• Dit gedicht van Asaph Ben Menahem in het Hebreeuws is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het komt oorspronkelijk uit 'Veni vidi' (Vliedorp, 2018). De vertaling werd gemaakt door Tsafrira Levy en Tamir Herzberg.

    https://www.asaphbenmenahem.com/

    ריח ורוד

    כמה אנשים פתאום
    קמו והלכו
    ובדרך הריחו כמה ורדים

    נסגרו עם הריח ״ורוד״
    בתוך אדמה אדומה
    מסורגת שרשי ברושים
    נוטפי שרף חריף

    עטופים סדינים מן הבית
    בלי תנועה בלי אור בלי אויר
    במרחב גדול לעם תחתון
    שבו תנועה חורקת זורמת חופשית

    בלי אויבים בלי זכרונות
    נוהרת אליהם מתחררים כספוגים
    הופכים לרשת דקה
    עד אבק לח
    שאוכלים שורשי הורד
    פולט ריחות אל הערב בקיץ חם

    נשאב במכונת איש
    שקם והולך בסוף היום
    ובדרך שואף ריח ורד
    כתנים בלי לומר שלום

    © Asaph Ben Menahem

    *

    Roze geur

    Hoeveel mensen zijn al
    plotseling vertrokken
    en hebben onderweg rozen geroken

    hebben zich opgesloten met die ‘roze’ geur
    in de rossige aarde
    getralied met cipressenwortels
    druppelend van scherpe hars

    gewikkeld in witte lakens van huis
    geen beweging geen licht geen lucht
    in een grote ruimte van onderaards volk
    waar knersend bewegen vrijelijk stroomt

    zonder vijanden zonder herinneringen
    vloeit naar wie sponsachtig verwordt
    aangevreten tot teer gaas
    tot vochtig stof
    dat de rozenwortels voedt
    en geur afgeeft in warme zomeravonden

    opgezogen door een mensmachine
    die aan het eind van de dag vertrekt
    en onderweg de rozengeur inademt
    als de jakhals zonder afscheidsgroet.

    © Asaph Ben Menahem
    © Vertaling: Tsafrira Levy en Tamir Herzberg

    Omslag_De_eerste

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

  • Dit gedicht van Frans Budé is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). De vertaling uit het Limburgs werd gemaakt door de auteur.

    Morgenmiddag maakt Budé deel uit van het programma rondom de bloemlezing in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag met verder ook voordrachten van Nina Werkman (Gronings), Lamia Makaddam (Arabisch) en Raj Mohan (Sarnami).

    De middag vindt plaats op het KB-plein. Dit ligt in de KB op de 1e verdieping, na de draaideur en voor de toegangspoortjes naar de leeszaal. De inloop begint om 16.30. Het programma start om 17.00 uur en duurt tot 18.30 uur.

    Meer op: https://www.kb.nl/actueel/agenda/poeziemiddag-met-tsead-bruinja

    Lang reis

    Iech höb gereis um thoes te koume,
    rieke kestiele gezeen, gievelstein getèld,
    höb door bosse gebanjerd, oonderweeg
    de zie gezeen, mie es ins. En noets
    gevraog boe bin iech hei, welk oetziech
    heet me miech bewaord, welk peedsje
    wat moojerziel allein ligk in ’t bos. Wee iech
    ouch tege ’t lief leep, niemes vroog oets
    e woord vaan miech, allein gebaretaol.
    Zoe leep iech door stinketege gatse, sjuilde
    veur ’n regesjoor, sleep op huipkes stru.
    Kaom ’nen hoond aongerend, iech käörde ’m,
    lègkde oet boerum iech per se wijer wouw.
    Mèt stèlte wis iech miech wel raod. Niks nuits
    gezeen, totdat iech, eimaol trök, thoes
    d’n hook umsloog – ’ch wis neet wat ’ch zaog.

    *

    Lange reis

    Ik heb gereisd om thuis te komen,
    rijke huizen gezien, gevelstenen geteld,
    heb door bossen gebanjerd, onderweg
    de zee gezien, meer dan eens. En nooit
    gevraagd waar ben ik hier, welk uitzicht
    heeft men voor mij bewaard, welk paadje
    dat moederziel alleen ligt in het bos. Wie ik ook
    tegen het lijf liep, niemand wisselde met mij
    een woord, men sprak alleen met handgebaren.
    Zo liep ik door stinkende steegjes, schuilde
    voor een regenbui, sliep op hoopjes stro.
    Kwam er een hond aangerend, ik streelde hem,
    legde uit waarom ik per se verder wilde.
    Met stilte wist ik wel raad. Niets nieuws
    gezien, totdat ik, eenmaal weer terug, thuis
    de hoek omsloeg – ik wist niet wat ik zag.

    © Frans Budé

    P.s. hieronder een stukje uit Brommer op Zee over de KB

     

    https://www.vpro.nl/programmas/brommer-op-zee/actueel/reportages/de-verhuizing-van-kb-de-nationale-bibliotheek.html

  • Dit gedicht van Aly Freije is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het is afkomstig uit 'Wondpoeier' (Uitgeverij kleine Uil, 2009). De vertaling is van de hand van de auteur.

    Verhoalen

    Boven op t heu, ze speulen
    Laurel en Hardy,
    let Janneman Jansen inains
    zien piemel zain
    Buurman Hovenkamp nemt heur
    op knij, hai let heur ‘worrels schrappen’
    ropt ‘Amsterdam bie duustern’ op

    Male Gerrit slópt n loantje oet,
    of hai ais kieken mag noar kleur
    van t onderbroekje
    Ze mot ter ale doagen laangs
    Knecht Berend tilt heur poestend op
    veur plestiek Presto kralen,
    hou alles gruit

    Bie t oavendeten zingt
    butagaslaamp, schroapen
    lepels, klettern mezzen
    En laacht ze haard
    om ale verhoalen

    *

    Verhalen

    Boven op het hooi, ze spelen
    Laurel en Hardy,
    laat Janneman Jansen ineens
    zijn piemel zien
    Buurman Hovenkamp neem haar
    op de knie, hij laat haar ‘wortels schrapen’
    roept ‘Amsterdam bij het duister’ op

    Gekke Gerrit sluipt een laantje uit,
    of hij eens kijken mag naar de kleur
    van het onderbroekje
    Ze moet er alle dagen langs
    Knecht Berend tilt haar hijgend op
    voor plastic Presto kralen,
    hoe alles groeit

    Bij het avondeten zingt
    de butagaslamp, schrapen
    lepels, kletteren messen
    En lacht ze hard
    om alle verhalen

    © Aly Freije

     
    1d84b11b0ceac7660da274a75756b72e_640x1000

    Wondpoeier

    Uit de recensie van Gerard Stout, Dagblad van het Noorden, 8 mei 2009: ‘In de afdeling ‘Spoorzuiken’ volgt ze het spoor terug. Ze kijkt naar ouderlijke grond. Herinneringen krijgen vorm in beeldende taal. De kindertijd is bij vlagen wrang, maar nooit bitter (…) Ze heeft haar leven niet zelf bedacht. Het leven heeft zich aan haar voltrokken. En meer dan dat. In alles wat ze in het heden ziet, komen beelden uit het verleden haar vergezellen (…) Wondpoeier is een milde zalf om kwetsuren te verzachten; een bundel met intense gedichten.’

  • Merge_from_ofoct

    Tekst: Anna Sofia From / Foto: Marchje Andringa (foto's hieronder door Petra Dol en Tsead Bruinja)

    'Bin ik wol de goede persoan hjirfoar, moatte jo echt my hawwe?'

    Dichter Tsead Bruinja trekt samen met muzikant Arnold de Boer en fotografe Rosa van Ederen en telkens een andere gastdichter (TB: dit keer waren we op pad met Hein Jaap Hilarides) met het project Portretten in Poëzie door heel Fryslân om in woonzorgcentra verhalen van Friezen op leeftijd in woord, muziek en beeld te vangen.

    ,,Ik bin in sinnestriel, dûnsje is wat de sinne sil”, zingt muzikant Arnold de Boer, tijdens de slotbijeenkomst van het project in Stienzerhiem in Stiens, waar een deel van de vijftien bewoners van de kleinschalige woonvoorziening en belangstellenden samen is gekomen om te luisteren naar wat de kunstzinnige gasten in hun midden met hun verhalen hebben gedaan.

    Als de vergeten gehoorapparaten in zijn gedaan en huiskat Poes een genoeglijk plekje heeft gevonden in de inmiddels lege gitaarhoes, kan de bijeenkomst echt beginnen. Aly Vis-Visser zit te stralen. Het lied dat De Boer zingt gaat over haar. Het tegeltje in haar woning met de

    boodschap: ‘Wês in sinnestriel, in oar hat der ferlet fan’, zorgde voor de basis. Haar ondernemende en montere karakter deed de rest.

    Toen ze in het verleden een dansgroepje begon in de kerk, spraken dominee en ouderlingen er schande van. Zo dichtbij elkaar, daar kan de vlam in vliegen, zeiden ze. Aly liet zich niet uit het veld slaan en danste dapper door. ,,Dûnsje is wat de sinne sil. It is net frjemd, it fielt fertroud. Dûmny, dit is net fout”, zingt De Boer. ,,Prachtig”, klinkt het uit het publiek.

    315089452_785272346055807_9134699157399988068_n

    Zwaluwen

    De kunstenaars zijn dinsdag in het Stienzerhiem aangekomen, draaien mee in het dagritme en brengen tijd door met de bewoners. Op basis van gesprekken bepalen de kunstenaars met welk thema ze verder willen. Dat kan iets heel alledaags en herkenbaars zijn, dat net zo goed ontroerend en bijzonder kan zijn. Bruinja draagt een gedicht voor over Eelke Idsardi, een oud rechercheur die op jonge leeftijd zijn moeder verloor en werd opgevangen door andere vrouwen in zijn leven, waarmee hij bijzondere vriendschappen sloot.

    Fotografe Rosa van Ederen vertelt hoe ze met een bewoonster terugging naar haar ouderlijk huis, omdat ze daar zulke warme herinneringen aan had. Ze herinnerde zich nog levendig de zwaluwen die elk jaar terugkwamen in de schuur. Die bleken er in de zomer nog steeds te zijn, vertelde de huidige eigenaar.

    ,,It giet yn it algemien faak om de grutte ferhalen fan bekende minsken”, vertelt Bruinja. ,,Mar ik bin krekt sa benijd nei de ferhalen fan minsken om my hinne, want ek dy kinne hiel bysûnder werkenber en moai wêze. Dêrom wol ik se sammelje, sadat se aanst net ferlern geane.”

    In 2019 en 2020, toen Bruinja Dichter des Vaderlands was, portretteerde hij de levensverhalen van drie ouderen uit Dokkum in dichtvorm. Samen met De Boer en Van Ederen wilde hij het project uitbreiden door bij verschillende zorginstellingen langs te gaan, maar corona gooide na drie sessies roet in het eten. Leeuwarden City of Literature heeft het project overgenomen van de Stichting Dichter des Vaderlands, zodat het toch kan worden afgemaakt.

    De afgelopen weken zijn de drie in in Lemmer (Suderigge), Sint Annaparochie (zorgcentrum het Bildt) Akkrum (Leppehiem) en Buitenpost

    (Haersmahiem) geweest. Van de persoonlijke portretten van de bewoners moet volgend jaar een boek uitkomen.

    20221116_151701

    Bescheiden

    De ouderen zijn bescheiden, vertelt Bruinja. ,, Bin ik wol de goede persoan hjirfoar, moatte jo echt my hawwe?”, vragen ze dan. ,,Wylst it sokke aktive en belutsen minsken binne, dy ‘t har sa ynset hawwe foar de mienskip. Dat is hertferwaarmjend.”

    315769830_785272109389164_7591941523624361514_n
    Rosa van Ederen, Tsead Bruinja, Arnold de Boer / Zea en Hein Jaap Hilarides 

    Bron: https://frieschdagblad.nl/regio/Bijzondere-gewone-verhalen-van-Friese-ouderen-worden-poezie-in-Stiens-28054703.html

  • Poëzie in Nederland behelst meer dan gedichten in het Nederlands. Tsead Bruinja stelde een veelkleurige, veeltalige bloemlezing samen, die recht doet aan die diversiteit. Voor nieuwe perspectieven.

    Lc

    Tekst Jacob Haagsma | Foto Marchje Andringa

    Een monument voor meertaligheid. ,,Nee, verschrikkelijk. Dat is te stijf.”
    Een pleidooi voor meertaligheid. ,,Nee, bliksem niet. Absoluut geen pleidooi, Want het is er al. Als je denkt dat je het moet verdedigen, zeg je al dat er iets mis is.”
    Een spiegel van meertaligheid. ,,Een spiegel van een meertalige realiteit. Ja.” En is poëzie op zich ook al niet een spiegel? ,,Ja, nou ja. Er is niet veel anders dat we kunnen doen dan spiegelen, toch? En je kunt proberen om die spiegel zo rijkgeschakeerd mogelijk te maken.”
    We denken vast even na over de kop boven dit verhaal, over de veelkleurige, veeltalige bloemlezing van Nederlandse poëzie die Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) samenstelde. Die zit aan de rooibosthee in de foyer van het Oranjehotel in Leeuwarden, waar hij overnacht vanwege het project Portretten in poëzie, gedichten naar aanleiding van gesprekken met ouderen. Dat bracht hem deze week naar een verzorgingstehuis in Stiens.

    OMGEKEERDE ALFABETISCHE VOLGORDE

    Maar we praten nu over iets anders. 101 gedichten dus, in allerlei talen – inclusief Fries en Nedersaksisch. Van Jan Zwemer, Mia You en Peer Wittenbols tot en met Robert Anker, Rik Andreae en Amir Afrassiabi. In die volgorde. Kijk, daar begint het al, die omgekeerde alfabetische volgorde.
    ,,Voor een ander perspectief”, zegt Tsead Bruinja over De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu. ,Eerst wilde ik het per provincie doen, en dan van boven naar beneden. Maar zo kon ik door hokjes heen breken, en het wat op de kop zetten.”
    Ook de titel is prikkelend. Want: hoezo eerste bloemlezing? En Komrij dan, de man van de vuistdikke, regelmatig bijgewerkte knots De Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten? Bijgenaamd: De Dikke Komrij?
    Maar dat is een bloemlezing van Nederlandstalige poëzie, werpt Bruinja dan tegen. Een vorm van apartheid dus, of is dat weer te bot? ,,Ik heb wel eens een bloemlezing gemaakt van Friese poëzie”, zegt hij, ,,maar dat zou ik nu liever niet meer doen.”
    Het gaat hem om de realiteit in het Nederland van vandaag, dat er in talloos veel talen gesproken wordt – en gedicht. Ook in de poëzie is sprake van een dominante taal, het Nederlands, en daarbij: macht, de instandhouding daarvan, bestaande structuren. ,,De Nederlandstalige literatuur houdt zichzelf in stand, daar ontstaan instituties omheen.
    Daar profiteer ik ook van, maar het is goed om dat zo nu en dan te ondergraven. Ook al is dat vanuit mijn positie als witte man van middelbare leeftijd.”
    Dit boek is, wat hem betreft, maar een begin. ,,Een goede bloemlezing zou een echt dik boek moeten zijn, dat ook over de grenzen gaat. België, het Platduits, misschien noch meer talen van de eilanden, de Antillen, Suriname tot en met 1974. Samengesteld door een heel comité.”

    SPOKEN WORD

    Er wordt dus wat afgedicht in allerlei talen. Ook wel in meer talen in hetzelfde gedicht – echt een tendens van deze tijd, al is het gedicht Yggdrasil van Friezin Albertina Soepboer daar een vroeg (1998) voorbeeld van. En mee onder invloed van spoken word wordt poëzie diverser, Engels speelt een grotere rol.
    Niet alle anderstalige gedichten zijn vertaald. ,,Sommigen willen dat niet. Dan ga je wat door de knieën, nou? Je kunt ook zeggen: laat de mensen maar werken, laat ze maar hun best doen om zo’n gedicht te lezen.” Wat met de paar Arabische gedichten, in sierlijke kronkelletters, weer lastig gaat, maar: ,,Ik vind het belangrijk dat dat er wel in staat.” Met vertaling, dat wel.
    Veel gedichten van dichters uit de (al of niet voormalige) overzeese gebiedsdelen hebben een politieke of in ieder geval actuele component, ,,daar hou ik wel van.” Of dat voor de hele Surinaamse en Antilliaanse poëzie geldt, daarvoor kent Bruinja de materie niet goed genoeg. ,,Het zit wel in hun achtergrond. Maar er zit ook wel mystiek in die Surinaamse poëzie, dat vind ik ook prettig.”
    Wat bij de poëzie in de dialecten van het land opvalt, is een zekere gerichtheid op de worteling en een grotere voorkeur voor oudere dichtvormen (het rondeel bij Jo Smit, van Terschelling), een klassiek metrum, rijm. Kunnen we stellen dat die poëzie enigszins achterblijft bij de ontwikkelingen?
    Dat vindt Bruinja ook weer lastig. ,,Ik ben geen kenner van dialect- en streektaalpoëzie. Ik ben erin geïnteresseerd en ik heb er met mijn beperkte bril in om zitten te bladeren.”

    DICHTER DES VADERLANDS

    Dat bladeren, dat was nog een heel karwei. Drieënhalf half jaar is Bruinja ermee bezig geweest, al vanaf het begin van zijn diensttijd als Dichter des Vaderlands (2019-2020). Hij wilde zich presenteren als een meertalig dichter (Fries en Nederlands, in zijn geval) en daar paste ook een dito bloemlezing bij – met nog veel meer talen.
    Dus nam hij zeer geregeld de trein naar Den Haag, naar de Koninklijke Bibliotheek – waar al die boeken en bundels terechtkomen, voor zover het geen al te obscure en gelimiteerde eigen-beheer-uitgaven betreft tenminste.
    ,,Dan dronk ik een kopje koffie of thee met Arno Kuipers, die al een rijtje boeken op een plankje voor me klaargezet had. En dan ging ik in mijn kantoortje zitten. De hele dag lezen, tot ik wat moois vond. De sociale media hebben ook wel wat opgeleverd. Dan overtypen, nog een keer lezen, past dit erin? Zo is het ongeveer gegaan.”
    Zo probeerde hij een bloemlezing samen te stellen met een samenhangende compositie, ,,die volgens mij ook een interessant verhaal vertelt.” Maar als hij dan zo’n streektaalgedicht tegenkwam met juist een modern onderwerp, ,,dan vond ik dat wel mooi. En noodzakelijk, om ook dat te laten zien.
    Dat dat ook kan. Dat mensen niet denken: oeh, ik moet in het Nederlands schrijven. Als je dat wilt, prima, maar schrijf anders gewoon in de taal waarin je opgegroeid bent, al is het in het Arabisch. En word dan de beste dichter die je worden kunt.”
    Democratisering en emancipatie van de niet noodzakelijk Nederlandstalige medemens, ,,dat vind ik wel belangrijk, ja. Dat is ook wat ik lezen wil. Dat is een diversiteit in de gemeenschap die me gezond lijkt. De verhalen van boeren en boerenarbeiders naast de verhalen van mensen met een slavernij-achtergrond. Dat zijn maar twee voorbeelden, maar ze delen meer dan ze denken.”

    NEDERSAKSISCHE POËZIE

    Er staan aardig wat Friese dichters in deze bloemlezing – naast Soepboer ook Tsjêbbe Hettinga en Jelle Kaspersma. Maar slechts twee van die gedichten zijn helemaal in het Fries. Ook hier heerst de meerstemmigheid: Albert Tilma dicht in het Bildts, Johan Veenstra in het Stellingwerfs, Jo Smit deze keer in het Meslânzers (een van de drie dialecten op Terschelling) en van Eppie Dam, ,,een heel goede dichter”, een gedicht in het Kollumerpompsters – een variant van het Nedersaksisch. ,,Ik heb zelf in Kollum gewoond, dus ik vond het wel een mooie zet om het Pompsters erin te krijgen.”
    Het Nedersaksisch is ruim vertegenwoordigd, met mensen als Jan Glas, Lammert Voos, Peter van der Velde, Roel Reijntjes, Suze Sanders. Meer dan bijvoorbeeld het Brabants – ,,er zijn vast meer goede gedichten, maar ik heb ze niet gevonden. Er staat ook niet op het boek dat dit de beste gedichten van het Koninkrijk zijn. Het is een specifieke smaak, mijn smaak, een keus gemaakt door mijn bril.”
    Maar goed, dat Nedersaksisch – in verschillende vormen gesproken in Groningen, Drenthe, de Stellingwerven, tot en met Twente, de Veluwe en de Achterhoek. ,,Dat staat dicht bij mij, ik groeide op met de RONO op de radio en later woonde ik in Groningen. En ik heb het idee dat er in die Nedersak
    sische taalgebieden meer een cultuur is, dat het beter georganiseerd is. Uitgevers, redacteuren, taalorganisaties. Dan hoort zoiets ook in een bloemlezing. Die Nedersaksische poëzie is de ruggengraat van de dialectliteratuur.”

    EIGEN BUBBEL

    Bruinja is zich wel bewust van zijn eigen bril, zijn eigen bubbel. ,,Kijk naar je criteria, kijk hoe die zijn opgebouwd en waar die vandaan komen. Je kunt wel domme dingen zeggen over countrymuziek, maar dat is een oordeel over een traditie die je niet kent. Heel kortzichtig, en dat houdt dingen buiten.”
    Met deze bloemlezing is het perspectief op Nederlandse poëzie, of in ieder geval poëzie in Nederland, toch weer even opgeschud.
    ,,Dat is ook precies wat goede poëzie, goede kunst doet. Dat het je niet alleen laat nadenken over het kunstwerk, maar ook over hoe je ernaar kijkt. Dat vind ik leuk. Zoek een oprechte leeshouding die je dichter bij het perspectief van de dichter brengt, en niet alleen bij jezelf.”

    Bron: https://dvhn.nl/cultuur/Po%C3%ABzie-van-de-meertalige-realiteit-28055482.html

    Bloem

    Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam ik mij voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Ik plaatste online een oproep om gedichten in te sturen en zat van 2019 tot en met 2022 regelmatig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Collectiespecialist Arno Kuipers speelde daarbij een cruciale rol. Hij haalde voor mij bundels en bloemlezingen uit het depot om door te spitten en regelde een kantoortje. Na drie jaar lezen en mede met steun van de Turing Foundation is er nu eindelijk het resultaat, een bloemlezing die een andere blik biedt op de Nederlandse poëzie, o.a. doordat ze verder kijkt dan de Nederlandse taal. De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie en bevat gedichten uit Nederland, Indonesië, Suriname en de Antillen, maar ook werk van nieuwe Nederlanders uit het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Het boek wil en kan geen volledig overzicht zijn van de beste gedichten geschreven in het koninkrijk, wel een startschot voor een andere inclusievere blik op onze literatuur en wie daar wel en niet aan meedoet.

    Onderaan dit bericht vindt u een overzicht van de talen, de auteurs en de vertalers.

    Een aantal voordracht is te horen op soundcloud.

     

    De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie (Querido, 8 nov. 2022)
    ISBN: 9789021436937
    € 22,99

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

    ___________________________________________________________________

    Voor meer informatie: Sara Madou | 06 218 53 78 75| s.madou@singeluitgeverijen.nl
    _________________________________________________________________________

    OVERZICHT TALEN

    Het Achterhoeks, Afrikaans, Arabisch, Bildts, Brabants, Dari/ Farsi, Drents, Esperanto, Engels, Fries, Genemuidens, Gronings, Hebreeuws, Indonesisch, Kollumerpompsters, Limburgs (o.a. Maastrischts en Kerkraads), Midslander Dialect (Terschellingen), Nederlands, Papiaments, Sarnami, Sranantongo, Stellingwerfs, Twents, Volendams, West-Fries en het Zeeuws.

    OVERZICHT AUTEURS

    Amir Afrassiabi, Rik Andreae, Robert Anker, Chairil Anwar, Frank Martinus Arion, Bernardo Ashetu, Shakila Azizzada, Aletta Beaujon, Asaph Ben-Menahem, Ineke Berentschot, Wim Bluemers, Frans Budé, Jac. Bulle, Cándani, Edgar Cairo, Leonne Cramers, Eppie Dam, Kwame Dandilo, Gerrit Hendrik Deunk, R. Dobru, Nydia Ecury, Elisabeth Eybers, Herman Finkers,  Aly Freije, Jörgen Gario ‘unom’, Jan Glas, Paula Gomes, Fieke Gosselaar, Halil Gür, Henny Hamhuis, Jan Kornelis Harms, Erik Harteveld, Rein Heerink, Tsjêbbe Hettinga, Hans Heyting,  Jelle Kaspersma, Hans Keuper, Henk Kolvoort, Marga Kool, Harm Koops, Everdien Koskamp-Luijmes, Wiel Kusters, Gerrit Lansink, John Leefmans, Titia Lont, Lamia Makaddam, Tip Marugg, Djordje Matić, Hans Mellendijk, Saul van Messel, Steijn Minholts, Raj Mohan, Tiny Mulder, Richard Muller, Jit Narain, Ramsey Nasr, Gerard Nijenhuis, Munye Oduber-Winklaar, Frank van Pamelen, Guillaume Pool, Esther Porcelijn, Sonja Prins, Otjep Rahantoknam, Naji Rahim, Roel Reijntjes, Astrid H. Roemer, Sebastiaan Roes, Arno Römgens, Gerrit Roosink, Suze Sanders, Mowaffk Al-Sawad, Dick Schlüter, Johanna Schouten-Elsenhout,  Ibrahim Selman, Shrinivási, Sitor Situmorang, Michaël Slory, Albertina Soepboer, Marien Stroo, Frank Tazelaar, H. van Teylingen, Albert Tilma, Sijmen Tol, Trefossa, Jan Siebo Uffen, C.B. Vaandrager, Johan Veenstra, Peter van der Velde, JACE van de Ven, Arie de Viet, Peter Visser, Lammert Voos, Theo Vossebeld, Nina Werkman, Jan Widdershoven, Willem Wilmink, Peer Wittenbols, Mia You en, Jan Zwemer.

    OVERZICHT VERTALERS

    In veel gevallen hebben de auteurs hun werk zelf vertaald. Die namen heb ik hier weggelaten. De andere vertalers zijn: Cynthia Abrahams, Joost Baars, Benno Barnard, Abdelkader Benali, Hans de Beukelaer, Jan Glas, Tamir Herzberg, Assad Jaber, Esther Jansma, Effendi N. Ketwaru, Henk Krosenbrink, Tsafrira Levy, G.O. Nijland, Kees Nijland, Jan Popkema, Suze Sanders, J.A. Smit, Kees Snoek, Jabik Veenbaas, Willem van der Velde, Dolf Verspoor, Goaitsen van der Vliet en Paul Weelen.

  • Op 17 november was ik te gast in bij 1Twente en ging ik in gesprek over de bloemlezing en de middag in Harbrinkhoek met Niels Veurink, Julian Vriend en Adrie Hemmink, inclusief een spelletje Twentse woorden raden. Om erachter te komen wat 'streppel' en 'völderlei' betekenen of wat het woord is voor een speculaaspop in het Twents, kun je dit item beluisteren. De winnaar krijgt een geheel door hem- of haarzelf vergoede voetreis naar Almelo kado.

    En voor wie graag op 27 november naar de middag in Harbrinkhoek wil komen met voordrachten in het Twents, Achterhoeks en Fries, kijk even op skizze.nl/Skizze-Literair. Er zijn nog maar een paar plekken over.

    www.1twente.nl/dossier/twents-kwartearken

    www.1twente.nl/vandaag

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

     

  • Poëzie van de meertalige realiteit: Tsead Bruinja stelde een bloemlezing samen met gedichten uit het Nederlandse Koninkrijk – in tientallen talen

    Bloem_klein

    Poëzie in Nederland behelst meer dan gedichten in het Nederlands. Tsead Bruinja stelde een veelkleurige, veeltalige bloemlezing samen, die recht doet aan die diversiteit. Voor nieuwe perspectieven.

    Een pleidooi voor meertaligheid. ,,Nee, bliksem net. Absolút gjin pleit. Want it is der al. Ast tinkst datst it ferdigenje moatst, seist al dat der wat mis is.”

    Een spiegel van meertaligheid. ,,In spegel fan in meartalige realiteit. Ja.” En is poëzie op zich ook al niet een spiegel? ,,Ja, no ja. Der is net folle oars dat wy dwaan kinne as spegelje, dochs? En kinst besykje om dy spegel sa ryk skakearre mooglik te meitsjen.”

    We denken vast even na over de kop boven dit verhaal, over de veelkleurige, veeltalige bloemlezing van Nederlandse poëzie die Tsead Bruinja samenstelde. Die zit aan de rooibosthee in de foyer van het Oranjehotel in Leeuwarden, waar hij overnacht vanwege het project Portretten in poëzie , gedichten naar aanleiding van gesprekken met
    ouderen. Dat bracht hem deze week naar een verzorgingstehuis in Stiens.

    Omgekeerde alfabetische volgorde

    Maar we praten nu over iets anders. 101 gedichten dus, in allerlei talen – inclusief Fries en Nedersaksisch. Van Jan Zwemer, Mia You en Peer Wittenbols tot en met Robert Anker, Rik Andreae en Amir Afrassiabi. In die volgorde. Kijk, daar begint het al, die omgekeerde alfabetische volgorde.

    ,,Foar in oar perspektyf”, zegt Tsead Bruinja over De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu . ,,Earst woe ik it per provinsje dwaan, en dan fan boppen nei ûnderen. Mar sa koe ik troch hokjes hinne brekke, en it ek wat op ‘e kop sette.”

    Ook de titel is prikkelend. Want: hoezo eerste bloemlezing? En Komrij dan, de man van de vuistdikke, regelmatig bijgewerkte knots De Bijgenaamd: De Dikke Komrij?

    Maar dat is een bloemlezing van Nederlandstalige poëzie, werpt Bruinja dan tegen. Een vorm van apartheid dus, of is dat weer te bot? ,,Ik ha
    wol ris in blomlêzing makke fan Fryske poëzy”, zegt hij, ,,mar dat soe ik no leaver net mear dwaan.”

    Het gaat hem om de realiteit in het Nederland van vandaag, dat er in talloos veel talen gesproken word – en gedicht. Ook in de poëzie is sprake van een dominante taal, het Nederlands, en daarbij: macht, de instandhouding daarvan, bestaande structuren. ,,De Nederlânsktalige literatuer hâldt himsels yn stân, dêr ûntstean ynstitúsjes omhinne. Dêr profitearje ik ek fan, mar it is goed om dat sa no en dan te ûndergraven. Ek al is dat út myn posysje as wite man fan middelbere leeftiid wei.”

    Dit boek is, wat hem betreft, maar een begin. ,,In goeie blomlêzing soe in echt tsjok boek wêze moatte, dat ek oer de grinzen giet. België, it Plat-Dútsk, miskien noch wol mear talen fan de eilannen, de Antillen, Suriname oant 1974 ta. Gearstald troch in hiel komitee.”

    Spoken word

    Er wordt dus wat afgedicht, in allerlei talen. Ook wel in meer talen in hetzelfde gedicht – echt een tendens van deze tijd, al is het gedicht Yggdrasil van Friezin Albertina Soepboer daar een vroeg (1998) voorbeeld van. En mee onder invloed van spoken word wordt poëzie diverser, Engels speelt een grotere rol.

    Niet alle anderstalige gedichten zijn vertaald. ,,Guon wolle dat net. Giest wat troch de knibbels, no? Kinst ek sizze: lit de minsken mar wurkje, lit se har bêst mar dwaan om sa’n gedicht te lêzen.” Wat met de paar Arabische gedichten, in sierlijke kronkelletters, weer lastig gaat, maar: ,,Ik fyn it belangryk dat dat der wol yn stiet.” Met vertaling, dat wel.

    Veel gedichten van dichters uit de (al of niet voormalige) overzeese gebiedsdelen hebben een politieke of in ieder geval actuele component, ,,dêr hâld ik wol fan”. Of dat voor de hele Surinaamse en Antilliaanse poëzie geldt, daarvoor kent Bruinja de materie niet goed genoeg. ,,It sit wol yn harren eftergrûn. Mar der sit ek wol mystyk yn dy Surinaamske poëzy, dêr mei ik ek wol oer.”

    Wat bij de poëzie in de dialecten van het land opvalt, is een zekere gerichtheid op de worteling en een grotere voorkeur voor oudere dichtvormen (het rondeel bij Jo Smit, van Terschelling), een klassiek metrum, rijm. Kunnen we stellen dat die poëzie enigszins achterblijft bij de ontwikkelingen?

    Dat vindt Bruinja ook weer lastig. ,,Ik bin gjin kenner fan dialekt- en streektaal-poëzij. Ik bin deryn ynteressearre en ik ha mei myn beheinde bril der yn om sitten te blêdzjen.” 

    Dichter des Vaderlands

    Dat bladeren, dat was nog een heel karwei. Drieënhalf half jaar is Bruinja ermee bezig geweest, al vanaf het begin van zijn diensttijd als Dichter des Vaderlands (2019-2020). Hij wilde zich presenteren als een meertalig dichter (Fries en Nederlands, in zijn geval) en daar paste ook een dito bloemlezing bij – met nog veel meer talen.

    Dus nam hij zeer geregeld de trein naar Den Haag, naar de Koninklijke Bibliotheek – waar al die boeken en bundels terechtkomen, voor zover het geen al te obscure en gelimiteerde eigen-beheer-uitgaven betreft tenminste.

    ,,Dan dronk ik in bakje kofje of tee mei Arno Kuipers, dy’t al in rychje boeken op in plankje foar my klearsetten hie. En dan gie ik yn myn kantoarke sitten. De hiele dei lêze, oant ik wat moais fûn. De sosjale media ha ek wol wat oplevere. Dan oertype, noch in kear lêze, past dit deryn? Sa is it wat gien. ”

    Zo probeerde hij een bloemlezing samen te stellen met een samenhangende compositie, ,,dy’t neffens my ek in nijsgjirrich ferhaal fertelt.” Maar als hij dan zo’n streektaalgedicht tegenkwam met juist een modern onderwerp, ,,dan fûn ik dat wol moai. En needsaaklik, om dat ek hearre te litten. Dat dat ek kin. Dat minsken net tinke: oeh, ik moat yn it Nederlânsk skriuwe. As je dat wolle is dat prima, mar skriuw gewoan yn de taal wêryn’t je opgroeid binne, ek al is dat it Arabysk, en wurd dan
    de bêste dichter dy’t je wêze kinne.”

    Democratisering en emancipatie van de niet noodzakelijk Nederlandstalige medemens, ,,dat fyn ik wol belangryk, ja, dat is ek wat ik lêze wol. Dat is in diversiteit yn de mienskip dy’t my sûn liket. De ferhalen fan boeren en boere-arbeiders neist de ferhalen mei de minsken dy’t in slavernij-achtergrûn ha. Dat binne mar twa foarbylden, mar se diele mear as se tinke.”

    Kollumerpompsters

    Er staan aardig wat Friese dichters in deze bloemlezing – Albertina Soepboer, Tsjêbbe Hettinga, Jelle Kaspersma. Maar slechts twee van die gedichten zijn helemaal in het Fries. Ook hier heerst de meerstemmigheid: Albert Tilma dicht in het Bildts, Johan Veenstra in het Stellingwerfs, Jo Smit deze keer in het Meslânzers (een van de drie
    dialecten op Terschelling) en van Eppie Dam, ,,in hiel goede dichter”, een gedicht in het Kollumerpompsters- een variant van het Nedersaksisch. ,,Ik ha sels yn Kollum wenne, dus ik fûn it wol in moaie set om it Pompsters deryn te krijen.”

    Het Nedersaksisch is ruim vertegenwoordigd, met mensen als Jan Glas, Lammert Voos, Peter van der Velde, Roel Reijntjes, Suze Sanders. Meer dan bijvoorbeeld het Brabants – ,,dêr binne grif mear goede gedichten, mar ik ha se net fûn. Der stiet ek net op it boek dat dit de bêste gedichten fan it keninkryk binne. It is in spesifike smaak, myn smaak, in kar makke troch myn bril.”

    Maar goed, dat Nedersaksisch – in verschillende vormen gesproken in Groningen, Drenthe, de Stellingwerven, tot en met Twente, de Veluwe en de Achterhoek. ,,Dat stiet ticht by my, ik groeide op mei de RONO op de radio en letter wenne ik yn Grins. En ik ha ek it idee dat der yn dy Nedersaksyske taalgebieten mear in kultuer is, dat it better organisearre is. Utjouwers, redakteuren, taalorganisaasjes. Dan heart soks ek yn in blomlêzing. It Nedersaksysk is de rêchbonke fan de dialektliteratuer. Ik woe net fiif gedichten per provinsje of sa.”

    Bruinja is zich wel bewust van zijn eigen bril, zijn eigen bubbel. ,,Sjoch nei dyn kritearia, sjoch nei hoe’t dy opboud binne en wêr’t dy weikomme. Kinst wol domme dingen sizze oer countrymuzyk, mar dat is in oardiel oer in tradysje dy’tst net kenst. Hiel koartsichtich, en dat hâldt dingen bûten.”

    Met deze bloemlezing is het perspectief op Nederlandse poëzie, of in ieder geval poëzie in Nederland, toch weer even opgeschud. ,,Dat is ek krekt wat goede poëzij, goede keunst docht, dat it dy net allinne neitinke lit oer it keunstwurk, mar ek oer hoe ast der nei sjochst. Dat fyn ik leuk. Sykje in oprjochte lêshâlding dy’t dy tichter by it perspektyf fan de dichter bringt, en net allinne by dysels.”

    De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu
    Uitgeverij Querido
    Prijs 22,99 euro (280 blz.)

    Een deel van de gedichten uit deze bloemlezing is te beluisteren op:

    Bron: https://lc.nl/cultuur/Po%C3%ABzie-van-de-meertalige-realiteit-28052829.html

  • Dit gedicht van Theo Vossebeld in het Twents is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het komt oorspronkelijk uit 'Zunlech. n Heel deel gedichtn' (De Oare útjouwerij, 1998). De vertaling werd gemaakt door Goaitsen van der Vliet.

    Vossebeld is ook te gast op 27 november 's middags in Harbrinkhoek tijdens een middag rond het Twents en de bloemlezing. Meer informatie daarover op: https://skizze.nl/Skizze-Literair

    Kijk voor meer Twentse literatuur op: www.twentsetaalbank.nl/

    Bange

    Wat dach iej wa’j warn
    a’j in n duuster nog
    de weg op monn
    um de kraante te haaln
    bi-j Bernard op n dreai?

    Wat dach iej wa’j warn
    a’j in n duuster nog
    na de hoonderhukke monn
    vuur de boavndure
    um ze dichte te doon?

    Wat dach iej wa’j warn
    a’j in n duuster nog
    nen arm vol hoolt monn haaln
    in de hooltloze achter de schöppe?

    Oaweral ha’j doonkere geate
    en duustere heuke
    Elkn boom had ne bange kaante
    en um iedern hook zat schrik

    Wierumme noa hoes
    Glee’j makkelik oet
    völ de schöppe hoast op oe
    en in n duuster achter oe
    zag iej dan zo heandig-an
    wa doeznd man

    In t volle lech van de delnlaampe
    zag iej dan eavn
    wier himmoal niks

    *

    Bang

    Wat dacht je wat je was
    als je in het donker nog
    de weg op moest
    om de krant te halen
    bij Bernard op de hoek?

    Wat dacht je wat je was
    als je in het donker nog
    naar de kippenhokken moest
    aan de voorzijde
    om ze dicht te doen?

    Wat dacht je wat je was
    als je in het donker nog
    een arm vol hout moest halen
    in de houtloods achter de schuur?

    Overal had je donkere gaten
    en duistere plekken
    Iedere boom had een bange kant
    en om iedere hoek zat schrik

    Op de terugweg
    gleed je gemakkelijk uit
    viel de schuur haast op je
    en in het donker achter je
    zag je dan zo langzamerhand
    wel duizend man

    In het volle licht van de deellamp
    zag je dan even
    weer helemaal niks

    © Theo Vossebeld
    © Vertaling: Goaitsen van der Vliet

    XyrR1M2GWw750fhIhsDh

     

    Schermafbeelding-2022-11-07-om-15.52.24

    Middag rondom het Twentse dialect en De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie (Querido, 2022) – 27 november te Harbrinkhoek om 15.00u

    Met o.a. Theo Vossebeld, Hans Mellendijk, Dick Schlüter, Gé Nijkamp, Paul Abels + Tsead Bruinja

    Wees welkom op deze middag rondom het Twents en alle andere talen die voorkomen in de De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu, een bloemlezing met streektalen, dialecten, straattaal en meer – samengesteld door Tsead Bruinja. Tijdens deze middag zijn er live voordrachten door Theo Vossebeld (Twents), Hans Mellendijk (Achterhoeks), Dick Schlüter (Twents), Gé Nijkamp (Twents) en Tsead Bruinja (Fries). Daarnaast zullen er versterkt een aantal eerder gemaakte opnames te horen zijn o.a. van gedichten in het Arabisch, Stellingwerfs, Gronings, Drents, Limburgs, Zeeuws en meer. Van alle gedichten zijn vertalingen beschikbaar in het Nederlands die desgewenst ten gehore zullen worden gebracht.

    Locatie: Skizze
    Mekkelenbergweg 30, 7615 PP Harbrinkhoek, Overijssel

    Aanvang: 15.00u
    (deur open om 14.30u)

    Toegang: Gratis.
    Reserveren graag. Het aantal plaatsen is beperkt.

    Merge

    De bloemlezing:

    Tsead Bruinja: “Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam ik mij voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Ik plaatste online een oproep om gedichten in te sturen en zat van 2019 tot en met 2022 regelmatig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Collectiespecialist Arno Kuipers speelde daarbij een cruciale rol. Hij haalde voor mij bundels en bloemlezingen uit het depot om door te spitten en regelde een kantoortje. Na drie jaar lezen en mede met steun van de Turing Foundation is er nu eindelijk het resultaat, een bloemlezing die een andere blik biedt op de Nederlandse poëzie, o.a. doordat ze verder kijkt dan de Nederlandse taal. De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie en bevat gedichten uit Nederland, Indonesië, Suriname en de Antillen, maar ook werk van nieuwe Nederlanders uit het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Het boek wil en kan geen volledig overzicht zijn van de beste gedichten geschreven in het koninkrijk, wel een startschot voor een andere inclusievere blik op onze literatuur en wie daar wel en niet aan meedoet. Irakezen, Iraniërs, Amerikanen en anderen hebben in Nederland werk gemaakt dat met ons te maken heeft. Dat grotere verhaal ontbreekt tot nu toe in de bloemlezingen. “Onze” literatuur is die van Remco Campert, Tjitske Jansen en Radna Fabias, maar ook die van Tsjêbbe Hettinga, Jan Glas, Theo Vossebeld en Nydia Ecury, van Mowaffk Al-Sawad, Dick Schlüter en Mia You.”

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

    Overzicht van de talen in de bloemlezing:

    Het Achterhoeks, Afrikaans, Arabisch, Bildts, Brabants, Dari/ Farsi, Drents, Esperanto, Engels, Fries, Genemuidens, Gronings, Hebreeuws, Indonesisch, Kollumerpompsters, Limburgs (o.a. Maastrischts en Kerkraads), Midslander Dialect (Terschellingen), Nederlands, Papiaments, Sarnami, Sranantongo, Stellingwerfs, Twents, Volendams, West-Fries en het Zeeuws.

    Overzicht van de auteurs:

    Amir Afrassiabi, Rik Andreae, Robert Anker, Chairil Anwar, Frank Martinus Arion, Bernardo Ashetu, Shakila Azizzada, Aletta Beaujon, Asaph Ben-Menahem, Ineke Berentschot, Wim Bluemers, Frans Budé, Jac. Bulle, Cándani, Edgar Cairo, Leonne Cramers, Eppie Dam, Kwame Dandilo, Gerrit Hendrik Deunk, R. Dobru, Nydia Ecury, Elisabeth Eybers, Herman Finkers, Aly Freije, Jörgen Gario ‘unom’, Jan Glas, Paula Gomes, Fieke Gosselaar, Halil Gür, Henny Hamhuis, Jan Kornelis Harms, Erik Harteveld, Rein Heerink, Tsjêbbe Hettinga, Hans Heyting, Jelle Kaspersma, Hans Keuper, Henk Kolvoort, Marga Kool, Harm Koops, Everdien Koskamp-Luijmes, Wiel Kusters, Gerrit Lansink, John Leefmans, Titia Lont, Lamia Makaddam, Tip Marugg, Djordje Matić, Hans Mellendijk, Saul van Messel, Steijn Minholts, Raj Mohan, Tiny Mulder, Richard Muller, Jit Narain, Ramsey Nasr, Gerard Nijenhuis, Munye Oduber-Winklaar, Frank van Pamelen, Guillaume Pool, Esther Porcelijn, Sonja Prins, Otjep Rahantoknam, Naji Rahim, Roel Reijntjes, Astrid H. Roemer, Sebastiaan Roes, Arno Römgens, Gerrit Roosink, Suze Sanders, Mowaffk Al-Sawad, Dick Schlüter, Johanna Schouten-Elsenhout, Ibrahim Selman, Shrinivási, Sitor Situmorang, Michaël Slory, Albertina Soepboer, Marien Stroo, Frank Tazelaar, H. van Teylingen, Albert Tilma, Sijmen Tol, Trefossa, Jan Siebo Uffen, C.B. Vaandrager, Johan Veenstra, Peter van der Velde, JACE van de Ven, Arie de Viet, Peter Visser, Lammert Voos, Theo Vossebeld, Nina Werkman, Jan Widdershoven, Willem Wilmink, Peer Wittenbols, Mia You en Jan Zwemer.

    Overzicht van de vertalers:

    In veel gevallen hebben de auteurs hun werk zelf vertaald. Die namen heb ik hier weggelaten. De andere vertalers zijn: Cynthia Abrahams, Joost Baars, Benno Barnard, Abdelkader Benali, Hans de Beukelaer, Jan Glas, Tamir Herzberg, Assad Jaber, Esther Jansma, Effendi N. Ketwaru, Henk Krosenbrink, Tsafrira Levy, G.O. Nijland, Kees Nijland, Jan Popkema, Suze Sanders, J.A. Smit, Kees Snoek, Jabik Veenbaas, Willem van der Velde, Dolf Verspoor, Goaitsen van der Vliet en Paul Weelen.

    Een aantal voordrachten zijn te horen op soundcloud:

    https://soundcloud.com/tsead-bruinja/sets/de-eerste-bloemlezing-van-de

  • Samen met muzikant ZEA (Arnold de Boer), fotograaf Rosa van Ederen en gastdichter Hélène Gelèns was ik in zorgcentrum Haersmahiem te Buitenpost voor Portretten in Poëzie.

    Wat niet onvermeld mag blijven is de bijnaam van mevrouw Neeltje van der Veen-Bottema. Haar dochter vertelde bij de presentatie dat Neeltje in haar dorp ook wel ‘dakhaas’ werd genoemd. Die bijnaam kreeg ze omdat ze er als meisje op een vroege wintermorgen in het geniep vandoor was gegaan met een vriendin, om in het barre weer de Elfstedentocht te schaatsen. Nog altijd loopt mevrouw Van der Veen-Bottema als een kievit…

    Lees de gedichten en beluister de muziek die wij voor en met de bewoners maakten en bekijk de foto's op:

    Buithttps://leeuwardencityofliterature.nl/project/portretten-in-poezie/portretten-woonzorgcentrum-haersmahiem/

  • Het Woordenrijk is een radioprogramma over poëzie en literatuur, elke zondag van 13 tot 14 uur. Het werd in 2012 opgericht door Harry Zevenbergen en wordt tegenwoordig gepresenteerd door Adrienne van de Nieuwegiessen en Ricco van Nierop.

    Meer over interviewer Ricco van Nierop: http://miaw.nl/ricco-van-nierop/

    In Het Woordenrijk aandacht voor poëzie in streektalen en dialecten met Tsead Bruinja. Het poëzieprogramma is tegenwoordig zondags tussen 13-14 uur te horen op Den Haag FM.

    Tsead Bruinja was in 2019 en 2020 Dichter des Vaderlands en in die functie schreef hij poëzie naar aanleiding van de actualiteit. Daarnaast nam hij zich voor om aandacht te geven aan Nederlandse poëzie die niet in het Nederladns geschreven wordt, maar toch Nederlands is. Hij deed een oproep en ging zelf op onderzoek in de Koninklijke Bibliotheek en nu is er ‘De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie’. Een dik boek waarin je gedichten vindt van Nederlandse dichters in het Volendams, Zeeuws, Arabisch, Achterhoeks, Limburgs, Gronings en natuurlijk ook het Fries van Bruinja zelf. We spreken uitgebreid met Bruinja over het hoe en waarom van deze bundel en gaan veel voorbeelden horen.

    https://www.denhaagfm.nl/dhfm/4650631/tsead-bruinja-in-het-woordenrijk