• Vpro

    – Fijne signalering door Dirk-Jan Arensman in VPRO's Boekengids 

    Een zomer aan gesprekken met tbs’ers en hun behandelaars over hun jeugd en het kliniekleven voerde Tsead Bruinja afgelopen jaar. De neerslag daarvan, ‘documentairepoëzie’ in de traditie van Sleutelaar en Armando, verzamelde hij in de kleine bundel springtij (Querido). Ontroerende flitsportretten, waarin de onderwerpen steevast ‘x’ heten en ongespecificeerde delicten pleegden, maar evengoed een eigen stem en gezicht krijgen. Van een Eftelingfan met een aversie tegen attracties zonder sprookjesthema tot de x die van ‘bob ross’ wil leren schilderen, maar niet met ‘thinner’ (verdunner) mag werken. En van die psychotische Somaliër die als kind zijn honger stilde ‘door onder het raam van een restaurant te gaan staan’ tot de rastafari die nooit doodgaat: ‘de dood is voor negatieve mensen’.

    https://www.vprogids.nl/

  • De afgelopen weken werd mij gevraagd of er nog iets was waar ik als Dichter des Vaderlands over had willen schrijven. Voor mij was dat het onderzoek naar de kinderopvangtoeslag en de manier waarop de verschillende bewindslieden met hun verantwoordelijkheid omgaan.

    Hieronder het gedicht.

    eind maart

    in een haagse schaftkeet van de plantsoenendienst
    reik ik mark rutte mark asscher en mark hoekstra
    hun oranje hesjes aan

    een voor een trekken ze de elastiekjes
    van hun broodtrommel en beginnen
    bammetjes te ruilen alsof ze dit al jaren doen
    thuis reppen ze met geen woord
    over wat ze er het liefste op hebben

    we nemen het werk door
    dat voor vandaag op de planning staat
    alle drie protesteren netjes met voorzitter
    zo hadden we dit niet  afgesproken
    en binden weer in nadat ik hun een lesje
    heb gegeven in

    hoe verberg je je enkelband

    mark wiebes en mark weekers fietsen langs
    met pijnlijke blaren aan hun voetjes

    degelijke zweedse klompen
    hun gezichten uitgestreken

    verwijtbaar moe
    en omgeschoold

    *


    Meer informatie en een link naar het verslag op:

    https://www.tweedekamer.nl/nieuws/kamernieuws/eindverslag-onderzoek-kinderopvangtoeslag-overhandigd

    20201217_eindverslag_parlementaire_ondervragingscommissie_kinderopvangtoeslag-page-001

  • – interview met Joep van Ruiten over 'Springtij' en het Dichter des Vaderlandsschap
     
    "Joep van Ruiten interviewt Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja. Binnenkort draagt de Friese Amsterdammer, na twee jaar, het stokje over. Bruinja sprak afgelopen zomer tbs’ers en hun behandelaars van de Pompestichting. In Springtij staan de teksten die hij op basis van deze gesprekken heeft geschreven. Hij noemt het zelf “documentairepoëzie.” Klaas Koops uit Schipborg vertelt over zijn nieuwe boek Vief liefdes, gedichten en gedachten in Zuidoost Zand-Drents. Annette Timmer interviewt Barber van de Pol. Zij schreef een portret van denker en schrijver Carry van Bruggen, die 140 jaar geleden werd geboren in Smilde; Er is geen ander zijn dan anders zijn."
     
  • D9fa33eb5c2c2ff46e5f7e345f0fac4c_700_540
    Door Dieuwertje Mertens

    Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja mocht in de zomer van 2020 op uitnodiging van de Pompestichting met tbs’ers en hun behandelaars spreken. Dit resulteerde in de bundel Springtij; gedichten over het leven met tbs. ‘Documentaire-poëzie’, is de noemer die Bruinja eraan geeft.

    In mijn twintiger jaren had ik een baantje op de medische post van een tbs-kliniek. De verpleger die me de eerste dag rondleidde, zei: ‘We onderscheiden grofweg zedendelinquenten – voornamelijk pedofielen – en moordenaars. De vrouwen hebben meestal hun kind omgebracht. Er zijn mensen met gevaarlijke wanen. Meer hoef je niet te weten.’ De ‘gevaarlijke’ tbs’ers die ik er zag, waren vooral terneergeslagen, gesedeerd of na een lang verblijf volledig geïnstitutionaliseerd. Bruinja voert de stemmen van verschillende tbs’ers op, in ieder gedicht ‘x’ genoemd. We kunnen ze onderscheiden door hun verhaal, achtergrond, sporen van gepersonaliseerd taalgebruik en de mate van samenhang waarmee ze hun verhaal vertellen.

    Bruinja heeft ervoor gekozen om de stemmen niet rechtstreeks op te voeren, maar vanuit de derde persoon te dichten en af en toe een citaat zonder aanhalingstekens in te voegen. Daarmee creëert hij een afstand, die er in wezen natuurlijk ook is. Er is slechts één gedicht waarin ‘x’ rechtstreeks tot de lezer spreekt: ‘Ik wil niet de indruk wekken/ dat het altijd aan de ander ligt.’

    x weet het ook niet meer

    ik was iemand die ervoor gezorgd heeft
    dat ik hier terecht ben gekomen

    ik wil niet de indruk wekken
    dat het altijd aan de ander ligt

    ik was verslaafd
    ik ben er vijftien jaar vanaf

    ik ben geen leider
    ik ben iemand die de schuld krijgt

    ik heb de naam gekregen
    dat ik een groep ontwricht
    dat ik het team ontwricht

    ik vind het moeilijk om kwetsbaar te zijn
    ik ben bang dat ik overlopen word

    ik weet niet meer hoe ik met mensen om moet gaan

    ik vind dat het strafbaar gesteld moet worden
    wanneer iemand niet zegt hoe hij mij ervaart
    en daarmee de beeldvorming over mij beïnvloedt

    het lijkt erop dat je helemaal perfect moet zijn
    om geholpen te kunnen worden

    ik sta altijd tien-nul achter
    ik heb altijd gedacht dat ik die tien-nul
    zou kunnen inhalen

    ik ben blij dat iemand ziet
    dat er bij mij groei is ontstaan

    als ik alles zelf zou kunnen aanleren
    zou ik hier niet zitten

    Ontwapenend zijn de details, zoals de x die door onder meer zijn ‘nette overhemdje’ uit de toon valt in de kliniek en zich probeerde aan te passen door een hoody te dragen, ‘hij voelde zich er nooit gelukkig in’.

    De gedichten bestaan steeds uit eenvoudige, onder elkaar gegroepeerde zinnen, met een enkele zorgvuldig geformuleerde uitschieter zoals: ‘als hij de zee woest hoort beuken/ is hij nietig onvatbaar.’

    De dichter lijkt vooral te hebben ingegrepen in de selectie en ordening van de hem aangereikte verhalen. Soms vroeg ik me af in hoeverre er sprake is van poëzie. Er is immers geen sprake van meerduidigheid of afwijkend taalgebruik. De strofes zijn gerangschikt als thematisch samenhangende alinea’s. Er is sprake van een enkele herhaling of een losse zin in de schijnwerpers.

    Maar het draait juist om wat er níét staat; de reden van het verblijf, hoe het leven daardoor werd verwoest. De Dichter des Vaderlands dicht: ‘volgens x leven ze niet hier/ ze worden geleefd (…) buiten is het leven’. Hij geeft deze aan de maatschappij onttrokken mensen een gezicht.

    Springtij (Querido) – https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/springtij/

  • Gelderlander_heel

    Poëzie Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja sprak op uitnodiging van de Pompestichting met twaalf tbs’ers en hun behandelaars. Op basis van deze ontmoetingen schreef hij de dichtbundel ‘Springtij’.

    Door Mirjam van Zelst

    Daar stond Tsead Bruinja (1974) dan, de eerste keer, op de stoep van de Pompekliniek in Nijmegen. Hij zou een verkennend gesprek hebben met geestelijk verzorger Marco Luijk. Hoge hekken, prikkeldraad. Schuifdeur open, sluis in, schuifdeur dicht. Alles werd gecontroleerd, er mocht niks mee naar binnen behalve een notitieblok en een pen. ,,Dat was indrukwekkend”, zegt de dichter. ,,Ik wist niet wat ik moest verwachten.”

    Agressiever

    Later, toen hij en Luijk overeenstemming hadden bereikt en de twaalf gesprekspartners waren geselecteerd, was er nog zo’n primeur; het eerste gesprek met een tbs’er. Bruinja had ter voorbereiding de documentaire Longstay gezien, ,,een aanrader trouwens”, en was niet zenuwachtig maar een beetje gespannen. ,,Ik verwachtte echt geen monsters. Wel had ik ze uiteindelijk agressiever gedacht, defensiever, dan ze waren. Mijn eerste tbs’er werd al snel een mens met zijn eigen verhaal.”

    Dat verhaal wilde Bruinja vastleggen in de vorm van documentairepoëzie, zoals hij de gedichten in zijn bundel Springtij zelf noemt. Maar ‘X’ – zo heten uiteindelijk alle tbs’ers in Springtij- mocht niet herkenbaar zijn voor de eventuele slachtoffers van zijn delict, dus Bruinja moest uitkijken wat hij schreef. De eerste ‘X’ was ‘een horecajongen die van zijn moeder eigenlijk de ambtenarij in moest’, zo valt te lezen in het gedicht op bladzijde 18 van de bundel. Dat mocht.

     

    ER BLIJFT BUITEN STEEDS MINDER TIJD OVER VOOR X

    hij had het eerst moeten overleggen
    nu rijden de kinderen in de volvo van achthonderd euro
    achthonderd euro voor een volvo op facebook
    was niet veel

    dat wissen van de browsegeschiedenis
    was niet helemaal de bedoeling
    toch weg telefoon weg computer
    het onderzoek duurt maanden 

    frans bauer hoeft niet van x
    jannes wel jannes zingt geweldig
    jannes zingt en wordt zelf zichtbaar geraakt
    door het nummer dat hij zingt

    dat ziet x
    een man van het toerisme
    een horecajongen die van zijn moeder
    eigenlijk de ambtenarij in moest

     bij het vertrek van de eerste achtdaagse reis naar luxemburg
    die hij zelf had georganiseerd met zijn eigen bus
    verwonderde het hem dat pa en ma
    de bus kwamen uitzwaaien

    maar ze liepen door en stapten doodleuk in
    ze hadden geboekt

    x is een man die moet leren dat wie niet met mes en vork eet
    wie niet netjes goeiemorgen zegt en beleefd op de ander wacht
    tijdens het eten

     een aantekening krijgt

    wat x ziet en doet staat op een harde schijf
    wat x is past daar niet op

    met zijn handen uit de mouwen in keuken en kantin
    e
    wacht hij op de resultaten van het onderzoek

    Alle teksten werden achteraf gecontroleerd door zowel Luijk, als door Bruinja’s gesprekspartners zelf. Soms kwam er dan commentaar. ,,Dat vond ik niet altijd even gemakkelijk”, zegt Bruinja. Maar om het nou censuur te noemen, dat gaat hem te ver. ,,Ik heb welgeteld een keer een strofe weg moeten halen vanwege te grote herkenbaarheid, maar ik had zo veel opgeschreven, dat ik ander materiaal had, dat ook werkte. Ik wist van tevoren dat dit het proces zou zijn.”

    Binnen kaders

    Als Dichter des Vaderlands 2020 was Bruinja wel gewend om in opdracht te werken, binnen vooraf bepaalde kaders. Begin vorig jaar maakte hij nog Portretten in Poëzie van mensen in zorginstellingen, en zijn gedichten voor NRC Handelsblad hadden altijd met de actualiteit te maken. ,,Poëzie, of kunst in het algemeen, is een verbinder”, vindt hij. Een dichter hoort niet boven in zijn ivoren toren te zitten om moeilijke gedichten te maken. ,,Ook een dichter hoort midden in de samenleving. Hij is op zijn eigen manier onderdeel van het geheel. Net als een kantklosser. Ik heb niks met kantklossen maar ik zeg ook niet dat die in zijn torentje moet blijven. Of André Hazes. Iedere kunstenaar mag zelf weten op welke manier hij zijn bijdrage levert.”

    Gezicht

    En midden in die samenleving stak de dichter zelf ook nog iets op. ,,De tbs’er heeft voor mij een menselijk gezicht gekregen; hij is geen vaag begrip meer, of alleen zijn delict. Hij is een mens, met een leven en met behoefte aan een toekomst.” Daarbij kwam ook nog een persoonlijk gewin: ,,Als dichter is dit mijn eerste bundel over één onderwerp; mijn eerste conceptalbum. Dat is me goed bevallen en dat hoop ik vaker te doen.”

    ‘Buiten’ als perspectief

    PROJECT X

    Marco Luijk is predikant en geestelijk verzorger bij de Pompestichting. Hij was de contactpersoon van Tsead Bruinja. ,,Ik organiseer voor de Pompestichting regelmatig projecten, vaak iets met kunst. Veel mensen hier zitten al zo lang ‘binnen’, zoals zij het noemen, ze hebben een eigen levenswerkelijkheid en ook een eigen taal; het is interessant om daar wat mee te doen. Ik zag dat de vorige Dichter des Vaderlands, Ester Naomi Perquin, embedded had gezeten bij de politie en zo kwam ik op het idee om Tsead te vragen.

    Het resultaat is heel wonderlijk. Tsead luistert heel goed. Uit de taal van sommige patiënten komt naar voren dat ze last hebben van psychoses. Ze associëren pijlsnel met beelden en dat zie je terug in deze bundel. Daarnaast wordt er ook geklaagd. Dat is niet alleen negatief. Het is ook verzet, en daaraan zie je dat ze zich niet zomaar bij hun situatie neerleggen. Dat is goed.

    De Pompestichting heeft twee types patiënten: in Nijmegen worden 150 personen behandeld met het oog op terugkeer in de maatschappij en dat lukt aardig. In het dorp Zeeland is de longstay (langdurige zorg). Daar zitten ongeveer honderd mensen, van wie de helft uitstroomt naar een andere locatie. Maar ook de andere helft heeft nog perspectief; ze kijken allemaal naar buiten.

    Tsead heeft op beide locaties gesproken met patiënten. Hij sprak ook een psycholoog en een psychiater, maar ik zeg niet welke gedichten dat zijn. Het zijn allemaal parels geworden.”

    Bron: De Gelderlander

  • Ontmoet

    Met Iduna Paalman, Maureen Ghazal, Daniëlle Zawadi, Daniël Dee (presentatie) en Tsead Bruinja

    Als afsluiting van de Poëzieweek 2021 (28 januari tot en met 3 februari) organiseert Probiblio in samenwerking met bibliotheken op donderdagavond 4 februari de poëzieavond Ontmoet Dichters Online. Het wordt een avond met voordrachten, interviews en de mogelijkheid om vragen te stellen.

    De avond wordt mogelijk gemaakt door Probiblio en de volgende 10 bibliotheken: Bibliotheek Amstelland, De Boekenberg, Bibliotheek Oostland, Bibliotheek IJmond-Noord, Theek5, Bibliotheek Rotterdam, Bibliotheek Zuid-Kennemerland, Bibliotheek Katwijk, Bibliotheek Aan den IJssel en Bibliotheek Aanzet.

    Aanmelden

    Op 4 februari gaat het programma vanuit het Bibliotheektheater in Rotterdam live om 19.30 tot 21.00 uur.

    Er zijn geen kosten aan deelname verbonden. Je kunt je via deze link aanmelden voor de webinar.

    https://www.eventbrite.nl/e/tickets-ontmoet-dichters-online-134400566713

    Ontmoet Schrijvers Online

    Ontmoet Dichters Online wordt georganiseerd na 2 succesvolle rondes van het programma Ontmoet Schrijvers Online. Vanwege de coronamaatregelen konden schrijvers niet meer fysiek een bibliotheek bezoeken om voor te lezen, geïnterviewd te worden en met hun lezers in gesprek te gaan. Voor de bibliotheken een mooie gelegenheid om schrijvers én boeken in het zonnetje te zetten en hun leden ondanks de blijvende coronamaatregelen te betrekken bij hun bibliotheek.

    Meer informatie:

    https://www.probiblio.nl/nieuws/4-februari-ontmoet-dichters-online-live-vanuit-rotterdam

  • …Ook hier wordt x behalve een onbekende, ook een variabele, en daarmee een stukje van de lezer: zo gaat het met de pijn in een mensenleven, soms kun je ermee leven en er afstand van nemen, een ander moment groeit deze je boven het hoofd…
     
    Dietske Geerlings buigt zich voor Ooteoote.nl over 'X rekende af met de verkeerde persoon' uit 'Springtij' (Querido)
     
    Lees het hele artikel op:
     
    Logo-nogbreder-zonderboe
     
  • Goed gesprek met Andrea van Pol bij Opium op Radio 4 gisteren over 'Springtij' (Querido / mede tot stand gekomen met steun van de Pompestichting en het door het Prins Bernhard Cultuurfonds beheerde Pijlfonds )

    "Opium is hét kunst- en cultuurprogramma, met interviews en reportages, nieuwe tentoonstellingen in De Audiotour en een eigen Klassieke Bibliotheek. Muziek om je te verwonderen, en dan bij in slaap te vallen…

    Het gesprek – Tsead Bruinja

    Andrea van Pol spreekt Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja over 'Springtij'.

    In de zomer van 2020 mocht Tsead Bruinja, als Dichter des Vaderlands, op uitnodiging van de Pompestichting met tbs’ers en hun behandelaars spreken. Dat werden openhartige conversaties over hun jeugd, hun leven in de kliniek en de problemen waar ze tegen aanlopen. Op basis van deze gesprekken schreef Bruinja teksten die hij omschrijft als documentairepoëzie. In springtij komen de mensen die we ter beschikking stellen aan de staat zelf aan het woord, in hun eigen taal. Mensen die een vreselijk delict hebben begaan, maar ook mannen en vrouwen met wie we verlangens, adromen en ambities delen."

    Luister de hele uitzending, inclusief de muziek, terug op:

    www.nporadio4.nl/opium/gemist

    4e4667b2-19a1-481c-bda4-358f5b4a549c

    Meer over Andrea van Pol:

    http://www.andreavanpol.dds.nl/

  • “Die pandemie heeft een cascade aan gedichten losgemaakt, coronagedichten, een fontein van opengesprongen dichtaders.”
    – John Jansen van Galen in Met het Oog op Morgen op Radio 1

    “Waarschijnlijk is het in Nederland nog nooit voorgekomen dat er in zo’n korte tijd zoveel gedichten over hetzelfde onderwerp zijn geschreven en ook nog eens direct beschikbaar gesteld via internet.” – Ingmar Heytze in Trouw, Trouw, 23-5-2020:

    „Lieve dichters, schrijvers, muzikanten, acteurs, operazangers, minderjarige fagottisten, necrofiele tegelleggers, incestueuze imkers, Bulgaarse laminaatverkopers, sjamanistische touwslagers, bipolaire garnalenpellers, houd uw coronamisbaksels voor uzelf!” - Delphine Lecompte, NRC, 10-4-2020

    Omslag_voorkant
     
    Eind januari verschijnt bij uitgeverij Liverse Mijn overbuurvrouw is een meeuw een bloemlezing uit de inzendingen van coronagedicht.nl (een initiatief van Mario Reijnen)

    Van maart tot en met juli 2020 werden er ruim 900 gedichten geplaatst op de website www.coronagedicht.nl. Je vindt er nog altijd een rijke verzameling poëtische vormen en tongvallen, van haiku tot ollekebolleke, van het Nederlands tot Twents, Limburgs en meer. Samen met Wim van Til van Poëziecentrum Nederland en met financiële steun van de provincie Gelderland maakte ik een selectie van 110 gedichten (de dichters zijn daarover gemaild) voor een papieren bloemlezing die eind januari verschijnt onder de titel 'Mijn overbuurvrouw is een meeuw' (ontleend aan een gedicht van Sholeh Rezazadeh).
     
    Uitgeverij Liverse geeft de bundel uit. Je kunt hem daar nu al bestellen door een mailtje te sturen aan verkoop(@)liverse.nl.

    Wat meer informatie over Coronagedicht.nl en de bloemlezing
    Mario Reijnen realiseerde de website, bouwde hem en onderhield hem. Reijnen deed ook het voorwerk voor de subsidieaanvraag en onderhield contact met de provincie Gelderland.
    Het bestuur en de vrijwilligers van het Poëziecentrum (o.a. Monica Boschman, Marianna van Vugt, Piet Bakker en Ronny Lommen) hielpen bij de redactie en de subsidieaanvragen.