• Wijnberg

    Terwijl Nachoem Wijnberg op zijn stoel zat te luisteren naar de laudatio, uitgesproken door Rob Schouten, en zijn oortjes steeds roder werden, wreef een jonge vrouw liefdevol over zijn rug.

    Niemand wreef over de ruggen van de verliezers, helaas, maar ik zag wel her een der een bemoedigende blik, zo van ‘jij komt de volgende keer wel weer aan de beurt’.
     
    Dat soort blikken en uitspraken deden ook de ronde na afloop van de Dichter des Vaderlands verkiezing. Gedurende die eerste twee dagen reageerde ik dan enthousiast en zei ik dat ik het over vier jaar zeker weer ging proberen, maar de afgelopen tijd ben ik van mening veranderd.
     
    Het was een leuke en leerzame strijd, er was veel aandacht voor de poëzie en de verkiezingen waren goed voor mijn naamsbekendheid, maar ik doe de volgende keer niet weer mee. Het hele gebeuren heeft me daarvoor te veel van mijn werk gehouden.

    Al zal ik me bij de toekomstige verkiezingen ongetwijfeld met plezier van mijn werk laten afleiden door hoe de kandidaten elkaar in de haren vliegen of zich op hun poëtische lange teentjes getrapt voelen. 
     
    Vanzelfsprekend gingen er in de Rode Hoed weer de meest onheilspellende geruchten over de toekomst van de VSB Poëzieprijs. Ik kan me ook goed voorstellen dat de matige opkomst de sponsor niet vrolijk stemde, maar daartegenover stonden dan weer die paar seconden op het journaal vanmorgen, hoewel de meeste mensen waarschijnlijk meer gelet zullen hebben op het weer, dat buitengewoon mooi is.
     
    Spijtig dat het buitenbad nog niet open is!

  • Blaas

    In het zaaltje van het SJU Jazz podium aan de Varkensmarkt stonden tafeltjes klaar met op elk tafeltje de naam van één dichter. Een stuk of 8 andere dichters lazen ook voor en namen plaats achter hun tafeltje, terwijl er muzikanten met uiteenlopende blaasinstrumenten door de zaal liepen, waaronder Jan Schellink, die op een kleine trombone leek te spelen en die met zaklamp en microfoon de dichter aanwees die mocht voorlezen. Het kon zijn dat er een ontzettende kakofonie volgde, maar meestal werd er bijzonder goed geluisterd naar de voordracht. Het voorgedragen gedicht werd bovendien ook nog geprojecteerd, zodat het publiek mee kon lezen.  De kakofonie volgde pas in de verschillende pauzes als Schellink een stukje experimentele drum ’n bass opzette en de blazer vrolijk door toeterden.

    Een vroege gast grapte er met mij over dat het publiek wel zou bestaan uit de optredende dichters en muzikanten, maar de opkomst was goed, al bleek een deel van het publiek het na drie rondes mooi genoeg te vinden.

    Ik zat om tien over elf alweer voldaan in de trein naar huis met een nieuw aangeschaft popblaadje over ‘prog rock’ en een meisje tegenover me dat voortdurend met haar laars tegen mijn bankje schopte, terwijl ze een gesprek gaande hield met een horde vrienden twee bankjes verderop. Ik verbaasde me erover hoe dichtbij Utrecht eigenlijk wel niet is en haalde mijn benen van elkaar, zodat het meisje met haar laarzen niet meer bij mijn bankje kon.

    Wat me weer doet denken aan een mooie titel van het Genesisnummer ‘Do the Neurotic’

     

  • Carillon

     

    In Groningen werkte ik na en tijdens mijn studie een dikke twee jaar op de klassieke afdeling van één van de oudste platenzaken het Carillon (http://www.hetcarillon.nl/). Aangezien het alleen tijdens de feestdagen erg druk was, had ik veel tijd om te lezen en te schrijven. Hoeveel ik er gelezen heb, weet ik niet meer, maar ik denk dat ik er met gemak 2,5 bundel bij elkaar heb gedicht en een kwart van een op de klippen gelopen roman.

     

    Ik at in die tijd graag knoflook en had op een avond een pasta gemaakt met walnoten, blauwe schimmelkaas en veel knoflook, waardoor ik de volgende ochtend (ik rook het al onder de douche) echt uit alle poriën stonk.  Terwijl ik de volgende ochtend een vroege klant aan een platenbon hielp, bleef mijn baas even naast mij staan.

     

    ‘Wat heb jij gegeten?’ vroeg ze.  

     

    Ik legde de situatie uit, en met de klant nog voor me, opperde ik dat ik toch zelf moest weten wat ik at. Niettemin heb ik de welriekende combinatie van schimmelkaas en knoflook niet weer herhaald. Het baantje was me te lief om voor zo’n kleinigheid te laten schieten.

     

    Evengoed kregen we later alsnog ruzie, toen ik met iemand van pauze geruild had, zodat ik met een vriendinnetje kon gaan luisteren. Bij die onenigheid liep de zaak uit en sindsdien ben ik er niet weer binnen geweest, wat wel weer jammer is, want het is een mooie winkel met een uniek assortiment en fijne oude luistercabines.

     

    Op dit moment draai ik ‘Flute Concertos’ van Telemann en terwijl de instrumenten allerlei leuke kronkelpaadjes afgaan en een klavecimbel klinkt als iemand die verderop staat te smoezelen, bedenk ik me dat ik weer eens wat vaker naar deze muziek moet luisteren en in Groningen misschien toch maar weer eens die oude winkel moet binnengaan.

     

    Nu eerst vanmiddag naar de V e r s Revue finale, een poëziewedstrijd voor kinderen rondom de VSB Poëzieprijs, waar ik samen met Huub Oosterhuis, Bart Meuleman en Rozemarijn Moggré (presentatrice van het Jeugdjournaal) de inzendingen en voordrachten mag beoordelen.

     

    Fijne woensdag,

     

    Tsead

  • Leegboek

    Vanuit mijn werkkamer kijk ik naar een lucht waarin de zon lijkt door te gaan breken, terwijl ik vanuit de woonkamer uitzicht heb op een donkere onweerslucht. Voorlopig blijf ik daarom nog maar even binnen met op mijn speakers de nieuwe cd ‘April’ van Blof, een band die verguisd wordt om zijn slechte teksten, terwijl ik juist veel van de nummers erg mooi vind, ook op tekstueel vlak. Mijn favoriete cd van hen is op dit moment ‘Blauwe ruis’, favoriete tekst 'Een en alleen' van de cd 'Umoja':

    Ben ik hier voor mezelf?
    Of ben ik hier vooral voor jou?
    Ben ik hier precies op tijd?

    Ben jij hier uit vrije wil?
    Of maakt het eigenlijk geen verschil?
    En ben je hier alleen voor mij?

    Misschien dat ik weer verder ga
    Misschien dat jij nog naar me zwaait
    Misschien dat ik nog even blijf

    Misschien dat jij me iets verwijt
    En misschien dat het je spijt
    Zoals zo vaak

    Want wij –
    Eén en alleen
    We gaan voorbij
    Zonder een woord, als iedereen
    En jij –
    Waar wil je heen?
    Je kijkt naar mij
    Ik vraag me af wat goed is voor ons allebei
    Op blote voeten loop ik langzaam door
    We zijn één…

    Zijn we hier voor elkaar?
    En zijn we hier nog volgend jaar?
    Zijn we hier en voelt het goed?

    Zijn we hier voor iets groots?
    Of zijn we hier tot aan de dood
    En zijn we toch maar vlees en bloed?

    Misschien dat ik weer verder ga
    Misschien dat jij nog naar me zwaait
    Misschien dat ik nog even blijf

    Misschien dat jij me iets verwijt
    En misschien dat het je spijt
    Zoals zo vaak

    Want wij –
    Eén en alleen
    We gaan voorbij
    Zonder een woord, als iedereen
    En jij –
    Waar wil je heen?
    Je kijkt naar mij
    Ik vraag me af wat goed is voor ons allebei
    Op blote voeten loop ik langzaam door
    En we zijn één

    Suno moré bandhu ré
    suno moré mitewa
    pya gayé pardésh…

    Eén –
    Eén en alleen
    Eén en alleen
    Maar onderweg
    Naar nergens
    Ooit komen we aan

    Eén –
    Eén en alleen
    Eén en alleen
    Maar onderweg
    Naar nergens
    Ooit komen we aan
    En zijn we één…
     
    Door de aardbeving van gisteren in Italië, speelt er een zinnetje met ‘puin’ in mijn hoofd. Ondanks alle tragiek is dat toch een prachtig woord. Wellicht dat het een gedicht op zal leveren.
     
    Voor vandaag heb ik geen grootse plannen. Ik ga m’n boek uitlezen, wat baantjes zwemmen of wandelen en wordt vanavond geïnterviewd voor de lokale radio te Hoogeveen.

    Ondertussen peins ik nog wat over puin en ga ik aan de slag met de selectie voor mijn nieuwe Nederlandse bundel, die hopelijk in februari of maart volgend jaar uit zal komen.
     
    Daarnaast nodig ik de mensen in Utrecht en omstreken aan morgenavond eens te komen kijken bij de Gedichtenkermis, morgenavond om 21.00 uur bij het SJU Jazzpodium in Utrecht.

    GEDICHTENKERMIS
     
    Met o.a. Ingmar Heytze, Mark Boog, Nanne Nauta, Ellen Deckwitz, Bernhard Christiansen en Tsead Bruinja (volledige lijst onderaan dit bericht)
     
    Een sessie bedoeld voor dichters en blazers (musici die een blaasinstrument bespelen). Dichters en musici die willen meedoen – ervaren of niet – kunnen zich van te voren of tijdens de sessie pauzes melden bij sessieleider Jan Schellink. (http://www.firmabeweegreden.nl/)

    Gedichtenkermis: een bonte wereld. Soms ruig, soms verstild. Soms koud, soms warm. Soms rijk, soms arm. De blazers verplaatsen zich door de zaal. Soms spelend, altijd luisterend. Op zoek naar klank. Dichters aan hun tafel. Soms vertellend, altijd luisterend. Soms schrijvend. Op zoek naar de juiste woorden. Een microfoon dwaalt al luisterend rond, en stopt bij wat gehoord mag worden. De zaal als gedichtenkermis.
     
    Datum: woensdag 8 april 2009
    Locatie: Varkenmarkt 2, SJU Jazz Podium, Utrecht
    Aanvang: 21:00 uur (deuren open om 20.30 uur)
    Entree: gratis

    Web: http://www.sjujazz.nl/

    Sessieleider: Jan Schellink

    Blazers: o.a. Ghasem Batamuntu, Arturo Escalante Betancourt, Harmen G. Zijp, Stuart Boardman, Marianne Verbrugge, Bettsie Broeks, Michiel Teunissen, Timo Schijf, Bert Versteegen

    Dichters o.a. Tsead Bruinja, Ingmar Heytze, Anna Arov, Nanna Nauta, Ellen Deckwitz, Wibo kosters, Jochum Beetsma Riegstra, Leendert Zoutewelle, Pauline Wijnen, Mark Boog, Bram Zaliger, Bernhard Christiansen, Guy Seret

  • Tandarts

    We zijn weer thuis en ik moet zo naar de tandarts. Mijn gebit is niet supersterk, dus ik ben aan het duimen. Verder is het altijd weer fijn om met witte tanden rond te lopen, aangezien de mijne door het blowen en het drinken van rode wijn soms van een klein bruin randje zijn voorzien.

    Hieronder een gedicht dat ik schreef voor het optreden in Sloten. Het is in het het Fries, maar er staat een werkvertaling in het Nederlands bij.

    Thema van het festival was de Elfstedentocht. Men stuurde mij een verhaal over een vroege winnaar van wie het gerucht ging dat hij zich had laten trekken door zijn gids.

    Voor mij was dat gegeven een mooie bron van inspiratie om me eens te buigen over de fenomenen winnen en verliezen. Dit gedicht is dan ook niet vrij van de nodige zelfspot over mijn eigen capaciteit om een slechte verliezer te zijn.

    Als laatste vermeld ik dat het gedicht qua idee schatplichtig is aan het onovertroffen vers 'Vuistregels' van K. Michel. Wie dat gedicht niet kent, moet meteen naar de winkel lopen om de bundel Waterstudies te kopen.

    En wel goed flossen na het lezen!

    Tsead

    ***

    hyena

     

    at wy laitsje omdat ien omfalt

    dan is in part fan dat gnyskjen

    de hyena yn ús dy’t oanslacht

    omdat der wat te fretten is

     

    wint ien de wedstriid

    dan leit it meast net oan harren talint

    mar oan de minne omstannichheden

    dy’t ús fan de priis ôfholden

     

    dêrom weagje de measten harren net

    op it tinne iis fan de partisipaasje

    wachtsje we leaver yn it donker

    mei fjurkes yn de eagen

    achter de boskjes

     

    sjoch dêrom op ferskate mominten

    om jo hinne en freegje josels ôf

    wa’t jo op dat stuit binne

     

    dy achter de boskjes

    of dy op it iis

     

    binne jo dy lêste

    set dan as de bliksem

    de sokken deryn

     

    want wy komme achter jo oan

    wy witte jo te finen

     

    *

     

    hyena

     

    als wij lachen omdat iemand omvalt

    dan is een deel van dat gegrinnik

    de hyena in ons die lacht

    omdat er wat te vreten is

     

    wint iemand de wedstrijd

    dan ligt het meestal niet aan hun talent

    maar aan de omstandigheden

    die ons van de prijs afhielden

     

    daarom wagen de meesten van ons

    zicht niet op het dunne ijs van de participatie

    wachten we liever in het donker

    met vuurtjes in de ogen

    achter de bosjes

     

    kijk daarom op verschillende momenten

    om u heen en vraag uzelf af

    wie u op dat moment bent

     

    die achter de bosjes

    of die op het ijs

     

    bent u die laatste

    zet dan als de bliksem

    de sokken er in

     

    want wij komen achter u aan

    wij weten u te vinden

  • Frison 

    Veel broertjes van bovenstaande fles zijn gisteren gesneuveld, na een dag voorlezen voor een dansgroep, mededichters en andere geïnteresseerden. De opkomst viel wat tegen, maar dat kwam ook door het weer en omdat Sloten een dergelijk evenement voor het eerst organiseerd. Het was behoorlijk koud, maar de wijn en de zalm met teriyaki smaakten goed. Bovendien zijn de mensen erg aardig en wordt er flink wat Fries gesproken.

    Vandaag is het weer wat beter. We hebben onze spullen ingepakt en zijn uit pension Stêdswal vertrokken. Mocht je ooit in de buurt zijn en voor weinig geld (34 euri p.p. per nacht) een slaapplek zoeken, dan kan ik dit pension zeer aanraden http://www.stedswal.nl/.

    We zitten nu met thee en koffie in restaurant de Zeven Wouden, waar we gisteren die flessen Frison hebben geleegd en waar de nieuwe volle flessen, me ondanks mijn houten hoofd, toch alweer gewillig aanstaren. Het gaat om een heerlijke zachte tempranillo.

    Voorlopig blijf ik nog even nuchter en geniet ik van de Sky-radio zwijmelzooi die hier uit de boxen galmt.

    Proost!

  • In Sloten is het de hele maand feest. Onderdeel van dat feest was het onthullen van een oud kanon op een verhoging tussen de kerk en de rondweg. Die onthulling ging gepaard met een toneelstukje in klederdracht dat zich leek af te spelen in de Tachtigjarige Oorlog, waarbij de kanonnen werden gevuld met hooi i.p.v. kanonskogels. Om vier uur 's middags werd als teken van verzoening tussen Sloten en een naburig dorp het kanon afgeschoten. Flarden brandend hooi vlogen door de lucht. Daarna toog men in klederdracht naar de barbeque, waar men helaas niet ouderwets met de handen at, maar wel traditioneel grote hoeveelheden gerstenat tot zich nam. 

    Vandaag lees ik samen met o.a. Tsjêbbe Hettinga en Nyk de Vries voor in een van de mooie tuinen die de oude binnenstad rijk is.

    Daarna kiezen we een goed restaurant. Wie weet hebben ze ook gerechten zonder sauzen.

    Kanon 

    Optocht

  • Gisteren belde de redactie van EenVandaag of ik ook een lentegedicht had. Onderstaande reportage, opgenomen in Sloten, was het resultaat:

    Lente 

    "Ode aan de lente…

    Vandaag stijgt de thermometer voor het eerst weer boven de 20 graden in sommige delen van het land. Heel het land krijgt de voorjaarskriebels, bootjes varen, terrassen zitten vol en iedere lijkt ineens weer een goed humeur te hebben. In EénVandaag dichter Tsead Bruinja met een 'Ode aan de lente'."

    De hele uitzending is te bekijken op de website van Eenvandaag (laatste item).

  • Stagefright 
    Na een copieuze maaltijd in een sterrenrestaurant te Amsterdam, sliep ik wat onrustig en droomde ik bij een Lira jaarvergadering aanwezig te zijn, alwaar ik samen met voorzitter Kees Holierhoek en een mij onbekende dame een stuk van Shakespeare moest opvoeren.

     

    Ik bleek daarvoor ook nog een tentamen af te moeten leggen, waardoor ik geheel begrijpelijk, maar niet minder gênant, te laat het toneel opkwam en meteen mijn eerste regels totaal verprutste en daarna de rest van de tekst compleet vergat.

     

    Ik liep de zaal door en droop af door tegen iedereen (het waren flink wat rijen) ‘sorry, sorry’ te zeggen.

     

    Moet ik nu op acteerles of minder copieus dineren en drinken?

     

    Voorlopig doe ik geen van beide, maar pak mijn tas met koopwaar, voor twee middagen voordracht in Sloten.

     

    Eens kijken of ik nog wat kranten kan slijten ;o)

     

    Goed weekend,

     

    Tsead

  • Handrem

     

    Of het komt door de vele afleveringen Star Trek Voyager die ik lekker old school op VHS zit te kijken, weet ik niet, maar vanochtend droomde ik over een hypermoderne auto die geparkeerd stond op de oprit van ons oude huis in Kollum. Elke keer als ik in de auto wilde gaan zitten, rolde die van de oprit. Terwijl er vanaf het erf geroepen werd dat ik ‘m op de handrem moest zetten, reed ik zo achteruit een vrij rustige straat op. Dat gebeurde zo een paar keer achter elkaar, waarbij ik steeds de handrem niet goed wist te gebruiken.

     

    Deze droom deed me denken aan de Noorse film Reprise, die ik gisteravond rond etenstijd met het bord op schoot zat te kijken. De film ging over twee jongens die beiden schrijvers wilden worden, maar van wie er een diep in psychische problemen raakte door een te grote liefde voor zijn vriendin. Zijn vriend vind hem, nadat zijn debuut een groot succes is geworden, met bebloede handen en een bebloed gezicht tussen de resten van een verbrijzeld raam en brengt hem naar het ziekenhuis.

     

    Die getroebleerde jonge schrijver zien we op andere momenten in de film op zijn fiets zitten, terwijl hij met een rare glimlach van tien naar nul telt, zijn ogen dichtdoet en een drukke weg oversteekt. Op die manier stak ik zelf vroeger, met de hardrock van Whitesnake en Guns ’n Roses op mijn walkman, de trekweg over, als ik van school door het groene Paradyske fietste en op weg naar huis was.

    Ik weet niet meer wanneer ik daarmee ophield, maar ik kan me niet herinneren dat ik het nog deed nadat ik uit huis ging.

     

    Een rijbewijs heb ik nooit gehaald. Misschien zou het een droom als die van vanochtend voorkomen hebben en al die andere dromen waarin ik aan het autorijden ben en me dan plots besef dat ik helemaal niet weet hoe dat moet.

     

    Ik ga terug naar de Friese roman die ik aan het lezen ben over boeren en WO II. Daar hoef je gelukkig geen rijbewijs voor te hebben.

     

    Sweet dreams,

     

    Tsead