• Tsead Bruinja - Binnenwereld, buitenwijk HR voor web

    Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden
    ISBN 978 90 5936 609 1 | nur 306
    Paperback | 13,6 x 21,5 cm | ca. 64 blz.
    Ca. € 16,90 | Verschijnt september 2015
    Tsead Bruinja - www.tseadbruinja.nl 
    Uitgeverij Cossee - www.uitgeverijcossee.nl

    Binnenwereld – dat is het onuitputtelijke universum van onze wensen, dromen en twijfels, van obsessies en ons verlangen naar geluk. Hoe reageert dit universum – hart en ziel, verstand en onverstand – op de buitenwijk, de wereld om ons heen, voor onze neus en ver weg? Wat betekent het om het leven te omarmen? Zijn binnenwereld en buitenwijk dan in evenwicht, of harmonie?

    Bruinja’s gedichten lukt het op speelse manier iets in beeld te brengen, wat in het tijdperk van de ik-bv uit het zicht is geraakt: de complexe en gelaagde verhouding tussen binnen en buiten, tussen individu en maatschappij, of – zoals Bach het genoemd zou hebben – tussen wereld en mens. De buitenwereld schept altijd een binnenwijk; het zijn communicerende vaten. Wij denken, doen en dromen met de wereld erbij, nooit zonder.

    NL: Om recensie-exemplaren op te vragen, neemt u contact op met Eva Bouman via bouman(at)cossee.com of 020 – 528 99 11.

    BE: Vlaamse pers gelieve contact op te nemen met Elien Delaere van Van Halewyck via elien(at)vanhalewyck.be of 0032 – 16 46 84 81.

    Alle boeken van Uitgeverij Cossee voor de zomer:
    http://issuu.com/cossee/

    Tsead_bruinja_evelyn_flores

    © Evelyn Flores (www.fotoevelyn.com/)

    IK GEEF JE HET WOORD

    een man luistert naar de vogels
    maar dan net iets langer dan jij en ik
    hij neemt het gezang op
    en rekent uit hoeveel sneller
    het hart van de vogel klopt
    hij luistert naar de vogels
    hij luistert naar de mens
    hij neemt de tijd
    en vertraagt
    de opname

    de vogel zingt nu laag en langzaam
    de opgenomen vogel heeft de hartslag
    van een mens

    en de mens zingt de trage vogel na
    rustig loopt hij het bos in met een luidspreker
    en een opnameapparaat

    hij voert de snelheid van de opgenomen mens op
    totdat zijn hart net zo snel klopt

    hij wacht

    en de vogel antwoordt
    de vogel heeft hem verstaan

    dat vertelde een vriend me
    ik heb hem verstaan

     

    Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) recenseert, presenteert, interviewt en treedt op in binnen- en buitenland. Eerder publiceerde hij onder andere Dat het zo hoorde (Contact, 2003), genomineerd voor de Jo Peters PoëziePrijs, Batterij (Contact, 2004), Bang voor de bal (Cossee 2007), De geboorte van het zwarte paard (Cossee, 2008), Overwoekerd (Cossee, 2010), genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs en Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers (Afûk, 20103). Hij schreef van 2008 t/m 2013 gedichten bij de actualiteit voor het Radio 1 programma Dit is de dag en is columnist van de Leeuwarder Courant.

     

    Over de vorige Nederlandstalige bundel Overwoekerd (2010):

    Overwoekerd

    Tsead Bruinja is de dichter van het geluk dat nooit helemaal wil lukken. Hij lijkt in zijn werk vooral uit op het beperken van de ramp en streeft naar wat hij ‘een te verdragen aantal tegenslagen’ noemt. Meer is niet mogelijk. Volledig en zuiver kan geluk namelijk nooit zijn. – Luuk Gruwez, De Standaard

    Het zelfportret dat hij schetst in Overwoekerd is allerminst een gemakzuchtig product van navelstaarderij. De bundel is juist doorschoten met indringende snapshots uit het wereldnieuws en getuigt van stevige zelfkritiek…Dat maakt Overwoekerd tot een indringende, spannende bundel. – Gaston Franssen, De Reactor

    Daarom is voor mij Overwoekerd de bundel van de wapenspreuk Luctor et Emergo ('Ik worstel en kom boven'); van het knokken; het gevecht tegen het muitende lichaam; het verwerken van verdriet en het overwinnen van tegenslag; het hoofd bieden aan problemen; de moed niet verliezen; niet opgeven; de bundel van strijdvaardigheid, veerkracht en weerbaarheid. Niet verstikt raken door wat je dreigt te overwoekeren. – Willem Thies, Poëzierapport

    Met Overwoekerd doet Bruinja vaak hard, soms ontroerend, steeds secuur verslag van het leven in een ongemakkelijk vredige wereld, die gelukkig niet van alle hoop verstoken is. – Samuel Vriezen, Awater

    Die Bruinja is onverminderd gretig en laat zien dat hij nog steeds volslagen onbevangen kan zijn. Overwoekerd mag dan geen vrolijke bundel zijn, het is wel een rijke bundel, een waarin hij met indrukwekkend gemak zijn veelzijdigheid demonstreert. – Joep van Ruiten, Dagblad van het Noorden

    Met Overwoekerd schreef Tsead Bruinja een verontrustend, maar tegelijk vrolijk en bemoedigend dichtwerk. Hij herkent de chaos van de wereld en erkent het onverbiddelijke van de tijd, maar hij weigert er op voorhand aan ten onder te gaan. Zonder bitterheid of verbetenheid, enkel in het besef dat de kaarten van het bestaan nu eenmaal zo zijn geschud. Het weerhoudt hem niet om zich, vol overgave en met speelse vitaliteit, te richten op 'ons dagelijkse leven'. – Eppie Dam, Leeuwarder Courant

  •  

    2016 - keramiek - Woontoren De Verkenner, Kanaleneiland, Utrecht
    16 originele tegels van 15 x 40 cm, staand. Totale productieaantal: 13.000 stuks. 

     

    Voor de nieuwe Utrechtse woontoren De Verkenner heeft Robert Winkel van Mei Architecten en Stedenbouwers Milou van Ham uitgedaagd om met tekst een dramatische laag aan te brengen in zijn gebouw. Het gebouw spreekt de lezer als het ware aan of toe. Samen met Tsead Bruinja schreef Milou de zestien dichtregels.  Anticiperend op het frezen van de mal, het gieten van de stempel en het stempelen in de klei, ontwierpen Moniek Driesse en Van Ham voor Rozen & beton een uniek alfabet. Elke tekst heeft een eigen achtergrond. De gevel wordt bekleed met betonnen gevelelementen waarin keramische tegels zijn opgenomen.  De tegels worden geproduceerd door Koninklijke Tichelaar, Makkum, die tijdens de productie van de tegels teksten stempelt in de klei. 

    Begin 2016 wordt De Verkenner opgeleverd.

    http://mei-arch.eu/projecten-archief/woontoren-de-verkenner/

    Tichelaar-milou-900x600

    http://mei-arch.eu/projecten-archief/woontoren-de-verkenner/

    07.-De-Verkenner_Mei_OssipVanDuivenbode2
    07.-De-Verkenner_Mei_OssipVanDuivenbode2
    07.-De-Verkenner_Mei_OssipVanDuivenbode2
    07.-De-Verkenner_Mei_OssipVanDuivenbode2
    07.-De-Verkenner_Mei_OssipVanDuivenbode2
    07.-De-Verkenner_Mei_OssipVanDuivenbode2
    12821619_10153931953928070_4863608108573102265_n
    12821619_10153931953928070_4863608108573102265_n
    12821619_10153931953928070_4863608108573102265_n
    12821619_10153931953928070_4863608108573102265_n
    12821619_10153931953928070_4863608108573102265_n
    12821619_10153931953928070_4863608108573102265_n

     

  • In de week van het bonnetje en het boek, stapte ik in de auto van Google Street View en neem plaats op de bijrijdersstoel. Ik stuur de wagen over de Heechfinne, de straatweg door de groene weilanden tussen Damwoude en Rinsumageest. De waanzin waar de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek u deze week mee naar de winkel hoopt te lokken, gaat bij mij niet veel verder dan melancholie.

    Bijrijder1

    Die melancholie beperkt zich niet tot heimwee naar de grote witte verbouwde boerderij op de Heechfinne met daarin mijn eerste slaapkamer; het huis waar ons telefoonnummer nog uit vier cijfers bestond. Hij bestaat ook uit een verlangen naar de mensen van toen. Maar mijn googlechauffeur lijdt aan Amerikaanse oppervlakkigheid; ik krijg hem maar niet zo ver dat hij even het erf op rijdt van de familie Keegstra aan het einde van weg, zodat ik daar aan tafel kan gaan zitten om toe te kijken hoe de boer bij de thee een heel pak biscuitjes wegwerkt.

    Bijrijder3

    Dan maar terug naar de familie Zwaagstra, waar mijn moeder met de buurvrouw een keer in de twee jaar het plafond saust en het behang vervangt, omdat de weduwnaar en zijn twee zonen de tent niet blauw maar geel roken. Ik parkeer Mr. Google even in de berm, spring over de sloot zonder kletspoot te halen, luister naar de eeuwig vrijgezelle zoon Willem die me vraagt of ik nog een kusje van de juf heb gehad en leg in de woonkamer een plaat met piratenhits op de draaitafel terwijl ik de gesprekken tussen Froot, mijn moeder en boer Jerre afluister. “Wol it jonkje noch in folde koek?”

    44

    Het jonkje loopt naar de schuur waar de melktank staat. Ik krijg een lege uierzalfemmer mee, met vijf liter melk erin, ik loop er voorzichtig mee door de berm. De emmer is zwaar en als ik niet uitkijk, mors ik de helft op de weg en moet ik nog een keer lopen. Ik groet de vrouw van Eibert, maar niet Eibert zelf. De boer die tussen ons in woont, praat niet meer met ons sinds mijn vader per ongeluk zijn kat doodschoot. “Ik schoot in de lucht,” zei mijn vader toen de boer verhaal kwam halen. “De kogel moet van de weg zijn hoofd in zijn geketst.” De kat met onze duiven in zijn buik voerde maden en wormen. De moord op John F. Kennedy was er niets bij. Wij hadden onze eigen grassy knoll.

    Bijrijder2

    In de week van het bonnetje en het boek, stap ik in de auto van google. Ik had ook door de Voorstraat in Kollum kunnen rijden om te kijken of de populaire jongens nog op de brug staan in de winkelstraat voor de opticien. Maar ik stond daar nooit bij. Ik fietste er langs.

     

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

  • Veel van de schrijvers die in dit katern (deze column wordt gepubliceerd in het Cultureel supplement van de Leeuwarder Courant) worden besproken, zijn ontvangers van staatssteun. Zij hebben voor hun roman, gedichtenbundel of biografie een beurs aangevraagd bij het Nederlands Letterenfonds, zodat ze tijd vrij konden maken om aan hun boek te werken.

    Voor concullega’s vormt die subsidie een bron van wantrouwen. Zo werd de beurs die Joost Zwagerman ontving onlangs op weinig subtiele wijze tegen het licht gehouden door het blad Propria Cures. Zwagermans schrijven zou überhaupt niet deugen en door opbrengsten uit andere bronnen zou hij eigenlijk helemaal niet in aanmerking mogen komen voor een beurs. Het feit dat zijn huidige vriendin werkzaam is bij hetzelfde fonds, moest dan wel de reden zijn dat Zwagerman toch nog een flinke som was toegekend. Dat die vriendin niet op de afdeling werkt die over de beurzen gaat en dat de hoogte en verstrekking van de beurs niet door de staf van het fonds, maar door externe adviseurs wordt bepaald, werd voor het gemak buiten beschouwing gelaten.

    Where_am_i-e1334075234463

    Nu ik zelf een vijfde Nederlandstalige bundel aan het voltooien ben, heb ik de aanvraag van drie jaar geleden er weer eens bijgenomen. Ik had destijds nog geen idee waar de bundel over zou gaan, maar ik moest wel iets bedenken. Ik gooide het op de vriendschap: “Het wordt een bundel over vriendschap, liefde en zingeving, waarmee ik totaal geen new age poëzie voor ogen heb, maar juist concrete gedichten over wat er tussen mensen gebeurt en in welk kader die ervaringen daarna worden geplaatst of getoetst.” Bij het Nederlands Letterenfonds zagen ze mijn plan wel zitten. De aanvraag en de beoordeling van eerder werk leverden mij € 20.000 op, steun die ongetwijfeld heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de nieuwe bundel en vast ook aan mijn reputatie als apparatsjik en allemansvriend. Gelukkig ben ik een kleine vis en werkt mijn vrouw bij een natuurvoedingswinkel.

    John Lennon zei ooit dat het leven is wat er gebeurt terwijl je andere plannen maakt. Dat lijkt ook te gelden voor mijn volgende bundel. Vriendschap maakt weliswaar een belangrijk deel uit van de eerste afdeling van het boek, maar daarna komen er hele andere thema’s aan bod, waaronder de huidige strijd in het Midden-Oosten en de erbarmelijke arbeidsomstandigheden in de fabriekjes waar onze telefoons worden gemaakt (beschreven door de ontrotse gebruiker van een Samsung Galaxy S II).

    Die verschuiving in onderwerpskeuze is niet alleen veroorzaakt door de actualiteit; kort na de beursaanvraag was ik voor een optreden aan het bladeren door oud werk.  Ik verbaasde me over het grote aantal odes aan collega-dichters en gedichten over schoolvriendjes. Ik had die vijfde bundel al lang geschreven!

    Schrijven moet zich niet te veel aantrekken van gemaakte plannen, en ik moet niet te veel terugkijken. Ik moet, gesubsidieerd of ongesubsidieerd, de wereld in.

    P.s. als boekenweekbonustrack hieronder nog twee korte anekdotes die wegens ruimtegebrek niet in de column pasten.

    Toen ik deel uitmaakte van de Commissie Letteren van de Raad voor Cultuur zat ik ooit tegenover Adriaan van Dis, die deel uitmaakte van het bestuur van de Stichting Schrijver School en Samenleving. Wij waren daar om te spreken over de toekomstplannen van de SSS, maar van Dis wilde ook nog even kwijt dat hij het idioot vond dat hij steeds voor zijn werkbeursaanvragen een plan moest bedenken. Wij wisten toch ook wel dat je tijdens het maken van een boek vrij moest zijn, zodat je je eigen ingevingen kon volgen. Ik antwoordde dat een romanschrijver als rechtgeaard verhalenverteller met gemak een plan voor een beursaanvraag moest kunnen bedenken en dat het Fonds bijna altijd begrip had voor eventuele koerswijzigingen. Dat had ik als broekje nooit mogen beweren. Van Dis negeerde mij tijdens de rest van het gesprek.

    Image_Start20_Front_tcm148-13481

    Zwagerman nam samen met Anneke Brassinga en Tomas Lieske een paar jaar geleden tijdens Poetry International deel aan een ronde tafelgesprek over het verschil tussen het schrijven van poëzie en proza. Terwijl Brassinga aan de hand van een van haar Nabokov-vertalingen uitlegde dat ze vooral de vrijheid in de literatuur waardeerde en de vakjes die er bij horen wat minder, zat Joost Zwagerman door zijn eigen bundel te bladeren. Zo nu en dan ontstond er een zinnig gesprek tussen gespreksleidster Margot Dijkgraaf, Brassinga en Lieske, maar Zwagerman leek daar geen aansluiting bij te vinden. Het hielp ook niet dat Lieske op Zwagermans uitleg van hoe hij een roman schrijft ('Ik weet het einde al en werk daarnaar toe'), nogal saai vond. Zwagerman probeerde toe te lichten hoe het net was als het instellen van een route op je Tom Tom, waarbij je op interessante zijwegen kon stuitten, maar dat wilde er bij Lieske niet in. Die reed geen auto en had dus ook nog nooit met een Tom Tom gewerkt.

    Ik wens u een goed geplande of een totaal richtingloze boekenweek toe!

  • Vijf jaar geleden liet ik mij op advies van mijn psycholoog op mijn rug drijven in een meer, met uitzicht op twee vulkanen; een sliep, de andere droeg een rookkraag. Ik liep bij die psycholoog vanwege een depressie, opgelopen na de verkiezing voor de Dichter des Vaderlands waarbij ik mezelf totaal verloren was. Moe, beschaamd en teleurgesteld kwam ik de deur bijna niet meer uit.

    Ometepe

    Dankzij diezelfde verkiezing was ik door een Vlaamse dichter aangeraden bij een festival in Nicaragua. Op aanraden van de psycholoog en om mijzelf een schop onder de kont te geven, vertrok ik twee dagen eerder naar het eiland Ometepe. Die schop was vrij zacht. Ik had alles vooraf geboekt; op mijn computer stonden drie seizoenen van politieserie The Wire. Pas toen ik met mijn privéreisleider en  taxichauffeur een biertje dronk en wat slap ouwehoerde in steenkolenengels en tapas-spaans, voelde ik dat ik echt daar was. Iets wat de machtige vulkanen net niet voor elkaar hadden gekregen.

    Bij een optreden in Nederland vertelde ik Tsjêbbe Hettinga in geuren en kleuren over mijn reis. Tsjêbbe kon de tropische lucht al ruiken en wilde graag die kant op. De uitnodiging kwam, maar de Friese bard moest een jaartje wachten. Het Nederlands Letterenfonds kon niet twee dichters tegelijk sturen en Rozalie Hirs was ook uitgenodigd.

    Kort daarna stierf Tsjikke, Tjsêbbe’s vrouw. Hij had me kort daarvoor over haar ziekte verteld op de veerboot naar Vlieland. Tsjikke zag er goed uit en ze hebben van de vakantie genoten. Een paar maanden later was ze weg. En voordat de weduwnaar alsnog naar Nicaragua kon vertrekken, overleed ook hij.

    Vorige week liep ik weer door de straten van Granada richting het Meer van Nicaragua, met nieuwe en oude vrienden, zonder schaamte. We liepen langs een vrijend stelletje, verwonderden ons over het vuil op het strand en in gedachten sprak ik tegen Tsjêbbe. Ik beeldde me in hoe zijn hand op mijn schouder lag en vertelde hem over wat en wie ik zag. Mooie vrouwen vormden vaak een wezenlijk onderdeel van die beschrijvingen en aan vrouwelijk schoon was er in Granada geen tekort.

    20150218_140335

    Bengt Berg, festivaldichter en oud-politicus uit Zweden had tijdens onze wandeling naar Tsjêbbe gevraagd. Voor de negenzestigjarige dichter moet de dood van zijn collega ook zijn eigen dood dichterbij hebben gebracht.

    Berg vertelde me dat er nog iets aan het sterven is. De geldstroom vanuit Venezuela richting de Nicaraguaanse regering is opgedroogd en de voormalige revolutionairen hebben hun ziel verkocht aan de Chinezen. In het jaar dat het festival voor het eerst weer geld ontvangt van het rijk, worden boeren van hun land verjaagd voor de aanleg van een concurrent van het Panamakanaal, dwars door het Meer van Nicaragua. Dwars door de droom waarin ik lag te drijven.

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

  • Een vrouw met de leeftijd van mijn moeder, als zij nog geleefd had, zoekt in de vuilnisbak op Berlin Hauptbahnhof naar iets. Alle vakjes gaat ze af, papier, glas, etc. Ze ziet er prima gekleed uit. Ze draagt wandelschoenen voor in de bergen en een regenafstotende winddichte rode sportjas, waar haar lange grijze staart over heen en weer gaat. Als ik niet beter wist, zou ik gedacht hebben dat ze een natuurliefhebster is die op het punt staat naar de Alpen of de Ardennen af te reizen. Ze rommelt verder tussen kranten en zakjes voor belegde broodjes. Onverrichter zake loopt ze door.

    Gleiche2

    Ik was in Berlijn samen met docenten en eerstejaars studenten Creative Writing. We maken jaarlijks die reis zodat iedereen elkaar beter leert kennen. Terwijl de studenten in hun hostel aan een nieuw verhaal werken, geïnspireerd door de film ‘Ein Himmel über Berlin’, vergaderen wij over heden, verleden en toekomst van de jonge opleiding, waarvan dit jaar de eerste lichting zal afstuderen.

    Een van de vaste onderdelen van de excursie is een rondleiding langs graffiti en street-art. Een geboren en getogen Berlijnse jongeman vertelde ons over graffitispuiters die met touwen abseilen van flatgebouwen en zo hun tags aanbrengen en over een kunstenaar die met een aardappelstempel en een zelfgeschreven brief van de overheid twee politiemannen voor de gek hield. Ze complimenteerden hem met zijn werk en wilden graag met hem op de foto.

    Life

    Het gaat er overigens niet altijd zo vredig aan toe. De graffitipolitie is uitgebreid van 30 tot 60 man en hun methoden zijn grondiger geworden. De crews die ’s nachts ongeventileerde metrotunnels ingaan om wagons te bekladden, schijnen van de verflucht over te moeten geven. Als ze hun braaksel niet opruimen, gaat de politie er later met wattenstaafjes doorheen om een DNA profiel van de dader te creëren. Zo zijn er al heel wat deuren ingetrapt.

    Interessante verhalen dus over de moderne muurschilderaars. Maar het meest aangrijpende kwam daarna. Op de hoek van een drukke kruising zette onze reisleider zijn lege frisdrankflesje op de grond. Hij gooide het niet in de prullen- of glasbak, maar plaatste het netjes op de stoep. In Berlijn schijnen hele families rond te lopen die deze glazen flesjes verzamelen voor het statiegeld van tussen de 8 en 25 eurocent. Ze betalen er de huur van die ieder jaar verder omhoog schiet. Ook Berlijn veryuppiseerd.

    Recycle

    De vrouw op het station, die de leeftijd van mijn moeder had, als ze nog geleefd had, was waarschijnlijk op zoek naar statiegeld. Misschien omdat haar pensioen niet toereikend was; misschien moest ze zorgen voor iemand. Na de uitwassen van het Indiase kastesysteem vorige week, maakte ik deze week in Berlijn kennis met de paria’s van het neoliberalisme. Nicht alle Menschen werden Brüder.  

     

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant - http://www.lc.nl/

  • Aangezien ik morgen in het vliegtuig zit, deze keer bij uitzondering mijn column op de dag van het verschijnen van de krant. De volgende column plaats ik als ik terugkom op 22 februari.

    De toekomst van warenhuisketen V&D hing aan een zijden uitverkoopdraadje en dat ging mij aan het hart. Mocht de V&D ooit uit Leeuwarden verdwijnen dan verdwijnt daarmee ook een deel van mijn verleden, ook al is dat misschien niet het deel waar ik het meest trots op ben.

    V-en-d-logo

    Voor mijn twaalfde kwam ik meer in de HEMA dan in de V&D. Vanuit Rinsumageest en later vanuit Kollum gingen wij op vrijdag naar de markt op het Zaailand. Mijn moeder zocht daar stof om kleren van te maken voor het hele gezin, iets waar ik me op school niet populair mee maakte, ook niet als er een label opgenaaid was van Brams Paris. De patat met kroketten en appelmoes na afloop bij de HEMA moesten het leed verzachten.

    De V&D ging ik pas in toen ik op het RSG zat. Die school was in 1987 van Zaailand naar Westeinde verhuisd, waardoor ik twee bussen nodig had voor mijn reis. Tussendoor had ik soms tijd over en drentelde ik wat door de stad.

    280px-MSX_Philips_VG8020

    Eerder had ik bij de V&D een computerspelletje op cassette gekocht voor mijn MSX en een plaat van Kenny Rogers met het duet ‘We’ve got tonight’ dat Rogers zong met Sheena Easton. Later werd het nog eens vertolkt door Dolly Parton die tot groot vermaak van het Amerikaanse publiek zong: “We’ve got tonight. Who needs Sheena Easton.” De plaat kostte me vijf gulden. Hij mocht onder de prijs worden verkocht omdat er een stuk uit de hoes was geknipt.

     

    Easton en Parton waren niet de vrouwen waar ik in mijn ontluikende seksualiteit blij van werd. Mijn voorkeur ging uit naar de rondborstige blondine Samantha Fox, die met haar matige zangtalent een hit had weten te scoren met ‘Touch me now’ en wier clip ‘Love house’ ik opgenomen had op mijn eigen geheime VHS band, die ik ’s ochtends als iedereen nog sliep, met het geluid bijna uit, grijs draaide. De sportsokken en washandjes die ik vulde had ik eigenlijk moeten bewaren voor Tresoar, maar ik wilde toen nog astronaut worden of de minnaar van Fox (die later lesbisch bleek), geen Fries dichter.

     

    Bij de V&D verkochten ze de Penthouse en Playboy, waarin de wulpse Fox regelmatig met haar talenten pronkte. Als ik lijn 62 naar Kollum gemist had, liep ik zo nonchalant mogelijk naar de bladenafdeling om de zangeres in al haar glorie te bewonderen. Ik was te bang om het blad te kopen, internet bestond nog niet en de zwempakfoto’s uit de hitkarant begonnen me te vervelen. Ik moest het van mijn fotografische geheugen hebben. Fox reisde zo in evakostuum met mij mee langs Veenwouden, Zwaagwesteinde en Oudwoude om uiteindelijk in Kollum aan te komen, waar mensen me kenden en ik wel uitkeek bij de plaatselijke Bruna.  

    Sportsokken-wit-86145477-0-150-0E

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant op 13-02-2015 http://www.lc.nl/

     

  • “Als ik mijn huis kon bouwen met stenen van twijfel, zou ik dat doen,” zei een Poolse dichter tijdens het vraaggesprek in het Delhi International Center. Eerder had hij verkondigd dat alle gedichten liefdesgedichten zijn en bij een latere sessie waren al zijn verzen ineens dialogen. Ik kon hem wel schieten. Het hielp niet mee dat organisator Alexandra Büchler bij de aankondiging van de Poolse dichters uitvoerig hun genialiteit en engagement roemde en bij ons niet veel verder kwam dan het prijzen van onze meertaligheid. De inhoud van ons werk bleef onbesproken.

    10854324_10152984133496421_1837913314185870109_o
    De dichtersgroep waar ik mee optrad in Delhi. Naast mij staan Sampurna Chattarji, Miguel Manso, Heike Fiedler, Mamta Sagar, David Greenslade en Siân Melangell Dafydd

    Gekrenkt in mijn ijdelheid en verontwaardigd over de gratuite stelligheid van de Pool, kreeg ik zin om zijn twijfelhokje tegen de vlakte te slaan. Maar ik bewaarde beleefd en schijterig mijn commentaar. “Wat een onzin,” zei ik bij de nazit tegen de Afghaans-Nederlandse dichteres Shakila Azzizada en haar man Allard Wagemaker, attaché Defensie bij de Nederlandse Ambassade. “Die man twijfelt nergens aan.” Ik refereerde aan een lijst met banken die hij had opgenoemd. “Dat was een overduidelijke platte veroordeling,” oordeelde ik. “Als hij echt aan alles zou twijfelen, zou hij ook moeten vertellen over het nut van de banken en hoe wij daarvan profiteren.”

    Voor het gemak liet ik weg dat mijn werk aan eenzelfde paradoxaal euvel lijdt. Wanneer ik een gehate dictator te kakken zet of de holle clichés van politieke slogans gebruik, is er in mijn gedichten evenmin ruimte voor de andere kant van het verhaal. Ook ik geniet van het instemmende brave applaus en heb in het verleden gezworen dat twijfel een essentieel ingrediënt is van mijn gedichten.

    Raam

    Een Indiase man die tijdens het programma ijverig aantekeningen had gemaakt, schaarde zich bij ons. Ik vroeg hem naar zijn werk. Nadat hij verklaarde  een student van het leven te zijn, vroeg ik hem wat dat was: “Studying life”. Hij corrigeerde me. Er zit een subtiel verschil tussen het bestuderen en het student zijn van het leven; bij het ene jaag je wild kennis na en bij het andere probeer je rustig een les te trekken uit wat je overkomt.

    We spraken over de universiteit van Bangalore, waar dichteres en docente Mamta Sagar haar afdelingshoofd vroeg om aparte wc’s voor jongens en meisjes. Hij weigerde en wees haar op zijn kaste. Hij is een opgeklommen ‘onaanraakbare’, de kaste die normaalgesproken het vuile werk opknapt. Hun enige hoop is reïncarnatie in een hogere kaste. Het hoofd probeerde de driftige Sagar uit haar tent te lokken, zodat ze hem naar de keel zou grijpen, wat zij volgens het systeem niet mag doen. De politie zou haar onmiddellijk arresteren. Attaché Wagemaker toonde begrip en vertelde over de armoede waaruit deze ‘paria’ zich omhoog had moeten werken. Het lag weer ingewikkelder.

    Ik hang de moker op, ga twijfelstenen bakken of een mozaïekje leggen.

    Moz

    Bruinjia
    Foto door Sampurna Chattarji

    Mijn reis werd mede mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds en De Douwe Kalma Stifting.

  • Alles kan of Lies en de zee-egel

    Twee eskimovrouwen staan tegenover elkaar. Ze houden elkaars armen vast. Ze zingen. De mond van de ene is de klankkamer voor de zang van de andere. Ze zingen onzin, ze zingen woorden. Het is een wedstrijd. Zand op een zeebed werd mijn mond ingestreden. Mijn stamelkamer blaat nu het het volgende terug:

     

    Er past een ziel, een lichaam, een schreeuw, een zee in en takken. Maar wat betekent het om een lichaam te bezitten, een ruimte in te nemen of een ruimte met een ander lichaam te delen? Hoe leg je de veelheid en veelvuldigheid uit aan de ander? Dat er een wolf, een tijger en een hyena in je huist.

    1622581_10152889989629244_7465201286526169683_o

    Oh sorry, ik zei ‘je’. Oh sorry, ik zei ‘ik’. Ik had ‘zee’ moeten zeggen.

    Er is zingen dat je roept, dat je oproept te zingen, zoals golven gebed over een stad rollen vanuit  minaretten. Wat zetten wij daar tegenover? Ons lichaam, dat knielt met de snavel naar de grond, met de staart naar de hemel, dat met stoppels van snorharen langs een wang wrijft, met een spitse neus aan een kruis snuift. Wij zingen met een lichaam dat mogelijk is en zich door stad en land beweegt.

    Wij willen dat lichaam verliezen, laten het achter aan een boom, laten het uitpersen door een hard voertuig, zodat men takken en zee kan zien – aanrijding met een persoon. Wij maken films over het geheugen van water. Gaan liggen, worden onthouden en onderhouden.

    Op Madagascar gelooft men dat de ziel het lichaam pas verlaat nadat het vergaan is. Tijdens het draaien van de botten wordt het lichaam opgegraven in dure doeken gewikkeld en wordt ermee gedanst. Dan gaat het terug in het graf.

    Fam

    En onze huid is juist, maar niet zo juist als die van zee-egels. Zij gebruiken het hele oppervlak van hun lichaam om te kunnen zien.

    Ik buig en strek mijn lichaam om er adem in te brengen. Met mijn ogen dicht gaat dat beter. Zien houdt mij niet binnen.

    De zee-egel gebruikt de onderkant van het lichaam als netvlies. De rest is een schild tegen binnenkomend licht.

    Milton_a_Poem_copy_D_1818_Library_of_Congress_object_1

    William Blake liet de duivel via Miltons knie bezit van hem nemen. Het lichaam van Lies schreef eerder dat ze een lied begon als oefening in vergeten en dat mensen soms een wak te vullen hebben in elkaar. Ze voerde een bewegingsloze danser ten tonele die beloofde lang en hard om zich heen te slaan. Wij boetseren een masker dat genoeg op ons gezicht lijkt om voor ons gezicht door te gaan. Onze dans is een wapen, een handreiking.

    Hoe meer stekels de zee-egel heeft, hoe meer voor ons om op te staan. Hoe meer stekels, hoe beter de egel waarnemen kan.

    Ik meende dat het vuur onder de rok een eigenschap was om trots op te zijn. Het blijkt een ziekte. Vuur vreet aan een oranje overall.

    Ons lichaam is een lege deurpost, zonder muur, zonder tralies, op een strand. Veeg je voeten in het zand voor je de stap richting zee zet.

    Schermafbeelding-2014-12-23-om-13-28-28

    En iedere poëziebundel verdient een Facebookoproep van Amnesty International. U kunt hier straks betalen en tekenen voor de vrijlating van:

    A. De boom uit uw lichaam
    B. De zee uit uw lichaam
    C. De spijt uit het water

    Wie dit boek leest, koopt het beste eerst een avocado en snijdt hem in twee helften die hij aan weerszijden naast het boek legt. Wie dit boek gaat lezen wordt een hoog en leeg kozijn waar de wind doorheen zingt.

    You simply breathe in through your nose for four seconds, hold your breath for seven seconds, and exhale through your mouth for eight seconds – Poëzie, inleidingen en zee-egels moeten nuttig zijn. Dit laatste was een oefening om te leren slapen.

    Lies, van harte en dank voor dit mooie nieuwe lichaam!

    Zand-op-een-zeebed

    Zand op een zeebed
    Lies van Gasse
    Uitgeverij De Wereldbibliotheek
    16,7×24 cm.
    176 pagina's
    ISBN 9789028425866
    prijs € 29,95

    http://www.wereldbibliotheek.nl

    Op een beeldend vertelde reis door de jungle van de grootstad zoekt een vrouw naar de essentie van het menselijk bestaan.

     

    Een nieuwe 'graphic poem' van Lies Van Gasse, met intrigerende en schitterende schrijf- en schildertechniek.

  • In de Times of India van afgelopen maandag stond een cartoon waarvoor de auteur niet afgeschoten zal worden. De hoon was niet gericht op de islam maar op de betrekkingen tussen Amerika en India. Presidenten Obama en Modi brengen een militair saluut aan een parade. Twee besnorde mannen met speelgoedkatapulten in hun handen salueren vanuit hun tanks terug. “Mooi,” laat de tekenaar Modi tegen Obama zeggen, “kun je, nu ik je onze Made in Russia tanks heb laten zien, niet even tien procent korting geven op je Made in US tanks?”

    Tank

    Obama was in het land om de Dag van de Republiek te vieren. Op 26 januari 1950 werd de nieuwe grondwet ondertekend. Precies twintig jaar daarvoor was de onafhankelijkheid uitgeroepen, die in 1947 bereikt werd. Onder de vorige hooggeëerde gasten bevond zich de pas overleden koning Handjehak & Zweepslag Abdullah van Saoedi-Arabië.

    Op het vliegveld van Hyderabad merkten we dat de beveiliging was verhoogd. Onze koffers werden gescand bij het inchecken en daarna nog eens geopend en doorzocht. Dat ging met de Hyderabadaanse slag. Organisator Alexandra Büchler toverde tijdens het taxiën lachend een literfles water uit de tas, die ze vergeten was weg te gooien.

    Obama tekende verdragen over kernenergie en besprak nauwere militaire samenwerking, onder meer met betrekking tot ‘safeguarding’ de Zuid-Chinese Zee. In het gastenboek bij het Gandhi-gedenkteken schreef hij dat we altijd in diens geest van liefde en vrede moeten leven. Kort daarvoor werd aan de grens met Pakistan wat heen en weer geschoten. Niemand raakte gewond. De aandelen in kogels stegen.

    Je vraagt je af wat alle toezeggingen van India waard zullen zijn. Er hangen hier boven de wegen borden met “follow traffic rules”, waar niemand zich aan houdt. Als je een drukke straat over wilt steken, kun je beter eerst een goede verzekering afsluiten en dan snel een schietgebedje prevelen.

    Dichter David Greenslade uit Wales vertelde me dat men hier onbekend is met het fenomeen jaknikken. Op alles dat je de Indiër vraagt, reageert hij met een soort knikkebollen dat staat voor “ik heb je gehoord” en “misschien ga ik het doen, maar het kan even duren.”

    Voor vrouwen is het weer anders, zeker in het geval ze alcohol bestellen. Toen wij laat op de avond een biertje wilden drinken in een hotelkamer, werden de extra glazen of de opener waar we om hadden gevraagd nooit gebracht. Er was wel op geknikkebold, maar het was een vrouw die de opener had besteld, dus helaas. Vrouwen zijn door dit soort akkefietjes zeer bekwaam geworden in het uitkafferen van personeel. Waarop dan weer angstig wordt geknikkebold en beterschap wordt beloofd.

    Mocht Hillary in 2020 na gastenboek en tankparade een potje kingfisher willen opentrekken, kan ze maar beter Bill meenemen. 

    King