• Een man in een zeilbootje botst met een ander zeilbootje. In dat bootje zit een vrouw die hij niet kent maar met wie hij later zal trouwen en kinderen zal krijgen. Het klinkt ideaal en zo ziet het er ook uit. Beiden hebben een goede baan. Hij is arts en zij werkt in een museum, waarnaast ze thuis zelf ook schilderijen maakt.

    Snapshot011949201204260

    Op een ochtend verongelukken hun beide kinderen, een zoon en een dochter in hun tienerjaren. De geliefden van de zeilbootjes staan plotseling met lege handen. De vrouw wordt gek van verdriet en moet opgenomen worden en de man probeert haar te troosten. Hij probeert positief te blijven.

    Dan sterft ook hij. Als hij bij een ongeluk in een tunnel iemand probeert te helpen, wordt hij zelf het slachtoffer van een nieuw ongeluk. Er is nog één zeilbootje over.

    De vrouw kan het grote verdriet niet aan en het helpt niet dat hij nog rondspookt. Hij moet afscheid nemen zegt een geest en voor hij het weet, wordt hij wakker in een wereld die gemaakt lijkt van olieverf. Hij wordt wakker in de schilderijen van zijn vrouw. Zo ziet de hemel er voor hem uit.

    What-Dreams-May-Come-robin-williams-26619597-1499-973

    In die schilderachtige wereld, waarin een bloem als dikke blauwe vla over zijn hand glijdt, ziet hij een boom staan. Het is de boom uit het schilderij van zijn vrouw. Terwijl zij in de wereld van de levenden voor het doek staat en verfverdunner over de boom gooit, verdort diezelfde boom in de hemel van haar man.

    What-dreams-may-come-05

    Hij ontmoet zijn kinderen, hij ontmoet een oude vriend en hoort dat zijn vrouw zelfmoord heeft gepleegd. “Zelfmoordenaars gaan naar de hel,” hoort hij ook en hij kiest ervoor om zijn vrouw te gaan halen. Het lijkt een enkeltje te worden.

    Hell

    Als hij haar vindt heeft hij maar kort tijd om haar te zien. Als hij te lang blijft, kan hij niet meer terug. Ze zit in een soort omgedraaide kathedraal.

    Ze herkent hem niet en hij blijft maar proberen haar geheugen tot leven te brengen. Waar hij eerder niet mee kon gaan in haar verdriet over het verlies van hun kinderen, moet hij zich nu mee laten slepen in haar gekte. En als hij dat uiteindelijk doet, belanden beiden terug in de hemel van haar schilderijen.

    Dit is misschien oude koek voor u. U heeft wellicht ook de film ‘What Dreams May Come’ gezien, waarin Robin Williams de rol van de man speelt die moet leren om in het verdriet en de gekte van zijn vrouw mee te gaan. Het is een van mijn favoriete films. Zowel de depressie als de ontkennende opgewektheid zijn mij niet vreemd. Als er een hel bestaat, kan ik me niet voorstellen dat Robin Williams er vandaan gehaald hoeft te worden.

    220px-Whatdreamsposter

     

  • Pluk de Nacht-41foto door K.W. Falkena - http://kawingfalkena.nl/

    Voor de Amsterdamse editie van het filmfestival Pluk de Nacht keek ik naar de Russische film 'Me Too' van Aleksei Balabanov.

     

    En schreef er onderstaand gedicht bij. Vanwege de opmaak heb ik een scan en de tekst zelf (onderaan dit bericht) geplaatst, inclusief een opname van de voordracht.

     

     

    Bruinja

     

    Poster__1040px-tt-width-262-height-379-attachment_id-3562-bgcolor-000000


    gedicht uit de ijstijd voor de schepping                               nou én?

    niemand beheert zijn eigen kind alleen
    je bouwt het liefst een geloofje om hem heen

    en ons wacht een kamer
    ons wacht een inrichting
    een schoorsteen                                                           nou én?

    ons voede het lichaam
    ons voede de kachel

    als ik een behanger van filmdecors was
    stonken mijn handen                                                      nou én?

     

    elvis ging naar een acupuncturist voor Zijn rug
    de tevreden klant wist niets van de demorol
    op de punt van de naald                                                 IK OOK

     

    thank god I’m a country boy op weg naar mijn kachel
    in de grond

    als ik een behanger van filmdecors was
    asfalt töt en mét de horizon

    je haalt er één op
    je haalt er nog een paar op
    je schiet er een paar neer
    kijkt aan ’t eind
    hoeveel je over hebt
    die geef je een rondje
    niet in hun voorhoofd

    dommerik                                                                      IK OOK

    niemand laat zijn eigen zoon alleen
    god kreeg een kind zodat we allemaal
    in space kunnen leevuhn                                                  IK OOK

                                    een bijl
    geluk zoek(t) je met     een pistool
                                    voedseldroppings                                                         

    er loopt een straaltje bloed
    uit mijn kontgat
    langs je been                                                                                                         

    dat wil je niet als behanger van filmdecors                          nou én?                             

    god kreeg een kind
    dat op zoek naar geluk gaat
    met een bijl                                                      IK OOK / nou én?

    ad nauseam

     

    Meer over de filmmaker:

    http://en.wikipedia.org/wiki/Aleksei_Balabanov

    http://www.imdb.com/name/nm0049326/

    http://www.theguardian.com/film/2013/may/19/aleksei-balabanov

  • Stortemelk ontmoet Poetry International – zondag 17 aug. Vlieland

    Met o.a. Jan Klug, Lies van Gasse, Bas Kwakman, Charl-Pierre Naudé en Tsead Bruinja

    Alweer voor de achtste achtereenvolgende keer is kampeerterrein Stortemelk te Vlieland de kleine dependance van het Rotterdamse Poetry International. De presentatie ligt ook dit jaar weer in de bekwame handen van Bas Kwakman, festivaldirecteur van 'Poetry'. Samen met de Friese dichter Tsead Bruinja heeft Kwakman zich weer beziggehouden met de line up.

    Tent
    © Bas Kwakman

    PROGRAMMA:

    Aanvang: 21.00 uur

    Internationale Poëzie en een Stem van Paardenhaar

    1) Internationale Poëzie

    Charl Pierre Naudé (Zuid-Afrika)
    Tsead Bruinja (Friesland/Nederland)
    Lies van Gasse (Vlaanderen/België)

    Muziek: Jan Klug (Duitsland/Nederland) 

    PAUZE

    2) Een stem van Paardenhaar

    Dit tweede programmaonderdeel staat geheel in het teken van het boek Een Stem van Paardenhaar waarin Lies van Gasse en Bas Kwakman in taal en beeld verslag doen van hun reis door de Gobi Woestijn, Mongolië.

    Muziek: Jan Klug (Duitsland/Nederland)Boek

     

    Meer op http://stortemelk.nl

  • Van het vliegveld van Cork in Ierland naar het stadje Fermoy is het zo’n drie kwartier rijden. Drie jaar geleden maakten de Groninger dichter Jan Glas, mijn vrouw en ik dat ritje voor het eerst. We kwamen aan op een donderdagavond. Het weer was Iers en regenachtig en in plaats van dat we naar onze slaapplaats werden gereden, werden we netjes afgeleverd bij de Elbow Lane Inn, een pub met een grote bruine ‘backroom’ waar lokale dichters aan het voorlezen waren en de luidruchtige eigenaar Billy, een grijze vrijgezel met een voorliefde voor opera, zijn dichtende stamgasten regelmatig interrumpeerde met een steek onder water en een schaterlach. Voor ik het wist had ik een pint in mijn handen en stond ik mee te ouwehoeren, totdat we na verschillende zangsessies en dronken vriendschapsverklaringen om vier uur ’s nachts met de taxi naar huis werden gebracht.

    Post

    Ons Ierse thuis, dat Fermoy door de jaren heen werd, is geen vreedzaam huis gebleken. In het eerste jaar leek de organisatie een clubje lokale vrienden dat graag met elkaar afsprak in de pub. Gene Barry, dichter, therapeut en hoofdorganisator, leek met zijn vrouw Margo het meeste werk te verrichten. Maar Billy en zijn goede vriend Ciaran hielpen ook hard mee. Wij bleven nog een paar dagen en leerden zo de Fermoyse kostgangers wat beter kennen, dachten we. We aten ’s avonds met zijn allen in de tuin van Gene en Margo, reden door de prachtigste bergen aan de kust en we dronken vele pints in de pub van Billy.

    Uitz

    Een jaar later was die idylle veranderd in een strijdveld. We stapten uit het vliegtuig niet meer zo Billy’s pub in, maar gingen rechtstreeks naar de keukentafel van Gene en Margo. Er was gedoe geweest over geld, mensen hadden elkaar uit zitten schelden en iemand had stiekem opnames gemaakt van gesprekken waarin nog meer werd gescholden. Bovendien had men een poging gedaan om de praktijk van Gene Barry in een kwaad daglicht te zetten door valse geruchten over hem te verspreiden.

    Er volgden pogingen door dichters en vrienden om tot verzoening te komen, maar het kwaad was geschied. De tweede editie van het festival, die de hele club nog wel samen uit moest zitten, zou een editie worden van gemene sms’jes, hartproblemen en boze blikken.

    Post

    Dit jaar bezoeken mijn vrouw en ik voor de derde keer Fermoy. Vier jaar geleden had men daar nog nooit van een poëziefestival gehoord en nu hebben ze er twee. Pubeigenaar Billy heeft zijn eigen ‘art festival’, met koorzang, amateurschilderkunst en poppenkast, en Gene en Margo hebben het Fermoy International Poetry festival, dat inmiddels verplaatst is naar een aantal andere pubs. We gaan voorlezen en drinken in The Forge Bar and Restaurant, The Grand Hotel en bij Charlie Mac’s, lopen onwillig en onwennig met een boogje om The Elbow Lane Inn en lachen wat ongemakkelijk om de nieuwe festivalslogan: “The friendliest poetry festival in the world.”

    10516671_517636141671566_3371346465219830750_n

    De derde editie van het vriendelijkste poëzie festival in de wereld verliep boven verwachting vreedzaam. Er waren wat scheve gezichten van pubeigenaren die hun doorgaans lege kroegen niet altijd genoeg gevuld zagen worden en er was een religieuze Amerikaan die midden in de nacht huilend de organisatie belde omdat zijn taxi vijf minuten te laat was, maar verder was het een grote verbroedering van lokale Ierse dichters met Amerikanen, Zuid-Afrikanen, Canadezen, Nederlanders en een skilerares uit Patagonië.

    FarmaTijdens het festival wordt er door het hele stadje opgetreden, ook bij de drogist – hier door de Amerikaanse dichteres Kay Kinghammer.

    Janet Dickinson, de slanke Argentijnse skilerares van achter in de zestig, was er ook bij geweest tijdens de eerste editie van het festival. De burgeroorlog van de daaropvolgende editie had zij helaas moeten missen, waarschijnlijk wegens geldgebrek. Gekleed in een gebreid wit vest met daaronder een topje dat net niet haar gebruinde strakke buik verhulde, vertelde ze me hoe ze het dit jaar toch voor elkaar had gekregen om erbij te kunnen zijn.

    Op een zondag was de dichteres nietsvermoedend boodschappen gaan doen bij haar plaatselijke supermarkt, toen bleek dat ze een grote TV had gewonnen in de loterij. Die TV had ze meteen verkocht, zodat ze het kaartje voor de bus kon kopen die er negen uur over zou doen om haar naar Buenos Aires te brengen, waarna ze nog negentien uur op pad zou zijn met het vliegtuig. Dat alles om in Fermoy achter haar glaasje rode wijn en met steevast een sigaret in de hand haar gedichten met ons te delen over ‘love’, ‘love’ en nog veel meer ‘love’. Voorafgaand aan haar laatste voordracht ging ze ging ze zelfs nog even voor een charmante lokale drinkebroer van zeventig op de knieën om hem een aanzoek te doen. Van die grijze Seamus hebben we de rest van de avond niets meer vernomen, al ging het gerucht dat hij ‘ja’ had gezegd.

    7814361222_efac55a46a_m
    Janet Dickinson vastgelegd door Jan Glas

    Er werd hard om gelachen door de leden van de Amerikaanse poëziegroep Mad Swirl, die vorig jaar nog via skype vanuit Dallas hun wilde beatnikvoordrachten door de Ierse pubs lieten galmen. De dichter die het hardst lachte was de gespierde goedzak Johnny Olsen, een marinier van vierenveertig die in 1990 het Irakese leger van Saddam Hoessein uit Koeweit hielp verdrijven. Hij las een gedicht voor over the American Dream. Wij moesten even slikken toen hij begon over hoe hij een droom had gezien ‘twisted in Middle Eastern enemies’ eyes, who despise our freedoms and see our dreams as demonized things that these martyrs have destined themselves to destroy.’

     

    Maar verder deed het meest vriendelijke poëziefestival precies wat er op het blikje stond. Wij werden een weekend lang vrienden voor het leven, net als tijden die geweldige eerste editie. Guinness stroomde door onze aderen en allemaal hadden we op ons eigen manier het gevoel de loterij te hebben gewonnen.

    13574_522042041230976_8140547090530613354_n
    De rust is hersteld en Gene Barry, hier in Poetry International t-shirt, geniet.

    Voor meer over het festival: http://www.fermoypoetryfestival.com/

  • De kat van de buren springt bij me op schoot, vlak nadat ik het gedicht ‘De jonge man die gevangen werd door een leeuw’ heb gelezen en net na ik voor de zoveelste keer het nieuws heb gekeken en een artikel over Gaza heb gedeeld op Facebook. Het gedicht is afkomstig uit Liederen van de Kraanvogel van de Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog. Zij vertaalde voor dit boek verhalen uit het /Xam, de taal van de Kaapse Bosjesmannen, een taal die sinds het begin van de twintigste eeuw niet meer gesproken wordt. Ongetwijfeld ging er iets verloren op de lange weg van het /Xam naar het Nederlands, maar de kracht van de verhalen is, mede dankzij vertaler Robert Dorsman, bewaard gebleven.

    Thumbnail

    “Tijdens de jacht kreeg een jonge man slaap / hij ging liggen, hij viel in slaap onder een struik / op het heetst van de dag kwam er een leeuw / de leeuw sleepte de man bij zijn nekvel / de leeuw sleepte de man een swartstormboom in / de leeuw ging water drinken / de leeuw wilde geen dorst krijgen terwijl hij die man opat.” Zo begint het. De leeuw kijkt dan om, meent de man te zien bewegen en schuift diens hoofd ‘beter tussen de takken. Daarna likt hij zijn tranen en draaft “terug naar het water”.

    De jager ontsnapt. Zijn moeder wikkelt hem in antilopenhuiden “opdat de leeuw hem niet zou ruiken.” Als de leeuw zijn prooi toch weet te vinden, bieden de dorpsbewoners hun kinderen aan, maar de leeuw wil geen kind. “Ik wil die jonge man wiens tranen ik heb gelikt”. De leeuw krijgt zijn zin en bijt de man dood, waarna hij zelf vermoord wordt. “Nu kan ik sterven,” zegt de hij tevreden, “want ik heb de jonge man die ik wilde gekregen”.

    Het gedomesticeerde zusje van de dode leeuw geeft mij kopjes. Ze drukt haar nagels in mijn buik alsof ik haar moeder ben en er snel melk zal vloeien. Ik zet de nieuwe cd van Morrissey op die opent met: “World peace is none of your business / You must not tamper with arrangements / Work hard and sweetly pay your taxes / Never asking what for / Oh, you poor little fool oh, you fool.” Het cynisme van de Britse übervegetariër smaakt zoet, maar niet zoet genoeg.

     

    Ik blijf de kat aaien en probeer ‘De jonge man die gevangen werd door een leeuw’ te verbinden met mijn woede, woede op de Russische regering en de door haar gesteunde separatisten. Ik wil iets aangrijpends zeggen over de onmacht die ik voel over Gaza. Maar aan wie geef ik de speer van de jager en wie bind ik het masker van de leeuw voor? Wie krijgt de tranen?

  • …Nothing's ever simple – that's for sure 
    There are grieving mothers on both sides of the wire 
    And everyone deserves a chance to feel the future…

     

    When I was young it all seemed like a game 
    Living here brought no sense of shame 
    But now I'm older I've come to understand
    Once we had houses 
    Once we had land 
    They rained down bullets on us as our homes collapsed 
    We lay beneath the rubble terrified 

    Hoping.. Dare we dream? 
    We gave up waiting 
    For us, to dream is still a dream 

    When I woke up, the house was broken stones 
    We suddenly had nothing 
    And nothing's changed 

    We live, eight people, in this overcrowded heat 
    Factory-farmed animals living in our own sweat 
    Living like this is all my baby brother ever knew 
    The world does nothing. What can we do? 

    We will kick the ball 
    We will skip the rope 
    We will play outside. Be careful 
    We will paint and draw. We will say our prayers 

    Outside the pitiless sun bleaches the broken streets 
    The darkness drops in the evening like an iron door 
    The men play cards under torchlight 
    The women stay inside 
    Hell can erupt in a moment day or night 

    You ask for trouble if you stray too close to the wall 
    My father died ..feeding the birds 
    Mum goes in front of me to check for soldiers 

    For every hot-head stone ten come back 
    For every hot-head stone a hundred come back 
    For every rocket fired the drones come back 

    For thirteen years the roads have all been closed 
    We're isolated. We're denied medical supplies 
    Fuel and work are scarce. They build houses on our farms 
    The old men weep. The young men take up arms. 

    We're packed like chickens in this town of block cement 
    I get headache from the diesel. When it rains, the sewers too 
    I had no idea what martyrdom meant 
    Until my older brother.. my older brother 
    I'm sorry. I can't continue. 

    You sow the wind, you reap the whirlwind, it is said 
    When people know they have no future 
    Can we blame them if we cannot tame them? 
    And when their hopes and dreams are broken 
    And they feel they might as well be dead 
    As they go, will we forgive them 
    If they take us with them? 

    Stay close 
    Stay home 
    Stay calm 
    Have faith 

    With the love of our family we can rise above anything 
    Someday surely someone must help us 
    With the love of our family we can rise above anything 
    Someday surely someone must help us 
    Even now we will go to school 
    Even now we will dream to dream 
    Someday surely someone must help us 

    Nothing's ever simple – that's for sure 
    There are grieving mothers on both sides of the wire 
    And everyone deserves a chance to feel the future just might be bright 
    But any way you look at it – whichever point of view 
    For us to have to live like this 
    It just aint right 
    It just aint right 
    It just aint right 

    We all want peace and freedom that's for sure 
    But peace won't come from standing on our necks 
    Everyone deserves a chance to feel the future just might be bright 
    But any way you look at this – whichever point of view 
    For us to have to live like this 
    It just aint right 
    It just aint right 
    It just aint right 

    It's like a nightmare rose up slouching towards Bethlehem 
    Like a nightmare rose up from this small strip of land 
    Slouching towards Bethlehem 

    It's like a nightmare rose up from this small strip of land 
    Slouching towards Bethlehem 

    Stay close 
    Stay home 
    Have faith 

    I can't know what twist of history did this to me 
    It's like a nightmare 

    With the love of our family 
    We can rise above anything 
    Some day surely someone must help us…

     Studio version below:

    Band statement:

    This is a song for the people – especially the children – of Gaza. It was written after many conversations with ordinary Palestinians living in the refugee camps of Gaza and the West Bank. I spoke also to Israelis, to N.G.O workers, to a diplomat unofficially working in Jerusalem, and took their perspectives into account whilst writing the lyric.

    It is not my/our intention to smear the Jewish faith or people – we know many Jews are deeply critical of the current situation – and nothing here is intended to show sympathy for acts of violence,whatever the motivation, but simply to ponder upon where desperation inevitably leads.

    Many Gazan children are now the grandchildren of Palestinians BORN in the refugee camps – so called "temporary" shelters. Temporary for over 50 years now.. 
    Gaza is today, effectively, a city imprisoned without trial. We ask you to add your voice to those already campaigning and lobbying for a peaceful and urgent resolution to this desperately unfair situation.

    Please check out the "Hoping" foundation (www.hopingfoundation.org) which provides facilities and materials for Palestinian children enabling them to play, to learn, and to express themselves through art, music, and the performing arts. 

    Help if you can. To dream, might not after all, be just a dream.
    h (September 2012)

    http://www.marillion.com/

  • Zomervakanties bestonden voor ons uit een paar weken met de caravan naar Ruurlo en logeerpartijtjes bij Pake en Beppe in Oostrum. Mijn nichtje en ik lieten ons dan van de terp rollen tot we duizelig werden. We dronken koele melk rechtstreeks uit de tank en mochten aan het eind van de middag de koeien halen. Het ‘heuh, jongens’ dat we riepen, galmt nu weer door mijn hoofd.

    304

    De afgelopen weken moest ik herhaaldelijk denken aan de tijd dat ik boer wilde worden en met mijn nichtje eeuwig verse melk wilde drinken. Ik las de verhalenbundel De koe die de Waal over zwom van boerenzoon Willem Claassen, waarin hij met een gezond gevoel voor understatement vertelt over zijn jeugd op een veehouderij vlakbij Nijmegen.

    Koe
    te bestellen via Bol.

    De jonge Willem roept geen ‘heuh’, maar ‘kom maar, koetjes’ als zijn vader hem het land instuurt. Hij heeft geen nichtje op wie hij heimelijk verliefd is, maar zingt wel ‘de nieuwste hits uit de top 40’ voor zijn geliefde blaarkop Nummer 81 met wie hij soms bespreekt wat er zich op school afspeelt. Als zij op een namiddag nergens te bekennen valt, zegt zijn vader koeltjes dat 81 naar de slacht is. ‘Ze gaf niet zoveel melk meer.’

    Diezelfde droefdroge toon kenmerkt een verhaal waarin het de hoofdpersoon maar niet wil lukken om zijn lidmaatschap van de fanfare op te zeggen. Enkele dagen na het versturen van de opzegging, informeert de dirigent over de telefoon waarom Willem niet op de repetitie is verschenen. ‘Tien minuten later’ zit hij ‘op de fiets met de hoornkoffer onder de snelbinder.’

     (Interview + voordracht bij de boekpresentatie door Dennis Gaens, Peer & Willem Claassen)

    Het is herkenbare kleine ellende. Ik droom nog regelmatig over het beëindigen van mijn bijbaantje op de flessenafdeling van de supermarkt, waarna ik vrolijk nog een aantal weken werd ingepland. Plichtsgetrouw liet ik nog enkele zaterdagen lang het verschaalde bier langs mijn armen lopen.

    De vader van oud Groninger stadsdichter Rense Sinkgraven ging het beter af. De geschiedenis van diens loonbedrijf is vastgelegd in ‘Diepwoelen met de diepwoeler’, de tweede tekst die me terug naar de terp van Oostrum bracht. Liefdevol laat Sinkgraven zijn vader het bedrijf opnieuw beginnen met ‘ploegen’, ‘greppelfrezen’ en ‘aardappelrooien met de Sterbo rooimachine’. Vele machines en merken volgen, waarna ‘in december 2000 het loonbedrijf beëindigd’ wordt en medewerker Rinus ‘zelfstandig doorgaat met de minikraan’.

    Ik hoorde het de dichter voordragen, terwijl zijn vader trots stond te luisteren. We lazen voor in Smilde ter nagedachtenis aan het leven en werk van dichter Jacob Israël de Haan, geen boerenzoon, maar een zionist die in 1924 in het door hem zo geliefde Israël door een andere zionist vermoord werd. Hij pleitte voor een land waarin Arabieren en Joden vreedzaam zouden samenleven. Ik wens hen vrede, ‘kâlde molke út `e tank’ en mooie nichtjes toe.

    RA01_3005100236101939253add1_U

    P.s. u kunt het boek van Claassen bestellen via: http://www.wintertuin.nl/shop/producten/de-koe-die-de-waal-over-zwom/

  • 1

    Komende zondag is Sas te beluisteren tijdens http://dichtersindeprinsentuin.nl/ & later te bewonderen tijdens http://crossingborder.nl/

    2

    Omslag afbeelding: Noor Agter.

    Uitgeverij: http://www.uitgeverijmarmer.nl/

    Website Saskia Stehouwer: http://saskiastehouwer.nl/

     

  • Een keer per maand stap ik ’s ochtends met lood in de schoenen op de fiets en kom ik twee uur later licht als een veertje weer thuis. Ik heb dan mijn maandelijkse zangles gehad van zangdocent Aukje. Als ik vertrek voel ik me schuldig dat ik te weinig geoefend heb. Bovendien schaam ik me bij voorbaat al voor mijn gebrekkige techniek. Ik kan er niet goed tegen als ik het fout doe, terwijl ik mezelf eigenlijk meer zou moeten toestaan zo nu en dan flink uit de bocht te vliegen en meer van mezelf te laten zien, volgens Aukje. Na zo’n les, waarbij ik gezeten op een skippy bal de fietspomp onder mijn maag leer te gebruiken en ‘oehs’ en ‘ahs’ door de kamer slinger, is het lood uit mijn schoenen verdwenen en neurie ik op de fiets de sterren van de hemel.

    Henk Wijngaard - Zingende Wielen

    Het begon allemaal met vrachtwagenzanger Henk Wijngaard. Op zaterdagochtend als iedereen nog in bed lag, legde ik zijn lp ‘Zingende wielen’ op de platenspeler en begeleidde Henk en mijzelf op een gitaar die mijn vader in elkaar had gezet. De gitaar bestond uit een houten balkje, het deksel van een emmer uierzalf en wit kledingelastiek. Stemmen kon en hoefde niet. Toen ik een jaar of zestien was maakte de uierzalfplank plaats voor een microfoon die ik aansloot op een versterker met vier speakers van 80 Watt, enigszins tot ongenoegen van de rest van het gezin.

    Alecto_mengpaneel

    Je hoort vaak van mensen dat ze graag zingen, maar dat hen vroeger in de klas of thuis werd gevraagd zich in te houden, wegens een gebrek aan toonvastheid of ritmegevoel. Die valse kraaitjes hadden met wat extra aandacht en aanmoediging van iemand als Aukje het zelfvertrouwen kunnen krijgen van een nachtegaal.

    Twee van mijn klasgenoten ontbrak het totaal niet aan zelfvertrouwen. Over blueszanger Jack Bottleneck heb ik het al eens gehad, maar er is nog een groot talent met wie ik de schoolbanken deelde. Het gaat om Lytse Hille, Kollummer zanger van het levenslied, die nu net als de door mij zo bewonderde Henk Wijngaard in kroegen en op piratenfestivals het publiek vermaakt.

     

    Hille, zoon van dierenspeciaalzaakhouder Pieter Fûgeltsje, blonk muzikaal niet uit op school. Ik had eerder verwacht dat hij de opvolger van de Zwaagwesteinder cabaretier Lytse Teake zou worden. Toen na een rumoerig verlopen ‘Feintsje fan Menaam’ meester Cazemier twee bekkens keihard tegen elkaar had geslagen om ons tot stilte te manen, schalde Hille door het lokaal: ‘Het half zes journaal met Maartje van Weegen.’ Voordat hij ‘NOS Nederland 1’ kon uitbrengen, had de rood aangelopen Cazemier zijn leerling met schoolbank en al tegen de muur gekwakt. Gelukkig heeft het Hille’s en mijn waardering voor de zangkunst niet weten te bederven. Wij zingen.

     

    …In een convooi naar het Oosten
    In een convooi heel ver weg
    In een convooi naar het Oosten
    Misschien kom ik daar nooit meer weg

    In een woestijn heb je twee kansen
    Soms heel heet en soms heel koud
    In een woestijn heb je twee kansen
    Soms heel goed en soms gaat het fout…

     

    Deze column stond op 11-7-2014 in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/