• Stapel-boeken

    Op mijn bureau liggen stapels boeken die ik de afgelopen maanden kreeg en kocht en naast de wc ligt een bijna even grote stapel kranten en tijdschriften die ik nog wil lezen. Daarnaast wordt het tijd om voor het einde van het jaar de laatste rekeningen te versturen en te controleren of iedereen de oude rekeningen wel betaald heeft. Het is het domste klusje van het jaar, maar als het goed is, levert het wat op!

    Ondertussen, terwijl bij ons in de straat het ene na het andere rotje afgaat en in Gaza aan de lopende band onnodig bloed wordt verspild, werk ik aan een uitbreiding van mijn plannen, mocht ik Dichter des Vaderlands worden. U kunt daar morgen hier en op andere plaatsen meer over lezen.

    Ik zou o.a. graag weer willen voorlezen in de bejaardenhuizen, zoals ik eerder met een groep mensen deed in Amsterdam. Als we onze eenzame doden al een gedicht gunnen bij hun uitvaart, zouden we op zijn minst ook de eenzame ouderen een goed gesprek en een mooie voordracht moeten gunnen terwijl ze nog leven.

    De griep is verworden tot een verkoudheid en er kan weer gewerkt worden. De grote schoonmaak kan beginnen.

    Een opgeruimde groet,

    Tsead

  • Kinderschaats

    Het Friese woord voor schaatsen is ‘reedride’. De schaatsen zelf noemen we ‘redens’. Of ik ze al uit het vet heb gehaald? Mijn noren heb ik niet meegenomen toen ik naar Groningen verhuisde. Ze zijn ongetwijfeld ook niet meer in het bezit van mijn vader en stiefmoeder.

    Mijn eerste schaatsen waren geen houtjes, maar een soort ijzeren schaatsen met dubbele rijen ijzers en een rood gespje. Mijn zus had het er op geleerd en ergens eind jaren zeventig mocht ik ze aan. Er werd een stoel op de sloot gezet en daar mocht ik wat tegenaan duwen, terwijl mijn moeder toekeek vanachter de ramen van de verbouwde boerderij.

    Later kwamen de houtjes en het gepruts met laarzen of sportschoenen, met dikke of dunne sokken. Ik ben nogal een koukleum, dus ik denk niet dat ik met veel plezier ging schaatsen. Als jongen was ik een huismus, zoals ik eerder schreef en waarschijnlijk moest mijn moeder me als het goed gevroren had, de deur echt uitschoppen, bij mijn treintjes en lego vandaan.

    Mijn moeder kon overigens fantastisch schaatsen en dan vooral samen met mijn vader. Ze konden zowel naast als achter elkaar met mooie lange synchrone slagen de baan rond rijden. Dat liefdevolle tafereel alleen was al genoeg reden om de koude te trotseren.

    Daarnaast had het iets gezelligs en was het ook een kans om te kijken of ik niet met dat ene meisje waar ik stiekem verliefd op was, misschien een rondje kon maken, om haar daarna voor een kwartje te trakteren op een plastic bekertje waterige chocolademelk.

    Helaas werden de winters minder. Mijn moeder stierf en ik leerde nooit echt goed schaatsen. Over één van de laatste schaatstochten met mijn vader schreef ik onderstaand gedicht.

    Hartelijks en veel vorst,

    Tsead

    bruidegom*

    vader wildvreemd was zij niet met wie ik
    aan de telefoon sprak over je mogelijk sterven
    ik dacht dan zal ik zingen zingen om wat
    ik nog van je weet voor de poorten van de hel

    weg te slepen neem ik het vergeetboek
    op schoot en begin uit dit dode schrift
    dat ik niet machtiger ben
    dan welke taal ook je op te vissen

    zoals jij mij probeerde uit een wak
    onder een brug te trekken
    en jezelf in paniek een nat pak bezorgde
    zo zal dit lied ook mij niet kunnen sparen

    kom vader bind me de houtjes onder
    ik heb mijn krappe jongenslaarsjes bijna aan
    kom bind me de houtjes onder
    het ijs is dun als je vermoeide gezicht
    uit waterige ogen staar je me aan
    kom nog een keer uit je dikke wollen graf
    en bind me de houtjes onder
    het water zal ons over zich heen zien vliegen

    zo bracht moeder ons met de auto naar de vaart
    waar onze eerste reis begon met haar alleen
    in onze gedachten over doorzichtig zwart
    over pas op kijk struikeltakken en

    bevroren brasems vissticks grapte
    ik probeerde het ijs te breken met
    kinderhumor met kinderhanden
    maar jij was bij je zieke vrouw thuis

    en tegelijk bijna in je geboorteplaats de weilanden
    waar door witte winterdeken groen gras
    verstomde groen gras dat voorheen
    je zachte zolen kende voeten die nu

    zonder je meisje eenzaam met mij over triest water joegen
    als geen ander beter nog dan moeder
    kenden deze slootjes en weiden jou
    dit dorp met zijn kerkhof vol bekenden

    de gouden haan de spitse kerktoren
    vlakbij de boerderij waar jij
    jezelf leerde zenden en drummen
    waar je vader je galopperen zag

    het zadel een naakte paardenrug
    vroeg ging de schep voor hem de grond in
    die mij drievoudig zijn naam leende
    toen ik nog geen vader heten kon

    kom bind me de houtjes onder
    ik heb de krappe groene jongenslaarsjes aan
    bind me de houtjes onder
    het ijs is dun als de tijdelijke afstand tussen ons
    nu ik je over de grenzen heen droog kan aankijken
    moet je me nog één keer de houtjes onderbinden
    of klim nog één keer in de pen
    en laat het papier ons over het ijs
    zien vliegen jagen en janken

    vertel nog eens hoe jij de leraar muziek
    die jou met zijn sleutelbos een laffe
    oorvijg gaf recht in z’n zak trapte
    flauwgevallen zogenaamd

    je verrekte het sorry te zeggen
    tegen directeuren bleef met je kwaaie kop
    thuis waar je tussen het kromme en het rechte
    je eigen diepe pad van medelijden ploegde

    zwaar als steen lag het gebrek aan vergiffenis
    in je buik toen je het kruis niet meer
    om je nek kon dragen en je moeder
    geen hemels huis meer had om je in op te wachten

    bind me de houtjes onder vader
    deze wereld is de echte
    tussen mij en haar was jij de brugman
    nu is het zwaar zomer liggen mijn houtjes
    ingevet in de kelder
    voor ons dansen schrijvertjes over het water
    het water is als een blauwe lei
    zo schoon
    zo donker

    © Tsead Bruinja
    uit De geboorte van het zwarte paard (Cossee, 2008)


    *‘Brêgeman’, de titel van het Friese origineel van dit gedicht, is een oud Fries woord voor ‘bruidegom’. ‘Brêge’ betekent ‘brug’. Met ‘zenden’ wordt hier gedoeld op de activiteit van radiozendamateurs. De opa die mij ‘drievoudig’ zijn naam leende, heette Tjeerd Pieter Bruinja, de naam die ook in mijn paspoort staat.
    De regel ‘it is slim simmer’ is ontleend aan het gedicht ‘De blauwe hauk fan Wales / De blauwe havik van Wales’ van Tsjêbbe Hettinga uit diens bundel Frjemde kusten / Vreemde kusten (Uitgeverij Atlas, 1995).

  • Deadlines 

    Dank aan Samuel Vriezen voor de alternatieve benamingen van de Dichter des Vaderlands. U kunt nu ook kiezen uit Landsdichter, Dichter der Dietsche Democratie, Mr. of Mrs. Poetry Nederland,
    Rijmkanselier, Zijne Dichterlijke Doorluchtigheid, Poeziepaus of De Nationale Regelreus. Waar ik dan nog graag de Poëziekiloknaller als optie aan toevoeg.

    Ik ben weer thuis en heb gisteren de biografie van Hendrix uitgelezen en de film Dresden gekeken, over een liefdesrelatie tussen een neergestorte Engelse piloot en een Duitse verpleegkundige tijdens de bombardementen. Het was een mooie film (ook al werd er niet altijd even sterk in geacteerd) die duidelijk het morele grijs van die tijd wilde laten zien. Het was vooral indrukwekkend (en triest natuurlijk) om de wind te zien die veroorzaakt werd door de bommen en de chaos van de compleet vernietigde stad.

    Vandaag werk ik aan recensies voor Awater en aan een gedicht voor het Weerwoordfestival. Beide hadden al lang geleden af moeten zijn, maar door de griep en de campagnebezigheden, kwam ik er niet toe. De recensies gaan over de bundels Dat was dat van Anneke Claus en Zouttong van b. zwaal. Het stukje over Dat was dat heb ik net af. Ik vond het een goede bundel met zo nu en dan net iets te veel boem paukeslag aan het einde van een aantal gedichten. Meer daarover kun je lezen in het komende nummer van Awater, dat zo rond Gedichtendag zal verschijnen.

    Ik hoorde net van Chrétien Breukers dat er nog steeds zo’n 75 mensen per dag Angel proberen te downloaden. De bundel is helaas niet meer als gratis download verkrijgbaar. Wie de krant graag wil hebben, kan hem bestellen bij de boekhandel of via de uitgeverij. Het ISBN is 9789056152048 en de krant kost € 4,50. De uitgeverij is te bereiken via bornmeer@wxs.nl of op 0513-490319.

    Nu weer aan de slag (en dan morgen misschien een dag zonder deadlines),

    Tsead

  • Brood  

    De afgelopen dagen heb ik door een flinke griep buitengewoon veel tijd gehad om na te denken. Natuurlijk dwaalden mijn gedichten regelmatig af naar het fenomeen Dichter des Vaderlands. Is het eigenlijk wel de beste titel bij de functieomschrijving zoals de NRC en Poetry International die geven? Wat zijn de alternatieven?

    1.       Poet Laureate – Een gelauwerde dichter? Nee. De Dichter des Vaderlands zou in dat geval een wijze en grijze dichter van boven de zestig moeten zijn.

    2.       President van de poëzie – Klinkt lekker democratisch en heeft tegelijkertijd iets verholen Stalinistich. Toch maar niet. De DdV wordt gelukkig niet verkozen om de baas van de poëzie te worden.

    3.       De Poëzieambassadeur – Deze benaming lijkt het dichtst bij de taken van de DdV aan te sluiten. Ik zie nu alleen een diplomaat in krijtstreep pak met aktentas voor me en niet een dichter die nog steeds in halflege kroegen de longen uit zijn lijf staat te schreeuwen voor de poëzie.

    4.       De poëziebevorderaar – In Friesland werkt bij het Fries Historisch en Letterkundig Museum Tresoar de literatuurbevorderaar Teake Oppewal.  Hij organiseert cursussen en activiteiten rondom de Friese literatuur, zoals de Dag van de Friese literatuur (samen met het Nederlands Literair Productie en Vertalingenfonds en de Provincie Fryslân) en stelde De spiegel van de Friese poëzie mede samen. Van Oppewal worden in Fryslân grote wonderen verwacht, die hij onmogelijk waar kan maken. ‘Bevorderaar’ is dus in ieder geval daar geen handig alternatief voor DdV. Bovendien moet ik bij literatuurbevorderaar altijd denken aan het mystieke product ‘broodverbeteraar’, waarvan ik nooit precies weet wat het is en doet.

    Voorlopig moeten we het maar bij Dichter des Vaderlands houden en aan onze internationale collega’s uitleggen wat het verschil is met de Engelse poet laureate.

    Vreest u overigens niet voor mijn geestelijke gezondheid. Als ik echt niet kon slapen en uren naar het plafond gestaard had tijdens bovenstaande ijdele overpeinzingen, stapte ik uit bed om lekker door te lezen in de biografie Room full of mirrors over het leven van Jimi Hendrix. Het is onvoorstelbaar uit welke armoedige omstandigheden de jonge Hendrix zich omhoog heeft weten te worstelen en grappig om te lezen hoe hij begon te spelen op een bezem en daarna overstapte op een wrakkig akoestisch gitaartje met maar één snaar, waarschijnlijk roestig. Het bracht de herinnering terug aan mijn begin als amateurgitarist. Mijn vader had op een balkje een plastic deksel van een emmer gespijkerd en van de kop van het balkje naar het uiteinde elastiekjes bevestigd. Op zaterdagochtend sloop ik vroeg mijn bed uit om mee te spelen met Henk Wijngaard. I am not ashamed ;o)

    Houd de vlam in de pijp en tot morgen,

    Tsead

    P.s. op Meander kan men stemmen op een aantal jonge dichters die eerder in de rubriek ‘dichters’ te gast zijn geweest. De winnaar krijgt 300 euro en eeuwige roem. Ik heb gestemd op Ellen Deckwitz. Maarten Inghels was mijn tweede keuze geweest. Stem op http://meanderwedstrijd.info:80/dichtersprijs2009/.

  • Radio

    Een paar maanden geleden werd ik door fotograaf Klaas Koppe gefilmd en geïnterviewd naar aanleiding van mijn bloemlezing De geboorte van het zwarte paard. Ik mocht zelf de locatie uitzoeken en had gekozen voor de weilanden achter de dijk vlakbij Holwerd. Je kunt daar genieten van een wijds uitzicht op de waddenzee, Ameland en Schiermonnikoog met daarboven indrukwekkende luchtlandschappen.

    We kwamen bij een stuk land, waarin jonge paarden voordat ze bereden zouden worden, een paar jaar flink mochten uitdraven. Helaas bleek de locatie niet erg geschikt voor het interview. De paarden met hun opdringerige natte snuiten waren veel te nieuwsgierig en gunden ons geen moment rust. Het gesprek vond uiteindelijk plaats op een rustiek hek boven op de dijk en is via deze link te bekijken.

    Dat interview is er één van de vele die Koppe samen met zijn dochter Iris heeft gemaakt voor de site Literatuurplein. Toen ik onlangs weer eens op Literatuurplein keek, stond er een ontroerend portret op van radiomaker Wim Noordhoek, o.a. bekend van VPRO's De Avonden, dat ik jullie van harte wil aanraden.

    Wim vertelt o.a. over de eerste radiouitzending vanaf zijn slaapkamer in Den Haag, met als enige luisteraars zijn buurjongens. Via dunne draadjes was zijn installatie met die van zijn vriendjes verbonden. Het moet een prachtig gezicht zijn geweest, die jongens die de draadjes over de straat spanden, zodat Wim hen ’s avonds laat stiekem plaatjes kon laten horen.

    Bekijk het interview met Wim Noordhoek via deze link.

  • Schoen_resize

    Tussen alle steunbetuigingen voor de campagne zaten ook een aantal interessante opmerkingen over omissies in mijn ‘partijprogram’.  Dacht ik dat ik alle genres omarmd had, bleek ik de jeugddichters en de stads- en dorpsdichters over het hoofd te hebben gezien. Terug naar de tekentafel dus en de plannen herschrijven.

    Als medewerker van het festival Dichters in de Prinsentuin heb ik gemerkt dat het uitnodigen van jeugddichters de moeite loont. Dichters als Edward van de Vendel en Ted van Lieshout hebben een geweldige voordracht waar dichters voor volwassenen van kunnen leren. Bovendien zorgen hun gedichten er voor dat we het kind in onszelf niet vergeten. Dat leerde ik jaren geleden al toen ik als beginnend dichter Kees Spiering hoorde voorlezen in Den Haag bij Dichter aan huis. Tijd dus dat deze dichters op Poetry International, bij de Wintertuin en andere festivals in de avondprogramma’s gewoon tussen de andere dichters door worden opgenomen.

    Wat de stads-  en dorpsdichters betreft, ben ik aan het piekeren over een voortzetting van de Drenthse zeuvendaagse, met toestemming van de bedenkers natuurlijk,  waarbij schrijvers en dichters, die allen een zekere band hadden met Drenthe, door de provincie liepen en her en der uit eigen werk voordroegen. Ik heb destijds met veel plezier het blog van Bart FM Droog over die voettocht gelezen en het lijkt me een goed idee als de komende Dichter des Vaderlands, met stevige wandelschoenen aan en een aantal vriendelijke collega’s Drenthe en de rest van de provincieën nog eens aan zou doen. Dat moet in vier jaar prima kunnen.

    Overigens wordt het moeilijk kiezen voor me, mocht ik het worden. Begin ik in Zeeland, waar ik al jaren graag kom, of begin ik in Fryslân?

    Tot morgen,

    Tsead

  • Huismus

    Mijn ouders waren beiden kinderen van veeboeren en boeren konden vroeger simpelweg niet op vakantie. Mijn moeder had die behoefte ook niet echt, maar mijn vader wel. Van mijn moeder heb ik waarschijnlijk dat huismussige geërfd. Ik wil best de deur uit, zeker voor optredens, maar als het niet hoeft, blijf ik het liefst thuis. Er is soms niets lekkerders dan een paar dagen binnen blijven.

    De afgelopen jaren ben ik iets vaker op reis gegaan. De ene keer op vakantie en de andere keer voor een optreden. Eenmaal op de locatie aanbeland ben ik een prima vakantieganger, hoewel ik dan weer niet de behoefte voel om alle bezienswaardigheden meteen te bezoeken. Het liefst drentel ik een paar uur door een stad en loer wat om me heen.

    Het reizen zelf ben ik geen held in. Ik zie mezelf nog keihard over het vliegveld van Praag rennen om mijn aansluitende vlucht naar Skopje te halen. Onervaren als ik was, was ik door de verkeerde poort gegaan en stond ik op het punt het vliegveld uit te lopen. Daarbij is het ook niet voordelig als je licht neurotische neigingen hebt, zoals het gas tien keer checken als je de deur uit wilt gaan en voortdurend aan je binnenzak voelen of je portemonnee en je paspoort nog wel in je bezit zijn.

    We stappen zo in de auto naar Drenthe en ik ben niet zenuwachtig want mijn vrouw rijdt en dat is altijd een feest. We zetten een goede cd op en kletsen wat, terwijl ik vrolijk om me heen kan kijken. Veel dichters hebben geen rijbewijs en ik ben daar een van de armzalige voorbeelden van. Ik zal de routeplanner lezen en lieve woorden zeggen.

    De kerst gaan we doorbrengen in Borger, in een fijn huisje met bad. De tas zit vol bundels en een laptop, zodat ik morgen weer een blogje kan typen. Op naar de frisse lucht!

    Alle goeds en alvast een fijne kerst,

    Tsead

  • Pointedgun

    Gisteren heb ik de hele dag mensen gevraagd om de campagne te steunen. Er kwamen veel goede en kritische reacties binnen, waarvoor dank. Eén van de terugkerende punten was het verlangen naar geëngageerde poëzie. Ik begrijp die wens, maar zou willen dat men de poëzie soms wat beter las, en dan heb ik het niet over mijn eigen werk. Politiek engagement is in de Nederlandse poëzie makkelijk te vinden. Lees bijvoorbeeld het werk van Rodhan Al Galidi, Erik Jan Harmens of H.H. ter Balkt, stuk voor stuk dichters die geen blad voor de mond nemen. Als je hun werk goed leest, verandert je blik op je omgeving.

    De heersende visie over wat engagement is, is mij bovendien te beperkt. Als een dichter zijn best doet om zo goed mogelijk zijn werk te doen, dan kan dat niet zonder een bepaalde betrokkenheid. Of het nu om betrokkenheid bij de politiek, de milieuproblematiek, de liefde of de taal zelf gaat, het is allemaal betrokkenheid en even intens. Een dichter die de taal opnieuw probeert uit te vinden of die zichzelf helemaal blootlegt, doet niet onder voor een dichter die over terrorisme of discriminatie schrijft. Juist door het schrijven van eerlijke en vernieuwende gedichten voeg je iets toe aan de taal en het denken en houd je beide op je eigen manier levend en spannend.

    Of ik als Dichter des Vaderlands gedichten over rampen, misstanden in de maatschappij en ander onrecht ga schrijven? Dat zit er dik in, want dat deed ik al. Ik deed het alleen op mijn eigen manier, zonder concessies te doen aan de verbeelding en de poëzie, waardoor de boodschap niet altijd even duidelijk was. Die boodschap is ook niet het meest belangrijke onderdeel van een dergelijk gedicht. Zo’n gedicht begint en eindigt met de muziek van de taal. Eerst komt de muziek en dan de moraal.

    Tot morgen en nogmaals dank voor alle reacties op mijn vreselijke gebedel,

    Tsead

    P.s. wil je echt een aangrijpend boek lezen, koop dan het brievenboek Stemmen onder de zon van Mowaffk Al-Sawad, waarin hij o.a. vertelt over de opstand tegen het regime van Saddam Hoessein en zijn jeugd in Irak tijdens de jaren tachtig en begin jaren negentig. Uitgeverij Passage heeft vast nog wel enkele exemplaren liggen.

  • Spook

    Zo af en toe komt er een spook uit je verleden om de hoek kijken. Mij overkwam dat bijvoorbeeld terwijl ik stond op te treden met muzikant Jaap van Keulen op een zomerse middag in Groningen tijdens het festival Dichters in de Prinsentuin. Ik zat midden in een tekst, toen ik aan de andere kant van het theeveld een ex zag staan, die met een ijsje in de hand mij kwaad aankeek. De ex en ik waren op agressieve wijze uit elkaar gegaan en van die woede was nog genoeg over om een poging te doen mij de grond in te kijken. Gelukkig kende ik het gedicht uit het hoofd en kon ik met mijn ogen gesloten de rest uitlezen, waarna de ex gevlogen bleek.

    Er bestaan gelukkig ook vrolijke spoken uit het verleden en dan met name uit mijn tijd als literair organisator in Groningen. Ik heb daar veel festivals mee mogen organiseren en heb zo mijn steentje proberen bij te dragen aan het rijke literaire klimaat dat er al was. Die betrokkenheid is nu omgezet in een nominatie voor de Kees van der Hoef-prijs, een ‘onderscheiding die wordt toegekend aan de persoon die zich op organisatorisch gebied het afgelopen jaar of in het verleden op bijzondere wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor het lokale literaire leven in de stad Groningen.’

    De andere genomineerden zijn Roos Custers (literair redacteur, beeldend kunstenaar en festivalorganisator) en Sieger MG (dichter, docent en organisator van literaire avonden) en de prijs bestaat uit een portretfoto gemaakt door Jan Glas in de Galerij der Groten in Café Pauze te Groningen, een geldbedrag van 250 euro (ter beschikking gesteld door de gemeente Groningen) en een pond paling. Dat laatste is geïnspireerd op de bekendste strofe uit het oeuvre van Van der Hoef: ‘De kracht van de herhaling is gelijk aan een spastische paling’. Van der Hoef zelf was geheel terecht de eerste winnaar van de Kees van der Hoef-prijs. De jury bestaat uit Rense Sinkgraven, Bart FM Droog, Kasper Peters en Herman Sandman.

    Op zaterdag 3 januari wordt de prijs uitgereikt in Café Pauze in de Folkingestraat te Groningen om  13.00 uur en ik zal er zeker bij zijn, al is het maar om Sieger MG of Roos Custers te feliciteren, die geheel terecht de winnaar zouden kunnen zijn. En als ik het word, dan glimlach ik naar de spoken uit mijn verleden, of ze nu ijsjes eten of niet.

    Tot morgen,

    Tsead

    P.s. we vierden gisteren een verlaat Sinterklaasfeest met vrienden; lekker eten en heerlijk valse gedichten. De Dichter des Vaderlands verkiezing kwam meer dan één keer langs. Degene die mijn lootje had getrokken, had er iets moois van gemaakt:

    Als je eenmaal trots die titel draagt
    Is er slechts één ding dat men van je vraagt
    Want een viertal keren per jaar
    Speel je een gelegenheidswerkje klaar
    Sint proeft vóór in zijn gedachten
    Wat ons allemaal staat te wachten
    En jou inspireren zal
    Tot een vaarlands gedicht, kom ik steek van wal:

    Amalia’s eerste verkeersovertreding
    Tweede Kamer-stoelen voorzien van nieuwe bekleding
    Madurodam weer wat geslonken
    Carnaval: nog meer bier gedronken
    Ontgroening wordt milieubewust

    Willem Alexander die Carla Bruni kust
    Maxima bevalt van drie in één keer
    En wil er eigenlijk nog meer
    Beatrix treedt eindelijk af

    Prins Claus herrijst uit zijn graf
    Wilders verft zijn haren rood
    En dat wordt Marijnissens dood
    Leeuwarden bouwt een toren naar de maan

    Bonifatius is weer opgestaan
    Het water stijgt in de Amsterdamse grachten
    De Friezen zijn aangemerkt als hoofdverdachten
    Driek ontvangt de Nobelprijs voor Literatuur
    De Nachtwacht valt van zijn spijker aan de muur
    Er moet meer geld naar het bejaardenballet

    Dus de subsidies aan dichters wordt stopgezet
    De Noord-Zuidlijn wordt fietstunnel, alsnog
    Balkenende verklaart Friesland de oorlog

    En moesten we dit de vorige keren
    nog uit het NOS-nieuws destilleren
    Nu wordt het door Tsead bezongen
    Begeleid door slagen op gongen  
    Zoals je natuurlijk kan verwachten
    Zit sint hiernaar hevig te smachten

    Toch is een waarschuwing op zijn plek
    Val niet te diep in de Nederlanddrek
    Je moet natuurlijk niet verzaken
    Al je serieuze taken
    Zoals het promoten van jouw vak en de vruchten
    Waarin je zo lekker je hart kunt luchten

    Zoek je nog inspiratie van vakgenoten
    Ga dan snel dit pakje ontbloten.

    De Sint

    Het cadeau was de bloemlezing 500 Gedichten die iedereen gelezen moet hebben – De canon van de Europese poëzie. Samengesteld door Ilja Pfeijffer en Gert Jan de Vries.

  • Pakeklaasenbeppetiet 
    Pake Klaas en Beppe Tiet (de ouders van mijn moeder)

    Wat doe je als schrijver met je familie? Ik heb me dat nooit afgevraagd, terwijl mijn ouders, grootouders en voormalige geliefden (soms bijna familie) veelvuldig in mijn gedichten voorkomen. Over het algemeen geldt de regel dat het vooral een goed gedicht moet zijn, wil ik het publiceren. De ene keer bedenk ik wat en de andere keer zijn de gedichten waarheidsgetrouw.

    Door het artikel ‘Nestbevuilers’ van Marja Pruis in de Groene Amsterdammer, overdacht ik nog eens op welke manier ik over mijn familie schrijf. Doe ik het goed? Had ik de verhalen over mijn oma, die bang was dat ze kanker zou krijgen en aan de drank ging, voor me moeten houden?

    Een Friese kinderboekenschrijfster zei dat ze niet begreep waarom ik zo grof over mijn ouders en grootouders sprak. Ik antwoordde dat ik niet anders kon en dat dat nu eenmaal de manier was waarop wij met elkaar omgingen. Voor mij was dat de meest liefdevolle en integere manier om over hen te schrijven.

    Marja Pruis haalt in haar artikel de dichter Czeslaw Milosz aan die zegt: ‘Als in een gezin een schrijver wordt geboren, dan is ’t gedaan met dat gezin’.  Daarnaast lezen we in hetzelfde stuk van Philip Roth de quote: ‘Als schrijver ben ik iemand anders. Ik ben dan niet belast door trouw en loyaliteit, decorum en discretie. Ik ben vrij om een dieper en duisterder perspectief te kiezen dan dat van een zoon, echtgenoot of broer.’ Als er in een gezin iets mis is, dan zal dat ook zonder schrijver wel duidelijk worden. Daarnaast moet je je juist een zoon, broer of echtgenoot voelen om een goed doorleefd gedicht te schrijven, misschien de zoon, broer of echtgenoot van iemand anders, maar je schrijft altijd vanuit een verwantschap met je omgeving of die nu verzonnen is of niet. De vrijheid van het duistere perspectief kan ik begrijpen, maar in mijn geval zal dat nooit ver van mezelf afliggen.

    Gerrit Komrij vertelde me dat de meeste dichters hun beste gedicht schrijven over hun moeder. Voor mij geldt dat zeker. Steeds als ik over mijn moeder schreef, bereikte ik een helderheid die bij andere gedichten ontbrak. Het waren gedichten zonder opsmuk die me iets leerden over het schrijven zelf.  

    Angel gaat over mij, mijn woede en over het gezin waar ik uit kom. Het is een bundel waarin ik mezelf en de mensen om me heen niet ontzie. De bundel zal niet voor alle familieleden even makkelijk te lezen zijn, maar het is deel van een gesprek, hoe hard ook, een gesprek dat eindigt met een welgemeende uitnodiging:

     

    geen geboortekaartje

    dank voor het doel de horizon
    de rij bomen
    waar ik de tanden van mijn zaag
    op slijpen kon

    ik blijf slijpen
    ik leg de zaag niet neer

    loop geen rondjes om je huis
    stuur geen brief

    maar geef wel raad

    zorg goed voor jullie kinderen
    voor je vrouw

    houd de zonen van andere vaders in de gaten
    als je een dochter hebt

    houd de vaders ook in de gaten
    de broers

    laat haar niet alleen
    laat mij niet alleen

    schrijf een boek