• Tresoar organiseert van 30 april tot en met 4 mei 2014 het Jiddisch Festival Leeuwarden
     
    Met o.a. Lucette van den Berg, Tsead Bruinja en Erik Poorterman

    Het festival belicht diverse aspecten van de Jiddische cultuur en laat mensen kennismaken
    met de rijkdom van taal, muziek, film, literatuur en geschiedenis. Op 30 april 2014 vindt de opening plaats met o.a. het project: ‘Vos iz geblibn/ Wat is der oerbleaun?’ Een project waarbij Lucette van den Berg en Tsead Bruinja ieder in hun eigen taal gedichten en muziek hebben uitgewisseld over 'het grote verlangen' en over ‘uitgeteld naast elkaar liggen en langzaam elkaars handen weer opzoeken’. Deze zoektocht in het Jiddisch, Nederlands en Fries wordt ondersteund door Erik Poorterman op gitaar.

    Fotojournaliste Gitte Brugman maakte polaroids bij regels uit de verschillende teksten. Haar werk zal tijdens het festival te zien zijn in Tresoar:
     
    GitteB_Polaroid
     
    Wanneer: 30 april 2014
    Aanvang: 20.00 uur
    Waar: Tresoar, Boterhoek 1, Leeuwarden
     
    Reserveren: 058-7890792 of 058 – 7890740 of info@tresoar.nl.

    Meer informatie en programma: www.jiddischfestivalleeuwarden.nl
     
     
  • "Jûns in aai en moarns in aai," antwoordde mijn pake toen ik hem vroeg hoeveel eieren Pake en Beppe aten. Pake Klaas was boer geweest in Oostrum en boerde daar, nadat hij de 'pleats' aan zijn zoon had verkocht, kleinschalig door. Akkers met nieuwe aardappelen en aardbeien lachten je toe als je zijn 'hiem' opkwam, evenals een vijver met daaromheen een kring luid bloeiende afrikaantjes. Tussen huis en kerkhof had Pake van afvalhout een garage gebouwd met aanpalend hok vol kippen en konijnen. Die konijnenteelt liep iets uit de hand, waardoor de woning aan de Terpleane ook wel het Rattenklooster werd genoemd. Van Pake's honderd konijnen werden namelijk regelmatig jonge exemplaren gebunnynapt en omdat het hok onmogelijk ratproof kon worden gemaakt, begon Pake voor hij naar bed ging over de vloer oud brood te strooien. De ratten maakten daar totaal geen bezwaar tegen en begonnen zich met de buikjes vol vrolijk te vermenigvuldigden.

    Pakebeppe

    Wie in het archief van de Leeuwarder Courant zoekt, vindt daar nog een interview met Pake waarboven de kop 'By my wurdt noait wat wei' prijkt. Op de jonge konijnen na, was dat zeker waar. Pake was een groot verzamelaar van kromme spijkers die hij uit oude planken trok en maakte steevast 's ochtends vroeg een rondje door het dorp bij het afval langs, voor de vuilnismannen uit. Geldproblemen had hij overigens niet, maar doordat hij zijn boerderij ooit begonnen was met één koe en de hele handel heelhuids door de crisis had geloodst, bleef hij de rest van zijn leven zuinig.

    Pake1

    Tijdens het eendeneieren zoeken leerde Pake Klaas ons een mooi rijmpje dat u wellicht uw kinderen of kleinkinderen kunt bijbrengen tijdens het komende Paasweekend: "Pyt skyt wyt, skyt aai, skyt dop, skyt alle minsken lyk foar de kop." Maar het was mijn moeder die mij het grootste pronkstuk van mijn verzameling bezorgde. Vóór een bosje bij ons in de buurt had zij een zwaan zien broeden. Mijn zus kreeg de instructie de jonge moeder van het nest te lokken door brood in de sloot voor het bosje te gooien, waarop ik zo stilletjes mogelijk het ei moest pakken. In de wetenschap dat een zwaan met gemak je arm kan breken, rende de zesjarige Tsead als een bezetene met de vangst onder de jas naar huis.

    Pake3

    Volgens wikipedia blijven zwanen elkaar trouw tot aan de dood, wat mijn eieretende pake en beppe goed gelukt is, ondanks hun legendarische scheldpartijen en de messen die na verhitte strijd nog wel eens rechtop in de keukendeur stonden te trillen. Een enkele keer wil zich onder de edele vogels een echtscheiding voordoen, bijvoorbeeld bij nestelproblemen. Ik hoop maar niet dat mijn diefstal naast een wrede kindermoord ook een echtbreuk heeft veroorzaakt. Vrolijk Pasen!

    Swan

  • Een meerpuntig metalen martelwerktuig dat steeds bloediger voren trekt door de diepe wond in de zijde van Jezus, zo herinner ik mij Mel Gibsons The Passion of the Christ. Ik moest aan dat staaltje masochistisch vernuft denken toen ik 12 Years A Slave bekeek, de bekroonde boekverfilming waarin een vrije zwarte muzikant in de jaren veertig van de 19e eeuw ontvoerd wordt in het Noorden van Amerika, waarna hij in het Zuiden als slaaf verkocht wordt. In een hartverscheurende scène zien we hem gedwongen een onschuldige slavin het bloed uit de rug slaan.

     

    Waarom kijken we naar deze 'historisch accurate', maar ook shockerende films? Zijn we met popcorn en cola op schoot een belijdenis aan het afleggen? Moeten we onszelf voortdurend confronteren met al het slechte waar toe we in staat zijn, zodat we niet nog eens dezelfde fout maken? En waarom kijk ik naar deze films? Ik vind dat ik me niet mag afwenden van het onrecht en wil met vrienden en collega's mee kunnen praten over wat ze hebben gezien. Daarnaast biedt de bioscoop natuurlijk een verleidelijke schuldachtbaan, waarin ik, misselijk van alle narigheid, het einde als verlossing ervaar.

     

    Wat me tegenstond aan 12 Years A Slave was de vertelling. De film, op een waargebeurd verhaal gebaseerd, bevat genoeg spanning, maar is te conventioneel vormgegeven. We leven het leven mee van de hoofdpersoon en maken soms een sprongetje in de tijd, maar verder is er weinig dat ons op het verkeerde been zet of dat een nieuw perspectief biedt op slavernij.

    Spieg1

    Dat is gelukkig anders in Door de waterspiegel,de nieuwe roman van Tomas Lieske, waarin het thema schuld met veel meer verbeeldingskracht wordt uitgewerkt. Hoofdpersoon Sebastiaan is een Nederlandse ingenieur wiens joodse vrouw in WO II als kind van Wenen naar Zwitserland moest vluchten. Als jongeman fantaseert hij over het oprichten van een eigen kindertehuis, wellicht als poging het verleden van zijn vrouw te repareren. Nadat hij bij de aanleg van een stuwmeer in Spanje machteloos moet toezien hoe een lokaal meisje verkracht wordt omdat ze protesteert tegen het onderwater zetten van haar dorp, verandert het verhaal in een wirwar aan hallucinaties, waarin door vloeibare deuren andere werelden worden betreden en een ziekenhuis wordt opgeblazen alsof het een wonder van God betreft. Het verhaal wordt bovendien verteld door een man zonder armen, benen of zicht, die aan het einde waarschuwt dat hij het laatste stuk zelf erbij heeft moeten bedenken. Als lezer weet je daardoor nooit helemaal wie je kan vertrouwen en of de werkelijkheid waarin je je bevindt wel de echte is. Het is geen prettige schuldachtbaan maar een moreel werkelijkheidsmoeras, waarin ik me weliswaar even schuldig voel als in de voorgenoemde films, maar minder een zelfkastijdende gruwelconsument.

    Meer over Door de waterspiegel op het web:

    Voorpublicatie: http://www.athenaeum.nl/leesfragment/tomas-lieske-door-de-waterspiegel

    http://teunisbunt.blogspot.nl/2014/04/door-de-waterspiegel-tomas-lieske.html

    http://www.vn.nl/Artikel-Literatuur/De-nieuwe-Tomas-Lieske-rondspokende-fascinerende-vertellingen.htm

    Spieg2

     

    Column2

  • "Wie der noch slaanderij en hast noch ien op de bek pakt?" wilde handvaardigheidleraar en autodealer Postma weten als ik op maandagochtend het lokaal binnenkwam. Met beide viel het meestal mee. De zaterdagen van deze Kollummer tiener bestonden uit overdag werken in de supermarkt, met bier na afloop, gevolgd door een avondje tv of een zaterdagnacht met nog meer bier in de Veenklooster bar-dancing de Ringo.

    Ringo_kleinFoto genomen in de Ringo, met een helaas geheel onzichtbare mat

    Daar kon natuurlijk wel iemand op de bek worden gepakt, maar het was dons dat mijn kaken sierde en geen echte baard. Ik was te onzeker en stil, zag er te jong uit om door welk meisje dan ook maar te worden gezien. De Zwaagwesteinder klasgenoot die geregeld plagerig de stof van mijn shirt tussen zijn vingers pakte en dan "knap stofke" zei, maar die je vooral niet per ongeluk aan moest stoten, had kunnen zorgen voor de slaanderij waar Postma nieuwsgierig naar was, maar dat was dan eerder uitgelopen op met-één-ram-tegen-de-vlakte-derij.
    Smil

    Vandaar dat ik toen ik eenmaal in Groningen ging studeren geen groot voorstander was van het fenomeen uitgaan. Je kon in de Groninger kroegen bovendien lang zo mooi niet op onbewaakte momenten bierglazen op de grond laten vallen om de eigenaar aan wie iedereen een hekel had op kosten te jagen. Dat veranderde toen een vriend mij introduceerde in de wereld van de chemische hulpmiddelen die de wolken voor mijn donkere humeur wegtrokken, mijn onzekerheid wegnamen en me de hele nacht konden laten dansen, zonder een greintje pijn. Ik leerde van hem ook 'niet zo triest naar de punten van mijn schoenen te staren. Bij house moest je juist blij en een beetje arrogant omhoog kijken.' Ik deed er een jaar aan mee, totdat ik een geheelonthoudende geliefde vond met wie ik veel te snel ging samenwonen om vervolgens een paar jaar op de bank te tv-vegeteren met Star Trek en een huishouding van zes katten en evenveel kattenbakken.

    Wait
    Die kattenbakken heb ik in Groningen bij desbetreffende ex achtergelaten, terwijl ik in Amsterdam vrolijk getrouwd dit weekend eindelijk weer eens goed van de bank afgekomen ben. Onze buren met wie we een dakterras delen en wiens jongens van vier en zes geregeld over de vloer komen om van onze bank een piratenboot te maken, vierden dat ze tien jaar bij elkaar waren. Daarom gingen wij dansen in de Paradiso. Ik stuiterde met een greins van hier tot Tokyo vijf uur lang op commerciële hiphop uit de jaren negentig en vertelde iedereen veelvuldig hoeveel ik van hen hield. Er was geen slaanderij, gjin túterij en de vogels zongen schitterend in het Vondelpark toen ik me om half zes 's ochtends met de buurvrouw en haar bakfiets richting huis begaf, meneer Postma.  

    Postma

    http://autobedrijfpostma.nl/

    P.s. Norbert Beerstra stuurde me via Facebook nog een foto van het personeel van de supermarkt waar ik werkte. Dank, Norbert:

    Supermarkt_de_boer

  • 'It grutte probleem dat driget is de útsluting fan de Wâlden en de Waldpiken yn de Kulturele  Haadstêd,' zei Tresoar-directeur Bert Looper tijdens het radioprogramma Buro de Vries bij Omrop Fryslân.  Hij prees uitbundig 'de fitaliteit, de dynamyk' en 'it modernisme' fan de Wouden. Ik moest denken aan het ouderwetse wâldpykje Johan Venema, tegenwoordig Jack Bottleneck.

     

    Toen Jack nog Johan heette en wij samen op de Dr. J. Botkeschool te Damwoude zaten, had hij een pijl en boog, waarmee hij over de lengte van een heel voetbalveld kon schieten. Als ik hem 's morgens ophaalde, stond zijn moeder met sigaret en badjas in de deuropening. Bij Johans verjaardagsfeestje gaf ze ons, geheel aangekleed, Wonder paprika chips, die we dipten in een mengsel van mayonaise met ketchup.

    Ik verhuisde van de Wonder chips in Damwoude naar Kollum, van de Dr. Bottke naar de Casimirschool, en Johan zag ik jaren later pas weer, in het theater. Meesters en juffen van verschillende openbare basisscholen voerden rond Sinterklaas in Damwoude een kluchterig sprookje op, waarbij leerlingen elkaar elleboogstootjes gaven als ze hun geschminkte meester of bepruikte juf herkenden in een bediende of schurk. Johan en ik waren dertien. Ik trof hem buiten, met sigaret, oorbelletje en Cindy, de dochter van de warme bakker, op wie ik altijd een oogje had gehad, en die later nog eens de loterij heeft gewonnen, maar dat is een ander verhaal. Het gaat hier om Johan, en om Jack.

    Vijfentwintig jaar duurde het voor ik hem weer zag, op Facebook en Youtube, waar hij zong alsof hij een fles Jack Daniels had geleegd, het glas stuk had geslagen en de scherven ook maar meteen even had doorgeslikt. Ik vertelde Johan over een huiskamerfestival in Dokkum, met wijnproeverij na afloop. Ik had gevraagd of hij daar misschien ook een liedje mocht komen spelen. Dat mocht en dat deed hij, maar daarvoor had hij thuis wel in alle kleuren van de regenboog gescheten, zo meldde hij me bij het uitladen van zijn gitaren. Ondanks de verstoorde stoelgang en dankzij enkele glazen chardonay speelde hij de houtworm uit de oude balken van het  grachtenpand.

     

    Eigenlijk was het een wonder dat we elkaar na al die jaren weer zagen. Johan was dakbedekker geweest en had 's avonds thuis, na zijn werk op grote hoogte, ook in de geest de hogere sferen opgezocht met behulp van heroïne.

    Van beide hoogtes duikelde hij naar beneden, waarna hij, afgekeurd en clean,  zichzelf leerde de sterren van de goot terug de hemel in te spelen. Dat doet hij niet modern, maar wel 'dynamysk' en 'fitaal'. Haal Jack daarom van Youtube naar de Culturele Hoofdstad, Bert Looper. Syn muzyk sil jim troch de siele hinne snije.

    Jack Bottleneck op het Web:

    Soundcloud: https://soundcloud.com/jack-bottleneck

     

    Dit is een column die ik schreef voor de Leeuwarder Courant. Vanaf afgelopen vrijdag is daar iedere week een nieuwe column van mijn hand te lezen.

    Freed1

    Freed2

  • Eendje

    'Eendje snater in het water,' hoorde ik de juf in zwempak zingen, omringd door moeders en oma's die met hun babby's en kleinkinderen rondjes dansten in het zwembad. Door de melodie deed dat liedje mij denken aan een Fries kinderliedje dat mijn moeder vroeger voor me zong:

    Suze nane poppe
    't kealtsje leit yn 'e groppe.
    Heit en mem sa fier fan hûs,
    Dy kinne wy net beroppe.

    (variant op de laatste regel: 'dy kin se net beroppe')

    Letterlijke vertaling

    Suze nane kindje,
    't kalfje ligt in de mestgoot / greppel
    Vader en moeder zo ver van huis,
    die kunnen wij niet (be)roepen.

    (variant op de laatste regel: 'die kan ze niet beroepen')

    Ik heb de rest van 'Eendje Snater' niet gehoord, maar het was ongetwijfeld minder wreed dan de Friese tekst. Ik vroeg me af waar dat ruige vandaan kwam. Lag het aan de volksaard of was er nog een andere verklaring voor te vinden?

    Volgens Janna van het blog De Vier Seizoen, 'werden deze wiegeliederen vroeger gezongen door huisslavinnen, die niet altijd even vriendelijk tegenover het kind en de moeder stonden. 'Er zijn ook wiegeliedjes waarin de moeder als lelijkerd wordt benoemd.' Janna schrijft dat het een liedje gezongen werd in de afwezigheid van de vader en moeder en dat het niettemin 'een sussend effect had'.

    Ik heb geen Fries kind om dat effect op uit te testen. Misschien mijn oudere zus maar eens vragen of zij het ooit voor haar kinderen heeft gezongen en of die er lekker van gingen slapen.

    Hier is een mooi voorbeeld van hoe het liedje klinkt, al denk ik niet dat het meisje weet wat ze zingt:

     

    Vertaalster Susan Massotty heeft de tekst ooit naar het Engels vertaald voor Poetry International, als onderdeel van een gedicht van Albertina Soepboer. Dan gaat het zo:

    Poppet, moppet, doll,
    Into the water they fall.
    Mother is too far away,
    To hear the child call. 

    Voor de rest van het gedicht 'Fierlân', verwijs ik u graag naar http://www.poetryinternationalweb.net/, waar u het gedicht ook kunt beluisteren

  • Lieve Erik,

    "Weet je wat ik wel zou willen zijn? Een bloemetjesgordijn!" klonk door de huiskamer, terwijl ik naar een legoblokje zocht voor een pompstation of kasteel. Sinds zondag 30 maart 2014, de dag dat je hart te vroeg stil ging staan, is die regel verbonden met jou. Jij zou daar waarschijnlijk hard om hebben gelachen, al lag je liefde voor muziek  bij Coltrane, Schumann en The Soft Machine.

    Je schreef prachtige brieven aan je overleden helden in Met de meeste hoogachting. De trots van je vader bij de presentatie ontroerde mij. Ik geloof niet in een leven na de dood, dus is het eigenlijk idioot dat ik deze brief aan je schrijf. Vanwege jouw brieven durf ik het toch aan.

    Ik weet niet wat jij het liefst had willen zijn, misschien wel uitmuntend jazzdrummer. Op je vijftigste verjaardag speelde je met je bandje. Je liet de dichteres Anneke Brassinga als een bezetene rondspringen en dansen. Ik had een gedicht voor je geschreven, waarin ik sprak over alles wat wij hadden gedeeld: het bed, vanwege een matineus optreden in Groningen na de avond waarop we beiden niet de volgende Dichter des Vaderlands werden, en mijn hashpijpje, waar je 's nachts na een literaire avond in café de Weber nog wel eens een trekje van wilde nemen.

    Het enige dat ik niet van je wist, was met welke stokken je drumde: "een 5 of 7A een 2 of 5B, eiken of esdoorn." Je hebt me het antwoord gemaild en ik ben het weer vergeten.

    Wat ik niet zal vergeten is hoe je je slaperige hoofd uit je Rotterdamse hotelkamer stak toen het brandalarm afging om zes uur 's ochtends. Ons alcoholpromillage, gesponsord door Poetry International, en jouw hartstochtelijke liefde voor muziek en literatuur, hadden die tent gemakkelijk in lichterlaaie kunnen zetten. Het bleek om een toerist te gaan die een beschuitje in het broodrooster had gestopt. We snurkten vrolijk verder.

    Waarom ik moest denken aan het bloemetjesgordijn? Omdat ik een gedicht van jou zocht voor je overlijdensadvertentie en daarbij vaak in de lach schoot, omdat je in je gedichten graag in de huid kroop van andere dingen en wezens, bijvoorbeeld in 'Allesdier': "Aan de slootkant ontspruiten mij uiers / in de lucht steken mij veren in de huid. // In de modder achter sommige boerderijen / groeit mij een wroetschijf in de snuit."

    Ik geloof niet in een hiernamaals, Erik, maar toch hoop ik dat daar een platenspeler voor je klaarstaat en een luie stoel. Er is vast ook een zaal waar een drumstel voor je is neergezet en een band, met McCoy Tyner op toetsen en Coltrane op sax. Dank voor je Love Supreme.

     

    Muzikant Bas Andriessen plaatste bovenstaande opname uit 1999 online. "In 1999 mocht ik samen met enkele andere musici meerdere dichters muzikaal improviserend begeleiden bij festival De Wintertuin in Nijmegen." Eén van die dichters was Erik Menkveld.


    Meer werk over en van Erik Menkveld:

    http://www.kb.nl/dichter-op-het-scherm/moderne-nederlandse-dichters/erik-menkveld

    http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/4005/6/Erik-Menkveld

    http://www.vn.nl/Artikel-Literatuur/Erik-Menkveld-1959-2014-Dichten-is-handwerk.htm

    http://www.nederlandsepoezie.org/dichters/m/menkveld.html

    http://www.gedichten.nl/schrijver/Erik+Menkveld

    http://www.nrc.nl/boeken/2014/03/31/dichter-en-schrijver-erik-menkveld-overleden/

    http://www.woestenledig.com/woestenledig/2008/12/erik-menkveld-ik-ben-alleen-maar-een-dichter.html


    Het hele 'Allesdier' uit Schapen Nu (De Bezige Bij, 2001)

    ALLESDIER

    Aan de slootkant ontspruiten mij uiers,
    in de lucht steken mij veren in de huid.

    In de modder achter sommige boerderijen
    groeit mij een wroetschijf aan de snuit.

    Boven de mesthoop of onder het kroos:
    zo nodig schift ik in zwermen of scholen.

    Gehuld in de grijsbruine vlieghuid
    die tussen mijn ledematen spant

    hang ik in schuren of verlaten groeven
    ondersteboven in slaaptoestand.

    Als kudde omgeef ik handen en voeten
    met hoorn en schakel ik moeiteloos

    van zool- of teen- naar hoefgang over.
    Omzichtige lippen strek ik op savannes

    naar hoge blaadjes tussen doorns. Ook
    loopt me het bloed daar over de strepen

    of geeuw ik uit eeuwige leeuwheid loom.
    Vaak laat ik poten en pels achterwege

    in zee, moeras of zandwoestijn. Daar
    moet ik week of felgekleurd of giftig zijn.

    En dan heb ik tal van mogelijkheden
    waar ik nooit meer voor de dag mee kom:

    piek op het voorhoofd, verzengende
    adem, een paardenlijf met mensenromp.

    Dat heeft me altijd dwarsgezeten: elk dier
    dat men ziet is een fractie van mij.

    Kijk maar: in dit oerbos burl ik en schurk
    langs een stam met mijn schoffelgewei

    terwijl mijn slurf, mijn rugvin, mijn stekels
    in deze biotoop niet zichtbaar zijn.

    Wat zou ik mij graag eens in volle glorie
    voordoen, al past daar geen omgeving bij.

     
     
     
     
     
    Hieronder 'Het Bloemetjesgordijn' van Wim Kersten
     
     
     
    De door Erik Menkveld bewonderde John Coltrane
     
     
     
  • Gisteren, een dag na de protestactie op het Museumplein in Amsterdam en een dag voordat Obama de Nachtwacht de beste backdrop voor zijn persconferenties ooit noemde, een dag nadat Rutte voor een internationaal gezelschap grapte dat zijn vrienden op de Antillen blij waren dat ze met Sinterklaas geen smink hoefden op te doen, begaf ik mij met goede vriendin Tamar naar De Nieuwe Liefde, het gebouw waar Huub Oosterhuis volop ruimte biedt aan de bezinning en de poëzie.

    We gingen naar een middag over het werk van Mustafa Stitou met Senegalese zang, experimentele muziek op koffer en ritselpapier, een minicollege en een gastcolumn, maar vooral ook de poëzie van Stitou, die in het titelloze openingsgedicht van zijn meest recente bundel Tempel de doodskist van zijn vader niet langer kan dragen en hem daarom vraagt eruit op te staan om een eindje mee te lopen richting het graf.

    Handle

    Dat gedicht is prachtig en ontroerend, maar vooral ook indrukwekkend qua techniek. Stitou kan de dingen mooi traag maken: 'Diep voorovergebogen, voetje voor voetje, schreed ik wankelend voort.' Alles kost tijd in dit gedicht, terwijl voor een van de personages de tijd al voorbij is. Vader en zoon klinken vermoeid, zijn misschien zelfs moe van elkaar, want wanneer de vader uit de kist stapt, doet hij dat 'spottend-medelijdend, zoals altijd.' Dat laatste 'zoals altijd' zou een redacteur of poëziedocent er misschien uit willen hebben, maar hier is het nodig, net dat beetje te veel. Het benadrukt de lange zware tocht en de onveranderlijkheid van de houding van de vader tijdens diens leven.

    Voordat wij waren gaan zitten, had iemand van de organisatie me gevraagd twee stoelen bezet te houden voor een gehandicapte mevrouw. Ik verwachtte een vors geval in een scootmobiel of een grote rolstoel, maar het bleek om een stel op leeftijd te gaan, waarbij de vrouw, een bekende psychologe, op krukken liep.

    Er was nog een stoel over en daarop nam een goed verzorgde oudere mevrouw plaats, die al tijdens de eerste voordracht langzaam voorover begon te hellen totdat ze met haar rode gelippenstifte mond bijna mijn knieën had bereikt. Steeds als haar hoofd bijna op mijn been rustte, tilde ze zichzelf weer omhoog en zat dan twee tellen rechtop, waarna het hele buigen en hellen zich weer herhaalde.

    Nadat dit een paar keer was voorgevallen tikte ik de mevrouw op haar schouder en vroeg ik haar of ze misschien slaperig was. 'Nee, ik verga van de pijn,' was het antwoord, waarop ik haar aanbood iets dichter tegen haar aan te komen zitten, zodat ze tegen me aan kon leunen.

    Tijdens de Senegalese zang, het papiergeritsel, het koffergeroffel, het mini college en de column, gleed de mevrouw, die volgens de oude psychologe wel van stand moest zijn, want ze droeg een echt wit Chanel jasje en een chanel tasje, steeds zachtjes langs mijn zij, waarna ze zichzelf weer omhoog heiste, waarbij ze soms een messcherpe opmerking maakte over het programma.

    Als je mijn Kollummer overbuurjongen Bert Klaver vroeger vroeg wat hij later wilde worden antwoordde hij vaak met 'steunend lid van het het Steunfonds.' Het waren de jaren tachtig, de jaren van 'No Future', ook in Kollum. Die woorden hebben nu een hele andere betekenis.

    3052159578
    *

    Op mijn rug torste ik de doodskist waarin mijn vader lag. Diep voorovergebogen, voetje voor voetje, schreed ik wankelend voort. Het ging steeds moeizamer, de last werd te groot, ik hield het niet meer. Voorzichtig liet ik mij neerzakken op de grond, languit, schoof onder de kist vandaan, lichtte het deksel op en fluisterde zonder aarzeling Vader, ik kan je niet dragen, het spijt me, kun je misschien een eindje meelopen?
      Het duurde even voor hij zijn ogen opende. Zijn gezicht was ongeschoren, zijn haar zat verward. Hij droeg een lange witte onderbroek en een wit hemd. Toen zuchtte hij en schudde zijn hoofd, spottend-medelijdend, zoals altijd. Hij richtte zich op, stapte uit de kist, bewoog zich voort met kalme tred. Ik liep achter hem aan, ook ik zei niets.
      De kist bleef achter, midden op het pad.
      We kwamen aan bij het graf. Het was al gedolven. Zonder een woord vlijde hij zich neer. Ging liggen op zijn zij, draaide zich toen op zijn andere zij.
      Hij moet van zijn god met zijn gezicht naar het oosten liggen, dacht ik, richting Mekka. Gelukkig vraagt hij me niet waar het oosten is, want ik weet het niet.
      Hij vouwde zijn handen op elkaar, schoof ze als een kussen onder zijn hoofd, zuchtte weer diep en sloot zijn ogen en ik, ik zakte door mijn knieën, en met woeste armbewegingen dichtte ik het graf.

     

    © 2013, Mustafa Stitou
    Uit: Tempel (De Bezige Bij, Amsterdam, 2013)

    Tempel

    Meer over Mustafa Stitou:

    http://www.debezigebij.nl/web/Auteurs/Auteur/Mustafa-Stitou-1.htm

    http://www.kb.nl/dichter-op-het-scherm/moderne-nederlandse-dichters/mustafa-stitou

    De Nieuwe Liefde:

    http://denieuweliefde.com/home/

     

  •  

    recept

    waarbij het ene hart
    een levenlang moet braden
    in de ene pan

    en 't andere evenlang suddert
    in een andere pan

    niet van het vuur halen
    laten garen
    tot beide verdampen

    water toevoegen
    tot je geen glimp pomporgaan
    meer ziet

    het gas uitzetten
    de pannen afnemen
    en in elkaar plaatsen

    het eenzame kookboek sluiten