• Dit gedicht van Hans Mellendijk is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het is afkomstig uit 'Van Vrogger en Now. Gedichten en verhalen uit de streektaal' (Fagus, 2012). Vertaling uit het Achterhoeks door de auteur.

    Meer over Hans Mellendijk: smelsslems.blogspot.com/

    One small step

    Eerste weurde: ae ao dets.
    Kae, tà dà, dò i-j dò wan.
    Wiele wieter: Kroep ’s maol
    ’n end hiernòpper. Nog gin step
    manges in zicht. Jao pot vor
    dree op-ens, heur ik pàp-a.
    ’n Hele tràe, lek ’t wal, man!

    Tommel, tommel.
    Schraggel, schraggel.
    Langs de boxespielen.
    Langs de kastemuren.
    Hampel, hampel.
    Vallen en opstaon.

    Weer in de zökke kommen.

    Waggeleg staon. I-j dò wan.
    Tunteleg steet ’n giantisch
    óndog daor. En ik liep
    träöns haronder. Bli-j pot vor
    dree. Ik ’n vòlgrujde man.
    Dò potwortel, wiereg kind!

    Tommel, tommel.
    Waggel, waggel.
    Los van stool töt an stoof.
    Los van stoof töt an stool.
    Dröttel, dröttel.
    De tied integen.

    Ik nem ’m weer bi-j de hand.

    ’n Kleine trad veur ’n keerl.
    ’n Grote vlòg veur ’t kind.

    Met dank an Neil Armstrong (21-7-1969)

    *

    One small step

    Eerste woorden: ae ao dets.
    Kae, tà dà, dò i-j dò wan.
    Wijle verder: Kruip ’s maol
    ’n eind hierop aan. Nog geen step
    ondertussen in zicht. Ja pot vor
    drie opeens, hoor ik pàp-a.
    ’n Hele trede, leek ’t wel, man!

    Tuimel, tuimel.
    Schraggel, schraggel.
    Langs de spijlen van de box.
    Langs de muren met kasten.
    Hampel, hampel.
    Vallen en opstaan.

    Weer in de sokken komen.

    Waggelig staan. Jij dò wan.
    Onzeker staat ’n giantisch
    deugniet daar. En ik liep
    tranen. Blij pot vor
    drie. Ik ’n vólgroeide man.
    Dò pootwortel, levendig kind!

    Tuimel, tuimel.
    Waggel, waggel.
    Los van stoel tot aan stoof.
    Los van stoof tot aan stoel.
    Dreutel, dreutel.
    De tijd tegemoet.

    Ik neem ’m weer bij de hand.

    ’n Kleine stap voor ’n kerel.
    ’n Grote vlucht voor ’t kind.

     

    Met dank aan Neil Armstrong (21-7-1969)

     

    © Hans Mellendijk

     

    Presentatie van de bloemlezing op 9 november bij Perdu te Amsterdam

    Perdu_uitnodiging

    Wees welkom bij een avond met voordrachten door dichters die zijn opgenomen in 'De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu' (Querido). Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam ik mij voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Ik plaatste online een oproep om gedichten in te sturen en zat van 2019 tot en met 2022 regelmatig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Op 9 november presenteer ik het resultaat met voordrachten (in het Arabisch, Bildts, Brabants, Engels, Nederlands, Volendams en meer) van o.a. Joost Baars, Ineke Berentschot, Titia Lont, Lamia Makaddam, Hans Mellendijk, Esther Porcelijn, Mowaffk Al-Sawad, Ibrahim Selman, Sijmen Tol, Jan Widdershoven en Mia You.
    Locatie: Perdu, Amsterdam
    Aanvang: 20.00u (zaal open om 19.30u)
    Toegang: gratis
    Reserveren wordt sterk aanbevolen! Dat kan via S.Madou@singeluitgeverijen.nl
     
  • Dit gedicht van Ibrahim Selman is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het is afkomstig uit de bundel ‘Vrijheid is dood' (In de Knipscheer, 2000). 

     

    https://www.indeknipscheer.com/ibrahim-selman-vrijheid-is-dood-gedichten/.

    Meer over Selman: http://www.ibrahimselman.nl/

    Vakantie

    Aan mijn vader die zijn leven
    aan zijn land schonk

    Van je zoon die aan de Adriatische kust
    zijn vakantie viert

    Wanneer je voor je dood
    hier ergens de boulevard op liep
    waar verschillende bikini’s
    vele soorten borsten
    okselharen in zweet baden
    naar lucht snakken
    had je misschien de vrijheid
    niet alleen door het vizier gezien
    in ieder geval had jij niet
    aan de andere kant van het vizier
    gestaan

    Je stem hoor ik door golven
    weeklachten uit massagraven
    hierheen brengen
    ik vraag me af waarom
    ze als zang klinken

    Ik zoek rust vader
    gun me een paar eenzame dagen
    met stilte

    Stilte is leven
    hou op met het gefluister
    in mijn oor
    kwart eeuw na je dood.

    © Ibrahim Selman

    63464_9789021436937_cvr-184x293

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

  • Dit gedicht van Raj Mohan is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het is afkomstig uit 'Bapauti/Erfenis' (In de Knipscheer, 2008). De vertaling uit het Sarnami werd gemaakt door de auteur.

    https://www.indeknipscheer.com/raj-mohan-bapautierfenis/

    karyá-ujjar

    lipáy ke Hollánd ke gobar se
    Sarnám ke denhi lukwáy gail
    bakran ke riváj men
    kaise sanáy ke
    tani der khátir
    ujjar ban gaili

    thandhá des ke ági men
    senkáy ke cháro kaiti
    parosal paral soná ke tharyá men
    duno háth moori pe dhar ke
    sochilá
    chhuri ka jáne
    katat dhanthi ke pirá
    kalchhul ka jáne
    chhaunkal dál ke sawád

    *

    zwart-wit

    ingesmeerd met Hollandse koemest
    is niet meer te herkennen
    mijn Surinaams lichaam
    hoe toch in tradities van Hollanders
    gemengd
    ben ik voor even
    wit geworden

    in de haard van een koud en kil land
    geroosterd aan alle zijden
    op een gouden schaal opgediend
    met beide handen op het hoofd
    denk ik
    wat weet een mes van de pijn
    van de steel dat gesneden wordt
    wat weet de pollepel van de smaak
    van gefruite linzensoep

    © Raj Mohan

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

    Bloem

  • Dit gedicht van Peter Visser is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het is afkomstig uit 'Liesterkralen. Honderd Grunneger Gedichten' (Stichting ’t Grunneger Bouk, 1990). De vertaling ‘Afrekening’ uit het Gronings/Hogelandsters werd gemaakt door de auteur.

     
    Ofreken
     
    Vannacht heb ik mien olde chef vermoord.
    Wie stonden noast n kander op n til,
    wereld was gries en t wodder wonder stil,
    n enkeld moal zee ain van ons n woord.
     
    Ik rouk hom mit verzin en keek bedoard
    tou hou e as vertroagd van t brugje vil.
    Zien mond trok open, mor wat n angstgil
    worden mos wer ien vlammend wodder smoord.
     
    Eertieds, op t waark, heb wie ons krachten meten.
    Wat t zwoarste was, het t zwoarste wogen. Ik
    was maandje minst en heb van hom verscheten.
     
    Dat was laank heer en noar ik docht vergeten.
    Totdat ik hom doar trof. Op t ogenblik
    was hoat ter weer, haardop, en nog niks sleten.
     
    *
     
    Afrekening
     
    Vannacht heb ik mijn oude chef vermoord.
    We stonden naast elkaar op een brug,
    de wereld was grijs en het water wonderlijk stil,
    nu en dan zei één van ons een woord.
     
    Ik raakte hem doordacht en keek bedaard
    toe hoe hij als vertraagd van het bruggetje viel.
    Zijn mond trok open, maar wat een angstgil
    moest worden werd in vlammend water gesmoord.
     
    Eertijds, op het werk, hebben wij onze krachten gemeten.
    Wat het zwaarst was, heeft het zwaarst gewogen. Ik
    was de mindere en heb van hem verloren.
     
    Dat was lang geleden en naar ik dacht vergeten.
    Totdat ik hem daar trof. Onmiddellijk
    was de haat terug, volop, en niks gesleten.
     
    © Peter Visser
     
     
    Bloem

    Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam ik mij voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Ik plaatste online een oproep om gedichten in te sturen en zat van 2019 tot en met 2022 regelmatig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Collectiespecialist Arno Kuipers speelde daarbij een cruciale rol. Hij haalde voor mij bundels en bloemlezingen uit het depot om door te spitten en regelde een kantoortje. Na drie jaar lezen en mede met steun van de Turing Foundation is er nu eindelijk het resultaat, een bloemlezing die een andere blik biedt op de Nederlandse poëzie, o.a. doordat ze verder kijkt dan de Nederlandse taal. De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie en bevat gedichten uit Nederland, Indonesië, Suriname en de Antillen, maar ook werk van nieuwe Nederlanders uit het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Het boek wil en kan geen volledig overzicht zijn van de beste gedichten geschreven in het koninkrijk, wel een startschot voor een andere inclusievere blik op onze literatuur en wie daar wel en niet aan meedoet.

    Een aantal voordracht is te horen op soundcloud.

    Mocht u een evenement willen organiseren rondom de dichters en het boek of er op een andere manier aandacht aan willen geven via uw kanalen dan heel graag.

    De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie (Querido, 8 nov. 2022)

    ISBN: 9789021436937
    € 22,99

    Verschijnt 8 november 2022

    OVERZICHT TALEN

    Het Achterhoeks, Afrikaans, Arabisch, Bildts, Brabants, Dari/ Farsi, Drents, Esperanto, Engels, Fries, Genemuidens, Gronings, Hebreeuws, Indonesisch, Kollumerpompsters, Limburgs (o.a. Maastrischts en Kerkraads), Midslander Dialect (Terschellingen), Nederlands, Papiaments, Sarnami, Sranantongo, Stellingwerfs, Twents, Volendams, West-Fries en het Zeeuws.

    OVERZICHT AUTEURS

    Amir Afrassiabi, Rik Andreae, Robert Anker, Chairil Anwar, Frank Martinus Arion, Bernardo Ashetu, Shakila Azizzada, Aletta Beaujon, Asaph Ben-Menahem, Ineke Berentschot, Wim Bluemers, Frans Budé, Jac. Bulle, Cándani, Edgar Cairo, Leonne Cramers, Eppie Dam, Kwame Dandilo, Gerrit Hendrik Deunk, R. Dobru, Nydia Ecury, Elisabeth Eybers, Herman Finkers,  Aly Freije, Jörgen Gario ‘unom’, Jan Glas, Paula Gomes, Fieke Gosselaar, Halil Gür, Henny Hamhuis, Jan Kornelis Harms, Erik Harteveld, Rein Heerink, Tsjêbbe Hettinga, Hans Heyting,  Jelle Kaspersma, Hans Keuper, Henk Kolvoort, Marga Kool, Harm Koops, Everdien Koskamp-Luijmes, Wiel Kusters, Gerrit Lansink, John Leefmans, Titia Lont, Lamia Makaddam, Tip Marugg, Djordje Matić, Hans Mellendijk, Saul van Messel, Steijn Minholts, Raj Mohan, Tiny Mulder, Richard Muller, Jit Narain, Ramsey Nasr, Gerard Nijenhuis, Munye Oduber-Winklaar, Frank van Pamelen, Guillaume Pool, Esther Porcelijn, Sonja Prins, Otjep Rahantoknam, Naji Rahim, Roel Reijntjes, Astrid H. Roemer, Sebastiaan Roes, Arno Römgens, Gerrit Roosink, Suze Sanders, Mowaffk Al-Sawad, Dick Schlüter, Johanna Schouten-Elsenhout,  Ibrahim Selman, Shrinivási, Sitor Situmorang, Michaël Slory, Albertina Soepboer, Marien Stroo, Frank Tazelaar, H. van Teylingen, Albert Tilma, Sijmen Tol, Trefossa, Jan Siebo Uffen, C.B. Vaandrager, Johan Veenstra, Peter van der Velde, JACE van de Ven, Arie de Viet, Peter Visser, Lammert Voos, Theo Vossebeld, Nina Werkman, Jan Widdershoven, Willem Wilmink, Peer Wittenbols, Mia You en, Jan Zwemer.

    OVERZICHT VERTALERS

    In veel gevallen hebben de auteurs hun werk zelf vertaald. Die namen heb ik hier weggelaten. De andere vertalers zijn: Cynthia Abrahams, Joost Baars, Benno Barnard, Abdelkader Benali, Hans de Beukelaer, Jan Glas, Tamir Herzberg, Assad Jaber, Esther Jansma, Effendi N. Ketwaru, Henk Krosenbrink, Tsafrira Levy, G.O. Nijland, Kees Nijland, Jan Popkema, Suze Sanders, J.A. Smit, Kees Snoek, Willem van der Velde, Dolf Verspoor, Goaitsen van der Vliet en Paul Weelen.

  • Onderstaand gedicht van Peer Wittenbols is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het gedicht is afkomstig uit 'Kop van het hoofd' (De Arbeiderspers, 2004).

    Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam ik mij voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Ik plaatste online een oproep om gedichten in te sturen en zat van 2019 tot en met 2022 regelmatig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Collectiespecialist Arno Kuipers speelde daarbij een cruciale rol. Hij haalde voor mij bundels en bloemlezingen uit het depot om door te spitten en regelde een kantoortje. Na drie jaar lezen en mede met steun van de Turing Foundation is er nu eindelijk het resultaat, een bloemlezing die een andere blik biedt op de Nederlandse poëzie, o.a. doordat ze verder kijkt dan de Nederlandse taal. De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie en bevat gedichten uit Nederland, Indonesië, Suriname en de Antillen, maar ook werk van nieuwe Nederlanders uit het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Het boek wil en kan geen volledig overzicht zijn van de beste gedichten geschreven in het koninkrijk, wel een startschot voor een andere inclusievere blik op onze literatuur en wie daar wel en niet aan meedoet.https://peerwittenbols.nl/

    Kankan

    Voor zeven dode tantes en alvast voor nummer acht

    Tantes kanne danse
    Kanne danse thuiskankan

    Klokklok-slok op
    Rok op
    Rok rok
    Klok rond

    Klotse mette knotsknieën
    Botse mette borste
    En mette botte

    Hop hop
    Nou kannut nog
    Danse danse thuiskankan

    Tantes kanne danse
    Dikke dikke thuiskankan

    Botse klotse
    Vlokke
    Op de rokke
    Godsoheerlijk thuiskankan

    Nu nie tobbe
    Nee nie tobbe
    Nu nie hobbele naar de dokter
    Metje bobbels metje knobbels

    Hop hop in galop
    Kankerop en kankeraf
    Beter, beter, beterschap
    Danse danse thuiskankan

    Dikke tantes kanne danse
    Dikke dikke thuiskankan

    Zet je kop stop
    Zet een plaat op
    Zet je stok toch op de gang
    Slok op rok op
    Rok de klok rond
    Tantes danse thuiskankan
    Stans je hakke in de vlakte
    Stamp je blare in de brand
    Nu nie manke, nu nie janke
    Pak mekander bij de flanke

    Hossende osse met blosse
    Ronken ronken

    Het kan het kan het kan

    Dikke tantes kanne hoeste
    Dikke dikke hoestbonbon
    Gierende grienende
    Gierende grienende
    Gierende grienende

    © Peer Wittenbols

    Bloem2

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

    OVERZICHT TALEN

    Het Achterhoeks, Afrikaans, Arabisch, Bildts, Brabants, Dari/ Farsi, Drents, Esperanto, Engels, Fries, Genemuidens, Gronings, Hebreeuws, Indonesisch, Kollumerpompsters, Limburgs (o.a. Maastrischts en Kerkraads), Midslander Dialect (Terschellingen), Nederlands, Papiaments, Sarnami, Sranantongo, Stellingwerfs, Twents, Volendams, West-Fries en het Zeeuws.

    OVERZICHT AUTEURS

    Amir Afrassiabi, Rik Andreae, Robert Anker, Chairil Anwar, Frank Martinus Arion, Bernardo Ashetu, Shakila Azizzada, Aletta Beaujon, Asaph Ben-Menahem, Ineke Berentschot, Wim Bluemers, Frans Budé, Jac. Bulle, Cándani, Edgar Cairo, Leonne Cramers, Eppie Dam, Kwame Dandilo, Gerrit Hendrik Deunk, R. Dobru, Nydia Ecury, Elisabeth Eybers, Herman Finkers,  Aly Freije, Jörgen Gario ‘unom’, Jan Glas, Paula Gomes, Fieke Gosselaar, Halil Gür, Henny Hamhuis, Jan Kornelis Harms, Erik Harteveld, Rein Heerink, Tsjêbbe Hettinga, Hans Heyting,  Jelle Kaspersma, Hans Keuper, Henk Kolvoort, Marga Kool, Harm Koops, Everdien Koskamp-Luijmes, Wiel Kusters, Gerrit Lansink, John Leefmans, Titia Lont, Lamia Makaddam, Tip Marugg, Djordje Matić, Hans Mellendijk, Saul van Messel, Steijn Minholts, Raj Mohan, Tiny Mulder, Richard Muller, Jit Narain, Ramsey Nasr, Gerard Nijenhuis, Munye Oduber-Winklaar, Frank van Pamelen, Guillaume Pool, Esther Porcelijn, Sonja Prins, Otjep Rahantoknam, Naji Rahim, Roel Reijntjes, Astrid H. Roemer, Sebastiaan Roes, Arno Römgens, Gerrit Roosink, Suze Sanders, Mowaffk Al-Sawad, Dick Schlüter, Johanna Schouten-Elsenhout,  Ibrahim Selman, Shrinivási, Sitor Situmorang, Michaël Slory, Albertina Soepboer, Marien Stroo, Frank Tazelaar, H. van Teylingen, Albert Tilma, Sijmen Tol, Trefossa, Jan Siebo Uffen, C.B. Vaandrager, Johan Veenstra, Peter van der Velde, JACE van de Ven, Arie de Viet, Peter Visser, Lammert Voos, Theo Vossebeld, Nina Werkman, Jan Widdershoven, Willem Wilmink, Peer Wittenbols, Mia You en, Jan Zwemer.

    OVERZICHT VERTALERS

    In veel gevallen hebben de auteurs hun werk zelf vertaald. Die namen heb ik hier weggelaten. De andere vertalers zijn: Cynthia Abrahams, Joost Baars, Benno Barnard, Abdelkader Benali, Hans de Beukelaer, Jan Glas, Tamir Herzberg, Assad Jaber, Esther Jansma, Effendi N. Ketwaru, Henk Krosenbrink, Tsafrira Levy, G.O. Nijland, Kees Nijland, Jan Popkema, Suze Sanders, J.A. Smit, Kees Snoek, Jabik Veenbaas, Willem van der Velde, Dolf Verspoor, Goaitsen van der Vliet en Paul Weelen.

  •  

    Dit gedicht van Jan Zwemer is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het gedicht is afkomstig uit 'Landschrift in landstaal en streektaal. Gedichten over het boerenleven' (Van de Berg, 2010). Vertaling uit het Zeeuws door G.O. Nijland.

    De dankdag

    mee de dankdag spitte vaoder aol z’n land
    ’t liefst in ’t zicht van ’t kèrkvolk ’s middags, want
    ie ao ’t nie zò op mènselijke wetten
    mee de dankdag spitte vaoder aol z’n land

    twintig roeen* en meer, ie keerde ’t mee den ’and
    ie ’ieuw een rieme, een gaeve rechte kant
    en tegen doenker kon ’n z’n spae in de olie zette
    mee de dankdag spitte vaoder aol z’n land

    nie schielijk, mae gestaag, ie spitte mee verstand
    geên jacht, geên baos, ie stoeng op eige land
    geên vuulte kwam vò ’t zicht, daè kon j’ op lette
    mee de dankdag spitte vaoder aol z’n land

    zò ei-je vò december ’eêl jen ’of an kant
    een jaer eit zò z’n eige vaste ritme
    je kan de vorst verwachte en impersant
    ei-je je vrie’eid laete ziee an aolleman
    en ’s aevends dankbaer kan j’ in kèrke zitte
    mee de dankdag spitte vaoder aol z’n land

    *roe: landmaat, een vierkante roe, in dit geval een Blootse roe, de landmaat in Walcheren (1 vierkante roe = 3612 x 3612 = 13,05 m²)

    De dankdag

    met de dankdag spitte vader al z’n land
    ’t liefst in ’t zicht van ’t kerkvolk ’s middags, want
    hij had het niet zo op menselijke wetten
    met de dankdag spitte vader al z’n land

    twee en halve are ruim, hij keerde ’t met de hand
    hij hield een rieme*, een gave rechte kant
    en tegen ’t donker kon hij z’n spade in de olie zetten
    met de dankdag spitte vader al z’n land

    niet vlug, maar gestaag, hij spitte met verstand
    niet jachten, geen baas, hij stond op eigen land
    geen onkruid bleef zichtbaar, daar kon je op letten
    met de dankdag spitte vader al z’n land

    zo heb je voor december de hele tuin aan kant
    een jaar heeft zo z’n eigen vaste ritme
    je kan de vorst verwachten en ondertussen
    heb je je vrijheid getoond aan iedereen
    om ’s avonds dankbaar in de kerk te zitten
    met de dankdag spitte vader al z’n land

    *rieme: de smalle strook tussen het niet en wel gespitte land, die met de spitter mee steeds opschuift

    © Jan Zwemer
    © Vertaling: G.O. Nijland

     

    Omslag_De_eerste

     

  • Dit gedicht van jan Widdershoven is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022).

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

    Het gedicht werd eerder gepubliceerd op https://stadsdichterheerlen.nl/. De vertaling uit het Limburgs werd gemaakt door de auteur en is onder het origineel te lezen.

    d’r gaad

    ich sjton in d’r gaad
    of in ing sjtroat urges in de sjtad
    ne, op ee daak
    boave op ee kantoer.
    oet ing tuut gruie kastanjelbeum
    de sjutting weëd sjtevig gegrieëpe
    durch inne greune piering mit heng.
    inne waan op vief beng
    vieët um ’t kwarteer
    drei rungdes en um d’r maat
    nogins twieë.
    de sjpuit glietsjt lankzaam
    oet mienge erm en vilt
    boave op ee kantoer
    op ee daak
    ne, in ing sjtroat urges in de sjtad
    of op gen eëd woa
    ich sjton in d’r gaad.

    inne piel sjuut durch de lóch
    bis in ’t geëlige greun.
    d’r boek ieëwig wit
    en de sjwatte brós
    weersjpegelt in ’t blauw
    d’r kuëning van ’t krapül
    sjachereer va eier
    en al ’t good dat blietst
    flietsjer van aafgesjplieëte leisjting
    vreuteleer in versjangeleerde blómpöt
    d’r sjarlatan van de kouw eëd.
    en witste wat deë zeët:

    sjpring mar, wie inne dörpsgek
    vleeg voet op d’r heëlesje wink
    sjlinger dich wie ing sjlang
    durch de sjtroate en de getskes
    op zeuk noa ing medalje
    ing sjpang vuur op dieng humme
    ee kepke of ing veer
    vuur get wiechtigs te kenne zage
    ing tröat of ing triangel
    vuur get aafgeschmienkte kultoer.
    sjpring noe van dat daak
    dat daak, dat daak…
    vuur mich zit ing eëster
    te sjreie in sjwat wit.
    de bleër van de sjtruuk
    razele ee bietje
    in d’r kouwe wink.
    mieng sjpuit woar good gelane
    mit tsuig dat greune aasjlaag
    van tegels lieët versjwiende.
    mieng blood is reen gesjpoate
    de oare onversjtopt
    loat vasteloavend kómme
    ’t gluit wer in mieng hat.

    *

    de tuin

    ik sta in de tuin
    of op een straat ergens in de stad
    nee, op een dak
    boven op een kantoor.
    uit een plastic zak groeien kastanjebomen
    de schutting wordt stevig vastgegrepen
    door een groene regenworm met handen.
    een auto op vijf wielen
    rijdt om het kwartier
    drie rondjes en om de markt
    nog eens twee.
    de spuit glipt langzaam
    uit mijn arm en valt
    boven op een kantoor
    op een dak
    nee, op een straat ergens in de stad
    of op de grond waar
    ik sta in de tuin.

    een pijl schiet door de lucht
    tot in het gelige groen.
    de buik eeuwig wit
    en de zwarte borst
    weerspiegelt in het blauw
    de koning van het schorriemorrie
    ritselaar van eieren
    en al het goud dat blinkt
    keiler van gespleten leistenen
    wroeter in aftandse bloempotten
    bedrieger van de koude aarde
    en weet je wat hij zegt:

    spring maar, als een dorpsgek
    vlieg weg op de heerlense wind
    slinger als een slang
    door de straten en de steegjes
    op zoek naar een medaille
    een speld voor op je hemd
    een prinsensteek of een veer
    om belangrijke dingen te kunnen zeggen
    een trompet of een triangel
    voor wat afgeschminkte cultuur.
    spring nu van dat dak
    dat dak, dat dak…
    voor me zit een ekster
    te schreeuwen in zwart wit.
    de bladeren van de struiken
    bibberen een beetje
    in de koude wind.
    mijn spuit was goed geladen
    met spul dat groene aanslag
    van tegels laat verdwijnen.
    mijn bloed is schoongespoten
    mijn aderen onverstopt
    laat carnaval maar komen
    het gloeit weer in mijn hart.

    © Jan Widdershoven

     

    Bloem

  • Op 4 en 5 oktober waren muzikant Zea, fotografe Rosa van Ederen, gastdichter Frank Keizer en ik op bezoek bij Zorgcentrum het Bildt Locatie Beuckelaer in Sint Annaparochie.
    Bildt
    foto's door Rosa van Ederen

    Het was een speciale editie van Portretten in Poëzie met familie en oude bekenden, waaronder de 100-jarige oma van Frank Keizer en een oude bekende van mijzelf. Klaske van der Veen-Krol was namelijk vroeger, met haar man Oege en hun dochter Marianne, vaak te vinden bij buurman Jerre aan de Heechfinne in Rinsumageest. Daar reden zij destijds met de pony en de woonwagen naartoe om er een paar nachten naast de boerenstal te bivakkeren. Klaske en ik hadden elkaar 40 jaar niet gezien.

    20221004_112505

    Arnold werkte met oud-marinier Rinze Wassenaar die het na een halfzijdige verlamming gelukt is om weer trompet te kunnen spelen. De hele zaal zong met Rinze mee tijdens de afsluitende presentatie en genoot van de prachtige foto’s die Rosa maakte, o.a. van een bankje dat een speciale betekenis heeft voor mevrouw Balt-Brouwer. Die staat namelijk op de plek waar vroeger de boerderij van haar moeder stond. Toen de man van mevrouw Balt 23 jaar geleden overleed, kwam ze vaak naar het bankje om aan hem te denken.

    De ontvangst was weer geweldig, inclusief de gehaktbal, de pannenkoeken en de dubbelvla. We hebben bovendien erg genoten van de mengeling van Fries, Nederlands en Bildts tijdens ons bezoek.
  • Het Volendamse gedicht 'Werdegang' van Sijmen Tol staat ook in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). De bloemlezing kwam tot stand met steun van de Koninklijke Bibliotheek en de Turing Foundation en verschijnt op 8 november.

    Werdegang

    Ik zat òp studie. Dàrtien in òp weg
    nâir de missie. Sògges kwam er gàrn.
    Séjmers at je èèltjes. Séjnes kràg je
    zéjnesgeld, vanzelf. In zó zat ik
    òp studie.

    Inkelt poaters die d’r âige father
    liete noeme. Broeders in de töön,
    ’n poar zusters àgter ’t kéjkelöök.
    We möste véjl in mògte wanig
    òp studie.

    Böte was de wéjreld in de wéjreld was zôende.
    Alles was zôende in de wéjreld. Oe verder
    weg oe gróter zôende zôender god,
    gebod of vróme Vòlledammer jònges
    òp studie.

    Ridders van God! Kröösvoarders zôender zwâird!
    Alle nekke böge véjr de pàus.
    ’t Ònverteld veroal in jòngesófies.
    Tot de kráánt kwam in de Twááide Wet,
    vôende in de Tempel. Fràude.

    Wet wéjt je nàg as alles wâir ken wéjze?
    Alles god is gien god. Weg –
       weg –
           weg …
    Àgtien in de wéjreld was van mîîn.

    *

    Werdegang (vertaling in het Nederlands door de auteur)

    Ik zat op seminarie. Dertien en op weg
    naar de missie. ’s Ochtends kwamen er garnalen.
    ’s Zomers had je aaltjes. ’s Zondags kreeg je
    zondagsgeld, uiteraard. En zo zat ik
    op seminarie.

    Alleen maar paters die zichzelf father
    lieten noemen. Broeders in de tuin,
    een paar zusters achter het keukenluik.
    We moesten veel en mochten weinig
    op seminarie.

    Buiten was de wereld en de wereld was zonde.
    Alles was zonde in de wereld. Hoe verder
    weg hoe groter zonde zonder god,
    gebod of vrome Volendammer jongens
    op seminarie.

    Ridders van God! Kruisvaarders zonder zwaard!
    Alle nekken buigen voor de paus.
    ’t Onverteld verhaal in jongenshoofdjes.
    Tot de krant kwam en de Tweede Wet,
    gevonden in de Tempel. Fraude.

    Wat weet je nog als alles waar kan zijn?
    Alles god is geen god. Weg –
       weg –
           weg …
    Achttien en de wereld was van mij.

    *

    De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie - 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu

    ‘Irakezen, Iraniërs, Amerikanen en anderen hebben in Nederland werk gemaakt dat met ons te maken heeft. Dat grotere verhaal ontbreekt tot nu toe in de bloemlezingen. “Onze” literatuur is die van Remco Campert, Tjitske Jansen en Radna Fabias, maar ook die van Tsjêbbe Hettinga, Jan Glas en Nydia Ecury, van Mowaffk Al-Sawad en Mia You.’

    Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam Tsead Bruinja zich voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Zijn selectie begint in 1945 en beperkt zich tot poëzie die geschreven is binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Dat betekent dat er poëzie te lezen is uit Indonesië en Suriname en van de Antillen, maar ook dat er gedichten zijn opgenomen van nieuwe Nederlanders uit bijvoorbeeld het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Met deze bloemlezing wil Bruinja een andere blik op de Nederlandse poëzie geven. In bijna alle belangrijke bloemlezingen tot dusver ontbreekt bijvoorbeeld vaak de Friese en de Antilliaanse poëzie, terwijl die poëzie in contact staat met de Nederlandstalige poëzie en de wereldpoëzie.

  •  

    Ik geve ow een walnötte in de mond.
    Ik geve ow een blauwe besse in de mond.
    Ik geve ow een Reine Claude in de mond.
    Ik geve ow een walnöthelfte in de mond en i-j kust mien vinger.
    Ik geve ow twee blauwe bessen in de mond en i-j holt mien vingers
    effen vaste.
    Ik geve ow een grune Reine Claude en wi-j kust mekares lippen.
    Ik geve ow een grote blauwe besse en een kleinen.
    Ik geve ow een helfte walnötte; ik heb ze gepeld-en-al gekocht.
    Ik geve ow een Reine Claude en ik wachte töt ow mond zich slöt.

    *

    Ik geef jou een walnoot in de mond.
    Ik geef jou een blauwe bes in de mond.
    Ik geef jou een Reine Claude in de mond.
    Ik geef jou een halve walnoot in de mond en jij kust mijn vinger.
    Ik geef jou twee blauwe bessen in de mond en jij houdt mijn vingers
    even vast.
    Ik geef jou een groene Reine Claude en wij kussen elkaars lippen.
    Ik geef jou een grote blauwe bes en een kleine.
    Ik geef jou een halve walnoot; ik heb ze gepeld-en-al gekocht.
    Ik geef jou een Reine Claude en ik wacht tot jouw mond zich sluit.

    © Ineke Berentschot – https://www.berentschottekst.nl/

    Dit gedicht is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). De bloemlezing verschijnt op 8 november.

    Wat aanvullende informatie bij het gedicht:

    Het dialect is het Hals / Achterhoeks

    Oorspronkelijke bron:

    Ineke Berentschot 'Aodem' (Fagus, 2018).

    Shapeimage_5

    Vertaling uit het Achterhoeks door de auteur.

    Meer over de bloemlezing op:

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

    Omslag_De_eerste

    Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam Tsead Bruinja zich voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Zijn selectie begint in 1945 en beperkt zich tot poëzie die geschreven is binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Dat betekent dat er poëzie te lezen is uit Indonesië en Suriname en van de Antillen, maar ook dat er gedichten in staan van nieuwe Nederlanders uit het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Ze gaan over allerlei zaken: van het boerenleven tot racisme, oorlog en carnaval. 

    Met deze bloemlezing wil Bruinja een andere blik op de Nederlandse poëzie bieden. In bijna alle belangrijke bloemlezingen tot dusver ontbreken bijvoorbeeld de Friese en de Antilliaanse poëzie, terwijl die poëzie in contact staat met de Nederlandstalige poëzie en de wereldpoëzie.


    Tsead Bruinja: “Irakezen, Iraniërs, Amerikanen en anderen hebben in Nederland werk gemaakt dat met ons te maken heeft. Dat grotere verhaal ontbreekt tot nu toe in de bloemlezingen. ‘Onze’ literatuur is die van Remco Campert, Tjitske Jansen en Radna Fabias, maar ook die van Tsjêbbe Hettinga, Jan Glas en Nydia Ecury, van Mowaffk Al-Sawad en Mia You.’

     

    Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) publiceerde sinds 2000 verscheidene bundels in het Fries en het Nederlands. In de periode 2019-2020 was hij Dichter des Vaderlands: hij schreef actualiteitsgedichten en trad op als ambassadeur van de poëzie.

     

    De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie | Samengesteld door Tsead Bruinja, met dank aan de Koninklijke Bibliotheek en Turing Foundation | uitgegeven door Querido | Paperback | ISBN: 9789021436937| € 22,99

     

    Verschijnt 8 november 2022