• Folder_Vakprijs_2010 

    KARWEI

    op de derde donderdag van april
    is het in heel europa secretaressedag
    een amerikaanse uitvinding ongetwijfeld
    bedacht door een bloemist

    in mei vindt de nationale dag
    van de brievenbusreclame plaats in 2010
    gewonnen door doe-het-zelfzaak karwei

    op de voorkant van hun folder zien we
    groen houten tuinmeubilair smaakvol afgewisseld
    met zwarte ijzeren vuurkorven
    in verschillende vormen

    de fraaie vormgeving inspireert en nodigt uit
    om in actie te komen en alles voor buiten en binnen
    bij karwei te kopen voor zowel een mannelijke
    als vrouwelijke doelgroep

    iran vierde zondag karar
    de jaarlijkse dag van de militaire Industrie

    een rode onbemande langeafstandsbommenwerper
    met klein bereik kreeg een groot applaus

    de mens is ijverig
    de mens werkt hard

    dat is goed
    dat dient beloond

    met een smaakvol geschikt boeket

    Geschreven voor het EO-radioprogramma Dit is de dag http://www.eo.nl/ditisdedag

    Brievenbusbron:  http://www.brievenbusreclame.nl/

  • Dichter, recensent en fotograaf Edwin Fagel kwam langs voor een interview en fotosessie. Het resultaat is te lezen op http://www.derecensent.nl/pivot/entry.php?id=1138.

    Hieronder één van de foto's, genomen op het dakterras, waar Edwin als redacteur van een blad over dakbedekking natuurlijk met belangstelling naar keek:

    Bruinja_door_fagel 

    Wij vertrekken morgen voor een paar dagen naar Vlieland. Wie daar op zondag is, hoop ik te treffen op camping Stortemelk voor het volgende:

    Zondag 15 augustus – Poëzie en muziek op Camping Stortemelk te Vlieland

    Met o.a. K. Michel, Rodaan Al Galidi, Jan Glas, Tsead Bruinja, Bas Kwakman en muziek door Klaske Oenema
     
    Op zondag 15 augustus wordt voor de vierde maal een literaire avond georganiseerd op camping Stortemelk te Vlieland. Er zullen voordrachten in het Nederlands, Fries en Gronings te horen zijn en er is muziek: Klaske Oenema komt zingen en vertellen, waarbij ze gebruik maakt van videoprojecties. De presentatie wordt verzorgd door Bas Kwakman, directeur van Poetry International.
     
    Datum: zondag 15 augustus
    Locatie: Kampeerterrein Stortemelk, De Bolder (grote zaal), Vlieland
    Aanvang: 21.00 uur
     
    Website: http://www.stortemelk.nl/

  • Luiheid 

    Joop Leibrand schreef een afgewogen recensie over Overwoekerd voor het online tijdschrift Meander, wat natuurlijk niet wil zeggen dat ik het overal mee eens ben ;o)

    Hieronder een fragment:

    …Bruinja is een goede observator van eigen en andermans leven, maar zijn waarnemingen blijven meestal eendimensionaal, kennen weinig gelaagdheid. Het is een realisme dat niet op transcendentie gericht is, waaraan ieder metafysisch aspect ontbreekt. Dat is de reden dat ongeacht hun inhoud de meeste gedichten, hoe gevarieerd en hoe verdienstelijk en onderhoudend ook, de indruk maken niet meer dan spel te zijn, omdat ze niet een bepaald gevoel van urgentie overbrengen. Wat je leest is wat je krijgt. Het is genoeg, maar de inzet was kennelijk nooit om het gedicht te schrijven dat alle andere gedichten overbodig zou maken. Ach, misschien ook wel verstandig als je van een constante stroom aan poëzie en daardoor gegenereerde optredens moet leven…

    Meer op: http://meandermagazine.net/wp/2010/08/tsead-bruinja-doet-tsead-bruinja/

    Die optredens brengen me vandaag naar Hengelo en het festival Voorzien, waar ik onder andere ga genieten van het optreden van H.H. ter Balkt. Het gerucht gaat dat hij een hoopvolle bundel heeft geschreven.

    Nu maar hopen dat de gemakzucht er niet vanaf straalt!

  • Brand_bier 

    Net geschreven voor de EO met een knipoog naar het stuk van Guus Middag, die overigeens voorspellende gaven bleek te hebben. Luister maar zo rond kwart voor twaalf naar uitzending gemist op http://www.eo.nl/ditisdedag.

    COLLECTIEF TRAUMA

    in een hoekje van haar kamer ligt een oude mevrouw
    haar verzorgster te smeken het bed in getild te worden
    en in rusland belt een bejaarde vrouw de brandweer
    omdat een bosbrand haar huis in as dreigt te leggen
    terwijl in amerika een ontslagen vrachtwagenchauffeur
    voor het laatst achter zijn stuur vandaan kruipt en
    vervolgens zijn collega’s en zichzelf overhoop schiet

    het warme bed blijft leeg
    het kleine huis brandt af
    en in amerika krijgen een paar cafés
    hun bier wat later

    en job cohen mag zich niet getraumatiseerd noemen

    volgens guus middag in de nrc van afgelopen vrijdag
    voelt iedereen zich in de studio altijd even ongemakkelijk
    als mijn gedicht afgelopen is waarna jeroen zegt
    dat het weer prachtig was en dat u het later
    op de website nog eens rustig na kunt lezen

    het antwoord op al onze vragen
    van betraande oude vrouwtjes tot bekritiseerde dichters aan toe
    klinkt in zimbabwe uit de mond van een bloeddorstige dictator
    uit een paar roestige speakers die je hier nog wel eens
    boven een ijsbaan ziet hangen

    to hell with them
    to hell

    © Tsead Bruinja & Guus Middag

  • Hopper_clown2

    Een goede vriend stuurde me een foto van bovenstaand schilderij van Hopper naar aanleiding van de recensie van Luuk Gruwez. Wellicht goed voor een volgende bundel als omslag.

    Genoeg navelgestaard en teruggekeken voor nu, tijd om aan het werk te gaan en vandaag betekent dat teksten schrijven voor een nieuwe Urban Green winkel in Amsterdam.

    Ik mag dan niet meer komen met regels als 'breek mijn rug / ezelsoor mij' die vormgever Joep van der Made en ik eerder wilden plaatsen op de bedrijfskleding van een grote boekhandel in Alkmaar.

  • Martien_bos_tsead_bruinja_bitterbal
    Afbeelding door Martien Bos uit de NRC (Meer op http://www.antisomber.nl/)

    Dit is de laatste recente recensie van Overwoekerd, ditmaal uit NRC Next & de NRC, maar dan met de hele gedichten waar de criticus op in is gegaan.

    Kop NRC Next: Goddank: vrouw en voeten heb ik nog
    Kop NRC: Alles is te groot voor het kleine dat ik lever

    Overwoekerd bewijst het: in de dichter Tsead Bruinja schuilt vooral een columnist

    Door Guus Middag

    HIER OPETEN OF THUIS WEGGOOIEN?

    de receptioniste geeft me een sticker met mijn gegevens
    en een potje waar ik de sticker op mag plakken
    daarna wijst ze me de wc aan

    ik wil haar barvrouw noemen
    haar om een biertje vragen

    denk aan de snackbarhouder op vlieland
    die de kroket uit de frituur haalde en vroeg
    hier opeten of thuis weggooien?

    als ik na wat nerveus gefriemel
    haar het lauwwarme resultaat wil overhandigen
    maakt ze een afwerend gebaar en schuift
    vliegensvlug een geel bakje naar voren

    alles is te groot voor het kleine dat ik lever
    het potje het bakje en de lange lijst namen
    die het kind later als een mand vuile was
    met zich mee mag dragen

    nu staat onze gezinswagen geparkeerd
    in een straat waar ’s avonds door andermans kroost
    auto’s in brand worden gestoken

    maar niet onze auto staat vanavond in lichterlaaie
    want wij gaan een weekendje weg

    en ook als het ooit een meisje wordt
    hoop ik dat zij bitterballen lust

    Heeft u wel eens een gedicht gelezen over het inleveren van zaad? Tsead Bruinja schrijft erover, in zijn nieuwe bundel Overwoekerd. Bruinja vertelt over 'de receptioniste' die hem een sticker geeft, en een potje, en hem de wc wijst. Het is allemaal wat onwennig: “ik wil haar barvrouw noemen / haar om een biertje vragen'.

    Maar zo is het natuurlijk niet. Nog een bijgedachte, opnieuw een uitvlucht om de gang naar het hokje nog wat te vertragen: “denk aan de snackbarhouder op vlieland / die de kroket uit de frituur haalde en vroeg / hier opeten of thuis weggooien? Dat is grappig, ja, maar er staat nu geen vlotte  snackbarman met vlotte geintjes tegenover hem, maar een discrete verpleegkundige. En hij krijgt hier geen bakje om te legen, maar een potje om te vullen.

    Er spelen allerlei leuke seksuele toespelingen mee, maar de aanleiding voor dit bezoek is niet leuk seksueel, maar medisch seksueel. Het is niet de bedoeling dat er thuis, of waar dan ook, nog iets 'weggegooid' wordt – het is de bedoeling dat het zaad nu eens vrucht gaat opleveren.

    Als hij de mevrouw dan, 'na wat nerveus gefriemel, het potje met 'het lauwwarme resultaat' wil overhandigen, blijkt hij het weer niet goed te doen. Het kleine potje moet immers in het grote gele bakje, zo maakt zij hem duidelijk. Zo sluipt er geleidelijk een sfeer van algehele mislukking en mismoedigheid in het gedicht. 'Alles is te groot voor het kleine dat ik lever” verzucht hij – en daarmee lijkt hij niet alleen te doelen op de potjes en de bakjes van dit moment, maar op zijn hele leven tot nu toe.

    Langzaam keert het gedicht terug van de lollige sfeer van bar en frituur naar de alledaagse straat waar hij woont. Voor de deur staat al 'onze gezinswagen” geparkeerd, maar het bijbehorende kind is er nog niet. Het is nog erger: hij woont in een buurt waar de auto's 's avonds in brand worden gestoken, en wel 'door andermans kroost’.

    Daarmee had dit wrange portret van een onzekere man met kinderwens mooi kunnen eindigen. Maar er volgen nog twee strofen, die er weinig aan toevoegen, of misschien bedoeld zijn om het al te persoonlijke en wanhopige van het voorafgaande wat te relativeren: “en ook als het ooit een meisje wordt / hoop ik dat zij bitterballen lust.” Met deze slotwoorden wordt het frituurthema uit het begin hernomen – en verder zal met de elementen 'bitter' en 'bal' woordspelig verwezen zijn naar de verminderde vruchtbaarheid van de papa to be.

    Zo gaat het vaak in de gedichten van Bruinja. Ze zijn, om het kort samen te vatten, te lang. En ze waaieren te veel uit. Het is ook de vraag of het in strikte zin nog wel gedichten zijn, met hun regels van enorm wisselende lengte, zonder rijm, zonder interpunctie, zonder dwingende structuur, met allerlei verspringingen en allerlei terloopse scènes tussendoor. Het zijn meer composities van invallen, met van alles en nog wat erbij. Ik had na afloop niet het gevoel een gedichtenbundel gelezen te hebben, maar eerder een willekeurige keuze uit een weblog, of uit een dagboek, of uit een serie columns.

    Tsead Bruinja is een van de dichters die met een zekere regelmaat meedoen aan Dit is de dag (EO, radio 1, elke ochtend van 10.30 tot 11.30 uur). De dichter van de dag wordt gevraagd een uur lang mee te luisteren naar de gasten van die dag en intussen zijn gedicht te schrijven. Na afloop mag hij het voorlezen. Soms gaat het over het onderwerp van één gast, soms over alle onderwerpen samen, soms ook over de persoonlijke bijgedachten van de dichter zelf. Na de voordracht voelt iedereen zich altijd ongemakkelijk. Dan zeggen de presentatoren maar vlug dat het weer prachtig was en dat wij het later op de website allemaal nog eens kunnen nalezen.

    Die sfeer van vluchtigheid en terloopsheid, alledaagse invallen vlot verbonden met actualiteit, met soms een scherpe waarneming tussendoor en soms een verrassend inzicht, vind ik hier veel terug. De aanleiding kan, zoals in het zaadlabgedicht, persoonlijk zijn en dan uitwaaieren naar iets algemeners, maar het kan ook omgekeerd.

    In het lange, breed opgezette gedicht ‘Sneeuw’ brengt Bruinja een paar gruwelijke momenten uit de internationale actualiteit van het jaar 2008 in herinnering, waartegenover hij alleen maar wat klein persoonlijk nieuws kan plaatsen: de voorjaarsvakantie op een Duits waddeneiland, toen ze naakt over het strand gingen rennen, een bezoek aan de huisarts wegens maagklachten. En deze toch wat braaf en bedaagd klinkende conclusie: ‘in het jaar 2008 had ik goddank mijn vrouw mijn handen en voeten nog’. Het is geen revolutionair inzicht, maar dat is nu net het verrassende van Bruinja’s poëzie: hij is juist opvallend alledaags, redelijk en eerlijk. Hij weet dat hij niet mag klagen. Hij is blij dat hij leeft en hij weet dat het allemaal veel minder kan. En hij schrijft het nog op ook.

    SNEEUW

    in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig
    lag ik niet drie dagen bedolven onder de sneeuw
    werd mijn eigen vrouw niet door tien mannen verkracht
    en levenloos uit een rijdende legertruck geworpen
    werden onze kinderen niet van ons afgepakt

    in het jaar 2008 was ik een man van vierendertig
    rende ik samen met mijn vrouw
    naakt over het strand van een duits waddeneiland
    doken we een aprilkoude noordzee in
    alles aan mij werd klein

    in het jaar 2008 was ik niet zwart
    deed ik geen gooi naar het presidentschap
    waren er geen honderd geweren op me gericht
    werd ik maar matig gehaat

    in dat afgelopen jaar kwam ik te vaak bij mijn huisarts
    die me zei minder te gaan drinken die me maagtabletten gaf
    en ik dacht ik ben toch vierendertig en nog geen vierenzestig
    en begon minder te drinken

    in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig
    die drie dagen onder de canadese sneeuw bedolven lag
    voor wie ik haar diepgelovige man bij de keukentafel bidden zag

    in het jaar 2008 had ik goddank mijn vrouw mijn handen
    en voeten nog

    Iemand anders zal misschien vinden dat er veel variatie in deze dikke bundel zit. Niet alleen de actualiteit uit binnen- en buitenland, afgezet tegen het eigen leed, het straatleed en het buurtleed, maar ook enkele liefdesliedjes, een paar aanzetten tot gedachten over religie en een paar probeersels met typetjes en stemmetjes en taaltjes (’je moet pompe met je hompe / slope met je blote pote’) en een paar stukken proza tussendoor.

    LAMME

    je moet pompe met je hompe
    slope met je blote pote

    zompe

    stompe met je rompe

    na het pompe
    op je klompe

    zompe

    je moet kampe met die rampe
    slope met je blote pote

    dampe onder de lampe
    nie klampe aan de rampe

    dampe

    je moet t slempe niet dempe
    je moet slope met je blote pote

    slempe

    slempe tot je gaat zompe
    zompe tot je gaat dampe
    en nie
    nee nooi nie

    klampe aan de rampe

    nie klampe aan de rampe

    nie klampe

    Maar onder al die vormen en stijloefeningen zit voor mijn gevoel steeds dezelfde dagelijkse waarnemer van de wereld. Misschien wil hij wel liever een columnist zijn dan een dichter, heb ik tijdens het lezen meer dan eens gedacht. Als hij een dichter wil zijn, dan zal hij volgens mij moeten kiezen uit de vele sprekers die hij nu nog allemaal naast elkaar aan het woord laat.

    Er blijft weinig hangen van al die lange lappen tekst. Het meest sprekende gedicht is het allerlaatste, tevens het allerkortste. Drie regels maar, bijna een haiku. Het is de levensles van de jonge Tsead die zijn moeder veel te vroeg aan borstkanker ziet sterven:

    je kijkt nooit hetzelfde naar haar
    van jonge vrouwen

    als je moeder een pruik draagt

     

    Bron: NRC & NRC Next, 30-07-2010

  • Logo-goed-licht-beter-zicht 

    De komende dagen plaats ik hier een aantal recente recensies van Overwoekerd, maar dan met de hele gedichten waar de criticus/ca op in is gegaan. Hieronder voor de volledigheid een stukje (geen recensie) dat Herman van Veen voor zijn weblog.

    Weblog Herman van Veen

    maandag 19 juli 2010

    Overwoekerd

    Tsead Bruinja is een Friese dichter.
    Hij is nu net zo oud als ik was
    toen mijn vader zo oud was
    als ik nu ben.

    Een jongeman dus.
    Tsead schrijft zijn gedichten vaak in het Fries,
    vaker in het Nederlands.

    Vond een paar van zijn bundeltjes
    jaren geleden
    in een boekenwinkel achter de Grote Kerk in Antwerpen.

    Heb inmiddels al een heel stapeltje
    waar ik graag in blader.

    Met de post kreeg ik zijn nieuwste werkje.

    Overwoekerd.

    Vierenzeventig bladzijden woorden.
    Mede tot stand gekomen
    dankzij een werkbeurs van het Nederlandse Letterenfonds.

    Ene Willem schrijft op de achterkant:

    “Tsead is een dichter
    die teder en liefdevol kan zingen,
    maar ook stevige, ruige beelden en klanken kan gebruiken.
    Zachtmoedig én stoer.
    Een strelende hand én een vuist…”

    Ernaast staat het gedicht “Licht”.

    er is licht
    en iets dat daartussen staat

    een muur
    een figuur

    een leven lang
    ben je onbenaderbaar

    kweek je vuisten
    bedek je een graf

    met je hele lichaam
    verduister je het gat
    van een deur

    er is licht
    iets dat daartussen staat

    en er is een weg
    waarop je je spullen achterlaat

    er is licht
    dat je iets wil vertellen

    ga weg
    laat liggen

    neem op

    Bij Tsead lijken de woorden te leven.
    Ze veranderen.
    Ben ik vrolijk
    dan lezen zijn teksten mij treurig.
    Ben ik verdrietig
    dan lezen zijn woorden me blij.

    Bron: http://www.hermanvanveen.com/Herman-van-Veen/nl-NL/weblog.aspx

  • Luxaflex 

    De komende dagen plaats ik hier een aantal recente recensies van Overwoekerd, maar dan met de hele gedichten waar de criticus/ca op in is gegaan. Hieronder het stuk dat Luuk Gruwez schreef voor De Standaard.

    DE SIRENE

    In deze rubriek bespreekt Luuk Gruwez elke maand de dichtbundel die het meest zijn aandacht heeft getrokken.

    ALS JE MOEDER EEN PRUIK DRAAGT

    Tsead Bruinja is de dichter van het geluk dat nooit helemaal wil lukken. Hij lijkt in zijn werk vooral uit op het beperken van de ramp en streeft naar wat hij ‘een te verdragen aantal tegenslagen’ noemt. Meer is niet mogelijk. Volledig en zuiver kan geluk namelijk nooit zijn: ‘wat valt er te overwinnen in deze hinderlaag die we lichaam noemen’. Nog een treffend voorbeeld van de onmogelijkheid van volmaakt geluk lezen wij in het gedicht ‘Hemd en trui’. De dichter trekt ’s ochtends de luxaflex omhoog en staat samen met zijn vrouw de sneeuwval te bewonderen. Het tafereel is bepaald innemend. Maar tegen het eind van het gedicht aan plaatst de dichter deze regels: ‘terwijl ik me afvraag op welke plek/ het dak morgen als de sneeuw smelt/ zal gaan lekken’.

    HEMD EN TRUI

    als ik de luxaflex omhoog trek zie ik dat het is gaan sneeuwen
    grote vlokken dwarrelen neer en stapelen zich op in het kozijn
    dat aan de binnenkant lichtelijk beslagen is

    ik roep mijn vrouw onder de douche vandaan
    om samen met mij naar winterse schouwspel
    te komen kijken

    zij met een handdoek voor
    en ik met mijn broek half aan
    staan geschrokken voor het raam

    het is maart
    op de binnenplaats
    staat de japanse kers
    in bloei

    de takken en de bloemen
    dragen een dun laagje watten

    binnen slaat de verwarming aan
    en ligt er werk te wachten

    dat ik uitstel

    terwijl ik me afvraag op welke plek
    het dak morgen als de sneeuw smelt
    zal gaan lekken

    en pak een hemd en een trui
    van de stoel

    In zijn geluksperceptie speelt het perspectief bovendien een belangrijke rol: wat heeft een klein menselijk ongemak nog te betekenen wanneer je het hele wereldleed in aanmerking neemt? Niet alleen is Bruinja de dichter van het bedreigde geluk, maar eveneens van het ongemak dat zich soms geneert een ongemak te zijn. Vanaf wanneer verwerft een mens het recht op zelfbeklag? Bruinja zit gevangen in het etische besef dat je dwingt je mond te houden over een maag- of darmkramp als tegelijk ergens elders een wereldbrand woedt en een willekeurige vrouw door een man of tien serieel wordt verkracht. Hij confronteert zijn lezers voortdurend met de spanning tussen het tragische en het futiele: ‘en je voelt je als een terminale patiënt/ die voor een loslatende vulling/ (…) naar de tandarts gaat’.

    HET HAAR OP ONZE WONDEN WORDT GRIJS

    we slapen bij vrienden in een kinderkamer
    omdat de kinderen het weekend
    bij vader of moeder zijn

    na twee nachten omringd door dierenposters
    willen we alleen nog maar de videobanden van bambi zien

    het is zo’n dag waarop je naar de andere kant van het land zou rijden
    vanwege een advertentie op marktplaats

    iets uit je jeugd dat je per ongeluk
    tevoorschijn googelde

    je ruimt er een plank voor in

    de auto staat uit te blazen onder de kap
    en tegenover je een engerd van wie ze na zijn geboorte
    meteen de mal hebben gebroken

    pokdalig gezicht waarmee hij dit angstvallige leven
    in werd gemasseerd

    zijn gesluierde moeder

    hordeuren heeft hij ook nog

    muggennacht hazenslaap
    in amsterdam west

    iemand staat zijn best te doen in de keuken
    in nieuw beerta terwijl jij op de bank zit

    en je voelt je als een terminale patiënt
    die voor een loslatende vulling

    naar de tandarts gaat

    Sterfelijkheid speelt een belangrijke rol in deze bundel. De dichter legt een opvallende belangstelling aan de dag voor de mankementen van het lijf. Zijn waarneming daarvan is rauw en naturalistisch te noemen en zijn kijk op het lijk verraadt, bijvoorbeeld in het gedicht ‘Man gevonden geen wormen wel maden', veel oog voor de biologie van de ontbinding.

    MAN GEVONDEN GEEN WORMEN WEL MADEN

    vind je een lijk in een huis
    kijk dan onder de deurmat
    in de spleten van de vloer

    in welke fase zijn de insecten
    zijn het nog maden of zijn er al poppen?
     
    eerst komen de maden en poppen van bromvliegen

    bromvliegen kunnen binnen een uur eitjes leggen
    ze ruiken een lijk over zestig kilometer afstand

    er bestaat een bromvliegsoort waarbij de poppen op het lijk uitkomen
    andere soorten maden kruipen van het lijk af
    om enkele meters verderop te verpoppen

    bij warm weer wordt een lijk binnen twee weken opgegeten door de maden

    het eindigt met spektorren die eten droog vlees
    museumkevers eten andere insecten
    kleermotten eten haren en huid

    het langste duurt het om huid en skelet te verteren

    daartussenin zitten mijten
    die de eieren van de vliegen opeten
     
    met honderden tegelijk kruipen ze door je vlees

    Het komt er, zoals bij zoveel dichters, weer eens op neer dat in elk lijf een lijk gevangen zit dat zich bevrijden wil. Alleen: heeft dat lijf wel recht van spreken over zijn kleinzerigheden en zijn pietluttigheden terwijl zoveel wreedheden en baldadigheden de wereld domineren? Ook met betrekking tot thema’s als onbinding en crematie bedient de dichter zich wel vaker van tegenstellingen: het verschil tussen een pas gecremeerd lijk (iets meer dan drie kilogram) en een pasgeborene (om en nabij de drie-en-een halve kilogram) is verwaarloosbaar.

    VUURVAST STEENTJE

    aan de hand van wettelijke documenten
    vindt een identificatie plaats waaraan een uniek
    crematienummer gekoppeld wordt

    dit nummer wordt in een vuurvast steentje gezet
    dat vooraf op de kist wordt gelegd

    pacemakers zijn voor de crematie
    in het ziekenhuis verwijderd

    de verbranding vindt plaats in een oven
    bij een temperatuur van 1100 graden
    en duurt anderhalf uur

    de as van een volwassen persoon
    weegt niet veel meer dan drie kilo
    inclusief kist

    drie kilo afvallen is niet heel lastig
    drie kilo vet eraf werken in één maand
    is een heel ander verhaal

    je pasgeboren baby wordt
    zodra er een geschikt moment is
    gewogen

    het gemiddelde gewicht
    is ongeveer 3500 gram

    je zult het lichaam en vooral het hoofdje
    geheel moeten ondersteunen
    want hij heeft nog geen kracht hierin

    ook heeft hij geen enkele controle over zijn bewegingen

    Tsead Bruinja tekent niet alleen voor zulke persoonlijke bespiegelingen, hij is ook iemand met een onmiskenbaar, bijna oudmodisch sociaal gevoel. Hij weegt in een mooi gedicht als ‘Sneeuw’ zijn kleine fysieke klachten af tegen wat onmiskenbaar erger is.

    SNEEUW

    in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig
    lag ik niet drie dagen bedolven onder de sneeuw
    werd mijn eigen vrouw niet door tien mannen verkracht
    en levenloos uit een rijdende legertruck geworpen
    werden onze kinderen niet van ons afgepakt

    in het jaar 2008 was ik een man van vierendertig
    rende ik samen met mijn vrouw
    naakt over het strand van een duits waddeneiland
    doken we een aprilkoude noordzee in
    alles aan mij werd klein

    in het jaar 2008 was ik niet zwart
    deed ik geen gooi naar het presidentschap
    waren er geen honderd geweren op me gericht
    werd ik maar matig gehaat

    in dat afgelopen jaar kwam ik te vaak bij mijn huisarts
    die me zei minder te gaan drinken die me maagtabletten gaf
    en ik dacht ik ben toch vierendertig en nog geen vierenzestig
    en begon minder te drinken

    in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig
    die drie dagen onder de canadese sneeuw bedolven lag
    voor wie ik haar diepgelovige man bij de keukentafel bidden zag

    in het jaar 2008 had ik goddank mijn vrouw mijn handen
    en voeten nog

    Zijn horizon bevindt zich daarbij ver buiten de grenzen van Nederland. Of van Friesland, waar hij ook zijn literaire roots heeft: in 2000 is hij in het Fries gedebuteerd met de bundel De wizers yn it read. Soweto, eens de habitat van Hector Pieterson, het vermoorde en tot icoon uitgegroeide dertienjarige jongetje, bevindt zich als het ware in Bruinja’s achtertuin.
     

    HECTOR PIETERSON

    in een klein japans busje worden we rondgeleid
    door de verschillende wijken van soweto

    jabu onze reisleider legt uit
    hoe hij zijn matras rechtop zette
    als de regen tussen de golfplaten
    door kletterde

    we maken foto’s en rijden langs een school
    waar jonge zwarte leerlingen in 1976 protesteerden
    tegen het onderwijs in het afrikaans

    de kinderen wilden een vreedzame mars lopen
    en kregen in plaats van bescherming
    de kogels en knuppels van de blanke politie
    over zich heen

    hector pieterson een jongetje van dertien
    dat op die dag in 1976 vermoord werd
    kreeg een museum en zijn zusje
    kreeg daar jaren later werk

    we zijn haar voorbij gelopen
    zonder dat we het doorhadden
    fluistert jabu ons toe

    niemand had een mobieltje
    of een computer om mee te chatten
    op 16 juni 1976 in soweto

    en als er al een kindertelefoon bestond
    dan was die waarschijnlijk
    slegs vir blankes
     

    Bij nadere overweging ligt alles daar. De dichter is namelijk getalenteerd in het samplen van taferelen uit heel diverse werelden die hij de zijne maakt. Evenmin heeft hij er moeite mee een grote variëteit aan stijlen te gebruiken. Er zit een hoge dosis fusion in zijn verzen, maar dat doet vreemd genoeg niets af aan hun eigenheid. In het ene gedicht ontwikkelt hij een haast klassiek idioom, terwijl hij zich elders, par excellence in een gedicht over een tot bewegingloosheid veroordeelde lamme, als een overtuigde rapper met een nerveus, elektrisch taalgebruik ontpopt:

    LAMME

    je moet pompe met je hompe
    slope met je blote pote

    zompe

    stompe met je rompe

    na het pompe
    op je klompe

    zompe

    je moet kampe met die rampe
    slope met je blote pote

    dampe onder de lampe
    nie klampe aan de rampe

    dampe

    je moet t slempe niet dempe
    je moet slope met je blote pote

    slempe

    slempe tot je gaat zompe
    zompe tot je gaat dampe
    en nie
    nee nooi nie

    klampe aan de rampe

    nie klampe aan de rampe

    nie klampe

    Dit zijn hoe dan ook gekke gedichten. Precies door hun hang naar absurditeit en schijnbare nonsensikaliteit ben je bij een eerste lezing geneigd ze niet helemaal ernstig te nemen. Niet dat de ventilatie van een tragisch levensgevoel een voorwaarde voor literaire kwaliteit is – jammer genoeg is het tegendeel vaak waar, maar er zit achter vele van deze verzen wel degelijk iets wat ik zou willen omschrijven met een cliché als ‘innerlijke noodzaak’. Zelfs in het kortste gedicht van de bundel, het zeer meerduidige slotgedicht. Dat gaat als volgt:

    je kijkt nooit hetzelfde naar haar
    van jonge vrouwen

    als je moeder een pruik draagt

    Dit gedicht is zowel typisch als atypisch voor Bruinja. Atypisch omdat het wel erg kort is. Typisch omdat hij ook hier weer tegelijk veel en weinig zegt. Maar helemaal Bruinja is het vanwege het feit dat het zowel tragisch als ironisch is. De lezer heeft het gevoel hem te kunnen volgen, maar wordt in verwarring gebracht. Want waarom draagt die moeder een pruik? Het wordt niet expliciet gesteld, maar misschien vanwege een chemotherapiekuur. Vanuit de geluksperceptie van deze dichter is dit dan een zoveelste element dat bijdraagt aan zijn overtuiging dat geen geluk ooit puur en onbedreigd kan zijn: het haar van jonge vrouwen mag er voorlopig al betoverend uitzien, er is de wetenschap dat het misschien net als met het haar van de moeder wel eens verkeerd zou kunnen lopen. Niet naar de stijl (want die is ironisch op het hilarische af), maar naar de inhoud is dit een elegische vaststelling. Tsead Bruinja beschikt over een van de dankbaarste poëtische kwaliteiten: de melancholie van de clown.

    Eveneens clownesk is het feit dat hij er niet voor schroomt zichzelf een paar keer met naam en toenaam ten tonele te voeren. Hij blaast zichzelf op tot iemand met het machismo van een ‘volleerd dictator’, dicht zich met de nodige humor haast bovenmenselijke capaciteiten toe, demonstreert puberale branie,  maar naar het einde toe brokkelt zijn succes af en wordt er een wig in zijn absolutistische verlangens gedreven. Het gedicht eindigt laconiek: ‘Niet wij maar Tsead leidt een waarlijk diep en tragisch leven.’

    WORMING UP VON KWABBENSTEIN

    Tsead Bruinja is een man van de wereld. Hij declameert graag wijsheden als: Zwitserland is wel duur. Als je daar chinees gaat halen ben je al een fortuin kwijt. Tsead is dus verstandig, maar wat weinigen weten is dat hij ook zeer behendig is, bijvoorbeeld in het doodrijden van bejaarde vrouwtjes bij het straatracen in de noordelijke provincies en dat hij het liefst op dronken gevoerde beren schiet in de bossen van Rusland samen met de koning van Spanje. Als Tsead er even doorheen zit verleent hij bovendien geheel pro deo de begrafenisondernemers in New York hulp bij het verwijderen en verhandelen van organen van pasgestorven leden uit de christelijke gemeenschap. Te verwachten valt dat Tsead binnenkort de roeping van de nobele dichterij zal verlaten om gitaar te gaan spelen bij bands als Bloody Dick Swamp, Squirrel Nut Zippers of Phungusamongus. Ongetwijfeld zal Tsead ook daarin geil en succesvol blijken. Wat we het meest aan Tsead zullen missen is de manier waarop hij als volleerd dictator een heel volk als de Tsjechen kon begroeten vanuit een open wagen. Tsead is gelukkig getrouwd, maar nog nooit klaargekomen in Cambodja, Thailand of op een van de Galapagoseilanden. Tsead vindt het ook jammer dat hij nog nooit iemand heeft geneukt in Hellhole Bay, South Carolina of in Big Beaver Lick, Kentucky. Wat dat betreft mogen wij onszelf in de klamme handjes knijpen. Niet wij maar Tsead leidt een waarlijk diep en tragisch leven.

    Bruinja is, om het met de titel van zijn slotcyclus te zeggen, ‘verkeerd verbonden’. Veel gedichten in deze bundel gaan over spaak lopende communicatie, over misverstanden die soms tot wreedheid leiden, zoals in het prachtige gedicht ‘Uw plaats in ons meedogenloze archief’: ‘ soldaten sloegen haar kinderen zo hard/ dat ze wel de kamer uit moest komen’.

    UW PLAATS IN ONS MEEDOGENLOZE ARCHIEF

    de soldaten sloegen haar kinderen zo hard
    dat ze wel de kamer uit moest komen

    leuk voor kinderen zijn knutselen
    spelletjes kleurplaten

    de vrouwen slapen ’s nachts in gebouwtjes
    de mannen liggen buiten in de kou

    leuk voor mannen zijn topsalarissen
    goedbetaalde banen reiskosten

    moeder werd achter in de legertruck gezet
    en mishandeld

    leuk voor moeders zijn bloemen
    iets hartigs ontbijt op bed

    het leger roofde het geld
    en trok haar van de wagen af

    goed voor uw wagen
    primer wax olie nieuwe banden
    van quickfit

    daarna werd ze door meer dan tien mannen
    in de lokale taal uitgescholden en geslagen

    het beste voor slachtoffers van verkrachting
    opvang medische zorg juridische begeleiding

    het is verstandig hier niet te lang mee te wachten
    want hoe langer je wacht hoe groter het gevaar
    dat bewèèèismeaterièl verdwêèèènt

    of verklaringen hobbel in de weg
    onzekerder worden

    Dat meedogenloze archief: het is de wereld. Bruinja wordt erdoor ‘overwoekerd’, beseft dat er niet uit te ontsnappen valt.
     
    ____________________
    TSEAD BRUINJA
    Overwoekerd
    Cossee, 79 blz., 19,90 euro

    AANTAL STERREN:
    ***

    Bron: De Standaard, 30-01-2010

  • Paraplu 

    De komende dagen plaats ik hier een aantal recente recensies van Overwoekerd, maar dan met de hele gedichten waar de criticus/ca op in is gegaan.

    Je wilt terug naar de regen

    Door Piet gerbrandy

    je gaat tegen haar aan liggen terwijl ze slaapt
    als je je arm om haar heen slaat
    legt ze haar hand op jouw hand
    en brengt je arm tussen haar borsten

    je weet dat het niet lekker ligt
    en dat je je zo gaat omdraaien
    dat je zo nooit in slaap zult vallen

    je legt je hand net zo lang op de rug
    van de gitaar tot het hout zacht wordt
    en wijkt

    warm water over je stramme schouders

    morgen


    Tsead Bruinja is een man van de wereld. Wie dat nog niet wist kan het lezen in zijn nieuwe bundel, waar zijn signalement ook vermeldt dat hij zeer behendig is, 'bijvoorbeeld in het doodrijden van bejaarde vrouwtjes bij het straatracen in de noordelijke provincies en dat hij het liefst op dronken gevoerde beren schiet in de bossen van Rusland samen met de koning van Spanje'. Misschien stopt hij binnenkort met dichten om gitaar te gaan spelen bij bands als 'Bloody Dick Swamp, Squirrel Nut Zippers of Phungusamongus. Ongetwijfeld zal Tsead ook daarin geil en succesvol blijken.' Dit is de conclusie: 'Niet wij maar Tsead leidt een waarlijk diep en tragisch leven.'


    WORMING UP VON KWABBENSTEIN

    Tsead Bruinja is een man van de wereld. Hij declameert graag wijsheden als: Zwitserland is wel duur. Als je daar chinees gaat halen ben je al een fortuin kwijt. Tsead is dus verstandig, maar wat weinigen weten is dat hij ook zeer behendig is, bijvoorbeeld in het doodrijden van bejaarde vrouwtjes bij het straatracen in de noordelijke provincies en dat hij het liefst op dronken gevoerde beren schiet in de bossen van Rusland samen met de koning van Spanje. Als Tsead er even doorheen zit verleent hij bovendien geheel pro deo de begrafenisondernemers in New York hulp bij het verwijderen en verhandelen van organen van pasgestorven leden uit de christelijke gemeenschap. Te verwachten valt dat Tsead binnenkort de roeping van de nobele dichterij zal verlaten om gitaar te gaan spelen bij bands als Bloody Dick Swamp, Squirrel Nut Zippers of Phungusamongus. Ongetwijfeld zal Tsead ook daarin geil en succesvol blijken. Wat we het meest aan Tsead zullen missen is de manier waarop hij als volleerd dictator een heel volk als de Tsjechen kon begroeten vanuit een open wagen. Tsead is gelukkig getrouwd, maar nog nooit klaargekomen in Cambodja, Thailand of op een van de Galapagoseilanden. Tsead vindt het ook jammer dat hij nog nooit iemand heeft geneukt in Hellhole Bay, South Carolina of in Big Beaver Lick, Kentucky. Wat dat betreft mogen wij onszelf in de klamme handjes knijpen. Niet wij maar Tsead leidt een waarlijk diep en tragisch leven.


    De aanstekelijke grofheid van deze tekst contrasteert in hoge mate met de wat brave en vooral politiek correcte toon van de rest van de bundel. Bruinja is van meet af aan een romantisch dichter geweest, rokend en drinkend op zoek naar liefde, zich verwonderend over de gekte die we dagelijks om ons heen zien, en begaan met het lot van de minder bedeelden. Maar in de grond lijkt zijn persona toch vooral een huiselijke man, die ons net als Simon Carmiggelt en Frits Abrahams deelgenoot maakt van zijn maar al te degelijke huwelijk, waarbij het er uiteraard niet toe doet hoe waarheidsgetrouw het geschetste beeld is. Waar het om gaat is dat deze dichter het kennelijk van belang vindt de poëzie dicht bij huis te houden.

    In het gedicht waarmee Bruinja solliciteerde naar het dichterschap des vaderlands presenteert hij een vakantiekiekje: 'in het jaar 2008 (…) rende ik samen met mijn vrouw/ naakt over het strand van een duits waddeneiland/ doken we een aprilkoude noordzee in/ alles aan mij werd klein'. Het gedicht begint echter zo:


    SNEEUW

    in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig
    lag ik niet drie dagen bedolven onder de sneeuw
    werd mijn eigen vrouw niet door tien mannen verkracht
    en levenloos uit een rijdende legertruck geworpen
    werden onze kinderen niet van ons afgepakt

    in het jaar 2008 was ik een man van vierendertig
    rende ik samen met mijn vrouw
    naakt over het strand van een duits waddeneiland
    doken we een aprilkoude noordzee in
    alles aan mij werd klein

    in het jaar 2008 was ik niet zwart
    deed ik geen gooi naar het presidentschap
    waren er geen honderd geweren op me gericht
    werd ik maar matig gehaat

    in dat afgelopen jaar kwam ik te vaak bij mijn huisarts
    die me zei minder te gaan drinken die me maagtabletten gaf
    en ik dacht ik ben toch vierendertig en nog geen vierenzestig
    en begon minder te drinken

    in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig
    die drie dagen onder de canadese sneeuw bedolven lag
    voor wie ik haar diepgelovige man bij de keukentafel bidden zag

    in het jaar 2008 had ik goddank mijn vrouw mijn handen
    en voeten nog


    Aan de oprechtheid van Bruinja's engagement valt niet te twijfelen, het probleem is dat het er zo dik bovenop ligt. De dichter leest de krant, kijkt naar documentaires, selecteert wat pakkende fragmenten, monteert die tussen contrasterende footage uit zijn eigen leven en laat het morele oordeel over aan de lezer, die daar helaas geen seconde over hoeft na te denken. Het is te gemakkelijk.

    Na een aantal strofen waarin onder meer enkele flitsen uit een oorlogsfilm te zien zijn, levert hij de moraal er zelfs pasklaar bij: 'wat durven wij te verwachten van dit leven/ waar durven we op te hopen meer dan op een goeie buurman/ een goeie vrouw haar hart als een vesting/ en een te verdragen aantal tegenslagen'. Dat zo'n dichter wordt ingehuurd door de EO, wekt geen verbazing.


    WAT DURVEN WIJ TE HOPEN

    terwijl ik ’s middags naar een oorlog kijk die ik niet heb meegemaakt
    en buiten kinderen luidkeels thuiskomen van school
    belt de buurman aan die gisteren via een sms zijn excuses aanbood
    voor de geluidsoverlast van zijn verbouwing

    er klinken even geen explosies uit de luidsprekers
    waaruit ik normaal naar mijn favoriete muziek luister

    liefdesliedjes

    de aanwijzingen die de bouwvakkers elkaar geven
    galmen door de lege kamer van de buurman
    terwijl hij onze trap op komt

    aan welke toekomst bouw jij lijkt elke tik van de hamer elke
    krakende trede onder zijn vriendelijke voeten te zeggen

    aan welke trommel bouw jij wil ik antwoorden
    wat valt er te overwinnen in deze hinderlaag die we lichaam noemen
    en tegen welk verlies kunnen we ons wapenen?

    ik zie hoe het bouwstof van zijn pet valt en kort het zonlicht vangt
    kijk dan over mijn schouder de kamer in

    op de salontafel ligt mijn mobiel naast de bril van mijn vrouw
    net voelde ik nog aan mijn wang hoe koud het gebutste ijzer was geworden
    dat rond de toetsen klemt

    in de film wrijft de soldaat inmiddels het bloed van zijn dode tegenstander
    over zijn gezicht en gaat met twee mijnen op zijn borst
    tussen de lijken liggen

    wat durven wij te verwachten van dit leven
    waar durven we op te hopen meer dan op een goeie buurman
    een goeie vrouw haar hart als een vesting
    en een te verdragen aantal tegenslagen


    Gelukkig is niet de hele bundel zo gemakzuchtig. Bruinja heeft naam gemaakt met soepel vlietende, associatief schakelende poëzie die de wereld neemt voor wat hij is, een voor de meesten van ons doorgaans leefbare chaos waarin liefde en lelijkheid, grasland en stadsrumoer vlak naast elkaar liggen. In een strofe die blijkbaar refereert aan opmerkingen van eerdere recensenten, zegt hij: 'de een zei gatenkaas tegen mijn gedichten/ de ander zei licht valt van bovenaf door zijn regels'.


    BRUINTJE BEER OP DE HELFT VAN ZIJN ADEMBENEMENDE GRAF

    na een avond chinees zit ik lang genoeg op de wc
    om me af te vragen of dit lichaam een geschenk is
    of een straf

    hoeveel unox heb ik nog te gaan
    hoeveel iglo
    hoeveel te jonge chardonnay
    hoeveel blond haar op lange benen

    ik breng mijn kind naar school en het hapert
    ik breng mijn kind naar school
    en ik krijg een brok in mijn keel

    blond haar lange benen

    ik heb mijn brievenbus dichtgeplakt
    in de garage het stof van de versterker
    afgeblazen de gitaar ingeplugd
    en de roest uit de oude nummers gespeeld

    verwelken doen we morgen wel
    de nikkei beleefde een matige dag melden ze op rtl
    maar mijn tong voelde fit aan

    de een zei gatenkaas tegen mijn gedichten
    de ander zei licht valt van bovenaf door zijn regels

    als die met een gedachte aan de haal gaan
    zie je het geschenk niet snel weer terug

    ik zat te lachen om je vraag
    ik heb je antwoord niet gehoord

    zei je nou forward that fatwa?

    ik zeg dank voor de sirenes

    De beste gedichten in Overwoekerd roepen sterke beelden op die in hun waarde worden gelaten. Er is ruimte om de geest te laten dwalen. Hier bijvoorbeeld:

    ik haal je van de straat
    geef je onderdak

    je wilt terug naar de regen

    ik draag je naar je bed
    geef je een kus

    je wilt terug naar de regen

    ik bak vers brood
    maak geurige koffie

    je wilt terug naar de regen

    ik luister
    schenk de wijn bij tot je slaapt

    je wilt terug naar de regen

    aan hoe je woelt zie ik het
    aan hoe je voeten zich bewegen

    je wilt terug naar de regen
    terug naar de straat

    maar wie draag ik dan naar mijn bed
    wie kus ik voor wie bak ik het brood
    voor wie laat ik de koffie geuren
    naar wie luister ik en wie schenk ik bij

    je wilt terug naar de regen

    met je mee
    over de drempel
    de straat op

    laat de deur open
    laat de regen binnen

    Waarom de aangesprokene terug wil, wordt open gelaten. In de slotregels gaat de spreker, en daarom ook de lezer 'met je mee/ over de drempel/ de straat op// laat de deur open/ laat de regen binnen'. Dat is af, in al zijn losheid.

    Intrigerend is een surrealistisch prozafragment met de magistrale titel Ik dronk tot ik simpel genoeg was om van te houden. Centraal daarin staat een scène waarin twee geliefden 'zonder telefoon' midden in een weiland liggen: 'aan de linkerkant van het weiland ligt een vlakte, aan de rechterkant een vrouw in een telefooncel wachtend op een gesprek. vanaf de telefooncel loopt een draad. (…) als de vrouw de telefoon opneemt vliegen de vogels weg. ze nemen de bloemen mee, schreeuwt de man. hij wacht niet op de kiestoon. hij wacht op de vogels.' Het onvermogen van de man en de vrouw om elkaar te bereiken spiegelt de onverstoorbaarheid van de geliefden in het weiland. De ik rookt, drinkt en observeert, 'tot ik kalm genoeg was om de geliefden in het weiland te zien lachen'. Zo'n film behoeft geen voice-over.


    IK DRONK TOT IK SIMPEL GENOEG WAS OM VAN TE HOUDEN

    ik dronk tot ik simpel genoeg was om van te houden. ik liet van me houden. de aarde scheurde onder mijn voeten. ik dronk tot ik simpel genoeg was om van te houden. drank stak brand in mijn keel en stopte mijn gedachten. ik dronk tot ik simpel genoeg was om van te houden. ze belde en ik rilde. ze knokte voor wat ik verspilde. zoon van de gedachte. vader van het gebed. adder kronkelend om de poten van het grote ijzeren bed. caleidoscoop van korrelige beelden. ik rookte tot ik kalm genoeg was om te blijven. de aarde scheurde. ze belde en ik rilde. we knokten voor wat ik verspilde. de zoon van de gedachte. de vader van het gebed. een adder kronkelend om de poten van het grote ijzeren bed. ik rookte tot ik kalm genoeg was om van te houden.

    de man die aan de andere kant staat te schreeuwen heeft geen geduld voor de kiestoon. ze neemt niet op. de man die aan de andere kant van de lijn staat te schreeuwen staat op een vlakte. voor hem een veld vol bloemen. midden in een weiland liggen twee geliefden zonder telefoon. aan de linkerkant van het weiland ligt een vlakte. aan de rechterkant een vrouw in een telefooncel wachtend op een gesprek. vanaf de telefooncel loopt een draad. midden in een weiland liggen twee geliefden zonder telefoon. boven hen een dikke witte draad. als de vrouw de telefoon opneemt vliegen de vogels weg. ze nemen de bloemen mee, schreeuwt de man. hij wacht wacht niet op de kiestoon. hij wacht op de vogels. dan.

    hij sleept een kind door het zand. dat weigert. dat opveert. maak dat je hier wegkomt. maak dat je van soort verandert. dat je uitsterft. hij sleept een kind door het zand. dat hapert.

    kringen onder haar ogen. spoel door. kaarsen op de taart. spoel door. kringen onder haar ogen. haar kind op stelten. word boos. beheers je woede. stel uit. spoel door. spoel door naar de vlakte. twee geliefden liggen in een weiland. zonder telefoon. zonder zicht op de telefooncel. zonder zicht op de vlakte. het strand scheurde onder mijn voeten. het kind viel. ze belde en ik rilde. de bloemen verdwenen van de duinen. ik rookte tot ik kalm genoeg was om de geliefden in het weiland te zien lachen. dronk tot ik stil genoeg was om van te houden.

    Misschien is Bruinja inderdaad te zeer een man van de wereld geworden, 'geil en succesvol' in de instituties van de Nederlandse literatuur, en neemt hij te weinig tijd om zijn poëzie te laten rijpen. Op een paar gedichten na is deze bundel niet geslaagd. Dat hij een belangwekkend dichter is, staat overigens buiten kijf.

    Bron: De Groene Amsterdammer, 30 juni 2010

    P.s. 'de een zei gatenkaas tegen mijn gedichten / de ander zei licht valt van bovenaf door zijn regels' is een bewerking van een quote van Tonnus Oosterhoff uit een artikel van hem over het boek Leegte, leegte die ademt (Vantilt 2006) van  Yra van Dijk, waarin zij onderzoek doet naar de betekenis van typografisch wit in de in de moderne poëzie. Het hele artikel is te lezen op http://www.nrcboeken.nl/recensie/wat-er-staat-als-er-niets-staat

  • Boodschappentas

    MENSENMENS VOER

    misschien kunnen we de aziaten vragen wat geld over te maken
    voor de vele verkiezingen die zullen volgen op deze onduidelijke periode
    met gecompliceerde omstandigheden waarin we diepgaande analyses
    overlaten aan de mensen op televisie aan de mensen op televisie
    van de straat

    mensenmens voer mensenmens voer

    het zou mooi zijn als dat overmaken nog voor prinsjesdag lukt
    want voor je het weet is de populariteit van de aangewezen minister-president
    tot een onacceptabel minimum gedaald en zijn partijorganisaties
    aan fraude en mismanagement ten onder gegaan

    mensenmens voer mensenmens voer

    of we vragen het aan feestbeest en hotelerfgename paris hilton
    die nog rijker wilde worden en italiaanse vrienden vroeg
    meer dan duizend lottoformulieren voor haar in te vullen
    om een kleine extra honderd miljoen binnen te halen

    mensenmens voer mensenmens voer

    het zijn incidenten in een lange reeks van dubbele agenda’s
    in een periode waarin we de diepgaande analyses overlaten aan mensen op televisie
    aan mensen op televisie van de straat die zich met volle boodschaptassen
    te vroeg loszingen van de werkvloer

    oh mensenmens voer mensenmens voer

     

    Geschreven voor het EO radio 1 programma Dit is de dag op 23-07-2010