• Een muis liep over mijn kussen vlak nadat ik het jaren zeventig-nachtlampje uit had gedaan en mijn collega-dichters een goede nacht had toegewenst. Het was januari 2002 en wij hadden ons eerste optreden gegeven in het legendarische hippiedorp Ruigoord bij Amsterdam. Ik was te moe en vooral ook te high om me druk te maken over ongedierte.

    In juni 2000 kwam ik voor het eerst in Ruigoord. Dichter Bart FM Droog nam me mee vanuit Groningen omdat hij er met zijn groep De Dichters uit Epibreren ging optreden. Ik stond op het punt te debuteren met een Friese bundel en was hongerig naar goede poëzie en een stevig netwerk.

    Foto 1
    Het Vurige Tongen Festival vorig weekend – foto door Saskia Stehouwer

    In het kerkje luisterde ik naar de dichters als Gust Gils en Adriaan Morriën, dichters op leeftijd die ik niet durfde aan te spreken. Ik zag een stuk literaire geschiedenis de laatste literaire adem uitblazen, met verve. Morriën droeg een scherp gedicht voor waarin hij zich afvroeg waarom niemand met hem over de dood wilde praten en Gust Gils las uit de bundel met de mooiste titel ooit: Afschuwelijke roze yogurtman.

    Twee jaar later stond ik op dezelfde planken als de door mij bewonderde dichters. In die tijd werd het dorp nog bevolkt door kunstenaars en andere bont uitgedoste paradijsvogels. Zij hadden begin jaren zeventig onder leiding van de schrijvers Hans Plomp en Gerben Hellinga Ruigoord gekraakt. Het dorp zou worden gesloopt om plaats te maken voor de petrochemische industrie. De oliecrisis en de krakers werkten de ‘vooruitgang’ tegen.

    Hellinga en Plomp kende ik uit een boek dat als bijbel diende tijdens mijn studententijd in Groningen. Mijn vrienden en ik waren halve hippies onderweg naar een beter leven. We waren geïnteresseerd in astrologie, hekserij en de verruiming van onze geesten. Bijna alle drugs die er bestonden waren door Hellinga en Plomp uitgeprobeerd en beschreven in Uit je bol. Wij lazen dat boek stuk.

    Download

    In Uit je bol stonden ook tips over eten met afrodisische werking. Ik heb voor menig meisje een pannetje staan koken met die geile ingrediënten. De resultaten waren wisselend. Vaak hadden de prei en basilicum louter een lustopwekkende uitwerking op mijn linkerhand.

    Plomp en zijn psychonauten lopen nog steeds rond in ’t Ruyghe Oort, waar ik afgelopen weekend weer voordroeg, al zijn zij officieel uitgekocht en naar Amsterdam verkast. Het groene landjuweel ligt strak ingesnoerd tussen de vrachtschepen, brandstofsilo’s en fabrieksloodsen. Niemand mag er meer wonen, maar het dorp met zijn ateliers en festivals houdt stand. En er treden daar nog steeds dichters in de voetsporen van hun voorgangers.

    Foto 2
    Het Vurige Tongen Festival vorig weekend – foto door Saskia Stehouwer

    De muis in kwestie is inmiddels in de kringloop der natuur opgenomen. Huismuizen worden hoogstens dertig maanden oud. Hopelijk trippelt een deel van het nageslacht van mijn nachtbrakertje nu over het kussen van een andere hongerige dichter. Je moet ergens beginnen.

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    Foto 4

  • Saskia Stehouwer – Wachtkamers

    Saskia Stehouwer is voor de C. Buddingh'-Prijs genomineerd met haar debuut Wachtkamers (Uitgeverij Marmer). Zondag leest zij met de andere genomineerden om 14:00 uur voor in Boekhandel Donner te Rotterdam.

    Hieronder de voordrachten van de andere genomineerden.

    Rens van der Knoop – twee mannen spreken elkaar onopgemerkt aan

    Runa Svetlikova – Deze zachte witte kamer

     

    Jeroen van Rooij – Niemand had er enig idee van wat er aan de hand was 

  • Bij ons om de hoek wordt regelmatig iemand omgelegd, maar ik ben daar nooit bij, zie hoogstens de volgende dag de rood-witte politielinten wapperen. Vorige week zag ik op het nieuws hoe een paar straten verderop een man uit zijn auto stapte en werd beschoten. De kogels raakten een tram, de man viel neer en  de schutters gingen er vandoor op een scooter.

    Pol

    Bijna dagelijks fiets ik door die straat, ook op het late tijdstip van de moord. Toch voel ik mij nog steeds veilig in Amsterdam-West, waarschijnlijk omdat het ging om een afrekening in het criminele circuit. Bij het horen van die uitdrukking verdwenen mijn zorgen en betrokkenheid als wolken voor de zon. Laat hen elkaar maar afmaken, dacht ik en vergat prompt dat het kinderen zijn geweest die vroeger hele andere, vast minder criminele, dromen koesterden.

    In diezelfde week zat ik voor een magnetisch bord met de vierjarige Lilian in Amstelveen. Lilian wilde me laten zien hoe goed ze woorden kon maken. Letters en cijfers werden in een voor mij onsamenhangende volgorde op het bord geplaatst en ik moest ze voorlezen. Het hoefde niets te betekenen, alles mocht. Lilian maakt prachtige nieuwe woorden.

    Mang

    Haar vader Egbert was via Skype aan het vergaderen. Hij sprak met verschillende mensen over Burundi. De organisatie waar hij voor werkt probeerde de oppositie ervan te overtuigen geen nieuwe burgeroorlog te beginnen. De Burundische vrede was broos, leerden we.

    Op het nieuws hoorde ik een verhaal dat mij niet raakte, over een president die te lang op het pluche bleef zitten en een generaal die tegen hem in opstand kwam. Het raakte me even oppervlakkig als het schietincident. Ik moest meer weten.

    Wist u dat er in Burundi een poëziewedstrijd bestaat waaraan alleen maar koeienherders deelnemen, een soort hiphop battle voor Burundische cowboys waarbij de herders zo mooi mogelijk opscheppen over hun prestaties en talenten? Zou u daar niet iets over willen zien in de nieuwsrubrieken? Die herders zijn niet alleen goed in improvisatie. Ze kennen een hele reeks gedichten uit het hoofd die ze gebruiken om de koeien naar een bron of weide te leiden en ze reciteren verzen die de kudde duidelijk maken dat het tijd is om gemolken te worden. Dat is weer eens wat anders dan het “heu jongens” dat mijn nichtje en ik tegen de koeien van mijn oom riepen in de weilanden rondom Oostrum. Wij rijmden niet, wij tikten de achterblijvers op de kont met een tak.

    Ik had er ook geen weet van dat men in Burundi hetzelfde woord voor de maag van een koning gebruikt als voor de vier magen van de koe.

    En ik weet niks van de man die alleen stierf op de Amsterdamse stoeptegels en wat koeien voor hem betekenden.

     

    *

     

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    P.s. In Kirundi (een van de talen die gesproken wordt in Burundi) begroet men elkaar met Amashyo ("Dat je maar grote kuddes mag hebben"). Het antwoord is Amashon-gore ("Ik hoop dat het kuddes vrouwtjes zijn"). 

    Meer op: http://www.everyculture.com/wc/Brazil-to-Congo-Republic-of/Burundians.html#ixzz3awOIjBcg

    P.s.s. ze verschepen Friezen naar Burundi!

     

     

  • Begin deze week kregen we een mooi voorproefje van de zomer. Met ontblote kippenborst genoot ik van de zon op ons dakterras met op schoot een nieuw nummer van de Poëziekrant. Ik las een interview van dichter en programmamaker Jan Baeke met de Amerikaan Kenneth Goldsmith die in juni komt voordragen tijdens Poetry International in Rotterdam.

    Poeziekrant

    Goldsmith is volgens de inleiding “een enthousiast pleitbezorger van conceptuele literatuur, die zich in navolging van de conceptuele kunst vooral manifesteert als een literatuur die eerder gelezen dan besproken zou moeten worden.” In het geval van Goldsmith moet u denken aan boeken die bestaan uit notities van elke beweging die de dichter gedurende dertien uur maakte of een reeks transcripten van een jaar aan weerberichten. Piet Paulusma is mijn werk dus al die tijd al aan het doen!

    Er zit natuurlijk meer achter de werkwijze van Goldsmith dan een ideetje. Volgens hem gaat het in de toekomst van het schrijven niet om het toevoegen van tekst maar om het leren ordenen van de enorme hoeveelheid tekst die er al is. Ook in de literatuur moeten we recyclen. Onze uitdaging zou liggen in het “beheersen, ontleden, organiseren en distribueren”.

    IMG_4449

    In mijn bundel Overwoekerd uit 2010 verknipte ik de beschrijving van een Indiaas begrafenisritueel met het Bijbelboek Job. Het werd geen publieksfavoriet. Daarvoor kwamen gedichten in aanmerking waarvan ik elke regel zelf bedacht en meegemaakt had. Beide zijn mij even dierbaar.

    IMG_0002

    Goldsmith zouden mijn autobiografische geschriften weinig deren. Hij zegt in het interview dat hij zich niet kan voorstellen waarom iemand poëzie zou willen lezen om er “op de eerste plaats door geraakt te worden”. Je zou bijna verwachten dat geraakt worden door Goldsmiths werk een puur rationele aangelegenheid is. Er lijkt weinig ruimte te zijn voor leed of vreugd. Zo kan ik niet lezen. Ik wil mij verwonderen, maar ik wil ook genieten.

    En dat kan:

    Eyelids open. Tongue runs across upper lip moving from left side of mouth to right following arc of lip. Swallow. Jaws clench. Grind. Stretch. Swallow. Head lifts. Bent right arm brushes pillow into back of head. Arm straightens. Counterclockwise twist thrusts elbow toward ceiling. Tongue leaves interior of mouth passing through teeth. Tongue slides back into mouth.

    Het is niet alleen het ritme of de vondst die mij hier fascineert. Het zijn de herkenbare bewegingen die we allemaal maken voor we opstaan. Bovendien denk ik door het kussen en het strekken aan een goede nacht slaap en uitgerust wakker worden. En het bewegen van de tong? Bij het lezen daarvan lig ik in gedachten naast mijn vrouw met meer dan een ontblote kippenborst. We zijn net wakker en we bevochtigen onze lippen. De rest mag u uit eigen ervaring herschikken, desnoods met Piet Paulusma in gedachten.

    *

    Bron fragment Goldsmith: http://wings.buffalo.edu/

     

    Meer over deze bundel op http://archives.chbooks.com/

    Deze column werd geschreven voor de Leeuwarder Courant – www.lc.nl

  • HOLST #8: ZEA & Tsead Bruinja, Father Murphy (Italy) – zaterdag in de Ruimte

    Het holst van de nacht kan een eenzame plek zijn. In het holst van de nacht weegt de verbeelding zwaarder dan wat we lezen in de krant. Daarom is er HOLST: live muziek, literatuur en poëzie op het moment dat de dag halt houdt en de verwachtingen het hoogst gespannen zijn.

     

    ZEA speelt met hetzelfde gemak “electric breakpop mono” als ingetogen ballades in het Fries. Dichter Tsead Bruinja schrijft met hetzelfde gemak poëzie in het Nederlands als in het Fries en draagt in beide talen voor. Het materiaal voor deze editie van HOLST hebben ze samen gemaakt. Wij hopen op een mooie afspiegeling van de veelzijdigheid van de oeuvres van beide heren, maar ook wij laten ons verrassen.

    Na de muziekpoëzie van ZEA en Bruinja duiken we het holst van de nacht in met de donkere slow tempo rock doom van het Italiaanse duo Father Murphy.

     

    Tussen zes en negen is het mogelijk wat te eten. Chef Monei kookt ‘Tatso’, de Botswaanse versie van soul food.

    Locatie: DE RUIMTE, Buiksloterdijk 270 Amsterdam 
    Datum: zaterdag 16 mei 2015
    Aanvang: 21.30 uur
    Entree: €7

    www.zea.dds.nl
    www.tseadbruinja.nl
    https://fathermurphy.bandcamp.com/

    http://www.cafederuimte.nl/programma/holst-8/

    Eventpage: https://www.facebook.com/events/566274436845372/

    Zealyon2010

  • Afgelopen maandag zag ik met lede ogen aan hoe vijfduizend koetjesrepen van hun wikkel werden ontdaan. Omrop Fryslân was te gast bij de Piet Bakkerskoalle te Sneek waar leerlingen de prullenbakken vulden met duizenden delftsblauwe koetjes die vanwege de bevrijding vakkundig werden vervangen door replica’s van de ‘Victory’ wikkel uit 1945.

    Koe1
    Bekijk de uitzending via: 
    www.omropfryslan.nl (2e item)

    In 1981, toen de bevrijding en ik nog wat jonger waren, wilde ik graag bij de oudere jongens horen. De stoere buurjongens die verderop aan de landweg een hut hadden gebouwd, lieten me aarzelend binnen. Ik was eigenlijk te jong, maar klasgenootje Bram was ook al toegelaten. Ze konden me niet weigeren. Er waren echter wel enkele voorwaarden aan het lidmaatschap verbonden. Ik moest thuis iets lekkers halen en ik moest een sigaret helemaal oproken.

    Mijn zevenjarige voeten snelden zich naar huis waar niemand te bekennen was en de achterdeur gewoon open stond. Ik schoof een stoel richting keukenkast, pakte de snoeptrommel en zag tot mijn teleurstelling dat de verlangde marsen en snickers er niet waren. Ik vervloekte in stilte mijn moeder en begaf me terug richting hut.

    Foto-JZU4TZZF
    De boze blikken van de clubleider toen ik drie koetjesrepen op zijn uitgestoken hand legde, voorspelden niet veel goeds. Maar geheel onverwacht streek hij met de hand over zijn strenge leidershart. Ik mocht bij de club. Ik moest alleen nog een shagje oproken.

    Een haal was genoeg voor mij om de volgende jaren geen sigaret meer aan te raken. De scherpe rook prikte zodanig in mijn keel dat ik alles recht in het gezicht van de opperbaas uithoestte. Waarna zijn onderdanen hun lachen niet konden inhouden en hij beduusd en vernederd mij de hut uittrapte.

    De goedbedoelde verminking van de koetjesrepen te Sneek zou mij eigenlijk niet moeten raken. Maar ook negatieve ervaringen kunnen warme herinneringen worden. Na de verhuizing van de verbouwde boerderij aan de Heechfinne naar het herenhuis in Kollum kreeg veel van wat ik in Rinsumageest en Damwoude meemaakte een gouden randje, zoals je mensen ook wel eens warme herinneringen hoort ophalen aan de oorlog.

    Toen ik zestien was, heb ik het roken nogmaals proberen op te pakken. Mijn coole stiefzus en stiefbroer paften heel wat af en ik wilde er graag bij horen. Ik ging aan de Camel en aan de Heineken, kocht een leren jack bij Sake Sakelijk in Zwaagwesteinde en een paar hagelwitte Nikes in Leeuwarden. Dat geheel moest de aandacht van het dons op mijn kaken afleiden en ervoor zorgen dat ik voor de meisjes in mijn klas meer werd dan een luisterend oor.

    Een jaar lang rookte ik de ene camel na de andere. Maar de nicotine bereikte nooit mijn longen. Ik was bang dat ik iemand in het gezicht zou hoesten. Ik wilde niet weer die hut worden uitgetrapt. 

    Koe2
    Bekijk de uitzending via: www.omropfryslan.nl (2e item)

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

  • “Bij ons in de tuin heb ik ze weggejaagd,” zei een bebaarde grijsaard naast me op de stoep van De Aerden Plaats te Oude Bildtzijl. We stonden tijdens de pauze van een literair programma te roken en het land te overzien. Een duif zat in de knot van een boom op haar verse nest terwijl haar man in de berm een takje zocht en het in de mond van zijn vrouwtje stak, waarop zij het tussen de andere takjes propte. “Bij ons op het balkon jaag ik ze ook weg,” zei ik.

    Kort daarvoor las Peter van Lier, die zich een paar jaar geleden in de oude melkfabriek van Marrum nestelde, een gedicht voor waarin hij soliciteerde op “een functie in het dierenrijk”. Laconiek richtte hij zich tot de “orde der platvissen” en bood zijn “symmetrische hoofd met / lichte aanpassingen bescheiden doch beslist’ aan ‘ten behoeve van een wat frivoler tarbotbestaan, vol heuse ledematen.”

    Tarbot

    De grijsaard nam een trekje van zijn sigaret en stak van wal over kleinere vogels en de jaren dat hij op de grote vaart zat. In de Golf van Biskaje kwam het voor dat er een grote zwerm vogels uitgeput op het dek landde. Die waren in de mist de weg kwijtgeraakt en hadden het ver van de kust niet meer voor het kiezen. De scheepsbemanning zette bakjes met water en eten neer, maar de vermoeide vogels wilden er niet aan. Binnen een paar uur lagen ze allemaal dood op het dek.

    `s Ochtends thuis in Amsterdam was ik aan het lezen over de evolutie van vissen. Ik zocht naar informatie over de vingerkootjes in de vinnen van dolfijnen, maar bleef hangen bij een eerdere ontwikkeling, het ontstaan van de kaak en de longen. Hoe zijn we aan land gekomen vroeg ik me af. Volgens wikipedia moesten vissen soms over een droog stuk land kunnen bewegen om naar een volgende poel te kruipen waar misschien meer voedsel was.

    Wij roken en wonen in zo’n poel des overvloeds. Onze broeders en zusters proberen in wrakke bootjes onze rijkelijk gevulde troggen te bereiken. Ze worden gevangen gezet in Libië, waar ze met stokken worden geslagen en wanneer het ze lukt om op een boot te stappen is de kans groot dat ze een vroegtijdig graf vinden op de bodem van de zee. Wij zien ze schreeuwen om hun nieuwe vrienden en familieleden als ze opgepikt worden. We zien hun kinderen drijven. De evolutie is te traag om hen kieuwen te geven, hun handen terug te veranderen in vinnen.

    Wood_Pigeon_Nest_12.06.09

    En ik blijf de duiven verjagen van ons balkon. Mijn vrouw heeft bloemen, kruiden en sla geplant die ik niet met hen wil delen. “Je hebt geen keus, ze schijten alles onder,” zei ik tegen de grijsaard. 

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    P.s. hieronder het hele gedicht van Peter van Lier.

    IMG

  •  

    Komende zaterdag te Leeuwarden:

    Podium Asteriks en Explore the North presenteren:

    Broeder Dieleman, Hilbrandt en Tsead Bruinja In de Kanselarij (Leeuwarden)

    Op zaterdag 2 mei presenteren Podium Asteriks en Explore the North voor de tweede maal gezamenlijk een show op een bijzondere locatie in de binnenstad van Leeuwarden. Ditmaal werd de Zeeuwse singer-songwriter Broeder Dieleman gevraagd om zijn liedjes in een intieme setting te spelen in de Kanselarij. Het voorprogramma wordt verzorgd door de Friese songwriter Hilbrandt en dichter Tsead Bruinja.

    Broeder Dieleman – De Zeeuw Broeder Dieleman vertolkt de diepe schoonheid van de Schelde en de ijver op de eilanden in Zeeuwstalige folk. Zijn schitterende platen Alles is ijdelheid (2013) en Gloria (2014) werden door pers en publiek met veel gejubel ontvangen. Met veel succes speelde Broeder Dieleman in 2013 en 2014 op Explore the North.

    Split single met Bonnie ‘Prince’ Billy – Broeder Dielemans liedjes zijn van een bezwerende schoonheid, net als die van zijn Amerikaanse vriend en muzikale grootheid Will Oldham (Bonnie ‘Prince’ Billy). Broeder Dieleman toerde in 2014 samen met Bonnie ‘Prince’ Billy langs kleine kerkjes en zaaltjes in Nederland en bracht in 2015 op Record Store Day een split single met hem uit. Oldham coverde het nummer Gloria van Dieleman, die vervolgens het nummer 3 questions (vertaald naar 3 vragen) coverde. Deze split single is de aanleiding voor een kleine tour en voor zijn komst naar Leeuwarden.

    Hilbrandt (solo, met nieuwe nummers!) – Tijdens Explore The North 2014 presenteerde Hilbrandt zijn debuutalbum Haven. Een plaat vol donkere, sjamanistische zeemansmuziek en spookachtige nummers over afscheid. Hilbrandt is de tweede naam van Laurens van der Meulen, bekend van het Heksenhamer collectief uit Leeuwarden. Op 2 mei speelt Hilbrandt enkele gloednieuwe nummers.

     

    Tsead Bruinja – Dichter Tsead Bruinja maakt het toch al zo mooie programma compleet. Hij draagt voor uit eigen werk, omlijst door muziek. Bruinja ‘laveert knap tussen vervreemding en zelfspot, en heeft een scherp oor voor het ongerijmde’, aldus Het Parool. In september komt hij met een nieuwe (Nederlandstalige) bundel, maar straks is hij al te zien in de Kanselarij.

    Podium Asteriks en Explore the North - Natuurlijk zijn Podium Asteriks en het festival Explore the North al jaren bevriend. Begin 2015 besloten ze wat nieuws te doen door gezamenlijk een serie shows te presenteren buiten de setting van een poppodium of een festival. Gebruikmakend van de prachtige binnenstad van Leeuwarden. In februari speelde de Ierse songwriter Adrian Crowley een bloedstollende show in een bomvolle Lutherse Kerk. En op 2 mei presenteren Podium Asteriks en Explore the North een tweede show met Broeder Dieleman, Hilbrandt en Tsead Bruinja.

    Zaterdag 2 mei – 19:30 uur
    Locatie: Kanselarij – Turfmarkt 13
    Prijs: 9 euro
    Kaartverkoop via Podium Asteriks

  • “De deadlines naderen, de deadlines komen voorbij,” schrijft de Brantgummer dichter Martin Reints in de bundel Ballade van de winstwaarschuwing uit 2005. Die regel kwam in me op toen ik op dinsdagochtend de dekens van me afsloeg.

    Het was niet de inleverdatum voor deze column die me in mijn nek hijgde maar de deadline voor een nieuwe gedichtenbundel die binnenkort naar de drukker moet. Er is iets pijnlijks definitiefs aan het accepteren van je eigen selectie en het doorgeven van de laatste correcties. Je kunt er niets meer aan veranderen. Vanaf dat moment is dat voor altijd de bundel.

    Deadlines

    Daar bestaan overigens uitzonderingen op. Wie wijlen H.H. ter Balkt vroeg om een handtekening moest voorbereid zijn op meer dan een signatuur. Voordat Ter Balkt  zijn naam in het boek zette, bladerde  hij er doorheen, verbeterde grommend prachtige regels of kraste hele gedichten door.

    “Vind je de bundel echt af?” vroeg mijn uitgever Christoph Buchwald toen we voor de eerste keer over het nieuwe manuscript spraken. Ik antwoordde bevestigend. De opbouw van de bundel van sturm und drang in de eerste helft naar blauwe luchten aan het einde, was echter niet aan hem besteed. Hij vreesde dat men zou schrikken van de bombardementen en zelfmoorden aan het begin. Het boek waarvoor de uitgeverij zijn nek uitstak zou over twee jaar wel eens ongelezen door de versnipperaar gedraaid kunnen worden.

    Bouw

    Ik sputterde tegen dat wat ik inleverde geen bouwpakket was en hij beriep zich op jaren ervaring in de Duitse poëziewereld waar hij al decennia lang een succesvolle bloemlezing samenstelt met de beste poëzie van dat jaar. We bevonden ons opnieuw in de loopgraven die we bij het samenstellen van de vorige bundel hadden gegraven.

    Maar we klommen er ditmaal sneller uit om elkaar de hand te reiken. De woede, die vooral teleurstelling was omdat ik geen aai over mijn geniale kale dichtersbol had gekregen, zette ik onmiddellijk om in herschikdrift. Binnen een middag viel er op de digitale deurmat van mijn uitgever een nieuwe versie van het manuscript, die veel vriendelijker en toegankelijker opent en zich langzaam ontwikkelt richting abstractie en ellende. En ook al is het een andere bundel, hij voelt nog steeds compleet eigen.

    9789059366091_160

    Nu nadert de deadline voor ons laatste gesprek. Ik heb de gedichten allemaal nog eens opgenomen op mijn computer, ze teruggeluisterd, kleine wijzigingen doorgevoerd in regelafbrekingen, titels aangepast om de lezers iets meer op het juiste spoor te zetten en her en der de volgorde veranderd. De symfonie is volbracht en de bladmuziek bijna gedrukt. In mijn hoofd heb ik hem al gehoord, maar het gaat uiteindelijk om de uitvoering door het orkest van critici en lezers. Die maken het  boek pas echt af. Daarom moest ik vanochtend aan de deadlines van Martin Reints denken.

    Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

    P.s. Hieronder het hele gedicht van Martin Reints

    Reints1

     

    Dit gedicht komt uit:

    Vdi9789023417747

    Ballade van de winstwaarschuwing (De Bezige Bij)
    Martin Reints

    Web: http://www.debezigebij.nl/

  • Afgelopen weekend verscheen een speciaal nummer van NRC Deluxe onder gastredacteurschap van Beatrix Ruf, directrice van het Stedelijk Museum te Amsterdam. Arjen Ribbens interviewde mij als potentiële museumbezoeker.

    Lars_van_den_brink_tsead_bruinja_nrc
    © foto door Lars van den Brink - http://www.larsvandenbrink.nl/

    Uw eerste museumervaring?

    „Ik ben niet met kunst grootgebracht. Mijn ouders bezaten een klein plankje met boeken, en aan de muur hing een tegeltje met een gedicht van Toon Hermans. Op vakantie gingen we ook niet naar een museum, maar naar de De Witte Wieven, een uitspanning in Lochem.

    71-Tales-full-cover
    © Roger Dean - http://www.rogerdean.com/

    „Toen ik zestien was kocht ik in de kantoorboekwinkel in Kollum twee kunstboeken: eentje over Dali en de ander over de Zwitserse graficus H.R. Giger. Hun surrealistische en magisch-realistische tekeningen leken op de platenhoezen van Yes en Marillion, bands die ik bewonderde.”

    6a74378709722d6284017bc010b60f19
    © Mark Wilkinson - http://www.the-masque.com/

    Komt u nu vaak in musea?

    „Vorig jaar ben ik twee keer in het Stedelijk geweest en één keer in het Rijks en in het Van Gogh Museum. Waar ik soms moeite mee heb, is dat er al gauw te veel hangt naar mijn smaak en ook dat het te druk is. Ideaal zou zijn niet meer dan één kunstwerk per ruimte en daar dan alleen voor mogen zitten, zodat je het kunstwerk echt kan ondergaan.”

    Wat zoekt u in musea?

    F. van Dixhoorn schreef een gedicht dat begint met de regels ‘Wat is lekker/ bij wat’. Ik ben in kunst benieuwd naar hoe je verschillende dingen naast elkaar kunt zetten en hoe dat samen weer een nieuw verhaal vertelt.

    „Kunst kijken is een soort gymnastiek. Je kijkt niet alleen met je hoofd, maar ook met je spieren. Goede kunst levert een soort kippenvel op, een fysieke ervaring te vergelijken met zwaartekracht.

    „Als buitenlandse vrienden naar Amsterdam komen, neem ik ze mee naar de musea in de stad. Dan lopen we van mijn huis in West door het Rembrandt- en het Vondelpark naar het Museumplein. Eerst die stevige wandeling, dat moet. En later gaan we dan bij Proeflokaal De Drie Fleschjes korenwijn drinken en paling eten.”

    De digitale versie van het tijdschrift is te bestellen via:
    http://digitaleeditie.nrc.nl/losseverkoop/

    2015-04-21_16-31-36_HDR

    Hr-giger-erotomechanics-vii1

    http://www.hrgiger.com/

    Giger2

    De Matisse-tentoonstelling die nu in het Stedelijk te zien is, is erg mooi, maar mijn voorkeur gaat uit naar het werk van Ed Atkins 

    Ed Atkins – Recent Ouija from ARTtube on Vimeo.

    2f3b2aae4a529f50564953af2425383b

    Tegelspreuk Toon Hermans