• …Ook hier wordt x behalve een onbekende, ook een variabele, en daarmee een stukje van de lezer: zo gaat het met de pijn in een mensenleven, soms kun je ermee leven en er afstand van nemen, een ander moment groeit deze je boven het hoofd…
     
    Dietske Geerlings buigt zich voor Ooteoote.nl over 'X rekende af met de verkeerde persoon' uit 'Springtij' (Querido)
     
    Lees het hele artikel op:
     
    Logo-nogbreder-zonderboe
     
  • Goed gesprek met Andrea van Pol bij Opium op Radio 4 gisteren over 'Springtij' (Querido / mede tot stand gekomen met steun van de Pompestichting en het door het Prins Bernhard Cultuurfonds beheerde Pijlfonds )

    "Opium is hét kunst- en cultuurprogramma, met interviews en reportages, nieuwe tentoonstellingen in De Audiotour en een eigen Klassieke Bibliotheek. Muziek om je te verwonderen, en dan bij in slaap te vallen…

    Het gesprek – Tsead Bruinja

    Andrea van Pol spreekt Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja over 'Springtij'.

    In de zomer van 2020 mocht Tsead Bruinja, als Dichter des Vaderlands, op uitnodiging van de Pompestichting met tbs’ers en hun behandelaars spreken. Dat werden openhartige conversaties over hun jeugd, hun leven in de kliniek en de problemen waar ze tegen aanlopen. Op basis van deze gesprekken schreef Bruinja teksten die hij omschrijft als documentairepoëzie. In springtij komen de mensen die we ter beschikking stellen aan de staat zelf aan het woord, in hun eigen taal. Mensen die een vreselijk delict hebben begaan, maar ook mannen en vrouwen met wie we verlangens, adromen en ambities delen."

    Luister de hele uitzending, inclusief de muziek, terug op:

    www.nporadio4.nl/opium/gemist

    4e4667b2-19a1-481c-bda4-358f5b4a549c

    Meer over Andrea van Pol:

    http://www.andreavanpol.dds.nl/

  • “Die pandemie heeft een cascade aan gedichten losgemaakt, coronagedichten, een fontein van opengesprongen dichtaders.”
    – John Jansen van Galen in Met het Oog op Morgen op Radio 1

    “Waarschijnlijk is het in Nederland nog nooit voorgekomen dat er in zo’n korte tijd zoveel gedichten over hetzelfde onderwerp zijn geschreven en ook nog eens direct beschikbaar gesteld via internet.” – Ingmar Heytze in Trouw, Trouw, 23-5-2020:

    „Lieve dichters, schrijvers, muzikanten, acteurs, operazangers, minderjarige fagottisten, necrofiele tegelleggers, incestueuze imkers, Bulgaarse laminaatverkopers, sjamanistische touwslagers, bipolaire garnalenpellers, houd uw coronamisbaksels voor uzelf!” - Delphine Lecompte, NRC, 10-4-2020

    Omslag_voorkant
     
    Eind januari verschijnt bij uitgeverij Liverse Mijn overbuurvrouw is een meeuw een bloemlezing uit de inzendingen van coronagedicht.nl (een initiatief van Mario Reijnen)

    Van maart tot en met juli 2020 werden er ruim 900 gedichten geplaatst op de website www.coronagedicht.nl. Je vindt er nog altijd een rijke verzameling poëtische vormen en tongvallen, van haiku tot ollekebolleke, van het Nederlands tot Twents, Limburgs en meer. Samen met Wim van Til van Poëziecentrum Nederland en met financiële steun van de provincie Gelderland maakte ik een selectie van 110 gedichten (de dichters zijn daarover gemaild) voor een papieren bloemlezing die eind januari verschijnt onder de titel 'Mijn overbuurvrouw is een meeuw' (ontleend aan een gedicht van Sholeh Rezazadeh).
     
    Uitgeverij Liverse geeft de bundel uit. Je kunt hem daar nu al bestellen door een mailtje te sturen aan verkoop(@)liverse.nl.

    Wat meer informatie over Coronagedicht.nl en de bloemlezing
    Mario Reijnen realiseerde de website, bouwde hem en onderhield hem. Reijnen deed ook het voorwerk voor de subsidieaanvraag en onderhield contact met de provincie Gelderland.
    Het bestuur en de vrijwilligers van het Poëziecentrum (o.a. Monica Boschman, Marianna van Vugt, Piet Bakker en Ronny Lommen) hielpen bij de redactie en de subsidieaanvragen.

  • Trouw4

    – Janita Monna over 'Springtij' (Querido) in Trouw vandaag

    De Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja laat zien dat dé tbs’er niet bestaat.In een uitzending van ‘Pauw komt binnen’ kwam tbs’er Cas aan het woord. Volgens Cas hadden mensen als hij ‘vaak scheefgroei meegemaakt in hun leven’. Aan tafel bij Pauw werd geprobeerd het beeld van de tbs’er als onberekenbare zware jongen te nuanceren. Iets wat nodig blijft, want het systeem van terbeschikkingstelling – verplichte behandeling na een delict – staat onder druk. Na ieder geweldsincident met een tbs’er op verlof, na iedere ontsnappingspoging, klinkt de roep om de samenleving te beschermen tegen deze ‘gevaarlijke gekken’.
     
    Pauw
     
    Wat Pauw deed op tv, doet Tsead Bruinja in gedichten. Bruinja, die nog tot eind deze maand Dichter des Vaderlands is, sprak daders en behandelaars van de Pompestichting voor forensische psychiatrie. Van hun verhalen maakte hij poëzie.
     
    Boekhouder
     
    De tbs’ers in zijn bundel springtij waren soms gewoon boekhouder. Op het werk liep alles prima, tot de scheiding. Ook zij waren ooit klein, groeiden op met een moeder die een goede toekomst voor haar kinderen wilde, misten een vader. En ergens ging het mis. Dertig jaar zitten sommigen al ‘binnen’. Waar de ‘scheefgroei’ begon, wat de mannen – steevast aangeduid met ‘x’, net als de behandelaars – op hun kerfstok hebben, daarvan laat Bruinja meestal niet meer zien dan een glimp. ‘x is soms grof en hard en weinig empathisch/ in hoe hij over vrouwen denkt’.

    Hij wekt geen medelijden op, hij toont slechts dat dé tbs’er’ niet bestaat. Dat onder hen evengoed mannen zijn die zowel van knokfilms houden als van de Efteling, en dan vooral van de attracties ‘in sprookjesstijl’. Dat de een wil schilderen als Bob Ross, een ander gedichten schrijft en weer een ander mangastrips tekent, maar dan zonder de grote ogen: ‘zijn moeder vond ze eng’.
    Springtij doet in de verte denken aan Celinspecties waarin Ester Naomi Perquin in het hoofd van gevangenen kroop. Maar Bruinja werkt meer ‘documentair’, zoals hij het noemt. Hij sprak vechters: ‘het enige waar de kliniek goed in is/ is vernietigen wat je leuk vindt’, grappenmakers, en dromers als x op zijn scootmobiel die ‘componist wilde worden’. Sommigen zitten al zo lang opgesloten dat ze het ‘prikkeldraad niet meer zien’. Anderen durven nog te denken aan een leven daarbuiten. Aan een nieuwe start, aan werk in een ‘klein fabriekje (…) waar zeep en shampoo/ in flesjes worden gepompt’.
     
    X ZIET HET PRIKKELDRAAD NIET MEER
     
    x stroopt in zijn vrije tijd de kringloopwinkels af in de buurt van nijmegen
    die buurt strekt zich voor hem uit van eindhoven tot den bosch
     
    hij koopt wat dingetjes zet ze op internet
    en verdient zo een paar tientjes
     
    hij weet ook dat hij het zelf moet doen
     
    stel dat ik vannacht ga stappen
    en ik kom strontlazarus thuis
    dan ga ik terug naar de overkant
     
    bij x begint bier pas lekker te smaken
    als hij aan zijn zevende toe is
     
    dertig jaar zat x binnen
    maar zijn geest was buiten
    x lacht een rokerslach
     
    het was hier vroeger zo lek als een mandje
    zegt hij
     
    er zat een gat in het hek
    daarachter stond een fiets om drank te halen
    of iemand sprong van boom naar boom
     
    er gebeurde nooit niks
    altijd was er wel iemand weg
    die stond dan om twaalf uur de volgende dag
    gewoon weer voor de deur
     
    even ontsnappen aan de sleur
     
    x sliep slecht vannacht
    hij heeft een tennisarm
    en zijn rug is versleten
     
    een poosje geleden had hij een hartstilstand
    maar dat feestje ging niet door
     
    toen hij in het ziekenhuis lag
    informeerde zijn dochter via haar tante
    hoe het met hem ging
     
    dertien jaar heeft hij het meisje
    dat nu een vrouw is
    niet gezien
     
    de woonkamer staat vol foto’s van haar
     
    Trouw1
     
    Trouw2
    Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lang op Bonaire als correspondent. Monna werkte als redacteur bij Poetry International en was initiatiefnemer van de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.
     
  • https://www.nporadio1.nl/nos-met-het-oog-op-morgen/

    Tsead Bruinja, Jan Dirk van den Burg en Daan Roovers, wat ze met elkaar gemeen hebben? Ze zijn allemaal de 'Des Vaderlands' geweest in 2020. Tsead is dichter, Dirk Jan fotograaf en Daan de denker des Vaderlands. wat is volgens hen de stand van ons land?

    Na ons kwam deze sterke column van Tom Lanoye over hoe rijke landen vaccins hamsteren (en de arme landen daar de dupe van worden)

    Het gedicht van Vasalis dat Denker des Vaderlands Daan Roovers aanhaalde:
     
    Eb

    Ik trek mij terug en wacht.
    Dit is de tijd die niet verloren gaat:
    iedre minuut zet zich in toekomst om.
    Ik ben een oceaan van wachten,
    waterdun omhuld door 't ogenblik.
    Zuigend eb van het gemoed,
    dat de minuten trekt en dat de vloed
    diep in zijn duisternis bereidt.

    Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

  • – Nu we bijna aan het eind van het jaar beland zijn en ik binnenkort het stokje mag overdragen als DDV, blik ik de komende dagen terug door de vijf columns die ik tot nu toe voor poëzietijdschrift Awater heb geschreven te delen. In een speciaal nummer van Awater dat in de Poëzieweek verschijnt, staat mijn laatste column als DDV. Wie de gedichten wil lezen die ik heb geschreven als DDV kan terecht op www.dichterdesvaderlands.nl/

    In plaats van weelderige tuinen en koele theaters was mijn podium de afgelopen maanden een telefoon. Ik en mijn aerosols bedienden twee poëtische helpdesks, een in België en een in Nederland. Bij Dichter van Wacht in België belde de luisteraar in bij een computer om daarna te worden doorverbonden met de dichter. Bij Dichter aan de Lijn, de Nederlandse variant, kregen we een lijstje met nummers dat we zelf mocht afwerken. De ene keer waande ik mij een Jehovagetuige met zijn voet tussen de deur, de andere keer speelde ik voor therapeut, soms was ik een dichter die de les moest worden gelezen.

    Tijdens Dichter van Wacht werd ik gebeld door een eenzame oude mevrouw die vertelde over het applaudisseren voor de zorg bij haar in de straat. Om vijf voor acht stond bijna iedereen al buiten, verlegen om een praatje. Mevrouw had een kat gehad waar ze zeer op gesteld was geweest. Een jaar geleden was de poes overleden. Een bejaard oppashondje bood troost en gezelschap. Maar na een maand moesten de eigenaars haar helaas laten inslapen. Het zou wel even duren voordat mevrouw weer aan een huisdier toe was.

    Ik sprak ook een medewerkster van een zelfmoordlijn. Ze had een paar minuten over en was benieuwd hoe het eraan toeging bij Dichter van Wacht. Er was een psycholoog die in het ziekenhuis het personeel bijstond. 's Avonds terwijl ze alleen thuis zat, wilde ze wel even een andere stem horen dan die van haar cliënten. Een moeder belde samen met haar achtjarige dochter. Haar juf had gezegd dat de Renaissance ook wel de Gouden Eeuw wordt genoemd. Een poging van moeder om dat misverstand uit de wereld te helpen werd niet gewaardeerd. Nog steeds verhuizen mensen naar dit dorp om hun kinderen er naar school te laten gaan.

    Vanwacht

    Na Dichter van Wacht ging ik aan de slag als Dichter aan de Lijn. In Nederland belden we zelf. Julia, het eerste nummer dat ik had ingetoetst, reageerde verbaasd. Ze wist van niks en dacht dat haar zoon haar had opgegeven. Bij het tweede nummer werd er niet opgenomen. Ik besloot mijn gedicht op de voicemail achter te laten. Halverwege werd de voordracht afgekapt. Bij het derde nummer werd er wel opgenomen en daarna meteen opgehangen.

    Ik sloot de avond af met Paul B. uit Amsterdam. Paul opperde dat het einde wel van mijn gedicht af kon. Hij had zelf net een gedicht van Hans Andreus voorgedragen bij de uitvaart van zijn neef, een manager van Nederlandse zangers die op 62-jarige leeftijd overleden was aan corona. Ik vroeg Paul of ik nog een gedicht mocht voorlezen. Dat mocht. Het gedicht had van hem na de laatste regel nog wel even door kunnen gaan.

    Op 4 mei, na de twee minuten stilte, kwam mijn boodschap bij Bea wat ongelegen. “Het is heel erg jammer, maar ik zit net op de TV naar De Oorlog in 100 foto’s te kijken.” Ik liet haar en keerde terug naar mijn bellijst. Gisela was net als Julia door iemand anders opgegeven. Haar Duitse accent maakte mijn voordracht (ik had gedichten over de oorlog uitgezocht) net iets meer beladen. Ze reageerde geëmotioneerd. Na Gisela volgde Karin, bij wie ik, inmiddels wijzer geworden, een kort gedicht achterliet op haar voicemail. Ze belde mij vrij snel terug en bekende dat ze nog nooit van mij of het initiatief had gehoord. Onverwacht werd het een leuk gesprek.

    Vanwacht2
    In het kielzog van de eerste editie van 'Dichters van wacht' selecteerden de bloemlezers Luuk Gruwez en Thomas Möhlmann één gedicht van elk van hun collega-dichters van wacht. De bundel werd uitgegeven door PoëzieCentrum in samenwerking met Verb(l)ind vzw. 

    Het was dus niet alleen maar kommer en kwel aan de telefoon. Ik sprak een blije edelsmid van 70 die net een nieuwe hartklep had gekregen en er was Jacqueline die mijn telefoontje niet meer had verwacht. Eigenlijk wilde ze na mijn voordracht zeggen dat ze het gedicht te lang vond, maar ze slikte haar woorden in en vroeg vriendelijk uit welke bundel het gedicht kwam. Die ging ze kopen. Vera zat met een glas whiskey (dronk ze normaal nooit) te genieten van de storm. Ik belde precies op het juiste moment. Als laatste sprak ik met Christy. Christy had eigenlijk niet veel met poëzie, maar zag Dichter aan de Lijn voorbijkomen op instagram. Ze was het min of meer vergeten, verwachtte niet meer gebeld te worden, “maar vond het toch leuk.”

     

    God straft wie rocker in Holland wil zijn,” zong Jan Rot in 1992. In 2020 was het dankzij Paul, Bea, Christy en de organisatie van Dichter van Wacht en Dichter aan de Lijn een genot om dichter te zijn.

     

     

     

    Dit was het gedicht dat ik als eerste voordroeg tijdens de opnames voor het item over Dichter aan de Lijn. De voordracht van 'Grachtengordelgedicht met duur eten' sneuvelde op de snijtafel, maar cameraman Benjamin Kamps (https://benjaminkamps.com/) stuurde hem op mijn verzoek door voor eigen gebruik.

    Grachtengordelgedicht met duur eten

    na het elkaar niet omhelzen en het bespreken
    van het elkaar niet omhelzen
    na de vitello tonnato de saltimbocca
    en het viertal glazen witte wijn
    die het gesprek met de 87-jarige vriendin
    over het wel of niet doorgaan met publiceren
    als je op leeftijd bent
    en misschien niet meer
    beschikt over de scherpste pen
    over laat vloeien
    in het vergelijken van verliefdheden
    het verschil in temperament

    na de extra limoncello
    die na de limoncello van het huis
    nog besteld moest worden
    aan het einde van het gesprek
    dat je in eerste instantie wilde afblazen
    vanwege je droge keel
    kijk je de vriendin aan
    die betaald heeft
    voor je eten

    je geeft haar een knuffel een dunne kus op de wang
    en begint meteen je te verontschuldigen
    ze wuift het weg en zegt in een zijstraat van de jordaan
    waar fietsen net wat te dicht op elkaar staan
    ik denk dat ik weet wat je bedoelt

    in de halflege tram naar huis gaat het door je heen
    het heeft mij goed te pakken
    dit wikken en dit wegen

    maar nog niet stevig genoeg

    Nrc-handelsblad-20200316-4222601-page-001
    https://www.nrc.nl/

    AwaterOkt2020Cover

    Neem een abonnement

    Met een abonnement op poëzietijdschrift Awater blijft u op de hoogte van wat zich afspeelt in de Nederlandstalige poëzie. In Awater - het grootste poëzietijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en poëziekritiek. Daarnaast ontvangt u drie keer per jaar de meest interessante dichtbundel uit het actuele aanbod.

    De kosten voor een abonnement (3 x Awater, 3 x bundel) zijn € 75 per jaar.

    Of neem een Awater-abonnement sec (3 x Awater) voor slechts € 25 per jaar.

    https://www.poezieclub.nl/

  • Als klein hummeltje voer Jan de Jong mee op het vrachtschip van zijn ouders. Ook in de Tweede Wereldoorlog brachten zij suikerbieten van Friesland naar Groningen om vervolgens met turf uit Drenthe terug te keren. Moeder stond aan het roer. Vader nam de andere taken op zich. Op het dek speelde Jan die met een touw aan de roef zat vastgebonden.

    Dejong3
    Foto door Rosa van Ederen – http://www.rosavanederen.nl/

    Nu is Jan een van de bewoners van de Talma Hoeve, een woonzorgcentrum in het Friese dorp Veenwouden. Het is de derde locatie op een tour die ik maak met muzikant Arnold de Boer, fotografe Rosa van Ederen en wisselende gastdichters. Twee dagen lang luisteren we naar vrolijke of schrijnende levensverhalen en maken we samen met de bewoners nieuw werk. Jan wordt gekoppeld aan Rosa die meteen een taxibusje bestelt om met Jan een foto te maken van een spoorbrug uit zijn jeugd.

    Spoorwegstaking 1944

    September '44 de staking was begonnen.
    Toen was het, dat een stakende spoorwegbeambte,
    bij nacht de baan langs kwam gelopen.
    In het water lag een bootje,
    met een schipper voor hem gereed,
    Die zei: “Stap maar in jongen,
    Dan vaar ik je naar je stee…”

    Dejong4

    Dit is het begin van de vertaling van een Fries gedicht dat Jans moeder schreef. Het vertelt over een man die in de oorlog naar zijn onderduikadres gebracht moest worden. Voordat ze kunnen vertrekken, moet hij nog iets kwijt; er is er nog ‘één bij die niet mee kan naar de boer’. Als een hond wordt die verzopen. Dan kan de reis worden voortgezet. ‘Het waren onderduikers./ moordenaars waren het niet,’ besluit het gedicht, ‘want wat ze daar verzopen,…./ was de spoorwegbeambte zijn oude pet.’

    Rosa en Jan maken nog een paar foto’s, onder andere van de rododendron bij woonzorgcentrum Talma Hûs in hetzelfde dorp. Het is de plek waar voor Jan ‘de vlam in de pan sloeg’ tussen hem en zijn inmiddels overleden vrouw. Hij was een schildersknecht van 17, zij een hulp van 15. Op Rosa’s foto zie je de zon bijna als een geest door de rododendrons knallen, een felle witte waas die de hele rechter bovenhoek van het beeld beslaat. Op een andere foto zie je alleen de hand van Jan, een dubbele trouwring om zijn ringvinger. Hij knijpt in de rem van het handvat van zijn rollator met daarnaast op het naamschildje 'drive’ als merk. Even denk ik dat hij het vulpistool van een benzinepomp indrukt.

    Dejong1
    Foto door Rosa van Ederen – http://www.rosavanederen.nl/

    De oorlog komt vaker ter sprake tijdens onze tour. Een oud-bakker die niet meedoet, komt aan het eind van de eerste dag een praatje maken dat uitloopt op een ellenlange monoloog. Ik wil niet onbeleefd zijn en hem zeggen dat ik aan de slag moet. Hij vertelt over zijn eerste dagen als bakker en beklaagt zich over de onwil van zijn medebewoners om te praten over de oorlog, in zijn geval die in Indonesië, waar hij niet alleen kookte, maar ook als scherpschutter een Jap uit een boom schoot. Van niets heeft hij spijt.

    Bij het optekenen van al die kleine geschiedenissen vergeet je bijna dat je met oude geheugens te maken hebt. Via facebook wordt Rosa door een achterneef van Jan op een interessant feitje gewezen. De spoorwegbeambte was geen vreemde van de familie. Het was de broer van Jans vader. De achterneef vond het ‘wel bijzonder dat Jan niet verteld had dat de spoorbeambte zijn oom was, “want het is wel een bekend familieverhaal. Maar misschien was hij wel overdonderd door het fotomodel zijn.’ Daarna moet de achterneef zijn eigen verhaal kwijt over hoe zijn grootouders elkaar op het ijs hebben ontmoet. Een Duitse soldaat zou opgemerkt hebben ‘is dat niet de dochter van de gevluchte spoorwegbeambte?’ Aangifte deed hij niet.

    Eind maart is het wanneer ik deze column schrijf. Jan de Jong en de oud-bakker krijgen even geen bezoek. Bij Rosa, Arnold en mij, ieder van ons gezond en hongerig naar nieuwe oude verhalen, begint het te jeuken. Wij willen door, wij willen terug.

    Hieronder een item van Omrop Fryslân over ons bezoek aan Veenwouden. Op hun website schreef Onno Falkena een verslag.

    Hieronder een verslag van het verhaal van Jan de Jong zoals Rosa van Ederen het heeft verwoord en een voordracht van het Friese gedicht van de moeder van Jan de Jong over het voorval in WO II (die helaas een beetje verwaaide):
    "Meneer De Jong (90) zijn vader was schipper, tot zijn zevende woonde hij samen met zijn vader en moeder op de boot. Vader De Jong kreeg opdrachten van boeren om een lading suikerbieten op te halen en deze naar Groningen te brengen in hun skûtsje. Onderweg kwamen ze vaak jonge jochies tegen die een driedubbele koprol deden om een biet te verdienen, die vader De Jong hen dan toewierp. Wanneer de vracht afgeleverd was ging de tocht verder Groningen in, maar er stond alleen dan niet genoeg wind meer om met de zeilen te varen en moeten ze de hulp in schakelen van een 'jager', die kwam dan met een paard en trok de boot dan een stuk op om weer afgelost te worden door een volgende jager die de boot met een paard weer een stuk verder optrok. Naast het vervoeren van vrachten had zijn vader een eigen handel opgezet in turf (later steenkolen). Met een volle boot vertrokken ze dan weer naar Friesland. Moeder stond dan aan het roer, vader deed andere taken op de boot en Jan zat met een touw vastgebonden op het roef. In de winter woonde ze op de boot, dan kon er niet gevaren worden. In de rest van het jaar moest er dan voldoende geld verdient zijn om zo te kunnen overwinteren.
     
    In 1942 werd het schip verkocht omdat er geen werk meer was en ging vader De Jong verder in de brandstofhandel.

    Jan de Jong en ik waren zo over zijn leven aan het praten, toen het verhaal over de spoorbrug ter sprake kwam. Vol trots haalde hij het gedicht te voorschijn dat zijn moeder hierover heeft gemaakt, dichten deed ze wel vaker, ze was behoorlijk kien. Het gedicht vertelt het volgende verhaal:
    Het was het najaar van 1944, vanuit Engeland kwam via het verzet het bericht dat de grote invasie van de geallieerden er aan kwam en dat het hele spoor in Nederland plat moest komen te liggen. De spoorambtenaar die verantwoordelijk was voor het spoor rond Veenwouden/Feanwâlden was een bekende van de vader en moeder van meneer De Jong. Die nacht in september liet de spoorambtenaar de laatste trein door en liep naar de afgesproken plek onder de spoorbrug bij Veenwoudsterwal. Hier lag de vader De Jong in een roeibootje op hem te wachten om hem naar een boerderij te brengen waar hij moest onderduiken. Zijn dienstpet werd met een paar stenen over boord gegooid en ligt misschien nog ergens op de bodem van de sloot. De spoorambtenaar heeft de oorlog overleefd en bleef ondergedoken tot aan het voorjaar van 1945.

    Dejong5
    Foto door Rosa van Ederen – http://www.rosavanederen.nl/

    Jan werd schildersknecht in het dorp. Zo kwam hij bij de Talmahoeve te werken waar hij zijn vrouw leerde kennen. Zij werkte daar in de hulp, zij was 15 en hij 17 en onder de rododendrons 'sloeg de vlam in de pan', zoals meneer De Jong dat zelf zegt, hier is waar hij haar voor het eerst gekust heeft, uit het zicht, onder de rododendrons."

    Het gedicht:
    Spoarweistaking 1944
    September '44 de staking wie begûn.
    Doe wie it, dat in staakjend spoarman,
    by nacht de baan delrûn.
    Yn it wetter lei in boatsje,
    mei in skipper foar him ree,
    Dy sei: “Stap yn mar jonge,
    dan far ik dy nei dyn stee.”
    De spoarman wie wat skruten,
    Hij sei: “Dit wurdt in toer,
    ik haw hjir noch ien by my,
    dy kin net nei de boer!”
    Doe hiene hja al ringen,
    wat grouwe stiennen fûn,
    en floep, dêr gie de stumper,
    fersupt waard er as in hûn!
    Doe gie it nei de boer ta,
    dy woe sok folk wol ha.
    Dêr koene hja wol bliuwe,
    dat like har goed ta.
    Hja wiene ûnderdûkers,
    mar moardners wiene it net.
    Want wat hja dêr fersûptnen,…
    wie spoarmans âlde pet!
    Door T de Jong-Meerstra. September 1944
    Tijdens Portretten in Poëzie ging ik als Dichter des Vaderlands met fotografe Rosa van Ederen, muzikant Zea (Arnold de Boer) en een collegadichter (ditmaal met Sigrid Kingma) langs 11 woonzorgcentra in Friesland om daar met de bewoners nieuw werk te maken. Voor de derde editie van PiP waren we te gast in de Talma Hoeve te Veenwouden.
     
    Dit project werd mede mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van het Prins Bernard Cultuurfonds, het Lira Fonds en de stichting Dichter des Vaderlands.
    Dasja Koot doet de organisatie en heeft voor de aanvragen gezorgd.
     
    Thumbnail_AwaterZomer2020VP

    Neem een abonnement

    Met een abonnement op poëzietijdschrift Awater blijft u op de hoogte van wat zich afspeelt in de Nederlandstalige poëzie. In Awater - het grootste poëzietijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en poëziekritiek. Daarnaast ontvangt u drie keer per jaar de meest interessante dichtbundel uit het actuele aanbod.

    De kosten voor een abonnement (3 x Awater, 3 x bundel) zijn € 75 per jaar.

    Of neem een Awater-abonnement sec (3 x Awater) voor slechts € 25 per jaar.

    https://www.poezieclub.nl/

  • – Nu we bijna aan het eind van het jaar beland zijn en ik binnenkort het stokje mag overdragen als DDV, blik ik de komende dagen terug door de vijf columns die ik tot nu toe voor poëzietijdschrift Awater heb geschreven te delen. In een speciaal nummer van Awater dat in de Poëzieweek verschijnt, staat mijn laatste column als DDV. Wie de gedichten wil lezen die ik heb geschreven als DDV kan terecht op www.dichterdesvaderlands.nl/

    Er zijn weinig opdrachten die ik weiger. Als volbloed republikein schreef ik zonder schroom een vers bij het overlijden van Prinses Christina, ik liet voor de Ambassade van de Noordzee de ene potvis aan de andere potvis vragen of Trump ‘echt hoeren op een Moskous hotelbed had laten plassen waar Obama eerder op had geslapen’ en ook bij de viering van 25 jaar Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving liet ik van mij horen. Ik ben een dichter van het hele Vaderland. Of toch misschien niet van alles en iedereen.

    Op 23 oktober kwam het eerste verzoek binnen waar ik goed over na moest denken. Moniek de Jongh van Food Inspiration |  Shoot my food communication vroeg mij een gedicht te maken waarin ik ‘een lans zou breken voor de frituursnack’. Ik had geen idee van de benarde positie waarin de fastfoodsector zich bevond. Bij mij om de hoek, in de Jan Evertsenstraat te Amsterdam-West, floreren Cafetaria 't Eefje, Snackbar Marja en Evert Snack volop.

    Niets blijkt minder waar. Moniek schrijft: ‘In een wereld waar door de invloed van social media alles en iedereen doorlopend onder een vergrootglas ligt, is het soms lastig om nog uit te komen voor je cravings of er aan toe te geven. Zeker als het gaat om onderwerpen waarvan het bewezen is dat het “slecht” is voor jezelf of voor de planeet.’ Dat ben ik met Moniek eens. Bij dancefestivals en andere sociale gelegenheden was ik nogal eens geneigd om mij te goed te doen aan Nederlands grootste exportsucces. Door de beelden van gedumpt drugsafval, vaak in stille lommerrijke omgevingen, en ook door het geweld dat het vakgebied van de dealers kenmerkt, vraag ik mij af of dat pilletje nog wel kan.

    Moniek werkt in de communicatie en weet heel goed dat je met een sterke vergelijking een heel eind komt. Ze zegt: ‘Zo was er al vliegschaamte: je weet dat vliegen slecht is voor het milieu, en toch doen we het massaal. Onder druk van de publieke opinie durven we er alleen niet altijd meer openlijk voor uit te komen… En nu is er dus ook snackschaamte. De schaamte om te kiezen voor en genieten van een vette hap, terwijl je weet dat het niet goed is voor je. In onze wereld lijkt gezond eten – met de alomtegenwoordigheid van vegan restaurants, flexitariërs, vitaminboost-sapjes, en ga maar door – de nieuwe norm. Het helpt dat groentegerechten, vol kleuren en structuren, een stuk meer “Instagrammable” zijn dan de gemiddelde frituursnack.’ Weer een goed punt, Moniek, al gaat het leven van groente ook niet altijd over rozen. Denk maar aan het droeve lot van jonge sla die ‘in september,/ net geplant, slap nog, in vochtige bedjes’ amper door Rutger Kopland verdragen kon worden of aan de witlof waarvan kinderen niets willen weten in ‘Koor van ongehoorde waaibomen’ van Erik Menkveld:   

    KOOR VAN ONGEHOORDE WAAIBOMEN

    Nu we kozijnen zijn
    in deze keuken, kijken
    ze wel naar de leuke
    overbuurvrouw op haar
    balkon of een bescheiden
    lijnvlucht die over komt,
    maar niet naar ons
    die alles omlijsten.

    En nu we planken zijn
    in deze vloer, horen ze
    ons voor geen meter,
    terwijl wij bij de minste
    beroering vervaarlijk
    kraken en zij tijdens
    koken of woorden tal
    van voeten verplaatsen.

    Zelfs nu we tafel zijn
    waar ze aan eten met onze
    poten tussen hun benen
    en onder hun blote handen
    ons hout, zijn we vergeten:
    gesprekken voeren ze aan ons
    en kinderen die van geen
    witlof willen weten.

    Maar allemaal hebben we
    blad gedragen, tegen
    wilde luchten de wind
    in ons tekeer voelen
    gaan. En onder sommige
    van ons is daar naar
    geluisterd en diep
    in gedachten gestaan.

    © 2001, Erik Menkveld 
    Uit: Schapen nu! (De Bezige Bij, Amsterdam, 2001)

    Ik ben een fan van beide. Om mijn wat problematische stoelgang op gang te houden, eet ik iedere dag een kruiwagen aan fruit en groente. Als ik in een café kom met mijn grote geliefde wil ik ossenworst of bitterballen bij de Westmalle Dubbel en twaalf jaar lang was de belangrijkste reden om met Bas Kwakman, schrijver en voormalig directeur van Poetry International, een poëzieavond te organiseren op camping Stortemelk te Vlieland, de royale schaal snacks die directeur Jan ons voorschotelde na het optreden. Die schaal werd door mij eerst tot ‘Snackship Potemkin’ gedoopt, waarna ‘De Bruine Fruitschaal’ het overnam. Nooit hoorde ik onze gastdichters smeken om een bosje wortels of een glimmend radijsje.

    Bit

    ‘Er is een tegengeluid nodig,’ vindt Moniek de Jong, ‘wij pleiten voor snackvreugde! We hopen op een “smakelijk” gedicht waarin de loftrompet wordt afgestoken over de frituursnack. De kroket, de frikandel, de bamischijf, de mexicano, de….: het blijft per slot van rekening ons culinaire erfgoed!’ Ik heb haar moeten teleurstellen. Het voelde toch een beetje vies, alsof ik reclame ging maken voor sigaretten. Ik heb haar aangeraden het eens te proberen bij collega Justin Samgar die eerder champagnemerk Moët & Chandon in het zonnetje zette. En anders moet ze eens een kijkje nemen op de website 1001gedichten.nl. Daar staan pareltjes op als ‘Moe zo moe’ geschreven door de dichter Asympt (pseudoniem van de dertienjarige Amy) : ‘Ik voel me heel moe/ Ik heb ook zoveel gedoe/ Ik word gek/ Daarom neem ik een snack// Ik voel me ook beroerd/ omdat iemand weer heeft gezeurd/ Het is gewoon vervelend/ Dat iemand dat verzint.’

    P.s. voordragen in een snackbar ben ik dan weer wel een groot voorstander van:

    Snack

    Later is er een gedicht dat ik schreef voor Beetsterzwaag op de zijkant van Cafetaria De Jong geplaatst:

    Snackbar
    Foto door Sietse de Boer / Tekst door Renske Woudstra

    Burgemeester Ellen van Selm onthulde donderdag 12 maart de definitieve plek voor het gedicht ‘Iepen/Open’ van dichter des vaderlands Tsead Bruinja. Het gedicht heeft een plek in het zijraam van De Jong’s Cafetaria aan de Hoofdstraat in Beetsterzwaag.

    wy kinne tsjinoer inoar stean gean
    mei spandoeken en megafoans
    roppe en raze dat it in aard hat

    of we kinne in ferhaal betinke

    oer hoe't we hjir bedarre binne
    en wat de iene oan de oare ha kin
    de wurkjende minske sjoch ik graach
    de boartsjende minske ha ik it leafst

    *

    wij kunnen tegenover elkaar gaan staan
    met spandoeken en megafoons
    om het hardst roepen en schreeuwen
    of we kunnen een verhaal bedenken

    over hoe we hier samen zijn beland
    en wat de ene aan de andere kan hebben
    de werkende mens zie ik graag
    de spelende mens heb ik het liefst

    Voor die plek is gekozen omdat er bij het cafetaria sinds LF2018 regelmatig literaire activiteiten zijn onder de noemer Literair Snacken. Het gedicht is een cadeau van stichting Culturele Hoofdstraat aan het dorp. Aansluitend op de onthulling organiseerde Boeken van Fryslân het programma ‘Foar freonen en troch freonen’ met optredens van de dichters Martin Reints, Anne Feddema en Edwin de Groot.

    Bron: https://sa24.nl/vaste-plek-voor-gedicht/

    AwaterJan2020VP-page-111

    Neem een abonnement

    Met een abonnement op poëzietijdschrift Awater blijft u op de hoogte van wat zich afspeelt in de Nederlandstalige poëzie. In Awater - het grootste poëzietijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en poëziekritiek. Daarnaast ontvangt u drie keer per jaar de meest interessante dichtbundel uit het actuele aanbod.

    De kosten voor een abonnement (3 x Awater, 3 x bundel) zijn € 75 per jaar.

    Of neem een Awater-abonnement sec (3 x Awater) voor slechts € 25 per jaar.

    https://www.poezieclub.nl/

  • Op maandagavond 21 december stond NPO Radio 1 volledig in het teken van kunst en cultuur. In Zes Uur Cultuur spraken presentatoren Jellie Brouwer (NTR) en Pieter van der Wielen (VPRO) met een diverse groep makers uit de wereld van muziek, literatuur, theater, musical en cabaret.

    Ik trad op met Broeder Dieleman en werd geïnterviewd over 'Springtij – gedichten over het leven met TBS' (Querido) en het Dichter des Vaderlandschap.

    Kerstspecial van de Poëziepodcast

    In deze 'harde lockdown'-editie van de kerstspecial van de Poëziepodcast van de SLAA staan Daan Doesborgh, Stefanie Liebreks en Loes Liebreks in hun keuken glühwein te maken, poëzie voor te dragen en met dichters te bellen. Met gedichten van en door Ingmar Heytze, Han G. Hoekstra, Elin Heytze, Emma Crebolder, Koenraad Goudeseune, Tsead Bruinja, Yentl van Stokkum, Hagar Peeters, Nick ter Wal, Menno Wigman en Herman de Coninck. Muziek door Bart de Vrees en Winterjong.
    Een minuutje vriendschap

    Podium Harlingen is een project gestart: Een minuutje vriendschap. Iedere dag post het Harlinger mediabedrijf rond 12 uur een nieuwe minuut televisie op hun website http://www.podiumharlingen.nl. In Een minuutje vriendschap zal steeds op verschillende manieren stil worden gestaan bij het maatschappelijk belang van vriendschap bij de oplossing van de sociaal-maatschappelijke problemen die uit de corona-crisis voortkomen. Directe aanleiding vormt de tijdelijke stopzetting van twee culturele projecten: de Karavaan van de Vriendschap (opdrachtgever: de gemeente Leeuwarden) en de Avonden van de Vriendschap (opdrachtgever: Leger des Heils).

     
    Journalist en cultuurmaker Simon Vuyk: “Met onze projecten zetten wij sinds 2015 vriendschap in als middel voor een mooiere, betere wereld met minder eenzaamheid en meer veiligheid. Juist in deze corona-tijd is dat keihard nodig. Maar uitgerekend nu staat de verplichte sociale distantie het zaaien van vriendschap in de samenleving in de weg en dat is een groot gemis voor wie dat maar al te hard nodig heeft. Daarom bedachten wij Een minuutje vriendschap. Een eenvoudig format met presentaties, interviews, columns, poëzie en muziek. Online en met beperkte middelen gemaakt. Kort maar krachtig. Toegankelijk en laagdrempelig. Journalistiek vanuit vriendschap!”
     
    Presentatie: Simon Vuyk. Productie en techniek: Mirjam Vuyk

    https://podiumharlingen.nl/persbericht-minuutje-vriendschap/

  • – Nu we bijna aan het eind van het jaar beland zijn en ik binnenkort het stokje mag overdragen als DDV, blik ik de komende dagen terug door de vijf columns die ik tot nu toe voor poëzietijdschrift Awater heb geschreven te delen. In een speciaal nummer van Awater dat in de Poëzieweek verschijnt, staat mijn laatste column als DDV. Wie de gedichten wil lezen die ik heb geschreven als DDV kan terecht op www.dichterdesvaderlands.nl/

    ‘Is dat niet zwaar, al dat schrijven in opdracht?’ vragen mensen mij vaak. Ik zeg dan dat ik hiervóór al veel werk op aanvraag heb geschreven en dat het wel meevalt. Voor het gemak laat ik de vertwijfeling weg die zich vlak voor iedere deadline meester van mij maakt. Ik vind mijzelf op die momenten een complete mislukkeling en wil de handdoek het liefst voor eeuwig in de ring gooien.

    Tijdens de vijf jaar dat ik gelegenheidsgedichten schreef voor het EO-radioprogramma Dit is de Dag overkwam mij dit maandelijks. Dichters kregen van de royale evangelisten tachtig euro, 180.000 luisteraars en anderhalf uur de tijd om een gedicht in elkaar te draaien rond een onderwerp of vier, bijvoorbeeld over Emile Roemer die beweerde als gemeenteraadslid eigenhandig een fietsenrek te hebben verplaatst.

    Het succes van Dit is de Dag leidde, mede dankzij de Nederlandse poëzie, tot een spin-off. Bij Dit is de zondag draaide het om een gast en een heel leven. Begin 2013 mocht geestelijk verzorger Rita Renema aanschuiven. Renema werkte in een palliatief centrum. Na haar ervaringen als verzorger en als kankerpatiënte had ze de stichting ‘Als kanker je raakt’ opgericht. Nu was ze zelf terminaal ziek. Ik schreef voor haar ‘Vertrek’, waarin twee mensen aan een rivier neerstrijken om ‘nog een keer te vragen/ wat die ander van het uitzicht vindt.’ De dood kreeg mijn pen beter op gang dan de SP.

    VERTREK

    er is veel wat je kan
    als je niks meer kunt
    voor je vertrekt

    om hulp vragen
    iemand ervoor bedanken

    in gedachten samen aan de oever
    van een snel stromende rivier gaan staan

    de ander vragen op je te letten
    tijdens het pootjebaden

    een kleed uitspreiden op het gras
    als rijpe bessen je wensen eten

    de idealen uitschenken
    die je eerder wild en dronken maakten

    en dan gaan liggen
    om naar de overkant te staren
    en nog een keer te vragen

    wat die ander van het uitzicht vindt

    Daarom was ik blij met de uitnodiging om iets te schrijven ter gelegenheid van de Nationale Dag Aandacht voor Sterven. Het ging de organisatie om ‘het “normale”, natuurlijke sterven, als iets dat bij het leven hoort.’ om het geven van ‘kracht en vertrouwen’. Het honorarium was meer dan tien keer het schamele gage van de EO.

    Ik rekende mezelf rijk en begon mij te verdiepen in wilde vakantieplannen met mijn nieuwe vriendin. Eerst moest ik namens het Landelijk Expertisecentrum Sterven bij de NRC nagaan of die de verse pennenvrucht zou gaan afdrukken. Zo niet dan wilde men toestemming om hem elders te slijten. De NRC kon niks toezeggen en was geen groot voorstander van publicatie bij een concurrent. Het feest ging niet door. Ik kon naar het geld fluiten. Het Expertisecentrum wilde geen gedicht maar een advertentie.

    Niet getreurd. De vakantie op het Groninger platteland, inclusief hot tub, werd bekostigd met een gedicht dat ik schreef voor Rikkert Zuiderveld, die als laatste der poëtische Mohikanen afscheid nam van Dit is de Dag. Lang leve de EO en lang leve de dood!

    laat de laatste de eerste zijn

    de laatste der mohikanen uncas
    zoon van opperhoofd chingachgook
    was in het gelijknamige boek
    de jongste nog levende mohikaan
    tot hij stierf en zijn vader
    de twijfelachtige eer toeviel
    de laatste te zijn

    maar de mohikanen leven
    ze spannen rechtszaken aan
    om hun land terug te winnen
    bouwen vakantieoorden en casino’s
    waarmee ze hun kinderen
    naar school laten gaan

    laten wij ons als dichters verenigen
    en een commerciële omroep beginnen
    met spelletjesprogramma’s waarin we kijkers
    met een brede glimlach hun complete vermogen
    laten vergokken

    met de advertenties bekostigen we het werk
    van noodlijdende collega’s die nergens meer aan de bak komen
    richten we schrijversscholen op waar debutanten
    rustig kunnen zoeken naar iets wezenlijks

    vrij van algoritmes kijk- en luistergrafieken
    komen zij tot de kern van het bestaan
    laten ze los wat ze dachten te hebben
    en wat ze dachten te zijn

    beginnen ze aan een nieuwe reis
    met nieuwe vragen

    bijvoorbeeld over het behoud van zandweggetjes
    en hoeveel kauwgomballen er nodig zijn aan een boom
    wil het jaar

    een goed kauwgomballenjaar zijn

    Elly_rikkert_tsead
    P.s. als bonus het gedicht over Roemer:

    HOBBYPOLITIEK SLOOPPOLITIEK

    er staan nog geen geschenken vermeld
    op de internetpagina van sp-leider emile roemer
    maar bij deze krijgt hij van mij een cadeau
    namelijk een lichte herschrijving van zijn bio

    begin quote

    mijn eerste ervaring in de politiek was een fietsenrek
    dat bij het zwembad stond aan de overkant
    van een drukke straat

    het gemeentebestuur wilde de verplaatsing
    op de begroting van het volgende jaar zetten
    toen heb ik op een avond met een hele club mensen
    het rek naar de overkant gesjouwd

    ik ben de politiek ingegaan
    om de wereld te verbeteren

    hoezo moet zoiets maanden duren?

    einde quote

    het doet een beetje denken aan mijn buurjongetje manu
    die toen hij vorige week de zee zag
    zwembad riep

    is dit de droom die je leeft emile
    een stukje zekerheid een beetje erbij voor de minima?
    een streep door de jsf de waterschappen en de uwv?

    wat is je droom?
    welk fietsenrek ga je verplaatsen
    in nederland?

    en waarom speelt je dweilorkest
    niet eens iets ambitieuzers?

    slaap in je oefenhok emile
    droom denk sloop en kom terug
    met iets grandioos

    mik eens op a love supreme

    je stáát niet voor een zwembad
    je staat voor de zee

    Awater2

    Neem een abonnement

    Met een abonnement op poëzietijdschrift Awater blijft u op de hoogte van wat zich afspeelt in de Nederlandstalige poëzie. In Awater - het grootste poëzietijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en poëziekritiek. Daarnaast ontvangt u drie keer per jaar de meest interessante dichtbundel uit het actuele aanbod.

    De kosten voor een abonnement (3 x Awater, 3 x bundel) zijn € 75 per jaar.

    Of neem een Awater-abonnement sec (3 x Awater) voor slechts € 25 per jaar.

    https://www.poezieclub.nl/