• Vroegevogel

    Morgenochtend vroeg mag ik met Wim Brands over mijn laatste bundel Angel gaan praten. Ik ben benieuwd naar zijn vragen en of hij om 8 uur 's ochtends net zo wakker zal zijn als ik. Het programma is een uitbreiding van de Avonden en heet dan ook de zaterdagbijlage van De Avonden. De muziek wordt verzorgd door het duo de Easy Aloha's. Daarnaast is er een wekelijkse cultuurrubriek met Roel Bentz van den Berg, deze week over Harold Pinter en een kookrubriek van vormgever en kok Ko Sliggers. Daarna Wim Noordhoek die vanuit ergens in het land bericht over een culturele activiteit die de moeite waard is en na elf uur een gesprek met Marten Jongema, conservator van het Stedelijk Museum. Na twaalven praat Wim Brands met A.L. Snijders van wie onlangs een nieuwe verzameling zeer korte verhalen (de zogenaamde ZKV's) verscheen: 'Bordeaux met ijs'.

    Als om een uur of negen het gesprek klaar is, spring ik op mijn fiets en race ik naar CS. Om 13.00 uur moet ik in Groningen zijn voor de Uitreiking van de Kees van der Hoefprijs, waar ik samen met Roos Custers en Sieger MG genomineerd ben. De prijs bestaat o.a. uit een redelijke hoeveelheid gerookte paling, die wellicht in de trein naar huis kan dienen als campagnemateriaal ;o)

    Dat doet me denken aan mijn opa die altijd paling meebracht, die hij ving in de sloten naast de boerderij. Helaas moest die paling gebakken worden en was hij niet altijd even goed schoongemaakt, waardoor de modderige ingewanden de smaak van de vis nogal eens verpestten. Nee, dan at ik toch liever de stokvis die mijn opa meenam van de markt in Dokkum. De dag ervoor wist je al wat je ging eten, want dan stond de keiharde vis in een grote pan met water, waarin normaalgesproken de melk van de boer werd gekookt. Melk die in grote emmers werd binnengebracht en na het koken zo de koelkast inging.

    De vis en de melk waren een manier voor mijn ouders om wat minder geld uit te geven. We hadden het goed, maar mijn moeder moest daarvoor soms wel zuinig zijn. Een enkele keer zorgde dat voor schaamte, bijvoorbeeld als ik in een door mijn moeder genaaide spijkerbroek met opgenaaid embleem het schoolplein op kwam lopen en men mij wat vreemd aankeek. Ik schaamde me er toen voor, maar nu zou ik het liefst willen dat mijn moeder nog leefde en nog tien van die broeken voor me naaide en meer nog zou ik haar willen vertellen hoe het voelt om genomineerd te zijn als Dichter des Vaderlands.

    En haar dan vragen om te stemmen natuurlijk! Dat kan vanaf vandaag op http://www.dichterdesvaderlands.nl/read/stemmen

    Alle goeds,

    Tsead

    P.s. Mijn vader is er gelukkig nog wel en hij maakt zelfs op afstand deel uit van het campagneteam. Zo belaagde hij vandaag nog het kantoor van de Kollummer Courant om de redactie te vragen aandacht aan het werk van zijn zoon te besteden.

  • Rotjes 

    Op nieuwjaarsdag gingen we vaak naar mijn opa en oma die op een terp woonden. We liepen dan rond en zochten oude astronauten die niet waren afgegaan. Als je die brak en aanstak spuwden ze vuur. Daarnaast daagden we elkaar uit om rotjes onder onze schoenen af te laten gaan of staken we pvc buizen aan de ene kant vol met bladen en aan de andere kant vol met sterretjes, waardoor je schitterende rookwolken kreeg.

    Vandaag ben ik gewoon thuis gebleven na een rustige oudejaarsavond, waarop mijn vrouw en ik met de buren van het Amsterdamse vuurwerk hebben genoten op ons dakterras. Morgen gaan de stemlokalen open voor de verkiezing. Ik probeer vanachter mijn computer her en der nog wat zieltjes te winnen. Het voelt als stilte voor de storm!

    Het zal een spannende maand worden met hopelijk veel optredens en wie weet toch nog wat campagne van mijn medegenomineerde concurrenten Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr en Hagar Peeters. Waar ik vooral op hoop is dat ze met plannen komen. Je stemt niet op een politieke partij die het programma pas na de verkiezingen bekend maakt.

    Morgen staan van alle kandidaten een gedicht in de NRC met een profiel en foto. De fotograaf Leo van Velzen kwam op 19 december bij me langs, de dag na de presentatie, dus als er alcoholdampen en slaaptekort-wallen te zien zijn, begrijpt u waardoor die veroorzaakt werden. We zijn die nacht eerst goed doorgezakt bij café de Doffer in de Runstraat en hebben daarna thuis nog een goed glas wijn ingeschonken, zo’n glas waar je van weet dat het echt totaal onnodig is om nog op te drinken, maar waar je toch geen spijt van mag hebben.

    Ik hoop dat jullie allemaal een vloeibare oudejaarsavond hebben gehad en wens jullie een gezond, gelukkig en inspirerend 2009!

    Tsead

  • Plannen

    Hieronder heb ik een tweede versie van mijn plannen geplaatst. Aan de eerdere versie (liep tot en met punt drie) zijn vier punten toegevoegd. Dank voor al het commentaar op die vorige versie.

    Ben weer benieuwd naar jullie opmerkingen en aanvullingen.

    Plannen

    Mocht ik Dichter des Vaderlands worden dan zou ik de poëzie in al haar breedte willen promoten, door middel van:

    1)  Dagblad en webpublicaties en bloemlezingen in de breedte, inclusief poëzie in de Nederlandse dialecten en streektalen en vertaalde poëzie uit het buitenland.

    a.   Jaarlijks verschijnen er alleen al in het Nederlands zo’n 150 bundels, maar voor al die bundels is er meestal geen aandacht in de bladen en de kranten. Ik zou elke dag op een literair weblog, liefst De Contrabas, in een krant, dat mag de NRC zijn, maar ook de Spits of een andere krant, een gedicht willen plaatsen uit die 150 bundels met een korte toelichting. Het zou ook mogelijk moeten zijn om deze columns via een mailinglist toegestuurd te krijgen.

    b.   Met de hulp van andere dichters/redacteuren, zou ik op diezelfde wijze, op het weblog en in de krant, aandacht willen schenken aan de dichters die niet in het Nederlands schrijven, bijvoorbeeld in het Fries, Gronings, Limburgs of het Drents. Van hen zouden dan zowel het origineel als een vertaling in het Nederlands opgenomen moeten worden, zodat mensen ook kennis kunnen maken met de schat aan anderstalige poëzie die ons land rijk is.

    c.    Nederland kent een aantal voortreffelijke poëzievertalers en zo nu en dan verschijnt er een prachtig boek met vertalingen van buitenlandse dichters. Ook aan die vertalingen zou ik aandacht willen besteden, evenals aan de buitenlandse dichters die ieder jaar te gast zijn bij de festivals, met name bij Poetry International.

    d.   Voor deze rubriek zou ook de mogelijkheid moeten bestaan om gedichten in te sturen, die door een groep van vijf mensen gelezen wordt en waaruit eens per maand een gedicht geselecteerd wordt.

    e.   Deze column/rubriek zou resulteren in een bloemlezing met 365 gedichten, uit het Nederlands, de streektalen/dialecten en andere talen, die bij een landelijke uitgever voor een lage prijs te koop zou moeten worden aangeboden op de Gedichtendag van het daaropvolgende jaar, in combinatie met een feestelijke presentatie op een centraal punt van Nederland of via een tournee langs de verschillende grote treinstations in Nederland.

    2)  Optredens en tournees met een groep dichters en vertalers onder de vlag van de Dichter des Vaderlands

    a.   Langs scholen, liefst i.s.m. de educatieve organisaties Doe Maar Dicht Maar en School der Poëzie. Het zou gaan om workshops in zowel het schrijven van gedichten als het voorlezen en om lessen waarin dichters vertellen wat ze doen, culminerend in een poëzieavond waar de dichters en de scholieren samen optreden.

    b.   Langs de kleine zalen van de theaters. Om toonaangevende dichters te zien voorlezen moet men nu naar de grote festivals in de Randstad, terwijl er in bijna elk redelijk dorp wel een goede zaal is om naar dichters te luisteren. Ik zou graag met een goede dwarsdoorsnede van dichtend Nederland langs die zalen reizen, waarbij dichters met muziek en/of dans optreden, naast slam- en podiumdichters en dichters uit het traditionele circuit, met een kort open podium na afloop voor lokaal talent. Het zou mooi zijn als de grote literaire festivals als Poetry International, Winternachten, Crossing Border en Wintertuin aan deze tournee een bijdrage/productie zouden leveren, zodat tijdens de tournee reclame kan worden gemaakt voor die festivals en zij echt iets aan hun landelijke spreiding en uitstraling doen.

    c.    Voor beide tournees geldt dat niet alleen dichters die in het Nederlands schrijven in aanmerking komen. Ook vertalers met een goede voordracht zouden geschikt kunnen zijn, evenals dichters in de streektalen en dialecten of buitenlandse dicht
    ers die Nederland bezoeken of in Nederland wonen.

    3)  De Dichter des Vaderlands subsidie. Mocht het Dichter des Vaderlandsschap geld opleveren, via optredens en schrijfopdrachten voor het bedrijfsleven bijvoorbeeld, dan zou ik 15 % van die opbrengsten onder willen brengen in een fonds. Het fonds zou gedurende vier jaar kleine bijdragen kunnen leveren aan de tournees, zoals die hierboven worden beschreven, aan andere literaire festivals of activiteiten, maar vooral ook aan een prijs voor poëzievertalingen naar het Nederlands, zowel vanuit buitenlandse talen als de Nederlandse streektalen en dialecten, waardoor er meer aandacht komt voor het onderbelichte werk van deze vertalers.

    4)  Kinder- en jeugdpoëzie. ‘Kinderpoëzie begint bovendien waar alle poëzie begint, bij het taalgevoel, de muziek, de fantasie, de onschuld, de eerste levensbehoeften, de drift om zich te uiten en vorm aan iets te geven,’ zegt Gerrit Komrij in de inleiding op De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten. Ik had de kinder- en jeugddichters niet genoemd in mijn eerdere plannen. Bij deze zeg ik toe dat ik die dichters en hun poëzie graag bij de rubrieken en de tournees betrek.

    5)  Literaire wandeling door de provincies. Ik zou graag de Zeuvendaagse voortzetten, een wandeling waarbij schrijvers en dichters, die allen een zekere band hadden met Drenthe, door de provincie liepen en her en der uit eigen werk voordroegen. Ik heb destijds met veel plezier het blog van Bart FM Droog over die voettocht gelezen en het lijkt me een goed idee als de komende Dichter des Vaderlands, met stevige wandelschoenen en een aantal vriendelijke collega’s Drenthe en de rest van de provincies aan zou doen. Dat moet in vier jaar prima kunnen en zou kunnen resulteren in een aantal mooie optredens en boeken; een soort moderne versie van de voettocht van Dirk van Hogendorp en Jacob van Lennep.

    6)
     
    Stads- en dorpsdichters. Zullen net als de dichters van kinder- en jeugdpoëzie betrokken worden bij de verschillende projecten, waaronder hopelijk een voortzetting van de Zeuvendaagse.

    7)  Bejaardenhuizentour. Een aantal jaren geleden mocht ik samen met andere dichters optreden in bejaardenhuizen in Amsterdam. Er werd door de bejaarde mensen enthousiast op de voordrachten gereageerd en men waardeerde het zeer als de dichters na het optreden bij de minder mobiele bewoners langsgingen om iets voor te lezen en een praatje te maken. Deze tour zou een onderdeel van de Zeuvendaagse of van de Theater- en scholentour kunnen vormen.

    Er zijn nog veel meer zaken waar een Dichter des Vaderlands zich voor zou in kunnen zetten en ik hoop dat ook te doen, mocht ik het worden. Zo zou er in het onderwijs stelselmatiger meer aandacht aan poëzie besteed moeten worden. Er is niets mis met het uit je hoofd leren van een gedicht.
              Daarnaast kwam dichter Manuel Kneepkens met het idee om een bloemlezing te maken met gedichten waarmee je een vergadering kunt openen. Ik zou graag met hem die bloemlezing maken en die bij optredens bij het bedrijfsleven verspreiden en de talloze managers en directeuren aansporen om de bloemlezing ook daadwerkelijk te gebruiken.
              Kneepkens stelde ook voor om een Levende Dichters Almanak in het leven te roepen, als tegenhanger van de Dode Dichters Almanak zoals we die van de VPRO kennen. Wellicht zouden we daartoe eens een petitie op moeten stellen. De Dode Dichters Almanak werkt met eerder opgenomen materiaal en is dus misschien goedkoop om te maken, maar het Kneepkens-plan zou ook voor minder geld uitgevoerd kunnen worden op kleinere schaal. Ik zou willen voorstellen om samen met of met toestemming van radiomaker Anton de Goede van Avonden, die eerder een Levende Dichtersalmanak voor de radio maakte, een versie daarvan op Youtube te maken. De dichter leest het gedicht voor, vertelt kort wat over de ontstaansgeschiedenis van het gedicht en leest het gedicht dan nog eens voor. Elk filmpje zou niet langer mogen zijn dan tien minuten.
              Bart FM Droog stelde voor om een fonds op te richten voor het onderhoud van dichtersgraven. Het lijkt me goed om de financiële haalbaarheid van dat sympathieke plan in de komende vier jaar te onderzoeken en indien mogelijk dat fonds op te richten, wellicht in samenwerking met de Vereniging voor Letterkundigen.
              Een ander idee van Droog was om een bundel uit te delen aan nieuwe getrouwde stellen bij huwelijksvoltrekkingen en het ondertekenen van een samenleefcontract. Je zou dit idee kunnen uitbreiden met bundels vol toegankelijke gedichten voor mensen die een inburgeringscursus volgen of een bundel met kinderpoëzie die jonge ouders krijgen bij het consultatiebureau. Het zijn goede plannen die wellicht samen met Stichting Lezen uitgevoerd kunnen worden.
              Chrétien Breukers gaf aan dat er behoefte is aan een databank waarin je dichters makkelijk zou kunnen opzoeken. Op websites als die van DBNL en de KB is al veel informatie te vinden over dichters, maar wellicht kan er een portal opgezet worden, waarbij elke dichter een door hem of haarzelf beheerde afdeling krijgt met ruimte voor een korte bio, drie gedichten en contactinformatie. De portal zou samen moeten werken met de Stichting Schrijver School en Samenleving, zodat mensen als ze door de schrijverslijsten van de SSS bladeren makkelijk informatie kunnen vinden over voor hen vaak onbekende dichters.

    Maar kan het ook?

    Al deze plannen kosten veel geld! Daar ben ik me zeer bewust van, maar wie niet durft te dromen is hersendood. Met behulp van Poetry International, NRC Handelsblad, het campagneteam Chrétien Breukers, Bart FM Droog en weblog De Contrabas, dichters, lezers, Fondsen, festivals en andere literaire organisaties moeten we een eind komen. Het zal wellicht nodig zijn om een stichting in het leven te roepen om de aanvragen te doen en er zijn betaalde krachten nodig om de aanvragen op te stellen en de evenementen in goede banen te leiden. Ik wil me er voor inzetten om zoiets op poten proberen te zetten. U hopelijk ook!

    De campagne om Tsead Bruinja tot volgende Dichter des Vaderlands te benoemen wordt ondersteund door: De Eerste Bergensche Boekhandel, Boekhandel Laan te Castricum, Boekhandel Godert Walter te Groningen, Uitgeverij Bornmeer, Uitgeverij Cossee, Weblog De Contrabas, Poëziecentrum Nederland, Literair Festival De Wintertuin, Literair Festival Dichters in de Prinsentuin, Literair Festival Crossing Border / Border Kitchen en het Voorwoord, Literair Tijdschrift Tzum, Het Fries Historisch en Letterkundig museum Tresoar, de literaire denktank Novo Universalis, de progressieve denktank Stichting Waterland, De afdeling Fries van de Rijksuinversiteit van Groningen (Prof. Dr. Goffe Jensma, Dr. Oebele Vries, Dr. Pieter Breuker, Dr. Willem Visser en Dr. Jurjen van der Kooi), Roald van Elswijk (vertaler), Gerrit Hoekstra (docent Piter Jelles Impulse). presentator en publicist Arie Boomsma, publicist Dylan van Rijsbergen, Het Poëzieplein, Fransien Saya, zangers/songwriters Denvis, Leine, Meindert Talma (tevens schrijver), Jascha van Roij, Kunstenaarsduo Sage, criticus/essayist Rutger H. Cornets de Groot, recensent en docent Jelle van der Meulen, beeldend kunstenaars Ramon Verberne en Noor Agter en de dichters/schrijvers/vertalers Anne van Amstel, Rik Andreae, Hassan Bahara, Benno Barnard, Guus Bauer, Gerard Beentjes, Bas Belleman, Jurre van den Berg, Marjan Berk, Dien L. de Boer, Hidde Boersma, Corrie Boin, Mark Boog, Chrétien Breukers, Maurice Buehler, Floor Buschenhenke, Frits Criens, Maria van Daalen, Maarten Das, Daniël Dee, Annelie David, Frank Diamand, Guido van Driel (tevens filmer en graphic novelist), Bart FM Droog, Maarten van den Elzen (tevens uitgever), Diann van Faassen, Anne Feddema, Aly Freije, Edith de Gilde, Wouter Godijn, Marieke Groen, Willem Groenewegen (tevens vertaler),Ate Grypstra, Wieke de Haan, Quirien van Haelen, Erik Harteveld, Joke Hermsen, Krijn Peter Hesselink, Ingmar Heytze, Hein Jaap Hilarides, Ineke Holzhaus, Egbert Hovenkamp II, Sytse Jansma, Sasja Janssen, Christian Kanstadt, Cralan Kelder, Jan Kleefstra, Kees Klok, Manuel Kneepkens, Iris Koppe, Jaap Krol, Elmar Kuiper, Remco Kuiper, Bartle Laverman, Louis Th. Lehmann, Hans Mellendijk (tevens organisator), Jan van Mersbergen, Hanz Mirck, Thomas Möhlmann, Martin Mooij (Poets of all Nations, voormalig directeur Poetry International), George Moormann, Nanne Nauta, Yvonne Né, Fred Papenhove, Coen Peppelenbos, Ester Naomi Perquin, Kasper Peters, Cees van der Pluijm, Arnoud Rigter, Peter de Rijk, Alexis de Roode, Hannie Rouweler, Mowaffk Al-Sawad, Rense Sinkgraven, Sytske Sötemann (vertaalster van Turkse poëzie), Kees Spiering, Ilse Starkenburg, Frans Terken, Andries Torensma (tevens schilder), Sander de Vaan, Jabik Veenbaas, Akky van der Veer, Henk van der Veer, Edward van de Vendel, Andrea Voigt, Lammert Voos, Abe de Vries, Samuel Vriezen, Nyk de Vries, Victor Vroomkoning, Cornelis van der Wal,Hans Wap, Bert van Weenen, Kees Wennekendonk (multidisciplinair kunstenaar), Hans van Willigenburg en Harry Zevenbergen.

    Steun uit België: Norbert de Beule, Luuk Gruwez, Maarten Inghels, Joris Iven, Frederik Lucien de Laere, Ruth Lasters, Jan Mysjkin (tevens vertaler), Jan Pollet, Willem Roggeman,Bart Stouten, Herlinda Vekemans, Bart Vonck, Uitgeverij Pont Editions Germain Droogenbroodt en het weblog in Letterland

    Stuur a.u.b. een mailtje naar tseadbruinja@hotmail.com met je naam en een link naar je site als je je naam in dit rijtje genoemd wilt zien.

  • Stapel-boeken

    Op mijn bureau liggen stapels boeken die ik de afgelopen maanden kreeg en kocht en naast de wc ligt een bijna even grote stapel kranten en tijdschriften die ik nog wil lezen. Daarnaast wordt het tijd om voor het einde van het jaar de laatste rekeningen te versturen en te controleren of iedereen de oude rekeningen wel betaald heeft. Het is het domste klusje van het jaar, maar als het goed is, levert het wat op!

    Ondertussen, terwijl bij ons in de straat het ene na het andere rotje afgaat en in Gaza aan de lopende band onnodig bloed wordt verspild, werk ik aan een uitbreiding van mijn plannen, mocht ik Dichter des Vaderlands worden. U kunt daar morgen hier en op andere plaatsen meer over lezen.

    Ik zou o.a. graag weer willen voorlezen in de bejaardenhuizen, zoals ik eerder met een groep mensen deed in Amsterdam. Als we onze eenzame doden al een gedicht gunnen bij hun uitvaart, zouden we op zijn minst ook de eenzame ouderen een goed gesprek en een mooie voordracht moeten gunnen terwijl ze nog leven.

    De griep is verworden tot een verkoudheid en er kan weer gewerkt worden. De grote schoonmaak kan beginnen.

    Een opgeruimde groet,

    Tsead

  • Kinderschaats

    Het Friese woord voor schaatsen is ‘reedride’. De schaatsen zelf noemen we ‘redens’. Of ik ze al uit het vet heb gehaald? Mijn noren heb ik niet meegenomen toen ik naar Groningen verhuisde. Ze zijn ongetwijfeld ook niet meer in het bezit van mijn vader en stiefmoeder.

    Mijn eerste schaatsen waren geen houtjes, maar een soort ijzeren schaatsen met dubbele rijen ijzers en een rood gespje. Mijn zus had het er op geleerd en ergens eind jaren zeventig mocht ik ze aan. Er werd een stoel op de sloot gezet en daar mocht ik wat tegenaan duwen, terwijl mijn moeder toekeek vanachter de ramen van de verbouwde boerderij.

    Later kwamen de houtjes en het gepruts met laarzen of sportschoenen, met dikke of dunne sokken. Ik ben nogal een koukleum, dus ik denk niet dat ik met veel plezier ging schaatsen. Als jongen was ik een huismus, zoals ik eerder schreef en waarschijnlijk moest mijn moeder me als het goed gevroren had, de deur echt uitschoppen, bij mijn treintjes en lego vandaan.

    Mijn moeder kon overigens fantastisch schaatsen en dan vooral samen met mijn vader. Ze konden zowel naast als achter elkaar met mooie lange synchrone slagen de baan rond rijden. Dat liefdevolle tafereel alleen was al genoeg reden om de koude te trotseren.

    Daarnaast had het iets gezelligs en was het ook een kans om te kijken of ik niet met dat ene meisje waar ik stiekem verliefd op was, misschien een rondje kon maken, om haar daarna voor een kwartje te trakteren op een plastic bekertje waterige chocolademelk.

    Helaas werden de winters minder. Mijn moeder stierf en ik leerde nooit echt goed schaatsen. Over één van de laatste schaatstochten met mijn vader schreef ik onderstaand gedicht.

    Hartelijks en veel vorst,

    Tsead

    bruidegom*

    vader wildvreemd was zij niet met wie ik
    aan de telefoon sprak over je mogelijk sterven
    ik dacht dan zal ik zingen zingen om wat
    ik nog van je weet voor de poorten van de hel

    weg te slepen neem ik het vergeetboek
    op schoot en begin uit dit dode schrift
    dat ik niet machtiger ben
    dan welke taal ook je op te vissen

    zoals jij mij probeerde uit een wak
    onder een brug te trekken
    en jezelf in paniek een nat pak bezorgde
    zo zal dit lied ook mij niet kunnen sparen

    kom vader bind me de houtjes onder
    ik heb mijn krappe jongenslaarsjes bijna aan
    kom bind me de houtjes onder
    het ijs is dun als je vermoeide gezicht
    uit waterige ogen staar je me aan
    kom nog een keer uit je dikke wollen graf
    en bind me de houtjes onder
    het water zal ons over zich heen zien vliegen

    zo bracht moeder ons met de auto naar de vaart
    waar onze eerste reis begon met haar alleen
    in onze gedachten over doorzichtig zwart
    over pas op kijk struikeltakken en

    bevroren brasems vissticks grapte
    ik probeerde het ijs te breken met
    kinderhumor met kinderhanden
    maar jij was bij je zieke vrouw thuis

    en tegelijk bijna in je geboorteplaats de weilanden
    waar door witte winterdeken groen gras
    verstomde groen gras dat voorheen
    je zachte zolen kende voeten die nu

    zonder je meisje eenzaam met mij over triest water joegen
    als geen ander beter nog dan moeder
    kenden deze slootjes en weiden jou
    dit dorp met zijn kerkhof vol bekenden

    de gouden haan de spitse kerktoren
    vlakbij de boerderij waar jij
    jezelf leerde zenden en drummen
    waar je vader je galopperen zag

    het zadel een naakte paardenrug
    vroeg ging de schep voor hem de grond in
    die mij drievoudig zijn naam leende
    toen ik nog geen vader heten kon

    kom bind me de houtjes onder
    ik heb de krappe groene jongenslaarsjes aan
    bind me de houtjes onder
    het ijs is dun als de tijdelijke afstand tussen ons
    nu ik je over de grenzen heen droog kan aankijken
    moet je me nog één keer de houtjes onderbinden
    of klim nog één keer in de pen
    en laat het papier ons over het ijs
    zien vliegen jagen en janken

    vertel nog eens hoe jij de leraar muziek
    die jou met zijn sleutelbos een laffe
    oorvijg gaf recht in z’n zak trapte
    flauwgevallen zogenaamd

    je verrekte het sorry te zeggen
    tegen directeuren bleef met je kwaaie kop
    thuis waar je tussen het kromme en het rechte
    je eigen diepe pad van medelijden ploegde

    zwaar als steen lag het gebrek aan vergiffenis
    in je buik toen je het kruis niet meer
    om je nek kon dragen en je moeder
    geen hemels huis meer had om je in op te wachten

    bind me de houtjes onder vader
    deze wereld is de echte
    tussen mij en haar was jij de brugman
    nu is het zwaar zomer liggen mijn houtjes
    ingevet in de kelder
    voor ons dansen schrijvertjes over het water
    het water is als een blauwe lei
    zo schoon
    zo donker

    © Tsead Bruinja
    uit De geboorte van het zwarte paard (Cossee, 2008)


    *‘Brêgeman’, de titel van het Friese origineel van dit gedicht, is een oud Fries woord voor ‘bruidegom’. ‘Brêge’ betekent ‘brug’. Met ‘zenden’ wordt hier gedoeld op de activiteit van radiozendamateurs. De opa die mij ‘drievoudig’ zijn naam leende, heette Tjeerd Pieter Bruinja, de naam die ook in mijn paspoort staat.
    De regel ‘it is slim simmer’ is ontleend aan het gedicht ‘De blauwe hauk fan Wales / De blauwe havik van Wales’ van Tsjêbbe Hettinga uit diens bundel Frjemde kusten / Vreemde kusten (Uitgeverij Atlas, 1995).

  • Deadlines 

    Dank aan Samuel Vriezen voor de alternatieve benamingen van de Dichter des Vaderlands. U kunt nu ook kiezen uit Landsdichter, Dichter der Dietsche Democratie, Mr. of Mrs. Poetry Nederland,
    Rijmkanselier, Zijne Dichterlijke Doorluchtigheid, Poeziepaus of De Nationale Regelreus. Waar ik dan nog graag de Poëziekiloknaller als optie aan toevoeg.

    Ik ben weer thuis en heb gisteren de biografie van Hendrix uitgelezen en de film Dresden gekeken, over een liefdesrelatie tussen een neergestorte Engelse piloot en een Duitse verpleegkundige tijdens de bombardementen. Het was een mooie film (ook al werd er niet altijd even sterk in geacteerd) die duidelijk het morele grijs van die tijd wilde laten zien. Het was vooral indrukwekkend (en triest natuurlijk) om de wind te zien die veroorzaakt werd door de bommen en de chaos van de compleet vernietigde stad.

    Vandaag werk ik aan recensies voor Awater en aan een gedicht voor het Weerwoordfestival. Beide hadden al lang geleden af moeten zijn, maar door de griep en de campagnebezigheden, kwam ik er niet toe. De recensies gaan over de bundels Dat was dat van Anneke Claus en Zouttong van b. zwaal. Het stukje over Dat was dat heb ik net af. Ik vond het een goede bundel met zo nu en dan net iets te veel boem paukeslag aan het einde van een aantal gedichten. Meer daarover kun je lezen in het komende nummer van Awater, dat zo rond Gedichtendag zal verschijnen.

    Ik hoorde net van Chrétien Breukers dat er nog steeds zo’n 75 mensen per dag Angel proberen te downloaden. De bundel is helaas niet meer als gratis download verkrijgbaar. Wie de krant graag wil hebben, kan hem bestellen bij de boekhandel of via de uitgeverij. Het ISBN is 9789056152048 en de krant kost € 4,50. De uitgeverij is te bereiken via bornmeer@wxs.nl of op 0513-490319.

    Nu weer aan de slag (en dan morgen misschien een dag zonder deadlines),

    Tsead

  • Brood  

    De afgelopen dagen heb ik door een flinke griep buitengewoon veel tijd gehad om na te denken. Natuurlijk dwaalden mijn gedichten regelmatig af naar het fenomeen Dichter des Vaderlands. Is het eigenlijk wel de beste titel bij de functieomschrijving zoals de NRC en Poetry International die geven? Wat zijn de alternatieven?

    1.       Poet Laureate – Een gelauwerde dichter? Nee. De Dichter des Vaderlands zou in dat geval een wijze en grijze dichter van boven de zestig moeten zijn.

    2.       President van de poëzie – Klinkt lekker democratisch en heeft tegelijkertijd iets verholen Stalinistich. Toch maar niet. De DdV wordt gelukkig niet verkozen om de baas van de poëzie te worden.

    3.       De Poëzieambassadeur – Deze benaming lijkt het dichtst bij de taken van de DdV aan te sluiten. Ik zie nu alleen een diplomaat in krijtstreep pak met aktentas voor me en niet een dichter die nog steeds in halflege kroegen de longen uit zijn lijf staat te schreeuwen voor de poëzie.

    4.       De poëziebevorderaar – In Friesland werkt bij het Fries Historisch en Letterkundig Museum Tresoar de literatuurbevorderaar Teake Oppewal.  Hij organiseert cursussen en activiteiten rondom de Friese literatuur, zoals de Dag van de Friese literatuur (samen met het Nederlands Literair Productie en Vertalingenfonds en de Provincie Fryslân) en stelde De spiegel van de Friese poëzie mede samen. Van Oppewal worden in Fryslân grote wonderen verwacht, die hij onmogelijk waar kan maken. ‘Bevorderaar’ is dus in ieder geval daar geen handig alternatief voor DdV. Bovendien moet ik bij literatuurbevorderaar altijd denken aan het mystieke product ‘broodverbeteraar’, waarvan ik nooit precies weet wat het is en doet.

    Voorlopig moeten we het maar bij Dichter des Vaderlands houden en aan onze internationale collega’s uitleggen wat het verschil is met de Engelse poet laureate.

    Vreest u overigens niet voor mijn geestelijke gezondheid. Als ik echt niet kon slapen en uren naar het plafond gestaard had tijdens bovenstaande ijdele overpeinzingen, stapte ik uit bed om lekker door te lezen in de biografie Room full of mirrors over het leven van Jimi Hendrix. Het is onvoorstelbaar uit welke armoedige omstandigheden de jonge Hendrix zich omhoog heeft weten te worstelen en grappig om te lezen hoe hij begon te spelen op een bezem en daarna overstapte op een wrakkig akoestisch gitaartje met maar één snaar, waarschijnlijk roestig. Het bracht de herinnering terug aan mijn begin als amateurgitarist. Mijn vader had op een balkje een plastic deksel van een emmer gespijkerd en van de kop van het balkje naar het uiteinde elastiekjes bevestigd. Op zaterdagochtend sloop ik vroeg mijn bed uit om mee te spelen met Henk Wijngaard. I am not ashamed ;o)

    Houd de vlam in de pijp en tot morgen,

    Tsead

    P.s. op Meander kan men stemmen op een aantal jonge dichters die eerder in de rubriek ‘dichters’ te gast zijn geweest. De winnaar krijgt 300 euro en eeuwige roem. Ik heb gestemd op Ellen Deckwitz. Maarten Inghels was mijn tweede keuze geweest. Stem op http://meanderwedstrijd.info:80/dichtersprijs2009/.

  • Radio

    Een paar maanden geleden werd ik door fotograaf Klaas Koppe gefilmd en geïnterviewd naar aanleiding van mijn bloemlezing De geboorte van het zwarte paard. Ik mocht zelf de locatie uitzoeken en had gekozen voor de weilanden achter de dijk vlakbij Holwerd. Je kunt daar genieten van een wijds uitzicht op de waddenzee, Ameland en Schiermonnikoog met daarboven indrukwekkende luchtlandschappen.

    We kwamen bij een stuk land, waarin jonge paarden voordat ze bereden zouden worden, een paar jaar flink mochten uitdraven. Helaas bleek de locatie niet erg geschikt voor het interview. De paarden met hun opdringerige natte snuiten waren veel te nieuwsgierig en gunden ons geen moment rust. Het gesprek vond uiteindelijk plaats op een rustiek hek boven op de dijk en is via deze link te bekijken.

    Dat interview is er één van de vele die Koppe samen met zijn dochter Iris heeft gemaakt voor de site Literatuurplein. Toen ik onlangs weer eens op Literatuurplein keek, stond er een ontroerend portret op van radiomaker Wim Noordhoek, o.a. bekend van VPRO's De Avonden, dat ik jullie van harte wil aanraden.

    Wim vertelt o.a. over de eerste radiouitzending vanaf zijn slaapkamer in Den Haag, met als enige luisteraars zijn buurjongens. Via dunne draadjes was zijn installatie met die van zijn vriendjes verbonden. Het moet een prachtig gezicht zijn geweest, die jongens die de draadjes over de straat spanden, zodat Wim hen ’s avonds laat stiekem plaatjes kon laten horen.

    Bekijk het interview met Wim Noordhoek via deze link.

  • Schoen_resize

    Tussen alle steunbetuigingen voor de campagne zaten ook een aantal interessante opmerkingen over omissies in mijn ‘partijprogram’.  Dacht ik dat ik alle genres omarmd had, bleek ik de jeugddichters en de stads- en dorpsdichters over het hoofd te hebben gezien. Terug naar de tekentafel dus en de plannen herschrijven.

    Als medewerker van het festival Dichters in de Prinsentuin heb ik gemerkt dat het uitnodigen van jeugddichters de moeite loont. Dichters als Edward van de Vendel en Ted van Lieshout hebben een geweldige voordracht waar dichters voor volwassenen van kunnen leren. Bovendien zorgen hun gedichten er voor dat we het kind in onszelf niet vergeten. Dat leerde ik jaren geleden al toen ik als beginnend dichter Kees Spiering hoorde voorlezen in Den Haag bij Dichter aan huis. Tijd dus dat deze dichters op Poetry International, bij de Wintertuin en andere festivals in de avondprogramma’s gewoon tussen de andere dichters door worden opgenomen.

    Wat de stads-  en dorpsdichters betreft, ben ik aan het piekeren over een voortzetting van de Drenthse zeuvendaagse, met toestemming van de bedenkers natuurlijk,  waarbij schrijvers en dichters, die allen een zekere band hadden met Drenthe, door de provincie liepen en her en der uit eigen werk voordroegen. Ik heb destijds met veel plezier het blog van Bart FM Droog over die voettocht gelezen en het lijkt me een goed idee als de komende Dichter des Vaderlands, met stevige wandelschoenen aan en een aantal vriendelijke collega’s Drenthe en de rest van de provincieën nog eens aan zou doen. Dat moet in vier jaar prima kunnen.

    Overigens wordt het moeilijk kiezen voor me, mocht ik het worden. Begin ik in Zeeland, waar ik al jaren graag kom, of begin ik in Fryslân?

    Tot morgen,

    Tsead

  • Huismus

    Mijn ouders waren beiden kinderen van veeboeren en boeren konden vroeger simpelweg niet op vakantie. Mijn moeder had die behoefte ook niet echt, maar mijn vader wel. Van mijn moeder heb ik waarschijnlijk dat huismussige geërfd. Ik wil best de deur uit, zeker voor optredens, maar als het niet hoeft, blijf ik het liefst thuis. Er is soms niets lekkerders dan een paar dagen binnen blijven.

    De afgelopen jaren ben ik iets vaker op reis gegaan. De ene keer op vakantie en de andere keer voor een optreden. Eenmaal op de locatie aanbeland ben ik een prima vakantieganger, hoewel ik dan weer niet de behoefte voel om alle bezienswaardigheden meteen te bezoeken. Het liefst drentel ik een paar uur door een stad en loer wat om me heen.

    Het reizen zelf ben ik geen held in. Ik zie mezelf nog keihard over het vliegveld van Praag rennen om mijn aansluitende vlucht naar Skopje te halen. Onervaren als ik was, was ik door de verkeerde poort gegaan en stond ik op het punt het vliegveld uit te lopen. Daarbij is het ook niet voordelig als je licht neurotische neigingen hebt, zoals het gas tien keer checken als je de deur uit wilt gaan en voortdurend aan je binnenzak voelen of je portemonnee en je paspoort nog wel in je bezit zijn.

    We stappen zo in de auto naar Drenthe en ik ben niet zenuwachtig want mijn vrouw rijdt en dat is altijd een feest. We zetten een goede cd op en kletsen wat, terwijl ik vrolijk om me heen kan kijken. Veel dichters hebben geen rijbewijs en ik ben daar een van de armzalige voorbeelden van. Ik zal de routeplanner lezen en lieve woorden zeggen.

    De kerst gaan we doorbrengen in Borger, in een fijn huisje met bad. De tas zit vol bundels en een laptop, zodat ik morgen weer een blogje kan typen. Op naar de frisse lucht!

    Alle goeds en alvast een fijne kerst,

    Tsead