Door Willem Thies
In het onlangs verschenen Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden zet Tsead Bruinja (1974) de lijn van Overwoekerd (2010) voort – enerzijds schrijft hij gedichten gesitueerd in de huiselijke sfeer, het alledaagse leven, de geborgen en besloten (maar niet gesloten) ‘binnenwereld’; anderzijds richt hij zijn blik op politici, rampen, oorlogen, het nationale en internationale nieuws, de ‘buitenwereld’. De thematische verdeling gaat samen met een stilistische: gedichten die de intieme, soms banale ‘binnenwereld’ tot bereik hebben, zijn doorgaans zachter, tederder, soms weifelend, tastend; gedichten waarin de (ver)houding tot de ‘buitenwereld’ centraal staat, zijn directer, ‘frontaal’, dik aangezet en ‘druk’ (inspringingen, cursiveringen en flarden in het Engels).
Met name de openingsafdeling, ‘binnenwereld’, bevat sterke, soms indringende gedichten. Zoals ‘satelliet diplomaat’, dat aanvangt met: ‘welke handen startten de machine / die de planken zaagde voor je bed? // wie bracht de boom plantte hem / en wie kwam hem halen?’ Verderop in dit gedicht wordt met ‘planken’ niet het grondmateriaal van het bed aangeduid maar is het een pars pro toto voor de (planken) vloer: ‘wanneer je ’s nachts wakker geschud door een vraag / het plafond bekijkt // de maan door een kier in de gordijnen de planken beschijnt // een satelliet op 36.000 km hoogte eerst jouw huis / en dan dat van de timmerman passeert’. Zo is, via de planken, de vloer met het bed verbonden, het lyrisch subject met de timmerman, met de boom en diens planter.
Die ‘planken’ zou men zelfs als symbool kunnen opvatten voor de intieme ‘binnenwereld’: ‘en stof dat we omhoog stampen / van tussen de planken’ (‘pokon ja!’); ‘er nieuwe planken in de vloeren / van paradiso en perdu gelegd worden’ (‘bazige woorden’). Ze vormen de vloer waarmee we in contact, in verbinding, staan met ons ‘thuis’, en via die vloer met onze geliefde(n), wier voeten op diezelfde planken steunen – het is de vloer die ons draagt.
Een prachtig gedicht is ‘ik geef je het woord’. Een man neemt het gezang van vogels op en vertraagt de opname – ‘de vogel zingt nu laag en langzaam / de opgenomen vogel heeft de hartslag / van een mens’. Nu versnelt de man juist het opgenomen gezang van een mens, zó dat de hartslag van mens en vogel synchroon lopen, en hij speelt de opname af in het bos – ‘hij wacht // en de vogel antwoordt / de vogel heeft hem verstaan // dat vertelde een vriend me / ik heb hem verstaan’. Een lyrisch gedicht, rijk aan klankverwantschappen: langer-gezang-vertraagt-laag-langzaam-verstaan. Bruinja speelt met het ritme – dit wisselt van langgerekt, gedragen en plechtstatig (veel lange a’s – met een ‘zangerig effect’, als van een vogel) naar kortademiger, feller, ‘plomper’ (‘de hartslag van een mens’ – met een meer ‘prozaïsch’ effect), totdat de twee sporen of ritmes gesynchroniseerd zijn. Daarbij speelt hij met het dubbelzinnige van ‘verstaan’, dat zowel ‘begrijpen’ als ‘de taal spreken/volgen’ betekent.
In ‘nest van zou en had nest van nu’ wordt nostalgische twijfel vormgegeven, en wel zó dat deze treurzang wordt omgezet in een liefdeslied: ‘ik had het anders moeten doen / ik had meer moeten denken aan het moment (…) dat jij mijn hand optilde en opschoof / van tussen je benen naar je lies (…) ik had meer moeten denken / aan van die hete zomerdagen / dat jij de trap opkwam / en naar mij lachte’. Dat besef daalt nú in – en zo memoreert hij deze momenten alsnog, houdt ze vast en koestert ze.
Van de geëngageerde gedichten, die vooral in de tweede en derde afdeling, respectievelijk ‘buitenwijk’ en ‘natuurlijke omstandigheden’, te vinden zijn, ben ik minder onder de indruk (er is ook nog een vierde afdeling: ‘wingewest’). Achter in de bundel, op p. 61, in een bio’tje, staat: ‘Hij schreef vijf jaar lang gedichten bij de actualiteit voor het Radio 1-programma Dit is de dag en is columnist van Leeuwarder Courant.’ Voor dit EO-nieuwsprogramma schreven tal van poëten dagelijks binnen een uurtje een gedicht naar aanleiding van een (of meerdere) van de behandelde nieuwsitems. Niet zelden kreeg zo’n gedicht de vorm van een collage, waarin de verschillende items in scheervlucht aan bod kwamen – gemengd met wat bij elkaar gegooglede achtergrondinfo.
Een gevaar is dat dergelijke gedichten lang niet altijd voortkomen uit een diepgevoelde persoonlijke betrokkenheid, maar dat ze routineus en bijna ‘fabrieksmatig’ tot stand komen. Het zijn gelegenheidsgedichten, actualiteitsgedichten, Googlegedichten. Het engagement is vaak te expliciet en opgelegd; er is weinig ruimte voor diepere lagen of een lading, een spanningsveld.
In het gedicht ‘afschafpolderoprotpolder 2010’ schakelt het gedicht van de verandering van de habitat van de grutto op de Nederlandse gronden naar het afschaffen van de kickbokscursus voor Marokkanen in Utrecht, en Mark Ruttes reactie daarop.
afschafpolderoprotpolder 2010
het water werd weggepompt
moeras en veen werden landbouwgrond
de grutto paste zich aan en broedde in gras
dat door warmere winters steeds vroeger gemaaid kon
de grutto paste zich aan legde het ei eerder vertrok sneller
kwam te vroeg aan in west-afrika waar de rijst net was gezaaid
en de boeren naar de wapens grepen
op tv ontduikt mark rutte een vraag
over de grote groep succesvolle allochtonen
die hij met zijn partijprogramma schoffeert
door uit te leggen hoe trots hij is
op het afschaffen van de kickbokscursus
voor marokkanen in utrecht
dat kunnen ze mooi niet meer gebruiken
als ze weer eens iemand in elkaar willen slaan
typ maar in:
10 print “met de gevolgen heb ik niets te maken”
sluit af met: 20 go to 10
Bruinja gaat in deze geëngageerde gedichten vaak weinig subtiel te werk: hij is niet wars van effectbejag, bedient zich van allerlei retorische trucs, zoals nadrukkelijke montagetechnieken en opzichtige, soms gemakzuchtige, herhalingen.
Het gedicht ‘western union’ eindigt met de strofe: ‘en stuurt geld naar een nichtje / dat haar vader in brand zag staan’ – duidelijk spelend op het (schok)effect.
‘drone 3 – afstandbestuurbare karma-agent’ bevat de strofen: ‘dronepiloot hoeft geen pokeravond te missen / vijf jaar lang is zijn goeiesmogges // what motherfucker is going to die today?’
Het gedicht ‘nu dan de nederlaag geleden is’ is echter wel degelijk een aangrijpend in memoriam voor Xu Lizhi, de dichter-fabrieksarbeider (werkend voor het bedrijf Foxconn, in Shenzhen, China) die op zijn 24ste zelfmoord pleegde, omdat hij volkomen terneergedrukt werd door een totalitair kapitalisme, dat de mens zelfs van zijn ziel berooft.
Binnenwereld, buitenwijk, natuurlijke omstandigheden is een wisselvallige bundel – ik mis de oude, zangerige, muzikale Tsead Bruinja, van Overwoekerd en daarvóór, die gelukkig nu en dan toch nog zijn stem laat horen.
P.s. Zowel 'Satellietdiplomaat' als 'Ik geef je het woord' werden geschreven voor het radioprogramma 'Dit is de dag' (de zondageditie). 'Nest van zou en had nest van nu' werd geschreven voor Tirade. 'Afschafpolderoprotpolder 2010' werd geschreven voor de NRC. Het werd geïnspireerd door het interview met Rutte en het verhaal van de grutto zoals dat verteld wordt in 'Kening fan 'e greide'. Ik ga geen lagen aanwijzen. 'Nu dan de nederlaag geleden is' werd geschreven in opdracht van het Gorterfestival te Balk. Het nichtje dat haar vader in brand zag staan, komt niet uit het nieuws. Het werd mij verteld door een dierbare vriend. Die 'vader' was zijn broer.

