• Tot voor kort moest ik het doen zonder een Stijn Frantzen in mijn leven. Totdat ik plaats mocht nemen in de jury van Het Andere Gedicht, een wedstrijd voor dichters met een verstandelijke handicap, georganiseerd door Special Arts te Amersfoort. Samen met onder andere oud-kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven en Dichteres des Vaderlands Anne Vegter beoordeelde ik de inzendingen van Frantzen en zijn collega’s.

    Frantzen kreeg de eerste eervolle vermelding voor het geniale miniatuurtje ‘Pen’, dat ik hier volledig citeer: “Stijn Frantzen / is met zijn pen aan het dansen / op het papier / daarom heeft hij plezier / de pen van Stijn Frantzen / danst graag op het papier.”

    1505012_800534753327359_565767333471687863_n

    Wij genoten ook van een nuttig gedicht van Frantzens voornaamgenoot Stijn Zeelenberg die in ‘Het drinken van thee’ bij de Blokker wel een theekopje, maar geen gebruiksaanwijzing voor het drinken van thee kan vinden. Hij bedenkt er zelf maar een: “Houd het kopje met 2 vingers vast bij de oortjes / (met de duim naar boven) / Blaas 1 beetje om het te laten afkoelen / Breng de beker in 1 hoek van 60 graden naar de mond / Houd de lippen uit elkaar / en giet de thee naar binnen toe.” Dat is nu eens poëzie waar je iets aan hebt!

    Img_2813
    Trotse theedrinker Stijn Zeelenberg met de prijs terug bij de dagbesteding de Amerpoort.

    Met het verstand zat het dus wel snor bij deze dichters en met het begrip ook. Lea de Kok liet zien dat je mensen soms maar beter in de waan kunt laten, zeker als het een mooie waan is. In haar gedicht ‘De vrolijke bloemen’ vertelt ze over een oma die volhoudt dat de nepbloem in haar tuin echt is: “Volgens Oma groeide hij zo mooi in de tuin.” De Kok sluit af met: “Ik dacht er heel anders over / maar Oma niet / Wij hebben het zo gelaten / wij dachten anders, dan Oma.”

    Wat deze dichters zelf precies mankeert, blijft in het midden. Er wordt niet geklaagd. Als er al een aandoening ter sprake komt, wordt die meteen gerelativeerd. Celine Puttens zegt bijvoorbeeld “het kan altijd erger”, nadat ze bekent heeft soms gek te worden van haar handicap.

    Tevredenheid is een groot goed voor de deelnemers aan Het Andere Gedicht. Nadine van Lent verwoordde die tevredenheid het sterkst: “God heeft mensen / op de aarde gebracht / ik vind dat god / dat goed heeft gedaan / anders waren wij hier niet // mijn moeder heeft besloten / om mij op de aarde te zetten / ik vind dat mijn moeder / dat goed heeft gedaan / anders was ik hier niet.”

    Vele speciale moeders en verzorgers hebben hun werk goed gedaan. Ik ben hen en hun kinderen dankbaar. Ze lieten mijn hart en mijn pen weer dansen.

     
    Freek de Jonge en Lenny Kuhr gaven geweldige optredens. Kuhr schreef een nummer geïnspireerd door de gedichten van de winnaars, maar dat is helaas nog niet online te vinden, vandaar hier een nummer dat ze schreef naar aanleiding van een gesprek met haar kleindochter die in Israël woont.

    Affiche Het Andere Gedicht HR

  • Twee à drie keer per jaar bieden koning Willem-Alexander en koningin Maxima een uitblinkerslunch aan op Paleis Noordeinde. In aanmerking komen Nederlanders die een bijzondere prestatie hebben geleverd op het gebied van sport, cultuur, journalistiek, zorg, vrijwilligerswerk of bedrijfsleven. Ik zie bijna voor me hoe de leden van motorclub No Surrender, die op dit moment in Kobane vrijwillig ISIS strijders aan gort schieten, hongerig mogen aanschuiven naast Epke en consorten. De mannen zullen van alles op hun kerfstok hebben, maar van mij zouden ze er zo bij kunnen.

    Uin

    Maarten van der Graaff, de jonge dichter die dit jaar de C. Buddingh’-Prijs won voor het beste poëziedebuut, sloeg zijn uitnodiging voor deze royale lunch af door middel van het publiceren van een gedicht in de NRC. In dat gedicht haalt hij instemmend de regels aan van collega Tonnus Oosterhoff, die in Leegte lacht over Prinses Beatrix zou hebben geschreven “de koningin is een steenrijk wijf, dat afstamt van roofridders.” Dat Oosterhoff ook ooit een gedicht leverde voor de bloemlezing Ja, ik wil, een bundel die werd aangeboden aan Willem-Alexander en Maxima bij hun huwelijk, wordt voor het gemak even buiten beschouwing gelaten.

     
    Anton de Goede sprak Van der Graaff voor Nooit Meer Slapen (Radio 1)

    Van der Graaff, die volgens de jury van deC.  Buddingh’-Prijs “door middel van elliptische zinnen en associatief taalgebruik zijn hoofd binnenstebuiten keert”,  heeft bij de majesteiten net als Oosterhoff niet al te fijne associaties. Als hij aan hen denkt, doemt er voor hem “een vaal Eftelingenland op, waar het ruikt naar rottend blad / en mijn vrienden holtes hebben, / waar eerst ogen zaten.” Verder blijft Van der Graaff hoffelijk. Hij maakt bezwaar tegen de geërfde positie van de Koning, maar zou met alle plezier de deur van zijn Utrechtse bovenwoning voor hem openen, als de Oranjes simpelweg afstand zouden doen van de kroon.

    Als onbelezen heiden las ik over de bijbelverwijzing aan het eind van het gedicht heen. “Alle dingen zijn gereed,” zegt Van der Graaff, waarin dichteres Maria van Daalen een regel uit Mattheüs 22:1-46, ‘Gelijkenis van de koninklijke bruiloft’, herkende.

    Dankbaar begon ik te lezen over hoe Jezus zijn discipelen vergelijkt met dienstknechten die namens God de mensheid uitnodigen voor een huwelijk. Ook die uitnodiging stuit op dovemansoren, ondanks de belofte van “ossen en gemeste beesten”. Enkele genodigden doen de dienstknechten zelfs “smaadheid aan” of doden hen, waarna alle onderdanen alsnog worden verzameld en er tijdens de feestelijkheden eentje wordt uitgepikt omdat hij geen “bruiloftskleed” aan heeft. De arme ziel wordt “de buitenste duisternis” ingeworpen;  “daar zal zijn wening en knersing der tanden.”

    DSCN2609

    Van der Graaff, die met deze slotregel behendig de rol van de koning lijkt over te nemen, werd kort na zijn brief uitgenodigd op de thee bij het Republikeins Genootschap. Ook die uitnodiging sloeg hij af. Helaas niet met nog zo’n sterk gedicht.  
        

    Menu
    Voorbeeld van een uitblinkersmenu 

    Hieronder de tekst van Maarten van der Graaff:

    Allereerst wil ik U danken voor de uitnodiging
    voor de zogenaamde uitblinkerslunch op paleis Noordeinde,
    die ik in goede orde ontving.
    In dit gedicht leg ik uit waarom ik niet
    op Uw uitnodiging zal ingaan.
    De dichter Tonnus Oosterhoff
    schrijft in Leegte lacht over Prinses Beatrix,
    Uw moeder/schoonmoeder:
    ‘de koningin is een steenrijk wijf,
    dat afstamt van roofridders.’
    Wanneer ik deze regels lees, knik ik instemmend.
    Majesteiten, de privileges die U geniet
    maken mij nerveus.

    Wanneer ik aan U denk
    doemt een vaal Eftelingland op,
    waar het ruikt naar rottend blad
    en mijn vrienden holtes hebben,
    waar eerst ogen zaten.

    Ik kom uit een ver, vlak gebied
    dat door inpoldering aan Uw rijk is toegevoegd
    en stel mij voor dat U deze brief in bed
    aan elkaar voorleest.
    Om Uw bed is Eikenhorst en daarbuiten
    het vigerend duister.
    Op de televisie doen Uw onderdanen dingen
    voor geld, roem of uit verveling.

    Ik vraag U deze afwijzing
    niet persoonlijk op te vatten.
    Het gaat mij om Uw geboorte.
    Daarom hoop ik niet
    dat U mij opgeeft, Majesteiten,
    want er is een Nederland
    waarin wij zouden kunnen lunchen.
    Leg Uw kronen af
    en kom naar mijn bovenwoning.
    U moet in Lombok, Utrecht zijn,
    vijf minuten lopen vanaf het station.
    Alle dingen zijn gereed.

    10700006_728028077262777_4742466492049018783_o
    De tekst in de NRC: http://www.nrc.nl/handelsblad/

    Website van Maarten van der Graaff: http://www.maartenvandergraaff.nl/

    P.s. zelf was ik uit nieuwsgierigheid waarschijnlijk wel op de uitnodiging ingegaan, al ben ik niet voor het voortbestaan van de monarchie. Het zou dan wel attent zijn als men eend zou serveren:

      

  • Wat zou staatsecretaris Dekker denken als hij een dagje Omrop Fryslân luistert of ’s avonds een uurtje naar Hjoed, Hea en Bynt kijkt. Zou hij dan ook “geen flauw idee hebben” waarom er belastinggeld naar de Omrop moet?

    Bynt 1024X576

    Als hij afgelopen maandag naar Bynt gekeken had, had hij zijn portemonnee verder opengetrokken, omdat hij zou hebben geleerd dat veel onkruid eetbaar is, handig ten tijde van bezuinigingen, en omdat hij zou hebben genoten van het meesterlijke cellospel van Dana de Vries, de 19 jarige celliste uit Franeker, die op haar negende al naar het conservatorium ging. In haar eentje toverde zij een compleet flamenco-orkest uit haar instrument. Met passie werden de snaren geplukt en aangestreken, waarbij de camera’s inzoomden op het verweerde hout. (aan het einde van de uitzending te bekijken via deze link http://www.omropfryslan.nl/utstjoering/bynt-fan-13-oktober-2014-1720)

    Dekker vindt dat de Publieke Omroep, ik neem aan ook de regionale omroepen, zich zou moeten richten op educatie, cultuur en informatie. Daaraan werd in Bynt voldaan, maar het moest wel in hapklare brokken, met de klassieke muziek aan het einde van de uitzending. Het stuk dat de Vries speelde duurde nog geen twee minuten.

    Joost Oomen, Anne Feddema en ik kregen zaterdag een uur van de organisatie van het Leeuwarder festival De Nacht van de Liefde, om onze favoriete liefdesgedichten ten gehore te brengen, variërend van het scabreuze werk van de Romein Martialis tot aan de moderne gedichten van Dichter des Vaderlands Anne Vegter. Dat uur was net te lang, maar het gaf ons wel de tijd om een breed scala aan lyriek de revue te laten passeren.

    1960016_10152734273758070_6613028499139488316_n
    Foto door Hans Jellema | www.hansjellema.nl

    Feddema, die onlangs zijn prozadebuut maakte, uitte voorafgaand aan onze podiumbloemlezing zijn teleurstelling over de gebrekkige aandacht voor zijn werk. Nu is het kunstenaars natuurlijk nooit goed genoeg, mij zeker niet, maar ik begreep Feddema’s teleurstelling, met name wat betreft diepgaande reflectie op kunst.

     

    In het verleden werden er door de Omrop schrijversportretten gemaakt, documentaires van een half uur die op zondagmiddag ook op Nederland 1 te zien waren. In de kranten was er ruimte voor uitgebreide interviews en goede foto’s. Zo herinner ik me dat ik met fotograaf Reyer Boxem een paar uur in de weer was met twee aanstekers die ik rond mijn gezicht moest draaien, totdat er een halo rond mijn heidense dichtershoofd te zien was. Als ik nu gebeld word, gaat het om vijf minuten radio of tv, of een recensie van 400 woorden.

    Lcnew
    Foto door Reyer Boxem - http://www.reyerboxem.nl/

    Friese kunstenaars verdienen meer ruimte op papier, radio en tv. Geef Dana de Vries een uur op de radio om te praten over wat het betekent om tien jaar muziek te studeren en te spelen. Gun journalisten de dagen die het kost om een compleet oeuvre tot zich te nemen. Vrees niet het zapmoment; geef ons en ons publiek de tijd. Dan legen we samen Dekkers portemonnee.

     

    Product_4931_0

    De triennen fan Cheetah
    ferhalen
    Anne Feddema
    Afûk
    ISBN: 978 90 6273 391 0
    € 17,50

    Untnochtering…
    Untgûcheling…
    Teloarstelling…
    Dea…
    Leafde…
    Humor…
    Oan 'e souder taspringe…

    Koartsein: in minskelibben. Sjoch dêr De triennen fan Cheetah… It Fryske proazadebút fan Anne Feddema. Sânentweintich ferhalen mei in mjuks fan boppesteande yngrediïnten soargje foar in net te fergelykjen lêsûnderfining.

    Fries, verhalen, 208 pagina's, paperback

    http://afuk.nl/shop_product/4931?language=nl

  • Als fan ben ik altijd wat nerveus voordat ik naar een optreden van Fish ga, zo ook afgelopen zondag voorafgaand aan het concert in de Hedon te Zwolle. De boomlange Schotse rocker, die u wellicht kent van de tijd dat hij enkele hits scoorde met de band Marillion, heeft regelmatig last van zijn stem. En hoewel zijn schorheid ruim gecompenseerd wordt door de intensiteit van zijn zang en het venijn van zijn teksten, wil ik toch liever een zanger horen die op de top van zijn kunnen presteert.

     

    De solocarrière van Fish doet een beetje denken aan die van Roger Waters van Pink Floyd, die na zijn vertrek uit de band zich ook iets te weinig met de muziek bezighield en iets te veel met rechtzaken tegen zijn voormalige werkgever.

    Marillion vierde dit jaar het vijfentwintigjarige jubileum van ‘Season’s End’, hun eerste album zonder Fish. De ‘nieuwe’ zanger Steve Hogarth kon zich nog goed voor de geest halen hoe hij aan de rand van het zwembad van de studio de juristen begroette die langskwamen met dwangbevelen van Fish. Net als Waters vond Fish dat de band zonder hem als boegbeeld de naam Marillion niet langer mocht dragen.

     

    Met de verhoudingen is het later weer goed gekomen. In 2007 hebben ze zelfs nog eenmalig het podium gedeeld in het Engelse Aylesbury. Al kan ik me voorstellen dat gitarist Steve Rothery, die tijdens de opnamesessies voor het laatste album met Fish door de zanger bij de strot werd gegrepen en tegen de muur gezet wegens het spelen van een matig gitaarsolootje, niet veel brood zag in de hernieuwde samenwerking.

     

    Fish zou Rothery overigens geen meter meer van de grond krijgen. Zijn knieën zijn door al het gespring naar de filistijnen, zijn longinhoud is gehalveerd door het roken en de voormalige gitarist is er zeker niet lichter op geworden.

    De slijtage en de groei hebben geen effect gehad op de kwaliteit van het werk van de symfonische rockveteranen. Marillion leverde vorig jaar met ‘Sounds That Can’t Be Made’ een plaat af die tot de beste van de band gerekend mag worden, met een hartverscheurend epos over Gaza, inclusief briljante gitaarsolo’s.

     

    En ook Fish maakte vorig jaar een plaat die met kop en schouders boven de rest van zijn werk uitsteekt. Voor ‘A Feast of Consequences’ liet hij zich inspireren door de Eerste Wereldoorlog, waarin zijn beide opa’s dapper meevochten. Een van hen moest in een veld jonge soldatenlijken de loopgraven uitdiepen. Met piepende longen van het gifgas kwam hij thuis.

     

    Zijn kleinzoon was gelukkig uitstekend bij stem in Zwolle. Zo’n 700 kalende mannen brulden de Marillionklassiekers uit hun jeugd mee en lieten het niet afweten bij het betere solowerk. Volgend jaar ga ik weer. Dit keer met een iets geruster fanhart. 

    10419579_10152396214803587_1484522043159503815_n

    Foto door Jan Beardutch

    A_Feast_Of_Consequences
    Web: http://shop.fishheads.club/product/a-feast-of-consequences-deluxe-edition/

  • “Wij die zijn rondgestrooid als granaatscherven, van wie het vlees door de lucht vliegt als regendruppels, wij bieden onze oprechte verontschuldiging aan aan iedereen in deze beschaafde wereld.” Zo begon mijn kennismaking met de Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun (1979). Almadhoun las het gedicht voor tijdens een programma van het festival Read My World, via Skype vanuit zijn huis in Zweden, waarna ik de vertaling van Djûke Poppinga ten gehore bracht in de Openbare Bibliotheek te Amsterdam.

    Het gedicht waaraan deze openingsregels zijn ontleend is niet terug te vinden in de bundel Weg van Damascus (ik plaats het onderaan dit bericht) die onlangs verscheen bij Uitgeverij Jurgen Maas, maar er staat genoeg in met dezelfde explosieve en tedere zeggingskracht. Wat te denken van: “Terwijl ik door de straat naar haar schoot loop, kom ik de twijfel tegen. Hij zet koers naar volledige zekerheid en ik strijk langs de zachte rand van een vermoeden.”

    Almadhoun kwam deze maand voor Read My World naar Nederland. Hij werd daarnaast door journalist Frenk van der Linden rondgeleid door kamp Westerbork voor het tv-programma ‘Altijd Wat’. Van der Linden opende het gesprek met een scherpe vraag: “Heb je nooit de neiging gehad om niet een gedicht te schrijven, maar naar de wapens te grijpen?” Almadhoun gaf een eerlijk antwoord: “Het was moeilijk, want ik had ’t gevoel dat ik niet sterk genoeg was. Met andere woorden, ik was een schijterd. Bang dat ik dood zou gaan.”

    Gh

    “Ik kan niet verdrietig zijn voor de Palestijnen en niet opkomen voor een ander volk,” zei hij toen van van der Linden hem vroeg hoe hij nu naar Gaza kijkt. Voordat hij naar Zweden vluchtte, schreef hij in thuisland Syrië een artikel over de jodenvervolging.  Geen enkele krant wilde het stuk opnemen.

    Niet ver van de gebogen rails op een grasveldje in de zon, vertelt Almadhoun dat hij zonder de holocaust niet had bestaan. Als de staat Israël niet was opgericht na de Tweede Wereldoorlog, was zijn Palestijnse vader niet gevlucht naar Syrië en had hij daar nooit Almadhouns moeder ontmoet. “Wij zijn het resultaat van de bezetting,” zegt de dichter met een wrange glimlach op zijn gezicht.

     

    Die brede kijk op de geschiedenis van de mensheid siert de bundel Weg van Damascus, bijvoorbeeld wanneer Almadhoun schrijft over de geschiedenis van vrouwen. Hij neemt ons mee langs “de vrouwen die sinds het begin van de geschiedenis de druiven met hun voeten stampten” langs “de vrouwen van Berlijn, die na de oorlog / hun stad weer hebben opgebouwd” en “de Algerijnse vrouwen, die hun lichaam insmeerden / met uitwerpselen, zodat de Franse soldaten / hen niet zouden verkrachten.”

    Almadhoun is geen bange dichter. Hij is een strijder. Zijn wapens zijn twijfel, moed en begrip. Als hij een leger had, sloot ik me er bij aan.  

    Deze column verscheen op 3-10-2014 in de Leeuwarder Courant - http://www.lc.nl/

     

    Het gedicht:

     

    Wij

    Wij die zijn rondgestrooid als granaatscherven, van wie het vlees door de lucht vliegt als regendruppels, wij bieden onze oprechte verontschuldiging aan aan iedereen in deze beschaafde wereld, mannen, vrouwen en kinderen, omdat we onopzettelijk in hun veilige huizen zijn verschenen, zonder toestemming te vragen. We bieden onze excuses aan, omdat we onze afgerukte lichaamsdelen in hun sneeuwwitte geheugen hebben geprent, omdat we het beeld van de normale, complete mens in hun ogen hebben geschonden, omdat we zo schaamteloos waren om plotseling op te duiken in het journaal, op de internetpagina’s en in de kranten: naakt, met alleen ons bloed en onze verkoolde resten. We bieden onze excuses aan aan alle ogen die niet rechtsreeks naar onze wonden durven te kijken, uit angst dat ze kippenvel zullen krijgen. We zijn excuses verschuldigd aan iedereen die zijn avondmaal niet meer door zijn keel kon krijgen, nadat hij onverwacht was geconfronteerd met onze verse beelden op de televisie. We zijn excuses verschuldigd voor het leed dat we hebben toegebracht aan iedereen die ons in deze toestand heeft gezien: zonder opsmuk en zonder dat er een poging was gedaan om onze resten bijeen te vegen en weer aan elkaar te naaien voordat we op hun schermen verschenen. We zijn ook excuses verschuldigd aan de Israëlische soldaten die de moeite hebben genomen in hun vliegtuigen en tanks op knoppen te drukken, met de bedoeling ons op te blazen. We bieden onze excuses aan voor ons weerzinwekkende uiterlijk, sinds ze hun granaten rechtstreeks op onze kwetsbare hoofden hadden afgevuurd. En voor al die uren die ze nu in psychiatrische klinieken moeten doorbrengen, om weer mens te worden, zoals ze dat waren voor onze transformatie tot afstotelijke lichaamsdelen, die hen achtervolgen wanneer ze proberen te slapen.

    Wij zijn de dingen die jullie op jullie schermen en in jullie kranten hebben gezien. Als jullie de moeite nemen om de stukjes bij elkaar te leggen, zoals bij een puzzel, dan zullen jullie een duidelijk beeld van ons krijgen. Zo duidelijk, dat je niet in staat zult zijn om nog iets te doen. 

     

    Ghayath Almadhoun
    Vertaling: Djûke Poppinga

     

    Cover_weg-van-damascus_hr_3

    Ghayath Almadhoun
    Weg van Damascus
    Uitgeverij Jurgen Maas

    € 17,95
    ISBN 978 94 91921 06 3 | NUR 306

    Op 18 december 2010 werd de wereld opgeschrikt door de opstanden in Tunesië, die snel oversloegen naar andere Arabische landen. Een nieuwe generatie jonge, geëngageerde schrijvers en dichters stond op. Door middel van blogs en andere moderne communicatiemiddelen lieten ze hun stem horen. De Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun is een van hen.

    Zijn poëzie is soms licht en ironisch van toon en soms zwaar en dramatisch, maar ze is altijd doortrokken van een intense emotie die voortkomt uit heimwee naar het vaderland en het diepgewortelde schuldgevoel van een jonge intellectueel die zijn geboorteland heeft verlaten.

    Ghayath Almadhoun (1979) werd geboren in het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk in Damascus als zoon van een Palestijnse vader en een Syrische moeder. Hij studeerde Arabische literatuur aan de Universiteit van Damascus en werkte als cultureel journalist. Samen met Lukman Derky richtte hij in 2006 'het Huis van de Poëzie' op, en hij publiceerde er twee dichtbundels. Sinds 2008 woont Almadhoun in Stockholm. Daar schreef hij gedichten in het Arabisch, die in het Zweeds gepubliceerd zijn in twee verzamelingen. De tweede bundel, Till Damaskus, schreef hij samen met de Zweedse dichteres Marie Silkeberg. Veel van Almadhouns gedichten zijn vertaald in het Duits, Italiaans, Grieks en Sloveens. Zijn laatste bundel,La astatee alhoudour (Ik kan niet aanwezig zijn), kwam in 2014 uit in Beiroet en bevat ook de gedichten uit Weg van Damascus.

    Uit het Arabisch vertaald door Djûke Poppinga

    Met een nawoord van Joost Baars

    Bestellen kan via http://www.uitgeverijjurgenmaas.nl/weg-van-damascus

     

  • Iedere avond kijk ik naar Hjoed, het nieuwsprogramma van Omrop Fryslân. En dat is geen onverdeeld genoegen. Zo wind ik mij regelmatig op over het gebrekkige Fries of de eigenaardige r-epidemie die op de burelen van de Omrop lijkt rond te waren.

    Gisteren werd ik blootgesteld aan een spervuur aan krom Nederlands, maar dit keer waren de verslaggevers onschuldig. De schutter was politica Britt Hendrix, die haar vertrek uit de gemeenteraad van Leeuwarden aankondigde: “ Ik wil graag de focus leggen op mijn studie, omdat ik wil mijn raadswerk niet half doen. Ik vind dat mijn fractie en mijn collega raadsleden erop vanaan moeten kunnen dat ik werk op maat lever.”

    Een dergelijk inzicht kan ik natuurlijk alleen maar toejuichen, al raakte ik wel benieuwd naar welke bestellingen er nu precies bij Hendrix geplaatst waren.

    Ma

    Terwijl ik op de bank bij lag te komen van het taalgeweld en mijn nieuwsgierigheid me richting google stuurde, werd ik gewaarschuwd voor de terugkeer van de raadsbabe: “Dat ik nu stop, dat wil absoluut niet zeggen dat ik in de toekomst niet ga terugkeren als er ooit weer nog een plekje vrijkomt nog deze periode, maar ik acht het nu gewoon verstandig dat ik de focus gewoon leg op voldoende bagage opbouwen om die combinatie succesvol te laten zijn van studie en het raadslidmaatschap.”

    Terstond raakte ik onwel van de overdosis ‘gewoon’, ook al is het passend idioom voor een lid van de Partij van de Arbeiders.

    Gelukkig was er niet licht nagedacht over de dramatische keuze waartoe deze politica zich genoodzaakt zag: “Omdat ik nu gewoon merk dat mijn studie meer tijd van me kost om het raadlidmaatschap daarmee succesvol te combineren. Dus het is gewoon een weloverwogen besluit.”

    Ik hoop dat er tijdens haar veeleisende studie Rechten een gedegen cursus Nederlands gegeven wordt. Anders zitten we straks, “als er ooit weer nog een plekje vrijkomt nog deze periode,” wederom met de rotte gebakken taalperen.

    Maar misschien ga ik Hendrix, wier onstuimige privéleven regelmatig onder de loep werd genomen, wel missen. Tot haar terugkeer zullen we het moeten  doen met het weinig vertrouwenswekkende slot van het interview: “Het is altijd dat als je op het moment dat jij een publieke functie vervult dat je onder een vergrootglas ligt en er van jou geacht mag worden dat jij je naar behoren gedraagt en dat heeft in dezen geen parten gespeeld, want ik vind dat elk raadslid goed moet functioneren . Ik vind dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen op het moment dat het niet lukt.”

    Succes met de studie, Britt!

    http://www.omropfryslan.nl/nijs/jongste-riedslid-nimt-untslach

    Hendrix

  • “En doe je er nog wat naast?” werd mij gevraagd bij een optreden te Twijzel. Ik zei trots dat ik al elf jaar van de pen leef en dat ik gelukkig nooit naar de baas hoef. Dat laatste is niet helemaal waar, want ik heb deadlines, moet op tijd verschijnen op de kunstacademie waar ik lesgeef en krijg ik de griep, zoals afgelopen week, dan kan ik het me niet veroorloven om onder een dekentje op de bank te kruipen.

    Mijn eerste baas was mijn moeder die mij als zevenjarig jongetje puin uit een oude gierput liet tillen. Voor 25 gulden kon je een fijne doos lego kopen destijds. Mijn tweede baas was mijn pake voor wie ik samen met mijn nichtje pakjestouw vlocht voor drie kwartjes per stuk. Daarna lonkte het grote geld, dat diende om leren jack, Nike’s en Levi’s 501 spijkerbroeken te kopen en verder aan waterig bier werd besteed in bar-dancing de Ringo te Veenklooster.

    Voor een gulden of drie per uur werkte ik bij supermarkt de Boer te Kollum. Als volleerd brompot was ik regelmatig nors van klusjes voor mem en pake weggelopen. Nu moest ik het opnemen tegen bedrijfsleider Germ.

    6a010536807f4d970b01a3fceac2a7970b

    Germ liet graag het echte werk aan anderen over. Toen hij op een middag in zijn Engelse sportwagen terugkwam van het bezichtigen van een nieuw middenstands kasteeltje, had ik er schoon genoeg van. Kwaad kwakte ik mijn wit-groen gestreepte werkjas op zijn bureau. Hij kon erin stikken. Hoe Germ het deed, weet ik niet meer, maar even later bood ik mijn excuses aan en stond ik toch weer bierkratten te stapelen. De mooie meisjes van de broodafdeling speelden daarbij ongetwijfeld een rol.

    Mijn laatste niet-literaire baantje was bij een cd-winkel in Groningen. Ik verkocht er klassieke muziek aan klanten als Harry “Cuby” Muskee en de dichter C.O. Jellema, die me zei mijn studie af te maken. Meestal verkocht ik niets en las ik moralistische streekromannetjes van de Kristlik Fryske Folks Bibleteek, ter voorbereiding van mijn glorieuze carrière als Fries dichter.

    Download

    Na een korte aanvaring met de oude bazin, omdat ik ’s ochtends uit elke porie naar knoflook stonk, kreeg ik het aan de stok met haar dochter over een geruilde pauze. Ik wilde lunchen met mijn geliefde, die op het punt stond naar Barcelona te vertrekken voor een jaar. Dit was mijn laatste kans. Een werkjas had ik niet meer, maar wederom mocht een baas erin stikken.

    Overigens was ik net weer gaan studeren en mocht ik rekenen op een flinke studiebeurs, dus zo stoer was ik niet. En eigenlijk werkte ik toch weer voor een baas, want de beurs was een lening, die ik nog steeds afbetaal. Ik ben mijn eigen baas, maar mijn echte baas is het geld.

     

    Deze column verscheen in de Leeuwarder Courant van 26-9-2014

    Meer over C.O. Jellema

     

    http://nl.wikipedia.org/wiki/C.O._Jellema

  • Het recht zegevierde vanmiddag niet alleen in Irak en Syrië maar ook in Leeuwarden. Een voortvluchtige dief werd daar met succes staande gehouden door de politie. Handen en hoofd werden er niet terstond afgehakt, zoals de gewoonte in enkele landen in het Midden-Oosten, bijvoorbeeld op het Chop Chop plein in Saoedi-Arabië, maar de Burgumer werd wel ingesloten voor verhoor.

    Dira_Square
    gepoetst pleintje

    De 24 jarige dief had eerder het winkelpersoneel van een drogisterij bedreigd toen ze hem op heterdaad betrapten en ter verantwoording wilden roepen. Daarna was hij gevlogen. Danzij een goed signalement en de medewerking van 231 deelnemers van burgernet zijn de tubes tandpasta, die de man in een speciaal daarvoor geprepareerde tas had gestopt, weer terug bij de rechtmatige eigenaar.

    Ik las dit nieuwtje op de geweldige site Wâldnet en moest door de tandpasta denken aan mijn eigen kortstondige criminele verleden.

    Begin jaren tachtig woonde ik in het Friese dorp Kollum, dat u misschien kent van de reclame voor de Kollumer Kaas, ‘een stukje pittiger’. Ons huis stond vlakbij de lagere school die mijn zussen en ik  bezochten en vlakbij de Mavo waar mijn vader conciërge was. Tussen de middag konden we mooi naar huis toe om thuis warm te eten. Het menu bestond meestal uit vlees, aardappelen en groente, waarbij het kostbare vlees eerst geserveerd en gegeten diende te worden, waarna de aardappelen en de groenten op ons bord werden gedeponeerd. Je moest je bord vervolgens goed ‘uitlepelen’ aangezien ook het toetje uit datzelfde bord geschept moest worden.

    $_84

    Als we geluk hadden, aten we klopkloppudding van Dr. Oetker. Ik weet dat dat één klop te veel is, maar zo noemden wij het. ’s ochtends voor school gaf mijn moeder me vaak geld mee voor de klopklop en een pakje halfzware Van Nelle voor mijn vader, die zijn tanden en nagels er flink bruin mee rookte en er graag een opstak in de auto als wij achterin zaten. Maar ik dwaal af, want ik ging het hebben over mijn wilde stappen op het dievenpad.

    Iedereen heeft een voorbeeld nodig en mijn inspiratiebron was Yvonne, een stoer meisje uit de achterbuurt met blond stekeltjeshaar. Terwijl ik in supermarkt de Vivo op mijn beurt wachtte om de klopklop af te rekenen had ik gezien hoe zij ongemerkt een pakje hubba bubba kauwgom achterover drukte. Ik zag het per ongeluk, maar kreeg een kleur van hier tot gunder, die niet door het kassameisje, maar wel door Yvonne werd opgemerkt. Ze stond me buiten op te wachten met haar vriendin en om er zeker van te zijn dat ik niet zou klikken werd mijn hoofd een paar keer tegen de stenen supermarktmuur getikt.

     
    Een iets oudere Vivo winkel in Minnertsga

    Ik leerde een wijze les, ontweek in het vervolg Yvonne en zette mijn zinnen op de hubba bubba die veel lekkerder was dan de stimorol van mijn moeder, waar je bovendien totaal geen bellen mee kon blazen. Erg handig was ik echter niet als dief, want de tweede keer dat ik een pakje kauwgom in mijn broekzak liet zakken, stond de bedrijfsleider me op te wachten. Ik gaf het pakje terug, smeekte de beste man mijn ouders niet in te lichten en rende beschaamd naar huis.

    Een tekort aan zakgeld en een grote behoefte aan een plastic waterpistooltje zorgden voor de volgende illegale activiteit. Partner in crime was Tjeco, met wie ik regelmatig discussieerde over met welke vrouw je beter kon trouwen, Amy uit The A-Team of April uit The Knightrider. Onze crusade for justice leidde naar de speeldgoedzaak, waar Tjeco bedacht dat de vijf gulden die voor het pistooltje gevraagd werd veel te gortig was en dat het rechtvaardiger zou zijn als we de helft zouden betalen. Na een zoektocht door de winkel vonden we het prijsstickertje van f. 2,50 dat vakkundig over de f. 5,00 werd geplakt. We werden niet betrapt, maar het misdrijf knaagde wel aan mijn geweten, waardoor ik weinig plezier meer beleefde aan het spelen met onze buit.

    Latere aanvaringen met de wet gingen vooral over door rood rijden en het met een katapult op vrijende stelletjes schieten bij de sporthal, eveneens in Kollum. Tjeco en ik trouwden niet met April of Amy, maar hij pakte later wel de wapens op als soldaat in Bosnië. En ik werd geen dief, maar een dichter die wel eens een deel van zijn teksten leent van internet en verder keurig voor zijn tandpasta en waterpistooltjes betaalt. Nu me nog even opgeven bij burgernet.

     

    Deze column werd geschreven voor VPRO's Nooit Meer Slapen

      

    Anton de Goede praat met soul- en jazz zangeres en stijlicoon Ntjam Rosie. Verder aandacht voor de bijeenkomst 'Picturing the Future', waar trendwatchers de toekomst voorspellen. En we praten met filmcomponist Fons Merkies. Hij is dit jaar verkozen tot 'Gast van het Jaar' van het Nederlands Film Festival.

  • In het Poolse Poznan besloot een conservatieve politica afgelopen week een gelukkig ezelskoppel uit elkaar te halen, omdat ze voor de ogen van hun onschuldige pasgeboren ezelveulentjes elkaar maar bleven bespringen. Onverantwoord gedrag volgens de lokale apparatsjik, dus Napoleon en Antosia, die er al tien jaar met verve tegenaan gingen in de Poznanse dierentuin, kregen beiden een apart hok waar ze de hoefjes aan zichzelf moesten slaan.

    Nowe_Zoo_Poznań_(6)

    Dat het dierenrijk een groot lustoord is, daar was ik in mijn vroege jeugd al achtergekomen. Mijn moeder nam mij en mijn vrouwtjeskonijn, ook wel moer, regelmatig mee naar meester Alberda van de zesde klas, die een ram had. Wij mochten toezien.

    Toekijken deed ik ook toen mijn opa’s kleine hondje Fikkie bevrucht werd. Wanneer Fikkie loops was, moest ze aan een touw in de tuin. Wij hielden dan in de gaten of er geen mannetje bij haar in de buurt kwam. Nadat mijn opa me de huid vol had gescholden omdat ik met mijn laarzen op het kuilgras had gestaan en volgens hem de koeien ‘geen bek meer op het voer’ zouden willen zetten (excuses voor het Friesisme), besloot ik wraak te nemen via zijn hond.

    Een grote herder uit het dorp kwam het erf op en besnuffelde de loopse Fikkie. Loopse Fikkie had er wel zin in. Uit woede liet ik de herder zijn gang gaan. Hij moest diep door zijn knieën om Fikkie te kunnen berijden, maar het lukte. En ik liet het gebeuren terwijl ik wist dat mijn opa de jonge hondjes later in een juten zak in de sloot zou verzuipen. De natuur is wreed, de mens net nog wat wreder.

    Male

    Jaren later toen ik in Groningen studeerde en mijn opa en ik ons al lang weer hadden verzoend, besloot ik samen te gaan wonen met een studente die gek was op katten. Een studiegenote had net een nestje en wij adopteerden daaruit een rode katerbroer en zijn cyperse zus. Het waren schatten van beesten die ’s nachts zoet op de kussens naast onze hoofden sliepen.

    Na een paar maanden begon het zusje behoeftig te worden. Terwijl ze vreemde kreten uitslaakte, sleepte ze haar achterste over de grond. Geheel verantwoord wilden wij wachten met het castreren van haar broertje, maar we wachtten net iets te lang. Het rode katertje kon de lokroep van zijn zusje niet weerstaan en besloot haar uit haar lijden te verlossen. Wij werden de verzorgers van een incestueuze familie van broer, zus en twee aangeboren neefjes en een nichtje, waarvan een katertje overduidelijk achterlijk was. Het vreten was niet aan te slepen.

    Voordat dit trio geboren werd, liepen de vriendin en ik een dierenwinkel binnen voor een nieuwe mand. Een zes maanden jong zwart boerderijkatje piepte ons naar zich toe. Die moesten we redden, vonden wij, maar de katten thuis dachten daar anders over. Het boerderijkatje werd geweerd uit de verschillende kattenbakken en het was niet vertrouwd om hem met de andere twee alleen te laten eten. Ze vraten gulzig zijn hele bordje leeg.

    Zo’n twee jaar lang ben ik er iedere nacht een paar keer uitgegaan om de plas van die nieuwkomer op te dweilen, die onder het nieuwe zeil in de dunne vloerplaten trok en een onaangename geur door ons huis verspreide. Zijn enige troost moet zijn geweest dat hij toen het vrouwtje eenmaal bevallen was, hij ook mee mocht lurken. Het moederinstinct won het van de vreemdelingenhaat.

    De relatie tussen mij en de vriendin hield geen stand. Wellicht lag dat aan het slaapgebrek of aan het feit dat mevrouw maar met grote grote moeite klaarkwam, behalve als ze een glas wodka had gehad, wat een keer per jaar gebeurde. Dan was het feest. Het kan natuurlijk ook aan mijn gebrekkige talent gelegen hebben, maar daarover heb ik in volgende relaties weinig klachten ontvangen.

    Ezel

    Terug naar de ezels, Napoleon en Antosia. Na een petitie, die door zevenduizend inwoners van Poznan werd ondertekend, zag de Poolse politca zichzelf genoodzaakt aan de roep van het volk en de natuur gehoor te geven.  Het echtpaar werd herenigd en mag weer in het openbaar van elkaar genieten. Nu maar hopen dat hun zoons en dochters op tijd uit elkaar worden gehaald, voordat die zich ook aan elkaar vergrijpen.

     

    Deze column werd geschreven voor VPRO's Nooit Meer Slapen. De uitzending is hieronder terug te beluisteren. Ik ben na een uurtje te gast.