• "Laten we helden zijn," riep CPNB-voorzitter Geneviève Waldmann vanaf een balkon in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Onder luid applaus opende ze met haar heroïsche oproep het Boekenbal. Waldmann riep ons echter niet op om net als Bowie de bakens te verzetten en experimentele literatuur te schrijven in navolging van diens Berlijnse trilogie; zij vroeg ons om alsjeblieft allemaal jaarlijks een extra boek aan te schaffen zodat het gemiddelde van zes naar zeven boeken opgekrikt zou worden. De literatuurliefhebber zou moeten uitblinken in zijn winkelgedrag.

    De rest van het programma was van een soortgelijke droefheid. Dat lag niet aan de inrichting van de zaal. Het theater was smaakvol omgebouwd tot een club met een rond podium in het midden en publiek aan beide kanten.  Bovendien stond er prima witte en rode wijn op tafel, wellicht indachtig "Hier is… Adriaan van Dis". Hadden ze die oude coryfee, zo keurig afgeslankt voor De Wereld Draait Door en nog altijd beter in zijn talen dan Ivo Niehe, maar gevraagd, bedacht ik mij later.

    DiwnvISLbH9sYPvx3pYG

    Helaas kregen wij zanger en entertainer Sven Ratzke voor onze kiezen, ook meertalig, maar daar was dan ook wel alles mee gezegd. Ratzke vond dat bij een feest voor de literatuur vooral smakeloze beledigingen hoorden. Op zich heb ik daar niet zo'n probleem mee, maar dan verwacht ik wel niveau en niet een presentator die mij verveelt met slappe seksuele toespelingen en stompzinnige clichés. Keer op keer werden wij, het publiek "achter" het podium, aangesproken als de mensen op de "cheap seats". Het deed bijna evenveel pijn als de nieuwe vulling die ik deze week van mijn tandarts kreeg.

    Het artistieke hoogtepunt van de avond vormde de bijdrage van Nick & Simon. De Volendammers keken verdwaasd rond in de nachtclub, maar brachten "Gute Nacht, Freunde" van Reinhard Mey tenminste alsof ze het meenden, een verademing tijdens het cynische Circus Ratzke. Spijtig was het dan wel weer dat Nick op een valse gitaar speelde die lelijk beschilderd was met reclame voor het album "Open". Maar als er deze avond al helden waren, waren het wat mij betreft Nick & Simon.

    Ratzke zelf zorgde voor het dieptepunt. Toen hij alle gasten terug het podium opriep om de avond af te sluiten met een groepsverkrachting van Loud Reeds "A perfect day" en de twee Volendammers ontbraken, maakte hij meteen de grap dat zij hem al met de poet gesmeerd zouden zijn. Wat hij niet zag, maar het publiek op de cheap seats wel, was dat Nick en Simon die niets wisten van het slotnummer, terug waren gekomen en braaf in de deuropening klaarstonden.

    "Was ich noch zu sagen hätte," was het thema van de boekenweek. Ik had willen roepen: "Halt's Maul, blöde Holländer, just for one koopavond." Maar ik ben niet zo'n held. 

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    Deze week draaide ik een cd van Frans Halsema met een wat melig liedje ter ere van de boekenweek. Enjoy:

    https://play.spotify.com/track/6jpgxpBn93qut15nAO89eO

    $_84

  • Door de stompzinnige uitlatingen van Donald Trump zou je bijna geloven dat Amerika collectief achterlijk aan het worden is. Al loopt Europa met haar steun aan het pers-onvrije Turkije en Polen niet ver achter. Voor wie het nieuws volgt, is het lang zoeken naar tekenen van vrijheid en intelligentie. Maar alle hoop is niet vervlogen. Aan de dovenuniversiteit Gaullaudet in Washington D.C. wordt nog fatsoenlijk nagedacht, onder andere over architectuur.

    Voor studenten van Gaullaudet, schrijft NRC, “is het ontwerpen van DeafSpace, ruimtes die speciaal zijn ontwikkeld voor doven en slechthorenden, een tweede natuur geworden.” Zo houden de jonge architecten onder andere rekening met dove mensen die al lopend een praatje willen maken. Dat is de normaalste zaak van de wereld voor mensen die kunnen horen. Zij hoeven elkaar niet de hele tijd aan te kijken. Maar mensen die in gebarentaal met elkaar spreken moeten elkaar kunnen zien en niet afgeleid worden door onnodige obstakels. Een lichte helling in de vloer is voor hen veel prettiger dan een trapje en een brede gang veel handiger dan een smalle.

     

    Ten tijde van prikkeldraad aan de Europese grenzen en muren tussen Mexico en Amerika, lees ik graag over dit soort elegante oplossingen. Het geeft hoop en doet mij bovendien anders kijken naar de ruimtes waarin ik me begeef.

    Dat gebeurde ook toen ik luisterde naar blinde mensen die geïnterviewd werden terwijl zij door gebouwen liepen en daarbij met hun tong klakten om de ruimte in te schatten. Ik was gevraagd om op basis van die gesprekken een gedicht te schrijven voor het boek Architectuur door andere ogen. Sindsdien voel ik meer aan dikke armleuningen bij trappen, geniet ik van solide deuren en doe ik soms mijn ogen dicht om te genieten van het 'uitzicht' op auto’s die over natte wegen suizen.

    4a8998cf2164c5b2b796831c3922f262
    In 2005 was er tijdens Poetry International aandacht voor poëzie in gebarentaal. Twee Amerikaanse hippies van in de veertig stalen de show. De dove Peter Cook liet zijn gedichten gesproken ‘ondertitelen’ door zijn ‘horende’ vriend Kenny Lerner. Cook maakte met de duim en wijsvinger van zijn rechterhand een rondje dat de zon voor moest stellen en liet die achter zijn horizontaal gehouden linkerarm opkomen. Daarna zette Cook zijn horizon rechtop en maakte er een boom van. Een denkbeeldige wind waaide door de takkenvingers. Maar de zon scheen fel die dag, waarschuwde Lerner. En voor we het wisten, was de boom gevallen. “And the sun burned the tree down,” bulderde hij. Wij klapten zoals doven klappen: met beide handen zwaaiend naar Cook en Lerner.

    Misschien is het nog niet zo'n slecht idee, dat leiden van de blinden door de blinden. Als de doven dan ook nog onze parlementen ontwerpen en er hun gedichten voorlezen, komen we er wel.

     
    Dit is een ander gedicht, maar het illustreert wel goed de werkwijze van het Peter Cook en Kenny Lerner


    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Door Merijn Schipper

    Geëngageerde poëzie – het is een lastig begrip. Zijn gedichten geëngageerd als ze sociaal-maatschappelijke of ecologische kwesties aankaarten? Of pas als ze oproepen tot bezinning en verzet? Of is alle poëzie uiteindelijk in zichzelf al een daad van engagement, omdat ze in deze op efficiëntie en output gerichte economische samenleving een antipool is? Een échte poëzienerd zou gedichten ook kunnen zien als het summum van efficiëntie en output: het is een product (output), dat veelal in kort bestek zeer gestileerd een veelvoud van betekenissen, beelden en vormen voor het voetlicht plaatst, wat niet zelden een haarscherpe weergave is van een ervaring (efficiëntie). Maar dat terzijde.

    ProductDecisions2

    Nou ja, grofweg: poëzie kujn je in brede zin ene geëngageerde daad van verzet noemen vanwege haar uniciteit in de massacultuur, en in engere zin bekommert geëngageerde poëzie zich om de kwetsbaren van de wereld. In beide opzichten kan Tsead Bruinja in Binnenwereld buitenwijk, naatuurlijke omstandigheden als een geëngageerd dichter gelezen worden. De politiek, de al maar sterker wordende veiligheidsstaat, het dreigende verlies van vrijheid en onze houding ten opzichte van vreemdelingen komen ter sprake.

    Neem het gedicht ‘Western Union’, dat het contrast tussen burgers en illegalen pijnlijk invoelbaar maakt. Het opent met bootvluchtelingen van een brede achtergrond (er zitten ‘koks zangers vissers timmerlui/ dokters en wetenschappers’ tussen) die naar Europa reizen om daar de banen aan te nemen waar wijzelf liever van afzien. Het werk dat deze rechteloze groep doet is ‘als ze uitglijden over een gladde vloer’ onverzekerd. ‘[Terwijl] u een pensioen opbouwt,’ schrijft Bruinja, ‘loopt een van hen langs een muziekwinkel/ en neuriet keurig ingeburgerd’ een maar al te alledaags liedje, dat niet bepaald het toonbeeld is van pure poëzie, maar dat ik omwille van die ongemakkelijke alledaagsheid, toch maar citeer:

    Is het lang geleden is het lang geleden
    dat mijn hartje riep

    met zijn ding dinge dong

    is het lang geleden is het lang geleden
    in de zomerzon ging het

    BIM BAM BOM

    Waarop de man geld stuurt ‘naar een nichtje/ dat haar vader in brand zag staan’. Zij zijn als wij, lijkt het gedicht te zeggen. Het gedicht brengt van deze groep zijn negatieve labels terug naar het menselijke. Het toont de onpersoonlijke ander als iemand zoals jij en ik.

    Emmer

    In deze gespannen tijd, waarin de economische crisis nog merkbaar en de dreiging van aanslagen voelbaar is, waarin de politiek naar rechts neigt, de geloofssystemen te versnipperd zijn om een eenduidig antwoord te geven op de vragen die ons gesteld worden en ook het humanisme te polyfoon is om richting te geven, is het wellicht ook aan de dichters om mythen te herscheppen of nieuwe uit de oude te creëren. Ook daarvoor schrikt Bruinja niet terug. Zijn gedichten bevatten vaak bijzondere universele trekjes, waarin men de taal van vogels lijkt te kunnen verstaan of zich buigt over Nietzsches ‘Bejahung des Lebens’. ‘Fukushima’, dat overigens ook niet wars is van engagement, roept associaties op met de werelden die Italo Calvino oproept met zijn Cosmokomische verhalen:

    de aarde is een tas om de schouders van de maan
    de aarde is een tas met slappe hengsels
    uitgerekte hengsels
    want de zon is zo zwaar

    Het is een metagedicht, het beschouwt zichzelf terwijl het ‘geschreven’ wordt: ‘ik werd verliefd op de eerste regel haar a’s lonkten/ haar beelden schreeuwden om vervolg’. In de televisie waarop de ramp wordt gevolgd, verdwijnt de beeldspraak in een tunnel, waardoor de dichter zich afvraagt of hij iets moet met de associatie van de lekkende kerncentrale. En dan:

    ermee onder de armen naar een radioactief strand
    waar oude mannen op klapstoeltjes
    tevreden in hun emmers kijken
    naar vissen die veel groter worden?

    of zwemt in datzelfde water de aarde?

    was het niet een tas
    maar een emmer?

     
    Alles draagt het andere in dit gedicht: de maan de aarde, de zon die zo zwaar is en aan de aarde lijkt te hangen, en het water de aarde. Maar geruststellend is het niet: de ramp voltrekt zich, niets kan voorkomen dat het teniet gedaan wordt. Het is geen vrolijk stemmend universum, maar wel een waarin alles met alles samenhangt, waarin als iets kapot gaat, het grotere geheel op het spel komt te staan.

    Wie ooit had gedacht dat dichters narcistische pennenlikkers zijn, die in stoffige zoldertjes en schemerachtige souterrains literaire onanie bedrijven, wordt met Binnenwereld buitenwijk in het ongelijk gesteld. We hebben soms fictie nodig om de werkelijkheid te zien.

    *

    Bron: Awater, winter 2016

    Voorplat Awater Winter 2016

    Web: http://www.poezieclub.nl/

  • “Gefeliciteerd met je mooie prijs,” mailde mijn vader mij naar aanleiding van een bericht op Wâldnet jaren geleden. Maar de vlag kon niet uit. Het bericht was een poets die kunsthistoricus Huub Mous mij had gebakken. Die verklaarde onterecht, ook op Liwwadders.nl, dat mijn jonge oeuvre bekroond zou worden met de Gysbert Japicxpriis. Ik zou het nieuws zelfs voortijdig aan hem gelekt hebben. Maar geen prijs voor de zoon, geen eer voor de vader.

    Zaterdagavond zaten mijn vrouw en ik op de bank naar The Voice UK te kijken. Er werd zo nu en dan prachtig gezongen; het ene achtergrondverhaal was nog zieliger dan het ander. Tussen de schoonheid en tragiek door werden mijn oren echter te vaak getrakteerd op smakeloze toonladderacrobatiek. Ik vluchtte naar facebook, zodat ik toch op de bank kon blijven zitten.

    Mijn vrouw wil op dat soort momenten het liefst dat ik met haar mee blijf kijken. Gedeelde smart is halve smart. Maar dit keer kon ze mijn escapisme goedkeuren. Vooral toen ik haar een foto liet zien van een ludiek protest voor het Museum of Fine Arts in Boston. De actievoerders hielden borden omhoog met teksten als “We’re not iconoclasts Renoir just sucks at painting” en “reNOir”.  Een van de demonstranten had geen bord maar een halve burrito in zijn hand. Ook idealisten moeten eten.

    Rn

    Het hardst lachten we om “God hates Renoir”, een knipoog naar de “God hates fags”-borden van homofobe christenen, zoals je die ziet in documentaires. Het was organisator Max Geller echter menens. Op de website van The Guardian deed hij onbedoeld grappig uit de doeken waarom hij  een hekel heeft aan Renoir: “In het echt zijn bomen mooi. Maar wanneer je Renoir moet geloven, zou je denken dat een boom niet meer is dan een verzameling groene krullen.”

    Het is makkelijk lachen wanneer het om iemand anders gaat. Toen Huub Mous mij te kakken zette, vond ik dat totaal niet grappig. Ik vreesde voor mijn reputatie en schakelde onmiddellijk een advocaat in. Eigenlijk had de kunsthistoricus mij mooi te pakken. Ik wilde dolgraag die prijs winnen en voelde mij, misschien wel onbewust, betrapt in mijn ambitie.

    Een jaar daarvoor stond Mous met dichter Eeltsje Hettinga in boekhandel De Tille, tussen de optredens van een aantal Friese dichters door, koeien- en kippengeluiden te maken. De mannen protesteerden tegen het onrecht dat ik Hettinga had aangedaan door zijn werk niet in de aldaar gepresenteerde bloemlezing op te nemen. Dat had anders gemoeten, want de poëzie van Eeltsje Hettinga was en is zeer de moeite waard. Maar ik werd nijdig en kon beide heren wel wat aandoen. Nu kan ik daarom lachen. Kom maar op met dat bord “God hates Bruinja”. Ik zal vol overtuiging in jullie protest meelopen.

    Cowchick

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Ik raad u aan vanavond naar De Lezer te gaan met Charlotte Mutsaers,Marieke Rijneveld, Saskia Stehouwer en Mathijs Gomperts bij Perdu in Amsterdam.

    De Lezer is een serie vraaggesprekken tussen een dichter en een geoefende lezer, met een bijzonder kenmerk: het is de dichter die de vragen stelt over zijn eigen werk en de lezer die daarop antwoordt. Dat levert spannende gesprekken op met een soms verrassend poëticaal resultaat. Grenzen worden afgetast: tussen een dichter en zijn werk, tussen lezer en dichter, tussen lezer en gedicht.

    Ditmaal interviewt Mathijs Gomperts (als dichter) Charlotte Mutsaers (als lezer), en bevraagt Saskia Stehouwer (als dichter) Marieke Rijneveld (als lezer) over haar bundel 'Wachtkamers'.

    Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86, 1012 CZ Amsterdam
    Aanvang: 20.30 uur (zaal open om 20.00 uur)
    Entree: € 7,- / € 5,- euro (met kortingspas)

    Eventpagina: https://www.facebook.com/

    Download (1)

     

  • Als ik zou mogen stemmen bij de volgende Leeuwarder gemeenteraadsverkiezingen zou ik (volkomen uit eigenbelang) voor de PVDA gaan. Afgelopen dinsdag stond namenlijk op de website van Omrop Fryslân dat de socialisten tegen "oanpassingen oerkaping stasjon Ljouwert" zijn, gesteund door de rijksdienst voor de monumentenzorg en de organisatie Hûs en Hiem, die "de bouwkunstige schoonheid van Fryslân wil bevorderen", wat taalkunstig dan weer lekker lelijk klinkt.

    Eind 2011 werden in de overkapping van het station regels aangebracht die ik samen met Pingjummer typograaf en vormgever René Knip had uitgezocht. Ze maakten onderdeel uit van een opknapbeurt die de atmosfeer op het station een stuk aangenamer heeft gemaakt. Op de tekentafel te Pingjum zag het er prachtig uit. Bovendien had ProRail beloofd ons werk te laten uitlichten met heuse 'uplighters'. Ons werk zou weergaloos schitteren boven de hoofden van toeristen, scholieren en forenzen. Eindelijk zou ik het Friese volk weten te bereiken.

    Gelijk

    Ik schreef gedachten op van reizigers, over het al dan niet bellen van een nieuwe geliefde, het stoppen met roken en of ze thuis de vette hap in de kleren zouden ruiken, stiekem weggekaand vlak voor het avondeten. Verder vroeg Knip mij om regels in verschillende talen, waaronder het Liwadders. Ik pikte van een website de schijnbaar onschuldige vraag: "Hewwe wij samen op skoal seten?". Die vraag is eigenlijk een waarschuwing die je inzet wanneer iemand net wat te familiair met je omgaat; een veel voorkomende ziekte bij managers en politici.

    Kilo's van mijn diepe zieleroerselen en dierbaar jatwerk werden uit staal gesneden en op balken bevestigd. De letters waren zelfs zo zwaar dat de oplevering moest worden uitgesteld. Ik vreesde voor de ruggen van de arbeiders op hun hoogwerkers. Gelukkig bleven die recht.

    Toen de klus geklaard was, eeuwige roem en positieve banksaldi aan de horizon gloorden, bleken de "uplighters" een raar soort instagrameffect te veroorzaken. De lampen wierpen een nare slagschaduw waardoor je de letters dubbel zag. Knip en ik pleitten nog voor (eer)herstel maar bij ProRail was de peroonkas leeg. Men moest onze boodschappen zo maar zien te ontcijferen. Geheel begrijpelijk reageerde de pers niet al te enthousiast.

    Werk_in_uitvoering

    Nu worden enkele van die regels in hun overbelichte bestaan bedreigd. Er moeten meer treinen tussen Leeuwarden en de Hanzestad gaan rijden en daarvoor zou spoor 8 tot onder de kap moeten worden doorgetrokken. Een deel van het historische dak gaat er dan aan. Als progressieve groenlinkser zou ik daar geen moeite mee moeten hebben, maar ondanks de gebrekkige uitvoering, is het broddelwerkje mij dierbaar geworden. De woorden en compositie voelen als een deel van mij. Ik zou dus bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen op de PVDA stemmen. Dan rijden er maar wat minder treinen. Thuiswerken is ook mooi en staan is goed voor de bloedsomloop.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • Doppelmeister maakt prachtige filmpjes voor het poëziekanaal van de VPRO.

    Vandaag plaatsten ze dit filmpje met mijn vrouw Saskia Stehouwer.

    Saskia Stehouwer begint haar werkdag met misschien wel de meest hemelse geur die er is. Die van vers gebakken brood.

    DichterBij is een serie over eigentijdse Vlaamse en Nederlandse dichters. Iedere maandag verschijnt er op dit VPRO Poëzie-kanaal een nieuwe aflevering.

    Meer op: https://www.youtube.com/channel/UC42CgKe3GL3IKQs79LHKEtA

  • Mijn pake van moeders kant heette Klaas Willem Dijkstra. Zijn zoon kreeg bij de geboorte de naam Willem Klaas Dijkstra mee. Toen mijn jongste zusje Elisabeth ter wereld kwam, kreeg zij, om pake Klaas te plezieren (en omdat ik al vernoemd was naar mijn vaders vader), Klaske als tweede naam. En meer dan dertig jaar later gaf een jonge Australische vader zijn dochter de mythisch aandoende naam Lanesra. Lanesra’s moeder vond het prachtig. Totdat ze erachter kwam dat haar dochters naam de omkering was van Arsenal, de favoriete voetbalclub van haar man.

    Het is niet om u op ideeën te brengen, maar soms kiezen ouders ervoor hun kinderen op te tuigen met de namen van literatoren. De Amerikanen Sue en Tom Klebold noemden hun twee zonen naar Lord Byron, de romantische dichter en rokkenjager, en naar Dylan Thomas, de grote Welshe woordkunstenaar en nog grotere drinkebroer. “Ga in die goede nacht niet al te licht. / De oude dag moet laaien en weerstaan; / Raas, raas tegen het sterven van het licht,” luidt de schitterende opening van een van Thomas' beroemdste gedichten, hier in vertaling van Paul Claes.

    522828389_325963c22d_b

    De jonge Dylan Klebold bereikte die ‘oude dag’ nooit. Op 20 april 1999 schoot hij op zeventienjarige leeftijd samen met klasgenoot Eric Harris twaalf leerlingen en een leraar dood op Columbine High School en pleegde daarna zelfmoord, volgens de ene theorie omdat hij vaak gepest werd, volgens de andere omdat hij te veel moorddadige computerspelletjes speelde. Zanger Marilyn Manson, die zichzelf vernoemde naar een actrice die zelfmoord pleegde en een massamoordenaar die zich later in de gevangenis tot de Heer bekeerde, brak zijn tour af, nadat er werd beweerd dat ook zijn shockrock als inspiratie had gediend.

    Moeder Sue Klebold publiceerde onlangs het boek A mother’s reckoning. Daarin probeert ze uit te zoeken hoe haar zoon tot zijn daad kon komen en of haar als moeder iets  te verwijten viel. Ik las een interview met haar op de website van The Guardian en bleef lezen, onder andere door de poëtische namen van haar zoons. Klebold, die na de gebeurtenissen op Columbine High aan paniekaanvallen leed en borstkanker wist te overleven, zet zich nu in voor “suicide and murder-suicide prevention”.

    Het gedicht van Dylan Thomas richt zich overigens niet alleen tot de ouden van dagen. De dichter spreekt over ‘De woeste, die zong van de zonneschicht, / Tot ook hij leerde treuren om haar baan” en over “De sombere, die met doods verblind gezicht / Ogen als meteoren op ziet gaan”. Beiden wordt opgedragen te razen tegen het sterven van het licht. In het geval van de erfgenaam van Thomas’ naam had men gehoopt dat ook hij de pen had opgenomen en niet het zwaard.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

  • “Het verschil tussen wachten en verwachten leerde je / van een kat die twee keer van huis liep en maar één keer terugkwam.” Zo opent het gedicht ‘En of het zo door kan gaan’ van de twintigjarige Else Kemps. Ze won er de eerste prijs mee in De Türing Nationale Gedichtenwedstrijd. Kemps, die een nurkse kwetsbaarheid combineert met gelaagde beeldenreeksen, won 10.000 euro, afkomstig uit de beursgang van Tomtom.

    “Je denkt aan de zuurstoffles die je opa kunstmatig in coma hield. / Of het zo door kon gaan, vroeg je tante steeds, en op Google Maps // heeft zijn fiets nog drie jaar voor de deur gestaan”, vervolgt Kemps, die naast begenadigd dichter en performer ook student is bij de opleiding Creative Writing te Arnhem waar ik samen met collega-schrijvers lesgeef.

    Mi

    De dag na haar zegetocht moest Else net als haar medestudenten aantreden voor de Schouw, een voortgangsgesprek met vier docenten én drie soorten vlaai. Het was een feestelijke dag, maar niet voor iedereen. Sommige studenten kregen een waarschuwing omdat ze achterliepen; anderen kregen te horen dat ze te weinig ontwikkeling toonden. Daarnaast waren er studenten die ondanks hun talent en hoge cijfers toch in huilen uitbarstten.

    Nu zij de eindstreep naderen en zelf een schrijfpraktijk op moeten zetten, staren ze in de angstaanjagende leegte van het beginnende zzp’rschap. Ze vragen zich af hoe ze straks in ‘s hemelsnaam brood op de plank krijgen en of ze überhaupt ‘schrijver’ willen worden. Betekent leven van de pen niet dat je de meest mensonterende schnabbels aan moet pakken en dat je popiejopie moet gaan lopen doen op een podium terwijl dat totaal niet bij je introverte karakter en gevoelige teksten past? “Ik neem wel een simpel baantje in een winkel,” snikten ze, klaar om ‘under te performen’ en uitgebuit te worden door de vrije markt.

    Ik deed tijdens mijn studie schoonmaakwerk en stond daarna achter de balie van een muziekzaak. Ik durfde niet veel van mijn toekomst te verwachten. Dus ik begrijp heel goed dat deze studenten zichzelf in proberen te dekken en dat ze hun ‘hoofd’ voor zichzelf willen houden, maar liever wil ik dat ze op de toppen van hun kunnen sterke verhalen blijven vertellen:  

    “Daarna was er / S. de man die zei niet verder te willen en daarom al die tijd gebleven is // ’s Nachts vertel je hem over de keer dat iemand je uitschold / voor ‘hoer’ omdat je stilstond op een zebrapad. Alles wat hij zegt // is dat ‘lopen’ in het Russisch twee werkwoordsvormen heeft, / afhankelijk van of men een bestemming heeft of niet.”

    Ik hoop kortom dat onze studenten, net als Else, erop leren te vertrouwen dat er veel valt te winnen wanneer je je eigen richting volgt.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

  • Van absoluut gehoor had ik wel eens gehoord. Het schijnt een kwelling te zijn. Je kunt niet van muziek genieten omdat je afgeleid wordt door instrumenten die net niet goed gestemd zijn. Het is waarschijnlijk een beetje als het luisteren naar de Voice, waar je ook regelmatig een vers gedresseerde popster de bocht uit hoort vliegen, waarna de jury, op Anouk na, alle fouten gladstrijkt. Ali B., Miss Montreal en Marco Borsato leiden ongetwijfeld aan een absoluut kassagehoor.

    Het mooie van dit soort ergernissen is dat je ze ook weer kunt vergeten, maar dat blijkt niet voor iedereen het geval. Op de website van de BBC las ik over mensen die last hebben van (of misschien wel gezegend zijn met) een absoluut geheugen. Nima Veiseh, een Amerikaanse dertiger, is zo iemand. Volgens Veiseh veranderde zijn geheugen resoluut door de liefde. Op 15 december 2000, op de zestiende verjaardag van zijn beste vriend, ontmoette hij zijn eerste vriendinnetje. Sindsdien kan Veiseh bij elk plekje op de harde schijf in zijn hoofd.

    Echte Bakker Wallpaper 700x351

    Mijn vrouw en ik hebben geen kinderen, maar we zien wel de zoontjes van onze buren opgroeien. Zij zijn nu acht en zes en al een paar jaar bezig om herinneringen op te bouwen die zij zich misschien later nog voor de geest zullen kunnen halen. Maar ze zullen vergeten hoe de jongste het uitschreeuwde van het lachen terwijl zijn broertje bovenop hem zat toen hij anderhalf was of hoe de oudste op mijn schoot wilde omdat hij bang was voor het vuurwerk toen hij vijf was.  Zelf weet ik eigenlijk ook alleen maar van verhalen van anderen dat ik vroeger verliefd was op de dochter van bakker Heslinga. Wel meen ik mij het zoete Franse suikerbrood te herinneren dat we bij Heslinga kochten, maar dat at ik dan ook tot mijn achtste.

    Wie zich de liefde niet herinnert, is ook niet belast met oud liefdesverdriet. Dat is anders voor Nima Veiseh. Alle schaamte en pijn uit zijn verleden blijft bestaan en slijt nooit. Veiseh zegt over die onmogelijkheid om de mindere momenten uit zijn verleden te vergeten iets moois: “Mensen zeggen wel dat je moet vergeten en vergeven, maar doordat vergeten een luxe is die ik niet heb, moet ik leren om oprecht te vergeven. Niet alleen anderen, maar ook mijzelf.”

    Veisehs wijze uitspraak wierp mij terug naar 2001. Een jaar nadat hij zijn eerste vriendinnetje leerde kennen, bedroog ik een grote liefde en verknalde ik een veelbelovende relatie. Jaren kwelde ik mijzelf door alle huilbuien, smeekbedes en mooie momenten steeds weer opnieuw in mijn hoofd af te spelen. Ik herinner ze mij te goed, maar gelukkig niet meer absoluut. Al houd ik mezelf graag voor dat ik haar gulle lach nog volledig kan zien en horen.

    *

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl