• NU DAN DE NEDERLAAG GELEDEN IS

    xu lihzi liep langs het spoor 
    tot hij bij de stad 
    tot hij bij de lopende band
    tot hij bij de plek aankwam
    waar hij zijn jeugd en lichaam inruilde
    voor een stofsmogstofhoest
    en een leven dat hem koud liet
    beide propte hij in een schandalig gedicht
    dat op een website staat
    lieplangs het spoor

    xu lizhi leek volgens de dorpsoudsten 
    op zijn grootvader bamboestok 
    die van het oplossen van raadsels hield
    duivelse japanners hebbben hem levend verbrand
    snippers 1943 su-hu-lingers

    xu lihzi dunne klerenhanger 
    volgens de dorpsoudsten liep hij langs het spoor
    tot hij bij zijn stad aankwam 
    waar zelfs de machines in slaap sukkelen
    de ma’ahn van ijzer is
    een vierkante kamer
    beät hij besliep hij bescheet hij bedacht hij
    beschreef xu zonder zon
    en ging maar niet dood loonstrook
    als hij een raam opent
    verschuift hij het deksel van een kist
    loonstrook

    xu lihzi liepin zijn laatste schandalige gedicht loonstrook
    zegt ‘ie dat ‘ie nog een keer de oceaan wil zien
    een berg wil beklimmen 
    dat hij zijn verloren ziel terug zou willen roepen intercom
    maar dat hem het niet lukt
    intercom
    dat we niet rouwig hoeven te zijn
    het was prima toen hij kwam intercom
    het was prima toen hij ging
    prima de xu lihzi nam stappen 
    toen hij niet door de bibliotheek werd aangenomen
    kloonstrook intercom spoor

    nu is er een xu aan de wereld ontsnapt
    die van zijn raam een deur makte
    van de straat een gr’f

    en ik lig er niet wakker van 6.0

    Xu_lizhi

    Dit is het vijftiende gedicht in 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden' (Cossee, sept. 2015)

    Ik schreef het naar aanleiding van een link die de dichter Frank Keizer deelde op Facebook en vanwege uit uitnodiging voor het Herman Gorter Festival te Balk eind 2014.

    Meer over Xu Lizhi:

    libcom.org/blog/xulizhi-foxconn-suicide-poetry

     

    Het gedicht van Gorter waaraan ik de titel heb ontleend:

    Nu dan de nederlaag geleden is,
    En d’arbeiders teruggestoten zijn
    In der tirannie donkre duisternis,
    Nu wil ik zingen, zacht en hel en fijn,

    Hoe zij herstijgen uit bekommernis
    Weder naar der lichts goudenen zonneschijn
    Want mijn hart leeft hun leven. En ’t is wis
    Dat zij herstijgen zullen, sterk en rein.

    Zij zullen weder opvliegen ten hemel
    Van uit der slavernij diep donkre poel,
    Zij zullen zich verovren het gewemel

    Der aarde. Nu voor goed. Het Hoge Doel.
    Dit wil ik zingen in een gouden schijn.
    In nederlaag wil ik hun dichter zijn.

    Herman Gorter
    uit 'De Arbeidersraad'

  •  

    BOUILLON

    de chef dompelde haar jichtige voet
    in het warme water om de soep meer smaak te geven
    koks waren populair in de kampen

    deze brave burger zucht
    op de juiste momenten

    wanneer hij de krant leest
    bewondert hij de daadkracht
    geniet hij van de klachten

    de burgemeester aardt maar moeilijk
    in zijn tijdelijke woning

    wij zoeken een keurige en rustige plek die privacy biedt
    dacht je dat ik voor mijn plezier sliep
    in het bed van een ander?

    de sp-leider bejubelt zichzelf

    mijn eerste ervaring in de politiek
    was een fietsenrek dat bij het zwembad stond
    aan de overkant van een drukke straat
    het gemeentebestuur wilde de verplaatsing 
    op de begroting van het volgende jaar zetten
    toen heb ik op een avond met een hele club mensen
    het rek naar de overkant gesjouwd

    nog even en ik ga de poëzie in
    om de wereld te verbeteren

    Dit is het dertiende gedicht in 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden' (Cossee, sept. 2015). Het bevat uitspraken van de voormalige burgemeester van Utrecht, Aleid Wolfsen die een artikel in de krant tegen probeerde te houden over het feit dat hij twee woningen aanhield en een vroeg optreden van SP-voorman Emile Roemer die opRadio 1 pochte over zijn bijdrage aan de gemeentepolitiek.

    Fietsenrek

    'Bouillon' vormt een tweeluik met het veertiende gedicht in de bundel 'Ambtenaar' dat hieronder te lezen en beluisteren is.

    Meer over het akefietje van Wolfsen op www.bigwobber.nl/wp-content/uploa…515132851709.pdf

     

    AMBTENAAR

    hagelstenenvlooiencircus
    plankenkoorts op de terrastafel
    alle stunts in dit huwelijk 
    worden alleen nog uitgevoerd
    door de echtgenoten zelf

    dat het om vertrouwen gaat
    en het terugkrijgen van dat vertrouwen
    staat er in de krant

    het vertrouwen in de financiële instellingen
    komt te voet en gaat te paard

    maar het vertrouwen in de marokkaanse jongeren
    komt als een hollandse slak die tijdens een dropping
    ergens in het riffgebergte hopeloos verdwaald is geraakt
    hun aandeel zweeft tussen hemel en aarde

    de burgemeester verweert zich kranig

    omdat ik heel precies en zeer terughoudend gebruik maak
    van een breed toegepaste regel kan ik dit niet anders uitleggen
    dan als een doelbewuste manier om een schimmige sfeer
    te creëren rond mijn persoon

    ik kus je pensioen burgemeester

    ik ben dit huwelijk ingegaan 
    om onze stunts te verbeteren

     

  •  

    wat je met een stad kunt doen

    er bestaat een afrikaans volk dat gelooft
    dat ieder mens geboren wordt als goed mens
    als goed mens met simpele verlangens
    verlangend naar veiligheid liefde
    vrede geluk

    een stad wordt eerst een paar dagen gebombardeerd
    daarna worden er zelfmoordenaars op afgestuurd
    wanneer

    er bestaat een volk dat gelooft dat ieder mens
    geboren wordt als goed mens
    wanneer wanneer

    iemand iets verkeerds doet nemen ze die man mee
    nemen ze die vrouw mee naar het midden van de stad

             stam eromheen

    twee dagen lang noemen ze alle goede dingen
    die hij of zij gedaan heeft

    een stad wordt eerst een paar dagen gebombardeerd

    karretjes werden door de hettieten al gebruikt
    als wapens om hun vijanden mee te rammen
    in volle vaart

    de dichter is geen historicus
    de dichter is de conciërge van de tijd

    wanneer wanneer
    wanneer iemand iets verkeerds doet
    nemen ze die man of vrouw mee

    twee dagen lang noemen ze alle goede dingen
    die hij of zij gedaan heeft zodat de verbinding
    met hun ware aard weer tot stand komt
    om hen te herinneren aan wie ze zijn

    wanneer wanneer
    wanneer ze inzien waar ze van losgeraakt zijn
    roepen ze

    ik ben goed
    ik ben goed
    een stad

    wordt eerst een paar dagen gebombardeerd
    totdat wanneer

    in de middeleeuwen leenden arabieren
    van chinezen de slingerarm
    geen potten met buskruit maar aan ziektes overleden dieren
    werden de vestingmuren over gekatapulteerd

    ik wil niemand op ideeën brengen
    psssst kijk eens naar de mogelijkheden in west-afrika
    goede abu

    ik ben je historicus niet
    ik ben de conciërge van je tijd

    Dit is het twaalfde gedicht in 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden' (Cossee, sept. 2015). Eind september was ik vijf dagen lang gastschrijver van VPRO's Nooit Meer Slapen (www.vpro.nl/nooitmeerslapen.html). Dit was mijn eerste bijdrage.

    Ik had gelezen over de Afrikaanse stam, over de geschiedenis van wapens, over IS en luisterde naar de nieuwe cd van Magnus, waarop ik Tom Barman hoorde zingen: "The poet is the janitor of our time."

    Vandaag zocht ik nog eens naar het verhaal van die stam, zodat ik een link kon toevoegen. Er wordt door een aantal mensen beweerd dat het een hoax zou zijn en er niets van het verhaal klopt. Misschien moest ik dat nog in het gedicht verwerken.

    Thumb-sucking

    Daarna vond ik dit stuk over de Babemba stam:

    "In The Art of Forgiveness, Lovingkindness, and Peace, Jack Kornfield describes an African forgiveness ritual: 'In the Babemba tribe of South Africa, when a person acts irresponsibly or unjustly, he is placed in the center of the village, alone and unfettered. All work ceases, and every man, woman, and child in the village gathers in a large circle around the accused individual. Then each person in the tribe speaks to the accused, one at a time, each recalling the good things the person in the center of the circle has done in his lifetime. Every incident, every experience that can be recalled with any detail and accuracy, is recounted. All his positive attributes, good deeds, strengths, and kindnesses are recited carefully and at length. This tribal ceremony often lasts for several days. At the end, the tribal circle is broken, a joyous celebration takes place, and the person is symbolically and literally welcomed back into the tribe.'"

    Voorlopig laat ik het dus nog even staan. Ik ben je conciërge niet, ik ben de duimzuiger van je tijd.

  • Was net aan het lezen in de nieuwe bundel van Wouter Godijn, een dichter van wie ik veel geleerd heb. Zijn bundel De professor en de hyena (Contact) is een absolute aanrader.

    Wouter1
    Wouter2
    IMG_0002
    Vormgeving door Melle Hammer - http://www.mellehammer.nl/

    Tekst van de uitgever:

    "De wereld is beestachtig in de nieuwe dichtbundel van Wouter Godijn. Soms is een dier dood, soms zeer levend, soms is het bloederige drek, soms zo lief als moeder Teresa. In 'De professor en de hyena' ben je niet op je gemak, je hebt constant het gevoel dat je over je schouder moet kijken. Een teddybeer verandert in een hyena, en zelfs de tuin is niet veilig want daar zijn haaien. De enige geruststelling lijkt op te treden wanneer Godijn uit zijn rol stapt en als auteur de pen opneemt. Het was maar bedacht allemaal! Gek genoeg is ook dat bij Godijn geen echte geruststelling. Dit is poëzie waar je wakker van ligt."

    http://www.atlascontact.nl/boek/de-professor-en-de-hyena/

  •  

    DE VIS IS IN DE ZEE

    weiger 
    keur

    waarborg
    dat jij daar bent

    *

    ik dacht dat ik mezelf
    het lichaam in kon zingen
            wilde
    de vis de zee uit zingen
            hoorde
    om mijn benen
    tot aan mijn knie
            vonk

    vlieland 2012 warmste nacht
    ik zong mezelf mijn lichaam in
    via bladmuziek van anderen

    nam de naam de adem
    ik nam de angst

    één groot oor werd ik
    net zo lang
            tot ik mezelf mezelf
    mijn lichaam in zag zingen
            als koor
    kudde

    en ik verloor de lust
    mijn zicht op de vloedlijn
        liefde voor de kust

    kuilde het kussen
    wrong de daad

    dat ziet 'n ander anders hè
    kon toch geen kwaad?

    deed de dagen door als geen ander 
    als een leeg cadeau dat leegte bleef opgeven

    beroepsmatig dan
    verder halfbakken tot op het bot

    muizen maakten ruzie in 't plafond
    deze luie man zien werken kon op slot

    gaf liefde behalve als naam 
    doopte d'r om

    en zoveel sneller dan zij was sympathie
    maar nooit zo snel als het lied

    was niet bang de diepte in te gaan
    was bang dat diepte er niet was

    werkte vanuit de lucht aan een landingsbaan

    liefde muurvast

    nam het lied onder de armen
    liet het gaan

    trok 't uit een wrak
    (vakantiefoto's een slechte grap)

    stapte in de trein
    en liefde muurvast zei 
    je mag uitchecken
    maar niet vertrekken

    liep mee de pier op
    keek mee over de rand

    graaide in propvolle tas
    naar geschikt gereedschap

    wrikte kieuwen los
    zong in de kuil in de kuil
    met mijn gehuil

    en ze duwde me terug het water in

    ik dacht dat ik mezelf terug
    mijn lichaam in kon zingen

    maar jezelf terug
    je lichaam in zingen
    met een sprong
    begint

    *

    DE ZEE IN DE VIS

    toen
    kluis

    weiger
    keur

    waarborg
    dat jij daar bent

    Dit is het elfde gedicht uit 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden' (Cossee, sept. 2015).

    Begin januari 2013 vroeg Daphne de Heer van de SLAA mij of ik een avond samen wilde stellen met papieren- en podiumdichters. De avond zou plaats vinden in Podium Mozaïek in Bos en Lommer. Toen we eenmaal rond de tafel gingen zitten, zei of zong iemand iets dat leek op 'A love supreme' van John Coltrane, waardoor ik begon te fantaseren over de hoogste liefde. Coltrane was een spirituele muzikant die speelde alsof hij aan het bidden was en diezelfde intensiteit zou ik graag het publiek willen laten horen tijdens een avond met een aantal van mijn favoriete dichters, waaronder Piet Gerbrandy, Mark Boog en Maria van Daalen die gekoppeld werden aan spoken word artiesten als Justin Samgar, Yahmani Blackman, Janneke Rinzema en U.N.O.M.

     

    De koppels mailden elkaar en schreven nieuw werk over de hoogste liefde, over een religieuze manier van liefhebben, over god of geen god en ze deden dat met overgave.

    Op 20 februari lieten we ons nieuwe werk horen, afgewisseld door gospelzang van Clifton Grep en onder regie van Caspar Nieuwenhuis. Bovenstaande reeks was mijn bijdrage. Naast de muziek van Coltrane vormden ook de gedichten van Hans Faverey en Herman de Coninck een inspiratiebron. 

    Vonk
    Zeevonk

  •  
    VERTREK

    er is veel wat je kan
    als je niks meer kunt
    voor je vertrekt

    om hulp vragen
    iemand ervoor bedanken

    in gedachten samen aan de oever
    van een snel stromende rivier gaan staan

    de ander vragen op je te letten
    tijdens het pootjebaden

    een kleed uitspreiden op het gras
    als rijpe bessen je wensen eten

    de idealen uitschenken 
    die je eerder wild en dronken maakten

    en dan gaan liggen
    om naar de overkant te staren
    en nog een keer te vragen

    wat die ander van het uitzicht vindt

    Dit is het tiende gedicht in 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden' (Cossee, Sept. 2015). Ik schreef het eind januari 2013 voor Rita Reneman die te gast was bij EO's Dit is de Zondag: 

    "Bij Rita Renema werd negen jaar geleden kanker geconstateerd. Daarna kwam de ziekte twee keer terug. Door haar ervaringen als kankerpatiënte en als geestelijk verzorger in een palliatief centrum besloot ze de stichting 'Als kanker je raakt' (alskankerjeraakt.nl/) op te richten. Met deze stichting wil Renema kankerpatiënten steun geven… 'Mensen met kanker hebben vaak de vraag: waarom moet mij dit overkomen? En waarom juist nu? Wij kunnen die vraag natuurlijk niet beantwoorden. Maar we kunnen wel meetrekken met de ander. Aan de verdrietige omstandigheden kunnen we niet doen. Maar we kunnen wel de kijkrichting veranderen.'

    Richtingwijzer-300x200

    Website Renema: www.ritarenema.nl/

  • In de voorkamer van het herenhuis aan de Van Limburg Stirumweg te Kollum tegenover het politiebureau, vroeg mijn zieke moeder mij en mijn zus om naar de slager te gaan. Mijn zus was veertien en ik twaalf. Nadat de bestelling was doorgegeven, moest haar nog iets van het hart. Wij moesten zo lang mogelijk doorleren en het zo ver mogelijk schoppen in het leven. Mijn vader had altijd voor een baas gewerkt en daar was hij niet erg goed in gebleken, te opstandig, te eigengereid. Wij moesten zelf baas worden.

    Kollum1

    Het was een van de weinige keren dat mijn moeder over haar graf heen probeerde te regeren, al raadde ze mijn vader ook nog aan een nieuwe vrouw te zoeken. Mijn moeder was praktisch ingesteld.

    Alice Howland, in de alzheimefilm ‘Still Alice’ meesterlijk vertolkt door Julianne Moore, deed me denken aan mijn moeder. Wanneer Alice haar acterende dochter over wil halen te gaan studeren zodat ze later iets achter de hand heeft, antwoordt zij dat dat niet gaat. Ze moet helemaal kunnen geloven in het slagen van haar droom, anders hoeft het niet.

     

    Zelf ben ik ondanks de wijze woorden van mijn moeder vroegtijdig gestopt met mijn studie om voor bazen te werken, eerst als prullenbakkenleger en daarna als klassieke cd-verkoper, maar altijd met uitzicht op het dichterschap. Op beide werkplekken kreeg ik het aan de stok met mijn bevelhebbers en verliet ik met slaande deuren het pand.

    Als dichter ben je nooit helemaal eigen baas, behalve als je je werk zelf op de markt brengt. En ik ben de zoon van mijn vader, dus ook mijn uitgever heeft geen gemakkelijke aan me. Toch komen we er elke keer met rood aangelopen hoofden weer uit. Daar ben ik dankbaar voor.

    Regelmatig vraag ik me af wat mijn moeder van mijn beroepskeuze had gevonden, zeker nu het boekenvak snel verandert en de toekomst onzeker is. Ik denk dat ze me had gewezen op collega’s die onder invloed van de muzen Inkomen en Pensioen zich laten omscholen tot leraar. Ik had daartegen fel geprotesteerd.

    Door de vroege confrontatie met de eindigheid van het leven, meende ik dat mijn kans de pensioengerechtigde leeftijd te halen gering was. Maar de laatste tijd ben ik bezig aan een stevig gezondheidsregime waardoor ik langer op deze aardkloot rond hoop te drentelen, en dus maak ik me zorgen over geld en bazen.

    Hopelijk verdien ik in de toekomst mijn oergranenbrood nog steeds met het schrijven, misschien van een slotscène even goed als die van ‘Still Alice’. De acterende dochter leest daarin haar moeder voor uit een toneelstuk dat die haast onmogelijk nog kan begrijpen. Wanneer ze haar vraagt waar het over gaat, antwoordt Alice moeizaam: “Over liefde.”

    Alle strijd gaat over liefde, niet over bazen.

    P.s. mijn oudere zus Sytsche Nieuwenhuis is goed terechtgekomen. Ze runt haar eigen bedrijf Noorderlingen dat gespecialiseerd is in mediation, coaching, werving en organisatieontwikkeling. In dit filmpje spreekt ze over haar werk:

     

    En ook mijn jongere zus Elisabeth heeft een goede baan als docent Engels op een school in Amstelveen. Nu nog rector worden ;o)

    Deze column stond eerder in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

  • Je wel eens afgevraagd wat die rare sliertjes zijn die je soms ziet? Dat zijn 'mouches volantes'. Een vriend van me deelde een leuk Ted-filmpje erover op Facebook waardoor ik moest denken aan het gedicht van de Welshe dichteres Sian Melangell Dafydd over dit fenomeen. Ik vertaalde haar tekst naar het Fries in januari tijdens een workshop van Literature Across Frontiers in India en heb nu een Nederlandse vertaling gemaakt.

    Vitreous-liquefaction

    De komende tijd zal ik meer van deze vertalingen delen. De opnames van de gedichten uit Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden zijn even onderbroken door een griepje. Mijn stem is op dit moment te snotterig.

    Mouches Folantes

    Hij ziet het,
    dan is het weg.
    Daar, een ding
    dat er niet zou
    moeten zijn. Weet je zeker

    dat je spinnen
    ziet?
    Daar zitten geen spinnen.
    Overal, over-
    al spinnen.
    Niet in het geestesoog
    maar in de ooglip,
    acht pootjes.

    Hij denkt-
    waanzin vangt aan in de hoek van je ogen – hij
    denkt – nu is zijn
    tijd. Treedt deze wereld tegemoet
    zoals hij is – niet langer jong
    en de spinnen – stil, altijd stil.

    Desalniettemin
    ziet hij een tel in
    dat het niet zo is. Het zijn slechts
    dingen die er niet
    zijn. Het gebeurt.
    Spin na spin
    drijft over zijn lens,
    door zijn wereld,
    maar nooit op hem af.  

     

    Floater

    He sees,
    no it’s gone.
    There, something
    that oughtn’t
    be. Are you sure

    you see
    spiders?
    There are no spiders.
    Everywhere, every-
    where spiders.
    Not in the mind’s eye
    but the eye’s lip,
    eight legs.

    He thinks –
    madness starts
    in the corners of his eyes – he
    thinks – now is his
    time.  Facing this world
    as it is – no longer young
    and the spiders – always silent, silent.

    Nevertheless
    he sees for a moment
    that’s not it.  It’s only
    things that aren’t
    there.  It happens.
    Spider after spider
    float through his lens,
    through his world,
    but never at him. 

    Floaters

    Mouches Folantes

    Hy sjocht it,
    dan is it fuort.
    Dêr, in ding
    dat der net wêze
    moatte soe. Bist der wis fan

    datst spinnen
    sjochst?
    Dêr sitte gjin spinnen.
    Oeral, oer-
    al spinnen.
    Net yn it geasteseach
    mar yn de eachlip,
    acht skonken.

    Hy tinkt-
    dwylsinnigens begjint yn ’e hoeke fan ’e eagen – hy
    tinkt – no is syn
    tiid. Komt dizze wrâld yn `e mjitte
    sa’t er is – net langer jong
    en de spinnen – stil, altyd stil.

    Lykwols
    sjocht hy ien tel yn
    dat it net sa is. It binne inkeld
    dingen dy’t der net
    binne. It bart.
    Spin nei spin
    driuwt oer syn lins,
    troch syn wrâld,
    mar noait op him ôf. 

     

    Meer over Sian Melangell Dafydd

    http://waleslitexchange.org/en/authors/view/sian-melangell-dafydd

  •  

    BAZIGE WOORDEN

    wanneer de tijd bazige woorden begint te gebruiken
    het kalfje in de mestgoot een koe geworden is
    en de slager voor de deur staat
    als de mand met wat ik genomen heb en gekregen
    omgeschopt wordt en de wijn mij niet meer smaakt
    kruip dan bij me onder de dekens en zeg
    als mijn lichaam geen alarm meer slaat 
    omdat het een groot alarm geworden is
    de buurjongetjes het huis uit zijn en langskomen
    met hun kinderen die we vertellen over een tijd
    die hun vaders zich niet meer voor de geest kunnen halen
    verhalen die kacheltjes voor ons waren 
    kruip dan bij mij onder de dekens en zeg
    als de derde kat van diezelfde buren onder de grond gaat
    alle bandleden van mijn favoriete groepen
    ergens anders aan de slag moeten
    er nieuwe planken in de vloeren 
    van paradiso en perdu gelegd worden
    mijn zweet verdampt is
    wanneer je met fotoalbums op de rand van het bed zit
    mijn hand over je nek uit je dunne grijze haar valt
    wanneer ik nog een keer trots beweer
    dat ik het verdomd heb om te geloven
    terwijl ik weglaat hoe ik 's avonds in mijn ledikant
    heb gebeden dat mijn moeder die ene nacht
    gehaald zou worden en gehaald werd
    kruip dan bij me onder de dekens en zeg
    het was allemaal waar
    en het is allemaal niet waar
    we komen eraan

    Dit is het negende gedicht in 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden'. Net als het gedicht van gisteren werd het geschreven voor de het Jiddisch Festival dat op 2014 te Leeuwarden werd gehouden. Het maakte deel uit van een middagprogramma waarop Elmar Kuiper, Sytse Jansma, Grytsje Schaaf en ik nieuw werk voorlazen dat was geïnspireerd door Jiddische kinder- of wiegeliedjes. Die liedjes werden ook gezongen.

    Het kalfje in de mestgoot verwijst naar een Fries wiegeliedje.

    _lit004199501ill57

    Suze nane poppe
    't kealtsje leit yn 'e groppe.
    Heit en mem sa fier fan hûs,
    dy kinne wy net beroppe.

    Stil maar, wiegenkindje.
    Het kalfje ligt in de mestgoot.
    Vader en moeder zo ver van huis
    horen ons niet roepen.

    Op de website Vier Seizoenen wordt er mooi verteld over dat liedje en de wrede ondertoon: "Deze wiegeliederen werden in vroegere tijden meestal gezongen door de huisslavinnen. Die stonden niet altijd even vriendelijk tegenover het kind en de moeder. Er zijn ook wiegeliedjes waarin de moeder als lelijkerd wordt benoemd."

    Ook dit gedicht werd in oorspronkelijk in het Fries geschreven. Sinds mijn vorige bundel 'Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers' loopt dat iets meer door elkaar heen. Daarin zitten misschien ook wel een of twee gedichten die oorspronkelijk in het Nederlands zijn geschreven.

    Het leek me aardig om nu eens eerst het Fries te laten horen en daarna het Nederlands. Hieronder het origineel.

    BAZIGE WURDEN

    as de tiid bazige wurden begjint te brûken
    it kealtsje yn `e groppe in ko wurden is
    en de slachter by de doar stiet

    as de koer mei wat ik naam ha en krige omskopt wurdt
    en de wyn my net mear smakket
    krûp dan by my ûnder de tekkens en sis

    as myn lichem gjin alarm mear slacht
    omdat it ien grut alarm wurden is
    de buorjonkjes it hûs út binne
    en delkomme mei harren bern
    dy't we fertelle oer de tiid
    dy't harren heiten har net mear yn it sin bringe kinne
    ferhalen dy't kacheltsjes foar ús wienen
    de lêste jierren

    krûp dan by my ûnder de tekkens
    en sis

    as de buorlju harren tredde kat ûnder de grûn giet
    alle bandleden fan myn leafste groepen earne oars emploai fûn ha
    der nije planken yn 'e flier fan paradiso en perdu lein wurde 
    myn swit ferdampt is

    asto mei de fotoalbums op de râne fan it bêd sitst
    en myn hân oer dyn nekke út dyn lange grize hier falt
    as ik noch ein kear grutsk bewear dat ik it ferdomd ha om te leauen
    wylst ik fuortlit hoe't ik bid ha jûns yn it ledikant
    dat ús mem dy iene nacht helle wurde soe
    en helle waard

    krûp dan my my ûnder de tekkens
    en sis

    it wie allegear wier en it is allegearre net wier
    jou dy del

    wy komme der oan

  •  

    NEST VAN ZOU EN HAD NEST VAN NU

    ik had het anders moeten doen
    ik had meer moeten denken aan het moment
    dat wij weer uitgeteld naast elkaar 
    dat wij uitgeteld naast elkaar langzaam
    weer elkaars handen zochten
    dat jij mijn hand optilde en opschoof
    van tussen je benen naar je lies
    dat we aan niets konden denken
    ik zou het anders moeten doen

    ik had meer moeten denken
    aan van die hete zomerdagen 
    dat jij de trap opkwam
    en naar mij lachte

    aan het dunne laken
    de hoes van het dekbed
    zonder dekbed
    dat we na de tijd
    van ons af schopten

    maar ik denk er nu aan
    ik neem het nu mee

    ik schiet de eksternesten
    uit de bomen

    om ons huis heen

    Dit is het achtste gedicht in 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden' (Cossee, sept. 2015). Het werd geschreven in juni 2013 toen ik met zangeres Lucette van den Berg werkte aan een voorstelling getiteld 'Vos iz geblibn / Wat is der oerbleaun / Wat is er overgebleven' die we op 30 april tijdens het Jiddisch Festival in Tresoar te Leeuwarden hebben gespeeld.

     
    Opname van een lied dat Van den Berg later zong tijdens het festival

    De tekst over dit programma: " Jiddische liederen en Friese gedichten komen samen in een zinderende performance van zangeres Lucette van den Berg en dichter Tsead Bruinja die afgelopen zomer gedichten en muziek hebben uitgewisseld over 'wat er overgebleven is van de liefde', over 'het grote verlangen' en over 'uitgeteld naast elkaar liggen en langzaam elkaars handen weer opzoeken'. Deze verkenning van de passie en de wanhoop zal muzikaal worden ondersteund door gitarist Erik Poorterman. Laat uw 'arme hart, rikketikken en hunkeren' terwijl u luistert naar een unieke ontmoeting van twee tongen en drie paar handen."

    GitteB_Polaroid

    Gitte Brugman exposeerde tijdens het festival werk dat o.a. werd geïnspireerd door dit gedicht http://gittebrugman.blogspot.nl/2014/04/had-ik-maar.html

    Het origineel dat in het Fries geschreven werd, plaats ik hieronder. De opmaak is iets anders en er zit minstens één regel extra in, waar ik uiteindelijk in de Nederlandse versie niet tevreden over was. 'dan dat no dêr't gjin doe / fan te meitsjen falt' ('dan dat nu waar geen toen van te maken valt').

    Ek

    NÊST FAN SOE EN HIE NÊST FAN NO

    ik soe it oars dwaan moatte

    ik hie mear tinke moatten
    oan it momint dat wy wer
    útteld neist inoar

    dat wy útteld neist inoar
    starich wer nei inoars hannen
    sochten

    datsto myn hân optildest
    en opskodest

    fan tusken dyn skonken
    nei ien fan dyn ljisken

    dat wy oan neat oars tinke koenen
    dan dat no dêr't gjin doe
    fan te meitsjen falt

    ik soe it oars dwaan moatte

    ik hie mear tinke moatten
    oan fan dy hite simmerdagen

    datsto de trep opkaamst
    en nei my lakest

    oan it tinne lekken
    de hoes fan it dekbêd
    sûnder dekbêd

    dat wy nei de tiid
    fan ús ôf skopten

    mar ik tink der no oan
    ik nim it no mei

    ik sjit de eksternêsten
    út `e beammen

    om ús hûs hinne

     

    Meer over Lucette van den Berg op www.lucettevandenberg.nl/

    Tijdens de Uitmarkt op 1 september 2013 te Leeuwarden gaven we een voorproefje van het programma. Henk van der Veer schreef een verslag over die dag en stuurde mij onderstaande foto's.

    028

    026