• Startblok

    Na een bezoekje aan de Kring voor de boekpresentatie van Hartspanne, de nieuwe bundel van Diana Ozon en een etentje met ex-campagneleider en buitengewoon leuk mens Bart FM Droog, sprong ik op mijn fiets richting Pakhuis de Zwijger voor het festival http://www.hetgeheugenhuis.nl/, waarover enkelen van jullie wellicht gehoord hebben in de uitzending van de De Wereld Draait Door afgelopen vrijdag. Filmmaker Frans Weisz zag daar zijn vader, die in een concentratiekamp was vermoord, voor het eerst in 50 jaar weer op beeld.

    http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/typo3conf/ext/vara_flashplayer/player/player.swf

    Weisz was ook in Pakhuis de Zwijger zichtbaar ontroerd door een aantal filmfragmenten, waaronder een die hij zelf had gemaakt van twee oudere acteurs die de liefde bedrijven, terwijl ze 'beneden gasten hebben'. Die scene werd versneden met flashbacks van het stel toen ze nog jong waren. Toen Weisz moest huilen en hem gevraagd werd waarom, zei hij dat dit verhaal het leven voor hem 'leefbaar' maakte.

    Ik was al een poosje aanwezig in het Pakhuis en het leek erop of ik die avond de Zwijger zou zijn, want het publiek was net te klein om Loungeruimte te vinden waar ik zou voorlezen met theremin begeleiding van DJ Ir. Vandermeulen.

    Pakhuis1 

    (lege zaal met fotograaf en journalist van het weekblad van de Hoge School)

    Eerst werd mijn voorleesblokje verschoven van kwart over negen na half elf. Om half elf, toen ik opnieuw in de startblokken stond, ried de presentatrice echter doodleuk iedereen aan om een debat in een andere zaal te gaan volgen. De moed zakte mij in de schoenen. Ik wachtte nog even beleefd, maar trok toen mijn jas aan en nam afscheid van de DJ, waarna ik halverwege de uitgang toch nog werd overgehaald om iets te doen.

    Dat optreden werd onverwacht leuk en trok bovendien ook flink wat publiek. Jammergenoeg was de journalist die tot op het laatste moment gebleven was om een stukje te schrijven over het optreden toen net vertrokken. Toch fietste ik tevreden en nederig met mijn flesje rood en boekenbon naar de Baarsjes, waar op de harddiskrecorder een fijne aflevering van de ziekenhuisserie ER geparkeerd stond.

    Pakhuis2 

    (Het publiek aan de bar dat uiteindelijk toch nog de zaal betrad)

  • Zit ik in Zimbabwe om voor te lezen tijdens het 10e Hifa festival (Harare International Festival of the Arts - http://www.hifa.co.zw/index.html). 

    Hifa

    Bevriende artsen hebben me al aangeraden om antibiotica mee te nemen tegen mogelijke ziektes. Een andere vriend verzerkerde me dat er niets te krijgen is in Zimbabwe, maar dat een groot deel van de bevolking zich tock ook weer redt. Er moet een heel circuit bestaan dat buiten de gevestigde kanalen om handelt.

    Ik lees steeds 's middags voor tijdens een spoken-wordblokje van een uur samen met dichters uit andere Afrikaanse landen. De rest van de dag zal ik waarschijnlijk allerlei toneel-, dans- en muziekvoorstellingen bezoeken en zo nu en dan een computer met een internetverbinding zoeken om mail te lezen, een blog te schrijven of te twitteren.

    Het wordt mijn eerste reis naar Afrika en dat zal, ondanks dat ik de armoede in Indonesië gezien heb, vast een shock worden. Hopelijk zal de reis ook nieuwe vriendschappen opleveren en inspiratie voor nieuwe gedichten, hoewel de ideeën daarvoor vaak pas na een jaar komen bovendrijven.

    Ik hoop in ieder geval dat ik niet zoals bij Indonesië totaal aan de dunne thuiskom (wel anti-diarree pil genomen in het vliegtuig, maar had daarna waarschijnlijk beter niet aan de wijn, koffie en drambuie moeten gaan). Ik heb toen een week op de wc gezeten en had daarnaast last van het tijdsverschil. Ondanks dat ik maar 10 dagen weggeweest was, wist ik bij het wakkerworden (ik sliep gelukkig niet op de wc) meestal niet zeker of ik nu in Indonesië of Nederland was.

    Voor ik thuiskom ga ik met Sas nog een paar dagen op reis door Zuid-Afrika met onder andere een rondleiding door Soweto, waar tegenwoordig ook mensen wonen met mercedessen en hummers las ik gisteren in de krant.

    We gaan het zien!  

    P.s. Ik heb verschillende schrijvers en dichters uit Zimbabwe mogen ontmoeten tijdens Poetry International, zoals Charles Munghosi en Julius Chingono. Die ontmoetingen waren elke keer weer inspirerend. Wil je meer weten over de poëzie in Zimbabwe, kijk dan op http://zimbabwe.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=25.

  • Soweto

    Op dit moment luister ik naar Dit is de dag op radio 1. Over een half uur lees ik onderstaand gedicht voor, dat in het komende half uur nog kan veranderen.

    Het gaat om een ready-made uit de woorden van de Utrechtse burgemeester Aleid Wolfsen die in de problemen gekomen is omdat hij een artikel probeerde te verbieden, waarin hij geïnterviewd werd over een twee-kamer apartement dat hij voor 1600 euri per maand huurde in Utrecht. De huur voor het appartement zou onterecht opgevoerd zijn als pension.

    Het artikel, waaruit de ready-made gemaakt is, werd door de uitgever uit het Huis-aan-Huis blad verwijderd, tot woede van de hoofdredacteur. Op de site van de SP kun je het artikel alsnog lezen (http://utrecht.sp.nl/weblog/wp-content/uploads/2009/04/onsutrecht.pdf).

    Hieronder het gedicht zoals het er nu voorstaat:

    wij zoeken een keurige en rustige plek die privacy biedt

    omdat ik heel precies en zeer terughoudend gebruik maak
    van een breed toegepaste regel

    kan ik dit niet anders uitleggen

    dan als een doelbewuste manier

    om een schimmige sfeer te creëren

    rond mijn persoon

    dacht je dat ik voor mijn plezier sliep in het bed van een ander?

    een kop koffie dronk uit iemand anders zijn kopjes?

    tv keek vanaf de bank van een ander?

     

    wij zoeken gewoon een keurige en rustige plek

    die privacy biedt

     

    dat hier überhaupt over wordt bericht

    vind ik al zeer verkeerd

     

    ik zou nooit iets aannemen
    waar ik geen recht op heb

     

    ik word goed betaald

    de regeling deugt

     

    de toepassing van de regeling deugt

    ik heb maar een kleine fout gemaakt

     

    ik word goed betaald

    ik deug

     

    die man

    die man

     

    is een charlatan

  • Met de meeste vrienden van vroeger heb ik weinig contact meer, behalve dan een enkele opmerking via Hyves of Facebook. We nemen ons dan ook nog wel eens voor om elkaar weer te treffen, maar dat blijft meestal bij loze beloftes.

    De vriendschap die het verst teruggaat en die me nog altijd zeer dierbaar is, is die met Peter, die ik ken vanaf mijn dertiende.

    Ik zat net op de Mavo en was samen met mijn vriendje Marcel bij de Blokker in Kollum op de speelgoedafdeling Transformers aan het bewonderen toen Peter met een vriendje binnenkwam om hetzelfde te doen.

    We raakten aan de praat en ik vroeg hem of ik niet soms bij hem op zondag of zaterdagochtend tekenfilms mocht komen kijken, omdat wij thuis geen kabel hadden.

    Er volgden jaren met speelgoed, msx-computerspelletjes, pogingen tot het oprichten van bandjes en veel gesprekken. Ik heb zelfs nog een poosje bij hem en zijn ouders in huis gewoond in een tijd waarin ik het moeilijk had met mezelf en mijn ouders.

    Gisteren gingen we samen naar een avond die Joke van Leeuwen mocht bedenken in de Balie. Hoogtepunt was een trio van cellist Ernst Reiziger met verder een toetsenist op speelgoedkeyboard en een Afrikaanse zanger. De cello werd bespeeld als gitaar en als cello, terwijl op het speelgoedkeyboard werd geïmproviseerd met goedkope tegengeluiden. Het was een vreemde combinatie van etnische muziek met rock en kermisdeuntjes. Hieronder een kiekje:

    Reis 

  • Twitter 
    (Bron afbeelding: http://laikaspoetnik.wordpress.com/)

    Vandaag ga ik proberen een aantal gedichten van 140 tekens te schrijven voor de Twitter-uitzending van het Radio 1 programma BNN Today (http://www.bnn.nl/page/bnntoday) dat vanavond helemaal in het teken staat van deze nieuwe rage.

    Het is natuurlijk een slap aftreksel van http://www.precies160.nl/ waar Sofie Cerutti een paar jaar geleden mee begon, maar het is een leuke uitdaging en ik krijg er nog wat voor betaald ook.

    Sinds kort doe ik zelf ook aan Twitter (http://twitter.com/tseadbruinja). Het is best aardig om te zien wat je vrienden overdag doen en in mijn geval gelukkig nog niet verslavend.

    Erben Wennemars schijnt ook in de uitzending van vanavond te zitten. Voor hem neem ik een exemplaar mee van mijn debuut Dat het zo hoorde, waarin het volgende gedicht staat, dat grotendeels bestaat uit quotes van Wennemars tijdens een uitzending van Barend & Van Dorp:

    met een bezem geslagen worden door een vrouw
    ik word direct lui als je dat zegt
    genoeg beveiligd
    kom op verdwijn met mij
     
    net zo hard
    net zo snel
     
    ik snijd de bochten anders aan
    hoe bedoel je dat
    hoger zet ik in en
     
    ik liet schoenen maken
    naar mijn voet
    maar uiteindelijk
    rijdt ik op één die je zo in de winkel kunt krijgen
    zo in de winkel geloof je dat
    en dan nog een beetje in de oven
     
    thuis ligt het zoontje
    die zog zegt zog zegt het zoontje
    en de sproei prikt in de borst van mijn vrouw
    ze werkt weer thuis loopt alles op rolletjes
     
    hij houdt het vol dankzij zijn kind
    zal er staan
    want ik wil het eerst zien
     
    had ik het geweten
    dan waren de koters
    eerder gekomen
     
    belt u later maar terug
    de schoenen moeten uit de oven
    mijn vriendin moet haar medicijnen
    alles loopt op rolletjes
    ook de honger
    van het kind
    zien

    P.s. De eerste strofe is niet afkomstig van Wennemars, maar van beeldend kunstenaar Aimée Terburg, die deze uitspraak weer had gehoord van een Surinaamse portier te Utrecht. Kijk vooral ook eens op Terburgs site http://www.aterburg.dds.nl/.

  • Sasgroen 

    Sas was gisteren druk in de weer met herstelwerkzaamheden aan het groen op balkon en dakterras. Ik gaf daarbij zo nu en dan fleurig wat commentaar en smeerde mijn kaalgeschoren hoofd in met zonnebrand, terwijl ik verder las in de bundel van Hans Tentije.

    Bij ons had je vroeger de tuin en de bouw. De bouw waren kleine akkertjes achter het huis waar we prei, wortels, boerenkool, aardappelen, peterselie en meer plantten. Het was de bedoeling om zoveel mogelijk van eigen tuin te eten, vooral omdat dat goedkoper was.

    Popeye

    Als jongetje keek ik vaak naar Popeye. En omdat wij geen spinazie hadden, maar wel peterselie, dat per slot van rekening ook groen was, stelde ik me voor dat ik daar net zo snel sterk van werd als the Sailorman. Moest er gewerkt worden of iets getild, dan snelde ik me naar de tuin voor een flinke hap peterselie, zong het liedje van Popeye en balde mijn spieren.

    Peterselie

    Aan het werk op de bouw, dat bestond uit het omhakken van de grond of het wieden van onkruid, had ik een ongelofelijke grafhekel. Mijn moeder kocht me dan ook dikwijls om met het vooruitzicht op vijf gulden, waar ik na gedane arbeid meteen mee naar de speelgoedwinkel rende om een doosje lego te kopen. 

     P.s. toen ik naar een mooi plaatje zocht van een legodoosje kwam ik een coole site tegen met lego-art. Vandaar geen doosje, maar kunst:

    03_lego_art 

    Meer over de kunstenaar op http://blog.makezine.com/archive/2007/06/man_builds_a_living_out_o.html

  • Taylor

    Een van de mooiste cd’s uit mijn grote immer uitdijende verzameling is ‘October Road’ van James Taylor. ‘October road’ is een plaat die ondanks de wat herfstige titel prima bij een zomerse dag als deze past. Het is een licht melancholieke vriendelijke en vrolijke plaat, die ontzettend mooi opgenomen is. Elke instrument is te onderscheiden en het voelt alsof de band vlak voor je staat te spelen. Taylor, die behoorlijk depressief geweest is en aan meerdere middelen verslaafd was, zingt bovendien op een zen-achtige lieve manier, die wat mij betreft nooit te wee wordt.

    Op de een of andere manier is deze plaat erg belangrijk geweest voor mijn bundel Gers dat alfêst laket. Ik kan dat nooit goed uitleggen, maar bij Gers dat alfêst laket ging het waarschijnlijk om de overgang naar kortere en kleinere gedichten. Verder was die bundel niet melancholiek of vriendelijk te noemen. Wellicht dat er wel iets meer berusting in te vinden was dan in een bundel als Batterij of Gegrommel fan satyn.

    Vandaag werk ik aan recensies en vertalingen van de Poolse dichter Piotr Sommer. Nee, ik beheers het Pools niet, maar ben op uitnodiging van Poetry International samen met de gerenommeerde vertaler Karol Lesman een poging aan het doen de tekst van Sommer naar het Nederlands over te brengen.

    In eerste instantie stond ik behoorlijk sceptisch tegenover deze methode, die eruit bestaat dat Lesman mij een werkvertaling stuurt en ik die vervolgens met een lijst alternatieven en vragen terug stuur. Nadat we aan een aantal gedichten hadden gewerkt, bleek het een vruchtbare samenwerking, waarbij we soms beiden even weinig van de gedichten leken te begrijpen, maar door erover te praten weer een stukje verder kwamen.

    Tussen het vertalen door lees ik de bundel In de tussentijd van Hans Tentije met foto’s van Peter Bes en nog wat andere bundels waarover ik mogelijk een recensie ga schrijven voor Awater. Dat lezen doe ik hopelijk in het zonnetje, terwijl er blaadjes aan de appelboom op het dakterras groeien en Sas beneden de duiven van het balkon jaagt ;o)

    P.s. het mooiste nummer van James Taylor vind ik op dit moment ‘Her Town Too’ van het album ‘Dad loves his work’. 

    She's been afraid to go out
    She's afraid of the knock on her door
    There's always a shade of a doubt
    She can never be sure
    Who comes to call
    Maybe the friend of a friend of a friend
    Anyone at all
    Anything but nothing again

    It used to be her town
    It used to be her town, too
    It used to be her town
    It used to be her town, too

    Seems like even her old girlfriends
    Might be talking her down
    She's got her name on the grapevine
    Running up and down
    The telephone line
    Talking 'bout
    Someone said, someone said
    Something 'bout, something else
    Someone might have said about her
    She always figured that they were her friends
    But maybe they can live without her

    It used to be her town
    It used to be her town, too
    It used to be her town
    It used to be her town, too

    Well, people got used to seeing them both together
    But now he's gone and life goes on
    Nothing lasts forever, oh no
    She gets the house and the garden
    He gets the boys in the band
    Some of them his friends
    Some of them her friends
    Some of them understand
    Lord knows that this is just a small town city
    Yes, and everyone can see you fall
    It's got nothing to do with pity
    I just wanted to give you a call

    It used to be your town
    It used to be my town, too
    You never know 'till it all falls down
    Somebody loves you
    Somebody loves you
    Darling, somebody still loves you
    I can still remember her
    When it used to be her town, too
    It used to be your town
    It used to be my town, too

  • Wijnberg

    Terwijl Nachoem Wijnberg op zijn stoel zat te luisteren naar de laudatio, uitgesproken door Rob Schouten, en zijn oortjes steeds roder werden, wreef een jonge vrouw liefdevol over zijn rug.

    Niemand wreef over de ruggen van de verliezers, helaas, maar ik zag wel her een der een bemoedigende blik, zo van ‘jij komt de volgende keer wel weer aan de beurt’.
     
    Dat soort blikken en uitspraken deden ook de ronde na afloop van de Dichter des Vaderlands verkiezing. Gedurende die eerste twee dagen reageerde ik dan enthousiast en zei ik dat ik het over vier jaar zeker weer ging proberen, maar de afgelopen tijd ben ik van mening veranderd.
     
    Het was een leuke en leerzame strijd, er was veel aandacht voor de poëzie en de verkiezingen waren goed voor mijn naamsbekendheid, maar ik doe de volgende keer niet weer mee. Het hele gebeuren heeft me daarvoor te veel van mijn werk gehouden.

    Al zal ik me bij de toekomstige verkiezingen ongetwijfeld met plezier van mijn werk laten afleiden door hoe de kandidaten elkaar in de haren vliegen of zich op hun poëtische lange teentjes getrapt voelen. 
     
    Vanzelfsprekend gingen er in de Rode Hoed weer de meest onheilspellende geruchten over de toekomst van de VSB Poëzieprijs. Ik kan me ook goed voorstellen dat de matige opkomst de sponsor niet vrolijk stemde, maar daartegenover stonden dan weer die paar seconden op het journaal vanmorgen, hoewel de meeste mensen waarschijnlijk meer gelet zullen hebben op het weer, dat buitengewoon mooi is.
     
    Spijtig dat het buitenbad nog niet open is!

  • Blaas

    In het zaaltje van het SJU Jazz podium aan de Varkensmarkt stonden tafeltjes klaar met op elk tafeltje de naam van één dichter. Een stuk of 8 andere dichters lazen ook voor en namen plaats achter hun tafeltje, terwijl er muzikanten met uiteenlopende blaasinstrumenten door de zaal liepen, waaronder Jan Schellink, die op een kleine trombone leek te spelen en die met zaklamp en microfoon de dichter aanwees die mocht voorlezen. Het kon zijn dat er een ontzettende kakofonie volgde, maar meestal werd er bijzonder goed geluisterd naar de voordracht. Het voorgedragen gedicht werd bovendien ook nog geprojecteerd, zodat het publiek mee kon lezen.  De kakofonie volgde pas in de verschillende pauzes als Schellink een stukje experimentele drum ’n bass opzette en de blazer vrolijk door toeterden.

    Een vroege gast grapte er met mij over dat het publiek wel zou bestaan uit de optredende dichters en muzikanten, maar de opkomst was goed, al bleek een deel van het publiek het na drie rondes mooi genoeg te vinden.

    Ik zat om tien over elf alweer voldaan in de trein naar huis met een nieuw aangeschaft popblaadje over ‘prog rock’ en een meisje tegenover me dat voortdurend met haar laars tegen mijn bankje schopte, terwijl ze een gesprek gaande hield met een horde vrienden twee bankjes verderop. Ik verbaasde me erover hoe dichtbij Utrecht eigenlijk wel niet is en haalde mijn benen van elkaar, zodat het meisje met haar laarzen niet meer bij mijn bankje kon.

    Wat me weer doet denken aan een mooie titel van het Genesisnummer ‘Do the Neurotic’

     

  • Carillon

     

    In Groningen werkte ik na en tijdens mijn studie een dikke twee jaar op de klassieke afdeling van één van de oudste platenzaken het Carillon (http://www.hetcarillon.nl/). Aangezien het alleen tijdens de feestdagen erg druk was, had ik veel tijd om te lezen en te schrijven. Hoeveel ik er gelezen heb, weet ik niet meer, maar ik denk dat ik er met gemak 2,5 bundel bij elkaar heb gedicht en een kwart van een op de klippen gelopen roman.

     

    Ik at in die tijd graag knoflook en had op een avond een pasta gemaakt met walnoten, blauwe schimmelkaas en veel knoflook, waardoor ik de volgende ochtend (ik rook het al onder de douche) echt uit alle poriën stonk.  Terwijl ik de volgende ochtend een vroege klant aan een platenbon hielp, bleef mijn baas even naast mij staan.

     

    ‘Wat heb jij gegeten?’ vroeg ze.  

     

    Ik legde de situatie uit, en met de klant nog voor me, opperde ik dat ik toch zelf moest weten wat ik at. Niettemin heb ik de welriekende combinatie van schimmelkaas en knoflook niet weer herhaald. Het baantje was me te lief om voor zo’n kleinigheid te laten schieten.

     

    Evengoed kregen we later alsnog ruzie, toen ik met iemand van pauze geruild had, zodat ik met een vriendinnetje kon gaan luisteren. Bij die onenigheid liep de zaak uit en sindsdien ben ik er niet weer binnen geweest, wat wel weer jammer is, want het is een mooie winkel met een uniek assortiment en fijne oude luistercabines.

     

    Op dit moment draai ik ‘Flute Concertos’ van Telemann en terwijl de instrumenten allerlei leuke kronkelpaadjes afgaan en een klavecimbel klinkt als iemand die verderop staat te smoezelen, bedenk ik me dat ik weer eens wat vaker naar deze muziek moet luisteren en in Groningen misschien toch maar weer eens die oude winkel moet binnengaan.

     

    Nu eerst vanmiddag naar de V e r s Revue finale, een poëziewedstrijd voor kinderen rondom de VSB Poëzieprijs, waar ik samen met Huub Oosterhuis, Bart Meuleman en Rozemarijn Moggré (presentatrice van het Jeugdjournaal) de inzendingen en voordrachten mag beoordelen.

     

    Fijne woensdag,

     

    Tsead