• In India passen er vijf mensen op een motor. Ik zag een volledig gezin met de vader aan het stuur, voor en achter hem een zoontje en helemaal achterop de moeder met een dochtertje van twee, dat niet in haar arm lag maar op haar amazoneschoot stond en aan een moederlijke arm vrolijk het wild claxonerende verkeer beschouwde.

    Sja

    In een van die vele toeterende auto’s zat ik, samen met de Tsjechische organisator Alexandra Büchler, die in Manchester woont, naast haar Tsjechische ook over een Australisch paspoort beschikt en staatsburger is van Griekenland. “Ja, dat moet ik toch misschien eens opzeggen,” zei ze bij de koffie.

    De andere passagier was David Greenslade, een zestigjarige dichter uit Wales die leraar was geweest in Oman en in Japan drie jaar lang het boeddhisme had bestudeerd. `s Avonds toen wegens muggen de sessie lachyoga verviel op het kunstgrasveld achter het hotel, vroeg hij mij twee punten van een grote lap stof vast te houden. Als ‘action’ werd ik totaal ingewikkeld als een kunstwerk van Christo. Ik voelde me geborgen.

    Da
    Dichters David Greenslade en Heike Fiedler in de generale voor het optreden

    Büchler, Greenslade en ik zijn de enige hotelgasten die zich in het kleine zwembad wagen. Het is winter voor de Indiërs en zij vinden vijfentwintig graden veel te koud. Regelmatig worden we aangestaard door mannen die van het buitenbuffet genieten en met een arm op elkaars schouder wat staan te kletsen. Zij maken onderdeel uit van een typisch Indiaas fenomeen. Als beloning voor hun prestaties mogen ze van hun baas deelnemen aan een ‘salesconference’ waar ze los van hun vrouwen een gezellige tijd hebben met elkaar. Het ziet er vrij tam uit. ’s Nachts heb ik geen enkele dronken verkoper door de gang horen lallen.

    “Zonen zijn goden voor hun moeders,” zegt de Indiase dichteres Sampurna Chattarji als we na een dag vertalen drank uit elkaars landen proeven. We praten over de wreedheid van mannen tegen vrouwen, over de ongelijkheid en de verkrachtingen, waarover wij in het Westen wel iets horen, maar nog lang niet de helft. “De zonen zijn goden voor hun moeders. Tegen de dochters zeggen ze dat ze dood hadden moeten gaan voor ze geboren werden.” We zwijgen en nemen nog een slok van de Becherovka, een Tsjechische kruidenlikeur die  de dertiende bron wordt genoemd. Volgens doktoren is Becherovka even geneeskrachtig als het helende water uit de andere twaalf natuurlijke bronnen die het land rijk is. Büchler adviseert ons ’s ochtends een glaasje te nemen ter voorkoming van de Delhibelly.

    Het is prima baantjes trekken op mijn Sonnema, terwijl ik bekeken word door volwassen mannen op schoolreis. Bovendien is er genoeg om over na te denken. Bijvoorbeeld over de moeder en haar zwaaiende dochtertje achterop de motor. Het was aan één arm, maar haar moeder hield haar goed vast.

    Ma

    Met dank aan het Nederlands Letterenfonds en de Douwe Kalma Stifiting voor het mogelijk maken van mijn deelname aan deze reis, optredens en workshop.

  • In 2000, toen er in de Twin Towers nog volop handel werd bedreven, complottheoretici en de mensen achter de complottheoretici even uit hun neus aten en mijn mailadres nog t.p.bruinja@let.rug.nl was, organiseerde ik met dichteres Maria van Daalen het poëziefestival No(o)rdschrift. Dit festival dat ook in Bremen en Leeuwarden plaatsvond, bood een podium aan alle talen en dialecten die gesproken worden tussen Leeuwarden en Bremen, van het Liwwadders tot aan het Plattdeutsch.

    Plt

    Ik moest denken aan No(o)rdschrift om meerdere redenen. De eerste reden is mijn reis naar India. Naast het voordragen van gedichten in het Fries, Nederlands en Engels, zal ik daar deelnemen aan een vertaalworkshop met dichters die schrijven in het Welsh, Duits, Portugees en de Indiase taal Kannada (ook wel ಕನ್ನಡ), een van de oudste Dravidische talen die door een kleine 38 miljoen sprekers wordt gebezigd.

    Eigenlijk kun je wat we gaan doen geen vertalen noemen. We werken allemaal met gemankeerde Engelse werkvertalingen die we tijdens de workshop bevragen en repareren, waardoor je uiteindelijk niet op een perfecte vertaling uitkomt, maar wel meer over de oorspronkelijke taal en de poëzie leert. Er zullen onder die 38 miljoen ಕನ್ನಡ sprekers bovendien weinig Friezen zitten die de Kannada dichteres Mamta Sagar kunnen laten zeggen: ‘Skaden dy’t te gean kaam binne / fan de stêd fan it Ljocht / ferlieze harren skaaimerken yn tsjusterens / meitsje de haat ûngedien / lykas wetter dat har mingt mei wetter.”

    Ook voor No(o)rdschrift nodigden we dichters uit om een vertaling te maken. We vroegen de deelnemers om ‘Sneeuwsonnet’ van C.O. Jellema ‘over te zetten’. De eerste regel “Toen ik, kind nog, door hoge vensters dromend” werd in het Fries van Albertina Soepboer “Doe’t ik bern wie, yn hege finsters dreamend”. In het Gronings van Peter Visser stond er “Dou ik, nog kiend, bie hoge roamen ston” (Visser verplaatste de ‘dreumerij’ naar de derde regel) en in het Plattdeutsch van Carl V. Scholz lazen we “Damals ik, Kind noch, drömern dör hoge Finster / sehg”.

    Syn

    De vertalingen werden voor een geïnteresseerd publiek voorgelezen en besproken in de Synagoge in de Folkingestraat. Zo’n vijfenvijftig jaar na De Tweede Wereldoorlog moest dat kunnen, leek ons. Maar een week voor het festival kwam er een brief binnen. Het dromende kind uit Jellema’s ‘Sneeuwsonnet’ kreeg onverwacht een Joods broertje.

    In spijkerschrift werd ons in dat epistel een akelig verhaal verteld van een jongetje dat in een concentratiekamp brood had gestolen en daarvoor terecht werd gesteld. Ik snapte niet wat ik ermee aan moest. Was dit een bedreiging? Waar stond het jongetje voor? Van Daalen en ik brachten de brief naar de politie en hebben er niets meer over gehoord. Die brief was de andere reden waarom ik de afgelopen week aan aan No(o)rdschrift moest denken. Je suis menacé light.

    Synagoge

    SNEEUWSONNET

     

    Toen ik, kind nog, door hoge vensters dromend
    over de gracht heen zag besneeuwde velden
    daarachter als oneindig, me voorstelde
    hoe als een zwerver uit de verte komend

     

    ik naar dat huis keek: achter lege ramen
    het wit gezicht van iemand die er woonde
    en woof – zo, in mijzelf terug, beloonde
    ik mijn aanwezigheid in stille kamer. 

     

    Vroeger is sneeuw; die kleine tijd van jaren
    toedekkend lijkt wit warm, en je mag hopen
    dat iemand uit een einder aan komt lopen,

     

    zoals je wilde dat nu bij je waren
    die niet meer zijn – hun vlakke land hetzelfde,
    alsook hun hemel die dat overwelfde.

    C.O. Jellema
    Uit “Droomtijd” (Querido, 1999)

     

  • Gisteren plaatste ik de vertalingen van enkele gedichten van de Friese dichter Eppie Dam. Hieronder het tweede deel van die vertalingen. De Friese lezers raad ik aan om de bundel Fallend Ljocht, waar deze gedichten uit komen, aan te schaffen.

    Ik heb de vertalingen, die door de auteur zelf gemaakt zijn, afgewisseld met voordrachten van de Friese dichters Abe de Vries en Elske Kampen uit Fallend Ljocht, gemaakt voor de website van het tijdschrift De Moanne.

    Dam lijdt aan de ziekte van Huntington en moet het daardoor rustig aan doen, vandaar (en vooral vanwege de grote literaire kwaliteit van deze gedichten) zetten wij ons in voor het vergroten van Dams publiek. 

    Wrm

    WIST DAT HET KWAM

    Wurmpje Europa krimpt door de crisis,
    oud vel zoekt zijn heil bij een top euroloog;
    ik, niet meer wetend wat winst of verlies is,
    vraag aan de neuro hoeveel ik bewoog.

    ’t Lijkt al aan armen en benen te schorten.
    Wist dat het kwam, maar wie had voorspeld
    dat ik mijn hoofd nog de baas moest worden
    nu zich crisis na crisis meldt – 

     

    KWABJEMANS VISIE

       Mein Gehirn ist meine Dornenkrone
                                                Herbert Falken

    ’k Las in uw breinboek, waarde doctor, echt,
    dat zoals ooit de kerken door de classis,
    ik geregeerd word door m’n eigen harses.
    Maar kwabjeman, is daar alles mee gezegd?

    Hebt u niet zelf aan banden ons gelegd,
    de scepter zwaaiend op uw berg Parnassus?
    Wat is uw weerwoord als een schepsel dwars is
    en eigen wil kwam in een kop terecht?

    Precies als u, meneer, ben ik een knaap,
    genoeg verstand om wel zo vrij te denken
    als wat aan driften opkomt bij de aap.

    Ik ken mijn mechanismen en instincten,
    maar slaaf – ? Ik vraag het recht voor de raap:
    uit wie z’n koker komt dit, Swaab?        

    *

    AAN DE GENMUTATIE OP CHROMOSOOM 4

                I

    Ik ken je niet, jij mij des te beter,
    en anders wel mijn opa zaliger, die van die rare slinger
    waarmee hij keer op keer te water raakte als hij dacht
    dat naast de loopplank nog een loopplank was, geregeld
    misgreep als hij losjesweg een dampaal wilde ronden,
    maar intussen alweer kroos hapte en stekelbaarzen
    in zijn gele borstrok ving. Hij heeft jou nooit gekend, maar
    al struikelend het graf gevonden, en wij ons later schamen   
    voor ons commentaar, onwetend en nog splinterjong.

                II

    Ik ken je niet, jij mij des te beter,
    en anders wel mijn Theun-oom zaliger, de boer die staande
    aan het halster van zijn bovenlanders paardenrust ervoer,
    maar later steigerde toen de bokkejaren ruiterstokken
    van zijn onderdanen maakten. Hij wist dat het kwam
    en door wie. Jij, spakensteker in de wielen van de sjees –
    hij heeft van drempelvrees geweten, jou gekend aan botten-
    stremsel en blokkades, op de fokkershand de rem gevoeld
    die ooit de veulenbrieven tekende met een zwierige Th.    

                 III

    Ik ken je niet, jij mij des te beter,
    en anders wel mijn moeder bijna zaliger, die verlegen
    met je is, maar intussen zo vertrouwd dat ze je naam als
    eigen noemt, zichzelf in ’t reine brengend met haar morsen,
    als was je aangetrouwd en nam ze je grofheid voor lief. Zij
    die allure zocht, goed en goud, bont en dure stoffen kocht,
    haar heb ik gekend als ongemeen schoon en van nature
    eisend. Aldoor minder geeft ze voor zichzelf, slijt met jou
    haar effen dagen, amper troost aan slabben en doekjes.        

                 IV        

    Ik ken je niet, jij mij des te beter,
    en anders zeg je nu maar hoe en wat, dan weten we dat.
    Ik heb je van verre, van horen en zeggen en zien,
    straks uit eigen ondervinden, al zal dit erfelijk perspectief
    mij enkel binden aan je ongerief, geen dag weer aan een zwart
    en afgezworen geloof van aangeboren delen in verderfelijkheid.
    Een schepsel moet niet klagen over koortsen die hem jagen:
    het bloed geeft talent en tekort, begin en eindigheid door.
    Zo staat het ervoor. Maar ik had m’n hoofd willen sparen. 

     

     

    AAN DE SLAK IN MIJN TUIN

    Trage slak, 

    zonder ratel van rupsbanden kom je aanzetten,
    je fluwelen kistjes één en al pantoffel – guerrilla
    over stilgehouden paden.

    Men ziet geen been
    in een week en slepend lijf, ruggegraat
    noch kaken in een weggemoffeld bekje –
    niemand loopt zo naakt als jij. 

    Maar al kruipend ken je je doel al,
    ogen op steeltjes, de stiekeme neus
    van de landverkenner –
    en als ik even niet kijk, ben je verder dan ik dacht.

    Jij, op kousenvoeten gaande gast,
    als dit de tuin is waar je wezen moet

    en rechtstreeks
    gaat je sluipspoor naar de bloemkool toe

    laat er nog iets van over.

     

    IMG_9751

     

    MAAR DAT LATER MIJN KOP

    De dag dat ik het van je opvreten mag
    en aan woorden geen beet krijgen kan,
    op drinken geen slok, van eten geen hap –
    ik zweer je, daar lig ik niet wakker van.

    Heb mijn twijfel, meer dan vermoedens
    van manie, depressie en dwang
    – jij staat niet bekend om je goedheid –
    maar ook daarvoor ben ik niet bang.

    Maar dat later mijn kop massieve ideeën
    in plaats van abstracties de ruimte biedt,
    ik bid alle goden, fakirs en feeën:
    dat niet.    

     

    Eppiedam_portret_boekfandemoanne

    Foto door Wim de Vries
    Bron: http://www.boekfandemoanne.nl/skriuwer-fan-de-moanne

    Meer over Eppie Dam online:

    http://www.sirkwy.nl/titel/533#.VLYxYiuG8xI - informatie over de dichter op Sirkwy

    http://home.planet.nl/~meul2882/fries/Dam,Eppie.html - recensies door Jelle van der Meulen

    http://www.demoanne.nl/ - Fallend Ljocht is boek van de maand. Op deze site staat een interview met de dichter en meer opnames van gedichten uit de bundel door collega's.

    http://www.annemiekschrijver.nl/geen-categorie/huis-om-stil-te-zijn/ – Gedicht met vertaling op de website van presentatrice Annemiek Schrijver.

    Eppie Dam schrijft poëzierecensies voor de Leeuwarder Courant. Dichter en blogger Cornelis van der Wal maakte een handig overzicht van die recensies met links:

    http://www.wegmetderandstad.nl/wordpress/?page_id=662

  • Vorig jaar kwam de prachtige bundel Fallend Ljocht / Vallend Licht uit van de Friese dichter Eppie Dam. Ik schreef er destijds een enthousiaste recensie over voor de Leeuwarder Courant. Dam vertaalde dat stuk en hij maakte een aantal Nederlandse vertalingen van de gedichten uit de bundel. Die vertalingen plaats ik hier met zijn toestemming, evenals een voordracht van een van zijn gedichten door mijzelf.

    Dam lijdt aan de ziekte van Huntington en moet het daardoor rustig aan doen, waardoor het voor hem bijvoorbeeld lastig is om zelf zo'n opname te maken of om allerlei activiteiten te ontplooien op internet. Vandaar dat ik zijn werk hier graag een podium bied.

    Laten we beginnen met Heer Huntington zelf:

     Foto: Wim de Vries – www.devriesenluiks.nl

    De vertaling van dit gedicht:

    HET IS GRIJS EN HET ZIT IN JE HOOFD 

    Het is grijs en het zit in je hoofd.
    Het is een raadsel, zoveel is bekend,
    en het komt voor bij vijftienhonderd mensen.
    Geen nationale trend, al komt het vaker voor
    bij volk van Nijkerk, Elburg, Harderwijk
    (‘Die foveluwe naait z'n eigen bloed’)
    en wonderlijk genoeg, zo wil een onderzoek,
    vaker in Amsterdam en Rotterdam,
    Katwijk, Den Haag, en maar al te graag
    in de Friese Zuidwesthoek.

    Diagonaal het land doorkruisend, ben ik verhuisd
    naar waar ik vandaan kom: de verschuilhoek,
    waar taal niets opheeft met mysteries,
    raadsels laag in aanzien staan
    en van jongs af aan de wereld dichtgeplakt zat
    met oude Kollumers: Nieuwsblad Noordoost-
    Friesland – maar zodra je even je hielen licht,
    een krant net zo open en kleurig als wat.

    Ik wist waar het heenging en wie ik daar vond:
    De Schim – ik kende hem –
    die eerder in het geniep zijn crue verschijning
    al aangekondigd had,
                                  hier nu, beleefd
    als een scharensliep die bleef, voor de deur stond,
    zichzelf verwelkomde en afficheerde als heer.

    Meneer volgens afspraak en zonder verwensing
    ontvangen. Hem op de drempel
    een fluim voor de voeten gemikt –
    maar ik spuugde hem niet in het gezicht.

    Het is grijs en het zit in je hoofd, het is een raadsel,
    bekend bij een klein publiek: het komt voor bij één
    op de tienduizend – mijn bescheiden
    aandeel in de statistiek.        

    Eppie Dam

    T

    De door Dam vertaalde recensie over Fallend Ljocht

    Krom en tweespaltig heb ik gezongen

    In 1872 schreef een Amerikaanse huisarts over vreemde bewegingen die zijn patiënten maakten. De zieken leken soms wel dansers, en dus noemde Huntington de aandoening ‘chorea’. Die dans, die later naar zijn ontdekker werd genoemd, is zich nu meester aan het maken van de dichter Eppie Dam. Dam heeft de dans aangenomen, maar niet zonder zijn partner nog een paar nieuwe pasjes te leren, namelijk die van zijn  licht-humoristische, melancholieke en zoekende poëzie.

    Eerder schreef Dam prachtige bundels over zijn vader en moeder. De dood was nooit ver weg, en liefde en acceptatie niet altijd even vanzelfsprekend. Bovendien verkende Dam met enige regelmaat de omgeving van het Kollumerpomp van zijn kinderjaren. Nu staat de toekomst voor de deur en die belooft niet veels goeds voor een man die het vaak van zijn hoofd moet hebben.

    “Ik wist waar het heenging en wie ik daar vond: / De Schim – ik kende hem – / die eerder in het geniep zijn crue verschijning / al aangekondigd had, / hier nu, beleefd / als een scharensliep die bleef, voor de deur stond, / zichzelf verwelkomde en afficheerde als heer.”

    Een mooi beeld heeft Dam hier gekozen voor de onwelkome gast, die er later voor zal zorgen dat hij “aan woorden geen beet krijgen kan”. Dat die ‘heer H.’ hem de teugels uit handen zal nemen, vindt de dichter niet het ergste. Hij vreest vooral dat zijn kop “massieve ideeën in plaats van abstracties de ruimte” zal geven.

    Fpb-fallend_ljocht

    Gelukkig heeft Dams danspartner nog niet de leiding. Voor abstracties en twijfel is in deze bundel ruimschoots plaats, bijvoorbeeld in het magnifieke vers Slotgebed waarin Dam de lange relatie met zijn god onderzoekt. Hij heeft hem “liefgehad zoals een kind dat kan, / met losse handen” én hij heeft “afstand genomen”, “als dichter haast uw tegenstrever”. Toch is het uiteindelijk aan “Hem” om uit te leggen” of Dam “heilige” of “heiden” is, misschien “beide”. De toon van dit grote gesprek is volwassen. Het wordt nooit week of onderdanig, maar het vers had wat mij betreft mogen eindigen met de twee voorlaatste regels “krom en tweespaltig / heb ik gezongen zoals ik liep”. “Maar noem het niet wanstaltig” waar het vers nu mee eindigt, wordt me te veel gedicteerd door het rijm met ‘tweespaltig’. Het zet een te dikke punt.

    Verder geen klachten. Als de scharensliep Huntington al iets geslepen heeft dan zijn het de zoekende woorden van Dam, die hij wonderlijk knap in het gareel houdt.

    Tsead Bruinja – Leeuwarder Courant, 15 augustus 2014

    Afb_scheeresliep_scharenslijper_bew

    Als toetje drie gedichten. Morgen zal ik er nog een aantal plaatsen:

    NOG EEN GELUK 

    Nog een geluk
       dat je alleen je eigen gedichten hoeft te schrijven.
    Stel je voor dat weidehommels behalve gonzen moesten blaffen
       en de doffe roerdomp loeide ’s nachts drietonig in ’t moeras.
    Eén uithaal van de oude haan zet roos en ramen open, en
       zit een koe rechtop dan geeft ze geen poot als een hond.

    Nog een geluk
       dat je alleen je eigen gedachten hoeft te hebben.
    Je kon je lol nog op, kreeg je die van paus en pias erbij.
       Een mens werd gauw krankjorum met de kop van Wilders.
    Wat moet een rifhaai met de hersens van een haas en andersom? 
       Ieder heeft voldoende stof tot denken, kijk naar de bomen. 

    Nog een geluk
       dat je alleen je eigen geduchten hoeft te vrezen.
    Vluchten zou je, kwelden je de spoken van een ander.
       Weet een leek wat het is, levenslang te zijn wie je bent?
    Wees niet bang voor Swaab en de namen in ’t register:
       het gros van kwalen en fobieën gaat je deur voorbij.

    Die van mij zag ik aankomen: heer H.,
       taalkundig technicus met humor,
    die draadjes verwisselt waar ik niet bij ben.
       Nog een geluk dat hij me in de mond legt
    dat ik gezond van leef en lijden ben, en ik zo monter
       dat ik me beroep op het wonder van de verspreking. 

    *

    EEN HEER GEVRAAGD OM EEN HINT

    Had het open gezegd, heer Huntington,
    recht in het gezicht het blijvend effect.
    Ik loop niet weg – alsof ik dat kon –
    dus toon me ronduit je duivels traject.

    Wellicht dat een hint al helderheid geeft.
    Jij bent immers thuis in ’t grijs labyrint
    dat zelf zijn duistere netwerken heeft.
    Zeg niet dat je mijn obstakels niet kent.

    Ik sta aan ’t begin; jij weet van het eind.
    Gun mij een doorkijk, zolang het duurt;
    dan ga ik mijn bochten blind-omheind,
    door de bomen het bos in gestuurd.

    6a010536807f4d970b01a73e066553970d
    Foto door Reyer Boxem
    http://www.reyerboxem.nl/

    WELLUIDEND GRIEKS

    Het is de dans die ik niet ontspringen kan.
    Hij houdt er een te glorieuze naam op na:
    Chorea Huntingtonea –
    al worden dichters daar nog anders van.

    Ik bijt op mijn tanden, wil kijken of
    alles nog bekt zonder klitten,
    als wist ik geen tongbreker-oefenstof
    dan die me ooit in de kleren gaat zitten.

    Welluidend Grieks, ik heb je genekt
    nu mijn gehemelte, huig en lippen
    je valse aria nog knauwend correct
    in acht gearticuleerde stukjes knippen.

     

    Meer over Eppie Dam online:

    http://www.sirkwy.nl/titel/533#.VLYxYiuG8xI – informatie over de dichter op Sirkwy

    http://home.planet.nl/~meul2882/fries/Dam,Eppie.html – recensies door Jelle van der Meulen

    http://www.demoanne.nl/Fallend Ljocht is boek van de maand. Op deze site staat een interview met de dichter en meer opnames van gedichten uit de bundel door collega's.

    Morgen meer Eppie Dam!

  • Voor enkele tientallen euro’s had u uw haar naar de maan kunnen laten vliegen. U had dan via crowdfundingsite Kickstarter moeten investeren in Lunar Mission One, een wetenschappelijke onbemande missie naar de maan. Men wil daar diepe gaten boren om erachter te komen of het waar is dat de maan gevormd is uit hetzelfde kosmische puin als de aarde. Het ‘target’ van 600.000 Engelse ponden werd met gemak gehaald, waardoor de ‘pledgers’ nu gerechtigd zijn om een haar en hun favoriete gedigitaliseerde herinneringen mee te sturen met de Lunar Mission One. Tot in de eeuwigheid kunnen buitenaardse wezens straks kijken naar bruiloftreportages en indrukwekkende sportprestaties, waaronder hopelijk ook enkele Amerikaanse hamburgereetwedstrijden.

     

    Een astroïdestorm zou echter wel eens roet in over onze hamburgers kunnen strooien, las ik op de website Classic Rock. De Nostradamus van dienst was Queengitarist en sterrenkundige Brian May, die met drummer Roger Taylor en American Idol Adam Lambert druk bezig is zijn oude band nieuw leven in te blazen. May heeft ervoor gestudeerd en verkoopt geen onzin. Maar vreest u niet. Dwergster Hip 85605 zal pas 500.000 jaar na het laatste concert van Queen dichtbij genoeg zijn om astroïden richting maan en aarde te duwen, “mama mia mama mia, Figaro.”

     

    Ook Afrika wil naar de maan, zo blijkt uit een artikel in de Guardian. Africa2moon roept mensen op te investeren in hun project dat niet alleen het gigantische continent zou kunnen verenigen, maar dat er ook voor zou kunnen zorgen dat er minder afgestudeerde Afrikanen richting Amerika en Europa vertrekken. Bovendien wil Africa2moon via een videoverbinding schoolkinderen inzicht geven in het maanonderzoek. Africa2moon zou daarmee de ambitie en eigenwaarde van Afrikaanse kinderen enorm kunnen stimuleren. Mandla Maseko, een Zuid-Afrikaanse DJ uit een van de townships, won  een plaatsje aan boord van de maanreis. Hij voltooide een aantal fysiek zware tests, waaronder een parachutesprong van grote hoogte en blootstelling aan hoge g-krachten in het vliegtuig ‘The Vomit Comet’. Maseko’s hardwerkende moeder hoefde geen extra wasje te draaien en was trots.

    IFlyVomitComet_logo

    Ik heb mijn portemonnee en haar nog niet getrokken voor Lunar Mission One of Africa2moon. Misschien heeft dat te maken met mijn ervaringen op de kleuterschool te Damwoude. Bas Kuipers uit Broeksterwoude maakte me destijds wijs dat we witte besjes moesten verzamelen, waarmee hij een space shuttle zou maken. De bouw van dat Friese ruimteschip zou zich in een vergevorderd stadium bevinden, maar ik mocht het niet zien. Ik bleef plukken. Toen ik eindelijk een kijkje mocht nemen in de garage van te Broeksterwoude was het ruimteschip onvindbaar. Ik was echter nog niet genezen van mijn goedgelovigheid. Met gemak overtuigde Bas mij van de rein- en veiligheid van een blauwe dreksloot achter zijn huis, waar we tussen de ratten onder een dam door zwommen. Ik ben een jonge goedgelovige ruimtereiziger.

    Rr
    Bron afbeelding: http://www.audiotool.com/track/space_rat/

    Deze column stond op 9-1-2015 in de Leeuwarder Courant - http://www.lc.nl/

  • Er suist de laatste dagen een goed voornemen door mijn hoofd. Ik wil mij minder druk maken over de toekomst en meer in het moment leven. Waarschijnlijk wordt dit voornemen gevoed door zenuwen die al maanden door mijn lijf gieren wegens een aanstaand bezoek aan India voor een festival en een vertaalworkshop. Ik zeg altijd ja tegen dit soort uitnodigingen. Ze strelen mijn ijdelheid. Daarna komen de aanstellerige rampvisioenen. Wat gebeurt er als ik de terugvlucht mis? Hoe moet het met de hurkie-hurkie?

    Ons gezin reisde nooit veel verder dan naar Ruurlo in de Achterhoek. Daar klapten we in de zomer de vouwcaravan uit bij boerenfamilie Koeslag. Mijn vader kon er een beetje trekkerrijden en in zijn steenkolen Achterhoeks zwetsen met boer Jan. Wij bezochten het kasteel van kinderserie de Zevensprong en visten met stoere schoonzoon Freek, die bij Aviko werkte en ovenfriet mee naar huis nam. In de voortent stond dezelfde macaroni met satésaus, gebakken ei en honig kruidenmix op tafel als thuis.

    Later werd mij op school de kans geboden om op excursie te gaan naar Praag, Berlijn of Parijs. Het bier zou goedkoop zijn, misschien was er een kans om in een overmoedige dronken bui dat ene klasgenootje de liefde te verklaren en ik zou aan mijn talen kunnen werken. Ik moest het wel zelf betalen. Tegen mijn docenten zei ik dat ik het geld er niet voor had. Dat was deels waar. Ik kon het misschien net opbrengen. Maar ik was schijterig; bang voor het vreemde.  Mijn supermarktloon ging op aan cd’s, waterig discotheekbier en merkkleding.

    Als rechtgeaard pessimist verwacht ik dat ik er veel mis kan gaan, ook voorafgaand aan de reis, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een visum. Van collega Erik Lindner kreeg ik verhalen te horen over mensen die naar huis werden gestuurd omdat ze een recent bankafschrift waren vergeten of net iets te ver buiten het vereiste vakje hadden geschreven. Ik maakte me er goed druk over en ging extra vroeg op weg naar Den Haag. De valeriaan van de nacht ervoor fluisterde door mijn bloed.

    De zorgen bleken terecht. Op een formulier van het Nederlands Letterenfonds, dat samen met De Douwe Kalma Stifting zo vriendelijk is om mijn reis te ondersteunen, ontbrak een handtekening. Bij het traagste internetcafé van Den Haag, handig naast het visumbureau gelegen, kon ik de getekende brief alsnog printen, terwijl de nurkse medewerker instructiefilmpjes afspeelde over het maken van surprises. De ramp was te overzien.

    Ik kijk door de verkeerde bril naar de toekomst en vergeet hoe leuk het is om in een nieuw land voor te lezen.De reis zal vast inspirerend zijn. Ik zal u er verslag van doen. Nu maak ik me alleen nog zorgen of ik straks wel iets te vertellen zal hebben. 

    Visum

  • 01_mei_mitros_stA-1600x900

    2016 – keramiek – Woontoren De Verkenner, Kanaleneiland, Utrecht
    16 originele tegels van 15 x 40 cm, staand. Totale productieaantal: 13.000 stuks.

    "Voor de nieuwe Utrechtse woontoren De Verkenner heeft Robert Winkel van Mei Architecten en Stedenbouwers Milou van Ham uitgedaagd om met tekst een dramatische laag aan te brengen in zijn gebouw. Het gebouw spreekt de lezer als het ware aan of toe. Samen met Tsead Bruinja schreef Milou de zestien dichtregels. Anticiperend op het frezen van de mal, het gieten van de stempel en het stempelen in de klei, ontwierpen Moniek Driesse en Van Ham voor Rozen & beton een uniek alfabet. Elke tekst heeft een eigen achtergrond. De gevel wordt bekleed met betonnen gevelelementen waarin keramische tegels zijn opgenomen. De tegels worden geproduceerd door Koninklijke Tichelaar, Makkum, die tijdens de productie van de tegels teksten stempelt in de klei.

    Begin 2016 wordt De Verkenner opgeleverd."

    Bron: http://www.milouvanham.com/cv.htm?language=nl

    Tegel2

    Tegel6

    Een pdf met een preview van het project is te bekijken via http://www.milouvanham.com/mmbase/attachments/session=cloud_mmbase+6678/Preview_Rozen&Beton.pdf

    Brok\

    Ik werkte eerder met Milou van Ham o.a. aan de Schrijverswijk te Leiden:

    Letters_leiden_b

    Zigzag, glimlach

  • "Het zou de demonstranten sieren als ze met de pet in de hand hun excuses aan zouden bieden," zei VVD-Kamerlid Arno Rutte kortgeleden. Hij doelde daarmee op de kunstenaars die in 2011 tijdens de ‘Mars der Beschaving’ protesteerden tegen de bezuinigingen van Halbe Zijlstra. Het aantal bezoekers en uitvoeringen in de culturele sector zou alleen maar zijn toegenomen, volgens de VVD. Arno liet handig achterwege hoeveel gezelschappen zijn omgevallen na het botte bijltje van Halbe en hoeveel kunstenaars inmiddels genoegen nemen met een lager inkomen.

    In het Amsterdamse Torpedotheater, met dertig zitplaatsen een van de kleinste theaters van Amsterdam, stond zondag  een kunstenaar met een pet op. Harold K, de in Amsterdam woonachtige Limburgse zanger, presenteerde er zijn cd ‘Heppeneert’, vernoemd naar de Belgische pelgrimsplaats waar de liedjes werden opgenomen. Harold bekostigde de cd zelf en bracht hem in eigen beheer uit. De pet kon op blijven. Arno kan tevreden zijn.

    20141214_203720

    Harold zong in het Limburgs over een man die in zijn leven op de vluchtstrook “woar aanbeljantj” (excuses voor de gebrekkige Limburgse spelling). Hij trok ons mee in een “werm bed”, waarin een geliefde zegt: “Kom hier! Kom neffen mich en kroep tegen my an met dat sachte werme liif fan dich.” Men blijkt In het Limburgs net zo hard te “kroepen” als wij in het Fries “krûpe”. We kregen het er werm van.

    Harold K – Vluchtstrook from KindaMuzik on Vimeo.

    Voor vijftien euro kregen wij de liedjes van Harold K en zijn collega Lily Kiara te horen. Bovendien werden beide zangers vakkundig bijgestaan door drie bevriende muzikanten. Aan de 450 euro die de kaartverkoop opleverde zullen ze niet meer dan 50 euri de man hebben overgehouden, met applaus als fooi. Ik denk niet dat Arno Rutte voor dat bedrag zijn bed uitkomt.

    Naast de harten en zielen van vijf getalenteerde muzikanten kregen we zondagavond in het Torpedotheater een scheut liefde uit Leek, in de vorm van een heerlijke maaltijdsoep. Michel Janssen van de Kleinste Soepfabriek had zich laten inspireren door ‘Heppeneert’. De “melancholie en mijmering” van Harold K werden door hem omgezet in speciaal gebrouwen Maastrichtse ‘tuttekessop’,  “een volle bourgondische soep met hoge vulling, vervullend, verwarmend en troostend”, die samen met de cd aangeschaft kon worden.

    Tut

    Wat wilde ik zeggen met deze lof- en klaagzang? Dat u de cd moet kopen, zodat u ook tot op het bot ontroerd kunt worden door dat prachtige Limburgse dialect? Natuurlijk. Dat Arno Rutte gelijk heeft en dat de bezuinigingen alleen maar winnaars hebben opgeleverd? Absoluut niet. Harold K houdt zijn eigen broek op en maakt mooie dingen op eigen kosten. Van mij zou hij daar echter goed aan mogen verdienen. Ik zou zijn pet vol willen gooien met een flinke subsidie van ons belastinggeld. Hij zou er meer belangrijke kunst mee maken. Hij zou ons voeren.

    Hep

    http://haroldk.nl/#heppeneert

    http://haroldk.bandcamp.com/album/heppeneert

    <a href="http://haroldk.bandcamp.com/album/heppeneert" data-mce-href="http://haroldk.bandcamp.com/album/heppeneert">Heppeneert by Harold K</a> 

     

  • Wij moeten meer op elkaar gaan letten. Daarmee bedoel ik niet dat we meer bewakingscamera’s op moeten hangen om misdaden te voorkomen. Bewakingscamera’s kunnen niet in ons hoofd kijken. En in het hoofd gaat het juist vaak mis, waardoor te veel mensen ervoor kiezen om een einde aan hun leven te maken. Het aantal zelfdodingen in Fryslân, las ik op  de website van het Friesch Dagblad, is fors gestegen. In Noord-Fryslân, waar ik als wâldpyk vandaan kom, ligt het met 13,7 op de 100.000 veel hoger dan het landelijk gemiddelde van 11.

    Als jong broekje hoorde ik van mijn ouders dat een oudtante zich uit eenzaamheid had verhangen. Haar huis werd leeggehaald. Waarschijnlijk belandden sommige van haar spullen bij ons thuis. Daarna werd zelfmoord iets op tv en radio. Totdat diezelfde gedachte zich in mijn geest nestelde en zich maar bleef herhalen, als een plaat met een dikke kras erop. Ik ging naar het RIAGG in Dokkum en moest beloven dat ik thuis in de spiegel heel vaak “ik hou van je” tegen mezelf zou zeggen. Ik ben er nog.

    Koek4

    Beeld: http://www.mirkafarabegoli.com/

    Daarvoor had ik mezelf in de badkamerspiegel bekeken met het dunne koord van het licht om mijn nek. Ik was verliefd en het was niet wederzijds. Ik was bang voor de toekomst. Ik voelde me schuldig over het leed in de wereld. Na een ruzie met mijn stiefzus, gooide ik mijn vader voor de voeten dat ik een poging had gedaan om er een einde aan te maken. Machteloos riep hij dat ik als de bliksem naar mijn kamer moest gaan. Er werd niet meer over gesproken. Dat heb ik lang niet begrepen. Maar mijn vader die zelf niet altijd even vrolijk in het leven stond, die zijn eigen vrouw had moeten begraven en zijn best deed om zijn nieuwe gezin op de rails te houden, moet zich toen ontzettend machteloos hebben gevoeld. Ik heb het hem vergeven.

    Eerder schreef ik er een gedicht over, waarin ik ook vertelde over hoe ik op een zomeravond aan de rand van het Kollumer kerkhof met een jonge timmerman een bizar pact sloot. Als hij eruit zou stappen, zou ik het ook doen. Het schuldgevoel moest ons van de wanhoopsdaad weerhouden.

    In 2006 bezocht ik de crematie van Jeroen Mettes. Mettes was een veelbelovend dichter en criticus die op achtentwintigjarige leeftijd zichzelf ombracht. Het zien van zijn kist was mijn eerste fysieke ontmoeting met hem. Dat gold voor meer bezoekers.

    Maar er is ook goed nieuws. Onder mensen van 80 plus wordt minder zelfmoord gepleegd. En u kunt 0900-0113 bellen als u het niet meer ziet zitten of wanneer u iemand kent met dit probleem. Haal die 13,7 omlaag. Laat ons de statistieken met liefde te lijf gaan. 

    Koek

    Koek2

    Koek3

     

  • Donderdag is het dartavond bij café Noavenant in Maastricht, waar de barman meedrinkt en de cliëntèle de tent blauw rookt. Scenarioschrijver Lars Boom en ik waren op zoek naar een lekker speciaal biertje en namen plaats aan een tafeltje onder een groot scherm waarop een voetbalprogramma te zien was. We keken geamuseerd toe hoe medewerkers van de Portugese club Estoril met bezems en bladblazers het overtollige regenwater van het veld probeerden te verwijderen, zodat de wedstrijd tegen PSV hervat kon worden. Het was vechten tegen de bierkaai. Een van de bezems brak, de regen bleef liggen, het gras voor het doel werd modderiger. De handen gingen terug in de zakken van de trainingsbroeken en de wedstrijd werd uitgesteld.

    Vegen

    Boom en ik waren naar het diepe zuiden afgereisd om de conferentie van Dramaastricht bij te wonen, een reeks masterclasses over ‘de theatrale en audiovisuele biografie’, gevolgd door honderd studenten uit Vlaanderen en Nederland.

    Boom hield een boeiend referaat over het schrijven van de film Michiel de Ruyter die binnenkort in première zal gaan. Het meest interessante onderdeel van zijn betoog handelde over het vinden van een invalshoek. Admiraal De Ruyter, die erom bekendstond dat hij zoveel mogelijk de levens van zijn bemanning wilde sparen, bleek in het dagelijkse leven een beetje ‘een saaie lul’ te zijn. Het kon dus geen film worden over geile taferelen buiten de echtelijke sponde.

     

    Als invalshoek voor de film koos Boom daarom voor de vriendschap van De Ruyter met de republikeinse raadpensionaris Johan de Witt en de opkomst van diens vijand Willem III. Nadat de gebroeders De Witt op bloederige wijze het veld hadden moeten ruimen, zou Willem III ook van De Ruyter af hebben gewild, die zeer populair was onder de republikeinen.

    Met een vloot van ‘zevenentwintig linieschepenen en vijf branders’ moest Michiel de Ruyter het voor de kust van Italië opnemen tegen een grote Franse vloot, een missie die even onhaalbaar was als het wegvegen van regenwater van een Portugees voetbalveld.

     

    Waarom aanvaardde De Ruyter die opdracht? Volgens Boom hoopte de admiraal dat zijn zege de republikeinen en orangisten zou verenigen. De man die altijd zuinig was geweest op zijn bemanningsleden wilde met een glorieuze overwinning op de Fransen onnodig bloedvergieten onder zijn landgenoten voorkomen. De aannemelijkheid van die visie laat ik aan de historici over. Als verhaal vond ik het prachtig.

    De wedstrijd PSV-Estoril werd vrijdag hervat en eindigde in gelijkspel, net als De Ruyters laatste slag. Toen de Franse admiraal Duquesne hoorde dat De Ruyter door een kanonskogel zijn been had verloren, trok hij uit respect voor de zeeheld zijn vloot terug. Een goed hart en wondkoorts werden Michiel de Ruyter fataal. Binnenkort vecht en sterft hij in een bioscoop bij u om de hoek.

    Mail-bijlage_poster

    Web: http://www.michielderuyterdefilm.nl/

    Deze column verscheen op 5 december 2014 in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl