•  
    Het Bachfestival Dordrecht nodigde mij uit om te komen voorlezen en een gedicht te schrijven. Ze brachten mij in contact met componiste Anne- Maartje Lemereis die voor het Mallet Collective (dat o.a. Bach speelt op vijf marimba's) een respons componeerde op Bachs klavecimbelconcert no. 1 in d klein.
     
    Gisteren was de première. Eerst las ik het gedicht (en nog wat oud en nieuw werk). Daarna was het stuk van Bach te horen afgewisseld met delen van 'Lumen' de nieuwe compositie van Lemereis. Hieronder kun je mijn voordracht bekijken, uitgezonden tijdens NTR's Zaterdagmatinee op radio 4
     
    De uitvoering door het Mallet Collective is te bekijken via: https://www.nporadio4.nl/
     
    Korte toelichting bij mijn gedicht en het gedicht zelf:
     
    Naar aanleiding van wat componiste Anne-Maartje Lemereis mij vertelde over het licht, de bomen en de schaduw op de plek waar zij componeert en naar aanleiding van het verhaal dat Bach speelde met de letters van zijn naam in zijn composities, door het luisteren naar het klavecimbelconcert van Bach en een deel van het stuk van Anne-Maartje ben ik aan de slag gegaan met een klankgedicht. Ik wilde muziek maken en niet de muziek verklaren. De woorden schaduw, boom en licht vormden de basis. Ik droeg mijzelf op alleen maar woorden te gebruiken die uit letters gemaakt konden worden die in die woorden voorkwamen. De tweeklanken ou, au en ui heb ik bewust vermeden.

    LICHT, SCHADUW KWAM EERST, TOCH?
     
    wild licht wil bos als schacht
    wil schoot als bad
    lacht sluw
    om wat?
     
    u dacht licht tocht
    licht lacht
     
    licht schudt
    uw blad
    duwt lot
    dist macht
     
    bloost u schuw?
    licht lacht
     
    u dacht
    licht wit
     
    wit blust
    wit wist
    schaduw talm
    schaduw wacht
     
    lot mist
    lot tast
     
    uw mal bidt blits
    bidt chaos
    slacht bast
     
    schaduw talmt
    schaduw wacht
     
    huwt licht
    huwt bast
     
    licht loos
    wil schoot
     
    wild bos
    lacht licht
     
    dolt licht
    lacht schuw
     
    lacht licht
     
    om wat?
     
    *
     
    Website Bachfestival
     
     
    Website Anne-Maartje Lemereis
     
     
    Website Mallet Collective
     
  •  

    Dit was het gedicht dat ik als eerste voordroeg tijdens de opnames voor het item over Dichter aan de Lijn (initiatief van Jaap Robben, Poetry International en het cultuurprogramma Mondo).

    De voordracht van 'Grachtengordelgedicht met duur eten' sneuvelde op de snijtafel, maar cameraman Benjamin Kamps (https://benjaminkamps.com/) stuurde hem op mijn verzoek nog wel even door.

    GRACHTENGORDELGEDICHT MET DUUR ETEN

    na het elkaar niet omhelzen
    en het bespreken van het elkaar niet omhelzen
    na de vitello tonato de saltimbocca
    en het viertal glazen witte wijn
    die het gesprek met de 87-jarige vriendin
    over het wel of niet doorgaan met publiceren
    als je op leeftijd bent en misschien niet meer beschikt over de scherpste pen
    over laten vloeien in het vergelijken van verliefdheden
    het verschil in temperament

    na de extra limoncello die na de limoncello van het huis
    nog besteld moest worden aan het einde van het gesprek
    dat je in eerste instantie wilde afblazen vanwege je droge keel
    kijk je de vriendin aan die betaald heeft voor je eten

    je geeft haar een knuffel een dunne kus op de wang
    en begint meteen je te verontschuldigen

    ze wuift het weg en zegt in een zijstraat van de jordaan
    waar fietsen net wat te dicht op elkaar staan

    ik denk dat ik weet wat je bedoelt

    in de halflege tram naar huis gaat het door je heen
    het heeft mij goed te pakken dit wikken
    en dit wegen

    maar nog niet stevig genoeg

  • Tijdens de gedeeltelijke lockdown vroeg de KB mij om een gedicht waarmee ze hun relaties een hart onder de riem konden steken. Hieronder het gedicht en een voordracht ervan gefilmd in het Olympisch Stadion.

    TOEKOMSTMUZIEK

    een kantoormedewerker kijkt beteuterd
    naar de platgedrukte krentenbol
    die hij uit zijn rugzak haalt.
    de boter zit overal.

    wie vervloekt hij eerst?
    de lompe beveiliger die op schiphol uitstapte
    of de overvolle trein?

    een leerling doezelt na een ruw potje voetbal
    op een brancard niet geheel onprettig weg
    op een cocktail van diclofenac en paracetamol.

    de verpleger achterin de ambulance lacht met de chauffeur
    over de puberstank in de gymzaal en vraagt
    hem de naam van een goed chinees restaurant
    in een café protesteert een stamgast op leeftijd
    dat zij de laatste ronde onmogelijk had kunnen horen.

    toen die werd omgeroepen stond ze net onder het afdak
    te genieten van een sigaret, ohne filter.
    ja, ja, over haar longen.

    het is een zachte zomeravond ergens later,
    hoeveel later zeg ik niet.

    we zijn inmiddels profeten onderwijzers
    en verplegers geworden. we weten wat we kunnen.
    eindelijk weten we dan en daar
    wat we voor elkaar betekenen.

     

  •  

    DE DOOD IS GEEN MEESTER UIT DUITSLAND

    de amerikanen leerden het van de japanners
    en de japanners kopieerden het van ons
    wij hadden het op onze beurt van de chinezen
    of van de spanjaarden afgekeken

    je windt een doek om iemands hoofd
    verzadigt hem herhaaldelijk met water
    zodat hij of zij wel in moet slikken
    en vlot krijg je antwoord op al je vragen

    voordat ze een naïeve romantica was
    die haar brieven met sieg heil ondertekende
    had schoonheid haar eigen gezicht
    al ruimschoots verbrand

    sindsdien proberen wij een fik te blussen
    en proberen zij het vuurtje
    aan te laten wakkeren

    we gooien een concert ertegenaan
    laten helikopters met loodzware olijftakken overvliegen
    die met messcherpe rotorbladen de ruime graven
    in de wolken
    net niet raken

    gisteren rolde er geen fust over de rubberen matten
    van het ingezakte malieveld

    vonden wij tussen uitslagen uitvaarten en grafieken
    tijd om ons te verdiepen

    rust om elkaar in de ogen te kijken
    en na te denken over wat we zo krampachtig
    en armetierig instand willen houden

    of wat we na 75 jaar eigenlijk
    hebben te vieren

    Nrc_insta
    Het gedicht op de site van de NRC – https://www.nrc.nl/nieuws/2020/05/04/de-dood-is-geen-meester-uit-duitsland-a3998720

    Dit gedicht werd geïnspireerd door het gedicht 'Todesfuga / Fuga van de dood' van Paul Celan in een vertaling door Ton Naaijkens (een scan van het gedicht en de vertalin heb ik onderaan dit gedicht geplaatst), de uitspraak van de Duitse filosoof Theodor W. Adorno die stelde: ‘Nach Auschwitz ein Gedicht zu schreiben, ist barbarisch’ (link naar stuk van Geert Buelens over die uitspraak) en het lezen van het gedicht 'Vrede' van Leo Vroman.

    Voor het stuk over 'waterboarding' ging ik vooral ten rade bij wikipedia. Ik kan mij voorstellen dat de Japanners het van de Chinezen hebben. Verder vermeld ik als inspiratiebron graag nog de film 'The Report' over het onderzoek naar de wrede en totaal nutteloze martelmethodes van de CIA.

    Wat mij op Wikipedia het meest opviel was dit:

    "Door mensenrechtenorganisaties wordt waterboarding als martelen aangemerkt. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog zijn op aandringen van de VS verschillende Japanners ter dood veroordeeld, die deze techniek hadden toegepast op geallieerde krijgsgevangenen."

    En dit (waar ik dankbaar uit heb geknipt en mee heb geplakt):

    "De VOC paste een vorm van waterboarding toe op Ambon in 1623. Hierbij werd een doek om het hoofd gewonden en deze werd verzadigd met water zodat het slachtoffer niet meer kon ademen en al het water moest inslikken. In een geval werd de behandeling drie of vier keer herhaald totdat het lichaam van het slachtoffer enorm opgezwollen was, zijn wangen uitstonden en zijn ogen uit de kassen dreigden te raken."

    P.s. hieronder het gedicht van Paul Celan in een vertaling door Ton Naaijkens:

    Celan1

    Celan2

  •  

    Dichter Jaap Robben startte enkele weken geleden samen met Mondo en Poetry International een nieuw project: Dichter aan de Lijn’. Elke dag belt een groep dichters mensen op om een mooi gedicht voor te dragen. Afgelopen zaterdag was te zien hoe ik als Dichter aan de Lijn sprak met psychiatrisch verpleegkundige Michel Verhaar. Ik las voor hem o.a. het volgende gedicht voor (met vertaling):

    wikseltonge

    it grutste gelyk fan de wrâld
    hat hantlangers

    it âldste gelyk ken allinnich
    foarbygongers

    it grutste gelyk fan de wrâld
    slacht gauris mei de fûst op tafel

    it âldste gelyk lit alles samar
    fan har ôfglydzje

    wy ferlizze rivieren
    hingje klokken oan muorren
    en tuorren

    it gelyk fan de tiid is der wis fan
    wy binne op ’e weromreis
    it ferhaal is rûn

    fynsto dat ek?

    it lytse gelyk is de breid
    it grutste gelok har tonge
    dy’t my opsiket en tsjinsprekt
    myn swetserij tsjin it ljocht hâldt

    my wurkje lit oan in oarlochsliet
    oer in man dy’t sûn en wol
    wer thúskomt

     

    wisseltong

    het grootste gelijk van de wereld
    heeft handlangers

    het oudste gelijk kent alleen
    voorbijgangers

    het grootste gelijk van de wereld
    slaat regelmatig met de vuist op tafel

    het oudste gelijk laat alles zomaar
    van zich afglijden

    wij verleggen rivieren
    hangen klokken aan muren

    en torens
    het gelijk van de tijd weet het zeker

    we zijn op de terugreis
    het verhaal is rond

    vind jij dat ook?

    het kleine gelijk is de bruid
    het grootste geluk haar tong
    die mij opzoekt en tegenspreekt
    mijn gezwets tegen het licht houdt

    mij laat werken aan een oorlogslied
    over een man die gezond en wel
    weer thuiskomt

    *

    Meer op: https://www.vpro.nl/programmas/mondo/artikelen/specials/Dichter-aan-de-lijn.html

     

  • – Ik twijfelde, maar afgelopen donderdag ging ik toch uit eten met een vriendin. Dat zou ik nu niet meer doen. We houden afstand.

    GRACHTENGORDELGEDICHT MET DUUR ETEN

    na het elkaar niet omhelzen en het bespreken
    van het elkaar niet omhelzen
    na de vitello tonato de saltimbocca
    en het viertal glazen witte wijn
    die het gesprek met de 87-jarige vriendin
    over het wel of niet doorgaan met publiceren
    als je op leeftijd bent en misschien niet meer
    beschikt over de scherpste pen
    vloeit jullie gesprek over
    in het vergelijken van verliefdheden
    het verschil in temperament

    na de extra limoncello
    die na de limoncello van het huis
    nog besteld moest worden
    aan het einde van het gesprek
    dat je in eerste instantie wilde afblazen
    vanwege je droge keel
    kijk je de vriendin aan die betaald heeft
    voor je eten

    je geeft haar een knuffel een dunne kus op de wang
    en begint meteen je te verontschuldigen
    ze wuift het weg en zegt in een zijstraat van de jordaan
    waar fietsen net wat te dicht op elkaar staan
    ik denk dat ik weet wat je bedoelt

    in de halflege tram naar huis gaat het door je heen
    het heeft mij goed te pakken
    dit wikken en dit wegen

    maar nog niet stevig genoeg 

     

    Grachtengordel

    https://www.nrc.nl/nieuws/2020/03/16/grachtengordelgedicht-met-duur-eten-a3993870

  • In de documentaire van Omrop Fryslân, die afgelopen zondag werd uitgezonden, zeg ik dat alles in Friesland in het Fries moet en dat ik hoop dat de volgende Dichter fan Fryslân een dichter zal zijn die in een andere taal schrijft. Bij sommige mensen is dat kwetsend overgekomen. Zij werden boos of verdrietig en ik begrijp dat nu. Met mijn opmerkingen heb ik geen aandacht gegeven aan de bedreigde positie van het Fries of het feit dat positieve discriminatie van die taal in sommige gevallen nodig is om bij te dragen aan de overlevingskansen van de taal. Dat had ik anders kunnen formuleren. Ik heb het verkeerd gezegd, de uitspraak was te algemeen en klopt niet helemaal; in Fryslân hoeft niet alles in het Fries. Veel van wat er gebeurt op literair gebied, bijvoorbeeld op festivals, gebeurt in het Nederlands. Dat Friestaligen het recht hebben om bijv. in de  rechtbank het Fries te gebruiken en dat er op het gebied van de literatuur landelijke regelingen en stipendia zijn voor Friese auteurs en Friese literaire uitgaven, is mij veel waard. Ik zou ook graag zien dat het Fries in het onderwijs een nog grotere en stevigere rol zou krijgen.

    Waar ik mij aan stoorde, was het feit dat het wel een wet leek dat de volgende Dichter fan Fryslân een Friestalige dichter moest zijn. Dit werd mede ingegeven door een voordracht in Brussel tijdens de Friese Dag waarbij er vanuit de organisatie of de subsidieverstrekkers een soort allergie voor het Nederlands leek te bestaan. Tijdens een Friese dag zou je volgens mij niet alleen het Fries moeten horen, maar ook een aantal andere dialecten en talen die in de provincie worden gesproken.

    Ik vind dat de Friese taal en de Friese literatuur op landelijk en provinciaal niveau royaal ondersteund moet worden.

    Ik geloof niet dat alles in Fryslân in het Fries moet.

    Het is bovendien prachtig dat er een Dichter fan Fryslân is, goed dat de vorige DFF en de huidige DFF in het Fries schrijven en dat hun werk in het Nederlands en Engels wordt vertaald. Kijk vooral eens op:

    https://dichterfanfryslan.nl/ (Fries)

    https://dichterfanfryslan.nl/nl/ (Nederlands)

    B88766156Z.1_20170915160651_000+GHFLT9VE.1-0

    of op (en like de pagina om op de hoogte te blijven):

    https://www.facebook.com/DichterfanFryslan/

    Ik ben er niet voor (en ik weet niet of dit wettelijk of beleidsmatig is vastgelegd) dat die DFF per definitie in het Fries zijn of haar gedichten schrijft. In de discussie naar aanleiding van mijn opmerkingen heb ik gezegd dat hypothetisch gezien een Duitstalige DFF mogelijk zou moeten kunnen zijn. Dat is natuurlijk wat overdreven. De mogelijkheid van een Nederlandstalige DFF lijkt mij gezond (net als een Nederlandstalig programma bij Omrop Fryslân) omdat Nederlandstalig schrijvers, journalisten of dichters even grote kansen verdienen om in hun heitelân en in hun moedertaal te groeien en hun stem te laten horen.

     P.s. dit stukje is een reactie op de volgende posts/blogs:

    http://seedyksterfeartfisk.blogspot.com/2020/02/hannen-of-fan-de-dichter-fan-fryslan.html

    https://www.facebook.com/Knilless/posts/1912013095610346

  •  
    De Dichter des Vaderlands brengt poëzie naar mensen die daar niet vaak mee in aanraking zijn geweest. Hij reageert in de krant op actualiteiten, maar zoekt ook zelf naar manieren om poëzie in den brede te manifesteren. De Friese achtergrond van Tsead Bruinja, zijn tweetaligheid en zijn lust tot samenwerken heeft geresulteerd in een project dat donderdag 16 januari van start gaat bij woonzorg-centrum Dongeraheem te Dokkum:
     
    Portretten in Poëzie
     
    Depositphotos_19010679-stock-photo-old-golden-frame-vintage-background
     
    Met collegadichters (in Dokkum met Elmar Kuiper), muzikant Zea en fotografe Rosa van Ederen trekt Tsead Bruinja de provincie door om in 11 woonzorginstellingen met oudere Friezen verhalen op te tekenen, in poëzie, muziek en beeld. De betrokken ouderen werken onder begeleiding van de kunstenaars aan een zelfportret of krijgen naar aanleiding van een gesprek over hun leven een gedicht, foto of liedje terug.
     
    Tijdens een openbare slotpresentatie kunnen alle bewoners, verzorgers en familie onder het genot van een drankje en een hapje kijken naar de nieuwe foto's en luisteren naar de nieuwe gedichten en liedjes.
     
    Dit project wordt mede mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van het Prins Bernard Cultuurfonds, het Lira Fonds en de stichting Dichter des Vaderlands.
     
  • Dichten in één adem, in de toon van het moment
     
    Nieuw interview in het Fries door Arjan Hut in het Friesch Dagblad (foto door Jan Pierre Jans)
     
    image from frieschdagblad.nl
     
    Dichtsje yn ien adem, yn de toan fan it momint
     
    2019 wie foar Tsead Bruinja (45) yn in soad opsichten ien fan nije begjinnen. Net allinne folge hy Ester Naomi Perquin op as Dichter des Vaderlands, hy tekene ek by in nije útjouwer, en brocht dêr in ambisjeuze nije bondel út. ,,As Dichter des Vaderlands bist altyd alert”, seit er. ,,Dy ferantwurdlikhied fernim ik wol.”
     
    Het hele interview hieronder of op:
     
     

    De Fries-om-utens wennet yn Amsterdam, mar nimt yn Nijmegen de tele-foan op. Dêr wennet syn freondinne. In nije leafde? „Al hast in jier”, fertelt Bruinja, „sy komt al yn in stik as fjouwer gedichten foar.”

    Hy is dwaande mei it neisjen fan de einopdrachten fan syn studinten fan de oplieding Creative Writing oan de ArtEZ yn Arnhim. Ferline jier hie er it ek drok: tusken Kryst en âld-en-nij wurke hy oan syn debútgedicht as Dichter des Vaderlands. „Net ien, mar trije ha ik yn dy dagen skreaun. Dy stjoerde ik nei it NRC, dêr’t ik in eigen redakteur foar myn gedichten ha. Syn kar foel op voor volk en moederland.” Dat fers begjint mei ‘nederland je gaf mij een dubbele tong’. In rigel dy’t te ynterpretearjen falt as ferwizing nei de twataligens fan de dichter, dy’t sawol yn it Frysk as Nederlânsk publisearret.

    Hoewol’t er tige produktyf is, fielt er wol de druk dy’t by de bysûndere funksje heart. „Do bist twa jier lang yn tsjinst, fulltime, der kin altyd wat wêze dêrsto in gedicht oer skriuwe moatte soest. Bist altyd alert. Dy ferantwurdlikheid fernim ik wol.” Krekt dêrfoar wie er as Dongeradichter yn tsjinst fan de eardere gemeente Dongeradiel. „It wie eins hiel fijn dat dat hjir oan foarôfgie. Ik ha leard om om te gean mei it tempo en de krityk. Moatst dyn tiid goed brûke. Ik tink dat ik mei in gedicht as Dichter des Vaderlands ûngefear fiif, seis oeren effektyf oan it wurk bin. Dat heart derby. De helte fan de gedichten is okee, de oare helte … mwah.”

    Jules Deelder

    Op 19 desimber ferstoar ûnferwachte de Rotterdamske dichter Jules Deelder. Dyselde jûns siet Bruinja al as Dichter des Vaderlands yn it NOS Radio 1 programma Met het oog op morgen. Hy wie op it momint dat hy hearde fan Deelder syn ferstjerren yn Den Haach, yn de Koninklijke Bibliotheek. ,,Myn freondinne appte, sa kaam ik derachter. Dy jûns soe ik nei in toanielstik, mar dat gie net troch. Ik naam kontakt op mei it NRC, om te freegjen oft se wat woenen. Fuortendalik dêrnei belle Met het oog op morgen.”

    Yn de trein werom nei Amsterdam begong hy nei te tinken oer in tekst. ,,Lies Facebook updates, lies gedichten dy’t Rotterdamske dichters al presintearren. Wat dy skreaune, dat hoegde ik net mear te sizzen, sa koe ik my op myn eigen ideeën rjochtsje. Ik ha besocht om wat fan Jules Deelder sels yn it gedicht te ferwurkjen. Ik skriuw graach yn ien adem, yn de toan fan it momint. De sfear fan de dei sels sit dan yn de wurden.”

    Weromsjend op syn earste jier as Dichter des Vaderlands, falt op dat er foaral skreaun hat oer minsken dy’t ferstoarn binne, of nei oanlieding fan oangripend nijs. „Rougedichten, of betinkingsgedichten, dat heart derby. Ik ha gjin sketsen klearlizzen, lykas men op guon redaksjes rekken hâldt mei wa’t ferstjerre kinne. It giet om mear as dichtsjen allinne. Soms ha ik it wat langer oan tiid, dan lês ik my yn, belje en praat mei minsken. Sa ha ik krekt in gedicht skreaun foar de betinking yn Westerbork op 22 jannewaris. It is dan 75 jier lyn dat it kamp befrijd is.”

    Streektalen

    Foar takom jier steane fierder noch gjin optredens op de aginda, mar dat seit neat. „De measte opdrachten komme koart yn’t foarren. Mei it lesjaan derby, de projekten dy’t rinne, ha ik it no wol sa drok dat ik dizze tiid net oan persoanlike, eigen fersen takom.”

    Yn de Koninklijke Bibliotheek wurket Bruinja oan in blomlêzing fan gedichten út Nederlânske streektalen, ien fan syn projekten. Fyftjin jier lyn stelde hy (mei Hein Jaap Hilarides) de Fryske blomlêzing Dream yn blauwe reinjas gear. Diskear is der gjin plak foar it Frysk. „Nee, gjin Frysktalige gedichten, en ek net yn it Nederlânsk. Dêr binne al blomlêzingen fan. Mar bygelyks wol gedichten yn de Fryske streektalen, it Bildtsk of Stellingwerfsk, of de eilanner streektalen. It projekt rint, mar it freget in soad tiid. Eins ha ik ferlet fan fertsjinwurdigers, of ambassadeurs fan de streektalen om te helpen.”

    In diel fan syn wurk yn tsjinst ferskynt op de Dichter des Vaderlands-webside. Dêr steane lang net alle gedichten op. In fers oer Pier Pander, skreaun foar it Histoarysk Sintrum Ljouwert, ûntbrekt bygelyks. „Miskien dat guon dy’t der no net bysteane noch tafoege wurde, lykas it Pier Pander-gedicht. Fierder brûk ik Twitter, Facebook of myn eigen blog, dêrmei berik ik minsken makliker. Allinne de gedichten dy’t yn NRC publisearre wurde, steane op de offisjele webside. Der sit wol in gedachte achter. Foar guon opdrachtjouwers giet it miskien tefolle om de fergese publikaasje yn NRC. In foarbyld: fan ’t jier bin ik frege fanút de snackyndústry om in gedicht te skriuwen nei oanlieding fan de snackschaamte. It fielde as in soart fan reklame eins. Dy opdracht ha ik net oannommen.”

    Der kin altyd wat wêze dêrsto in gedicht oer skriuwe moatte soest. Bist altyd alert

    Bruinja sette al jong mei it skriuwen fan fersen út ein. Sawol de Dichter fan Fryslân (Nyk de Vries), de Wâlddichter (Arjan Hut) as de Dichter des Vaderlands, ha op it Lauwers College yn Bûtenpost sitten. „Dêr soe it Lauwers wol wat mei dwaan kinne”, laket Bruinja. ,,Ik wie al oan it

    skriuwen doe’t ik yn de fjirde klasse op it Lauwers kaam. Yn it Ingelsk noch. Ik fûn it in fijne skoalle. Mear myn slach minsken, wâldpiken. Der waard mear Frysk praat, it wie allegear folle Frysker as op de skoalle dêr’t ik weikaam. De dosinten wiene gemoedliker, stiene ticht by de learlingen.”

    Syn gedichten as Dongeradichter binne net apart as bondel ferskynd, hy is ek net fan doel om syn wurk as Dichter des Vaderlands apart út te bringen. „Se komme yn myn eigen bondels, as se goed binne, en by de tematyk passe.”

    Eeltsje Hettinga, earste Dichter fan Fryslân, wol gjin bondels mear útjaan. Syn sammele wurk as provinsjedichter ferskynde by gelegenheid as krantebylage. Der binne mear dichters dy’t it doel fan it bondeljen net mear sjogge, bygelyks fanwege de beheinde kommersjele mooglikheden. Bruinja sjocht noch altyd muzyk yn bondels. „As 200 minsken dyn bondel lêze, dan is dat genôch om it foar te dwaan. Foar in part skriuw ik it ek foar mysels, net allinne foar de lêzer. Ik sjoch werom op wat ik skreaun ha, meitsje dêrút in kar, der ûnsteane skiften. It is spannend, fyn ik, om in ôfdieling te meitsjen, om te sjen oft dat slagget.”

    Nei in album tawurkje is leafdewurk, seit er. ,,It is te ferlykjen mei in meitsjen fan in konseptalbum yn de muzyk. Ik meitsje in mapke mei alle nije fersen. Dy nim ik mei nei foardrachten. De reaksjes fan oaren kinne my op ideeën bringe, litte my op in oare manier nei myn eigen gedichten sjen. By it lûdop lêzen hear ik oft der muzyk yn sit. Oft it muzikaal sjoen wat docht, dat is belangryk foar my, net allinne wat der stiet. Ik bin der net oan ta om ôfskie te nimmen fan it bondelmeitsjen, al hie ik gjin útjouwer, dan noch soe ik sa wurkje.”

    De nekke útstekke

    Fan ’t jier ferskynde Ik ga het donker maken in de bossen van … It is syn earste by de nije útjouwer Querido. Foar syn Frysktalige wurk sit Bruinja al in skoftke by de Afûk. Hy is oer beide útjouwers goed te sprekken. „Foar de nije bondel woe ik in oare oanpak, mar myn eardere útjouwer wie dêr huverich foar. Ik woe bygelyks gjin sidenûmers, gjin bio of ynhâldsopjefte, en hie in byld yn de holle foar it omslach. Mar de titel soarge al foar gedoente. Yn promo’s seach ik hieltyd ‘Ik ga het donker maken in de bossen’, sûnder ‘van’ derachter.”

    In flater, miende hy earst. ,,Mar it wie mei opset sin: it like de útjouwer better ta. Ik wie alris beneiere troch Querido, sa fan, ast nochris wat oars sikest, kom dan earst by ús. Ast in ôfbylding foar it omslach wolst, krijst meastal in ‘stockphoto’. Mei tank oan Querido ha ik it skilderij Die Erwartung (Richard Oelze, 1936) op it omslach. Skande eins om dêr allegear tekst op te goaien. As it oan my lein hie, dan hie myn namme ek net ûnder de titel stien, krekt as by In the court of the Crimson king (debútalbum fan de progressive rockband King Crimson út 1969, red.).”

    Ek by de Afûk fielt er him thús. ,,Utjouwerijen dy’t de nekke útstekke doare, dat soarget ek by skriuwers foar mear entûsjasme. As ik by foardrachten Stofsûgersjongers meinaam (makke mei foarmjouwer Monique Vogelsang) dan woene minsken dêr earder in eksimplaar fan ha, ek omdat it boek moai en bysûnder fersoarge is.”


  • https://www.nporadio1.nl/nos-met-het-oog-op-morgen/

    Voor de NRC schreef ik een gedicht bij de dood van Jules Deelder.

    Gisteravond las ik het voor bij Met het Oog op Morgen op Radio 1.

    *

    de laatste fik

    in de wereld waar de omgeving van de mens
    zijn medemens is zegt jules deelder
    hoe kun je nou illegaal op deze wereld zijn?
    als je er eenmaal bent dan ben je er toch?
    in het heelal dat groter lijkt hoe verder men kijkt
    waarin jules deelder schrijft lieve ari wees niet bang
    de wereld draait rond en dat doettie nog lang
    denk ik zo mot het blijven
    we houwe ‘t klein

    binnen de kortste keren dondert er
    op mijn schouder uit zo’n tyfustekenfilmwolk
    een schraal duiveltje een opgeschoten engeltje
    dat in mijn oor begint te jengelen
    pleurt toch op man rot op naar je familiegraf
    en gaat er zelf in leggen
    lamlendige amsterdamse paardenlul
    de dood is kut je moet het leven
    niet te ernstig nemen

    spijtig dat zijn wonderbaarlijke lichaam
    geen voer voor de maden zal wezen

    ik had die beestjes een verzetje gegund

    *

    Web: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/19/de-laatste-fik-a3984497