• Gisteren werd ik door Anton de Goede geïnterviewd voor VPRO's De Avonden. Je kunt het gesprek hieronder terugluisteren (het begint om 1.42.06).

     

    Tijdens het eerste uur is er een gesprek te horen dat Tjitske Mussche had met Wouter Godijn over zijn nieuwe roman Hoe ik een beroemde Nederlander werd. Een fijne passage uit het boek vond ik:

    Wouter-Godijn

    …Zoals de meeste mannen had ik in mijn tienerjaren de neiging als ik eenmaal goed en wel in een meisje was na hooguit een minuut te ontbranden. Zoals de meeste mannen had ik daarna geleerd me te beheersen. (Bijvoorbeeld door heel intensief te denken aan het harige gezicht van een bepaalde voetballer of aan een diep bord vol spinazie à la crème: de bijdrage van deze en andere visioenen aan een succesvol verloop van de coïtus valt moeilijk te overschatten. Je zou er zelfs een soort dialectiek van de liefde op kunnen baseren, maar als ik daarover begin, blijf ik éch klem zitten tussen deze haakjes.)…

    Ik moest even denken aan het geweldige lied van Meindert Talma 'Voetballers met baarden en snorren', met wat lijkt op een heus kozakkenkoor. Benieuwd of Wouter daar ook naar geluisterd heeft.


     

    Aan het einde van het gesprek met Anton de Goede voor de Avonden, lees ik de Nederlandse vertaling van het gedicht 'Fennema' (eigenlijk meer een reeks), waarvan ik vanochtend zelf het Friese origineel heb opgenomen. Over het huis waar we uit moesten in de jaren tachtig later meer. Hier eerst:

     

    FENNEMA

    fennema had een zuur hoofd en met dat hoofd
    en dat wijf zou hij in ons huis wonen

    ik wilde de vette ratten die ik onder uit de kruipruimte vandaan had gehaald
    bij de verbouwing nieuw leven inblazen en loslaten

    wij wachtten op de zomervakantie
    met het verhuizen

    ik speelde weken daarvoor
    met mijn aanstaande buurjongetjes
    die nederlands spraken

    wij spelen soldaatje als iemand op je schiet
    en raakt ben je tien seconden
    dood

    binnen de kortste keren kreeg ik het aan de stok
    met de commandant

    over wanneer je echt dood was

    hij schoot mis
    dat valt niet te controleren
    zei ik

    *

    fennema had twee zonen ze keken
    gemeen uit de ogen maar niet zo zuur als hun vader

    op mijn slaapkamer lachte de ene me uit
    hier zal ik me wel vermaken

    maar ik geloof niet dat hij uren door het raam
    de weilanden over vloog of brood met aardbeien
    en suiker in de tuin opat

    een speelgoedtrekker met trappers
    en gras dat zijn vader net gemaaid had
    op de kar

    *

    moeder roept op de veranda
    naar de blonde jongen van het loonbedrijf
    of hij komt eten

    vierkante pakken hooi
    poept zijn machine uit

    ik denk ook niet dat de zoon van fennema
    in bomen klimt en zich door de wind laat wiegen
    met een vriendje zich verstopt
    voor diens ouders

    voor geen eind aan dit op bed zonder televisie

    *

    wij rijden er met het hele gezin langs
    ik val uit de gerooide bomen

    het is beter zo het huis verzakt
    en is later niets meer waard

    maar moeder is al lang dood
    en het huis staat er nog

    als ik dood ben zoek ik haar op
    gaan we samen terug
    jagen we fennema eruit

    Fennemakopie
    © Mirka Farabegoli –  www.mirkafarabegoli.com

     

    FENNEMA

    fennema hie in soere kop en mei dy kop
    en dat wiif soe er yn ús hûs wenje
    ik woe de fette rotten dy’t ik ûnder út 'e krûprûmte helle hie
    by de ferbouwing nij libben ynblaze en loslitte

    wy wachten op de simmerfakânsje
    mei it ferfarren

    ik boarte wiken dêrfoar
    mei myn oankommende buorjonkjes
    dy’t hollânsk praten

    wij spelen soldaatje als iemand op je schiet
    en raakt ben je tien seconden
    dood

    binnen de koartste kearen krige ik lijen
    mei de kommandant

    oer wannear'tst echt dea wiest

    hij schoot mis
    dat valt niet te controleren
    sei ik

    *

    fennema hie twa soannen se seagen
    gemeen út ’e eagen mar net sa soer as harren heit

    op myn sliepkeamer lake de iene my út
    hjir sil ik my wol fermeitsje

    mar ik leau net dat hy oeren troch it rút
    de lannen oer flein hat of bôle mei ierdbeien
    en sûker yn ’e tún opiet

    in boartersguodtrekker mei trapers
    en gers dat syn heit krekt meand hie
    op ’e karre

    *

    mem baltet op de feranda
    nei de blonde jonge fan it leanbedriuw
    oft er komt te iten

    fjouwerkante pakken hea
    poept syn masine út

    ik tink ek net dat de soan fan fennema
    yn beammen klimt en de wyn him widzje lit
    mei in maat him ferstoppet
    foar dy syn âlden

    foar gjin ein oan dit op bêd sûnder tillevyzje

    *

    wy ride dêr del mei it hiele húshâlden
    ik rûgelje út de roaide beammen

    it is better sa it hûs fersakket
    en is letter neat mear wurdich

    mar mem is al lang dea
    en it hûs stiet der noch

    at ik dea bin sykje ik har op
    geane we tegearre werom
    jeie we fennema der út

     

    © Tsead Bruinja

    Afkomstig uit Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers (Afûk, 2013)
    Bestellen? Dat kan via afuk.nl/?page=shop_product&am…=4563&language=nl

     

  • Later meer recent materiaal (o.a. het gedicht 'Fennema' uit
    de nieuwe bundel), maar nu eerst een aantal filmpjes en geluidsopnames van wat
    langer geleden.


      

    Op uitnodiging van Poetry International werd ik in 2006
    gevraagd om een gedicht te schrijven bij een schilderij van Rembrandt. Ik koos
    'Jeremiah treurend om de verwoesting van Jeruzalem'. De VPRO maakte een filmpje
    van mijn voordracht voor het schilderij.

    Meer dichters en filmpjes op
    http://www.geschiedenis24.nl/dossiers/Rijn-Rembrandt-Harmenszoon-van-1606-1669.html

     

    *

    zegt ze

    de wind door de twijgen
    vindt een knoop

    de wind door de twijgen
    vindt een stam

    struikelt in de slootkant
    en vindt deinend water

    stuit

    ze trekt een cirkel in het zand

    het weiland in september ligt er weelderig bij als een luie
    rentenier die in de bloei van zijn leven het werk neer kan leggen. hoge inzet.
    oud geld. een man die desondanks geen plaats wil maken, die het werken is gaan
    zien als spelen. hij neemt de zeis om het laatste gras neer te bedden en op te
    voeren

    hoe kan hier een slotakkoord zijn aanvang vinden
    hoe kan hiervoor een instrument uit ons

    die bestookt door dromen die we als cruciale bondgenoten
    zien
    een schuur invluchten bij de minste regen

    zegt ze

    teken een cirkel op de grond
    met twee slapende mensen daarin
    om voorlopig

    of erger te voorkomen

     

    © Tsead Bruinja

    Uit de bundel Bang voor de bal (Cossee, 2007)
    http://www.uitgeverijcossee.nl/boek/Bang-voor-de-bal-T214.php

    Afbeelding32

    (Bron: http://www.maretakkenman.nl/de-maretak/)

    Twee jaar daarvoor schreef ik op uitnodiging van Aïda en de Hortus een gedicht geïnspireerd door de maretak die zich als een parasiet met een appelboom had laten vergroeien:

    Faraway voices – Frisian poet Tsead Bruinja reads 'Girl underneath the apple tree' from Tsead Bruinja on Vimeo.

     

     

    MEISJE ONDER DE APPELBOOM

    de goede aarde die zich omdraait naar de zon
    en de nacht die zich terugtrekt uit haar takken

    de appels

    de kleine blonde haartjes op haar kippenvel

    de nacht tussen haar borsten
    en het boek op schoot

    ik had een gezicht
    dat half af was

    en

    wilde

                         meelezen

    zanger die met lijm
    aan zijn klauwen de boom niet meer uit
    kan komen rollen

    en geen vogels vangt

    zakje bloed zonder handen

    in zijn hoofd
    een nieuwe stilte

    aan zijn lichaam
    een nieuw paar handen

    *

    FAMKE ÛNDER DE APPELBEAM

    de goede ierde dy't him omdraait nei de sinne
    en de nacht dy't him weromlûkt út har takken

    de appels

    de lytse ljochte hierkes op har pikefel

    de nacht tusken haar boarsten
    en it boek op skoat

    ik hie in gesicht
    dat heal ôf wie

    en

    woe

                          meilêze

    sjonger dy't mei lym
    oan de klauwen de beam net mear út
    rûgelje kin

    en gjin fûgels fangt

    pûdsje bloed sûnder hannen

    yn syn holle 
    in nije stilte

    oan syn lea
    in nij pear hannen

     

    © Tsead Bruinja

    'Famke ûnder de appelbeam' kwam terecht in de bundel Gers dat alfêst laket (Bornmeer, 2005) en later ook in Geboorte van het zwarte paard (Cossee, 2008). De openingscyclus van Gers dat alfêst laket / Gras dat alvast lacht las ik voor op muziek van Jaap van Keulen tijdens 'Disorientation – new ways of storytelling' in Filmtheater Rialto te Amsterdam in 2005. Ons publiek bestond uit tien mensen die verspreid door een bioscoopzaal zaten. Ons eerste optreden was daardoor niet erg goed, maar het tweede optreden ging vooraf door een aantal prachtige korte films van Marc de Cloe en dat inspireerde ons tot het volgende:

     

     

    GERS DAT ALFÊST LAKET

    elk wurd dat ik by dy dellis
    oan ’e grûn en foar dyn fuotten
    is in wurd tefolle

    it kâlde gers dêrûnder
    krekt meand krekt wiet
    fan de moanne
    it leit in dei

    no wachtsje op de sinne
    en hân foar de mûle
    en hân foar de grap

    wachtsje op hoe’t

    krekt meand gers
    laket

    sjocht my oan
    kom oerein
    laket laket laket

    elk wurd
    wier wurd laket
    laket
    bliid

    as in bêd dat noch net op
    makke is

    laket
    krekt
    meand en glêd

    krekt meand en bliid
    laket it gers mei de hân
    op de mûle

    en elk wurd dat ik skylk skynber sêft
    by dy dellis op it nije gers en foar dyn djoere fuotten
    is in wurd tefolle dat laket en laitsje sil

    *

    GRAS DAT ALVAST LACHT

    elk woord dat ik bij je neerleg
    aan de grond en voor je voeten
    is een woord te veel

    het koude gras daaronder
    pas gemaaid net nat
    van de maan
    het ligt een dag

    nu wachten op de zon
    en hand voor de mond
    en hand voor de grap

    wachten op hoe

    pas gemaaid gras
    lacht

    kijkt mij aan
    kom overeind
    lacht lacht lacht

    elk woord
    waar woord lacht
    lacht
    blij

    als een bed dat nog niet op
    gemaakt is

    lacht
    pas
    gemaaid en glad

    pas gemaaid en blij
    lacht het gras met de hand
    op de mond

    en elk woord dat ik later schijnbaar zacht
    bij je neerleg op het nieuwe gras en voor je kostbare voeten
    is een woord te veel dat lacht en lachen zal

    *

    pake harret de seine
    en laket

    syn kâlde yltige hannen
    bjinne de bonken skjin

    oansketten gûchelhannen
    troch har broekje

    it kreaket wer
    de tiid

    *

    opa scherpt de zeis
    en lacht

    zijn koude eeltige handen
    boenen de botten schoon

    aangeschoten goochelhanden
    door haar broekje

    het kraakt weer
    de tijd

    *

    hy krôket wer
    de minime god
    fan it ferskil

    hy krôket
    en ferskoot de pion

    pake laket

    no sjen wa’t
    de ring past

    wa’t om it boadskip
    te stjoeren falt

    en roppe
    hiel lûd roppe

    *

    hij boert weer
    de minieme god
    van het verschil

    hij boert
    en verschuift de pion

    opa lacht

    nu zien wie
    de ring past

    wie om de boodschap
    te sturen valt

    dan roepen
    heel hard roepen

    *

    ûnder in heap seinen
    sliept it lekker

    gers dat alfêst laket
    groetet de sinne

    har laits

    is de wurgens út
    naaid

    *
    onder een stapel zeisen
    slaapt het zacht

    gras dat alvast lacht
    groet de zon

    haar lach

    is de moeheid uit
    genaaid

    *

    wa sjongt wa
    de búk yn

    wa komt foar wa
    de bosk út

    wa laket as in mes
    har de takomst yn

    en koest troch de tonger
    hinne har it longerjen yn

    wa segenet de sinne
    op ’e nij
    mei in berte

    en is it nije gers

    *

    wie zingt wie
    de buik in

    wie komt voor wie
    het bos uit

    wie lacht als een mes
    haar de toekomst in

    en slaapt door de donder
    heen haar het verlangen in

    wie zegent de zon
    opnieuw
    met een geboorte

    en is het nieuwe gras

    © Tsead Bruinja

     

  • Florian Cats maakte ook dit filmpje met daarin een Friestalig interview met saxofoniste Femke IJlstra.

     

    Meer over Femke: http://www.syrenesaxofoonkwartet.nl/Pages/musici/femke.html

  • Florian Cats maakte voor útjouwerij de Afûk een filmpje, waarin Femke IJlstra de wapenen opneemt ;o)

    Stofsûgersjongers – Stofzuigerzangers from deMoanne on Vimeo.

    Anton de Goede van de VPRO interviewde mij dit weekend voor Villa VPRO en De Avonden. De uitzending van Villa VPRO is te beluisteren op http://www.vpro.nl/ rond 37.11 min.

    De uitzending van de Avonden vindt morgenavond plaats http://programma.vpro.nl/deavonden

  • Jelle van der Meulen, muzikant, docent en recensent van de Friese literatuur voor NBD/Biblion is van huis uit geen Fries. Tijdens zijn studie Nederlands volgde hij het als bijvak en sindsdien volgt hij de Friese literatuur op de voet. Zijn website is een goede Nederlandstalige bron voor wie meer over Friese boeken wil lezen.

    Mes
    Bron: http://vaagmagazine.com/2012/08/vork-en-mes-altijd-bij-de-hand/

    Van der Meulen schreef over Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers het volgende:

    "Het is een prachtig boek geworden, dit samenwerkingsverband tussen de dichter Tsead Bruinja, beeldend kunstenares Mirka Farabegoli en saxofoniste Femke IJlstra. Deze drie kunstenaars zijn alle drie in Friesland geboren, verhuisd naar een stad, maar raakten Friesland niet helemaal kwijt. Uitgangspunt van hun samenwerking was een poging om een gevoel uit te beelden van weemoed naar vroeger en het 'thuiskomen in de breedste zin van het woord'. Dat is bijzonder goed gelukt.

    Femke_cd_klein

    Alleen al in de verschillende muziekstukken van Femke IJlstra klinkt er genoeg weemoed door. Bij elk van de zes stukken op de cd geeft IJlstra in het boek een kleine toelichting, maar dat is nauwelijks nodig om te begrijpen wat de stukken verbeelden. Zo staat er bij het derde nummer 'Femke en la Gran Ciudad', een compositie van Guillermo Lago voor sopraansaxofoon en tape, dat het op swingende wijze de tweestrijd tussen de grote stad en het Friese platteland toont. In de toelichtingen bij de andere stukken staan verder woorden als 'heimwee', 'terugkeer naar de natuur en stilte in Friesland', 'ouderlijk huis', 'oude slaapkamerraam', 'afscheid'. Dat zijn allemaal herkenbare elementen die op een sprankelende en spannende manier in deze muziek zitten, maar de beste typering geeft IJlstra ook zelf, als ze zegt dat de stukken haar veel vrijheid geven om te doen wat ze graag wil met haar muziek: verhalen uitbeelden.

    Dat is ook wat Tsead Bruinja doet in de Fries-Nederlandse gedichten in deze bundel: verhalen vertellen en dan vooral veel verhalen over vroeger. Dat is niets nieuws, dat deed hij in zijn poëzie vaker. Tegelijkertijd zitten er ook heel veel lijntjes naar het heden in de gedichten. Het eerste gedicht, dat aan de zes afdelingen in de bundel voorafgaat, begint haast homerisch (en als ik citeer, citeer ik de Friese versie en voor wie dat niet kan lezen: koop deze tweetalige gebonden dichtbundel met 37 gedichten in het Fries en uiteraard net zoveel in het Nederlands, met elf etsen paginagroot (25 x 20 cm) afgedrukt en dan ook nog herhaaldelijk details uitvergroot, plus een cd met unieke nummers voor slechts €22,50 en lees de Nederlandse vertalingen):

    bonken fertel my fan de siel
    dy't om jim hinne plakt sit

    fan it pún
    fan de huzen
    fan de fijannen

    fan de swalker
    dy't om jin hinne rust

    wêr't er begûn is
    wat er fernield hat
    wat byinoar brocht

    Dan volgt de eerste afdeling 'Boartersplak', met veel herinneringen aan de jeugd van de dichter, bij pake en beppe bijvoorbeeld, maar de titel 'boartersplak' is behoorlijk misleidend. Kun je het 'kealleleafdeleafdessfertriet' nog wel humoristisch opvatten, bij de werkloosheid van heit is dat al lastiger en de dan nog jonge dichter is in het gedicht 'Fennema' bepaald niet blij dat er een nieuwe familie het huis van zijn gezin komt overnemen. Bij dit gedicht staat een mooi dreigende ets van Mirka Farabegoli waarin ze het gedicht niet alleen invult, maar ook aanvult, zoals in veel van de etsen het geval is. 

    Fennemakopie

    BW stofsugersjongersDEF_Page_20
    Het gedicht 'walkman' begint heel speels met 'wy hienen in spultsje betocht / by eltse ramp of oarloch dienen wy / wa't it hurdste laitsje koe', maar in de laatste strofe 'fergie it laitsjen ús / waard de wrâld grutter / de pine djipper / it hert lytser'. Het gedicht 'beafeart' is ronduit grimmig waar het gaat over een borstenbegraafplaats voor afgezette borsten, de pijn van de moeders, zusters, vrouwen en de machteloosheid van de zonen, broers en vaders. Opvallend is dat bij dit gedicht een van de lieflijkste etsen van dit boek is afgedrukt. 

    BW stofsugersjongersDEF_Page_16
    De gedichten zijn lang niet allemaal in hetzelfde lettertype en in dezelfde kleur afgedrukt. Het gedicht 'aksint' is zelfs lastig leesbaar, omdat de letters verticaal zijn afgedrukt in plaats van horizontaal. Het gedicht gaat over het Friese accent dat de dichter wilde kwijtraken en weer terugvond, maar legt vooral bloot waar de dichter niet over wilde/durfde schrijven. Het eindigt met een mooi eenvoudig en tegelijk groots beeld: 'der streamde in sleat yn my dy't in rivier wurde woe / in sleat dy't dreamde fan oseanen'. Die variatie in lettertypen en kleuren werkt wonderwel in deze bundel; bij dit gedicht geeft het onder andere de problematiek van het opschrijven van iets pijnlijks aan. Bij andere gedichten kan ik eerlijk gezegd niet altijd goed verklaren waarom een afwijkend lettertype of kleur werkt en wat het dan precies doet. 

    Ook in de andere delen van de bundel gat het veel over vroeger, maar bijna altijd is er ook de verbinding met het heden. Moeiteloos verbindt de dichter in het gedicht 'Achter op in âlde fyts' een verhaal over een ophefmakende opmerking van zijn oma met de eerste ontmoeting van zijn eigen geliefde en rondt dat af met ' beppe soe it sûnder mis allegearre prachtig fûn ha'. Vooral in het derde deel staan van dat soort gedichten, hoewel de dichter zelf die verbinding tussen dingen van vroeger en nu soms te ver vindt gaan en niet altijd vindt passen: 'eins fyn ik dat dit net kin nammen ut 'e popwrâld / yn in frysk fers sa neist pake en beppe of heit en mem'. 

    Tot nu toe vond ik Bruinja's gedicht 'leave nimmen wit hoe't wy yn eardere libbens' (uit De wizers yn it read, 2000) het mooiste Friese liefdesgedicht dat ik kende, maar in deze bundel staat het gedicht 'bêd' dat daar wel heel dicht bij in de buurt komt, misschien wel omdat dat gedicht ook nog speelt met de twee talen waarin de dichter leefde/leeft: zijn moedertaal, het Fries, en de taal waarin hij nu al weer zo lang leeft en die de taal van zijn geliefde is, het Nederlands. Het gedicht begint zo:

    'de nammen dy'tst brûkst
    foar it iten it bestek en it servys op tafel
    binne net de earste nemmen

    dy't ik learde foar iten bestek en servys

    (…)


    en eindigt met:

    'foar dy dingen dingen brûkst no

    deselde nammen

    dyn bêd en tuten
    alle jierren wurde se
    langer

     

    Ongetwijfeld speelt bij mijn waardering voor dit gedicht ook een rol dat ik inmiddels de geliefde van de dichter een soort antwoord op dit gedicht heb horen voordragen, een uiteraard Nederlandstalig gedicht met de veelzeggende Friese titel 'Hûs' (Huis). 

    De laatste afdeling van de bundel 'by in freon del gean' laat nog weer eens goed de werkwijze van de dichter zien. Als in een raamvertelling begint deze afdeling met een gedicht over opa die blokken aan de trappers heeft gemaakt, zodat de kleinzoon op de te grote 'derdehands' herenfiets kan fietsen en eindigt deze ook weer met een gedicht dat begint met 'pake sloech spikers troch de trapers sadat ik op de hearefyts koe', waarin verschillende elementen uit de bundel terugkomen. Tussen deze twee gedichten in staan vier gedichten die zich in deze tijd afspelen en waarvan de eerste drie beginnen met de zin 'ûnder it bêd yn it nije hûs / fan myn bêste freon en syn frânske frou / stean fjouwer klossen' en het vierde gedicht begint met een variant daarop. 

    Na eerste lezing vond ik deze nieuwe gedichten van Tsead Bruinja een beetje tegenvallen. Ze leken me minder beelden te bevatten dan zijn vorige poëzie. Bij nader inzien valt dat wel mee. Misschien zijn deze gedichten wel iets makkelijker toegankelijk dan van een deel van Bruinja's vorige poëzie, maar ik kan me ook voorstellen dat dat een bewuste keus geweest is van de dichter, omdat de beelden van de muziek en de etsen een belangrijke rol spelen. Bovendien is het vooral de grote samenhang tussen deze gedichten in deze bundel en de combinatie van de gedichten, de muziek en de vaak toch ook wat raadselachtige beelden van de etsen die van deze uitgave een juweeltje maken."

    Bron: http://home.planet.nl/~meul2882/fries/Bruinja,Tsead.html

    P.s. van der Meulen maakt deel uit van het duo Hoed en Rand. Zij maakten eerder een muzikale bewerking van het gedicht 'wylst ús hier tinner wurdt / terwijl ons haar dunner wordt' uit Angel (Bornmeer, 2008). Ik heb destijds de tekeningen van Ramon Verberne gebruikt om er een clipje bij te maken.


     

      terwijl ons haar dunner wordt 
      en in de bomen de apen lachen 

      terwijl we steeds vaker het dak op moeten 
      om de weggewaaide pannen terug te leggen 

      terwijl ons haar dunner wordt 
      en de apen in de bomen lachen 

      terwijl de dokter ons vaker ziet zitten 
      in de snotterige en kuchende wachtkamer 

      terwijl de apen lachen 

      terwijl de één na de ander sterft 
      en zijn daden niet meeneemt 
      het graf in 

      blijven de apen jong 
      en lachen 

      terwijl de boeren en scheten 
      je overal heen vergezellen 
      en je darmen en longen slijten 

      terwijl het beschutte plekje 
      onder de bomen 
      lokt 

      lachen de apen 
      om de kracht die wegglipt 
      uit je appelschillende 
      handen 

      je kijkt haar aan 
      en je kijkt anders naar de grond 
      terwijl dit alles 

      wordt de honger van de apen 
      groter 

      terwijl het vergeven verschrompelt 
      en woede alleen maar vervelt 

      lachen de apen 

      blijft de woede jong 

    HoedenderandMarina01a
    Website: http://www.hoedenderand.nl/

    Het duo zingt Nederlandstalige poëzie, luister- en drinkliedjes. De melodieën bij de gedichten maken ze zelf. Voor hun eigen liedjes zijn de inspiratiebronnen onder andere de zee en de liefde. 


     

  • Was net in gesprek met Anton de Goede van de VPRO. Komende dinsdag is het interview te beluisteren bij de Avonden en daarnaast, mits er geen beroemdheid overlijdt of een kabinet valt, is er een item bij Villa VPRO op Radio 1 komende maandagmiddag.

    Anton

    (Portert van Anton de Goede – bron: http://showcase.thebluebus.nl/)

    Tijdens ons gesprek ging het ook kort over waar de titel van de bundel vandaan komt. Het was de titel van een gedicht dat ik schreef na mijn eerste gesprek met saxofoniste Femke IJlstra, die me vertelde waar ze vandaan kwam. 

    Femke kwam langs in Amsterdam en speelde op de bank een prachtig stuk muziek, waarna ik onderstaand nieuw gedicht voorlas. Het haalde uiteindelijk de bundel niet, omdat ik het niet helemaal vond passen en het minder goed vond dan de gedichten in de rest van de bundel. 

    Prul

    De titel bleef echter in mijn hoofd doorzingen en die hebben we gehouden. Even overwoog ik nog Hotel Hoogtevrees, de titel van een andere gedicht, maar ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb, want Kees 't Hart kwam dit jaar met een roman getiteld Hotel Vertigo

     

    stofzuigerzangers

    wie staat er midden in het dorp altijd voor het raam
    van de nette voorkamer met de stofdoek in de handen
    arbeidsvitaminen op de radio stofzuigerstang tegen de bank

    en zingt ze terwijl de politie voorbij fiets
    denkt ze aan haar melkrijder
    en haar vijf kinderen

    allemaal op de christelijke school
    aan deze kant van het dorp

    bijna op een kluitworp afstand
    van ons

    *

    wie rijdt er met de vrachtwagen van unigro
    de steeg in bij de vivo

    is het de vader van je beste vriend
    uit het vorige dorp

    als hij voetballen kijkt op tv
    doet hij dat met het geluid
    van de radio

    mag je het plein af om te zien of hij het is
    gaat de bel nog niet

    is er tijd genoeg voor het handopsteken
    en hoi zeggen tegen de vader in de cabine

    *

    je kunt gebeten worden
    door een radio-actieve spin

    je kunt web schieten
    uit je polzen

    als je over het paadje
    door het bosje loopt

    je kunt dichter worden
    het verleden door de sapcentrifuge drukken
    tot de laatste druppel

    Vi

    stofsûgersjongers

    wa stiet der midden yn it doarp altyd foar it rút
    fan de kreaze foarkeamer mei de stofdoek yn `e
    hannen
    arbeidsfitaminen op de radio stofsûgerstange tsjin
    de bank

    en sjongt se wylst de polysje foarby fytst
    tinkt se oan har molkrider
    en har fiif bern

    allegear op de kristlike skoalle
    oan dizze kant fan it
    doarp                 

    hast op in klútwurp ôfstân
    fan ús

    *

    wa riidt der mei de frachtauto fan unigro
    de steech yn by de vivo

    is it de heit fan dyn bêste freon
    út it foarige doarp

    at er fuotbaljen sjocht op tv
    docht er dat mei lûd
    fan de radio

    meist it plein ôf om te sjen of hy it is
    giet de bel noch net

    is der tiid genôch foar it hânopstekken
    en hoi sizzen tsjin de heit yn de kabine

    *

    kinst biten wurde
    troch in radio-aktive
    spin

    kinst web sjitte
    út dyn polzen

    ast oer it paadsje
    troch it boskje rinst

    kinst dichter wurde
    it ferline troch de sopsintrifúzje drukke
    oant de lêste drip

     

    © Tsead Bruinja

     


    Uni

  • Marc Neys, alias Swoon, heeft een prachtige film gemaakt bij het gedicht 'De bern ha it fjoer oanstutsen / De kinderen hebben het vuur aangestoken.' Ik raad u aan voor een paar minuten uw gordijnen dicht te trekken en de video op full screen te zetten.

    De bern ha it fjoer oanstutsen from Swoon on Vimeo.

    Hieronder de Nederlandse vertaling/ondertiteling.

    DE KINDEREN HEBBEN HET VUUR AANGESTOKEN

    wij geven te veel licht samen
    jij en ik denken dat ze ons niet zien
    maar ze zien ons

    net alsof ze naar een hemel kijken
    vol vallende sterren op vlieland
    eind augustus

    het is nacht op het eiland verlangen
    dat schuimkoppen van verwijt en verlangen aanvreten
    en gulle golven van belofte zand aanzetten

    de kinderen hebben het vuur aangestoken op het strand
    het bijna op een volwassen zuipen gezet
    en het aan elkaar bekend

    zien elkaar elkaar elkaar

    een boot kan me meenemen
    maar daarvoor moet ik zieker zijn
    en minder licht geven

    een boot komt niet
    hoe ik ook vloek

    brandt af
    op andere golven

    gesmolten goud

    de kinderen hebben het vuur aangestoken
    en wij

    wij geven te veel licht

     

    © Tsead Bruinja


    'Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers' is te bestellen via afuk.nl/?page=shop_product&productID=4563


  •  

    Tijdens een festival in Nicaragua raakte ik bevriend met een Ierse dichter die me, toen we het carnaval waren ontvlucht en een aantal goede flessen rode wijn hadden genuttigd, op zijn telefoon het laatste berichtje van zijn zus liet zien. Voor hem schreef ik dit gedicht, of eigenlijk voor ons en onze zusters en glazen.

    Vogeltjesman
    Ets door Mirka Farabegoli - http://www.mirkafarabegoli.com/

     

    WAAROM LET NIEMAND OP DE PAARDEN?

    er spelen te veel mariachi’s in deze straat
    liedjes over vrouwen die komen vrouwen die weggaan en een lekkende badkamerkraan
    er spelen te veel mariachi’s

    er staan te veel telefoonnummers in het geheugen van onze mobieltjes
    nummers en berichten van dooien die we niet durven wissen
    te veel nummers

    en er zijn niet genoeg flessen wijn om onze paarden de hele avond
    de boulevard op en neer te laten draven 
    daarom stap ik over op rum
    er zijn te veel mensen

    er zijn niet genoeg kooitjes met kanaries
    voor de mijnschachten waar we nog in af moeten dalen
    mijn moeder probeert aan de keukentafel er één bij te brengen 
    smeert echte boter om het dichte snaveltje

    er zijn te veel gangen te veel paden
    één wordt ons fataal

    er spelen te veel mariachi’s in deze straat
    vannacht is in nederland het kabinet gevallen
    maar ik had het met jou over je zuster
    over mijn zuster en over de paarden
    er zijn niet genoeg ministers

    er zijn te veel presidenten
    de wereld is één groot poëziefestival
    en de ene dichter veel belangrijker dan de andere
    pak ze hun kanarie af en hijs ze met vlag en al
    op hun brandend paard

    want er zijn te veel jezussen aan boord van dit schip 
    te veel zeilen

    en er is niet genoeg water voor hen om over te lopen

    waarom loopt er niemand met de paarden?
    rolt er van jouw paarse tong

    en tussen mijn paarse lippen vandaan komt
    waarom rent er niemand met onze paarden?

    en waarom redde verdomme niemand maar dan ook niemand
    geen dooie geen minister geen president of kanarie
    op het moment dat we ze echt nodig hadden

    onze zusters en onze glazen?

    er zijn te veel mariachi’s in deze straat vannacht
    en ik heb niet genoeg bij me
    om het schoolgeld van al hun kinderen
    mee te betalen

     

    Boek_stofsugersjongers
    WÊROM TINKT DER NET IEN OM DE HYNDERS?

    der spylje te folle mariachi's yn dizze strjitte
    ferskes oer froulju dy't komme en fuortgean en in lekkende badkeamerkraan
    der spylje te folle mariachi's

    der stean te folle tillefoannûmers yn it geheugen fan ús mobyltsjes
    nûmers en berjochten fan deaden dy't we net fuort doarre te smiten
    te folle nûmers

    en der binne net genôch flessen wyn om ús hynders de hiele jûne
    de bûlevaar op en del drave te litten 
    dêrom stap ik oer op rum
    der binne te folle minsken

    der binne net genôch koaikes mei kanarjes
    foar de mynskachten dêr't wy noch yn omleechgean moatte
    mem besiket oan de keukenstafel noch ien by te bringen
    smart boerebûter om it tichte snaffeltsje

    der binne te folle gongen te folle paden
    ien wurdt ús fataal

    der spylje te folle mariachi's yn dizze strjitte
    fannacht is yn nederlân it kabinet fallen
    mar ik hie it mei dy oer dyn suster
    oer myn suster en oer de hynders
    der binne net genôch ministers

    der binne te folle presidinten
    de wrâld is ien grut poëzijfestival
    en de iene dichter folle wichtiger as de oare
    pak se harren kanarjes ôf en hys se mei flach en al
    op harren baarnend hynder

    want der binne te folle jezussen oan board fan dit skip
    te folle seilen

    en der is net genôch wetter foar harren om oerhinne te rinnen

    wêrom rint der net ien mei de hynders?
    rôlet der fan dyn pearse tonge

    en tusken myn pearkse lippen wei komt
    wêrom rint der net ien mei ús hynders?

    en wêrom rêde ferdomme net ien mar dan ek gjinien
    gjin deade gjin minister gjin presidint of kanarje
    op it stuit dat wy se echt noadich hienen

    ús susters en ús glêzen?

    der binne te folle mariachi's yn dizze strjitte fannacht
    en ik ha net genôch by my
    om it skoaljild fan al harren bern
    mei te beteljen

    © Tsead Bruinja
    Uit de bundel 'Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers' (Afûk, 2013)
    Web:  http://afuk.nl/?page=shop_product&productID=4563

     

    PS.

    En zo zagen Daniël Dee, Mowaffk Al-Sawad, Sieger M.G. en ik er twaalf jaar (en kilo's) geleden er ongeveer uit:

     

    En morgenavond presenteren Femke IJlstra, Mirka Farabegoli en ik het boek, met muziek, beeld en voordrachten van Saskia Stehouwer, Robert Anker, Mowaffk Al-Sawad, Saskia de Jong, Ester Naomi
    Perquin en Nyk de Vries. De gastenlijst is op 2 mensen na vol, dus mocht je willen komen, mail dan even naar tseadbruinja(a)hotmail.com.

    Locatie:
    Stichting Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
    Datum:
    donderdag 2 mei 2013
    Aanvang: 20.30 uur (deuren open om
    20.00 uur)
    Toegang: gratis
    Reserveren:
    tseadbruinja@hotmail.com

    Carne

  • Bedevaartkopie
    De ets is gemaakt door Mirka Farabegoli
    (www.mirkafarabegoli.com/)

     

    Mijn moeder en tante overleden beiden aan de gevolgen van borstkanker en toen een goede vriendin me belde met het nieuws dat ook zij borstkanker had en twijfelde over het weg laten halen van haar borst, omdat ze zo trots was op haar lichaam, schreef ik dit gedicht.

    BEDEVAART

    er moet ergens een borstenbegraafplaats zijn
    een laatste rustplaats voor onze moeders
    zusters en vrouwen hun afgesneden
    theezakje c75 of dubbel d

    een plek waar ze heen kunnen
    als ze last hebben van fantoompijn
    of genieten van fantoomgenot

    en wij zonen broers en vaders kunnen stilstaan
    niet bij het verlies van leven 
    maar van een hap leven

    een oord waar de borsten wachten
    op hereniging met de lichaamsdelen
    waar ze bij hoorden

    netjes bevroren
    gebalsemd
    of in een minuscule urn

    er moet ergens een begraafplaats zijn
    voor de trots van onze vrouwen

    een eindpunt

    voor een bedevaart van melk
    lust en verdriet

    *

    BEAFEART

    der moat earne in boarstebegraafplak wêze
    in lêste rêstplak foar ús memmen
    susters en froulju harren ôfsnijde
    teesekje 75c of dûbel d

    in plak dêr't se hinne kinne
    at se lêst ha fan fantoompine
    of genietsje fan fantoomgenot

    en wy soannen broers en heiten stilstean kinne
    net by it ferlies fan libben
    mar fan in hap libben

    in oarde dêr't de boarsten wachtsje
    op it wersjen mei de lea
    dêr't se by hearden

    netsjes beferzen
    balseme
    of yn in minuskule urne

    der moat earne in begraafplak wêze
    foar de grutskens fan ús froulju

    in einpunt

    foar in beafeart fan molke
    lust en fertriet

     

    © Tsead Bruinja


    IMG_0001
    Toen ik dit gedicht inlas, moest ik denken aan een van de eerste Friese gedichten die ik schreef. Minstens twaalf jaar nadat mijn moeder voor het eerst in het ziekenhuis opgenomen was en tien jaar na haar overlijden, maakte ik schoon bij uitgever Wolters-Noordhoff te Groningen. Waarschijnlijk was ik net begonnen met het lezen van Friese poëzie en geïnspireerd door het werk van mensen als Albertina Soepboer en Tsjêbbe Hettinga schreef ik onderstaand gedicht op gele post-its die ik van de vele bureau's leende.

     

    ÉÉN BORST

    in het ziekenhuis rende ik de trap op
    sloeg ik treden over

    stoof in de gang vlak voor mijn moeder langs
    zag haar niet

    thuis had ze nooit een ochtendjas aan
    thuis hing zoiets in de kast

    kijk maar

    ze knoopt het bovenstuk
    van haar pyjama
    weer open

    en ik weet niet meer wat ik verwachtte
    waar haar borst was
    leek het dichtgeschroeid

    het zag er netjes uit

    moeder zei aan de eettafel tegen een vriendje

    ik ben hartstikke kaal

    hij geloofde het niet
    als stan laurel
    tilde ze haar pruik op

    kijk maar

    ze was daarvoor een keer van de trap gevallen
    en een poosje buiten westen geweest

    ze was een keer misselijk
    omdat de nieuwe hagelwitte televisie
    pijn aan haar ogen deed

    *

    IEN BOARST

    yn it sikehûs rûn ik hurd de trep op
    sloech ik treden oer

    stode yn ’e gong lyk by mem del
    seach har net

    thús hie se noait in ochtendjas oan
    thús hong soks yn de kast

    sjoch mar

    se knopet it boppestik
    fan har pyama
    wer iepen

    en ik wit net mear wat ik ferwachte
    wêr’t ien boarst wie
    like it tichtskroeid

    it seach der kreas út

    mem sei oan ’e iterstafel tsjin myn maat

    ik bin hartstikkene keal

    hy leaude it net
    as stan laurel
    tilde se de prûk op

    sjoch mar

    se wie dêrfoar in kear fan de trep fallen
    en in skoftsje út ’e wei

    se wie in kear mislik
    omdat de nije hagelwite televyzje
    har sear oan de eagen die

     

    © Tsead Bruinja

    Geboorte_klein

    De geboorte van het zwarte paard
    www.uitgeverijcossee.nl/

    K 2 jpg18
    (Mijn moeder met haar ouders en mijn jongere zusje voor het huis van mijn opa en oma in Oostrum)

  • Matras
    Mijn vrouw en ik spreken dezelfde taal, maar haar ouders en grootouders spraken in een andere taal met haar dan de mijne met mij. Daarover gaat het volgende gedicht uit de bundel.

      

    BED

    de namen die je gebruikt
    voor het eten het bestek en het servies op tafel
    zijn niet de eerste namen

    die ik leerde voor eten bestek en servies
    en wanneer je me aanraakt raak je soms
    een heel ander deel van me aan

    dan waar mijn zusje
    me kneep als ik haar had geplaagd
    of waar mijn moeder me net
    wat beter waste

    wij slapen in hetzelfde bed
    maar het jouwe is korter
    en het mijne klinkt meer
    als het mekkeren van een geit

    je vader en moeder
    je opa’s en oma’s
    ze heten anders

    ze hebben je nooit zo vastgehouden
    een kus gegeven
    of je gezicht gewassen
    met een ruw washandje

    wij leven in dezelfde wereld
    ik hou je vast
    geef je een kus

    voor die dingen gebruik je nu
    dezelfde namen

    je bed en kussen
    ieder jaar worden ze
    langer

    *

    BÊD

    de nammen dy'tst brûkst
    foar it iten it bestek en it servys op tafel
    binne net de earste nammen

    dy't ik learde foar iten bestek en servys
    en ast my oanrekkest rekkest soms
    in hiel oar part fan my oan

    as wêr't myn suske
    my knypte at ik har narre hie
    of wêr't ús mem my krekt
    wat better wosk

    wy sliepe yn itselde bêd
    mar dines is koarter
    en mines klinkt mear
    as it mekkerjen fan in geit

    jim heit en mem
    jim pakes en beppes
    se hjitte oars

    se ha dy noait oankrûpt
    in tút jûn
    of in stryk om 'e kop
    mei in rûch waskhantsje

    wy libje yn deselde wrâld
    ik krûp dy oan
    jou dy in tút

    foar dy dingen brûkst no
    deselde nammen

    dyn bêd en tuten
    alle jierren wurde se 
    langer

    © Tsead Bruinja

    De bundel is te bestellen via afuk.nl/?page=shop_product&productID=4563