’s Nachts als ze de slaap niet kan vatten ziet Klaske een breipatroontje voor zich. Als het zo kan of zo kan dan kan dat en dat denkt ze.
We zijn nog lang niet uitgepraat maar ik wil nog even vragen wat voor vrouw mijn moeder was want die kende ze omdat Oege zijn neef Jerre bij wie ze regelmatig met de woonwagen op het boerenerf stonden onze buurman was.
Een lieve vrouw was je moeder en een botte borstrok als het haar niet naar de zin was, kon ze flink vloeken.
Ik denk dat Klaske die president was van de vrouwenvereniging van de hervormde kerk, die al dertig jaar breit voor Roemenië, Albanië en nu voor Oekraïne, dat wel kon hebben.
"Och", sait se, "dat Bildts is ook soa ferrekte wreed."
Even later belt mijn vader omdat ik hem foto’s van Klaske, Oege en de woonwagen appte.
"Klaske gaf mij voor een klusje waar ik geen geld voor wilde een Noorse trui die zo stijf gebreid was dat je hem rechtop in de hoek van de kamer kon zetten."
Misschien is onze tijd die beheerst wordt door polarisering en conflicten wel gebaat bij betrokken, heldere, aardse poëzie. Er lopen namelijk veel breuklijnen door de samenleving, zoals die tussen de bewoners van de stad en die van het platteland. Terwijl er op het platteland, net als in de stad, waardevolle dingen gebeuren die de sociale cohesie bevorderen.
Een dichter kan daar misschien ook aan bijdragen, door met mensen te gaan praten en gedichten op die gesprekken te baseren. De Nederlandse dichter Tsead Bruinja deed dat toen hij in 2019 en 2020 Dichter des Vaderlands was. In 2020 publiceerde hij Springtij, een bundel vol echo’s van de gesprekken die hij voerde met opgesloten misdadigers.
Ook dit gedicht uit Bruinja’s nieuwe bundel, Wat deed ik daar, is gebaseerd op gesprekken, deze keer op het Friese platteland, waar de dichter opgroeide. Hij informeert naar wat men van zijn moeder vond. Hij citeert in het Fries de bedenking dat men zijn moeders gevloek wel kon relativeren, omdat het Bildts, de streektaal met een sterk Hollands karakter die wordt gesproken in de Friese polderstreek het Bildt, sowieso een harde taal is. In de gesprekken komt de breiende voorzitter van de vrouwenvereniging ter sprake. Bruinja’s vader haalt ook een herinnering aan haar op. Solidariteit op het platteland: breien voor inwoners van landen waar de bevolking het moeilijk heeft.
De titel is met de hand geschreven op de cover (handschrift van ontwerper https://bartheideman.com/), alsof de dichter zich na de samenstelling van de bundel de vraag stelt “Wat was dit allemaal?” De bundel is dan ook een boeiend amalgaam van stemmen en tonaliteiten: ernst en speelsheid, bedenkingen en sentiment wisselen elkaar af. De verschillende delen van de bundel worden bijvoorbeeld voorafgegaan door citaten uit ‘Nextdoor’, een app waarop mensen uit de buurt elkaar dingen kunnen aanbieden.
Misschien vraagt Bruinja zich met de titel van zijn bundel ook af wat zijn geboorteplek in Friesland achteraf bekeken voor hem betekende. Veel goeds, ongetwijfeld, als je dit gedicht leest.
Het was een speciale editie van Portretten in Poëzie met familie en oude bekenden, waaronder de 100-jarige oma van Frank Keizer en een oude bekende van mijzelf. Klaske van der Veen-Krol was namelijk vroeger, met haar man Oege en hun dochter Marianne, vaak te vinden bij buurman Jerre aan de Heechfinne in Rinsumageest. Daar reden zij destijds met de pony en de woonwagen naartoe om er een paar nachten naast de boerenstal te bivakkeren. Klaske en ik hadden elkaar 40 jaar niet gezien.
Arnold werkte met oud-marinier Rinze Wassenaar die het na een halfzijdige verlamming gelukt is om weer trompet te kunnen spelen. De hele zaal zong met Rinze mee tijdens de afsluitende presentatie en genoot van de prachtige foto’s die Rosa maakte, o.a. van een bankje dat een speciale betekenis heeft voor mevrouw Balt-Brouwer. Die staat namelijk op de plek waar vroeger de boerderij van haar moeder stond. Toen de man van mevrouw Balt 23 jaar geleden overleed, kwam ze vaak naar het bankje om aan hem te denken.
De ontvangst was weer geweldig, inclusief de gehaktbal, de pannenkoeken en de dubbelvla. We hebben bovendien erg genoten van de mengeling van Fries, Nederlands en Bildts tijdens ons bezoek.
De foto's, gedichten en het lied zijn te vinden op:
Mag ik je attenderen op het nieuwe boek van mijn geliefde, Heidi Koren?
Net verschenen bij Hollands Diep: Dat zijn wij zelf van Heidi Koren
'Ontroerend en intrigerend' – Wilfried de Jong
In Dat zijn wij zelf richt een vertwijfelde dochter zich in brieven tot haar pas overleden moeder, omdat ze haar mist, maar ook omdat ze vat op haar en haar afwijkende denkbeelden probeert te krijgen. Hoe kon haar moeder de laatste jaren zich zo afkeren van het wereldnieuws en zich zo gaan vastklampen aan kwakzalvers en hun complottheorieën over de farmaceutische industrie? Wat sprak haar aan in de denkbeelden van een antisemiet als David Icke die beweert dat buitenaardse repitielenwezens de aarde hebben overgenomen? Is er een link te leggen met het verhaal van haar vader Leendert Ridderikhof die in 1941 gearresteerd werd voor het beramen van een aanslag op Nederlands grootste landverrader Anton van der Waals en die heldendaad moest bekopen met vier jaar Sachsenhausen en bij thuiskomt een onverschillig Nederland aantrof? Dat zijn wij zelf is een vaak tedere en soms woeste bespiegeling over de relatie tussen moeder en dochter, familie, rouw, en over hoe een oorlogstrauma en een wereldwijde pandemie een gezin uit elkaar kan trekken.
Misschien wel de meest gelukkige schrijfster van Nijmegen (podcast)
Heidi Koren is misschien wel de meest gelukkige schrijfster van Nijmegen. In deze 74e aflevering van 024/7 praat Joris van Meel met Heidi over haar bijzonder omslachtige route om schrijfster te worden. Over haar tijd als stadsdichter van Nijmegen, en over eenzame uitvaarten. En over de dood van haar moeder, die de basis vormde voor haar nieuwe boek ‘Dat wij wij zelf’ (Hollands Diep).
Heidi ontdekt verborgen trauma na de plotselinge dood van haar moeder: ‘Hoe kon ze een normale jeugd hebben?’ (De Gelderlander)
Woedend was ze. Precies in de periode dat schrijver Heidi Koren en haar moeder samen uit een conflict probeerden te komen, ging ze plotseling dood. Koren dook in haar familieverleden en vond in een verborgen kistje informatie die alles in een ander daglicht zette. ,,Wat weten we nou eigenlijk van elkaar?”
Door Anne Nijtmans
Op het moment dat de Nijmeegse zich twee maanden had vrij geroosterd om een roman af te maken, werd haar moeder dood gevonden. Ze lag naakt op de vloer. Ze kwam net onder de douche vandaan, dat was te ruiken aan haar haren. Ze was 70 jaar.
Behalve verdrietig was Koren ook boos. ,,Ik wilde haar wel uit de kist trekken en door elkaar schudden. We zaten midden in een clash waar we voorzichtig uit aan het komen waren. Gelukkig hadden we het weekend voor haar dood goed contact gehad. Maar we waren nog lang niet klaar.”
Ze begon met het schrijven van een brief aan haar moeder en kon niet meer stoppen. Het werd het begin van de roman Dat zijn wij zelf.
Waar ging de ruzie met je moeder over?
,,Ze was altijd al geïnteresseerd in alternatieve geneeswijzen. Maar in de coronatijd keerde ze zich radicaal af van de medische zorg en wetenschap en ging ze mee met de complotdenkers die zich toen lieten gelden. In die ideologie beet ze zich helemaal vast. Ze dreef me tot wanhoop.
Mijn oudere broer nam de telefoon niet meer op als ze belde. Ik wel, maar ik had mezelf niet in de hand en werd toch boos als ze weer met die theorieën aankwam. Ik vind het niet mooi van mezelf, maar ik realiseer me nu dat ik op haar neerkeek omdat ze die ideeën had. Maar we wilden er wel uitkomen, omdat we elkaar niet kwijt wilden. Uiteindelijk hebben we zelfs gesprekken met een mediator gehad.”
Was het contact voorheen wél goed?
,,We hebben jarenlang een fijne moeder-dochterrelatie gehad. Niet héél intiem toen ik jong was. Ze was een traditionele huisvrouw, ik was een opstandige puber en vond dat ze over zich heen liet lopen. Maar toen ik zelf moeder werd, kregen we een hechte band. In die tijd ging ze scheiden, ze vond een huisje op de Veluwe, aan de rand van het bos, met een grote tuin.
Ze is hulp voor zichzelf gaan zoeken, wel in de alternatieve hoek: therapieën met reiki, zoeken naar ‘het innerlijke kind’, dat soort dingen. Ik zag dat toen als onschuldig. We kwamen veel bij elkaar, mijn kinderen logeerden graag bij haar, we wandelden samen met haar en mijn honden. En de liefde voor gezond en lekker eten heb ik van mijn moeder meegekregen.”
Hoe kwam het dat je je moeder na haar dood ging schrijven?
,,Ik ben schrijver. Dat is de manier waarop ik me uit. En, heel praktisch, ik had er op dat moment de tijd voor. Ik had vrij genomen om aan een roman werken in het oude tuinhuisje van Jan Wolkers in Amsterdam. Ik was in shock door haar plotselinge dood, daarom begon ik mama te schrijven. Ik begon met onderzoeken wat er was gebeurd.
Achteraf begrijp ik niet hoe ik dit verhaal over het hoofd heb kunnen zien. Ik wist het en wist het niet
Ze had al enkele jaren gezondheidsklachten, maar ze legde haar lot in handen van alternatieve therapeuten met vage therapieën en rituelen. Toen ze echt nauwelijks meer wat kon, ging ze pas naar de huisarts. De reumatoloog constateerde spierreuma, maar er was verder onderzoek nodig. Dat is er niet meer van gekomen omdat ze overleed.”
Vervolgens keek je steeds verder terug in het verleden. Waarom?
,,Ik wilde begrijpen waarom ze zich zo overgaf aan die complottheorieën. Ik ben de verslagen van de gesprekken met de mediator gaan nalezen. Die benoemde dat ze een tweede generatie oorlogsslachtoffer was. Daar wilde ze toen niet op ingaan. Ik wist dat haar vader, mijn opa, in concentratiekamp Sachsenhausen had gezeten. Hij was politieman in Rotterdam en werd opgepakt toen hij een verrader wilde liquideren, maar zelf verraden werd.”
Is er ooit gepraat over wat je grootvader in het concentratiekamp heeft meegemaakt?
,,Nee. Achteraf begrijp ik niet hoe ik dit verhaal over het hoofd heb kunnen zien. Ik wist het en wist het niet. Mijn grootvader heb ik niet gekend, ik was te klein om hem te herinneren. Hij stierf aan een hartaanval toen hij 60 was. Hij heeft kort voor zijn dood een verslag geschreven over wat hem is aangedaan.
Het zat in een kistje met andere oude papieren en brieven. Ik wist dat mijn moeder een kistje met familiedocumenten had, we zouden het ooit samen doorspitten, maar dat was er nog niet van gekomen. Op een nacht werd ik wakker met de gedachte: ik moet die kist vinden! Ik vond hem diep onderin de kledingkast van mijn moeder.”
Bio
Heidi Koren debuteerde in 2015 met de poëziebundel Gedachten over een mogelijk einde (Voetnoot). In 2018 studeerde ze af aan de Schrijversvakschool Amsterdam met de roman Hawaï 2000 die in 2019 verscheen bij Uitgeverij Vrijdag. In mei 2020 verscheen haar tweede poëziebundel Wie dit leest is gek (Vrijdag). Heidi was stadsdichter van Nijmegen van 2021 tot 2024. Naast dichter en schrijver is Heidi Koren docent creatief schrijven (o.a. voor de Schrijversacademie) en werkt ze bij Lindenberg Nijmegen als teamleider VO. In 2023 rondde ze haar Master Kunsteducatie af aan de Fontys Hogeschool Tilburg.
Koen Eykhout recenseert voor De Limburger jaarlijks zo’n 160 boeken. Ook deze week vult hij zijn boekenkast aan met drie nieuwe exemplaren. Welk boek mag je niet missen?
Het gaat nooit voorbij
Godallemachtig, denk je tijdens het lezen van de autobiografische roman 'Dat zijn wij zelf' (Hollands Diep) van Heidi Koren, je zult maar zo’n moeder hebben. Of hebben gehad, want ze is er niet meer, de moeder van de schrijfster. Het boek moet een ode aan haar zijn, volgens de achterflap, maar daar denk je in eerste instantie anders over. Moeder zegt tegen haar volwassen dochter dingen als ‘Hè hè, eerst even mijn meisje vasthouden’ of ‘Het was weer een dag met een gouden randje, liefje, dankjewel’. Rillingen over je rug. Aangeleerd. Nep. Geforceerd. Bovendien valt ze tijdens haar ernstige ziekte voor allerlei kwakzalvers, waar haar dochter, de schrijfster, moeilijk mee kan omgaan. De ergste is ene Amira met haar bioresonantie-apparaat. Maar dan ineens kantelt het verhaal. Ga je begrip opbrengen voor de moeder, gestorven in 2023. Er is bijvoorbeeld een door een val zwaar gewond en later verslaafd geraakt zoontje. Maar, denk je bij jezelf, er moet meer zijn waardoor de dochter trui en jas draagt van de overleden moeder en de playlist van haar op de telefoon op repeat heeft staan. De schrijfster laat zo af en toe wat los over het oorlogsverleden van haar opa van moederskant. De man komt als verzetsheld voor in De verrader van Auke Kok, een non-fictieboek over landverrader Anton van der Waals, waarin ook een foto staat van de vader, die door het verraad van de NSB’er liefst vier jaar, van 1941 tot 1945, in concentratiekampen verbleef. De schrijfster vindt een schrift waarin hij de gruwel beschrijft van zijn leven toen. Delen ervan staan in deze roman, die naarmate het verhaal vordert een tweede generatieroman blijkt te zijn. Hij schrijft hoe de Duitsers hem en zijn medegevangenen tijdens transporten van het ene naar het andere kamp voor hun colonne vrachtwagens lieten hollen. Wie struikelde, werd overreden. Hadden ze er genoeg, werden de lijken in de laatste vrachtauto geworpen en nieuwe ‘hardlopers’ gedwongen te rennen voor hun leven. Koren toont aan met gegevens over trauma’s bij kinderen van 9/11 overlevenden, dat trauma’s niet stoppen bij de dood, maar zich voortzetten in de bloedlijn. Dat zijn wij zelf is zo alsnog een aangrijpende ode aan een moeder die niet beter wist dan dat leven gelijk stond aan overleven.
Heidi Koren in gesprek met Dinie Hekman voor het programma Reggebreed van Hoi Media Nijverdal 12-04-2025
De oud Nijverdalse Heidi Koren schreef een boek over haar moeder, kort na haar plotselinge overlijden. Het boek "Dat zijn wij zelf" is een zoektocht naar haarzelf, haar voorouders en waarom we zijn geworden wie we nu zijn. Voor het programma Reggebreed van Hoi Media ging zij in gesprek met Dinie Hekman. Reggebreed is het radioprogramma op de zaterdagmorgen tussen 10.00 en 12.00 uur met actualiteiten, nieuws, informatie en politiek uit de gemeente Hellendoorn. In de studio worden gasten uitgenodigd om nieuws en culturele activiteiten in de komende of voorbije week toe te lichten. Het weekend weerbericht is de vaste afsluiter van het programma. De onderwerpen worden afgewisseld met evergreens en hedendaagse popmuziek. Presentatie: Jaap Calkhoven, Rietje Klei, Betty Pennings, Wil de Bruine, Gerholt Lankamp en Kevin Hoop. Techniek en muziek: Jaco Veenstra, Benno ten Cate, Kevin Hoop en Gerholt Lankamp. Weerbericht: Freddy Paalman
Voor meer informatie over Dat zijn wij zelf, Heidi Koren, beeldmateriaal, een interview, recensie-exemplaar of speciale acties kunt u contact opnemen met:
Waar te beginnen? Allereerst bewonder ik de moed en oprechtheid van Heidi Koren om dit boek te schrijven. Er zit zo’n urgentie en vaart in dat je bijna niet kunt stoppen met lezen. Knap, hoe ze al die mogelijke beginpunten aanhaalt, om steeds een ander aspect van haar familiesysteem en van het grote geheel te belichten. Heel mooi en intiem ook, die directe aanspreekvorm, waardoor je als lezer in de huid van de rouwende, zoekende, woedende dochter kruipt en alles uit eerste hand meemaakt. Het is in één vloeiende beweging geschreven, lijkt het, onverbiddellijk, maar altijd met respect, liefde en mededogen naar de moeder, zonder ook maar ergens sentimenteel te zijn. Dat zijn wij zelf verdient een groot lezerspubliek!
*
Prachtig
Evaline op 17 februari 2025
Persoonlijk, puur, rauw, prachtig
*
Beklemmende familiegeschiedenis
Ardilla op 3 juli 2025
Moederdochterproblematiek – daar zijn meer boeken over geschreven, maar zelden las ik een zo rauw, pakkend relaas. Verdriet over een groot verlies. Verdriet vooral over wat had kúnnen zijn. Schrijfster Heidi Koren en haar moeder verschilden van mening over de dreiging van de corona epidemie. Die insteek maakt het boek meteen actueel. Maar het gaat over veel meer dan dat. De rol van opa's en oma's. Hun weggestopte oorlogservaringen. Een uit de boot gevallen zoon/broer. Lezen dat boek: van harte aanbevolen
Een prachtig en pijnlijk boek! Frouwkjefleur op 01 juli 2025
Heidi Koren heeft een prachtig en pijnlijk boek geschreven over haar relatie met een lieve en lastige moeder. Vanaf het begin van het boek vraagt Heidi zich af waar het afscheid nemen van haar moeder begonnen is en door het in de ik-vorm te schrijven èn door telkens in het verhaal een ander moment als misschien begin van het afscheid te nemen, word je door het boek heen getrokken. Tot je tenslotte aankomt in de gang waar ze haar overleden moeder aantrof. De woede waarmee ze schrijft is zeer herkenbaar en slaat je soms als een mokerslag. Terwijl tenslotte woede en liefde samen, na de dood van de moeder, in een prachtige en ontroerende mengeling overblijven. Voor mij herkenbaar door de intergenerationele problematiek en door de beschrijving van het oorlogsverleden van haar overleden grootvader, een verzetsstrijder. En door de hevige (innerlijke) strijd die dochters soms met hun moeders moeten voeren. Door ook de natuur op een beeldende manier in haar verhaal te betrekken wordt door het hele boek heen duidelijk dat leven en sterven ook bij die natuur horen. Lezen!
Zacht en hard
Door MariekeHagemans 14 juli 2025
Wat was ik opnieuw verrast door de tweede roman van Heidi Koren. Na haar eerste boek 'Hawaï 2000' (2019) werd ik omver geblazen door haar zeer originele manier van schrijven: rauw, direct, absurdistisch en ontroerend. Zacht en hard. Met 'Dat zijn wij zelf' zie je nog meer de kwetsbare en eerlijke kant van deze schrijver die na de dood van haar moeder de relatie tussen hen beschrijft. Door zich rechtstreeks tot haar moeder te wenden voelde ik ook direct sympathie voor de moeder en dat maakt dit boek zo sterk want je zou deze vrouw af en toe achter het behang willen plakken. Het intergenerationele trauma bij de moeder (oorlog) heeft Heidi prachtig door het boek heen verweven waardoor ik niet kon stoppen met lezen. Op de titel 'Dat zijn wij zelf' heb ik lang gekauwd. En dat is zo fijn van een goed boek, je blijft er nog weken mee bezig.
Reviews op Bol.com:
In één ruk uitgelezen!
SusanneBR
40-49 jaar
20 februari 2025
Heeft dit artikel gekocht
Positieve punten
Pakkend
Zo goed opgeschreven. Wat een verhaal. Ik heb het in één ruk uitgelezen.
Net2017
Prachtig, rauw Nijverdal
Heeft dit artikel gekocht
Een aangrijpende roman waarin Heidi Koren ons een prachtig, rauw en onversneden kijkje gunt in haar innerlijke wereld na de plotselinge dood van haar moeder. Wanhoop en verdriet strijden erin om voorrang, maar ook woede. Woede over de ontnuchterende pijn dat er zoveel onbekend en onbesproken is gebleven over het hoe en waarom haar moeder werd tot wie ze was. Tot driemaal toe probeert de auteur zich toegang te verschaffen tot haar moeders belevingswereld. Daarbij graaft ze zich diep in diens geschiedenis, waar transgenerationele trauma’s hun ontnuchterende afdruk hebben nagelaten. Dat zijn wij zelf is een prachtige, in heldere taal geschreven roman over verlies en rouw, transgenerationele nalatenschap en begrip. Maar bovenal een liefdevolle ode aan een moeder.
- blij met de mooie woorden van rechter Herman van Harten
"…Oud-Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja laat in zijn beeldende bundel Wat deed ik daar (Querido) poezië rechtstreeks uit het dagelijkse leven spreken. Woordvondsten, humor, schoonheid en techniek wisselen elkaar af: achterlijk gedicht / met je onnavolgbare katoenen gekef / ik geef je een spuitje tegen de interpretatie. De bundel heeft een soort bewuste, markante rommeligheid, die ik herken uit sommige rechtszaken…"
Lees alles over de boeken op zijn nachtkastje bij Mr. Magazine Online (Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld. Belicht en becommentarieert.)
In veelvormige, spreektalige gedichten laat de voormalige Dichter des Vaderlands zien dat verbondenheid nodig is om de angst te lijf te gaan.
Wanneer mag je prikkeldraad om je tuin spannen? Niet echt een vraag die je verwacht in poëzie. Toch komt die een aantal keer terug in de nieuwe dichtbundel van voormalig Dichter des Vaderlands, Tsead Bruinja. De vraag geeft als het ware de sfeer aan van de samenleving waarin deze bundel is ontstaan. Een sfeer van angst, bijvoorbeeld voor ‘keurig uitziende jonge mannen’ die doen alsof ze collecteren voor een goed doel, waarvoor buren elkaar waarschuwen via de app ‘Nextdoor’, waar dit citaat uit komt.
Bruinja schreef met Wat deed ik daar een ‘voluptueus biografies visiedocument met intermezzo’s en af en toe een gedicht’, zo vermeldt het titelblad. De grote woorden en lege hulzen waarmee dat type documenten volstaan, ontbreken in deze bundel gelukkig, al bevat die wel iets wat je visie zou kunnen noemen.
In veelvormige, spreektalige gedichten, met fragmenten die hier en daar rechtstreeks uit de werkelijkheid zijn geplukt (of met hulp van ChatGPT zijn ontstaan), en waarin Nederlands en Fries zijn vermengd – keren we terug naar de coronatijd; schetst Bruinja een samenleving van ‘zwoegen en haasten’ en laat hij de onderbuik spreken die ‘jeremieert over woorden/ die je niet mag gebruiken’.
De serie gedichten die Bruinja maakte als Dichter des Vaderlands (2019-2020), op basis van gesprekken met ouderen in Friese zorginstellingen, lijken daarbij een soort tegenhanger. Mannen en vrouwen die erin aan het woord komen, tonen een wereld van (boeren)handwerk, waarin mensen elkaar kenden. Overigens niet per se een betere wereld – met broers die ‘graatmager uit het kamp in Duitsland kwamen’, kostwinners die ziek werden door werken met asbest. En toch klinkt er een toon van acceptatie: ‘We redden het wel. De gehaktbal kon wat kleiner of/ door de helft.’
Bruinja laat zien dat verbondenheid nodig is om angst te lijf te gaan. Zijn visie is er een van ‘ken elkaar’. En daarbij past ook het onroerende gedicht dat hij schreef voor het oplezen van de namen in kamp Westerbork. ‘elke naam moet minstens vierduizend keer/ worden geroepen vanuit een halfopen buitendeur/ terwijl de warme lucht van het avondeten zich/ door een keukenraam een koude kinderneus in krult’.
Omzien naar elkaar, naar het kind, en naar de oudere. Want daarmee eindigt de bundel. Met de hoop dat hetzelfde dorp dat nodig is om een kind op te voeden, er ook is ‘om die laatste jaren tot een fatsoenlijk einde te laten komen’.
Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze was redacteur bij Poetry International en nam het initiatief voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze over poëzie.
Wat deed ik daar is een bundel over ontgoocheling door een wereld die zorgt voor stramme weiden en gekneusde slootjes en een bundel vol betovering door de liefde, zonder wie het anders naakt zijn is. Maar het is ook een bundel met een neoarchaïsche ode aan Huizinga’s Herfsttij der Middeleeuwen en poëzie waarin Tsead Bruinja zich afvraagt waarover potvissen zouden roddelen als ze plaatsnamen in het Parlement van de Noordzee. Hier is een tobberige homo ludens van middelbare leeftijd aan het woord die uiteindelijk droomt dat:
dichters in Theater de Richel tijdens de Poëzieweek 2025
Met o.a. Mischa Andriessen, Tseroeja van den Bos (viool/ovb), Tsead Bruinja, Anne Louïse van Dool, Kees ’t Hart, Duo Heug, Erwin Hurenkamp, Ted van Lieshout, Tomas Lieske, Harm Hendrik ten Napel, Joost Oomen, Martijn den Ouden, Gustaaf Peek, Marc Reugebrink, Henk van der Waal, Bernard Weselling en Zea
Op 31 januari tijdens de Poëzieweek strijken dichters uit het fonds van uitgeverij Querido neer in Theater de Richel om op uitnodiging van voormalig Dichter des Vaderlands (2019-2020) Tsead Bruinja en de uitgeverij voor te dragen uit eigen werk. Verwacht levendige, springerige, ingetogen en gortdroge voordrachten afgewisseld met geïmproviseerde muziek op viool, mondharp en elektronische wok.
Locatie: Theater de Richel (voorheen Betty Asfalt Complex), Nwz. Voorburgwal 282, Amsterdam Aanvang: 20.00u Toegang: € 5,- (reserveren wordt sterk aanbevolen – https://theaterderichel.nl/agenda/)
De nieuwe bundel van Tsead Bruinja, Wat deed ik daar, belooft de lezer ‘een voluptueus biografies visiedocument met intermezzo’s en af en toe een gedicht’. Reve had het hem niet kunnen verbeteren. De lezer verwacht nu dat er wel wat te lachen valt, en hij wordt niet teleurgesteld.
De bundel heeft vijf afdelingen. Aan de eerste gaat een citaat vooraf uit Nextdoor, een ‘burenapp’ om berichten uit te wisselen, veelal waarschuwingen tegen onheil uit de boze buitenwereld: ‘Er collecteren twee keurig uitziende mannen voor de stichting Wilde Ganzen in de buurt. Zojuist op de Haarlemmer Houttuinen. Niet op ingaan. Hun pasje fondsenwerving klopt niet.’
Drie afdelingen worden ingeleid met fragmenten uit een gedachtewisseling, die begint met een prangende vraag: ‘Mag ik prikkeldraad spannen over een tuinschutting om ongewenste bezoekers uit mijn tuin te houden? Wij hebben een tuin die aan de zijkant grenst aan de tuin van de buren. Nu hebben wij en de buurman de laatste tijd last van ongewenst bezoek.’ Er volgt een reeks antwoorden van buren die menen te weten wat wel en niet mag. Het laatste antwoord is, dat drie draden prikkeldraad zijn toegestaan, net als ingemetseld gebroken glas op een muur.
Door de berichten te isoleren, krijgen ze een andere werking. Zijn ze een beeld van xenofobie? Alle grenzen dicht? Zou kunnen. Heel aardig is een eerder antwoord, dat in dit verband een humoristische, zo je wilt sarcastische lading krijgt: prikkeldraad zou ‘alleen en uitsluitend’ gebruikt mogen worden om het vee binnen de weide te houden. Er komen meer gedichten voor die refereren aan opinies die nog niet zo heel lang geleden alleen aan de borreltafel en op verjaardagen waren te horen, zoals ‘het rolt zo je gore mond uit’, waarin een verteller iemand toespreekt die zich kennelijk keert tegen ‘Gutmenschen’. De eerste vier disticha:
opgelucht haal je dat bitse hart van je op aan een ronde tafel
deel je je gebutste waarheden met je eigen schorem
jeremieert over woorden die je niet mag gebruiken
het is godgeklaagd wat je ermee bedoelt
Dit gedicht, dat te lang is om in zijn geheel te citeren, eindigt met de omineuze regels: ‘je hebt het per slot van rekening / niet van jezelf’.
Zoals bekend gebruikt Bruinja uiteenlopende dichtvormen, zo ook in deze bundel. Soms zijn de gedichten enigszins raadselachtig, andere zijn zeer toegankelijk. Van poëtische voorschriften moet hij niets hebben: ‘wanneer de regels die we hebben afgesproken / voor het schrijven van een gedicht wetten worden / zijn de gedichten die we schrijven voor de politie.’ In 2018 publiceerde Bruinja de Fries – Nederlandse bundel Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok. De titel zou een samenvatting van zijn poëtica kunnen zijn. Ook de inhoud varieert. Wat deed ik daar bevat onder andere geëngageerde gedichten en gedichten over poëzie, liefdesgedichten, een humoristische dialoog met ChatGPT over een ‘Ode aan de fietspomp via Campert’, een gedicht over de angst voor een komende oorlog, het doorstaan van verdriet of een depressie en een prachtig gedicht over de jeugd van de dichter in het weidse Friese land. Het is een van de vier gedichten die zowel in het Fries en Nederlands zijn opgenomen. Ik citeer twee mooie strofen, ritmisch en klankrijk, in beide talen:
Het gedicht eindigt met de vertwijfelde vraag ‘hoe zou dat een anker kunnen zijn / voor een landschap dat ik verlaten heb’.
Hoofdletters en interpunctie ontbreken (op één uitzondering na) in vier van de vijf afdelingen van de bundel, wat de meerduidigheid uiteraard versterkt. Lastig is dat er geen paginanummering is. Bruinja laat die vaker weg: is het een uitnodiging om de bundel lukraak open te slaan? Of een aanwijzing dat de volgorde er niet toe doet? Een teken dat alle gedichten gelijkwaardig zijn? Gelukkig is er wel een inhoudsopgave.
In de derde afdeling, een mooie reeks met de titel ‘Een lieve vrouw was je moeder en een botte borstrok’, ontbreken de hoofdletters en interpunctie echter niet; de zinnen zijn volledig en de gedichten zeer toegankelijk. Dat heeft een duidelijke functie. Het zijn ‘portretgedichten’, die ontstonden na gesprekken met ouderen in Friese zorginstellingen. Bruinja bezocht hen met de muzikant Zea, fotografe Rosa van Ederen en een steeds wisselende gastdichter. De gedichten werden tijdens feestelijke bijeenkomsten gepresenteerd. Opvallend is het gebruik van een verleden tijd die fictie aan lijkt te kondigen: ‘En toen was ik Grytsje en kende ik Teatske sinds de schoolbanken / al vijfentachtig jaar’. Of: ‘Ik was mevrouw Knol’. Vergelijk het met de fantasierijke spelletjes van kinderen: ‘Dan was jij de vader, en ik was de moeder’. Als je bedenkt dat Bruinja van orale vertellingen gedichten maakte, die hun eigen vorm en werking hebben, is dit niet zo vreemd. Het zijn bovendien bewerkingen van de oorspronkelijke portretgedichten. Een van de mooiste is ‘Smirge bonken’.
Smirge bonken
En toen was ik Klaske die tegen een Duitse soldaat zei: ‘Hee jong, met die smirge bonken de trap ôf. Dat doen jim thús ok niet.’
Voor de oorlog werkte ik op een groot stuk land waar ik om zes uur ’s ochtends met een aardappelschilmesje het onkruid tussen het vlas wegsneed.
In diezelfde tijd ging ik een paar keer naar Assen om vader in het werkkamp een fles melk en een trommeltje pannenkoeken te brengen.
Mijn zus Aaltsje haalde hem na de bevrijding op uit het ziekenhuis. Met vader achterop, die de pleuris nog in zijn lijf had, fietste ze binnen een dag van Assen over Drachten terug naar huis.
Ze heeft een dag of wat op bed gelegen. Ze had de knollen aardig op.
Een ‘voloptueus biografies visiedocument’. Lijvig en weelderig is de bundel zeker. Maar een document? Nee, natuurlijk niet. Zo’n geschrift stop je onderin een bureaula, een bundel van Bruinja niet. En over die biografische visie moet de lezer zelf maar oordelen.
Tsead Bruinja, dichter des vaderlands 2019-2020, heeft uit zijn recente bundel Wat deed ik daar (Querido, 2024) het gedicht ‘Zo varen de scheepjes’ gekozen voor een bijzondere uitgave door Sub Signo Leonis. De omslag is in blinddruk en voor het binnenwerk is transparant papier gebruikt. In een zee van schrijfmachineletters lichten de dichtregels op. Grafisch ontwerper Peterpaul Kloosterman verzorgde de vormgeving en typografie. De medewerkers van de Drukkerswerkplaats Gouda deden het zetten, drukken en binden.
Uitgave 26,5 × 25,5 cm: 24 pagina’s totaal. De tekst is gezet uit de Schrijfmachineletter en gedrukt op de Grafix-N cilinderpers. Voor het papier hebben we gekozen voor Sirio Color Sabbia en Cromatico transparant. De oplage is 80 exemplaren.
'Beeldspraak' is de podcast van Poëziecentrum. In deze maandelijkse reeks praat een kenner/liefhebber met een dichter over zijn/haar/hun nieuwe dichtbundel.
In deze aflevering praat Benjamin De Roover met Tsead Bruinja over zijn nieuwe bundel "Wat deed ik daar" (Querido, 2024).
Benjamin De Roover is dichter. Hij was jarenlang betrokken bij Auw La, een studentenvereniging voor poëzie en spoken word in Gent. Gedichten van hem verschenen onder meer in Samplekanon, Kluger Hans en Het Liegend Konijn. Hij is redacteur bij tijdschrift nY en werkt als boekhandelaar.
What is so special about the work of the American poet and luminary Walt Whitman (1819 – 1892), also known as ‘The National Poet of the United States’? And how does his literature provide an answer to complex issues? In this special live edition of Preston’s Poetry Podcast, poet and writer Preston Losack (originating from Dallas, Texas) welcomes poet Tsead Bruinja, and together they dive into the world of poetry while exploring his monumental work, 'Leaves of Grass'.
Tsead and Preston read excerpts from this timeless masterpiece, share their insights, and discuss Tsead’s experience translating America’s Bard.
Immerse yourself in a sensory journey that is just as captivating, sensual, and inspiring today as it was in 1855.