• Aardbeving
     
    Thuis in de achtertuin
    je voeten trillen.
    Soms hebben mensen er last van
    allemaal steentjes.
    In de huizen gebroken
    gescheurd in de muur.
    Warffum, Usquert,
    Zandeweer.
     
    Richard Muller
     
    Jpg
    Die bundel is te verkrijgen via https://www.specialarts.nl/
     
    Net als Richard Muller ben ik sinds kort ambassadeur van het andere gedicht. In het filmpje kun je kennismaken met Richard.

    Meer informatie over 'De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie':

    Omslag_De_eerste

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

  • In Talma Hiem te Balk werd ik niet aangekondigd als voormalig Dichter des Vaderlands, maar als Voormalig Vader van Friesland. Dat was te veel eer! Er werd kennisgemaakt met meneer De Vries, die ooit de trotse eigenaar was van de eerste Friese melktankwagen en die nu graag bingo speelt. Arnold schreef onder andere een liedje over zijn bedrevenheid in het ruilen, niet alleen met bingoprijzen.

    We luisterden met dichteres Lies Van Gasse naar mevrouw Van Loo die vertelde over Taizé en keken naar haar schilderijen. Rosa ging op pad met mevrouw Posthuma-Wiersma die vroeger graag blikspuit deed. Dat leidde tot zeer speelse foto’s!

    Bal_buitenspelen_rosa_van_ederen

    Vaak denken de bewoners dat hun leven niet speciaal genoeg is. Ook mevrouw Pietersma vond zichzelf en haar leven bijna te gewoontjes. Daar was ik het niet mee eens. Ik schreef over de vriendschap die zij al vijfentachtig jaar onderhoudt met Teatske en over haar huwelijk met Wieger, die vroeg uit het werk raakte omdat hij zonder bescherming met asbest had moeten werken. Het was een editie die ging over de persoonlijke verhalen van ouderen in Friesland, over liefde, leed, werk en spel door de jaren heen.”

    Bekijk de foto's, luister naar het lied en lees onze gedichten op:

    https://leeuwardencityofliterature.nl/project/portretten-in-poezie/portretten-talma-hiem/

    Talma_hiem_balk_rosa_van_ederen

  •  
    Download

    Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie. 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu samengesteld door Tsead Bruinja:

    Bloemlezingen, je hebt ze van verlept tot uitgebloeid, van onnodig tot overbodig. Maar Tsead Bruinja houdt met De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie. 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu je aandacht vast van a tot z. O nee, van z tot a, de omgekeerde alfabetische volgorde, om te benadrukken dat hij het perspectief op de poëzie wil veranderen. Gedichten van nieuwkomers in ons land, gedichten uit verre delen van het Koninkrijk, ongewone gedichten in gewoon Nederlands, maar ook in andere talen vanaf Achterhoeks tot en met Arabisch.

    Een nieuwe blik op ‘onze’ dichtkunst. Alleen mag Vlaanderen niet meedoen van Bruinja, Dichter des Vaderlands geweest, ‘van Nederland (…) en niet van België,’ zoals hij in zijn nawoord uitlegt. Zeeuws-Vlaanderen is wél vertegenwoordigd, met een gedicht ‘Zuuzande’ (Zuidzande) van Frank Tazelaar, door de poëet zelf vertaald. Ik dacht de Zeeuwse literatuur te kennen, maar Tsead Bruinja verrast met zijn keuze daaruit. Zo koos hij van Marien Stroo een mooi sonnet, waarin iemand naar het graf van zijn opa gaat, een boer: ‘Ie kweêkte nooit vò luxe mae vò broôd.’ Daarom neemt de bezoeker in plaats van een boeket een schepje mee, zodat hij op het graf een aardappel kan poten.

    Jan Zwemer, wéér een Zeeuw, opent het dwarse overzicht met een gedicht over een dwarse man. Menigeen zal zich afvragen: wie is dat eigenlijk, wie is Jan Zwemer, wie zijn de anderen achter deze gedichten? Onbevredigend genoeg krijg je zelden antwoord op deze vraag. In het nawoord heeft Bruinja het vooral over zichzelf. Hij begon zijn dichterlijke loopbaan met het schrijven van een Engelse songtekst, veel later kwam het Nederlands, en nog weer later het Fries, zijn ‘memmetaal’.

    Kijken waar de gemiddelde Nederlandse dichter niet kijkt, dat lijkt het devies. Kijken waar bijvoorbeeld Arie de Viet kijkt. Hij neemt de lezer mee naar Tholen, naar Sint-Maartensdijk ofwel Smurdiek, en in die plaats naar ‘het smalste slopje’. Een bloemlezing in volle bloei, een poëtische opstand vanuit provincie en buitengewest.

    Bron: https://www.mdnl.nl/?p=13485

  • Tsead Bruinja verzamelt de beste gedichten uit Nederland. Ja, ook als die in het Arabisch of creools geschreven zijn.

    Door Jeroen Dera

    Stand

    Dit najaar bezorgde Tsead Bruinja – in 2019 en 2020 Dichter des Vaderlands in Nederland – De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie. Maar De Dikke Komrij dan, denkt u misschien, of die nog relatief recente bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer? De titel van Bruinja’s overzicht van de Nederlandse poëzie sinds 1945 suggereert dat al die voorgangers de Nederlandse dichtkunst niet waarlijk vertegenwoordigden. Ze focusten zo eenzijdig op het Standaardnederlands, dat ze voorbijgingen aan de rijkdom van de poëzie in andere talen en taalvarianten die binnen het Koninkrijk Nederland gebezigd worden.

    Bruinja’s bloemlezing zet fundamenteel in op die meertaligheid – en dus lezen we hier niet de hoogtepunten uit het werk van Lucebert, Judith Herzberg of Eva Gerlach, maar laven we ons aan het Fries van Albertina Soepboer, het Limburgs van Wiel Kusters of het Sranan van Michaël Slory. Bruinja laat daarmee het idee los dat ‘Nederlandse literatuur’ per definitie in het Nederlands geschreven moet zijn. Crucialer is voor hem dat een dichter sociaal, historisch en literair verbonden is met de Nederlandse cultuur. In dat perspectief hoort ook het Arabisch van immigrant Lamia Makaddam of het Papiaments van Nydia Ecury thuis in een bloemlezing van de Nederlandse poëzie.

    Voor zowel taalkundigen als letterkundigen is het beslist voer voor discussie, maar De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie is ontegenzeggelijk een zeer aanstekelijk boek. Niet alleen ontdek je er gegarandeerd dichters mee van wie je onmiddellijk een bundel wilt aanschaffen (naar ondergetekende is werk van Raj Mohan onderweg), ook is het prikkelend om je tijdens het lezen af te vragen met wat voor taal of -dialect je überhaupt te maken hebt – want in zijn strijd tegen taalverkokering benoemt Bruinja dat niet.

    Minpuntje: de bloemlezing beperkt zich tot Nederland.

    https://www.standaard.be/cnt/dmf20221215_97656796

    Omslag_De_eerste

    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

    OVERZICHT TALEN

    Het Achterhoeks, Afrikaans, Arabisch, Bildts, Brabants, Dari/ Farsi, Drents, Esperanto, Engels, Fries, Genemuidens, Gronings, Hebreeuws, Indonesisch, Kollumerpompsters, Limburgs (o.a. Maastrischts en Kerkraads), Midslander Dialect (Terschellingen), Nederlands, Papiaments, Sarnami, Sranantongo, Stellingwerfs, Twents, Volendams, West-Fries en het Zeeuws.

    LUISTEREN?

    OVERZICHT AUTEURS

    Amir Afrassiabi, Rik Andreae, Robert Anker, Chairil Anwar, Frank Martinus Arion, Bernardo Ashetu, Shakila Azizzada, Aletta Beaujon, Asaph Ben-Menahem, Ineke Berentschot, Wim Bluemers, Frans Budé, Jac. Bulle, Cándani, Edgar Cairo, Leonne Cramers, Eppie Dam, Kwame Dandilo, Gerrit Hendrik Deunk, R. Dobru, Nydia Ecury, Elisabeth Eybers, Herman Finkers,  Aly Freije, Jörgen Gario ‘unom’, Jan Glas, Paula Gomes, Fieke Gosselaar, Halil Gür, Henny Hamhuis, Jan Kornelis Harms, Erik Harteveld, Rein Heerink, Tsjêbbe Hettinga, Hans Heyting,  Jelle Kaspersma, Hans Keuper, Henk Kolvoort, Marga Kool, Harm Koops, Everdien Koskamp-Luijmes, Wiel Kusters, Gerrit Lansink, John Leefmans, Titia Lont, Lamia Makaddam, Tip Marugg, Djordje Matić, Hans Mellendijk, Saul van Messel, Steijn Minholts, Raj Mohan, Tiny Mulder, Richard Muller, Jit Narain, Ramsey Nasr, Gerard Nijenhuis, Munye Oduber-Winklaar, Frank van Pamelen, Guillaume Pool, Esther Porcelijn, Sonja Prins, Otjep Rahantoknam, Naji Rahim, Roel Reijntjes, Astrid H. Roemer, Sebastiaan Roes, Arno Römgens, Gerrit Roosink, Suze Sanders, Mowaffk Al-Sawad, Dick Schlüter, Johanna Schouten-Elsenhout,  Ibrahim Selman, Shrinivási, Sitor Situmorang, Michaël Slory, Albertina Soepboer, Marien Stroo, Frank Tazelaar, H. van Teylingen, Albert Tilma, Sijmen Tol, Trefossa, Jan Siebo Uffen, C.B. Vaandrager, Johan Veenstra, Peter van der Velde, JACE van de Ven, Arie de Viet, Peter Visser, Lammert Voos, Theo Vossebeld, Nina Werkman, Jan Widdershoven, Willem Wilmink, Peer Wittenbols, Mia You en, Jan Zwemer.

    OVERZICHT VERTALERS

    In veel gevallen hebben de auteurs hun werk zelf vertaald. Die namen heb ik hier weggelaten. De andere vertalers zijn: Cynthia Abrahams, Joost Baars, Benno Barnard, Abdelkader Benali, Hans de Beukelaer, Jan Glas, Tamir Herzberg, Assad Jaber, Esther Jansma, Effendi N. Ketwaru, Henk Krosenbrink, Tsafrira Levy, G.O. Nijland, Kees Nijland, Jan Popkema, Suze Sanders, J.A. Smit, Kees Snoek, Jabik Veenbaas, Willem van der Velde, Dolf Verspoor, Goaitsen van der Vliet en Paul Weelen.

  • Schermafbeelding-2016-09-21-om-16-55-47

     

    …We wonen hier immers niet uitsluitende onder abn-taligen…

    Recensie door Jan de Jong van 'De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie' (Querido) op Tzum

    https://www.tzum.info/2022/12/recensie-tsead-bruinja-de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

    Gedichten in alle talen van het Koninkrijk

    Toen in 1990 Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1885-1985 van Ton Anbeek verscheen, bleek dat boek zijn titel maar voor de helft waar te maken. Aan de Nederlandse literatuur uit Vlaanderen was de auteur om hem moverende redenen geheel voorbijgegaan. Na de nodige kritiek beloofde hij wel om dat manco in een van de volgende drukken te herstellen en dat deed hij ook: een paar jaar later verscheen er een nogal beperkt herziene druk onder de titel Geschiedenis van de literatuur in Nederland 1885-1985. Ik kon er wel om glimlachen. Maar dat ook die nieuwe titel de lading lang niet dekte, had ik destijds niet zo door.
    Pas toen ik onlangs door De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie, samengesteld door Tsead Bruinja bladerde, realiseerde ik me dat ‘de literatuur in Nederland’ natuurlijk niet alleen maar geschreven is in wat vroeger het abn heette. Fries, Limburgs, streektalen, de talen van Caraïbisch Nederland en die van immigranten uit heel de wereld die hier hun verhalen en gedichten schrijven, horen er vanzelfsprekend ook allemaal bij. Of zoals Bruinja het in zijn ‘Nawoord’ stelt:

    Mij stond een bloemlezing voor ogen met poëzie geschreven in andere talen dan de Nederlandse, door mensen die in het Koninkrijk der Nederlanden wonen of woonden. Op die manier kon pas echt ‘het verhaal van Nederland’ verteld worden.
    […]
    In De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie moesten gedichten staan die in veel eerdere bloemlezingen ontbraken. Het boek moet een gesprek openen over wat we onder ‘Nederlandse poëzie’ verstaan. Het liefst zou ik zien dat er nooit meer een bloemlezing verschijnt met louter Nederlandstalige poëzie.

    Hoewel ik ernstig vermoed dat die laatste wens vooralsnog geen werkelijkheid zal worden, is er natuurlijk veel voor Bruinja’s stelling te zeggen. We wonen hier immers niet uitsluitende onder abn-taligen – die misschien zelfs wel in de minderheid zijn. Omdat ‘het’ Nederlands natuurlijk toch de gemene deler vormt die Friezen met Antillianen en Zeeuwen met Koreanen laat communiceren, zijn de meeste gedichten in de bloemlezing wel van een vertaling voorzien. Zoals bij dit gedicht van Groninger Lammert Voos:

    Zagreb juli ’94

    thoes smakbekken wie noar aigenste wichtje
    mor hierzoot op betonnen balkon van ons kantoor
    dailen wie as bruiers sigaretten en bier

    morgen weerom noar Nederland loaten wie
    oorlog, dij toch al noeit van ons waas,
    achter mit homzulf

    nou vieren wie op dizze vaaierkaante meter
    onze zinloze aanwezeghhaid mit
    Karlovačkobier en Bosnische tabak

    gustern waren wie nog kammeroaden,
    of dat mergen ok anders is,
    bin nait zo wis van

    De vertaling is van de dichter zelf:

    Zagreb juli ’94

    thuis verlangen wij hevig naar hetzelfde meisje
    maar hier op het betonnen balkon van ons kantoor
    delen wij gebroederlijk sigaretten en bier

    morgen gaan we terug naar Nederland, laten wij
    de oorlog, die toch al nooit van ons was,
    achter met zichzelf

    nu vieren wij op deze vierkante meter
    onze zinloze aanwezigheid met
    Karlovačkobier en Bosnische tabak

    gister waren we nog vrienden
    of dat morgen nog zo is,
    ben ik niet zo zeker van

    Een Groningse, Nederlandse, mijmering in den vreemde. Die een jaar later, in juli ’95, een pijnlijk uitroepteken kreeg met de val van Srebrenica. Veel van de gedichten in streektalen zijn een stuk lichter van stof. En opvallend vaak gaan ze ook over taal, zoals het sonnet van Jace van de Ven, waarin hij de sterke aanwezigheid van het Frans in het Tilburgse dialect aanstipt. Ook hier is de vertaling van de dichter zelf.

    Sonnet met Frans/Tilburgse woorden

    Wilde wèlles een bietje affeseere
    Nie dun hille tèèd stòn te klasjeneere
    En meejpessant de zaok verrinneweere
    Ik kan niet de hil toetmèm verastereere

    Ik zal hier es een aander taol dicteere
    En oe es flink teegen oewen appel peere
    Ge kunt nondekanon oew kont nie keere
    Of gullie kunt al niemer akkerdeere

    Hoe kan ik oe ôot ònrikkemendeere
    Te naostenbaaj as heere prissenteere
    Agge nôot nie aanders doet dan limmeneere

    En naa dènkte: wè stòttie toch te domineere
    Ge moest es weete wèk hèb lôope prakkezeere
    Hoe’k ut zo zègge zonder dèk hoefde jemineere

    (enigszins vrije vertaling in het an)

    Willen jullie je eens een beetje reppen
    Niet ononderbroken staan te kleppen
    En intussen de zaak laten verrekken
    Ik kan niet alles all risk laten dekken

    Ik zal een uit een ander vaatje tappen
    En eens flink onder je zitvlak trappen
    Je kunt verdorie hier je kont niet keren
    Of jullie slaan alweer aan het koeioneren

    Hoe kan ik jullie ooit eens aanbevelen,
    Jullie als een soort van heren presenteren,
    Als je nooit iets anders doet dan potverteren

    En nou denk je: wat staat hij daar te kwelen,
    Je moest eens weten hoe ik me liep af te vragen
    Hoe het te zeggen zonder al te veel te klagen.

    De bloemlezing bestrijkt de tijd van 1945 tot nu. Heel even hoorde daarom ook Indonesië bij het Koninkrijk, net als een paar decennia langer Suriname, terwijl de enkele Caraïbische eilanden nog steeds Nederlandse gemeenten zijn. Ook de poëzie van die landen en uit die periode vinden we terug in de bloemlezing. En soms hoeft die niet eens vertaald te worden. De Surinaamse dichter Kwame Dandillo (1922-1970) kennen we vooral als sociaal bewogen activist en poëet.

    Bedankt

    Bedankt voor al je kerken,
    je whisky en penicilline,
    je scholen en je sulfapreparaat,
    ten koste van mijn vrijheid!

    Je wettig huwelijk en je eetgerei,
    jij met je echtscheiding en tractoren,
    je bordelen en verkeersborden,
    ten koste van mijn geluk

    Bedankt voor je dierenbescherming
    en je snelvurend geweer,
    jij met je hoogconjunctuur,
    ten koste van mijn volk

    Bedankt voor je rechtspraak,
    die geen onzer begrijpt
    Je dividend en je obligaties,
    Jij wordt bedankt voor alles
    Ten koste van niets kreeg jij alles
    maar laat in Godsnaam mij vrij!

    Alle afkomsten, achtergronden en invalshoeken, alle standpunten en ervaringen, en vooral: alle talen die het Koninkrijk der Nederlanden rijk is, samengebracht in 101 gedichten. ‘Deze dichters helpen ons […] om te begrijpen wie wij zijn en kunnen zijn,’ aldus Bruinja in zijn ‘Nawoord’. Maar ‘Bij België heb ik een grens getrokken’. Dat was vooral omdat hij, toen hij met dit project begon, Dichter des Vaderlands van Nederland was en niet omdat hij het manco van Anbeek tot voorbeeld nam. Bruinja denkt dat er in ‘een ideale wereld […] over een paar jaar een veel dikker en vollediger overzicht van de poëzie [verschijnt], geschreven van Schier tot Brussel met uitstapjes over de Duitse grens’. Hij laat daarbij in het midden of hijzelf daar mee aan de slag wil. Het zal in ieder geval een hels karwei worden, maar ik kijk er nu al naar uit.

  • Nederland kent een diversiteit aan talen en dialecten, maar in een bloemlezing tref je ze zelden. Tsead Bruinja besloot als (voormalig) Dichter des Vaderlands om een inclusieve bloemlezing samen te stellen: De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie.

    Dieuwertje Mertens
     

    ‘(..) Als zoon van Antillen/Heb ik een boekenkast vol met Nederland/En ben ik het verzwegen bloed in het zand/Vervreemd van mijn eigen eiland,’ dicht Jörgen Gario (UNOM) in Mi Ta perdona. Hij voelt zich een buitenstaander, ook in de poëzie: Nederlandstalige bloemlezingen bevatten vooral geijkte namen als Remco Campert, Ilja Leonard Pfeijffer en M. Vasalis.

    Bloemlezingen worden samengesteld op basis van het principe van uitsluiting. Bracht Nederlands bekendste bloemlezer Gerrit Komrij (1944-2012) een bloemlezing uit dan waren alle dichters in rep en roer: 1. Had je de selectie gehaald? 2. Met hoeveel gedichten? (statusbepalend!). Een echte opvolger van Komrij is er niet, althans geen opvolger met dezelfde statuur en gewicht, wat ook iets over de tijdsgeest zegt, waarin een dergelijke autoriteit niet past. De meeste bloemlezingen die de afgelopen jaren verschenen zijn thematisch (liefde, dood, natuur, spoken word, etc.) en zeggen weinig over de Nederlandse poëzie an sich.

    Tsead Bruinja (48) keert het selectieprincipe om: dichters die vaak werden overgeslagen of buitengesloten, krijgen een plek in zijn bloemlezing, bestaande uit 101 gedichten uit het Koninkrijk der Nederlanden van 1945 tot nu.

    Naast bekende (anderstalige) poëzie van dichters als Astrid Roemer, Michaël Slory, Tsjêbbe Hettinga, Albertina Soepboer en Willem Wilmink, bevat de bundel veel relatief onbekende namen van dichters uit de Antillen, Indonesië en Suriname, maar ook gedichten van Friezen, Drenten, Limburgers en ‘nieuwe Nederlanders’ uit het Midden-Oosten. De meeste gedichten zijn in het Nederlands vertaald.

    Verrassende selectie

    Het is goed dat Bruinja de oorspronkelijke gedichten naast de vertaling plaatst, want in vertaling wil nog wel eens rijm en metrum verloren gaan, zoals in het gedicht bro (rust) uit 1957 van de Surinaamse Trefossa, pseudoniem van Henri Frans de Ziel, die ook een belangrijke rol in de Surinaamse onafhankelijkheidsstrijd speelde.

    Het eindrijm in het oorspronkelijke gedicht is in vertaling verdwenen: ‘(..) vandaag stuwt mijn hart mij om te gaan/tot aan een stille kreek, ver weg (..) als ik ben teruggekeerd zal ik wellicht geworden zijn/, een beetje beter mens,/die kan lachen, slaag kan dragen.’ Een verontrustende slotzin, die tevens uitnodigt om meer te achterhalen over de context waarin het gedicht is ontstaan.

    Door de brede selectie is er niet echt sprake van een thematiek binnen de bloemlezing, hoewel huiselijke beslommeringen, arbeid en streekgebonden zaken of taal de boventoon lijken te voeren. Niet alle taal is voor alle lezers te doorgronden, maar dat hoeft geen belemmering te vormen: goede poëzie biedt wel vaker ruimte voor interpretatie.

    Dat laat Esther Porcelijn mooi zien in Taal van Tilburg (2013): ‘Iemand ‘liked’ een filmpje op internet./Hamasleider als een natte dweil uit een auto gesleept./Ik trek mijn pèkske aan voor de carnaval, het is een bananenpèkske.’ Er volgt een carnavalstocht door de stad. Ze besluit: ‘Begin ik weer over Hamas. (..) En ik: “mwa, ik begrijp het niet”/En jij: “niet alles is te begrijpen, dènk”/Dan rommel ik in de nootjes/En terwijl jij toekijkt/Vinden we daar onze subtekst.’

    De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie is naast een verrassende selectie ook een uitnodiging om opnieuw naar (de Nederlandse) taal te kijken.

    Bron: https://www.parool.nl/

    De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie: 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu

    Samengesteld door Tsead Bruinja
    Uitgeverij Querido, €22,99
    279 blz.

    Omslag_De_eerste

     

  • Dit gedicht van Saul van Messel (pseudoniem van Jaap Meijer) in het Gronings is opgenomen in 'De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu' Querido). Ik las het voor het eerst in 'De 100 mooiste Groningse gedichten' (Uitgeverij kleine Uil, 2006). De vertaling werd gemaakt door Jan Glas die ook het gedicht voordraagt.

    kenoal 1972

    waaz vrouger hier gain sjoel
    vroag ik an vremde vraauw

    voag wist heur haand:
    joa doaromtou

    de störm blast om t verloat
    as rogge bogt mien roggegroat

    *

    stadskanaal 1972

    stond hier vroeger geen sjoel
    vraag ik aan een vreemde vrouw

    vaag wijst haar hand:
    ja daar ergens

    de storm blaast om de schutsluis
    als rogge buigt mijn ruggengraat

    © Saul van Messel
    © Vertaling: Jan Glas

    Omslag_De_eerste

  • Dit gedicht van Naji Rahim in het Arabisch is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het komt oorspronkelijk uit "Dwaallicht. Tien Iraakse dichters in Nederland" (Passage, 2006) en werd vertaald door Jan Jaap de Ruiter.

     

    In de bloemlezing staat door een misverstand helaas maar een deel van het gedicht en dan alleen in het Nederlands. Hieronder het volledige origineel en de complete vertaling.

    في مطعم هولندي

    ناجي رحيم

    تُمْطُرُكَ الأصواتُ على وقـْعِ الملاعقِ والصحون
    ضحكاتُ النّاس ورؤوسُهُم المنتشيةُ بمواعيدِ الشمسِ على السّاحلِ
    حيثُ أجسادُ الملائكة تتداعكُ في الطريقِ إلى الجنّة

    الصحونُ تتزاحمُ
    ورأسُكَ يكتظُّ بغليانِ المشهد :

    ثمّةَ مَن يُداعبُ كلبةَ الربّ
    وهي تقعي نشوى على قدميه

    ثمّةَ مَن يبتسمُ للّاشيء
    ثمّة مَن يتطلّعُ عبرَ النافذة
    فرحاً يضمُّ خَدَرَ الشوارعِِ في عينيهِ والوجوهَ القّانعة

    الملاعقُ تحفرُ في الصحون
    وفي رأسِكَ تحفرُ الهموم
    lekker ( ليكر) *
    وتدعوكَ اللياقةُ أن تهمهمَ أيضا
    أنْ echt lekker ( أيخت ليكر) *

    شاحنةُ الروحِ تزمجرُ
    أنا هناكَ
    مدائنُ
    حشدٌ من المصائرِ يحترق
    هل أنا هناك ؟
    عبرَ ندى الكؤوس أرمقُ وجوهَ الأحبّة
    ماذا؟
    عبرَ ندى الكؤوس أرمقُ ..

    يا إلهَ الحيرة ِ
    فلأدعْ كلّ اللياقاتِ جانباً
    وأغادرْ
    لأرمي عهودي كلّها في المرحاضِ
    وأغادر
    فالأرضُ في رأسي لا تكفُّ عن الدوران
    ولأغفرَ لي بعد الذي صارَ وما يصيرُ
    يكفي أني شوارعُ من اعتذار

    إذن
    أبتاعُ الآنَ قنينةً من العرق
    وأخرى أيضا
    يا أنتَ
    عبثٌ أن تستمرَّ هكذا
    في مطعمٍ مع أناسٍ لا يعرفونَ شيئا عن هذا الذي يركضُ في رأسِكَ
    وإن عرفوا فليسَ هو المكان

    أمدّ ُ يدَ القلبِ نابشا خاصرةَ الوقت ِ
    علّ الهواجسَ تهدأ ُ

    على وقـْع ِالضحكاتِ البريئةِ
    تركضُ بغالُ الحزن
    فأديرُ الرأسَ محدّقا في الوجوهِ ثمّ أبتسم

    أمدُّ يدَ القلبِ نابشا خاصرةَ المكان
    علّ الهواجسَ تهدأ ُ

    هيمممم echt lekker ( أيخت ليكر) *
    تومئُ برأسكَ
    محاولا إيقافَ البغال ِالراكضة
    وتستجدي ابتسامة ًمن أجل أنْ تبدو حصيفاً
    ومُقـْنِعا

    * مفردات هولندية، تعني حقا شهي، جيّد، رائع ..، تستعمل يوميا وفي مناسبات مختلفة، مع الطعام، حالة الجوّ، الصحة الخ

    In een Hollands Restaurant

    De geluiden regenen op je samen met het neerleggen van
    borden en lepels
    Het lachen van mensen wier hoofden bedwelmd zijn door
    de zonnetijden aan de kust
    Waar de lichamen van engelen elkaar schrobben
    Op weg naar het paradijs …

    De borden worden opgestapeld
    Terwijl je hoofd vol is met dat gloeiende tafereel
    Daar is iemand die de hond van de eigenaar aait die
    verdoofd aan zijn voeten ligt
    Daar is iemand die naar het niets glimlacht
    Het afschrikwekkende niets…
    Daar is iemand die uit het raam kijkt
    Vrolijk neemt hij de aangename lusteloosheid van de straat
    in zijn ogen op
    En de voldane gezichten …

    De lepels
    graven in de borden
    en in jouw hoofd graven de zorgen

    ‘Lekker’
    De beleefdheid vereist dat je dan ook
    ‘Echt Lekker’ mompelt

    De vrachtwagen van de geest raast voort

    Ik ben daar
    Een opeenhoping van het noodlot
    verbrandt steden en palmbomen

    Ben ik daar wel?


    Over het nat van de glazen observeer ik de gezichten der
    geliefden

    Wat?
    Over het nat van de glazen observeer ik de gezichten der
    geliefden

    Mijn God. Wat een hopeloze toestand
    Laat ik alle manieren ter zijde leggen
    en vertrekken
    Laat ik alle richtingen in de wc werpen
    en vertrekken
    Want de aarde zit in mijn hoofd .. en die draait en draait
    maar door

    Zal ik mijzelf vergeven
    na wat er gebeurd is
    en wat er nog gaat gebeuren in het vuur van de
    verwantschap?

    Het is niet genoeg dat ik de straten van excuses heb

    Dus
    Laat ik nu dan maar een fles drank kopen
    En vooruit, nog maar een

    Hé jij daar!
    Blijf daar niet zo achterlijk zitten
    in een restaurant, met mensen die niet weten wat er in je
    hoofd raast
    en al zouden ze het weten, dan nog is dit niet de geschikte
    plek

    Ik strek de hand van mijn hart
    om te graven in de taille van de tijd
    Misschien dat zo de zorgen afnemen

    Onder het onschuldige gelach
    razen de muilezels van verdriet maar door
    En dus wend ik het hoofd,
    de gezichten scherp aankijkend…
    En glimlach ik ook maar…

    Ik strek de hand van mijn hart om te graven in de taille van
    de plaats
    Misschien dat zo de zorgen afnemen

    “Hmmmm echt lekker”
    Je knikt met je hoofd
    Je tracht het geraas van de muilezel te stoppen
    Je smeekt jezelf om een glimlach
    om welgemanierd
    en overtuigend tevreden
    te lijken…

    © Naji Rahim
    © Vertaling: Jan Jaap de Ruiter

  • Dit gedicht van Erik Harteveld is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido). Het gedicht is afkomstig uit 'De 100 mooiste Drentse gedichten' (Uitgeverij kleine Uil, 2006). De vertaling is gemaakt door de auteur.

    *

    De deur is lös, de klompen oet,
    hen Boelens veur Bonanza!
    Arie groet oes rerend
    op de pompstraot: Hoss is dood.

    De scheerzeep op het taofelzwilk,
    de worsten in de wiemel,
    De hemden op het linnenrek:
    wij kunt niet tellen wat untbrek.

    Mien breur röp luudkeels: eigen schuld,
    um oes van dizze stilte te bevrijden.
    Maor wel bin ik as wij ankommend jaor
    de pinken helpt verweiden.

    *

    De deur is open, klompen uit,
    naar Boelens voor Bonanza!
    Arie groet ons huilend
    op de pompstraat: Hoss is dood.

    De scheerzeep op het tafelzwilk,
    de worsten aan de zoldering,
    de hemden op het linnenrek:
    verschuilt zich iets in dit vertrek.

    Mijn broer roept luidkeels: eigen schuld
    om ons van deze stilte te bevrijden.
    Maar wie ben ik als wij het volgend jaar
    het jongvee gaan verweiden.

    © Erik Harteveld

    101_gedichten
    https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

  • Onlangs sprak ik met Willem Wâldpyk over 'De eerste bloemlezing van de Nederlandse Poëzie', over de hernomen tour met Arnold de Boer / Zea en Rosa van Ederen langs de verzorgingstehuizen in Fryslân en over muziek.

    Ik mocht vijf nummers uitkiezen. Dat werden recente nummers van Marillion, Fish, Tears for Fears, Ries de Vuyst en Harold K. Mocht je die apart nog even willen beluisteren dan kan dat via dit playlistje:

    https://www.omropfryslan.nl/nl/radio/programma/noardewyn/8673