WIKSELTONGE (Nederlandse vertaling staat onder dit gedicht)
it grutste gelyk fan de wrâld
it âldste gelyk ken allinnich
it grutste gelyk fan de wrâld
slacht gauris mei de fûst op tafel
it âldste gelyk lit alles sa mar
hingje klokken oan muorren
it gelyk fan de tiid is der wis fan
it lytse gelyk is de breid
it grutste gelok har tonge
myn swetsery tsjin it ljocht hâldt
my wurkje lit oan in oarlochsliet
oer in man dy't sûn en wol
het grootste gelijk van de wereld
het oudste gelijk kent alleen
het grootste gelijk van de wereld
slaat regelmatig met de vuist op tafel
het oudste gelijk laat alles zo maar
het gelijk van de tijd weet het zeker
het kleine gelijk is de bruid
het grootste geluk haar tong
mijn gezwets tegen het licht houdt
mij laat werken aan een oorlogslied
over een man die gezond en wel
Dit gedicht werd geschreven voor de herdenking op 4 mei te Dokkum en hoort bij het gedicht op de afbeelding hieronder dat ik voorlas in de prachtige Bonifatiuskapel.
ZE SCHOPTEN ANNO SJOERD EN ZE SCHOPTEN TITUS
ze schopten anno sjoerd en ze schopten titus
tot de pater bloedde en de bloedende zei
wij zullen voor die mensen bidden
zodat ze tot inzicht komen
kregen de laarzen niet stuk
in een brillendoos onder zijn oksel
bewaarde hij de hostie waar het hele kamp
ze schopten titus en ze schopten anno sjoerd
dat een raadsel vervloekt
ze schopten om schoenen die te smerig
een bed dat niet netjes genoeg
een smalle akker voor de een
hij wist wat hij bij zich droeg
* Titus Brandsma (Anno Sjoerd Brandsma geboren te Oegeklooster bij Bolsward, 23 februari 1881 – Dachau, 26 juli 1942) was een Nederlandse karmelietenpater, hoogleraar en publicist uit Friesland. Brandsma was specialist in middeleeuwse mystiek en zelf mysticus. Als sterk maatschappelijk betrokken priester nam hij initiatieven op het gebied van de katholieke emancipatie, het katholieke onderwijs en de journalistiek. Brandsma verzette zich tegen het nazisme. In 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd hij gearresteerd door de Duitse bezetters en vond in het concentratiekamp Dachau de dood. In 1985 werd hij als martelaar door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.
* Enkele beelden in dit gedicht komen uit een gesprek met met broeder-klerenmaker Rafaël Tijhuis.