicht gewassen
    met een ruw washandje

    wij leven in dezelfde wereld
    ik hou je vast
    geef je een kus

    voor die dingen gebruik je nu
    dezelfde namen

    je bed en kussen
    ieder jaar worden ze
    langer

    *

    BÊD

    de nammen dy'tst brûkst
    foar it iten it bestek en it servys op tafel
    binne net de earste nammen

    dy't ik learde foar iten bestek en servys
    en ast my oanrekkest rekkest soms
    in hiel oar part fan my oan

    as wêr't myn suske
    my knypte at ik har narre hie
    of wêr't ús mem my krekt
    wat better wosk

    wy sliepe yn itselde bêd
    mar dines is koarter
    en mines klinkt mear
    as it mekkerjen fan in geit

    jim heit en mem
    jim pakes en beppes
    se hjitte oars

    se ha dy noait oankrûpt
    in tút jûn
    of in stryk om 'e kop
    mei in rûch waskhantsje

    wy libje yn deselde wrâld
    ik krûp dy oan
    jou dy in tút

    foar dy dingen brûkst no
    deselde nammen

    dyn bêd en tuten
    alle jierren wurde se 
    langer

    © Tsead Bruinja

    De bundel is te bestellen via afuk.nl/?page=shop_product&productID=4563


     

  •  

    PERSBERICHT

    Filmpremière Dichter
    & buur*

    De afgelopen maaden trok filmmaker Frithjof Kalf met vijf dichters door de
    straten van Amsterdam West, de Dichtersbuurt. De dichters – Tsead Bruinja,
    Menno Wigman, Annemieke Gerrist, Henk van der Waal en Mustafa Stitou -  waren gekoppeld aan buurtbewoners die ze niet
    kenden. Ze begonnen voor een deur waarachter zich een leven bevond waarvan ze
    niets wisten.

    Ze zijn met ‘hun’ bewoners gaan praten: wat was hun geschiedenis, wat
    bewoog ze, waar zat de poëzie in hun leven? Naar aanleiding daarvan schreven ze
    een gedicht. Gedichten waarin een heel 
    leven  samengebald werd. In een
    tweede bezoek legden ze het voor aan  de
    bewoners.

    Dat leidde tot soms ontroerende confrontaties.  Poëzie als biografie, als portret of als
    spiegel: dichter dan zo kunnen dichter en onderwerp elkaar niet naderen.

    Deze film is speciaal gemaakt voor het Poëziefestival De Nieuwe Liefde en
    gaat op zaterdag 25 mei in première. De presentatie is in handen van Hadassah
    de Boer
    en alle hoofdrolspelers, zowel de dichters als de geïnterviewden zijn
    bij de première aanwezig.

    Locatie: De Nieuwe Liefde, Da Costakade 102, 1053 WP Amsterdam
    Datum: zaterdag 25-05-2013
    Aanvang: 15:00 uur
    Prijs: 
    € 12,50

    Reserveringen: www.denieuweliefde.com/poeziefestival

    *Dit is een samenwerkingsproject naar een idee van dichter Tsead Bruinja met al die buurtbewoners die hun verhalen deelden.

  • Hedwig Terpstra van het Friese literaire tijdschrift Ensafh interviewde mij over de nieuwe bundel in de restauratieruimte van een kringloopwinkel te Zwolle, ooit aangeraden door de perfect ingeburgerde Rodaan Al-Galidi.

    Lees het interview hier http://www.ensafh.nl/?p=31234

    In de tekst is onder andere het origineel van onderstaand gedicht over mijn oma (en over hoe ik mijn vrouw probeerde te veroveren) te lezen:

     

    achter op een oude fiets

    oma zei op de
    ouderensociëteit tegen een dorpsgenoot
    dat haar man
    tijdens het hooien toch ook wel eens met een ander
    in de berm had
    gelegen

    zij meende dat
    het algemeen bekend was
    dat de
    gepensioneerde boer het niet altijd even nauw nam met de huwelijkse trouw
    niets bleek
    minder waar

    op hoge
    leeftijd zorgde ze voor een flink schandaal
    wat haar bijna
    op uitsluiting van de soos kwam te staan

    in datzelfde
    terpdorp stonden op zaterdagavond
    de jonge
    vrijgezelle vrouwen voor hun ouderlijk huis te wachten
    op jonge
    mannen uit de omliggende dorpen

    die op fietsen
    en brommertjes geduldig rondjes langs de dames maakten
    en bij elke
    mogelijke aanstaande vaart minderden
    om te kijken
    of ze achterop sprong

    mijn eigen
    vrouw die mijn oma alleen van een videobandje kent
    trof ik bij
    een wekelijkse maaltijd van vrienden

    waarna zij tot
    tweemaal toe
    vertrok op een
    blind date

    totdat ik haar
    na een groot aantal glazen whisky
    slingerend
    over schoon gestrooide straten
    naar huis
    mocht brengen

    en wij begin
    maart 2004 zoenden
    op een koude
    stoep voor haar huis
    in
    amsterdam-west

    ik mocht niet
    mee naar binnen
    want haar
    zwangere huisgenote
    zou wakker
    kunnen worden

    die eerste
    zoen in de kou was een triomf
    maar voor mij
    was het al aan
    toen ze
    achterop sprong

    mijn oma zou
    het ongetwijfeld allemaal prachtig hebben gevonden

     

    © Tsead Bruinja

    Beppekopie
          Ets door Mirka Farabegoli - http://www.mirkafarabegoli.com/

  • Dit is het laatste gedicht dat ik voor de bundel schreef, vorig jaar tijdens een workshop gegeven door Matthew Sweeney in een pub in Ierland.

     

    Monique Vogelsang gaf het gedicht als volgt vorm voor de bundel:

    Hand_fy

    DOUCHECEL

    er kwam ruimte in haar boekenkast
    maar de planken bleven niet lang leeg
    tien titels met het woord zelf erin
    tien met het woord help
    dertig met nu niet weer
    ze keken me aan

    en ik las zum kotzen in de fik ermee
    geef me verdomme mijn vrouw terug

    totdat ik zelf de knieën
    in de meditatiemat drukte
    om naalden tussen mijn tenen vroeg
    en de smerige tegels
    van de douchewand ohmde

    maar haar nu is nog vaak
    slaap die niet komt
    een buik vol doorgeslikt sorry

    schuldgevoel

    ik loop niet naar de winkel
    om een aansteker of benzine
    een nieuwe klok of familieverpakking
    batterijen

    ik zet een stoel naast haar neer
    ook al blijft het landschip
    achter de ramen hetzelfde

    we zitten niet in een huis zeg ik
    wij zitten in een langzaam rijdende auto

    onder de stoel de moersleutel
    in mijn bloedrode hand

    Hand_nl

    DÛSSEL

    der kaam rûmte yn har boekekast
    mar de planken bleaunen net lang leech
    tsien titels mei it wurd sels deryn
    tsien mei it wurd help
    tritich mei no net wer
    se seagen my oan

    en ik lies koarje opbaarne dy brut
    jou my ferdomme myn wiif werom

    oant ik sels de knibbels
    yn de meditaasjematte drukte
    om nullen tusken de teannen frege
    en de smoarge tegels
    fan de dûsmuorre ohmde

    mar har no is noch faak
    sliep dy't net komt
    in búk fol trochslokt sorry

    skuldgefoel

    ik rin net nei de winkel
    om in oanstekker of benzine
    in nije klok of famyljeferpakking
    batterijen

    ik set in stoel neist har del
    ek al bliuwt it lânskip
    achter de ruten itselde

    wy sitte net yn in hûs sis ik
    wy sitte yn in starich ridende auto

    ûnder de stoel de moerkaai
    yn myn bloedreade hân

     

    © Tsead Bruinja

    Website boek: afuk.nl/?page=shop_product&productID=4563