• Vandaag gaf ik les aan studenten Creative Writing in Arnhem, o.a. over het schrijven in opdracht en het samenwerken met beeldend kunstenaars. Ik maakte een grap over Herman van Veen die dacht dat ik een Algerijns dichter was, vanwege mijn voornaam Tsead, die hij als Tsé-at uitsprak. Ik bleek iets minder exotisch. Van Veen maakte prachtig grafisch werk bij enkele van mijn gedichten en verwerkte daar zijn favoriete regels in. Ik heb nog nooit zoveel boeken verkocht op één middag als tijdens de opening van die expositie in het Natuurmuseum Fryslân te Leeuwarden.

    Herman

    Minder soepel verliepen de opdrachten die ik samen met beeldend kunstenaar en vormgever Joep van der Made uitvoerde. Van der Made had verschillende dichters gevraagd korte gedichten te maken voor de visitekaartjes van de personeelsleden van het geheel vernieuwde Zuiderzee Museum en mijn tekst was zo goed bevallen dat aan mij de eer ten deel viel een gedicht te schrijven voor op een doos bonbons; een relatiegeschenk dat na de feestelijke opening van het museum uitgedeeld zou worden. De chocolaatjes kregen een speciale vulling die paste bij het aquarische thema. Zo zouden sommige gevuld worden met zeewier en weer andere met haring. Ik besloot een gedicht te schrijven over de smaak umami, een van de vijf Japanse basissmaken, naast zoet, zout, zuur en bitter, een soort van hartig. De regel ‘een Japanse vriend komt in je mond tot leven, ’ werd echter niet geslikt door de directie van het museum. dat met grote vreze vreesde dat hun Christelijke bezoekers er aanstoot aan zouden nemen en er een seksuele, misschien wel homoseksuele activiteit in zouden menen te herkennen. De opdracht ging naar een andere dichter, maar ik kreeg toch mijn 400 euro. Helaas heeft nooit ook maar één van die bonbons met zweewier of haring mijn huig mogen passeren.

    Van der Made bleef ondanks alles in mij geloven, misschien omdat het redelijk goed witte wijn met mij drinken is. Wij wierpen ons op de nieuwe, en inmiddels ook alweer jaren ter ziele gegane, boekhandel Cosmox te Alkmaar. Ik schreef onder andere een drieregelige tekst die Van der Made uitermate geschikt leek voor op de bedrijfskleding: “Ezelsoor mij, breek mijn rug, lees mij stuk.” De cosmoxmedewerkers zagen voor hun geestesoog echter het lezend publiek spontaan in een bende hooligans veranderen, die zich niet op de ruggen van de boeken, maar op die van de kassavrouwen en baliemedewerkers zou werpen. Wat voor actie ze verwachtten in het geval van “ezelsoor mij” heb ik nooit geweten, maar met wat plakband of een nietpistool kun je leuke dingen doen. De tekst belandde niet op de bedrijfskleding, maar wel op de tasjes. Voor de liefhebber heb ik nog een hele stapel liggen.

    Cosmox_tas_joep_van_der_made_tsead_bruinja_small

    Onze volgende klant was Douwe Egberts. Zij openden een koffiecafécadeauwinkel in Haarlem. Van der Made ontwierp voor hen een zwierig nieuw lettertype voor op een stemmig zwart behangetje. Het leek mij aardig om daarop korte gedichten te plaatsen over wat je allemaal wel niet kon krijgen van bepaalde soorten eten en drinken. Ik schreef een tekstje over het rode haar dat je van het drinken van koffie zou krijgen en de spierballen die je beloofd worden als je maar genoeg spinazie verorbert. De tekst werd afgekeurd omdat hij als negatief kon worden opgevat. Ten einde raad maakte ik een lijstje van de vele manieren waarop je koffie kunt serveren, bijvoorbeeld met geklopte melk, met melkschuim, met gestoomde melk, kaneel, cacao of een stuk citroenschil. Het voltallige bestuur van Douwe Egberts sprong een gat in mijn gebakken lucht en in een aantal koffiecadeauwinkels prijken nog altijd deze literaire hoogstandjes. Het is een wonder dat ik er nog niet de P.C. Hooftprijs voor heb mogen ontvangen.Joep_van_der_made_tsead_bruinja_douwe_egberts_2Het is inmiddels alweer een poosje geleden dat Van der Made en ik ons op het gladde ijs van de commercie hebben durven wagen. U begrijpt dat ik niet kan wachten op de volgende kans om een sector van de middenstand met mijn schrijfsels angst aan te jagen of te plezieren. Er is nog zoveel dat in uw en hun mond tot leven kan komen. Bel ons! We komen uw rug breken.    

     

    Deze column werd geschreven voor VPRO's Nooit Meer Slapen op 24-9-2014

     

    http://www.vpro.nl/nooitmeerslapen.html

    Wat is Komkommercieel? http://youtu.be/wBPvfPD2B_0

  • In mijn zoektocht naar een aanleidng voor mijn bijdrage aan VPRO's Nooit Meer Slapen stuitte ik op een artikel over 19e eeuwse uitvindingen, die niet zijn aangeslagen. 

    1

    Op de website van de Engelse krant the Guardian was vandaag een indrukwekkende lijst uitvindingen uit de Victoriaanse tijd te bewonderen, die het ondanks de genialiteit van hun uitvinder niet  hebben gered. De lijst is afkomstig uit het nieuwe boek Inventions that didn’t change the world van Julie Halls, ‘designs specialist’ van het Nationale Archief te Londen.

    Het bestuderen van een aantal voorbeelden uit Halls boek was een oefening in nederigheid. Wat te denken van een schoen met draaibare hak, die je kunt verstellen als hij aan één kant afgesleten is? Ik zou daar zeker iets aan kunnen hebben, aangezien door mijn platvoeten en kromme benen, mijn schoenen na een regenbuitje steevast veranderen in watertanks.

    De hoge hoed die je kon inklappen tot bolhoed is niet aan mij besteed en het duikpak met de badstop ter hoogte van het geslacht, die de duiker de mogelijkheid zou bieden om zonder het zware pak uit te hoeven trekken, toch vrij te kunnen urineren, heb ik ook niet nodig. Ik heb last van claustrofobie, dus het verkennen van grote donkere dieptes zit er voor mij niet in.

    4

    Mijn eigen uitvindingen beperken zich vooral tot vreemde voedselcombinaties, die ik als jongetje bedacht tijdens de jaren tachtig. Ik was een zoetekauw en genoot in de pauze op de middelbare school te Leeuwarden, onder het gelach van mijn klasgenoten, van een boterham met jonge kaas en chocoladevlokken, ook wel cacaofantasie, of van een broodje boterhamworst met hagelslag.

    5

     

    Overigens maakte boerenzoon Jan-Harm Bosma het nog bonter. Hij maakte geen mix per boterham, maar stapelde zijn eigen clubsandwich van dikke sneeën volkoren brood, vleeswaren, sandwichspread en jam. Met gemak nam Jan-Harm een hap van die driedubbele boterham. Het was een wonder dat zijn mondhoeken niet vreselijk uitscheurden.

    Mijn opa was nog creatiever. Hij timmerde extra trappers op de trappers van mijn fiets, zodat ik eerder op mijn zus haar oude fiets kon en hij was de eerste van het terpdorp met afstandbediening voor zijn televisie. Van een oude bamboehengel maakte hij een lange stok waarmee hij vanuit zijn luie stoel de tv bediende.

    Daarnaast leek hij op wonderlijke wijze zijn afval weg te kunnen toveren. Na zijn dood bleek dat hij onderaan de terp een groot gat had gegraven, waarin we een halve omgekeerde vuilnisbelt terugvonden. Mijn oom wist de boel net op tijd te saneren, voordat de gemeente Dongeradeel erachter kwam en we de riante erfenis moesten aanspreken om de boetes mee te betalen.

    Als veertigjarige heb ik waarschijnlijk nog een jaar of dertig om de mensheid te verblijden met mijn vernuft. De parasol met kijkgaten of de drietandige augurkenvork met draaibare middentand hoef ik niet meer te bedenken, die zijn respectievelijk in 1844 en 1860 al uitgevonden in het nog immer Verenigde Koninkrijk.

    2

    Misschien moet ik mij eens gaan richten op het verspreiden van een van mijn favoriete Engelse uitvindingen uit een recenter tijdvak. In de jaren negentig bedachten acteurs en schrijvers Ade Edmondson en Rik Mayall als de eeuwige vrijgezellen Eddie en Richie in de serie Bottom een geheel nieuw spel toen hun tv stuk ging. Het spel kan vertaald worden als “Hoeveel gele vla past er in jouw onderbroek”. Ik kan me niet voorstellen dat er voor een dergelijk spel geen toekomst is weggelegd in ons kleine koeienland. Ik heb mijn roeping gevonden.

     

    De uitzending is te beluisteren via onderstaande link. Na het nieuws van 1 uur schoof ik aan.

     

    Website: 

    Het boek:

    Book

    http://www.thamesandhudsonusa.com/books/inventions-that-didnt-change-the-world-hardcover

    Julie Halls - http://blog.nationalarchives.gov.uk/blog/author/jhalls/

  • Las gisteren over stammen, over de geschiedenis van wapens, over IS en luisterde naar de nieuwe Magnus, waarop Tom Barman zingt: "The poet is the janitor of our time."

     

    WAT JE MET EEN STAD KUNT DOEN

    er bestaat een afrikaans volk dat gelooft dat ieder mens
    geboren wordt als goed mens

    als goed mens met simpele verlangens
    verlangend naar veiligheid liefde
    Vrede geluk

    een stad wordt eerst een paar dagen gebombardeerd
    daarna worden er zelfmoordenaars op afgestuurd
    wanneer

    er bestaat een volk dat gelooft dat ieder mens
    geboren wordt als goed mens
    wanneer wanneer

    iemand iets verkeerds doet
    nemen ze die man mee
    nemen ze die vrouw mee
    naar het midden van de stad

                      STAM EROMHEEN

    twee dagen lang noemen ze alle goede dingen
    die hij of zij gedaan heeft 

    een stad wordt eerst een paar dagen gebombardeerd
    karretjes werden door de hettieten al gebruikt als wapens
    om hun vijanden mee te rammen
    in volle vaart

    de dichter is geen historicus
    de dichter is de conciërge van de tijd

    wanneer wanneer
    wanneer iemand iets verkeerds doet
    nemen ze die man of vrouw mee

    twee dagen lang noemen ze alle goede dingen
    die hij of zij gedaan heeft

    zodat de verbinding met hun ware aard
    weer tot stand komt

    om hen te herinneren
    aan wie ze zijn

    wanneer wanneer
    wanneer ze inzien waar ze van losgeraakt zijn
    roepen ze

    ik ben goed
    ik ben goed

    een stad
    wordt eerst een paar dagen gebombardeerd
    totdat wanneer

    in de middeleeuwen leenden arabieren
    van chinezen de slingerarm

    geen potten met buskruit maar aan ziektes overleden dieren
    werden de vestingmuren over gekatapulteerd

    ik wil niemand op ideeën brengen –
    goede abu

    ik ben je historicus niet
    ik ben de conciërge van je tijd

     

     

    Dit gedicht werd geschreven voor het Radio 1 programma Nooit Meer Slapen. Ik ben te horen na het gesprek met Barman, dat ongeveer een uurtje duurt.

    Website: http://www.vpro.nl/nooitmeerslapen.html

    250px-Trebuchet1

    De Slingerblijde - http://nl.wikipedia.org/wiki/Slingerarm

    Clipje van Magnus:

     

    10646763_903358113024911_2184871065828773150_n

    Met dank aan de Ierse dichter Niall O'Connor die dit bericht op Facebook plaatste gisteren.

  • Op 18 oktober presenteert Saskia Stehouwer haar poëziedebuut 'Wachtkamers' (Uitgeverij Marmer) bij Perdu te Amsterdam. 

    Omslag_klein

    Met o.a. optredens van de dichters Robert Anker, Tsead Bruinja, Annelie David, F. van Dixhoorn, Peter van Lier, Thomas Möhlmann, Saskia Stehouwer en muziek van Harold K.

    Flaptekst: Wat doe je als je je oude manier van leven moet opgeven? Als al je oude manieren en gewoontes niet meer blijken te werken? Wachtkamers is het verslag van een ontdekkingstocht in een nieuwe wereld, waarin alles tot leven komt en controle vaak ver te zoeken is. Het is een wonderlijk universum, waarin 'de hoekstukken kwijt zijn'. De personages leren om met de nieuwsgierige blik van een beginner te kijken naar wat er allemaal op hun pad komt en niet te snel te oordelen, want 'in elke val zit een dans verborgen'. 

    Datum: zaterdag 18 oktober
    Aanvang: 19.30 uur
    Locatie: Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam

    Reserveren: Mocht u erbij willen zijn, stuur dan een mailtje naar saskia.stehouwer@gmail.com. Aangezien de ruimte bij Perdu beperkt is, wordt het ook zeer gewaardeerd als u zich weer afmeldt, mocht u verhinderd zijn.

    1048448_682646681762539_1484211252_o

    foto door Rosa van Ederen - http://www.rosavanederen.nl/

    9789460682216Beeld: Noor Agter - http://www.nooragter.com/

     

    Wachtkamers
    Saskia Stehouwer
    Uitgeverij Marmer
    € 12,50
    ISBN: 9789460682216

    Website uitgeverij: http://www.uitgeverijmarmer.nl/

    Contactinformatie:

    Indien u speciale vragen heeft, bijvoorbeeld een interviewaanvraag of u wenst ander materiaal te ontvangen, dan kunt u een bericht sturen aan info@uitgeverijmarmer.nl

    Vertegenwooridging pers en publiciteit in Nederland:

    Het kantoortje van Remco
    Amstel 85 sous
    1018 EK Amsterdam
    T: +31 20 4208168
    Remco Volkers
    M: +31 6 24603790
    E: remco@hetkantoortje.nl

    Vertegenwooridging pers en publiciteit in België (Vlaanderen):

    Elkedag Boeken / Uitgeverij Vrijdag
    Jodenstraat 16
    2000 Antwerpen
    T: +32 3 3456040
    http://www.elkedagboeken.be
    Toon van Mierlo (pers)
    M: +32 473 21 46 72
    E: toon@elkedagboeken.be

    Saskia-AF-32
    foto door Rosa van Ederen - http://www.rosavanederen.nl/

    Saskia Stehouwer (Alkmaar, 1975) studeerde Nederlands en Engels aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte ruim tien jaar als redacteur en projectleider op de Vrije Universiteit. Haar gedicht ‘Glimp‘ haalde de top-20 van de Türing Nationale Gedichtenprijs 2012 en diverse van haar gedichten werden gepubliceerd in tijdschriften en bloemle­zingen. 

     

  • Er komen steeds meer manieren bij om de dood buiten de deur te houden. Zo stond er deze week op Facebook een artikel over een geneesmiddel tegen kanker dat alleen voor de rijken bestemd zou zijn en vertelde een vriend me over de zorgcontainer die zijn ouders besteld hadden in verband met de terminale ziekte van zijn moeder. Straks komt de dood voor de westerling alleen nog maar over de digitale drempel het eigen huis binnen. Voor het echte sterven stappen we verdrietig de achterdeur uit richting een naar eigen comfort en smaak ingerichte ijzeren bak in de tuin om daar alsnog ons harde lot te mogen aanvaarden.

     

    Ik kan me daar van alles bij voorstellen. De muren zouden uit videowalls kunnen bestaan, zodat je kunt sterven op een plek naar keuze: een middeleeuws kasteel, een hossende discotheek of tussen de koeien in de weilanden van Rinsumageest. Met de toevoeging van wat chemische middelen zal het voelen alsof je niet aan het einde van je leven beland bent, maar er nog midden in staat.

    7285Klos

    Toen mijn moeder de eeuwige jachtvelden betrad eind jaren tachtig, waren de overlevingskansen voor arme en rijke westerse kankerpatiënten ongeveer gelijk. Bij het Groene Kruis werden voor die laatste paar weken wat klossen gehaald voor onder het bed dat in de achterkamer werd geplaatst. De familie hield een wake. Er werd gewacht tot de laatste adem het vergeelde comateuze lichaam had verlaten.

    Dat soort herinneringen koester je niet en misschien wil je liever ook niet dat ze het huis van je nabestaanden besmetten, zeker niet als zieke. Mijn moeder was als boerendochter praktisch ingesteld. Bang voor haar eigen dood was ze niet, eerder bang voor hoe wij verder moesten. Een zorgcontainer naast het fietsenhok had ze vast toegejuicht. Bovendien had ze dan nog wat langer in bad gekund, waar mijn vader haar op het laatst niet meer naar toe kon tillen. Hoe graag hij dat ook wilde.

    De dag dat mijn moeder overleed  en gewassen werd in het mortuarium, ging haar sterfbed terug naar boven. De lakens werden verschoond. Ze wilde niet thuis opgebaard blijven, omdat wij ‘door’ moesten en ze wilde niet in hetzelfde dorp waar wij woonden, begraven worden, omdat we er dan te vaak langs zouden gaan. Toen vrienden en familie met mijn vader afscheid gingen nemen in de aula te Oudwoude, waren mijn zus en ik in Kollum met de buurjongen aan het stoepranden. De dood werd op afstand gehouden.

    Maar nu aan beide kanten van de evenaar men thuis of in het internetcafé kan zien wie er het meest luxe mag sterven en de meeste kansen heeft om vreselijke ziektes als kanker en ebola te overleven, staan de zaken er anders voor. We mogen ons voorbereiden op een nieuw soort vluchtelingen. Wie ontwikkelt het beste slot voor onze zorgcontainer?

     

    Deze column verscheen in de Leeuwarder Courant van 19-9-2014 – http://www.lc.nl/

  • Hield je van de series 'A'dam en e.v.a' en 'Dunya & Desie' en vind je dat schrijvers fatsoenlijk betaald moeten worden voor hun werk en mee zouden moeten kunnen delen in het succes van hun werk?

     

    Lees dan onderstaand stuk van Robert Alberdingk Thijm, scenarioschrijver en Lira-bestuurslid. Het is vandaag ook te lezen in de NRC

    Gouden-Kalf
    "Het was een mooi gezicht, toen ik laatst met de trein uit de richting van Schiphol Amsterdam binnen kwam rijden: boven de gebouwen in Westpoort torende een levensgroot Gouden Kalf uit. Aha september, dacht ik, het Nederlands Filmfestival gaat beginnen. Het Gouden Kalf is immers sinds jaar en dag het symbool van de Nederlandse filmdagen én de meest prestigieuze en begeerde filmprijs van Nederland.

    Pas toen de trein de hoek om reed, zag ik dat het Gouden Kalf op het dak stond van kabelbedrijf UPC. Dat is vreemd, dacht ik. Waarom zou UPC zichzelf bekronen met een Gouden Kalf? Nog gekker was het toen ik overal een goudgekleurde advertentie van UPC zag opduiken met de tekst “UPC, fan van de Nederlandse Film”.

    Natuurlijk. We weten allemaal dat UPC goud geld voor zijn eigenaar Liberty Global verdient met het doorgeven van Nederlandse films en dramaseries. Maar maakt dat je dan ook een fan?

    Op 27 augustus j.l. oordeelde de rechtbank van Amsterdam dat UPC, samen met andere kabelbedrijven als Ziggo, sinds 2012 inbreuk maakt op auteursrechten van Nederlandse scenarioschrijvers. Toen hielden de kabelbedrijven namelijk eenzijdig op met het betalen van auteursrechten aan filmmakers. Zij vonden (en vinden) dat scenarioschrijvers en regisseurs – de mákers van de Nederlandse Film – helemaal geen vergoeding toekomt voor het vele gebruik van hun werk. Liever stoppen zij hun winsten in andere activiteiten, zoals het doen van peperdure overnames en het uitbetalen van riante bonussen aan hun topmensen.

    Verhaal halen bij omroepen en producenten had voor de schrijvers en regisseurs geen zin: zij hadden samen met de schatrijke kabelaars een kartel gevormd, RoDap genaamd, om zelf de voor schrijvers en regisseurs bestemde auteursrechten te beheren. Want u moet weten: omroepen en producenten in Nederland kunnen elk dubbeltje gebruiken, ook al is dat niet van hen.

    Er zat niks anders op dan een gang naar de rechter, waar Stichting Lira, de rechtenorganisatie van de schrijvers, via een tijdrovende bodemprocedure om een grondige beoordeling van het geschil vroeg. Het kartel van producenten en commerciële en publieke omroepen steunde in deze procedure niet de schrijvers, op wiens werk zij leunen, maar de kabelaars, naar wiens zilverlingen ze smachten. Jammer voor hen, want de rechter gaf na twee jaar (!) procederen de schrijvers gelijk: de kabelaars maken inbreuk op de auteursrechten van scenarioschrijvers en moeten betalen voor het verhandelen van hun werken – en ook voor het jarenlang exploiteren van de dienst Uitzending Gemist.

    Je zou denken dat deze partijen zich na zo’n terechtwijzing diep zouden gaan schamen en als de wiedeweerga aanbieden om de gederfde inkomsten van de schrijvers te compenseren. Niets is minder waar: de Nederlandse producenten hebben na overleg binnen het kartel meteen een brief aan hun achterban en de omroepen rondgestuurd met de instructie om het Nederlandse scenarioschrijvers onmogelijk te maken nog contracten te sluiten wanneer ze niet ogenblikkelijk afstand doen van hun rechten op een vergoeding voor kabelexploitatie. Ook dreigt RoDap bij individuele auteurs verhaal te halen wanneer Lira het vonnis ten uitvoer brengt. Een onvervalst staaltje machtsmisbruik.

    Van de overheid hoeven Nederlandse scenarioschrijvers weinig te verwachten: de aangekondigde nieuwe auteurswet om de positie van makers te verbeteren is onder druk van het kartel zo uitgekleed dat die positie alleen maar slechter lijkt te worden.
    Misschien ook geen verrassing want de vanuit de overheid gefinancierde Publieke Omroep is immers deel van het RoDap-kartel en in ons koopmansland gaan de belangen van exploitanten altijd voor die van makers.

    Elk land krijgt de films en dramaseries die het verdient. Het Nederlandse Filmfestival beloont en bekroont de sponsorgelden van UPC met een Gouden Kalf. De UPC-mannen en -vrouwen, die niets willen bijdragen aan de totstandkoming van diezelfde films waarvan zij een ‘fan’ zeggen te zijn, hebben hun smokings en galajurken al naar de stomerij gebracht om straks in Utrecht over de rode lopers te kunnen paraderen met hun gratis VIP-kaarten voor hun gratis champagne.

    Hiermee heeft het Gouden Kalf weer zijn Bijbelse betekenis terug gekregen: die van beroving van het volk en valse afgoderij.

    Robert Alberdingk Thijm
    scenarioschrijver en bestuurslid Stichting Lira

    *

    Meer informatie:

    http://www.lira.nl/Over-Lira/Nieuws - Rechter veroordeelt UPC ZIGGO en Delta om schrijvers te betalen

    Het vonnis - http://www.cedar.nl/uploads/10/FileManager/Vonnis_27-08-2014.pdf

  • Met o.a. Meindert Talma, Jan Ketelaar, Sannemaj Betten, Dirk Geerding, Bennie Spekken en Tsead Bruinja

    In de tuin van het Simke Kloostermanhûs wordt op zaterdagavond 20 september 2014 een voorstelling georganiseerd met landelijk bekende en jonge getalenteerde dichters, die banden hebben met Noordoost Friesland. De Jan Ritskes Poëzienacht is vooral een podium voor jong talent uit de regio Noordoost Friesland en in het bijzonder De Noardfryske Wâlden.

    Elk van deze dichters is gevraagd een jong talent mee te nemen. De identiteit is voor organisatie en publiek nog een verrassing. De gasten wordt een kort optreden geboden en daarmee een podium om zich te presenteren. Daarnaast zijn er gastrollen zijn weggelegd voor het dichterscollectief De Ferswevers uit Drachten.

    De muzikale omlijsting van de avond  wordt verzorgd door de Friese folkband Dixie Doodle.

    Tijd: 20.00-01.00 uur
    Locatie: Tsjerkebuorren 27, 9286 EZ Twijzel
    Entree: kassa € 10,-

    Website: http://www.keunstkrite.nl/jan-ritskes-poezienacht-2014/

    10628527_10202607439541340_8396918026408517458_n
    Beeld van Jan Ketelaar van wie onlangs de bundel 'Van een man die dacht / ik wil niet meer denken' verscheen. Tot en met 9 november is te Drachten in het Museum Dr8888 een tentoonstelling van zijn werk te zien.

     

     

    Poëzienacht2014POSTERa3-DRUK-page-001

  • ‘Jouw gezicht is hét gezicht / is het gezicht dat mij ankert / en mij omploegt, beide.’ Zo eindigt ‘Portret’ van Dien de Boer. Het beeld trok een slanke vore door mijn ziel. Ik zat in de bus van station Hoorn naar Den Oever, onderweg naar de Boers bundelpresentatie in een verbouwde boerderij te Exmorra, waar ze met haar gezin woont.

    Cover_niet_het_moment_maar_het_nagonzen

    De wolken waren des Ruysdaels boven Noord-Holland. Een meisje met een prachtig gezicht en grote hoepeloorbellen groette de buschaufeuse tot drie keer toe bij het uitstappen, een keer toen ze uitcheckte, een keer toen de deuren zich achter haar sloten en nog een keer terwijl de bus haar voorbijreed. Het was alsof de twee vrouwen elkaar al jaren kenden.

    De Boer schrijft: “toen ik ’s morgens mijn zoon de droom / vertelde, zei hij: opschrijven / dan kan ik ’m ook dromen / net een boot die wordt overgedaan”.

    Ik was in Den Helder overgestapt op de Q-liner en probeerde een beeld te vinden voor het IJsselmeer dat als een stalen plaat op de aarde leek te liggen, overwoog een foto te maken om naar mijn vrouw te whatsappen, die in haar Haarlemse volkstuin aan het werk was, maar bleef kijken. De horizon was een dun lijntje. Het water droeg dezelfde kleuren als de lucht.

    Een groep racefietsers werd aan de achter- en voorkant begeleid door motorrijders met rode hesjes.

    En ik las door in De Boers bundel Niet het moment maar het nagonzen, waarin een moeder van haar kinderen leert. Tijdens een wandeling ‘gooit’ een zoon ‘woord voor woord / naar alles.’ Hij gooit ‘voog! voog!’ naar een meeuw en ‘veer! veer!’ als hij wil hurken bij ‘bloem! bloem!’. ‘Aldoor houdt hij halt en verjaagt daarmee zijn moeders ‘vlug! vlug!’.

    Ik had geen haast. Ik zat in de bus. Het IJsselmeer en de poëzie speelden met me.

     

    Er was een tussenstop bij nieuwe vrienden in Pingjum. We spraken over Coltrane en hoe hij in zijn muziek soms met een leger vrienden dronken de hemel leek te bestormen. De echtgenoot smeerde een boterham in vier stukjes, legde er worst op, met op elk plakje wat mosterd.

    Het waait hard in de buurt van Pingjum en Exmorra. Twee vrouwen roemden de voordelen van de elektrische fiets. De eerste vertelde hoe haar man na een feestje tegen de wind in moeite had haar bij te houden. De tweede sprak over hoe ze zich als Amsterdams meisje had voorgenomen nooit ergens te gaan wonen waar het altijd waaide. Van wind werd ze depressief. Deze week zullen ze lezen hoe ‘wanneer je ogen / de horizon afgrazen wonden geaaid’ worden en hoe door de wind ‘het waaien dan in je kan gaan liggen’.     

  • Terwijl afgelopen zondag op het Museumplein in Amsterdam de Uitmarkt in volle gang was, liep ik met mijn vrouw en een bevriend stel uit Schotland het Stedelijk Museum binnen. De zon scheen. De geur van aangebrande biologische hamburgers hing in de lucht.

    De laatste keer dat ik het museum bezocht, was tijdens de uitmarkt van 2003. Mijn toekomstige vrouw en ik waren net aan elkaar voorgesteld. Ze vond me een vervelend betwetertje. Toen ze me vertelde over haar interesse in de Zuid-Afrikaanse poëzie, was ik meteen begonnen over Charl-Pierre Naudé van wie ik een gedicht uit het Afrikaans naar het Fries had vertaald. Driekwart jaar later kon ze me gelukkig beter verdragen en zaten we te zoenen op een ijskoude stoep voor haar huis.

    In het Stedelijk Museum opent morgen een tentoonstelling van de Zuid-Afrikaanse schilderes Marlene Dumas, waar nu alleen door een laag bubbeltjesplastic iets van te zien was. Mocht u daar een kijkje gaan nemen, vergeet dan niet even af te dalen naar de kelder van het museum waar werk uit de privécollectie van verzamelaars Martijn en Jeanette Sanders te bewonderen valt, onder de titel 'Bad Thoughts'.

    Wall_dumas
    Marlene Dumas, The Wall, 2009

    Ik liep daar een donker kamertje binnen, waar een peertje aan het plafond kortstondig een tekst verlichtte. Het betrof een werk van de Schotse kunstenaar Douglas Gordon die volgens de beschrijving “gefascineerd is door de processen waarmee mensen proberen vat te krijgen op wat ze zien.” Ik kreeg vat op een schokkend beeld uit het nieuws dat eerder op mijn netvlies was gebrand: de onthoofding van journalist James Foley. Het hele filmpje heb ik nooit durven kijken, maar ik heb er wel over gelezen op de site van de Vrij Nederland. Jeroen Vullings omschrijft de moord op de journalist als volgt: “Hij trekt Foleys hoofd naar achteren, zet het mes op zijn keel en begint te snijden. Een vreemd geluid is te horen, het lijkt wel gemekker. Gelukkig blijft de rest van de afslachting ons bespaard.” Vullings sluit zijn beschouwing af met “laten we hopen dat James Foley op slag dood was.”

    Aac_1886

    Ik hoop ook dat Foley op slag dood was, maar wie het donkere kamertje van Douglas Gordon binnenloopt, vraagt zich af of dat daadwerkelijk het geval was. In Gordons ’30 Seconds Text’ lezen we, terwijl het peertje 30 seconden lang brandt, over een Frans experiment uit 1905 waarbij een dokter met het afgehakte hoofd van een veroordeelde probeert te communiceren. Na enkele kortstondige stuiptrekkingen van oogleden en lippen, roept de dokter ‘Languille’, de naam van de overledene. Diens ogen openen zich langzaam en kijken hem een paar seconden aan, “not dull and empty”, maar “fully alive” en “indisputably looking at me.” Zo kijkt ook Foley’s gezicht (en inmiddels ook dat van zijn collega Steven Sotloff), zonder dat ik het naast zijn dode lichaam heb zien liggen, mij nog steeds aan. 

    Muur

    Column uit de Leeuwarder Courant 5-9-2014 - http://www.lc.nl/

  • Koek


    KOEKOEKSSPUUG

    lafte het graf onder tafel
    hield hart hand boven hoofd

    zwetsverhalen

    leende geld voor wagen
    werd stil
                            om scherp te worden
    en keek toe
    hoe die stiller wilde worden verdween
    publiek meenam

    wat achterbleef bad ’s winters
    om cicadenlente

    sporensneeuw dat door de grond zakt
    onzichtbaar pad naar de koelkast
    van de bewoonde wereld

    maan minutenwijzer
    seizoenen urenwijzer