Een afgewogen stuk in de Trouw vandaag over 'hingje net alle klean op deselde kapstôk / hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok' door Janita Monna:
Wat mist is de dichter zelf
Een afgewogen stuk in de Trouw vandaag over 'hingje net alle klean op deselde kapstôk / hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok' door Janita Monna:
Wat mist is de dichter zelf
Jezelf door de rouw heen schommelen
Door Elmar Kuiper
Tsead Bruinja’s elfde bundel is tweetalig en soepel vertaald door hemzelf. Hij dicht deze keer niet veel over zichzelf. Wat drijft de ander lijkt het motto te zijn. De eerste afdeling, in de kou een vriend vinden, opgedragen aan karmelietenpater Titus (Anno Sjoerd) Brandsma, begint abstract: ‘het bed opmaken/de nachthuur opzeggen// een opstand aanvuren/de rand weghalen’. Een alwetende verteller doet verslag, maar het is de vraag of hier een vrijgevochten persoon spreekt: ‘de huid willen verlaten/omdat ze te ruim zit.’ Het is al een voldongen feit: ‘in je eigen wond wonen/je eigen bloed nuttigen.’
In het geslaagde gedicht 'Ze schopten anno sjoerd en ze schopten titus' schrijft Bruinja ernstig over zojuist genoemde pater en doet hij scherp verslag van het leed dat mensen elkaar berokkenen: ‘in een brillendoos onder zijn oksel/ bewaarde hij de hostie waar het hele kamp/ mee gezegend werd.’ Zo laat hij zien dat de pater een moedige, gedreven persoonlijkheid is. Het is onbedoeld komisch eigenlijk, maar de evocatieve kracht van deze regels is groot.
De haas uit Bruinja’s eerdere werk duikt weer op in dienst en de schrijver vraagt zich bescheiden af; ‘of die haas nu niet eens/ echt dood mag’. Het schrijven zelf neemt in de tweede afdeling een prominente plaats in: ‘iedere dag schrijf ik/ over het gestolde bloed.’ In het voortreffelijke ik hoorde maar niet schetst hij een apathisch, lethargische toestand, waar de ander steeds actie onderneemt; ‘en ik in het bos achterbleef’. Even snoeft hij: ‘straks duik ik met bijl en zaag in het wak.’ Meteen erna is het over en uit, trekt hij de conclusie; ‘ik hoorde maar niet van jou.’
In voorlopig land, afdeling drie, gaat de handrem er voorzichtig af. Soms raak ik Bruinja dan kwijt, zoals in weerom-los-nog eens, als hij woorden dropt, te druk en fragmentarisch schakelt tussen zichzelf en de ander. Hij flapt er ook fraaie regels uit: ‘schommel jezelf door de rouw heen/ maak een koprol door de spijt’. In de vierde afdeling is er geen houden meer aan, als sake sakelijk de ik-persoon, nota bene op eigen verzoek, met een f herder bewerkt.
Aparte karakters als De Amsterdammer, Jopie, Jan en Klaske bevolken de vijfde en laatste afdeling. De personages lijken rond te dwalen in een surrealistische soapfilm of wonderlijk sprookje. Het loopt trouwens slecht met Klaske af: ‘er was blauwe drek/ en paling die tussen de stenen/ vandaan kroop.’ Aan Bruinja zijn kapstok hangen bijzondere gedichten.
Bron: Dagblad van het Noorden, 9-2-2018
Troch de rou hinne touterje
Door Elmar Kuiper
Tsead Bruinja syn alfde bondel, is in twatalige. Hy dichtet diskear net in soad oer himsels. Wat driuwt de oar liket it motto te wêzen. It earste skift yn de kjeld in freon fine, opdroegen oan karmelitepater Titus (Anno Sjoerd) Brandsma, set abstrakt útein: ‘it bêd opmeitsje/ de nachthier opsizze// in opstân oan-fjurje/de râne fuorthelje’. In alwittende ferteller docht ferslach mar it is de fraach oft hjir in frijfochten persoan oan it wurd is: ‘it fel ferlitte wolle/omdat it te rûm sit.’ It liket al in útmakke saak te wêzen: ‘yn dyn eigen wûne wenje/ it eigen bloed beplúzje.’
Yn it slagge fers se skopten anno sjoerd en se skopten titus skriuwt Bruinja mei ynmoed oer niisneamde pater en docht er skerp ferslach fan it leed dat minsken inoar oandogge: ‘yn in brilledoaze ûnder syn oksel/bewarre er de hosty dêr’t it hiele kamp/mei segene waard.’ Sa lit er sjen út hokker (geef) hout de pater snien is. It is ûnbedoeld komysk eins, mar de evokative krêft fan sokke rigels is grut.
De hazze, út Bruinja syn eardere wurk dûkt wer op yn tsjinst en de skriuwer freget him beskieden ôf ‘oft dy hazze no netris echt dea kin’. It skriuwen sels nimt yn it twadde skift in prominint plak yn: ‘alle dagen skriuw ik/ oer it stjurre bloed.’ Yn it treflike ik hearde mar net sketst er in apatysk, letargyske tastân, dêr’t de oar hieltyd aksje ûndernimt ‘en ik yn ’e bosk achterbleau’. Even snijt er op: ‘aansens dûk ik mei bile en seage yn it wek.’ Fuort dêrnei is it oer en út, lûkt er de konklúzje: ‘ik hearde mar net fan dy.’
Yn foarlopich lân (skift trije) giet de hânrem der foarsichtich ôf. Soms reitsje ik Bruinja dan kwyt, lykas yn werom-los-nochris, at er wurden dropt, te drok en fragmintarysk skeakelet tusken himsels en de oar. Hy flapt der ek fraaie rigels út: ‘touterje dy troch de rou hinne/kopketommelje troch de spyt’. Yn it fjirde skift is der gjin hâlden mear oan, at sake sakelijk de ik persoan, nota bene op eigen fersyk, mei in f herder bewurket.
Aparte karakters as De Amsterdammer, Jopie, Jan en Klaske befolke it fyfde en lêste skift. De personaazjes lykje om te doarmjen yn in surrealistyske soapfilm of nuver-)aardich mearke. It rint trouwens net goed mei Klaske ôf: ‘der wie blauwe drek/en iel dy’t tusken de stiennen/ wei krûpte.’ Oan Bruinja syn kapstôk hingje bysûndere gedichten.
Bron: Leeuwarder Courant, 9-2-2018
Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok
Friese gedichten + Nederlandse vertalingen
108 pagina's / paperpack
ISBN: 978 94 92176 73 8
Prijs: € 18,50
Het boek is o.a. te bestellen via: http://websjop.afuk.nl/
Ontwerp: Monique Vogelsang - www.moniquevogelsang.nl
Vijf jaar geleden maakte ik samen met Saskia de Jong en Frithjof Kalf de film 'Dichter & Buur'. Vijf dichters schreven aan de hand van de levensverhalen van vijf bewoners van de dichtersbuurt in Amsterdam Oud-West, vijf gedichten. Menno Wigman was een van die dichters. Zijn bijdrage is te zien vanaf 15.00 min. Ik zal hem missen.
Vijf dichters uit de wijde omgeving van het gebouw De Nieuwe Liefde in de Dichtersbuurt in Amsterdam Oud-West, gaan op bezoek bij vijf uiteenlopende buurtbewoners uit verschillende Dichtersstraten.
Vooraf weten de dichters – Henk van der Waal, Annemieke Gerrist, Menno Wigman, Mustafa Stitou en Tsead Bruinja – niet bij wie ze op bezoek gaan. Ze krijgen een naam en een adres. Dat is alles.
Tijdens het bezoek vertellen de bewoners over hun leven en hun favoriete gedicht. Aan de hand van hun levensverhaal en dat gedicht maken de vijf dichters een nieuw gedicht, dat ze tijdens een tweede bezoek voorlezen aan de bewoners.
camera & montage
Frithjof Kalf
research & productie
Saskia de Jong
naar idee van
Tsead Bruinja
© 2013 | deze film werd gemaakt ihkv het eerste Poëziefestival De Nieuwe Liefde
Afgelopen vrijdag was ik erg onder de indruk van dit prachtige project. Omrop Fryslân maakte er een reportage over, hieronder hun omschrijving van het project in het Nederlands en hierboven een filmpje gemaakt voor de Huis aan huis van Leeuwarden.
"Vier metershoge machines draaien langzaam en zonder geluid in de studiezaal van Tresoar in Leeuwarden. Op de machines draaien banen van ongeveer een meter breed met daarop een variëteit aan tekst en beeld. De 'poetry boosters' maken deel uit van de expositie over visuele poëzie, het grensgebied tussen taal en beeld: woorden die beelden oproepen en beelden die om woorden vragen. Vier Friese dichters, Eeltsje Hettinga, Elmar Kuiper, Sytse Jansma en Grytsje Schaaf, hebben samengewerkt met kunstenaren Machteld van Buren, Kanele & Smit en Hans Wijnbergen.
Grytsje Schaaf schreef al haar gedichten uit met de hand. Die zijn daarna in stukken geknipt en weer aan elkaar genaaid op de textielbanen. ''De samenwerking heeft mij veel inspiratie gegeven. Je kijkt weer met andere ogen naar je eigen werk.'' Sytse Jansma zette allemaal streepjes op de baan en werkte samen met saxofonist Hans Wijnbergen. ''Elk streepje kan je zien als een golf, in de zee hebben golven ook geen vast patroon en gaat het eindeloos door.''
Quatrebras
Het idee voor de installatie is geïnspireerd op het literaire tijdschrift Quatrebras uit de jaren vijftig en zestig, met werk van Friese dichters als Hessel Miedema en Josse de Haan. ''Die mannen hebben de weg vrijgemaakt voor kunstenaars daarna. De Friese dichters in dit project werken nu samen met beeldende kunstenaars'', legt Tresoar-directeur Bert Looper uit.
Behalve de poëziemachines bestaat de expositie uit nog twee onderdelen: de geschiedenis van Quatrebras is te zien in een aparte ruimte met vitrines en er is nog een zes meter brede 'media-machine' die op led-schermen beelden toont van internationale visuele poëzie en visuele poëzie in Fryslân.
De drie onderdelen van visuele poëzie horen bij de expositie 'Sssstt….! Hjir flústeret de tiid'. Dat is een onderdeel van Lân fan taal, wat weer deel uitmaakt van LF2018. Vanaf vrijdagavond 18.00 uur is de tentoonstelling geopend voor bezoekers. De tentoonstelling is nog het hele jaar te bewonderen."
Meer op: https://lanfantaal.nl/project/schatkamer-van-de-friese-cultuur/
Gister de eerste test voor de Libbensgrutte projeksje / Torenhoge projectie op de Oldehove. Fotograaf Lucas Kemper maakte alvast wat mooie foto's voor ons om jullie warm te maken voor de gebeurtenis. Vrijdag in première om 20.00 uur en daarna elke do-vr-za-zo (t/m 9 april) te zien! Het videokunst 'Foarlopich lân/Voorlopig land' van Tsead Bruinja, Herman van Veen & Jules van Hulst, in opdracht van Lân fan taal. Vandaag ook in de Leeuwarder Courant!
Beeld Jules van Hulst / Foto Lucas Kemper
Juster de earste test foar de Libbensgrutte projeksje / Torenhoge projectie op de Oldehove. Lucas Kemper makke alfêst wat moaie plaatsjes om jim waarm te meitsjen foar it barren. Freed yn premjêre om 20.00 oere en dêrnei alle to-fr-so-si (o/m 9 april) te sjen! It fideokeunstwurk 'Foarlopich lân/Voorlopig land' fan Tsead Bruinja, Herman van Veen & Jules van Hulst, yn opdracht fan Lân fan taal. Hjoed ek in artikel yn de LC!
Beeld Jules van Hulst / Foto Lucas Kemper
NL – Onder moeilijke omstandigheden het goede doen, daar gaat het om in de nieuwe bundel Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok (Afûk, 2018) van Tsead Bruinja. Van karmelietenpater Titus Brandsma (Bolsward 1881 – Dachau 1942) aan wie de openingscyclus is opgegedragen tot aan de jonge Jopie die in een wreed modern sprookje op zijn fiets de trekkers van het loonbedrijf volgt en geconfronteerd wordt met een moeder en zoon die uit zee lijken te zijn gekropen om een rekening te vereffenen met de mensheid. Iedereen doet zijn best in deze bundel en zoekt daarvoor in het aardse en het hogere naar steun en zingeving. De taal is toegankelijk, de ritmes en melodieën zijn vaak sober en ingetogen. Bovendien is deze elfde bundel van Bruinja veel minder autobiografisch dan zijn vorige werk. In Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok gaat het om de ander en wat die ander drijft.
FRY – Under drege omstannichheden it goede dwaan, dêr draait it om yn de nije bondel Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok (Afûk, 2018) fan Tsead Bruinja. Fan karmelitepater Titus Brandsma (Boalsert 1881 – Dachau 1942) oan wa ’t de iepeningssyklus opdroegen is oant de jonge Jopie, dy’t yn in wreed modern mearke op syn fyts de trekkers fan it leanbedriuw folget en konfrontearre wurdt mei in mem en soan dy’t út ʼe see krûpt lykje te wêzen om in rekken lyk te meitsjen mei it minskdom. Elkenien docht syn bêst yn dizze bondel en siket dêrfoar yn it ierdske en it hegere nei stipe en sinjouwing. De taal is tagonklik, de ritmes en melodyen binne faak sober en ynbannich. Boppedat is dizze alfde bondel fan Bruinja folle minder autobiografysk as syn foarich wurk. Yn Hingje net alle klean op deselde kapstôk/Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok giet it om de oar en wat dy oar driuwt.

© Geert de Jong Cheeseworks
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) is dichter en woonachtig te Amsterdam. Hij debuteerde in het Fries in 2000 met de Friestalige bundel De wizers yn it read/ De wijzers in het rood (Bornmeer) en in het Nederlands in 2003 met Dat het zo hoorde (Contact). Bruinja stelt bloemlezingen samen, recenseert, presenteert, interviewt en treedt op in binnen- en buitenland (o.a. in Peru, Oekraïne en Zimbabwe).
Daarnaast werkt hij regelmatig samen met beeldend kunstenaars, typografen en vormgevers. Zijn werk is niet alleen in boeken maar ook op gebouwen, pleinen en in winkels te lezen. Sinds een aantal jaren is Bruinja werkzaam als docent aan de opleiding Creative Writing te Arnhem en sinds 2017 is hij 'Dongeradichter' van de gemeente Dongeradeel. Bruinja's bundels werden genomineerd voor de Jo Peters PoëziePrijs, de Ida Gerhardtpoëzieprijs en de Obe Postmapriis. Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok (Afûk, 2018) is zijn elfde bundel.
De syklus 'Foarlopich lân / Voorlopig land' uit deze bundel maakt onderdeel uit van een videokunstwerk waarvoor Bruinja samenwerkte met zanger/caberetier Herman van Veen en beeldend kunsternaar Jules van Hulst.
Het werk zal vanaf 2 februari enkele maanden op de Leeuwarder toren de Oldehove geprojecteerd worden in het kader van 'Lân fan Taal' en Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018.
Screenshot uit het videokunstwerk – beeld Jules van Hulst
De pers over de twee recentste bundels van Tsead Bruinja:
Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden (Cossee, 2015)
– Het is typerend voor de poëzie van Bruinja, die hooggevoeligheid voor de leefomgeving, waardoor alles met alles in verband staat en meteen veranderlijk is.- Eppie Dam in de Leeuwarder Courant
– Dit is geen loze bezorgdheid over wat er gaande is, dit is wat de werkelijkheid zo nu en dan nodig heeft: poëzie.- Janita Monna in Trouw
– Wie ooit had gedacht dat dichters narcistische pennenlikkers zijn, die op stoffige zoldertjes en in schemerachtige souterrains literaire onanie bedrijven, wordt met Binnenwereld buitenwijk in het ongelijk gesteld. We hebben soms fictie nodig om de werkelijkheid te zien.- Merijn Schipper in Awater
Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers (Afûk, 2013)
– Sa as it measte wurk fan Bruinja, binne de gedichten tagonklik en geane oer gefoelens dy’t eltsenien begrypt en werkent. Hij slagget deryn om yn de Nederlânske oersettings dyselde toan te treffen en de oersettings binne sadwaande like oertsjûgjend as de Fryske orizjinelen.- Jury Obe Postmaprijs 2016
-Tsead Bruinja is in dit boek, zoals vaker in zijn gedichten, open over zijn leven, zijn dromen, vrouw en vrienden; meestal opgewekt, maar ook melancholiek. Hij schrijft zonder pretentie, sympathiek en humoristisch. – Remco Ekkers in de Poëziekrant
– Bruinja hie him as dichter al bewiisd. Dochs hat er yn dizze bondel syn eigen lûd noch wer ferheldere en ferdjippe, faak feilleas sekuer yn ’e dingen dy’t er sizze wol. – Eppie Dam in de Leeuwarder Courant
DRACHTEN – In de poëzieweek, op 24 januari, ontvangt de SLAS (Stichting Literaire Activiteiten Smallingerland) dichter Tsead Bruinja in Boekhandel v.d Velde te Drachten.
Tsead Bruinja is in Rinsumageest geboren. Naast dichter is hij ook columnist, recensent en docent aan de opleiding Creative Writing te Arnhem. Hij is initiatiefnemer en organisator van: Dichters in de Prinsentuin. In Europa is hij regelmatig te vinden op bijeenkomsten over minderheidstalen, zoals het Fries.
Bruinja werkt mee aan Leeuwarden-Fryslan Culturele Hoofdstad van Europa. In het kader van Leeuwarden-Fryslan Culturele Hoofdstad biedt de SLAS deze avond aan tegen een speciale prijs: 5 euro voor niet-donateurs en voor donateurs is de avond gratis.
De avond begint 19:45 uur. Reserveren en meer informatie via http://www.slas.nl.
Bron: http://www.drachtstercourant.nl/nieuws/98334/slas-ontvangt-dichter-tsead-bruinja/
Het is 1 maart! Dat betekent dat de start van de projectie vanaf vandaag een uurtje opschuift naar 21 uur. Heb jij het videokunstwerk 'Foarlopich lân / Voorlopig land' op de Oldehove nog niet in het echt gezien? Kom dan deze maand een keertje langs op donderdag, vrijdag, zaterdag of zondag om 21 uur! Hierboven alvast een mooie teaser van Jules van Hulst.
(Bron: http://www.lc.nl/friesland/Champagne-en-een-dichterlijke-Oldehove-video-22879127.html)
De hele tekst is te lezen via deze link op de website van Lân fan Taal.
Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok
Friese gedichten + Nederlandse vertalingen
108 pagina's / paperpack
Ontwerp: Monique Vogelsang - http://www.moniquevogelsang.nl/
Uitgegeven door Utjouwerij Afûk met steun van Stifting FLMD en de Douwe Kalmastifting.
Deze bundel kwam mede tot stand dankzij een werkbeurs van het Nederlands Letterenfonds, een schrijfopdracht van de provincie Fryslân in het kader van It Lân fan Taal, een uitnoding voor het project Waddenmythe van Stichting Nieuw Atlantis en bevat ook enkele gedichten die ik schreef als Dongeradichter.
https://drive.google.com/drive/folders/1P6xIapHa7lIiZXAGh_MKRCdsE9j4vYUU
wat de takomst bringe sil / ha wy dêr brocht…
wat de toekomst zal brengen / hebben wij daar gebracht…
gedicht geschreven voor de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Dongeradeel en aldaar uitgedeeld op muismat.
Gefilmd door Henk Aartsma
mar
wat de takomst bringe sil
ha wy dêr brocht
ienris dermei ûnderweis
hâlde we yn blide ferwachting
it koart foar it ljocht
mar fierders bliuwe we derôf
we sette it op in skaal
we poetse it op
it sil oars roppe we
mar no noch net
we binne der noch net oan ta
der noch krekt net hielendal klear foar
mar it komt
moai wenjen is it achterôf
mei dong oer de bou
knap sicht op `e dyk
en it waarberjocht op repeat
wy hingje dêr graach om
wy ha dêr kunde
kenne alle skuorkes
yn it plafond
mar no sette we ôf
de skouders der ûnder
it swit foar de kop
wat de takomst bringt
giet net fansels
it moat dêr earst brocht
*
maar
wat de toekomst zal brengen
hebben wij daar gebracht
eenmaal ermee onderweg
houden we het in blijde verwachting
kort voor het licht
maar verder blijven we ervan af
we zetten het op een schaal
we poetsen het op
het moet anders roepen we
maar nu nog niet
we zijn er nog niet aan toe
er nog net niet helemaal klaar voor
maar het komt
mooi wonen is het achteraf
met mest over de tuin
uitzicht op de weg
en het weerbericht op repeat
we hangen daar graag rond
we hebben daar bekenden
kennen alle scheurtjes
in het plafond
maar nu gaan we ervandoor
de schouders eronder
zweet op ons voorhoofd
wat de toekomst brengt
gaat niet vanzelf
het moet daar eerst gebracht