• "Een balans tussen succes en excentriciteit, tussen een noodzakelijk pragmatisme en een kern van persoonlijke authenticiteit," dat is de reden voor professor Will Brooker om een jaar lang het leven van David Bowie te leiden. Brooker, verbonden aan de Kingston University van Londen, leest twaalf maanden lang de boeken die Bowie las, woont op de plekken waar Bowie woonde en eet wat Bowie at. Dat betekent dat hij tijdens sommige weekenden niet meer tot zich mag nemen dan melk en rode pepers. Of door de neusgaten van de professor ook even grote bergen cocaïne verdwijnen als bij The Thin White Duke, is onbekend.

    5165

    Ik hoorde het nieuws over Brooker bij radioprogramma Nooit Meer Slapen en las erover bij de Guardian website. Even stond ik zelf weer bij ons thuis op de gang tegen mijn casiohorloge te roepen "come in, KITT", waarna ik mij voorstelde hoe de zwarte sportwagen uit Knight Rider om de hoek kwam racen om samen met mij het kwaad te bestrijden. Wie het leven van acteur David Hasselhoff zou proberen te leiden zou zich overigens naast het opzetten van een wanstaltige muziekcarrière ook moeten bekwamen in het alcoholisme. Ik herinner mij een door Hasselhoffs dochter geüploade clip van haar dronken pa die een broodje hamburger probeert te eten. Hij maakt er een ontzettende kliederboel van. Dan liever een jaartje melk en rode pepers.

    De onconventionele Professor Brooker publiceerde eerder over de wereld van Batman, Star Wars en Blade Runner. Maar hij hield het niet bij het schrijven van secundaire literatuur; hij schreef mee aan een stripboekserie waarin vrouwen eens niet als rondborstige sexsymbolen werden voorgesteld; die trend heeft zich nog niet echt doorgezet superheldenfilms. Daarin dragen vrouwen nog steeds strakke stoeipakjes die aan bovenkant opbollen door een overdosis siliconen of een ouderwetse push-up beha.

    De rechtschapen feministische academicus is inmiddels aan het eind van Bowie zijn jaren tachtig beland. Hij hoeft geen drugs meer te gebruiken en mag in de zon zitten. Het is de tijd waarin Bowie de band Tin Machine begint en de tijd waarin ik voor het eerst echt naar hem begin te luisteren. Ik herinner mij een concert op het ter ziele gegane Super Channel waarbij gitarist Reeves Gabrels een ijzeren dildo uit zijn broekzak haalde en er zijn gitaar mee te lijf ging. Mijn interesse was gewekt!

    Brookers diepgaande studie resulteerde onlangs in een opmerkelijke tweet. De professor had een nieuw Bowienummer gedroomd. Hij schreef er meteen teleurgesteld achteraan dat hij het complete lied weer was vergeten. Gelukkig komt Bowie begin volgend jaar met een nieuwe plaat. In het tijdschrift Uncut werd het album al geprezen als een nieuw begin. Laten we voor de professor hopen dat zijn onderwerp gezond blijft eten en veel gaat reizen.

     

    Knight-rider-wrist-watch

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  •  

    Zo uit zijn mouw

    Download
    door Ezra de Haan (Schrijver, dichter en journalist)

    Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) is een dichter naar mijn hart. Wie hem ooit in het Fries of Nederlands heeft horen voordragen, liefst zou ik ‘zingen’ schrijven, vergeet het nooit meer. Bruinja recenseert, presenteert en interviewt met slechts één doel: de poëzie aan de man brengen. Zijn bundel Overwoekerd (2010) werd genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Vijf jaar lang schreef hij gedichten gebaseerd op de actualiteit voor het radioprogramma Dit is de dag.

    Waar in de bundel Overwoekerd de nodige aandacht was voor ‘de wereld buiten’, lijkt Bruinja in Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden, de naam zegt het al, zich op de wisselwerking tussen de wereld en hemzelf te richten. Hij richt zich op het bewust zijn. Neem het gedicht ‘Satelliet diplomaat’ waarin vragen worden gesteld. Zinnige vragen die je meestal laat liggen.

    Uit: Satelliet diplomaat

    welke handen startten de machine
    die de planken zaagde voor je bed?

    wie bracht de boom plantte hem
    en wie kwam hem halen?

    naar welk huis keerden ze aan het einde
    van hun lange dag terug?

    als ze mochten kiezen waar jij op hun planken
    van zou mogen dromen
    wat zouden ze je toewensen?

    niet slechts geen oorlog of honger
    geen groot verlies of verdriet
    en dat is wat je verdient

    Dit fragment is typerend voor de gedachtegang in veel gedichten in deze bundel. Om te beginnen het ontbreken van een kapitaal. Het nalaten van het zetten van een punt. De zinnen lijken nederig te worden. Gedachten die een optie vormen. Geen bevel. En toch durf ik het geëngageerd te noemen. Bruinja laat datgene wat de wereld en zijn bewoners overkomt niet langer over zijn kant gaan. Hij wijst ons erop dat het plaatsnemen achter een vergadertafel ons niet anders maakt dan degene die aan de ontbijttafel zat. Dat het verleidelijk is een mooie regel als ‘de aarde is een tas om de schouders van de maan’ niet te ge- of misbruiken als je iets over de lekkende kerncentrale van Fukushima wilt zeggen.

    Interessant aan deze nieuwe bundel van Bruinja is het vernieuwende eraan. Vooral in de afdeling ‘Buitenwijk’ merk je dat het repeterende van zinnen, of delen ervan, voor intensivering zorgt. Iets wat ik, in mindere mate, al tegenkwam in het gedicht ‘De vuurtoren van het licht de contouren’, een gedicht dat Bruinja voor Tsjêbbe Hettinga schreef. In ‘Wat je met een stad kunt doen’ gebeurt veel. Je komt readymades tegen, uit de krant geknipt en in het gedicht opgenomen, je ziet een tekst inklinken en tot de essentie komen, er worden teksten door de mangel gehaald, de kop gaat eraf, zodat ze begrijpelijke wartaal vormen en er worden gedachten en geschiedenislessen aan toegevoegd. ‘Ik ben je journalist niet/ ik ben de tweedehands duimzuiger van je tijd.’ Bruinja toont ons de taal die de media ons schenkt en doet er het zijne mee. Een beetje zoals Beatlegende William S. Burroughs dat deed. Van hem zijn de woorden: ‘When you cut the wordlines the future leaks out.’Hij was zich als geen ander bewust van het woordvirus waar Bruinja dankbaar gebruik van maakt. Het is een procedé dat schitterende poëzie en glasheldere taal oplevert.

    Uit: Jouw wereld en jou wereld van krentenbrood

    politici moeten een verhaal vertellen
    en cijfers zijn belangrijke personages in dat verhaal
    maar de verteller moet geen onderdeel
    van het verhaal worden de politicus
    moet het verhaal worden

    Letterlijk overal haalt Bruinja zijn materiaal vandaan: citaten van zichzelf bejubelende SP-leiders, zichzelf verdedigende burgemeesters, rechtse, nationalistische lulkoek of het levensverhaal van een Chinese dichter. En wellicht om directe verwijten op zijn gedichten te voorkomen, want we verwijten immers graag in dit kleine landje, geeft Bruinja in het gedicht ‘In kannen en kruiken’ ook aandacht aan alle voornemens die elke dag langs onze oren scheren.

    Uit: In kannen en kruiken

    zijn we van plan zal gaan gebeuren
    komt er aan kan niet lang meer duren
    hebben we aan gedacht is bij ons in goede handen
    komen we samen uit gaan we aan werken
    kunt u ons op afrekenen is in kannen en kruiken.

    In de afdeling ‘natuurlijke omstandigheden’ komen we de woorden ‘moe’ en ‘woedend’ tegen. Vol afschuw dicht hij over moderne verschijnselen als de drone, maar ook vol wijsheid over gevoelige onderwerpen als geloof en vrijheid. In het gedicht ‘eerst zien dan geloven’ gebruikt hij de taal van de Arabisch orale traditie, mooie sprookjesachtige regels vol daadkracht. En slim duikt hij er dan tussen, toont ons beide kanten van de spiegel.

    Uit: Eerst zien dan geloven

    wij moeten overtuigd zijn van een/ onze vrijheid
    een stem die zich lichtjes verheft
    en blijven oefenen

    ook als we met beide schouders de grond raken
    onze wortels vernield voor ons ogen worden gehouden
    het kwade nalaten

    ‘Wingewest’ is de toegift in de bundel. Weer neemt de dichter stappen die aangeven wat zijn poëtische toekomst bieden zal. Er worden klanken weergegeven. Woorden of regels worden cursief tussen of achter strofes geplaatst. Tussenfluisteringen zou ik ze willen noemen. Soms vervagen die zelfs doordat ze lichtgrijs van kleur zijn. Het geeft een verwantschap met het werk van Tonnus Oosterhoff en staat tegelijkertijd helemaal op zichzelf. Wanneer je het leest wil je het Bruinja horen voorlezen, fluisteren, ritmisch doen dansen. Vooral omdat het qua taal soms voorbij het begrip gaat en toch aanspreekt. Dat de dichter op de drempel van een nieuw hoofdstuk staat mag helder zijn. ‘Binnenwereld, buitenwijk’ is daar een goed voorbeeld van. Zelfs schrijft hij:

    roekeloos zegt de één
    magisch zegt de ander

    Ik kies voor het laatste. Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden is een magische bundel.

    *

    Bron: http://literatuurplein.nl/recensie.jsp?recensieId=829

  • Anderhalve man en een paardenkop, meer publiek valt je soms niet ten deel als 'internationaal' dichter. In enkele gevallen heb je daar een flinke reis voor gemaakt. Je vraagt je af wat het nut is van de lange tocht, verlangt naar de zachte kussens van je bank en rent naar de bar zodra het verantwoorde literaire avondje is afgelopen.

    Maar er zijn verzachtende omstandigheden. Onder de dichters die je ontmoet in binnen- en buitenland zitten ook potentiële beste vrienden. Voor het leven had ik daaraan willen toevoegen, maar een van die vrienden is afgelopen zondag overleden. Onze vriendschap is eenzijdig geworden.

    Alexander Hutchison, geboren in 1943 in een Schots vissersdorp, was een goede vriend en dichter die het meest trieste festival tot een waar feest kon maken. We ontmoetten elkaar in 2008 voor een doe-het-zelf-winkel in St. Andrews, een stadje vlakbij Edinburgh. Ik was daar heen gevlogen met de Friese dichter Elmar Kuiper voor het Stanza Poetry Festival. Elmar had zijn camera bij zich en wilde Sandy, zoals Hutchison door vrienden werd genoemd, filmen terwijl hij een gedicht voordroeg. Sandy zag er de humor wel van in om tussen de kruiwagens en stenen siereenden zijn gedicht 'No, no' voor te dragen.

     

    We bleven vrienden op Facebook en kwamen elkaar weer tegen in de zomer van 2012 tijdens een festival in Montenegro, waar het publiek bestond uit die spreekwoordelijke anderhalve man en een paardenkop. Die uitdrukking, die ik voor de zekerheid even opzocht, komt uit Tijl Uilenspiegel. Wanneer Tijl alleen thuis is, steekt een ruiter zijn hoofd door de onderdeur, terwijl het paard ook naar binnen kijkt. De ruiter vraagt: "Is er iemand thuis?" "Jawel," antwoordt Tijl, "anderhalve man en een paardenkop."

    Anderhalve man en een paardenkop

    Enfin, op dat festival in Montenegro was weinig publiek, dus lazen we voor aan elkaar en zongen we na afloop liedjes in de bar van het hotel. Sandy koos voor liedjes uit de lange folktraditie van Schotland en Engeland. Ik zong 'Rinskje' van Meindert Talma, een lied over een bedrogen man die zijn vrouw 'noait mear sjen wol', waarbij je aan het einde lekker in het Fries kunt vloeken. Daarna zocht ik met mijn aangeschoten vingers via internet teksten op van Marillion. Sandy vond het allemaal prima, zo lang ik maar meedeed.

    Tijdens festivals beloven dichters elkaar gouden bergen. Ze gaan ervoor zorgen dat je poëzie wordt gepubliceerd en ze zullen je naam doorgeven aan de belangrijkste festivalorganisatoren over de hele wereld. Als je lang genoeg lult, heb je de Nobelprijs in handen. Maar Sandy kwam gewoon langs in Amsterdam. We aten 's ochtends een stukje spacecake, liepen samen te te gniffelen en te genieten van Rembrandts etsen in het Rijksmuseum. Ik trakteerde op haring en oude jenever. En 's avonds zongen we voor elkaar. Geen enkel gedicht werd voorgelezen.

    Tsead and sandy
    Sandy en ik in Ierland afgelopen augustus

    *

    Meer over Hutchison op http://www.alexanderhutchison.com/

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

  •  

     

    Adem & Gebeente

    Dit ben ik
    nog maar net
    uit het nest,
    mijn mond

    gespoeld: schaduw
    en gedaante
    zich verroerend op stoffige
    grond.

    Hart loopt over
    en morst.

    Woorden proberen
    ogen en vleugels uit;
    proberen lucht uit.

    Het gebeente licht,
    mijn adem licht.

    © Alexander Hutchison
    Werkvertaling door Tsead Bruinja

    Vliegend

    Bones & Breath

    Here's me
    barely out
    of the nest,
    my mouth

    rinsed: shadow
    and shape
    astir on dusty
    ground.

    Heart brims
    and spills.

    Words try
    eyes and wings;
    try air.

    The bones light,
    my breath light.


    © Alexander Hutchison

    9781907773617

    http://www.saltpublishing.com/products/bones-breath-9781907773617

  •  

    Everything

    Everything is racing
       everything is vanishing

    Everything is hosted
       everything is vanishing

    Everything in the world that's seen
       everything is vanishing

    All the angels rise and sing
      everything is vanishing

    Everything that's clothed or bare
       everything is vanishing

    Anything for a second there
       everything is vanishing

    Everything is racing
       everything is vanishing

    Everything is hosted
       everything is vanishing

    Music, lovers, pillowslips
       everything is vanishing

    Lightning, thunder, hail and rain
       everything is vanishing

    In the mountains, on the streets
       everything is vanishing

    Scissors, paper, rocks, hands
       everything is vanishing

    Everything is racing
       everything is vanishing

    Everything is hosted
       everything is vanishing

    The fox at night, the birds aloft
       everything is vanishing

    Speedwell, crocus, lotus, rose
       everything is vanishing

    With arms spread wide
       everything is vanishing

    With soft foot-fall
      everything is vanishing

    Everything is racing
       everything is vanishing

    Everything is hosted
       everything is vanishing

    Hear it now, see me now
       everything is racing
               everything is vanishing

    Love each other, love each other
       everything is hosted
                everything is vanishing

    © Alexander Hutchison

     

    Alles

    Alles is aan het jagen
       alles is aan het verdwijnen

    Alles is te gast
       alles is aan het verdwijnen

    Alles in de wereld dat gezien wordt
       alles is aan het verdwijnen

    Alle engelen stijgen op en zingen
       alles is aan het verdwijnen

    Alles dat gekleed gaat of naakt
       alles is aan het verdwijnen

    Wat dan ook dat voor één tel hier
       alles is aan het verdwijnen

    Alles is aan het jagen
      alles is aan het verdwijnen

    Alles is te gast
       alles is aan het verdwijnen

    Muziek, geliefden, kussenslopen
       alles is aan het verdwijnen

    Bliksem, donder, hagel en regen
       alles is aan het verdwijnen

    In de bergen, op de straten
       alles is aan het verdwijnen

    Steen, papier, schaar, handen
       alles is aan het verdwijnen

    Alles is aan het jagen
       alles is aan het verdwijnen

    De vos 's nachts, de vogels in vlucht
       alles is aan het verdwijnen

    Ereprijs, krokus, lotus, roos
       alles is aan het verdwijnen

    Met armen wijd uitgespreid
       alles is aan het verdwijnen

    Met zachte tred
       alles is aan het verdwijnen

    Alles is aan het jagen
       alles is aan het verdwijnen

    Alles is te gast
       alles is aan het verdwijnen

    Luister nu, kijk naar mij nu
       alles is aan het jagen
              alles is aan het verdwijnen

    Houd van elkaar, houd van elkaar
       alles is te gast
              alles is aan het verdwijnen

     

    © Alexander Hutchison
    Vertaling: Tsead Bruinja


    Web:

    http://www.scottishpoetrylibrary.org.uk/poetry/poets/alexander-hutchison

    http://www.alexanderhutchison.com/

    http://www.saltpublishing.com/products/bones-breath-9781907773617

  • Of ik ook een verleden in de dance had, wilde een van de redacteuren van de Leeuwarder Courant weten. De krant van gisteren zou namelijk geheel in het teken staan van dat genre, vanwege een feest in de oude drukhal van het Dagblad van het Noorden. Men wilde weten of ik misschien nog gabber was geweest.
    Hakken en zagen heb ik nooit gedaan, maar in de tweede helft van de jaren negentig heb ik in Groningen wel een stukje dancecultuur opgesnoven. Tijdens het eerste jaar van mijn studie ontmoette ik mensen met 'dolfijntjes' en 'tietjes'. Zo heten de xtc-pillen die bedrukt waren met een lief visje (dat dolfijnen ook aan groepsverkrachting deden, wisten we toen nog niet) of met een stipje, dat de makers deed denken aan de tepels van hun moeder, waar ze tijdens hun gelukzalige momenten massaal naar terugverlangden.

    Ecstasyfeature
    De huidige varianten

    In Kollum had mijn arsenaal aan verdovende middelen zich beperkt tot bessen-jus, grote hoeveelheden bier en paracetamol op zondag. Alle drugs waarover werd gesproken, zouden je linea recta naar de goot leiden. Heroïne kende ik alleen van de serie over de Gooische Herenstraat 10.
    Maar ik keek met mijn klasgenoten ook naar de film over The Doors en droomde ervan om net zo beneveld (verlicht dacht ik toen) als Jim Morrison een menigte op te hitsen tot grote extase. Dat resulteerde overigens in een vrij sneue imitatie van een scène uit die film. Op een feestje probeerde ik op mijn knieën via mijn mond een gitarist een metalen buisje te overhandigen, zodat hij wild slide zou gaan spelen. De gitarist in kwestie, van het type boekhouder, had geen idee wat hem overkwam. Ik besloot het faken van de bijbehorende orale seks maar op te geven en las nog een gedicht voor.


    De dolfijntjes en de tietjes kwamen daarna pas. Een vriend nam me mee naar een ondergrondse danstent aan het begin van de Groninger Herenstraat. Ik nam een half pilletje en een uur later wilde ik ineens overdreven graag knuffelen met een vriendin die daar niet op zat te wachten. Ik zocht mijn geluk vervolgens op de dansvloer, waar ik te dicht tegen een veel oudere vrouw stond op te rijden. Later kwam ik erachter dat dit in de Ringo te Veenklooster misschien bij de plaatselijke gebruiken hoorde; op de dansvloer in Groningen moest je op je eigen eilandje blijven. Naast het leeftijdsverschil tussen mij en mijn danspartner bleek er overigens ook een groot verschil in seksuele voorkeur tussen ons te bestaan. Haar lesbische vriendinnen hebben flink staan lachen.

    Ik heb dus wel een verleden in de dance, maar dan meer als onsuccesvolle toerist. Dansen doe ik soms nog met gebruik van wat chemische hulpmiddelen. Mezelf voor lul zetten door films na te doen, probeer ik te beperken.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

     

  • De ellende begon met Rudi Carrell. Hij presenteerde in 1983 de eerste reeks van de 1,2,3-Show op de televisie. Wij keken daar met hele gezin naar, niet alleen vanwege de spelletjes, maar ook vanwege de sketches. Iemand uit ons gezin, waarschijnlijk mijn moeder, raadde ons aan om een lot te kopen bij de Rabobank in Kollum; voor ons twee minuten lopen. Ik had nog nooit zo in spanning gezeten als tijdens de avond van die uitzending. De bouw van het schip Ms De Zonnebloem, een schip voor vakantiereizen voor mensen met een fysieke beperking, waar de opbrengsten van de loterij voor bestemd waren, was een schrale troost, toen van de lange cijferreeks op mijn lot alleen het voorlaatste getal juist bleek te zijn. Carrell kon van mij 1,2,3 de boom in.

    2198751-620-400
    Ted de Braak, de opvolger van Carrell, voor een lot.

    Als het een les was die mijn moeder ons probeerde te leren dan was die niet helemaal doorgedrongen tot mijn jeugdige brein. Want zo rond mijn vijftiende stond ik mijn zakgeld in een gokkast te gooien bij Snackbar Vogel. Ik had vijfentwintig gulden bij me en leek even met vijftig gulden naar huis te kunnen gaan. Maar na de eerste winst stond ik al gauw op verlies. Bijna het hele geeltje werd opgeslokt door de eenarmige bandiet. Ik had nog net genoeg over voor de turkeystick met pindasaus die door de eigenaar uit het vet werd gehaald nadat hij zijn bouvier had geaaid. Bij Vogel kreeg je gratis hondenhaar bij en door al je snacks.

    Sindsdien heb ik geen lot meer gekocht en geen gokkast meer aangeraakt. Toch voelt het alsof ik nooit helemaal uit de greep ben geraakt van de kansspelen. In de literatuur zijn er namelijk genoeg prijsfestijnen waarvoor je een poëziebundel of roman kunt insturen. Daarna is het tandenknarsend wachten op de bekendmaking van de winnaar of de genomineerden. Reikhalzend kijk je uit naar de extra aandacht voor je boek, de pleister op je miskende getergde schrijvershart.

    Afgelopen week zat ik als een bezetene iedere dag de website van de VSB Poëzieprijs te checken. Ik had mijn uitgever zo ver gekregen mijn bundel net voor de deadline uit te brengen, zodat ik niet nog een jaar hoefde te wachten. In de jury zat een dichter die zich voorheen positief over mijn werk had uitgelaten. De sterren leken gunstig te staan. Ik had goede hoop.

    Er kwam echter geen mailtje met een mededeling onder embargo; geen vrolijk telefoontje. Even nam ik mezelf kwalijk dat ik er weer in was gestonken. Ik vertelde mezelf dat ik niet op die nominatie had mogen hopen. Vervolgens stuurde ik een gedicht in voor de Turing Gedichtenwedstrijd. U kunt dat tot 15 november ook doen. De hoofdprijs is 10.000 euro; de troostprijs een door u zelf te bestellen turkeystick pinda.

    8718053070179

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Begin deze week werd door het CBS bekend gemaakt dat mannen gelukkiger zijn dan vrouwen. Volgens nu.nl zijn mannen 'vaak gelukkiger dan vrouwen' en volgens de website van de NOS zijn mannen maar 'iets gelukkiger dan vrouwen', terwijl vrouwen 'dingen die ze doen vaker zinvol' vinden. Daarnaast scheen het geluksgevoel bij mannen voort te komen uit het feit dat zij kalmer zijn. Men moet het leven dus rustig en als bijzonder zinvol ervaren, wil men het ultieme geluk bereiken.

    Ik vroeg me af hoe je geluk zou kunnen meten en wat je met de resultaten van zo'n onderzoek zou moeten doen. Moeten we juist niet oppassen met het bekendmaken van dit soort cijfers? Straks komen de gelukszoekers in hun oranje reddingsvesten er nog achter.

    32_820f022f5d5312dc_1024box

    Ik moest ook denken aan de boekpresentatie van de nieuwe poëziebloemlezing Ik weet niet welke weg je neemt van Arie Boomsma. Boomsma maakte een persoonlijke keuze uit de poëzie over de dood, net als hij eerder had gedaan met de liefde. Het was een klein feestje bij een boekhandel in Amsterdam-West, waar werd voorgelezen en soep werd gegeten. Boomsma's ouders waren er ook, evenals zijn vrouw. Als ik toen had geweten van het geluksonderzoek had ik waarschijnlijk gekeken naar wie er het gelukkigst uitzag.

    Ik moest denken aan die presentatie omdat er één gedicht in de bloemlezing stond dat zowel door de moeder, de vader als de zoon werd aangehaald. De moeder noemde dat gedicht als eerste. Ze zei dat ze het graag zou willen voordragen, maar dat ze bang was dat ze het einde niet zou halen zonder in tranen uit te barsten. Haar bloemlezende zoon droeg het vervolgens voor, maar was ook zichtbaar geraakt tijdens het laatste deel van het gedicht. Waarna zijn vader bekende dat hij het gedicht eveneens niet met droge ogen had kunnen voorlezen.

    Het ging om het vers 'Ik heb je niet begraven vader' van de Vlaamse dichteres Lut de Block. Dat opent met de regels: "Ik heb je niet begraven vader, / ik sleep je jaren op mijn rug. // Toen je stierf, vluchtte ik weg in het ritueel / van de in leven houdende herinnering.' Die ontkenning van de dood van de vader wordt vervolgens zintuigelijk omschreven: "En toen de kist er was en heerlijk geurde / naar zwart en smart en veel familieleden / wist ik ze leeg of vol met stenen. // Want jij was weg, / je hield ons allen voor de gek."

    Misschien is er inderdaad een verschil in hoe mannen en vrouwen het leven en de dood ervaren. Bij de boekpresentatie van Boomsma zag ik echter vooral overeenkomsten. Ik zag mensen die bij elkaar en in de literatuur het geluk hadden gevonden. Het lukte mij zonder moeite om bij dit inzicht kalm te blijven.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

    *

    Ik heb je niet begraven vader

    Ik heb je niet begraven vader,

    ik sleep je jaren op mijn rug.

    Toen je stierf, vluchtte ik weg in het ritueel
    van de in leven houdende herinnering.
    Ik dacht: zolang er bloed is
    op de keukenvloer
    is leven mogelijk.

    En toen de kist er was en heerlijk geurde
    naar zwart en smart en veel familieleden
    wist ik ze leeg of vol met stenen.
    Want jij was weg,
    je hield ons allen voor de gek.

    En later verzon ik allerlei verhalen.
    Jij was ontvoerd, beroofd van al je zinnen…
    Maar eens zou je verschijnen,
    mij eindelijk bevrijden, want

    ik heb je niet begraven vader.
    Ik sleep je jaren op mijn rug.

     

    © Lut de Block

  • Wat optredens betreft, ben ik niet al te kieskeurig. Een optreden in een hot tub samen met publiek en collega's op Nieuwjaarsdag tussen winkelend publiek te Utrecht, vond ik prima. Een beetje gedichten lopen schreeuwen door de trein tussen Arnhem en Nijmegen, was te doen. Met een wit pak aan de deelnemers aan een Friese wandeltocht oproepen dat het geen zin had en dat ze beter om konden keren; geen enkel probleem. Ik doe kortom veel, misschien te veel, voor het geld en de roem.

    2015-10-24_13-01-26_HDR
    Willie Darktrousers beschildert het raam - http://williedarktrousers.nl/

    Afgelopen zaterdag mocht ik aantreden in een oude snackbar in Leeuwarden. Heksenhamer en Bastard Sugar organiseerden daar een aflevering van Leeuwarden Draait Door, een geslaagde persiflage op De Wereld Draait Door. In plaats van flashy lcd-schermen stonden er oude beeldbuizen door de snackbar verspreid; filmpjes werden heerlijk klungelig ingestart vanaf een laptopje en achter de bar stond Magere Hein vanuit een doodskist blikjes bier uit te delen.

    2015-10-24_13-00-55_HDR

    Voor aanvangsttijd kwam er een verwarde man binnen met een verwaarloosd gebit. Misschien kwam hij af op de Afrikaanse muziek die binnen gedraaid werd of dacht hij dat er een nieuwe coffeeshop was geopend. Hij maakte een dansje en vroeg om wat geld, maar daarvoor moest hij later terugkomen. Een half uur later nam hij met een joint in zijn hand onder applaus ineens plaats voor de camera.

    Het duo Douwe Dijkstra en Sytse Sneekweek probeerden de man te interviewen. Hij bleek een dealer te zijn die bij zijn klanten en de politie bekendstaat als Jimmy. Die naam was waarschijnlijk makkelijker te onthouden dan zijn Arabische naam. Jimmy leek de vragen maar half te begrijpen. Hij lachte en wij lachten mee, maar het voelde ongemakkelijk.

    Aan het einde van het gesprek stelde Dijkstra voor om met de pet rond te gaan voor Jimmy. Ik had er twee euro in kunnen gooien, maar koos ervoor om mij te beperken tot zeventig cent. Anderen waren ruimhartiger. Dijkstra en Sneekweek vroegen Jimmy wat hij ervoor ging kopen. Het antwoord was drugs. Er werd nog wat gegrapt over hoeveel hij kon krijgen voor de ingezamelde tien euro en toen was Jimmy vertrokken.

    Zelf heb ik er tijdens mijn interview met beide heren ook nog een grap over gemaakt, maar onderweg bleef het voorval door mijn hoofd spoken. Had Jimmy nooit gevraagd mogen worden? Was zijn bijdrage een persiflage op emo-ramptoerisme in de media? Of Nam de organisatie van Leeuwarden Draait Door hem eigenlijk juist heel serieus?

    Ik was er nog niet uit toen ik 's avonds in de Oude Hortus te Utrecht mijzelf in een waadpak hees en in een vijver stapte. Ik ging aan het werk en droeg voor tussen de bladeren van de Victoria Amazonica, de grootste waterlelie ter wereld. Ik doe veel.

    Lelibruin

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

     

  • Komt eraan kan niet lang meer duren

    De gedichtenbundel Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden is opgebouwd uit afdelingen met gelijknamige titels (en een onderdeel ‘wingewest’). Dit klinkt symbolisch, maar de titels dekken zo te zien de  lading niet helemaal. Het gedicht ‘Fukushima’ maakt deel uit van de Binnenwereld, het gedicht ‘However is a fancy but’, over de vijf meest voorkomende vormen van spijt op het sterfbed, staat inBuitenwijk, het gedicht ‘Drone 3 – afstandbestuurbare karma-agent’ is gerubriceerd onder de Natuurlijke omstandigheden.  Verrassend dus dat Bruinja ons daarmee op het verkeerde been zet. Of  is de betekenis te ver gezocht en is het in die zin alleen maar vrijblijvend? Op het omslag van de bundel een foto van een blinde, gepleisterde bakstenen muur. Voor een boekje met gedichten getiteld Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden is dat een programmatische foto. Het belooft in elk geval weinig romantiek.

    Images

    Tsead Bruinja (1974) heeft al enige tientallen publicaties op z’n naam staan, inclusief enkele bloemlezingen. Het betreft hoofdzakelijk poëzie, deels in het Fries. Zijn nieuwe werk is lichtvoetig en anekdotisch – maar begrijpelijk of toegankelijk kan het niet worden genoemd. Hij speelt soms met merkwaardige, typografische ordening, met schuine strepen en extra wit en zelfs met tekst die lichtgrijs is afgedrukt in contrast met zwarte woorden. Ongetwijfeld met een reden – maar die is niet altijd duidelijk. Maar de raadselachtigheid van sommige van zijn gedichten maakt ze niet minder poëtisch. Soms is het gewoon een mooi spel met taal zoals in het gedicht In kannen en kruiken:

    zijn we van plan zal gaan gebeuren
    komt eraan kan niet lang meer duren
    hebben we aan gedacht hadden we ons voorgenomen
    zullen we niet vergeten is bij ons in goede handen
    komen we samen uit gaan we aan werken
    kunt u ons op afrekenen is in kannen en kruiken
    (…)

    Via drones komt de techniek Bruinja’s poëzie binnen alsook verwijzingen naar werk van anderen (vintage, postmodern, van Willy Alberti tot Palinurus). De actualiteit komt aan bod ( Assad, Mark Rutte, een verwijzing naar ‘de sp-leider’), punten en komma’s ontbreken en aan neologismen geen gebrek. Grote gevoelens, doorgaans een populair poëtisch ingrediënt, zijn in Binnenwereld (!) ver te zoeken of worden van zo zakelijke context voorzien dat  voor de hand liggende emoties geen kans krijgen. Een poëtisch procedé dat de dichter meermalen toepast – en met succes – is het effect van herhaling. Bijvoorbeeld in het gedicht Echt:

    wij weten niet waar we aan beginnen als we beginnen
    verbazen ons over wat er uit de verhuisdozen komt
    willen niet weten waar we aan beginnen

    het karton bewaren we achter een kast in de gang
    uitgevouwen dieven van de nacht mogen ze meenemen
    vuilnismannen niet
    denken te menen waar we aan beginnen
    kunnen niet weten waar we mee thuiskomen
    of waar we het achterlaten

    spreken ergens te laat af het niet meer te doen
    en stoppen het te doen
    het is een druppel op een lauwwarme plaat
    die niet sist maar langzaam verdampt
    we verdwijnen tussen de randen

    je herinnert je niet alleen de mooie dingen
    je herinnert je het verkrampte gezicht de woede ziekte
    vermoeidheid het vergelen

    wij weten niet waar we aan beginnen
    moeten kiezen en kibbelen over wat er mee
    of naar de kringloop gaat
    gaan aan elkaar voorbij
    voegen gezichten toe aan de carrousel
    beginnen opnieuw

    menen het dan pas echt

    Bruinja’s gedichten zijn in woordkeus en opbouw constant afwisselend. Alsof de dichter telkens weer aan de verwachting van de lezer wil ontsnappen, alsof hij ongrijpbaar wil zijn. Anderzijds wil de dichter de lezer wel verder helpen: op zijn uitgebreide website zijn de gedichten uit deze bundel te horen en is er ook achtergrondinformatie beschikbaar, afzonderlijk per gedicht gepresenteerd.

    Sterk is Bruinja in poëtische statements, beknopt (geschikt om te twitteren). Pakkend en toch ongrijpbaar. Bijvoorbeeld:

    er is veel wat je kan
    als je niks meer kunt

    of, in het gedicht ‘Bouillon’, met een politieke ondertoon,

    nog even en ik ga de poëzie in
    om de wereld te verbeteren

    of

    nederlanders vinden zichzelf geweldig
    ik vind Nederlanders ook geweldig

    Bruinja’s gedichten zijn beslist de moeite waard om teproeven. Waarbij zich onwillekeurig het befaamde credo van Harry Mulisch aan je opdringt: ‘Het beste is, het raadsel te vergroten’. Bruinja heeft zich met zijn jongste bundel uitstekend van die taak gekweten.

    *

    Bron: http://www.literairnederland.nl/