• “Als ik mijn huis kon bouwen met stenen van twijfel, zou ik dat doen,” zei een Poolse dichter tijdens het vraaggesprek in het Delhi International Center. Eerder had hij verkondigd dat alle gedichten liefdesgedichten zijn en bij een latere sessie waren al zijn verzen ineens dialogen. Ik kon hem wel schieten. Het hielp niet mee dat organisator Alexandra Büchler bij de aankondiging van de Poolse dichters uitvoerig hun genialiteit en engagement roemde en bij ons niet veel verder kwam dan het prijzen van onze meertaligheid. De inhoud van ons werk bleef onbesproken.

    10854324_10152984133496421_1837913314185870109_o
    De dichtersgroep waar ik mee optrad in Delhi. Naast mij staan Sampurna Chattarji, Miguel Manso, Heike Fiedler, Mamta Sagar, David Greenslade en Siân Melangell Dafydd

    Gekrenkt in mijn ijdelheid en verontwaardigd over de gratuite stelligheid van de Pool, kreeg ik zin om zijn twijfelhokje tegen de vlakte te slaan. Maar ik bewaarde beleefd en schijterig mijn commentaar. “Wat een onzin,” zei ik bij de nazit tegen de Afghaans-Nederlandse dichteres Shakila Azzizada en haar man Allard Wagemaker, attaché Defensie bij de Nederlandse Ambassade. “Die man twijfelt nergens aan.” Ik refereerde aan een lijst met banken die hij had opgenoemd. “Dat was een overduidelijke platte veroordeling,” oordeelde ik. “Als hij echt aan alles zou twijfelen, zou hij ook moeten vertellen over het nut van de banken en hoe wij daarvan profiteren.”

    Voor het gemak liet ik weg dat mijn werk aan eenzelfde paradoxaal euvel lijdt. Wanneer ik een gehate dictator te kakken zet of de holle clichés van politieke slogans gebruik, is er in mijn gedichten evenmin ruimte voor de andere kant van het verhaal. Ook ik geniet van het instemmende brave applaus en heb in het verleden gezworen dat twijfel een essentieel ingrediënt is van mijn gedichten.

    Raam

    Een Indiase man die tijdens het programma ijverig aantekeningen had gemaakt, schaarde zich bij ons. Ik vroeg hem naar zijn werk. Nadat hij verklaarde  een student van het leven te zijn, vroeg ik hem wat dat was: “Studying life”. Hij corrigeerde me. Er zit een subtiel verschil tussen het bestuderen en het student zijn van het leven; bij het ene jaag je wild kennis na en bij het andere probeer je rustig een les te trekken uit wat je overkomt.

    We spraken over de universiteit van Bangalore, waar dichteres en docente Mamta Sagar haar afdelingshoofd vroeg om aparte wc’s voor jongens en meisjes. Hij weigerde en wees haar op zijn kaste. Hij is een opgeklommen ‘onaanraakbare’, de kaste die normaalgesproken het vuile werk opknapt. Hun enige hoop is reïncarnatie in een hogere kaste. Het hoofd probeerde de driftige Sagar uit haar tent te lokken, zodat ze hem naar de keel zou grijpen, wat zij volgens het systeem niet mag doen. De politie zou haar onmiddellijk arresteren. Attaché Wagemaker toonde begrip en vertelde over de armoede waaruit deze ‘paria’ zich omhoog had moeten werken. Het lag weer ingewikkelder.

    Ik hang de moker op, ga twijfelstenen bakken of een mozaïekje leggen.

    Moz

    Bruinjia
    Foto door Sampurna Chattarji

    Mijn reis werd mede mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds en De Douwe Kalma Stifting.

  • Alles kan of Lies en de zee-egel

    Twee eskimovrouwen staan tegenover elkaar. Ze houden elkaars armen vast. Ze zingen. De mond van de ene is de klankkamer voor de zang van de andere. Ze zingen onzin, ze zingen woorden. Het is een wedstrijd. Zand op een zeebed werd mijn mond ingestreden. Mijn stamelkamer blaat nu het het volgende terug:

     

    Er past een ziel, een lichaam, een schreeuw, een zee in en takken. Maar wat betekent het om een lichaam te bezitten, een ruimte in te nemen of een ruimte met een ander lichaam te delen? Hoe leg je de veelheid en veelvuldigheid uit aan de ander? Dat er een wolf, een tijger en een hyena in je huist.

    1622581_10152889989629244_7465201286526169683_o

    Oh sorry, ik zei ‘je’. Oh sorry, ik zei ‘ik’. Ik had ‘zee’ moeten zeggen.

    Er is zingen dat je roept, dat je oproept te zingen, zoals golven gebed over een stad rollen vanuit  minaretten. Wat zetten wij daar tegenover? Ons lichaam, dat knielt met de snavel naar de grond, met de staart naar de hemel, dat met stoppels van snorharen langs een wang wrijft, met een spitse neus aan een kruis snuift. Wij zingen met een lichaam dat mogelijk is en zich door stad en land beweegt.

    Wij willen dat lichaam verliezen, laten het achter aan een boom, laten het uitpersen door een hard voertuig, zodat men takken en zee kan zien – aanrijding met een persoon. Wij maken films over het geheugen van water. Gaan liggen, worden onthouden en onderhouden.

    Op Madagascar gelooft men dat de ziel het lichaam pas verlaat nadat het vergaan is. Tijdens het draaien van de botten wordt het lichaam opgegraven in dure doeken gewikkeld en wordt ermee gedanst. Dan gaat het terug in het graf.

    Fam

    En onze huid is juist, maar niet zo juist als die van zee-egels. Zij gebruiken het hele oppervlak van hun lichaam om te kunnen zien.

    Ik buig en strek mijn lichaam om er adem in te brengen. Met mijn ogen dicht gaat dat beter. Zien houdt mij niet binnen.

    De zee-egel gebruikt de onderkant van het lichaam als netvlies. De rest is een schild tegen binnenkomend licht.

    Milton_a_Poem_copy_D_1818_Library_of_Congress_object_1

    William Blake liet de duivel via Miltons knie bezit van hem nemen. Het lichaam van Lies schreef eerder dat ze een lied begon als oefening in vergeten en dat mensen soms een wak te vullen hebben in elkaar. Ze voerde een bewegingsloze danser ten tonele die beloofde lang en hard om zich heen te slaan. Wij boetseren een masker dat genoeg op ons gezicht lijkt om voor ons gezicht door te gaan. Onze dans is een wapen, een handreiking.

    Hoe meer stekels de zee-egel heeft, hoe meer voor ons om op te staan. Hoe meer stekels, hoe beter de egel waarnemen kan.

    Ik meende dat het vuur onder de rok een eigenschap was om trots op te zijn. Het blijkt een ziekte. Vuur vreet aan een oranje overall.

    Ons lichaam is een lege deurpost, zonder muur, zonder tralies, op een strand. Veeg je voeten in het zand voor je de stap richting zee zet.

    Schermafbeelding-2014-12-23-om-13-28-28

    En iedere poëziebundel verdient een Facebookoproep van Amnesty International. U kunt hier straks betalen en tekenen voor de vrijlating van:

    A. De boom uit uw lichaam
    B. De zee uit uw lichaam
    C. De spijt uit het water

    Wie dit boek leest, koopt het beste eerst een avocado en snijdt hem in twee helften die hij aan weerszijden naast het boek legt. Wie dit boek gaat lezen wordt een hoog en leeg kozijn waar de wind doorheen zingt.

    You simply breathe in through your nose for four seconds, hold your breath for seven seconds, and exhale through your mouth for eight seconds – Poëzie, inleidingen en zee-egels moeten nuttig zijn. Dit laatste was een oefening om te leren slapen.

    Lies, van harte en dank voor dit mooie nieuwe lichaam!

    Zand-op-een-zeebed

    Zand op een zeebed
    Lies van Gasse
    Uitgeverij De Wereldbibliotheek
    16,7×24 cm.
    176 pagina's
    ISBN 9789028425866
    prijs € 29,95

    http://www.wereldbibliotheek.nl

    Op een beeldend vertelde reis door de jungle van de grootstad zoekt een vrouw naar de essentie van het menselijk bestaan.

     

    Een nieuwe 'graphic poem' van Lies Van Gasse, met intrigerende en schitterende schrijf- en schildertechniek.

  • In de Times of India van afgelopen maandag stond een cartoon waarvoor de auteur niet afgeschoten zal worden. De hoon was niet gericht op de islam maar op de betrekkingen tussen Amerika en India. Presidenten Obama en Modi brengen een militair saluut aan een parade. Twee besnorde mannen met speelgoedkatapulten in hun handen salueren vanuit hun tanks terug. “Mooi,” laat de tekenaar Modi tegen Obama zeggen, “kun je, nu ik je onze Made in Russia tanks heb laten zien, niet even tien procent korting geven op je Made in US tanks?”

    Tank

    Obama was in het land om de Dag van de Republiek te vieren. Op 26 januari 1950 werd de nieuwe grondwet ondertekend. Precies twintig jaar daarvoor was de onafhankelijkheid uitgeroepen, die in 1947 bereikt werd. Onder de vorige hooggeëerde gasten bevond zich de pas overleden koning Handjehak & Zweepslag Abdullah van Saoedi-Arabië.

    Op het vliegveld van Hyderabad merkten we dat de beveiliging was verhoogd. Onze koffers werden gescand bij het inchecken en daarna nog eens geopend en doorzocht. Dat ging met de Hyderabadaanse slag. Organisator Alexandra Büchler toverde tijdens het taxiën lachend een literfles water uit de tas, die ze vergeten was weg te gooien.

    Obama tekende verdragen over kernenergie en besprak nauwere militaire samenwerking, onder meer met betrekking tot ‘safeguarding’ de Zuid-Chinese Zee. In het gastenboek bij het Gandhi-gedenkteken schreef hij dat we altijd in diens geest van liefde en vrede moeten leven. Kort daarvoor werd aan de grens met Pakistan wat heen en weer geschoten. Niemand raakte gewond. De aandelen in kogels stegen.

    Je vraagt je af wat alle toezeggingen van India waard zullen zijn. Er hangen hier boven de wegen borden met “follow traffic rules”, waar niemand zich aan houdt. Als je een drukke straat over wilt steken, kun je beter eerst een goede verzekering afsluiten en dan snel een schietgebedje prevelen.

    Dichter David Greenslade uit Wales vertelde me dat men hier onbekend is met het fenomeen jaknikken. Op alles dat je de Indiër vraagt, reageert hij met een soort knikkebollen dat staat voor “ik heb je gehoord” en “misschien ga ik het doen, maar het kan even duren.”

    Voor vrouwen is het weer anders, zeker in het geval ze alcohol bestellen. Toen wij laat op de avond een biertje wilden drinken in een hotelkamer, werden de extra glazen of de opener waar we om hadden gevraagd nooit gebracht. Er was wel op geknikkebold, maar het was een vrouw die de opener had besteld, dus helaas. Vrouwen zijn door dit soort akkefietjes zeer bekwaam geworden in het uitkafferen van personeel. Waarop dan weer angstig wordt geknikkebold en beterschap wordt beloofd.

    Mocht Hillary in 2020 na gastenboek en tankparade een potje kingfisher willen opentrekken, kan ze maar beter Bill meenemen. 

    King

  • In India passen er vijf mensen op een motor. Ik zag een volledig gezin met de vader aan het stuur, voor en achter hem een zoontje en helemaal achterop de moeder met een dochtertje van twee, dat niet in haar arm lag maar op haar amazoneschoot stond en aan een moederlijke arm vrolijk het wild claxonerende verkeer beschouwde.

    Sja

    In een van die vele toeterende auto’s zat ik, samen met de Tsjechische organisator Alexandra Büchler, die in Manchester woont, naast haar Tsjechische ook over een Australisch paspoort beschikt en staatsburger is van Griekenland. “Ja, dat moet ik toch misschien eens opzeggen,” zei ze bij de koffie.

    De andere passagier was David Greenslade, een zestigjarige dichter uit Wales die leraar was geweest in Oman en in Japan drie jaar lang het boeddhisme had bestudeerd. `s Avonds toen wegens muggen de sessie lachyoga verviel op het kunstgrasveld achter het hotel, vroeg hij mij twee punten van een grote lap stof vast te houden. Als ‘action’ werd ik totaal ingewikkeld als een kunstwerk van Christo. Ik voelde me geborgen.

    Da
    Dichters David Greenslade en Heike Fiedler in de generale voor het optreden

    Büchler, Greenslade en ik zijn de enige hotelgasten die zich in het kleine zwembad wagen. Het is winter voor de Indiërs en zij vinden vijfentwintig graden veel te koud. Regelmatig worden we aangestaard door mannen die van het buitenbuffet genieten en met een arm op elkaars schouder wat staan te kletsen. Zij maken onderdeel uit van een typisch Indiaas fenomeen. Als beloning voor hun prestaties mogen ze van hun baas deelnemen aan een ‘salesconference’ waar ze los van hun vrouwen een gezellige tijd hebben met elkaar. Het ziet er vrij tam uit. ’s Nachts heb ik geen enkele dronken verkoper door de gang horen lallen.

    “Zonen zijn goden voor hun moeders,” zegt de Indiase dichteres Sampurna Chattarji als we na een dag vertalen drank uit elkaars landen proeven. We praten over de wreedheid van mannen tegen vrouwen, over de ongelijkheid en de verkrachtingen, waarover wij in het Westen wel iets horen, maar nog lang niet de helft. “De zonen zijn goden voor hun moeders. Tegen de dochters zeggen ze dat ze dood hadden moeten gaan voor ze geboren werden.” We zwijgen en nemen nog een slok van de Becherovka, een Tsjechische kruidenlikeur die  de dertiende bron wordt genoemd. Volgens doktoren is Becherovka even geneeskrachtig als het helende water uit de andere twaalf natuurlijke bronnen die het land rijk is. Büchler adviseert ons ’s ochtends een glaasje te nemen ter voorkoming van de Delhibelly.

    Het is prima baantjes trekken op mijn Sonnema, terwijl ik bekeken word door volwassen mannen op schoolreis. Bovendien is er genoeg om over na te denken. Bijvoorbeeld over de moeder en haar zwaaiende dochtertje achterop de motor. Het was aan één arm, maar haar moeder hield haar goed vast.

    Ma

    Met dank aan het Nederlands Letterenfonds en de Douwe Kalma Stifiting voor het mogelijk maken van mijn deelname aan deze reis, optredens en workshop.

  • In 2000, toen er in de Twin Towers nog volop handel werd bedreven, complottheoretici en de mensen achter de complottheoretici even uit hun neus aten en mijn mailadres nog t.p.bruinja@let.rug.nl was, organiseerde ik met dichteres Maria van Daalen het poëziefestival No(o)rdschrift. Dit festival dat ook in Bremen en Leeuwarden plaatsvond, bood een podium aan alle talen en dialecten die gesproken worden tussen Leeuwarden en Bremen, van het Liwwadders tot aan het Plattdeutsch.

    Plt

    Ik moest denken aan No(o)rdschrift om meerdere redenen. De eerste reden is mijn reis naar India. Naast het voordragen van gedichten in het Fries, Nederlands en Engels, zal ik daar deelnemen aan een vertaalworkshop met dichters die schrijven in het Welsh, Duits, Portugees en de Indiase taal Kannada (ook wel ಕನ್ನಡ), een van de oudste Dravidische talen die door een kleine 38 miljoen sprekers wordt gebezigd.

    Eigenlijk kun je wat we gaan doen geen vertalen noemen. We werken allemaal met gemankeerde Engelse werkvertalingen die we tijdens de workshop bevragen en repareren, waardoor je uiteindelijk niet op een perfecte vertaling uitkomt, maar wel meer over de oorspronkelijke taal en de poëzie leert. Er zullen onder die 38 miljoen ಕನ್ನಡ sprekers bovendien weinig Friezen zitten die de Kannada dichteres Mamta Sagar kunnen laten zeggen: ‘Skaden dy’t te gean kaam binne / fan de stêd fan it Ljocht / ferlieze harren skaaimerken yn tsjusterens / meitsje de haat ûngedien / lykas wetter dat har mingt mei wetter.”

    Ook voor No(o)rdschrift nodigden we dichters uit om een vertaling te maken. We vroegen de deelnemers om ‘Sneeuwsonnet’ van C.O. Jellema ‘over te zetten’. De eerste regel “Toen ik, kind nog, door hoge vensters dromend” werd in het Fries van Albertina Soepboer “Doe’t ik bern wie, yn hege finsters dreamend”. In het Gronings van Peter Visser stond er “Dou ik, nog kiend, bie hoge roamen ston” (Visser verplaatste de ‘dreumerij’ naar de derde regel) en in het Plattdeutsch van Carl V. Scholz lazen we “Damals ik, Kind noch, drömern dör hoge Finster / sehg”.

    Syn

    De vertalingen werden voor een geïnteresseerd publiek voorgelezen en besproken in de Synagoge in de Folkingestraat. Zo’n vijfenvijftig jaar na De Tweede Wereldoorlog moest dat kunnen, leek ons. Maar een week voor het festival kwam er een brief binnen. Het dromende kind uit Jellema’s ‘Sneeuwsonnet’ kreeg onverwacht een Joods broertje.

    In spijkerschrift werd ons in dat epistel een akelig verhaal verteld van een jongetje dat in een concentratiekamp brood had gestolen en daarvoor terecht werd gesteld. Ik snapte niet wat ik ermee aan moest. Was dit een bedreiging? Waar stond het jongetje voor? Van Daalen en ik brachten de brief naar de politie en hebben er niets meer over gehoord. Die brief was de andere reden waarom ik de afgelopen week aan aan No(o)rdschrift moest denken. Je suis menacé light.

    Synagoge

    SNEEUWSONNET

     

    Toen ik, kind nog, door hoge vensters dromend
    over de gracht heen zag besneeuwde velden
    daarachter als oneindig, me voorstelde
    hoe als een zwerver uit de verte komend

     

    ik naar dat huis keek: achter lege ramen
    het wit gezicht van iemand die er woonde
    en woof – zo, in mijzelf terug, beloonde
    ik mijn aanwezigheid in stille kamer. 

     

    Vroeger is sneeuw; die kleine tijd van jaren
    toedekkend lijkt wit warm, en je mag hopen
    dat iemand uit een einder aan komt lopen,

     

    zoals je wilde dat nu bij je waren
    die niet meer zijn – hun vlakke land hetzelfde,
    alsook hun hemel die dat overwelfde.

    C.O. Jellema
    Uit “Droomtijd” (Querido, 1999)

     

  • Gisteren plaatste ik de vertalingen van enkele gedichten van de Friese dichter Eppie Dam. Hieronder het tweede deel van die vertalingen. De Friese lezers raad ik aan om de bundel Fallend Ljocht, waar deze gedichten uit komen, aan te schaffen.

    Ik heb de vertalingen, die door de auteur zelf gemaakt zijn, afgewisseld met voordrachten van de Friese dichters Abe de Vries en Elske Kampen uit Fallend Ljocht, gemaakt voor de website van het tijdschrift De Moanne.

    Dam lijdt aan de ziekte van Huntington en moet het daardoor rustig aan doen, vandaar (en vooral vanwege de grote literaire kwaliteit van deze gedichten) zetten wij ons in voor het vergroten van Dams publiek. 

    Wrm

    WIST DAT HET KWAM

    Wurmpje Europa krimpt door de crisis,
    oud vel zoekt zijn heil bij een top euroloog;
    ik, niet meer wetend wat winst of verlies is,
    vraag aan de neuro hoeveel ik bewoog.

    ’t Lijkt al aan armen en benen te schorten.
    Wist dat het kwam, maar wie had voorspeld
    dat ik mijn hoofd nog de baas moest worden
    nu zich crisis na crisis meldt – 

     

    KWABJEMANS VISIE

       Mein Gehirn ist meine Dornenkrone
                                                Herbert Falken

    ’k Las in uw breinboek, waarde doctor, echt,
    dat zoals ooit de kerken door de classis,
    ik geregeerd word door m’n eigen harses.
    Maar kwabjeman, is daar alles mee gezegd?

    Hebt u niet zelf aan banden ons gelegd,
    de scepter zwaaiend op uw berg Parnassus?
    Wat is uw weerwoord als een schepsel dwars is
    en eigen wil kwam in een kop terecht?

    Precies als u, meneer, ben ik een knaap,
    genoeg verstand om wel zo vrij te denken
    als wat aan driften opkomt bij de aap.

    Ik ken mijn mechanismen en instincten,
    maar slaaf – ? Ik vraag het recht voor de raap:
    uit wie z’n koker komt dit, Swaab?        

    *

    AAN DE GENMUTATIE OP CHROMOSOOM 4

                I

    Ik ken je niet, jij mij des te beter,
    en anders wel mijn opa zaliger, die van die rare slinger
    waarmee hij keer op keer te water raakte als hij dacht
    dat naast de loopplank nog een loopplank was, geregeld
    misgreep als hij losjesweg een dampaal wilde ronden,
    maar intussen alweer kroos hapte en stekelbaarzen
    in zijn gele borstrok ving. Hij heeft jou nooit gekend, maar
    al struikelend het graf gevonden, en wij ons later schamen   
    voor ons commentaar, onwetend en nog splinterjong.

                II

    Ik ken je niet, jij mij des te beter,
    en anders wel mijn Theun-oom zaliger, de boer die staande
    aan het halster van zijn bovenlanders paardenrust ervoer,
    maar later steigerde toen de bokkejaren ruiterstokken
    van zijn onderdanen maakten. Hij wist dat het kwam
    en door wie. Jij, spakensteker in de wielen van de sjees –
    hij heeft van drempelvrees geweten, jou gekend aan botten-
    stremsel en blokkades, op de fokkershand de rem gevoeld
    die ooit de veulenbrieven tekende met een zwierige Th.    

                 III

    Ik ken je niet, jij mij des te beter,
    en anders wel mijn moeder bijna zaliger, die verlegen
    met je is, maar intussen zo vertrouwd dat ze je naam als
    eigen noemt, zichzelf in ’t reine brengend met haar morsen,
    als was je aangetrouwd en nam ze je grofheid voor lief. Zij
    die allure zocht, goed en goud, bont en dure stoffen kocht,
    haar heb ik gekend als ongemeen schoon en van nature
    eisend. Aldoor minder geeft ze voor zichzelf, slijt met jou
    haar effen dagen, amper troost aan slabben en doekjes.        

                 IV        

    Ik ken je niet, jij mij des te beter,
    en anders zeg je nu maar hoe en wat, dan weten we dat.
    Ik heb je van verre, van horen en zeggen en zien,
    straks uit eigen ondervinden, al zal dit erfelijk perspectief
    mij enkel binden aan je ongerief, geen dag weer aan een zwart
    en afgezworen geloof van aangeboren delen in verderfelijkheid.
    Een schepsel moet niet klagen over koortsen die hem jagen:
    het bloed geeft talent en tekort, begin en eindigheid door.
    Zo staat het ervoor. Maar ik had m’n hoofd willen sparen. 

     

     

    AAN DE SLAK IN MIJN TUIN

    Trage slak, 

    zonder ratel van rupsbanden kom je aanzetten,
    je fluwelen kistjes één en al pantoffel – guerrilla
    over stilgehouden paden.

    Men ziet geen been
    in een week en slepend lijf, ruggegraat
    noch kaken in een weggemoffeld bekje –
    niemand loopt zo naakt als jij. 

    Maar al kruipend ken je je doel al,
    ogen op steeltjes, de stiekeme neus
    van de landverkenner –
    en als ik even niet kijk, ben je verder dan ik dacht.

    Jij, op kousenvoeten gaande gast,
    als dit de tuin is waar je wezen moet

    en rechtstreeks
    gaat je sluipspoor naar de bloemkool toe

    laat er nog iets van over.

     

    IMG_9751

     

    MAAR DAT LATER MIJN KOP

    De dag dat ik het van je opvreten mag
    en aan woorden geen beet krijgen kan,
    op drinken geen slok, van eten geen hap –
    ik zweer je, daar lig ik niet wakker van.

    Heb mijn twijfel, meer dan vermoedens
    van manie, depressie en dwang
    – jij staat niet bekend om je goedheid –
    maar ook daarvoor ben ik niet bang.

    Maar dat later mijn kop massieve ideeën
    in plaats van abstracties de ruimte biedt,
    ik bid alle goden, fakirs en feeën:
    dat niet.    

     

    Eppiedam_portret_boekfandemoanne

    Foto door Wim de Vries
    Bron: http://www.boekfandemoanne.nl/skriuwer-fan-de-moanne

    Meer over Eppie Dam online:

    http://www.sirkwy.nl/titel/533#.VLYxYiuG8xI - informatie over de dichter op Sirkwy

    http://home.planet.nl/~meul2882/fries/Dam,Eppie.html - recensies door Jelle van der Meulen

    http://www.demoanne.nl/ - Fallend Ljocht is boek van de maand. Op deze site staat een interview met de dichter en meer opnames van gedichten uit de bundel door collega's.

    http://www.annemiekschrijver.nl/geen-categorie/huis-om-stil-te-zijn/ – Gedicht met vertaling op de website van presentatrice Annemiek Schrijver.

    Eppie Dam schrijft poëzierecensies voor de Leeuwarder Courant. Dichter en blogger Cornelis van der Wal maakte een handig overzicht van die recensies met links:

    http://www.wegmetderandstad.nl/wordpress/?page_id=662

  • Vorig jaar kwam de prachtige bundel Fallend Ljocht / Vallend Licht uit van de Friese dichter Eppie Dam. Ik schreef er destijds een enthousiaste recensie over voor de Leeuwarder Courant. Dam vertaalde dat stuk en hij maakte een aantal Nederlandse vertalingen van de gedichten uit de bundel. Die vertalingen plaats ik hier met zijn toestemming, evenals een voordracht van een van zijn gedichten door mijzelf.

    Dam lijdt aan de ziekte van Huntington en moet het daardoor rustig aan doen, waardoor het voor hem bijvoorbeeld lastig is om zelf zo'n opname te maken of om allerlei activiteiten te ontplooien op internet. Vandaar dat ik zijn werk hier graag een podium bied.

    Laten we beginnen met Heer Huntington zelf:

     Foto: Wim de Vries – www.devriesenluiks.nl

    De vertaling van dit gedicht:

    HET IS GRIJS EN HET ZIT IN JE HOOFD 

    Het is grijs en het zit in je hoofd.
    Het is een raadsel, zoveel is bekend,
    en het komt voor bij vijftienhonderd mensen.
    Geen nationale trend, al komt het vaker voor
    bij volk van Nijkerk, Elburg, Harderwijk
    (‘Die foveluwe naait z'n eigen bloed’)
    en wonderlijk genoeg, zo wil een onderzoek,
    vaker in Amsterdam en Rotterdam,
    Katwijk, Den Haag, en maar al te graag
    in de Friese Zuidwesthoek.

    Diagonaal het land doorkruisend, ben ik verhuisd
    naar waar ik vandaan kom: de verschuilhoek,
    waar taal niets opheeft met mysteries,
    raadsels laag in aanzien staan
    en van jongs af aan de wereld dichtgeplakt zat
    met oude Kollumers: Nieuwsblad Noordoost-
    Friesland – maar zodra je even je hielen licht,
    een krant net zo open en kleurig als wat.

    Ik wist waar het heenging en wie ik daar vond:
    De Schim – ik kende hem –
    die eerder in het geniep zijn crue verschijning
    al aangekondigd had,
                                  hier nu, beleefd
    als een scharensliep die bleef, voor de deur stond,
    zichzelf verwelkomde en afficheerde als heer.

    Meneer volgens afspraak en zonder verwensing
    ontvangen. Hem op de drempel
    een fluim voor de voeten gemikt –
    maar ik spuugde hem niet in het gezicht.

    Het is grijs en het zit in je hoofd, het is een raadsel,
    bekend bij een klein publiek: het komt voor bij één
    op de tienduizend – mijn bescheiden
    aandeel in de statistiek.        

    Eppie Dam

    T

    De door Dam vertaalde recensie over Fallend Ljocht

    Krom en tweespaltig heb ik gezongen

    In 1872 schreef een Amerikaanse huisarts over vreemde bewegingen die zijn patiënten maakten. De zieken leken soms wel dansers, en dus noemde Huntington de aandoening ‘chorea’. Die dans, die later naar zijn ontdekker werd genoemd, is zich nu meester aan het maken van de dichter Eppie Dam. Dam heeft de dans aangenomen, maar niet zonder zijn partner nog een paar nieuwe pasjes te leren, namelijk die van zijn  licht-humoristische, melancholieke en zoekende poëzie.

    Eerder schreef Dam prachtige bundels over zijn vader en moeder. De dood was nooit ver weg, en liefde en acceptatie niet altijd even vanzelfsprekend. Bovendien verkende Dam met enige regelmaat de omgeving van het Kollumerpomp van zijn kinderjaren. Nu staat de toekomst voor de deur en die belooft niet veels goeds voor een man die het vaak van zijn hoofd moet hebben.

    “Ik wist waar het heenging en wie ik daar vond: / De Schim – ik kende hem – / die eerder in het geniep zijn crue verschijning / al aangekondigd had, / hier nu, beleefd / als een scharensliep die bleef, voor de deur stond, / zichzelf verwelkomde en afficheerde als heer.”

    Een mooi beeld heeft Dam hier gekozen voor de onwelkome gast, die er later voor zal zorgen dat hij “aan woorden geen beet krijgen kan”. Dat die ‘heer H.’ hem de teugels uit handen zal nemen, vindt de dichter niet het ergste. Hij vreest vooral dat zijn kop “massieve ideeën in plaats van abstracties de ruimte” zal geven.

    Fpb-fallend_ljocht

    Gelukkig heeft Dams danspartner nog niet de leiding. Voor abstracties en twijfel is in deze bundel ruimschoots plaats, bijvoorbeeld in het magnifieke vers Slotgebed waarin Dam de lange relatie met zijn god onderzoekt. Hij heeft hem “liefgehad zoals een kind dat kan, / met losse handen” én hij heeft “afstand genomen”, “als dichter haast uw tegenstrever”. Toch is het uiteindelijk aan “Hem” om uit te leggen” of Dam “heilige” of “heiden” is, misschien “beide”. De toon van dit grote gesprek is volwassen. Het wordt nooit week of onderdanig, maar het vers had wat mij betreft mogen eindigen met de twee voorlaatste regels “krom en tweespaltig / heb ik gezongen zoals ik liep”. “Maar noem het niet wanstaltig” waar het vers nu mee eindigt, wordt me te veel gedicteerd door het rijm met ‘tweespaltig’. Het zet een te dikke punt.

    Verder geen klachten. Als de scharensliep Huntington al iets geslepen heeft dan zijn het de zoekende woorden van Dam, die hij wonderlijk knap in het gareel houdt.

    Tsead Bruinja – Leeuwarder Courant, 15 augustus 2014

    Afb_scheeresliep_scharenslijper_bew

    Als toetje drie gedichten. Morgen zal ik er nog een aantal plaatsen:

    NOG EEN GELUK 

    Nog een geluk
       dat je alleen je eigen gedichten hoeft te schrijven.
    Stel je voor dat weidehommels behalve gonzen moesten blaffen
       en de doffe roerdomp loeide ’s nachts drietonig in ’t moeras.
    Eén uithaal van de oude haan zet roos en ramen open, en
       zit een koe rechtop dan geeft ze geen poot als een hond.

    Nog een geluk
       dat je alleen je eigen gedachten hoeft te hebben.
    Je kon je lol nog op, kreeg je die van paus en pias erbij.
       Een mens werd gauw krankjorum met de kop van Wilders.
    Wat moet een rifhaai met de hersens van een haas en andersom? 
       Ieder heeft voldoende stof tot denken, kijk naar de bomen. 

    Nog een geluk
       dat je alleen je eigen geduchten hoeft te vrezen.
    Vluchten zou je, kwelden je de spoken van een ander.
       Weet een leek wat het is, levenslang te zijn wie je bent?
    Wees niet bang voor Swaab en de namen in ’t register:
       het gros van kwalen en fobieën gaat je deur voorbij.

    Die van mij zag ik aankomen: heer H.,
       taalkundig technicus met humor,
    die draadjes verwisselt waar ik niet bij ben.
       Nog een geluk dat hij me in de mond legt
    dat ik gezond van leef en lijden ben, en ik zo monter
       dat ik me beroep op het wonder van de verspreking. 

    *

    EEN HEER GEVRAAGD OM EEN HINT

    Had het open gezegd, heer Huntington,
    recht in het gezicht het blijvend effect.
    Ik loop niet weg – alsof ik dat kon –
    dus toon me ronduit je duivels traject.

    Wellicht dat een hint al helderheid geeft.
    Jij bent immers thuis in ’t grijs labyrint
    dat zelf zijn duistere netwerken heeft.
    Zeg niet dat je mijn obstakels niet kent.

    Ik sta aan ’t begin; jij weet van het eind.
    Gun mij een doorkijk, zolang het duurt;
    dan ga ik mijn bochten blind-omheind,
    door de bomen het bos in gestuurd.

    6a010536807f4d970b01a73e066553970d
    Foto door Reyer Boxem
    http://www.reyerboxem.nl/

    WELLUIDEND GRIEKS

    Het is de dans die ik niet ontspringen kan.
    Hij houdt er een te glorieuze naam op na:
    Chorea Huntingtonea –
    al worden dichters daar nog anders van.

    Ik bijt op mijn tanden, wil kijken of
    alles nog bekt zonder klitten,
    als wist ik geen tongbreker-oefenstof
    dan die me ooit in de kleren gaat zitten.

    Welluidend Grieks, ik heb je genekt
    nu mijn gehemelte, huig en lippen
    je valse aria nog knauwend correct
    in acht gearticuleerde stukjes knippen.

     

    Meer over Eppie Dam online:

    http://www.sirkwy.nl/titel/533#.VLYxYiuG8xI – informatie over de dichter op Sirkwy

    http://home.planet.nl/~meul2882/fries/Dam,Eppie.html – recensies door Jelle van der Meulen

    http://www.demoanne.nl/Fallend Ljocht is boek van de maand. Op deze site staat een interview met de dichter en meer opnames van gedichten uit de bundel door collega's.

    Morgen meer Eppie Dam!

  • Voor enkele tientallen euro’s had u uw haar naar de maan kunnen laten vliegen. U had dan via crowdfundingsite Kickstarter moeten investeren in Lunar Mission One, een wetenschappelijke onbemande missie naar de maan. Men wil daar diepe gaten boren om erachter te komen of het waar is dat de maan gevormd is uit hetzelfde kosmische puin als de aarde. Het ‘target’ van 600.000 Engelse ponden werd met gemak gehaald, waardoor de ‘pledgers’ nu gerechtigd zijn om een haar en hun favoriete gedigitaliseerde herinneringen mee te sturen met de Lunar Mission One. Tot in de eeuwigheid kunnen buitenaardse wezens straks kijken naar bruiloftreportages en indrukwekkende sportprestaties, waaronder hopelijk ook enkele Amerikaanse hamburgereetwedstrijden.

     

    Een astroïdestorm zou echter wel eens roet in over onze hamburgers kunnen strooien, las ik op de website Classic Rock. De Nostradamus van dienst was Queengitarist en sterrenkundige Brian May, die met drummer Roger Taylor en American Idol Adam Lambert druk bezig is zijn oude band nieuw leven in te blazen. May heeft ervoor gestudeerd en verkoopt geen onzin. Maar vreest u niet. Dwergster Hip 85605 zal pas 500.000 jaar na het laatste concert van Queen dichtbij genoeg zijn om astroïden richting maan en aarde te duwen, “mama mia mama mia, Figaro.”

     

    Ook Afrika wil naar de maan, zo blijkt uit een artikel in de Guardian. Africa2moon roept mensen op te investeren in hun project dat niet alleen het gigantische continent zou kunnen verenigen, maar dat er ook voor zou kunnen zorgen dat er minder afgestudeerde Afrikanen richting Amerika en Europa vertrekken. Bovendien wil Africa2moon via een videoverbinding schoolkinderen inzicht geven in het maanonderzoek. Africa2moon zou daarmee de ambitie en eigenwaarde van Afrikaanse kinderen enorm kunnen stimuleren. Mandla Maseko, een Zuid-Afrikaanse DJ uit een van de townships, won  een plaatsje aan boord van de maanreis. Hij voltooide een aantal fysiek zware tests, waaronder een parachutesprong van grote hoogte en blootstelling aan hoge g-krachten in het vliegtuig ‘The Vomit Comet’. Maseko’s hardwerkende moeder hoefde geen extra wasje te draaien en was trots.

    IFlyVomitComet_logo

    Ik heb mijn portemonnee en haar nog niet getrokken voor Lunar Mission One of Africa2moon. Misschien heeft dat te maken met mijn ervaringen op de kleuterschool te Damwoude. Bas Kuipers uit Broeksterwoude maakte me destijds wijs dat we witte besjes moesten verzamelen, waarmee hij een space shuttle zou maken. De bouw van dat Friese ruimteschip zou zich in een vergevorderd stadium bevinden, maar ik mocht het niet zien. Ik bleef plukken. Toen ik eindelijk een kijkje mocht nemen in de garage van te Broeksterwoude was het ruimteschip onvindbaar. Ik was echter nog niet genezen van mijn goedgelovigheid. Met gemak overtuigde Bas mij van de rein- en veiligheid van een blauwe dreksloot achter zijn huis, waar we tussen de ratten onder een dam door zwommen. Ik ben een jonge goedgelovige ruimtereiziger.

    Rr
    Bron afbeelding: http://www.audiotool.com/track/space_rat/

    Deze column stond op 9-1-2015 in de Leeuwarder Courant - http://www.lc.nl/

  • Er suist de laatste dagen een goed voornemen door mijn hoofd. Ik wil mij minder druk maken over de toekomst en meer in het moment leven. Waarschijnlijk wordt dit voornemen gevoed door zenuwen die al maanden door mijn lijf gieren wegens een aanstaand bezoek aan India voor een festival en een vertaalworkshop. Ik zeg altijd ja tegen dit soort uitnodigingen. Ze strelen mijn ijdelheid. Daarna komen de aanstellerige rampvisioenen. Wat gebeurt er als ik de terugvlucht mis? Hoe moet het met de hurkie-hurkie?

    Ons gezin reisde nooit veel verder dan naar Ruurlo in de Achterhoek. Daar klapten we in de zomer de vouwcaravan uit bij boerenfamilie Koeslag. Mijn vader kon er een beetje trekkerrijden en in zijn steenkolen Achterhoeks zwetsen met boer Jan. Wij bezochten het kasteel van kinderserie de Zevensprong en visten met stoere schoonzoon Freek, die bij Aviko werkte en ovenfriet mee naar huis nam. In de voortent stond dezelfde macaroni met satésaus, gebakken ei en honig kruidenmix op tafel als thuis.

    Later werd mij op school de kans geboden om op excursie te gaan naar Praag, Berlijn of Parijs. Het bier zou goedkoop zijn, misschien was er een kans om in een overmoedige dronken bui dat ene klasgenootje de liefde te verklaren en ik zou aan mijn talen kunnen werken. Ik moest het wel zelf betalen. Tegen mijn docenten zei ik dat ik het geld er niet voor had. Dat was deels waar. Ik kon het misschien net opbrengen. Maar ik was schijterig; bang voor het vreemde.  Mijn supermarktloon ging op aan cd’s, waterig discotheekbier en merkkleding.

    Als rechtgeaard pessimist verwacht ik dat ik er veel mis kan gaan, ook voorafgaand aan de reis, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een visum. Van collega Erik Lindner kreeg ik verhalen te horen over mensen die naar huis werden gestuurd omdat ze een recent bankafschrift waren vergeten of net iets te ver buiten het vereiste vakje hadden geschreven. Ik maakte me er goed druk over en ging extra vroeg op weg naar Den Haag. De valeriaan van de nacht ervoor fluisterde door mijn bloed.

    De zorgen bleken terecht. Op een formulier van het Nederlands Letterenfonds, dat samen met De Douwe Kalma Stifting zo vriendelijk is om mijn reis te ondersteunen, ontbrak een handtekening. Bij het traagste internetcafé van Den Haag, handig naast het visumbureau gelegen, kon ik de getekende brief alsnog printen, terwijl de nurkse medewerker instructiefilmpjes afspeelde over het maken van surprises. De ramp was te overzien.

    Ik kijk door de verkeerde bril naar de toekomst en vergeet hoe leuk het is om in een nieuw land voor te lezen.De reis zal vast inspirerend zijn. Ik zal u er verslag van doen. Nu maak ik me alleen nog zorgen of ik straks wel iets te vertellen zal hebben. 

    Visum

  • 01_mei_mitros_stA-1600x900

    2016 – keramiek – Woontoren De Verkenner, Kanaleneiland, Utrecht
    16 originele tegels van 15 x 40 cm, staand. Totale productieaantal: 13.000 stuks.

    "Voor de nieuwe Utrechtse woontoren De Verkenner heeft Robert Winkel van Mei Architecten en Stedenbouwers Milou van Ham uitgedaagd om met tekst een dramatische laag aan te brengen in zijn gebouw. Het gebouw spreekt de lezer als het ware aan of toe. Samen met Tsead Bruinja schreef Milou de zestien dichtregels. Anticiperend op het frezen van de mal, het gieten van de stempel en het stempelen in de klei, ontwierpen Moniek Driesse en Van Ham voor Rozen & beton een uniek alfabet. Elke tekst heeft een eigen achtergrond. De gevel wordt bekleed met betonnen gevelelementen waarin keramische tegels zijn opgenomen. De tegels worden geproduceerd door Koninklijke Tichelaar, Makkum, die tijdens de productie van de tegels teksten stempelt in de klei.

    Begin 2016 wordt De Verkenner opgeleverd."

    Bron: http://www.milouvanham.com/cv.htm?language=nl

    Tegel2

    Tegel6

    Een pdf met een preview van het project is te bekijken via http://www.milouvanham.com/mmbase/attachments/session=cloud_mmbase+6678/Preview_Rozen&Beton.pdf

    Brok\

    Ik werkte eerder met Milou van Ham o.a. aan de Schrijverswijk te Leiden:

    Letters_leiden_b

    Zigzag, glimlach