•  

    Onder de korf met Bruinja, Seunnenga en Talma – 12 okt in de Schierstins te Veenwouden

    Ooit stond het drietal elk bij een andere club in korte broek en gekleurd t-shirt op het korfbalveld. Vaak regende het. Bruinja, Seunnenga en Talma spreken van een besmet verleden, want hun sport was toen en nu bepaald niet sexy. Hoe hebben zij het als jongens gedaan op het korfbalveld? Stonden ze bekend als topscoorders en gevreesde aanvallers of als vergeten reservespelertjes? En was het behalve gemengde sport ook gemengd douchen? Met gedichten, verhalen en uiteraard muziek doen ze een boekje open over hun niet trotse verleden.
    Locatie: Hoofdstraat 1, Veenwouden
    Datum: zaterdag 12 oktober
    Aanvang: 20.00 uur
    Voor inlichten en reserveringen: info@schierstins.nl of tel. 0511-472937

    VERENIGING IN DE KORFBALSE ZIN DES WOORDS

    kv avanti kv atlas kv albatros kv activitas
    kv boskant kv bladella kv bio kv bkc
    kv ’ t capproen kv celeritas kv concordia kv centrum
    kv de boemerang kv de hazenkamp kv de eemvogels kv de kangeroe
    kv de vinken kv de merels kv de treffers kv de parabool
    kv de waterpoort kv korfrakkers kv wilma’s kv de waterpoort
    kv dijkvogels kv dot/klaverblad verzekeringen kv dts kv dubbel zes ‘ 66
    dow dtl dtg dsg dtg doc dot dow dkb dfd devinco
    kv ekca/impact personeel kv eendracht kv ekc naes
    kv eureka kv flash kv fluks kv fortissimo kv good luck kv geko
    kv helios lv hilko kv hebbes kv hhcombi kv ijsselvogels
    kv invicta kv jes kv juventa/notuleerland kv kccc/delta logistiek
    kvs kvk kcr kcn kvz koru koag
    keep fit ‘ 70 kv klimop keep fit kovervesta kleine sluis kinderdijk
    kv madjoe kv moedig voorwaarts kv melmac kv movado miko ‘76
    kv oranje wit oranje zwart oranje nassau kv odo kv odio kv odisco
    kv paal centraal kv purmer kv prinses irene kv playing girls kv phoenix
    quick ‘ 21 quick up psv psv?
    kv rapid kv reehorst ’45 kv rietvogels rigtersbleek ritola RoDeBo Rosolo Ready reflex
    kv samen een kv sperwers kv spoordonkse girls kv scheldevogels kv stadskanaal
    tdk telstar tempo the blue stars thor tovido trekvogels tjoba thrianta togo
    kv tweemaal zes vakgericht valto kv vriendenschaar kv vkc/arob antennebouw
    kv wez warber wez fluch handich wees kwiek
    wss wwc wwmd weapons of mass destruction zkc zkv zsv zwart wit
    kv kv kv kv zwaluuuuuuuuuwwwwwwwwwwuuuuuuuuuhn

  • Zaterdag 12 oktober – Humoristische avond
    met Tsead Bruinja,Jankobus Seunnenga en Meindert Talma in De Schierstins te
    Veenwouden
    Korf_klein
    Alle drie hebben iets met humor, taal en muziek:
    Tsead Bruinja, Jankobus Seunnenga en Meindert Talma. Ze brengen hun
    niet-alledaagse kwaliteiten op zaterdag 12 oktober 2013 bij elkaar in de
    muzikale, humoristische en literaire avond ‘Onder de Korf’. Centraal staan hun
    jeugdige ongemakken bij het korfballen.
     
    Ooit stond het drietal elk bij een andere club in
    korte broek en gekleurd t-shirt op het korfbalveld. Vaak regende het. Bruinja,
    Seunnenga en Talma spreken van een besmet verleden, want hun sport was toen en
    nu bepaald niet sexy. Hoe hebben zij het als jongens gedaan op het korfbalveld?
    Stonden ze bekend als topscoorders en gevreesde aanvallers of als vergeten
    reservespelertjes? En was het behalve gemengde sport ook gemengd douchen? Met
    gedichten, verhalen en uiteraard muziek doen ze een boekje open over hun niet
    trotse verleden.

    Zie ook www.tseadbruinja.nl, www.jankobusseunnenga.nl en www.meinderttalma.nl.

     
    Locatie: Hoofdstraat 1, Veenwouden
    Datum: zaterdag 12
    oktober
    Aanvang: 20.00
    uur

    Voor inlichten en reserveringen: info@schierstins.nl of tel.
    0511-472937
    Tsead Bruinja (Rinsumageast, 1974) is van beroep dichter
    en geeft sinds het jaar 2000 gedichtenbundels uit. Vaak treedt hij op met
    muzikanten en dit jaar verscheen zijn boek Stofsûgersjongers/Stofzuigerzangers
    met etsen van Mirka Farabegoli en de debuut-cd van klassiek saxofoniste Femke
    IJlstra.

    Jankobus Seunnenga (Leeuwarden) werd bekend als
    lid van Frieslands vermaarde punkband Kobus gaat naar Appelscha. Daarna maakte
    hij furore in het ADHD-duo Pigmeat. Hij wordt gewaardeerd als muzikaal vertolker
    van gedichten van bekende Nederlandse schrijvers zoals dit jaar Louis Couperus.
    Hij kreeg hiervoor veel lof in diverse recensies: ‘Een taalvirtuoos. Seunnenga
    blijft onnavolgbaar stuiteren tussen ernst en luim’.

    Droge humor is ook
    een belangrijk kenmerk van Meindert Talma
    (Surhuisterveen,1968). De boomlange schrijver/zanger/componist heeft diverse
    cd’s, romans en verhalen gepubliceerd en weet muziek en geschreven tekst goed te
    combineren. Hij trad veel op met The Negroes, won met zijn muziekvrienden het
    Friese songfestival Liet 2004 en brengt dit jaar weer een combinatie van cd en
    roman uit: Kelderkoorts.  

  • Josha Zwaan wilde als kind de wereld redden, volgde een opleiding tot hulpverleenster, maar kon het werk niet aan, waarop ze romans begon te schrijven, wat ze ook als kind al had gedaan. In haar boeken Parnassia en Zeevonk geeft ze stem aan mensen die ontworteld zijn. (meer over Zwaan http://www.joshazwaan.nl/)

    Pleister

    Afgelopen zondag was ze te gast bij EO's radioprogramma 'Dit is de zondag'. Die aflevering is te beluisteren via http://www.eo.nl/radio/ditisdezondag/aflevering-detail/dit-is-de-zondag-2d9e37bae3/.

    Voor haar schreef ik onderstaand bericht:

    PLEISTER

            men zou een pleister op vele wonden willen zijn 
            Etty Hillesum
     
    ik zou een pleister willen
    zijn op vele wonden
     
    daarom kan ik de deur
    niet uit
     
    er is geen slot groot genoeg
    voor mijn deur
     
    daarom kan ik de deur
    niet uit
     
    als ik er maar veel aan denk
    komt het misschien goed
     
    met de buurman de buurvrouw
    en het schip de wereld
     
    ik moet echt de deur uit
     
    maar er groeit een gat in de ozonlaag
    en ik heb een koelkast
     
    er zijn kinderen met bolle buikjes
    en mijn koelkast vult zich
    als ik de deur uitga
     
    ik moet de deur uit
    ik moet een pleister zijn
     
    ook toen ik er veel aan dacht
    kwam het niet goed
     
    met buurman buurvrouw
    of het schip
     
    dus bid ik mijn eigen wond open
    naai ik mijn mond niet dicht

     

     

    © Tsead Bruinja

  • Anekdotes over een jeugd en later
    Ze staan met zijn drieën op de achterkant van het
    kloeke boek, in de sneeuw, geen bomen, een horizon en heel vaag het silhouet van
    een dorp met een zadeldaktoren. Vooraan Femke IJlstra in een rode jas, met rode
    laarzen, Femke, die zo mooi saxofoon speelt. Bij het boek is een cd met haar
    muziek: interessant, prikkelend en lyrisch. Rechts achter haar de dichter Tsead
    Bruinja, in het zwart, kort geschoren hoofd. In het midden, achter de andere
    twee Mirka Farabegoli, met paardenstaart, wegkijkend.
    Achterkant
    Foto door Linus Harms - http://linusharms.nl/

    Hoe komt zij nu toch in
    dit Friese landschap? Ze is hier geboren en kent hetzelfde heimwee naar
    Friesland, of weemoed om, als de anderen. Femke vroeg Tsead of ze niet iets
    samen konden doen. Ze zouden samen een theaterprogramma maken. Tsead had een
    gedicht geschreven over een buurvrouw die tijdens het stofzuigen meezong met de
    Arbeidsvitaminen en ondertussen in de gaten hield wie er langs kwamen. Hij
    herkende iets: doe maar gewoon je werk, luister naar muziek en kijk naar buiten.
    Tsead kende Mirka, omdat zij hem ooit had gevraagd iets te schrijven voor een
    expositie van haar.
    Het theaterprogramma moet nog komen, maar een boek
    is er al, een boek met muziek, gedichten en etsen over thuiskomen. De laatste in
    aardekleuren, figuratief, ook lyrisch, bekwaam getekend.
    Tsead opent met gedichten over zijn jeugd, in het
    Fries en het Nederlands. We komen bekende elementen tegen uit eerdere bundels:
    een vader die werkloos werd, hoe zijn ouderlijk huis in vreemde handen kwam, de
    houten trappers die zijn opa maakte voor zijn fiets, de ziekte van zijn moeder,
    de plaatjes van vrouwen uit de Panorama van de leesmap, de ontdekking van
    seksualiteit. Daarna komen andere afdelingen: ‘Wolk Bouwland Bast’, ‘Hotel
    hoogtevrees’, waarin met letters wordt gespeeld en met kleuren.
    Bouwland

    Zestien jaar en in de war; ruzie met vader. Andere
    jongens hadden dat ook en de ik helpt ze in leven te blijven. Hoe serieus zijn
    zelfmoordgedachten op die leeftijd? Soms heel serieus.
    Later gaat het beter, maar er blijft altijd een
    tekort. Het leven van een dichter is ook niet gemakkelijk.
    Om wat te verdienen gaat hij naar scholen. Hij komt ‘s winters in Sneek ‘voor
    drie vierde klassen / waarvan twee begeleid werden door invalkrachten /
    heldhaftig een workshop (te) geven over het schrijven van
    gedichten’.
    mijn koffer op wieltjes met bundels om gratis weg
    te geven
    en bundels om onder de winkelprijs te
    verkopen
    was een sneeuwschuiver geworden
    door de grijze sneeuwdrek slofte ik naar de
    trein
    om in groningen bij een vriend te gaan
    eten
    (…)
    in de kou stond ik de volgende dag
    bobo’s warm te maken voor cultuur op
    boten
    (…)
    de dag daarop las ik voor op dezelfde
    boot
    soms vertrok het publiek voordat ik was
    begonnen
    omdat ze alleen maar de boot wilden
    bekijken
    enkelen bleven zitten
    een tentoonstelling ‘s avonds een opening over
    oriëntaalse kunst uit rusland
    ik moest op na een buikdanseres die ook uit
    amsterdam kwam
    een straat verderop bleek te wonen en
    smakelijk
    over haar vrijzinnige seksleven sprak
    voor haar liep ik naar het station
    om uit te zoeken wanneer de laatste trein zou
    vertrekken
    en zei na haar eerste optreden voor een zaal met nog
    meer bobo’s hapjes
    en open deuren tegen de organisator
    waarschijnlijk een stagiaire
    dat ze ervoor moest zorgen dat het stil zou
    zijn
    omdat ik me anders zou verhangen
     
    Hij moet nog naar Nijmegen, maar het is allemaal
    ellende, weinig publiek (evenveel als organisatie).
    Veel dichters zullen deze avonturen herkennen, maar
    ze houden zich meestal groot naar elkaar. Was het leuk? Ja hoor, er werd
    behoorlijk geluisterd. Ik heb ook nog een bundel verkocht.
    Naast het gedicht of misschien moet ik schrijven
    ‘verslag van on the road’ staat een wilde tekening van een soort monster met
    heel grote ogen. Dat zal geen toeval zijn.
    Monster
    Tsead Bruinja is in dit boek, zoals vaker in zijn
    gedichten, open over zijn leven, zijn dromen, vrouw en vrienden; meestal
    opgewekt, maar ook melancholiek. Hij schrijft zonder pretentie, sympathiek en
    humoristisch.
    Boek_stofsugersjongers
    Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers, gedichten
    etsen en CD
    uitg. Afûk, Leeuwarden 2013
    Bron recensie: De Poëziekrant, No. 5 2013
  • Koning

    Vandaag lees ik voor in Den Haag tijdens het nieuwe Prinsjesfestival. "Het Prinsjesfestival is een jaarlijks terugkerend festival dat plaatsvindt in de dagen voorafgaand aan Prinsjesdag… De komende jaren moet het uitgroeien tot een echt Feest van de Democratie. Voor 2013 staan onder andere de volgende onderdelen op het programma: het Prinsjescabaret, de Prinsjeslezing en het Prinsjesdebat, het Prinsjesdiner, de Prinsjesborrel en de Prinsjesrede."

    http://prinsjesfestival.nl/

    Ieder jaar staat er een andere provincie centraal tijdens het festival en dit jaar is dat Fryslân, waardoor ik als Amsterdamse Fries mag aantreden als prinsjesdichter.

    Er werd mij gevraagd me te verplaatsen in de nieuwe koning die voor het eerst de troonrede mag voorlezen.

    Bij deze eerst de Nederlandse vertaling en daarna het Friese origineel:

    royaal onderhoud

    hoe moet het nu met ons?
    zoveel jaren al bij elkaar
    en ons echte gesprek
    moet nog beginnen

    je gaf mij een stoel een jas en een kroon
    keek mij verbaasd aan
    toen ik hem dragen kon

    hoe moet het nu met ons?

    nu mijn werk begonnen is
    de woorden mij gegeven zijn
    ik de boel bij elkaar moet houden
    en ik zoveel meer te zeggen heb

    ons echte gesprek
    moest nog beginnen
    toch? 

    wat zou het uitmaken als ik zei
    dat ik thuis op de bank nog altijd meezing
    met de koren in het stadion

    dat mijn handen jeuken om de champagnefles
    te schudden en de kurk eraf te laten knallen

    wat zou het uitmaken als ik zei
    dat ik een idee voor dit land had net als moeder
    en tussendoor jullie een grap vertelde

    er was eens een luie koning van een lui volkje. de oogst was
    mislukt en sterven van de honger leek hem niet erg eervol. hij riep het volk op
    een berg te beklimmen en zei bovenop de berg dat hij besloten had dat het beter
    was om er collectief een einde aan te maken. één van zijn onderdanen stak de
    vinger omhoog met de boodschap dat hij een aardappelveld zag liggen dat gezond
    leek. 'zijn ze al geschild?' vroeg de koning. 'nee'', zei de hongerige
    onderdaan. 'dan springen we', zei de koning.

    zou dat nu echt zo erg zijn
    een man met een mening

    het is aan julie
    om erachter te komen

    of ik het meen als ik jullie het beste toewens
    dat hoeft niet zo

    *

     

    royaal ûnderhâld

    hoe moat it
    no mei ús?
    safolle jierren al by inoar
    en ús echte petear
    moat noch
    begjinne

    do joechst my in
    stoel in jas en in kroan
    seachst my
    fernuvere oan
    doe't ik him drage koe
    hoe moat it
    no mei ús?

    no myn wurk begûn is
    de wurden my jûn binne
    ik de brut byinoar hâlde moat
    en ik safolle mear te sizzen ha

    ús echte petear
    moast noch
    begjinne
    dochs?

    wat soe it útmeitsje at ik sei
    dat ik thús op `e bank noch altyd meisjong
    mei de koaren yn it stadion

    dat myn hannen jûkje om de sjampanjeflesse
    te skodzjen en de koarke dêroer ploffe te litten

    wat soe it útmeitsje at ik sei
    dat ik in idee foar dit lân ha lykas mem hie
    en tuskentroch jim in grap fertelde

    der wie ris in sleauwe kening fan in sleau folkje. de
    rispinge wie mislearre en stjerre fan 'e honger like him net bjuster earfol. hy rop it folk op om in berch
    te beklimmen en sei boppe op de berch dat hy besletten hie dat it better wie om
    kollektyf der in ein oan te meitsjen. ien fan syn ûnderdanen stuts de finger
    omheech mei it boadskip dat hy in jirappelfjild lizzen seach dat sûn like.
    'binne se al skyld', frege de kening. 'Nee', sei de hongerige ûnderdaan. 'dan
    springe we', sei de kening

    soe dat no echt sa slim wêze
    in man mei in miening

    it is oan jimme
    om derachter te kommen

    of ik it mien at ik jim it bêste tawinskje
    dat hoecht net sa

     

    http://prinsjesfestival.nl/over-prinsjesfestival/

    En nog een fijne kleurplaat voor de kinderen:

    Koning-scepter

  •  

    Lucky TV haalde het gedicht dat ik schreef voor het Fries Museum even door de Lucky Vertaalcomputer en hij heeft de code gekraakt. Nu weet ook ik eindelijk wat ik allemaal versleutel. Ik ben namelijk eigenlijk René die al die tijd en in elk gedicht weer het geluid van een verkrachte eend na. 

    It sizze oant it net mear jildt 

    wolst it
    bewarje
    sadat it
    itselde bliuwt

    wolst it
    bewarje
    oant it
    mear wurdich wurdt

    itselde dat wat wurdich bliuwt
    wolst by dy hâlde

    yn dy meidrage en sjen litte
    en achter dy litte

    omdat der wat nijs oankomt
    datst ek bewarje wolst

    de keet fol guod de hûd sa'n swiere winterjas
    datst dy by
    it simmer deaswitst

    en wêr sette wy dy dan del
    aanst

    en neist wa?

    Steen1

    het zeggen tot het
    niet meer geldt

    je wilt het bewaren
    zodat het hetzelfde blijft

    je wilt het bewaren
    tot het meer waard wordt

    hetzelfde dat wat waard blijft
    wil je bij je houden

    in je meedragen en laten zien
    en achter je laten

    omdat er wat nieuws aankomt
    dat je ook wilt bewaren

    de tent vol zooi je huid zo'n zware winterjas
    dat je je in de zomer doodzweet

    en waar zetten we je dan neer
    straks

    en naast wie? 

     

    De steen werd gelegd als onderdeel van de Poëzieroute Leeuwarden:

    http://www.poezieroute.nl/

    Meer over de opening:

    http://nos.nl/koningshuis/artikel/550739-maxima-opent-fries-museum.html

    http://www.nufoto.nl/fotos/397366/koningin-maxima-opent-nieuw-fries-museum.html

    http://www.metronieuws.nl/entertainment/foto-s-koningin-maxima-opent-nieuwe-fries-museum/SrZmim!KQuuo7iIwtOY/

    Fries Museum:

    http://www.poezieroute.nl/

    Steen2

  • Friese
    weemoedigheid

    Tsead Bruinja
    moest het verhaal van zijn jeugd kwijt


    Aardappel3

    Door Janita Monna

    De
    zoektocht naar de verloren tijd, en naar de mensen,
    het landschap, het huis en de spullen die daarmee verbonden waren, drijft
    schrijvers, dichters en kunstenaars van alle tijden. Dat universele gevoel ligt
    ook aan de basis van het tweetalige Gesammtkunstwerk ‘Stofsûgersjongers
    /stofzuigerzangers’ van drie Friese kunstenaars: dichter Tsead Bruinja,
    saxofonist Femke IJlstra en beeldend kunstenaar Mirka
    Farabegoli.

    Bruinja’s gedichten
    voeren de boventoon. Ze leiden terug naar het Friesland van de jaren tachtig,
    toen het ook crisis was, en de vader van de dichter werkloos werd. De familie
    moest verkassen, in hun huis kwamen nieuwe mensen:

    fennema had een zuur
    hoofd en met dat hoofd
    en dat wijf zou hij
    in ons huis wonen.

    Het verhaal gaat
    verder, want Stofsûgersjongers /
    Stofzuigerzangers
    is dan wel opgedeeld in afzonderlijke gedichten, het is
    toch vooral een vertelling, een die zich bovendien moeilijk anders dan
    autobiografisch lezen laat.

    De jongen gaat naar
    een andere school, probeert z’n (Friese) accent kwijt te raken, verliest z’n
    moeder en kan daar aanvankelijk niet om huilen; als dichter is hij on the
    road,
    verlangt hij naar zijn vrouw, zijn thuis, en ook weer niet. Hij treedt
    op voor nauwelijks in te tomen scholieren en voor halflege theaterzaaltjes: “ik
    was weer eens veel te vroeg voor het optreden// waarvoor een deel van de
    poëzieliefhebbers thuisgebleven was”. Bruinja’s reis naar vroeger is het
    herbeleven van pijn. Puberdepressies worden volwassen problemen. De dichter is
    gedesillusioneerd, dichten lijkt voor hem iets
    therapeutisch.

    Dat
    ismeteen het bezwaar tegen de bundel:
    Bruinja doet wel pogingen zijn geschiedenis universeler te maken – soms
    letterlijk: ‘om half zes komen nog altijd/ veel vaders thuis van hun werk’ –
    maar dat heeft iets geforceerds. En zodra de dichter echt dichtbij komt, lijkt
    hij de confrontatie niet aan te durven. Als het verdriet om de dood van zijn
    moeder ter sprake komt, verschuilt hij zich achter de typografie: de regels
    lopen naar beneden in de vorm van tranen.

    Traan
    Bruinja heeft al
    eerder bewezen dat hij liefdevol kan schrijven over zijn afkomst, familie en
    geliefden. Zijn Fries heeft van zichzelf een meeslepende weemoedigheid. Als hij
    zich dwingt tot bondigheid, behoudt zijn poëzie die kracht ook in het
    Nederlands. Maar hier laat hij te weinig suggestie toe en lijkt hij te graag een
    verhaal kwijt te willen. Misschien had hij dat gewoon in proza moeten
    doen.

    Bruinja en IJlstra
    wilden aanvankelijk een theaterprogramma maken. Het werd een fraai uitgegeven
    boek, met etsen in kleur en een cd waarop de saxofoon heimwee en verlangen
    vertolkt.

    eet
    smakelijk

    ze
    rookten nooit
    dus
    het asbakje bleef leeg
    op
    het dikke ronde tafelblad

    waarop
    tussen de middag door oma een pan met vette kippenvleugels
    en
    een schaal prei in maïzenasaus en aardappelen op werden
    gezet 

    opa
    zei dat ik de juslepel dieper door het vet moest halen
    het
    donkere is het lekkerste

    mijn
    sokken speelden met
    de
    barokke houten poten van de tafel
    volgden
    de bogen en punten

    als
    opa na de fles blanke vla
    zei
    dat hij even ging liggen
    en
    oma daarna op de bank in de voorkamer
    tussen
    het bespreken van de laatste showbizzroddels
    met
    de ogen begon te knipperen

    sloop
    ik langs mijn snurkende opa
    met
    de vier weken oude panorama uit de leesmap
    naar
    de wc in de schuur

    om
    te lezen over janny
    die
    op de foto was gegaan voor haar man
    de
    vrachtwagenchauffeur

    zij
    rookten nooit mijn opa en oma
    maar
    slapen en lekker eten 

    daar
    wisten ze alles van

     

    Bron: Trouw, 31-8-2013

  • Dit is het gedicht waarop je
    zat te wachten –

    ik ook – en er in laat ik een
    blinde hond

    wandelen met een glibberende
    ratelslang…

    Zo opent een gedicht van Matthew Sweeney dat hij komende zondag 18 augustus zal voorlezen tijdens de zevende editie van Poetry & Songs in de Bolder op camping Stortemelk te Vlieland. De presentatie is wederom in handen van Bas Kwakman van Poetry International die naast Matthew Sweeney ook de dichters Anneke Brassinga en Arjen Duinker zal aankondigen. Muziek is er van keelzanger, beatboxer en mondharpist Danibal en zelf zal ik ook enkele gedichten voordragen.

     

    Sween

    Hieronder als voorproefje drie gedichten van Sweeney die ik speciaal voor deze avond vertaalde en twee filmpjes met voordracthen. Wie meer van hem wil lezen in de vertaling van Peter Nijmeijer, raad ik aan om de tweetalige bundel Het IJshotel (Uitgeverij Atlas, 2008) op te sporen, bijvoorbeeld via http://www.boekhandelperdu.nl/Het-ijshotel of via Boekwinkeltjes.nl

    En wie hem wil horen komt zondag maar naar Vlieland!

    Het gedicht waarop je zat te wachten

    Dit is het gedicht waarop je
    zat te wachten –
    ik ook – en er in laat ik een
    blinde hond
    wandelen met een glibberende
    ratelslang
    over de North Main Street in
    Cork, waar
    langgerokte Roemeense
    zigeuners langs lopen
    in groepjes en Auntie
    Nellie's snoepwinkel
    lonkt. Ja, de blinde hond en de
    slang –
    daar zorg ik voor,
    natuurlijk, en leid hen naar

    de rivier daaronder. Mensen
    proberen ons tegen te houden –
    jongens met meisjes, vooral,
    maar ik negeer hen.
    Ik zit met gekruiste benen op
    de voetgangersbrug
    aan het einde van de Grand
    Parade, met twee
    gasten naast me, en mensen
    gooien munten
    die ik achterlaat wanneer we
    weg lopen.
    Niemand schenkt aandacht in
    Douglas Street,
    dus marcheren we door naar
    het einde, negeren daarna

    de instructie in het zuiden
    te blijven.
    In plaats daarvan, roepen we
    een taxi, waarmee
    de blinde hond, de
    ratelslang, en ik, het erop wagen
    terug te keren naar Sunday's
    Well, naar de verfijnde,
    door honden besmeurde
    hellingen, de slager met een hoed,
    en ik laat de hond en de
    slang vrij om
    langs de stoep te dartelen,
    terwijl ik
    achter hen aan zwalk,
    absoluut op mijn hoede.

     


     
    Matthew Sweeney leest het gedicht 'The Night Post'


    De Grootste Taak

    Denkend aan de taken die mij
    wachten,
    dacht ik dat ik maar met de
    grootste beginnen moest –
    het begraven van de olifant,
    toegegeven
    een kalf, maar groter en
    zwaarder
    dan een varken. Ik flapte één
    gigantisch oor op en neer,
    daarna het andere, terwijl ik
    mij Wally’s vaardigheid
    met de voetbal voor de geest
    haalde, hoe hij hem
    door de voeten van de
    lachende jongens dribbelde,
    trompetterend als hij een
    goal scoorde.
    En de manier waarop hij zich
    door de hond liet berijden,
    die blafte als ze op snelheid
    kwamen, de heuvel
    af naar de zee, waar ze in
    plonsden.

    Wie zou hem nu hebben willen
    vergiftigen?
    De filmploegen die bij de
    poort aankwamen,
    smekend om hem te mogen
    filmen; de dichteres
    die om het huis rondhing, van
    alles aan het neerpennen
    in haar boekje, duidelijk een
    episch werk in wording;
    of de beeldhouwer die het zachte
    lood kneedde –
    dit alles woog ik af tegen
    zijn mogelijke moordenaar.
    Waar was de zanger met zijn
    protestlied,
    of de eco-terrorist die hem
    zou wreken?
    Waarom wilde de politie mij
    niet eens geloven?
    Ik was verrast dat de mannen
    in het wit niet gestuurd
    waren om me een strak pakje
    aan te passen.

    Ik besloot dat het de kust
    moest worden, het verste
    punt, dichtbij de
    kasteelruïne. Ik huurde
    een mini bulldozer en een
    bestuurder, die de arme
    Wally op mijn trailer tilde,
    en de jongens
    kwamen om vaarwel te zeggen,
    net als
    de menigte die zich verzamelde,
    inclusief een doedelzakspeler
    die een trage aria liet
    klinken. We groeven een gaten
    duwden hem er in, daarna
    bedekten we hem.
    De jongens legden een cirkel
    van stenen er bovenop,
    toen gingen we er omheen
    staan tot het hoogwater
    werd. Ik ging naar huis, naar
    mijn Talisker.
    De rest van mijn taken konden
    verdomme wel wachten.

     


     

    In dit filmpje: "Matthew Sweeney introduces and reads from his tenth collection of poems, Horse Music (2013). The new book is as sinister as its dark forebears, but the notes he hits in Horse Music are lyrical and touching as well as disturbing and disquieting… Neil Astley filmed Matthew Sweeney reading a selection of poems from the book at his home in Cork in February 2012. Sweeney reads six poems: 'Horse Music', 'Fans', 'The Tunnel', 'Sunday Morning', 'The Slow Story of No' and 'Booty'.' For more details see:http://www.bloodaxebooks.com/


    De Inquisitielaan 

    Gisteravond wandelde ik de
    Inquisitielaan af
    naar de oever van de
    Guadalquivir. Ik had

    gebraden kip met knoflook en
    gegrilde lamsniertjes gegeten
    en een fles Ramon Bilbao
    Rioja Crianza gedronken.

    Niemand had me gemarteld omdat
    ik niet in de vergulde
    Madonna of de kruisslepende
    Christus geloofde.

    Niemand zou me de rivier in
    gooien,
    minus mijn duimen, vingers of
    testikels.

    Ik had zelfs Barcelona zien
    winnen in stilte,
    ze waren zo populair als
    Protestanten in Sevilla.

    In de Inquisitielaan was het schemerig
    maar niet donker –
    de maan hing erboven, en
    zwaluwen

    stoven heen en weer, over
    mijn langharige hoofd.
    Ik hoorde het vage geluid van
    Flamenco gezang.

    Ik bereikte de rivier en zag daar
    een boot –
    zonder erover na te denken
    sprong ik erin. De riemen

    bewogen uit zichzelf door het
    water
    en brachten me naar het
    Inquisitiekasteel

    dat zichzelf opnieuw in
    elkaar had gezet op de rivieroever
    en mij verwelkomde in haar
    donkere kelder.

     

    © gedichten Matthew Sweeney
    © vertalingen Tsead Bruinja


    Sween2

    Bron: http://www.youngpoetsnetwork.org.uk/2011/05/13/matthew-sweeney-finding-a-title/

  • Bruinja_freed_lc_s01

    De wrâld yn

    ‘Stofsûgersjongers’ is
    net sa mar in dichtbondel, it is in ‘groepsding’. De tekeningen fan Mirka
    Farabegoli en de muzyk fan Femke Ijlstra binne suver like wichtich as de
    gedichten fan Tsead Bruinja.

    Troch Jacob Haagsma

    Eins skoden der
    twa inisjativen yn inoar. Femke IJlstra, Frysk saksofoaniste om utens,
    benadere Tsead Bruinja, Frysk dichter om utens, om ris tegearre wat te dwaan.
    En suver tagelyk krige er mail fan Mirka Farabegoli, Frysk byldzjend keunstner
    om utens, oft er net by in solo-eksposysje fan har live gedichten meitsje woe.

    ,,Dat gie my wat te mâl”, seit er, ,,mar it idee om poëzij
    mei byldzjende keunst te ferbinen is wol moai, Dêr ha ik op har oplieding ek wol
    ris les yn jûn. En dus like it my moai om har derby te heljen.” En sa kaam it:
    in prachtich úfierd boek, mei Bruinja syn gedichten, byldzjend wurk fan
    Farabegoli en in cd mei hjoeddeiske saksofoankomposysjes fan IJlstra, foar in part
    spesjaal foar har skreaun.

    Sjoen de eftergrûn fan dizze trije keunstners leit de
    tematyk fan de bondelwolwat foar de hân.Underweis wêze, mar ek: weromsjen nei eartiids,
    nei hûs, nei Fryslân.  ,,Femke werkende
    dat benammen yn it gedicht ‘Snie stasjon leech’. Sy is ek faak ‘on the road’ foar har muzyk.
    Lekker ‘on the road’ wêze, anonym yn in hotelkeamer omhingje.”

    Tsjinwicht

    En as tsjinwicht dan omgrieme yn it persoanlike ferline, wat
    Bruinja dan ek wiidweidich docht yn in rige tige persoanlike gedichten. Hy wol
    it net ûnwennigens neame, of nostalgy. Siz mar ‘sehnsucht’. ,,It is it opwearde
    skatten fan watst meimakke hast. Dy ferhalen meitsje dy watst bist, hoest
    groeid bist. As ik in boek lês, wol ik graach witte hoe’t de skriuwer sa wurden
    is, hoe’t dy der ta kommen is om dat boek te skriuwen.”

    Dy tematyk komt ek oan de oarder by de oare keunstners, ek
    al is it ferbân fansels net hielendal ‘rjochtút’. Mirka Farabegoli lit har foar in part
    ynspirearje troch har reizen nei Colombia. It meast opmerklike stik op
    de prachtige cd fan Femke IJlstra, wat dat oanbelanget, is ‘De bazuin’, neamt
    nei it korps út Stiensgea dêr’t IJlstra har earste stappen op it paad fan de muzyk
    sette.

    ,,De kompoanist Geert Schoonbeek de Vlaming hat der spesjaal
    foar nei Stiensgea west, hy hat yn har sliepkeammerke stien fan wêrút sy
    útseach op it oefenhok fan De Bazuin”, seit Bruinja. ,,Dat ferhaal stekt der
    wol boppe út.”

    De bernejierren op it Fryske plattelân wiene lang net
    altiten in paradys fan moaie herinneringen. Yn it gedicht ‘Koeken en chips’
    fertelt Bruinja oer syn selsmoardtinzen fan dy tiid. ,,Ik wie as jonkje net al
    te fleurich, ik tocht tefolle nei oer de dingen. Lykas ús heit, dy hat ek sa’n
    donker aard. Dat ha ik no noch wol, mar net sa ekstreem. Sa no en dan in
    terapy, in goed glês wyn of in stik hasj-sûkelade, dan kin ik der wol wer
    tsjinoan.”

    Sa hat Tsead Bruinja wol wat fan in hjoeddeiske poète
    maudit. Mar it byld fan de iensume dichter op syn kâlde souderkeamer sprekt him
    út noch yn net oan. Sterker noch: poëzij is, foar him, in groepsding. It wurk
    fan Farabegoli, IJlstra en net te ferjitten foarmjouster Monique Vogelsang is
    foar him like wichtich.

    Subtyl

    ,,Har namme hie ek wol grut op it boek mocht. Ik ha tsjin
    har sein: reagearje do mar op it wurk. Dat hat se sa moai dien, sa subtyl. Sy hat elts gedicht oars foarmjûn. En
    ik sjoch eltse kear noch nije dingen: o, dat hat se sa bedoeld.” Dat wurket hiel
    goed yn ‘Aksint’: alle letters ûnder inoar, net neist inoar. Ek foar Bruinja
    makket dy yngreep it gedicht allinne mar sterker. ,,Ik tocht: as ik no foarlês,
    sil ik foar it gemak net in normaal printsje meitsje? Mar nee, dit is de foarm,
    samoat ik it foarlêze. Ek al is it sa in stik dreger.”

    Hy beskôget de tekst fan in gedicht dochs al as in soarte
    partituer, lykas by in muzykstik. Eins komt de boel, foar him, pas ta libben as
    er it foardraacht. ,,Dan ûntstiet pas de magy. Sjoch de tekst mar as de
    grûntoan, mar kinst, lykas by muzyk, ek eindigje op in oar part fan de
    toanledder. Dêr boartsje ik mei, en ek mei de betsjutting. Dy kin eltse
    foardrachtwer in bytsje ferskowe.”

    Ek dy foardracht is, yn it ideale gefal, in ‘groepsding’.Hy
    docht dat graach mei oaren, muzikanten leafst, en dan mar op inoar reagearje. ,,Ik
    ha in grut langstme nei gearwurking, nei nije freonskippen yn de keunst. It
    skriuwen jout my in skop ûnder de kont, de wrâld yn.Deliteratuer is goed
    foarmy: sa moetsje ik in protte minsken, sa reizgje ik wat ôf, nei Nicaragua, Slovenië,
    Skotlân, Malta. Wylst ik útmysels net op fakânsje gean soe. En ik hoech net
    foar in baas te wurkjen.”

    Bruinja_freed_lc_s02

    In dichter aardzjend
    nei de ierde

    Troch Eppie Dam

    In
    multidissiplinêr teaterprogramma moat it úteinlik wurde, mar earst
    draaide it út op in boek mei cd. ‘Stofsûgersjongers’ befettet poëzy fan Tsead
    Bruinja, etsen fan Mirka Farabegoli en saksofoanridels fan Femke IJlstra. Neffens
    de flap is it in projekt oer ‘fuortgean, weromkomme en aardzje’. Yn Bruinja syn
    gedichten giet it foaral om it lêste.

    In fers fan betsjutting is ‘Aksint’, dat begjint mei de
    rigels: ‘ik gie nei skoalle / yn de grutte stêd / besocht myn aksint te
    ferliezen / mar ferlear mysels’. Plattelânspuber Tsead aardet net yn Ljouwert, en
    it duorret lang foardat er wêze kin wa’t er werklik is: ‘ik waard âlder en
    dichter (…) en myn aksint kaam werom’.

    Dêrnei is er net mear benaud foar ambysjes en neamt er
    himsels ‘in sleat dy’t dreamde fan in oseaan’. Behalve nei syn âlden en
    foarâlden, aardet Bruinja nei de plakken dêr’t er wenne hat en dy’t er al
    ferhúzjend achter him liet. Elkenien en alles nimt er wat fan mei, en syn
    fersen dogge dêr ferslach fan yn in unike mjuks fan ôfstân en belutsenheid. Yntusken
    wurdt ‘de wrâld grutter / de pine djipper / it hert lytser’, al kin er dingen
    better ferneare neigeraden dat er dichtsjend tichter by himsels komt. Hoe grut –
    en tagelyk, hoe lyts – de wrâld foar him wurden is, docht bliken út it fers
    ‘Gref’. Dêryn sprekt er út dat er ‘neaken yn in tekken / de grûn yn wol // wêr
    makket my net folle út’. As ynternasjonaal dichter hat er ‘fel en hier falle litten
    yn yndonezië simbabwe en nikaragûa’, dat wol sizze, hy leit al ergens oars, en
    dêrom kin er oeral op ierde aardzje.

    Fan de fiif skiften binne de earste trije fan heech nivo,
    mei as útsjitter it lange fers ‘Snie stasjon leech’. Dêryn is de dichter
    dagenlang op stap mei syn ‘koffer op tsjiltsjes fol bondels om fergees wei te
    jaan’, wylst er wit dat der reden is om nei hûs te gean. Hoe’t de aard fan ’e
    minske stride kin mei de aard fan de dichter. Bruinja hie him as dichter al bewiisd.
    Dochs hat er yn dizze bondel syn
    eigen lûd noch wer ferheldere en ferdjippe, faak feilleas sekuer yn ’e dingen
    dy’t er sizze wol. Dêrneist is ‘Stofsûgersjongers’ in prachtboek om te sjen.
    By in twadde printinge soe de namme fan foarmjouwer Monique Vogelsang op ’e
    titelside meie. En aanst yn it teater net ferjitte en projektearje op in skerm
    har bysûndere lay-out.

     

    Bruinja_freed_lc_s04

     

    Bruinja_freed_lc_s03

  • "Directeur Cees Breederveld van het Rode Kruis zag veel ellende, maar gelooft toch in de goedheid van de mens. Per 1 januari stopt Breederveld als directeur van het Nederlandse Rode Kruis. Sinds 2005 bezocht hij tal van rampplekken en brandhaarden. Hoe wapent hij zich tegen het op de loer liggende cynisme?" Hij was te gast bij EO's radioprogramma Dit is de zondag en werd geïnterviewd door Elsbeth Gruteke. Ik schreef onderstaand gedicht voor hem.

    Hulk-toy-hands
     

    in de handen van je zoon

    je vult de kasten met liefde
    het bed met vertrouwen in de toekomst
    dekt de tafel met wat ouders meegaven

    een huis staat stevig
    op een gedeeld verleden

    je laat kwasten lopen langs de muren
    waartussen je kinderen op zult voeden
    om later bij thuis te komen

    na een reis
    na het werk
    na een bruiloft

    het mag jaren duren voor de eerste begrafenis
    en je wilt samen oud worden

    maar de natuur houdt je geen hand boven het hoofd
    en je regering wil in je kasten kijken
    van je tafel eten

    zoekt tussen lakens naar het geheim van de liefde
    of er iets aan valt te verdienen

    plant uit wantrouwen donker zaad om je huis

    en jij ligt in een tent te moe
    om je zegeningen te tellen

    te woedend om het speelgoed
    in de handen van je zoon

    dat hele andere kilometers
    heeft afgelegd

    te bewonderen

     

     

    © Tsead Bruinja

    Web: http://www.eo.nl/radio/ditisdezondag/aflevering-detail/dit-is-de-zondag-ba5269ba4e/