• Zomervakanties bestonden voor ons uit een paar weken met de caravan naar Ruurlo en logeerpartijtjes bij Pake en Beppe in Oostrum. Mijn nichtje en ik lieten ons dan van de terp rollen tot we duizelig werden. We dronken koele melk rechtstreeks uit de tank en mochten aan het eind van de middag de koeien halen. Het ‘heuh, jongens’ dat we riepen, galmt nu weer door mijn hoofd.

    304

    De afgelopen weken moest ik herhaaldelijk denken aan de tijd dat ik boer wilde worden en met mijn nichtje eeuwig verse melk wilde drinken. Ik las de verhalenbundel De koe die de Waal over zwom van boerenzoon Willem Claassen, waarin hij met een gezond gevoel voor understatement vertelt over zijn jeugd op een veehouderij vlakbij Nijmegen.

    Koe
    te bestellen via Bol.

    De jonge Willem roept geen ‘heuh’, maar ‘kom maar, koetjes’ als zijn vader hem het land instuurt. Hij heeft geen nichtje op wie hij heimelijk verliefd is, maar zingt wel ‘de nieuwste hits uit de top 40’ voor zijn geliefde blaarkop Nummer 81 met wie hij soms bespreekt wat er zich op school afspeelt. Als zij op een namiddag nergens te bekennen valt, zegt zijn vader koeltjes dat 81 naar de slacht is. ‘Ze gaf niet zoveel melk meer.’

    Diezelfde droefdroge toon kenmerkt een verhaal waarin het de hoofdpersoon maar niet wil lukken om zijn lidmaatschap van de fanfare op te zeggen. Enkele dagen na het versturen van de opzegging, informeert de dirigent over de telefoon waarom Willem niet op de repetitie is verschenen. ‘Tien minuten later’ zit hij ‘op de fiets met de hoornkoffer onder de snelbinder.’

     (Interview + voordracht bij de boekpresentatie door Dennis Gaens, Peer & Willem Claassen)

    Het is herkenbare kleine ellende. Ik droom nog regelmatig over het beëindigen van mijn bijbaantje op de flessenafdeling van de supermarkt, waarna ik vrolijk nog een aantal weken werd ingepland. Plichtsgetrouw liet ik nog enkele zaterdagen lang het verschaalde bier langs mijn armen lopen.

    De vader van oud Groninger stadsdichter Rense Sinkgraven ging het beter af. De geschiedenis van diens loonbedrijf is vastgelegd in ‘Diepwoelen met de diepwoeler’, de tweede tekst die me terug naar de terp van Oostrum bracht. Liefdevol laat Sinkgraven zijn vader het bedrijf opnieuw beginnen met ‘ploegen’, ‘greppelfrezen’ en ‘aardappelrooien met de Sterbo rooimachine’. Vele machines en merken volgen, waarna ‘in december 2000 het loonbedrijf beëindigd’ wordt en medewerker Rinus ‘zelfstandig doorgaat met de minikraan’.

    Ik hoorde het de dichter voordragen, terwijl zijn vader trots stond te luisteren. We lazen voor in Smilde ter nagedachtenis aan het leven en werk van dichter Jacob Israël de Haan, geen boerenzoon, maar een zionist die in 1924 in het door hem zo geliefde Israël door een andere zionist vermoord werd. Hij pleitte voor een land waarin Arabieren en Joden vreedzaam zouden samenleven. Ik wens hen vrede, ‘kâlde molke út `e tank’ en mooie nichtjes toe.

    RA01_3005100236101939253add1_U

    P.s. u kunt het boek van Claassen bestellen via: http://www.wintertuin.nl/shop/producten/de-koe-die-de-waal-over-zwom/

  • 1

    Komende zondag is Sas te beluisteren tijdens http://dichtersindeprinsentuin.nl/ & later te bewonderen tijdens http://crossingborder.nl/

    2

    Omslag afbeelding: Noor Agter.

    Uitgeverij: http://www.uitgeverijmarmer.nl/

    Website Saskia Stehouwer: http://saskiastehouwer.nl/

     

  • Een keer per maand stap ik ’s ochtends met lood in de schoenen op de fiets en kom ik twee uur later licht als een veertje weer thuis. Ik heb dan mijn maandelijkse zangles gehad van zangdocent Aukje. Als ik vertrek voel ik me schuldig dat ik te weinig geoefend heb. Bovendien schaam ik me bij voorbaat al voor mijn gebrekkige techniek. Ik kan er niet goed tegen als ik het fout doe, terwijl ik mezelf eigenlijk meer zou moeten toestaan zo nu en dan flink uit de bocht te vliegen en meer van mezelf te laten zien, volgens Aukje. Na zo’n les, waarbij ik gezeten op een skippy bal de fietspomp onder mijn maag leer te gebruiken en ‘oehs’ en ‘ahs’ door de kamer slinger, is het lood uit mijn schoenen verdwenen en neurie ik op de fiets de sterren van de hemel.

    Henk Wijngaard - Zingende Wielen

    Het begon allemaal met vrachtwagenzanger Henk Wijngaard. Op zaterdagochtend als iedereen nog in bed lag, legde ik zijn lp ‘Zingende wielen’ op de platenspeler en begeleidde Henk en mijzelf op een gitaar die mijn vader in elkaar had gezet. De gitaar bestond uit een houten balkje, het deksel van een emmer uierzalf en wit kledingelastiek. Stemmen kon en hoefde niet. Toen ik een jaar of zestien was maakte de uierzalfplank plaats voor een microfoon die ik aansloot op een versterker met vier speakers van 80 Watt, enigszins tot ongenoegen van de rest van het gezin.

    Alecto_mengpaneel

    Je hoort vaak van mensen dat ze graag zingen, maar dat hen vroeger in de klas of thuis werd gevraagd zich in te houden, wegens een gebrek aan toonvastheid of ritmegevoel. Die valse kraaitjes hadden met wat extra aandacht en aanmoediging van iemand als Aukje het zelfvertrouwen kunnen krijgen van een nachtegaal.

    Twee van mijn klasgenoten ontbrak het totaal niet aan zelfvertrouwen. Over blueszanger Jack Bottleneck heb ik het al eens gehad, maar er is nog een groot talent met wie ik de schoolbanken deelde. Het gaat om Lytse Hille, Kollummer zanger van het levenslied, die nu net als de door mij zo bewonderde Henk Wijngaard in kroegen en op piratenfestivals het publiek vermaakt.

     

    Hille, zoon van dierenspeciaalzaakhouder Pieter Fûgeltsje, blonk muzikaal niet uit op school. Ik had eerder verwacht dat hij de opvolger van de Zwaagwesteinder cabaretier Lytse Teake zou worden. Toen na een rumoerig verlopen ‘Feintsje fan Menaam’ meester Cazemier twee bekkens keihard tegen elkaar had geslagen om ons tot stilte te manen, schalde Hille door het lokaal: ‘Het half zes journaal met Maartje van Weegen.’ Voordat hij ‘NOS Nederland 1’ kon uitbrengen, had de rood aangelopen Cazemier zijn leerling met schoolbank en al tegen de muur gekwakt. Gelukkig heeft het Hille’s en mijn waardering voor de zangkunst niet weten te bederven. Wij zingen.

     

    …In een convooi naar het Oosten
    In een convooi heel ver weg
    In een convooi naar het Oosten
    Misschien kom ik daar nooit meer weg

    In een woestijn heb je twee kansen
    Soms heel heet en soms heel koud
    In een woestijn heb je twee kansen
    Soms heel goed en soms gaat het fout…

     

    Deze column stond op 11-7-2014 in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

  • “Soms moet je ze knock-out slaan, omdat ze liggen te schreeuwen als biggen. Je wilt niet weten hoe de omstanders je dan aankijken,” zei de conducteur op het perron van Driebergen-Zeist.

    Ik was onderweg naar Arnhem voor de groen-licht-procedure van derdejaars studenten Creative Writing. Door een kapotte bovenleiding was ik gestrand in Driebergen-Zeist, waar ik wachtte op mededocent Jasper, zodat we samen een prijzige taxi konden nemen. Om de tijd te doden had ik een gesprek aangeknoopt met de conducteur. Nadat ons gesprek over braampjes op bovenstellen, die bij grote wrijving leidingen laten knappen, klaar was, vroeg ik de conducteur over de vele  ‘aanrijdingen met een persoon’. Het antwoord waar deze column mee opent, was zijn reactie op de vraag of er wel eens zo’n poging tot zelfdoding mislukte.

    Bovenleiding

    Vorig jaar was ik na een dergelijke ‘vertraging’ zo slim geweest een studente te vragen haar gedicht voor te lezen alsof ‘de persoon’ van de ‘aanrijding met een persoon’ haar enige publiek was. Ze stormde voordat ze haar mond open kon doen huilend de klas uit. Ik leerde minder blind mijn intuïtie te volgen en bood mijn excuses aan.

    “Weet je wel hoeveel mensen er jaarlijks voor de trein springen?” vroeg de conducteur. Het bleken er meer dan vijfhonderd te zijn. “De eerste blijft je bij,” vervolgde hij, ”van de tweede herinner je de dag en het tijdstip nog. Daarna wordt het lastiger om de verschillende gevallen uit elkaar te houden.”

    Mijn respect voor conducteurs en machinisten groeide met de minuut, maar mijn nieuwsgierigheid ook. Ik vertelde over een verhaal dat mijn schoonvader aan mijn vrouw had verteld over een machinist die een vader met zijn dochtertje het spoor op had zien lopen en geen andere keuze had gehad dan zijn hoofd af te wenden van het onvermijdelijke drama. De conducteur keek niet op van het verhaal en deelde me mee dat conducteurs kunnen aangeven of ze wel of niet naar buiten gaan als er een kind bij een aanrijding betrokken is. In zijn geval, hij was vader, stond er op het formulier duidelijk ‘nee’. Hij vertelde ook dat hij in de trein regelmatig mensen had moeten reanimeren en dat hij dan bij kinderen nog net wat langer doorging. Het jongste kindje dat hij had gered, was een baby van drie maanden.

    Misschien was ik bovengemiddeld geïnteresseerd in de verhalen van de conducteur omdat mijn vader vrijwilliger is geweest bij de ambulance. Tijdens een verjaardagsfeest hoorde ik zijn collega geërgerd vertellen over ramptoeristen bij een treinongeluk. “Normaalgezien worden menselijke resten in ondoorzichtige tassen gestopt,” zei de broeder, “maar wij hadden zo genoeg van die lui, dat we met doorzichtige tassen langs het ‘publiek’ liepen. Die waren snel weg.”

     

    Deze column verscheen op 5-7-2014 in de Leeuwarder Courant

  • Afgelopen vrijdag merkte ik op pijnlijke wijze hoe de bezuinigingen de polder bereikt hebben. Ik was uitgenodigd om voor te komen dragen tijdens het Sunsation Festival in de buurt van Swifterbant, waar dichters vanaf vijf uur ’s ochtends voorlezen in de open lucht. Bij eerdere edities werden we vooraf getrakteerd op een etentje en een hotelovernachting. Met die luxe is het inmiddels gedaan.

    Sun1Het Robert Morris Observatorium waar het festival plaatsvindt.

    “Alvast bedankt voor de gastvrijheid,” zei ik, terwijl ik mijn hand uitstak naar boer Edwin.
    “Dat moet je maar afwachten,” antwoordde de boer met een onheilspellende glimlach. 

    Aangezien ik niet over een rijbewijs beschik en de vroegste trein niet vroeg genoeg uit Amsterdam zou vertrekken, was ik ingegaan op de mogelijkheid bij de boer te logeren. Zijn goede vriend en festivalorganisator Jacob had me opgehaald  van het station en kwam even mee naar binnen voor een drankje.

    Boer Edwin vertelde dat hij ooit met enkele collega’s vijf windmolens uit Denemarken had laten komen. Die investering hadden ze dik terugverdiend, maar het bleek niet makkelijk om van de wind te leven. Dat was een boer uit de buurt beter afgegaan. Deze fervente tegenstander van horizonvervuiling had met lede ogen aan moeten zien hoe aan beide kanten van zijn land twee gigantische windmolenparken werden aangelegd. Hij leerde echter al snel dat wie windmolens plaatst, het voor zijn buren onmogelijk maakt dat ook te doen. De wind kun je maar een keer vangen. Daarop spande de antimolenboer eerst een rechtszaak aan tegen het park aan de ene kant en daarna tegen het park aan de andere kant. De inkomstenderving levert hem een kleine ton per jaar op. Ik heb het verkeerde beroep gekozen, dacht ik en vroeg om een tweede wijntje.

    Toen het tijd was om naar bed te gaan, hoorde ik dat er “een matje” voor me zou worden uitgerold op de overloop en dat ik niet moest schrikken als de oudste dochter thuiskwam. Beleefd als ik was en enigszins beschonken, aanvaardde ik mijn flinterdunne lot.

    De dochter kwam thuis en voerde met haar moeder luidkeels een gesprek aan de keukentafel. Daarna besefte ik dat ik vergeten was uit te checken op station Dronten. De hartelijke begroeting van Jacob en de onbekende plek hadden me afgeleid. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan en bleef daar knap wakker bij. Eenmaal bedaard van de zelfkastijding begon een eveneens huiswaarts gekeerde kat voor de voordeur te staan miauwen. Helaas beschikte het beest over een formidabel uithoudingsvermogen en gaf niet op tot de zon opkwam en ik aan tafel een bruine boterham met pindakaas probeerde weg te spoelen met een kop sterke thee.

    Sun2
    De wolken maakten later plaats voor de zon tijdens de voordracht van Kira Wuck

    Qua slaap hadden de bezuinigingen mij gekraakt, maar het verhaal over de antimolenboer was onbetaalbaar. De volgende keer neem ik oordoppen en een luchtbed mee.

     

    Meer over het festival: http://www.festivalsunsation.nl/

    Deze column stond gisteren in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

     
    een indruk van de 2012 editie van het festival

  • Of poëzie als een vorm van wetenschap kan worden gezien, wilde ik weten. Ik zat aan tafel met de jonge Chinese dichter Hu Xudong die net zijn tedere gedichten het publiek in had geblaft en de Canadese dichter Adam Dickinson, die zich liet inspireren door de complexe moleculestructuren van polymeren.  (Moet u niet van schrikken hoor, die polymeren. De maffia komt zo nog langs.) Drie microfoons stonden er voor onze neuzen, een karaf water en drie glazen. Plaats: de Rotterdamse Schouwburg. Gelegenheid: Poetry International.

    (Video van een andere programma waarin Dickinson als eerste voordraagt)

    Dickinson ging net zo serieus op mijn vraag in als hij had voorgelezen. Nadat hij gewillig het stokje had overgegeven, begon het gedonder. Xudong lachte zijn tanden bloot en wierp “but you are a real geek” richting Dickinson. Aangezien ik me enigszins verantwoordelijk voelde voor welbevinden van beide heren, probeerde ik tegen te werpen dat Xudong in zijn jeugd werk had gemaakt dat hij nu als “geek art” bestempelde. Het mocht niet baten. Xudong antwoordde dat dat een andere Xudong geweest moest zijn en gaf geen sjoege.

    Inmiddels had de Chinees, die romantische regels schrijft als “met een rivier in mijn armen slaap ik een hele nacht. / Ik ben vergeten hoe we elkaar hebben ontmoet, / in ieder geval trad zij buiten haar oevers” de lachers op zijn hand. Hij besloot het publiek verder te plezieren door te vertellen dat hij vroeger een gangstertje geweest was en dat zijn eerste boeken gestolen goed waren. Hij kreeg ze van het groepje boeven met wie hij de straten onveilig maakte. Gedichten en gangster bleken moeilijk met elkaar te rijmen.

    (Hu Xudong leest 'Mama Ana Paula Schrijft Ook Poëzie'. Click hier voor de vertaling.)

    Dickinson lachte mee, maar merkte ook dat het gesprek over iets heel anders aan het gaan was dan de door hem zo geliefde poëzie. Om hem in het gesprek te betrekken, vroeg ik de Canadees of hij misschien ook ooit boeken had ontvreemd. “Of course,” was zijn gretige antwoord en de titels lagen bijna op zijn lippen, maar stierven voortijdig op zijn tong. Hij realiseerde zich plotseling dat het programma gestreamd werd en dat hij net nog naar zijn vrouw en driejarige dochtertje had gezwaaid aan de andere kant van de oceaan. De lacherige experimentele dichter veranderde in een koude wetenschapskikker, die beweerde dat er “more significant” zaken moesten zijn waar we het over konden hebben.

    Xudong zat er wat dom bij te knikken en ik zakte een klein stukje door de grond, keek naar de tijd en rondde laf het gesprek af. Maar dit lafbekje, dat vroeger hubba bubba kauwgom en geld pikte voor Star Wars-poppetjes, geniet thuis volop van Dickinsons “buitenruimtelijke holten / van vermoeidheid” en “getuierde draden / die nodig zijn om / aromatische nanodromen te verheffen / naar een gekonfijte omloopbaan”. Ich bin ein Geek!

  • Er is een bloederig lied dat de laatste paar dagen door mijn hoofd blijft galmen: “Southern trees bear a strange fruit / Blood on the leaves and blood at the root / Black body swinging in the Southern breeze / Strange fruit hanging from the poplar trees.” Misschien herkent u het en heeft u het Nina Simone of Billy Holiday eerder horen zingen. Maar weet u ook hoe het lied ontstaan is? Ik heb het opgezocht.

     

    Abel Meerpol (1903), een Joodse blanke docent Engels aan de New Yorkse  Dewitt Clinton High School, schreef ‘Strange fruit’ eind jaren dertig van de vorige eeuw. Een foto van een gelynchte zwarte man had hem zo diep geraakt dat hij er wel over moest schrijven.
    Zijn protest werd niet overal even enthousiast ontvangen. In 1940 moest de docent voor een commissie verschijnen die hem ervan beschuldigde de tekst in opdracht van de communistische partij te hebben gemaakt.

    Onlangs bungelden er weer twee vreemde stukken fruit aan een boom. Dit keer in India. De nichtjes Murti en Pushpa werden niet aan een populier, maar aan een mangoboom opgehangen. Magere lijfjes, kleurige kleding. Ze waren gegrepen, verkracht en vermoord toen ze ’s avonds naar de wc moesten lopen, omdat hun ouders te arm zijn om er een in huis te laten bouwen.

    Oud nieuws, zult u misschien zeggen, maar ik laat dit fruit toch nog even voor onze neuzen wiegen. Die meisjes hebben recht op onze aandacht en de krankzinnige Indiase minister, die beweerde dat “verkrachting een sociale misdaad is, die soms fout is en soms goed”, verdient het helaas ook.

    In eerste instantie wilde de politie de zaak niet eens onderzoeken. De nichtjes waren lid van een te lage kaste. Dat had onze politie eens moeten zeggen over Marianne Vaatstra. Ze zouden met pek en veren het bureau zijn uitgebonjourd. Inmiddels zijn er drie jongens gearresteerd plus de twee agenten die de oorspronkelijk melding negeerden, alle vijf lid van dezelfde hogere kaste.

    Vorige week kreeg ik een uitnodiging om op te treden in het Indiase Goa. Vlak daarna kwam een oproep binnen om een protest tegen de Indiase regering te ondertekenen. Terwijl ik deze colum schrijf hebben bijna vierhonderdduizend mensen de petitie ondertekend. Wat haalt het uit, denk je dan. De ouders van Murti en Pushpa zullen er geen wc van kunnen kopen.

    Annelie David, bevriend dichteres, plaatste onder de oproep op facebook, een reactie. Terecht merkte ze op dat het zo idioot was dat de meisjes door hun verkrachters weer aangekleed waren voor ze werden opgehangen. Ik kan die reactie niet meer terugvinden. Facebook heeft het bericht verwijderd, vanwege ongepast, niet zo gezellig. Ik wens ons een leger Abel Meerpols toe, maakt me niet uit van welke huidskleur, leeftijd of geslacht.

    P.s. Meerpol en zijn vrouw hebben jaren later nog een grotere rol in de geschiedenis gespeeld. Toen het echtpaar Rosenberg in de jaren vijftig, de hoogtijdagen van de jacht op de communisten, ter dood werd veroordeeld wegens nucleaire spionage, wilde niemand de zorg dragen voor hun kinderen. Abel en Anne Meerpol namen de taak op zich. Beide jongens zijn inmiddels professoren. 

    Bronnen: http://www.npr.org/2012/09/05/158933012/the-strange-story-of-the-man-behind-strange-fruit & http://en.wikipedia.org/wiki/Abel_Meeropol

    De petititie is te ondertekenen op: https://secure.avaaz.org/en/womanifesto_modi_loc/

    Deze column stond in de cultuurbijlage van de Leeuwarder Courant op 13-6-2014

  • Een onheilspellend blauw scherm begroette mij toen ik met mijn kop koffie weer achter mijn computer plaats wilde nemen. De grafische kaart en het werkgeheugen hadden tijdens mijn afwezigheid een burgeroorlogje ontketend in de grote witte bromkast onder mijn bureau.

    Blue-screen-irql

    Ik had die computer dringend nodig om me voor te bereiden op de aankondigingen en interviews die ik volgende week zal verzorgen tijdens Poetry International te Rotterdam. En ik moest deze column nog schrijven. Ik opende het bestand ‘PI14 Al-Harthy.NED.DEF’ en las: “Het is een vreemd verhaal van hun gedrieën: / de muis, het toetsenbord en de / tekstverwerker die geen tekst verwerkt / maar, daarentegen, mij laat vergeten woorden op te slaan // in de goede map.” Blijkbaar was ik niet alleen met mijn computersores! Ook Mohamed Al-Harthy uit Oman had problemen met zijn veredelde rekenmachine gehad. In zijn gedicht ‘Het woordenschip meert af…’, probeert hij ter vervanging nog een typemachine te zoeken, “maar die fantastische machines zijn verdwenen in onze dagen / je ziet ze bijna nooit / ze worden beweend (onder de strengste bewaking) in een museum / dat niemand bezoekt.” De dichter uit Oman pakt dan het potlood op: “Ik had bijna de vlag gehesen, de witte vlag / maar ik verkoos de raad van Hemingway te volgen / en ging opnieuw met potlood schrijven / met de geslepen roeiriem stak ik menig water over om het schip van woorden / tenslotte aan de aankomstoever af te meren”.

    Ik denk niet dat ik de redactie van de Leeuwarder Courant zou verblijden met een in potloodgeschreven column en postduiven heb ik niet, dus begon ik te tikken op het kleine laptopje dat ik tijdens een eerdere editie van Poetry kocht, omdat de voorganger traag als stroop was geworden.

    Misschien was de kaduke computer wel een teken dat ik te veel achter het scherm had gezeten en eigenlijk naar buiten moest voor inspiratie en frisse lucht. De column moest echter eerst af en mijn werk voor Poetry mocht ook niet blijven liggen. Er kwam hulp uit Noorwegen: “ik zag een wolk met vier benen // ik zag een wolk met een zilveren jas / ik zag een wolk die een veulen was // ik zag een wolk die opstond / ik zag een wolk met neus en mond // ik zag een wolk die leek op een kalf / ik zag een wolk die leek wel half”. Wijze woorden van de dichteres Monica Aasprong. Ik was vergeten hoe graag ik als jongetje in de weilanden lag om naar de wolken te kijken.

    Kom erbij liggen naast Al-Harthy, Aasprong en mij volgende week in de Rotterdamse Schouwburg. Dan mag u met potlood opschrijven wat u in de wolken ziet.

    Pig2

    De gedichten van Mohammed Al-Harthy in de vertaling van Kees Nijland en Assad Jaber kunt u hier lezen http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/24141/Mohamed-Al-Harthy.

    De gedichten van Monica Aasprong in de vertaling van Roald van Elswijk kunt u hier lezen http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/23026/Monica-Aasprong

    U kunt het festival ook vanuit uw luie stoel bijwonen via de stream http://www.poetryinternational.nl/stream/

  • Op de rij onverkochte cd's stonden plastic bakjes met chips. Goedkope schreeuwerige dance klonk door de winkel. Of ik ook een biertje wilde, vroeg een medewerker. Het was twaalf uur 's middags op een zaterdag. Ik was afscheid komen nemen van Ins and Outs, een zaak in Amsterdam-West waar nieuwe en tweedehands cd's en dvd's worden verkocht. Als ratten op een zinkend schip maakten de werknemers grapjes met een van de laatste klanten. "Dan neem je toch gewoon een dvd van Mickey Mouse, ook leuk."

    In2

    De eigenaar, een Haarlemmer van in de veertig, deed vrolijk mee, maar zijn gezicht vertelde een ander verhaal. Hij wist dat hij flink verlies zou draaien. Wat hij nog in de bakken had staan, was werk van eendagsvliegen en has-beens, slechts geschikt als glimmende onderzetters voor bakjes chips en flesjes bier.

    Jarenlang had hij geprobeerd de zaak draaiende te houden. Hij was tweedehands lego gaan verkopen en digitaliseerde op verzoek oude videobanden. Een jaar geleden had hij zelfs nog alle muziek uit zijn winkel in MP3-formaat op een laptop gezet, zodat klanten in bezit van een usbstick muziek bij hem konden blijven kopen. Enkele dagen na de installatie van de laptop op de toonbank, moest hij op straat de computer uit de handen van een dief grissen.

    Het verzamelen van muziek is een van mijn verslavingen. Zo kocht ik afgelopen zondag via marktplaats van een Texelse mevrouw Pink Floyds 'The Wall' in de Amerikaanse geremasterde vorm uit 1997 en bij een Amsterdammer bestelde ik op diezelfde dag een Japanse CD-persing uit de jaren tachtig. Dat was niet vreemd geweest als het betreffende album nog niet in mijn kast stond, maar daar pronken al minstens vier andere versies van deze klassieker.

    In1
    binnen bij Ins and Outs

    Onlangs las ik over een aanverwante ziekte. Een schrijver noemde het dwangmatig aanschaffen van boeken een gedoemde poging extra tijd te kopen en zo de dood te overwinnen. De verzamelaar weet dat er nooit genoeg uren in de dag zullen zitten om alle aangeschafte meesterwerken te lezen, maar bij elk nieuw boek heeft hij toch de illusie die tijd te zullen krijgen.

    Mijn jacht op de tijd begon als een jacht op inspiratie. In 1990 reden ik en mijn stiefbroer op onze brommers van Kollum naar Leeuwarden. We parkeerden de Honda Scoopy en de Mobylette voor platenzaak de Put. Een jongetje in uniform met een trommel voor zijn buik lachtte mij toe vanaf een Amerikaanse longbox, waar een hoekje uit was gezaagd, zodat de 'beschadigde' cd onder de prijs verkocht kon worden. Het was het album 'Misplaced Childhood' van Marillion, de band die de grote liefde van mijn leven werd en mijn poëzie met elk nieuw album dat ze maken nog altijd inspireert. Ik heb er twee versies van.

     

    Column Leeuwarder Courant 30-5-2014

     

    Marillion toen

     

    Marillion nu

  • 140522 juni-gedicht_e-mail

    Juni Gedicht 15 juni 2014 – Een poëzieavontuur in het Westerpark te Amsterdam

    Persoonlijke ontmoetingen met 40 dichters

    Op 15 juni dragen dichters hun gedichten voor en kunnen kinderen en ouders onder begeleiding van een dichter gedichten schrijven in het Westerpark. Vanaf 12.00 uur kan het publiek het programma/plattegrond afhalen bij de ingang van het park aan de Haarlemmerweg.

    13.00 – 15.00 uur – Dichter bij beeld

    Twintig dichters dragen hun gedicht voor bij een van de beeldende kunstwerken die het park rijk is. De helft ervan is geïnspireerd op de markante beelden van Herbert Nouwens.

    De dichters zijn: Tsead Bruinja, Joost Baars, Jos van Hest, Everdina W. Eilander, Anne Nederkoorn, Wendela de Vos, Simon Mulder, Vicky en Kelly Breemen, Nafiss Nia, Frans Terken, Juan Tajes, Mariet Lems, Will van Sebille, Robin Veen, Salima I.E.M. Senders, Tony Hollanders, Gökhan Aksoy, Maarten Emanuel Stok, Annemarie Kuster, Ibrahim Selman.

    14.00 – 16.00 uur – Ik ben een berk

    Kinderen en ouders zijn welkom op de picknickweide om een gedicht te schrijven onder leiding van dichter Jacques Brooijmans.

    15.00 – 17.00 uur – Dichters in het gras

    Ruim twintig bekende en onbekende dichters zitten verspreid door het park en dragen voor uit eigen werk. Met medewerking van de volgende dichters: Baban Kirkuki, Diana Ozon, Co Woudsma, Joyce Hes, Judy Elfferich, Gerda Posthumus, Paul Roelofsen, Jeannine Winklaar, Jos Zuijderwijk, Kees Godefrooij, Lydia Dalmijn, Michiel van Rooij, Marjet Cliteur, Koos Hagen, Peter Prins, Ton Huizer, Aurora Guds, Martin van de Vijfeijke, Philip Rozema, Edith de Gilde, Monica de Ruiter, Sabine Kars, Merik van der Torren, Ronald M. Offerman, F. Starik.

    Tussendoor kan het publiek zich tegoed doen aan lekker eten op de NeighbourFood Market.

    Juni Gedicht wordt mogelijk gemaakt door Stadsdeel West, Studio 239 en School der Poëzie.

    Grafische vormgeving: Babette Hilhorst
    Ruimtelijke vormgeving: Jacques Kriek
    Poëtische adviezen: Jos van Hest
    Projectleiding: Mick Witteveen

    Met dank aan: Enny Schmitz, Netty Smit, Daniel Bulthuis, Lieneke van der Veen, Els Meiners, Stephan Heins, Werner Bucher, Wilhelmina Stutterheim, Petra Adema, Paul Alberts, Paul Erdhuizen, MC Theater en Westergasfabriek

    WEB

    http://www.schoolderpoezie.nl/podium/juni-gedicht.html

    http://www.westergasfabriek.nl/whats-on/nieuws/juni-gedicht-2014

    http://www.west.amsterdam.nl/diversen/nieuws/buurtnieuws/nieuws-algemeen/juni-gedicht-15-juni/@743959/pagina/